MOOI GESCHILDERD! DAAR MOET JE WAT MEE DOEN!

KUNSTPOORT is blij deze interessante tekst van Lucas de Waard te mogen publiceren
theaterschrijver, columnist en prozaïst,
http://www.zoalsdewaardis.nl/
Deze tekst is geschreven in opdracht van Kunstbalie naar aanleiding van de campagne iktoon – kunst van iedereen –  WAK (week van de amateurkunsten) in Nederland
www.kunstbalie.nl
De tekst illustreert perfect hoe er soms gedacht wordt over Amateurkunsten.


foto: Eric Rottée

Amateurkunst wordt omgeven door de nodige vooroordelen. Er hangt een zweem van knulligheid rondom het woord, al is het alleen maar vanwege de eerste helft: “amateur”. Maar is dat terecht? Wil amateurisme automatisch zeggen dat iets niet goed is? En zijn amateurkunstenaars per definitie amateur omdat het ze aan talent ontbreekt?

Het begrip ‘amateurkunst’ roept bij veel mensen associaties op met goedbedoelde keramiekwerkjes, aarzelige fotografie en schilderijen zonder idee. Amateurkunst is iets dat je prima kunt beoefenen, maar vraag ons in godsnaam niet ernaar te komen kijken. Laat staan ervoor betalen.

Wat is een amateur? Het woord heeft in ieder geval een licht negatieve connotatie. In feite betekent het woord ‘amateur’ niet meer dan: iemand die een zekere vaardigheid uitoefent zonder daar geld voor te krijgen. In de ogen van de Nederlandse goegemeente is de amateurkunstenaar dus iemand met minder talent dan zijn professionele medebeoefenaars. De vraag is of dat terecht is. Want wat ook mogelijk is, en daar hoor je zelden iemand over: het is iemand die geen behoefte heeft aan het vakmatig bedrijven van zijn of haar kunstvorm.

VIND JE HET LEUK GENOEG?

Mijn buurman is kok. In zijn vrije tijd sleutelt hij aan een game; een computerspel waar niemand van weet of het ooit daglicht zal zien. Cas Hutten (38) studeerde in 2002 af aan de kunstacademie. Na jaren professioneel actief te zijn geweest als kunstschilder raakt hij inmiddels zelden nog een kwast aan. Hij kookt. En programmeert zoals gezegd een game, geheel autodidactisch. Als amateur dus.

Waarom zou iemand die erin is geslaagd van zijn hobby zijn werk te maken, dat willen terugdraaien? Hutten: ‘Het idee van ‘de linkse hobby’, dat kunstenaar zijn alleen maar erg leuk is, is natuurlijk onzin. Iedereen die zijn geld met kunst verdient moet heel veel niet-leuke dingen doen. De wereldjes zijn te klein om zomaar vrolijk doorheen te banjeren. Dus dan is de vraag: vind je het leuk genóeg?’

Niet dus, zou je in het geval van Hutten kunnen stellen. Na zijn afstuderen ontving hij een kunstenaarsstipendium. In totale financiële vrijheid kon hij gaan maken wat hij wilde. Maar die feitelijke vrijheid was gevoelsmatig vooral benauwend. ‘Ik hoefde niks, maar dan wordt dus ineens duidelijk hoeveel verantwoordelijkheid er bij jezelf komt te liggen.’’

Wat me fascineert is het uitgangspunt dat professionalisering van je talent iets is dat je zou moeten willen. Ben je een goede zanger, dan is het wachten op de gevleugelde woorden ‘daar moet je wat mee doen’. Dat is het wijdverbreide idee dat talent niet verspild mag worden.

Hutten: ‘Dat is eigenlijk heel raar. Jij doet iets, je maakt iets, zegt: “Kijk, ik heb iets gemaakt.” En dan is de reactie: “Daar moet je wat mee doen”. Ja zeg, dat heb ik net gedaan! Maar dat is het uitgangspunt dat je hoort te mikken op commercieel succes. Iets mag niet gewoon volbracht zijn.”

AMBITIE

Wie kunst maakt op professionele basis, krijgt met veel meer te maken dan de kunst alleen. Ondernemerschap, onzekerheid, en niet te vergeten “het wereldje”. Hutten: ‘Ik voelde al snel dat ik met dat wereldje niet veel had.” Jaargenoot van Hutten, Maarten Beckers (39), is eveneens volledig gestopt met het professioneel beoefenen van kunst. Naast zijn fulltimebaan voor Amnesty International is hij, in zijn vrije tijd, DJ.

Na de academie viel de beroepspraktijk Beckers tegen. ‘Het zwarte gat, waar je zo vaak over hoort, misschien was dat wel het wegvallen van de veiligheid. Ook was er algauw financiële druk, want mijn kunst was nogal prijzig om te maken, materiaaltechnisch. En dus ging ik werken om de kunst te bekostigen, en raakte diezelfde kunst daardoor in de verdrukking.’

DAAR MOET JE WAT MEE DOEN

De verhalen van Hutten en Beckers staan in veel opzichten haaks op elkaar, maar ze hebben toch zeker één ding gemeen: de professionele kunstwereld heeft ze niet gebracht waar ze op hoopten. In de amateurkunst hebben ze hun plezier teruggevonden.

5 dagen boordevol muziek!

Affiche-2016-def-web_hr-447x630Folk on stage en een
stage voor traditionele muziek

van 21 tot 25 augustus 2016 te Gooik

 

 

DSCF4107 reworked

We gingen kijken en luisteren naar  een stageweek voor traditionele muziek te Gooik voor mensen met een passie voor folk, een organisatie van muziekmozaIek. Dit jaar is het de 38ste editie.
Lise Smolders, Patrick Clerens en Ilse Coppieters van muziekmozaïek ontvingen ons hartelijk en maakten ons wegwijs in muziekmozaïek, folk on stage en de 5 dagen stageweek.

Een doorslagje van ons gesprek.

KunstpooDSCF0035 reworkedrt: Muziekmozaïek is een organisatie die zich vooral toespitst op zowel folk- als jazz. Waarom precies deze twee disciplines?
Lise Smolders: Muziekmozaïek is historisch gegroeid.
Muziekmozaïek is in 2001 ontstaan uit de fusie van de Volksmuziekfederatie (en het pionierswerk van huidig gedelegeerd bestuurder Herman Dewit van ’t Kliekske) en Jazz Vlaanderen. Vandaag is ze een van de 9 door de Vlaamse Gemeenschap erkende landelijke Amateurkunstenorganisaties, verenigd in het Forum voor Amateurkunsten.
Kunstpoort: Jullie hebben heel wat te bieden: begeleiding, workshops, stages, advies, …zijn jullie vooral op jongeren gericht?
Lise Smolders: Niet echt. Wanneer je straks op de Folk on stage terreinen rondloopt zal je merken dat traditionele muziek beoefend wordt door vele leeftijden. Vele komen in familieverband. Er zijn op folk on stage o.a. kindersessies van 4 tot 9 jaar en jeugdsessie van 13 tot 16 jaar. Vijf dagen lang wordt er hier door meer dan 400 mensen geleefd, gekampeerd en vooral gemusiceerd en dit vaak in  familieverband. Tijdens de Stage voor Traditionele Volksmuziek kan je ’s avonds ook genieten van prachtige concerten. Daarna is er elke avond een folkbal met live muziek en jamsessies tot in de vroege uurtjes.

Kunstpoort: Jullie doen ook onderzoek naar de traditionele taal van het Pajottenland en andere dialecten. Door het succes van liedjes in het dialect gezongen denk ik dat er terug meer interesse is DSCF0038 reworkedbij jongeren voor traditionele talen.
Patrick Clerens en Ilse Coppieters: Vanuit heel Vlaanderen wordt in dit Huis van de Levende Traditie volksmuziek geïnventariseerd. We gaan o.a. op zoek naar liedjesteksten van vroeger. In opdracht van de Vlaamse Overheid brachten we 5 CD’s op de markt ZOGEZEGD ZO GEZONGEN, een dwarsdoorsnede van de Vlaamse dialecten en volkse liedjes. Volksliedjes en aanverwante genres zijn zeker in trek bij de jongeren denken we maar aan Wim Claeys die heel wat succes had op de Gentse Feesten, Flip Kowlier, Tourist LeMC, rapster Slongs Dievangons…
ETHNOFLANDERS met Wim Claeys als artistiek directeur is ook een initiatief van ons. Ethno Flanders is een internationale uitwisseling voor een 60-tal jongeren tussen 16 en 30 jaar uit de hele wereld. Gedurende één week komen zij samen om elkaar, elkaars muziek en cultuur te leren kennen. Jongeren vinden elkaar in één gemeenschappelijke taal de muziek en maken vrienden over de hele wereld. Alle deelnemers van ETHNOFLANDERS traden op op de zeedijk in Oostende, in de Centrale in Gent, in het vluchtelingencentrum te Koksijde en als apotheose op het Dranouter Festival.
Ilse Coppieters: We hebben ook nog onze driemaandelijkse tijdschriften Folk! en Jazzmozaïek, voor iedereen die de folk- en jazzwereld op de voet wil volgen en op de hoogte wil blijven van onze activiteiten.

Verslag van ons bezoek aan de sessies vol muziek

Wegens het grote aanbod konden we niet bij alle sessie een kijkje nemen, ziehier onze keuze.

DSCF4070 reworked   DSCF0041 reworked

Sessie harp bij Maeve Gilchrist (GB/VS)

Onder een grijze donkere lucht wandelen we naar het lokaal waar de sessie harp onder begeleiding van Maeve Gilchrist (GB/VS) plaats vindt. Bij het horen van de stemmige harpmuziek voelen we ons plots licht en ontspannen, dromerig en ijl in het hoofd. Maeve Gilchrist blijkt een bevlogen lesgeefster met heel veel charisma. Met een rustige stem, ritmisch de voet bewegend, legt ze de nadruk op het belang van “fingering” bij het bespelen van de harp en soms helpt zingen…
Een 7tal cursisten met eigen harp, waaronder slechts 1 man, in een halve cirkel, spelen een tune op het gehoor. Partituren komen er niet aan te pas. Het lijkt al aardig te lukken.
Maeve Gilchrist en Nic Gareiss: The Sandhunter
https://www.youtube.com/watch?v=i7Zq8aUzXCw

Sessie zang bij Marc Hauman

DSCF4075 reworked                  DSCF0078 reworked

Een 20tal zangers van alle leeftijden zowel mannen als vrouwen volgen een samenzang sessie bij Marc Hauman. Marc Hauman zong zelf jarenlang naast Wannes Van de Velde. Met de stem als instrument verkennen de zangers onder zijn begeleiding het traditionele liedrepertoire. Vandaag wordt een lied aangeleerd opgetekend door Edmond de Coussemaker. Edmond de Coussemaker verwierf bekendheid met de optekening van Nederlandstalige volksliederen uit Frans-Vlaanderen. Marc Hauman weet zijn publiek te boeien door bepaalde woorden etymologisch te verklaren. Met een kwinkslag hier en daar creëert hij een gezellige aangename sfeer. Nu al is het te merken dat dit een hechte groep wordt die het fijn vindt samen te zingen. Marc Hauman vraagt iedereen het lied vrolijk te zingen want ook de Coussemaker noteerde naast het lied “allegro”
het lied, herkomst Frans-Vlaanderen
ik en gy
moeder Porret
koffy drinken, druppeltje schenken
ik en gy moeder Porret
koffy drinken met suiker de pekDSCF4115 reworked

Ik krijg bijna zin om mee te zingen.
Er wordt driestemmig gezongen, het is de bedoeling elkaars stem af te tasten. “De lage stem moet niet alleen diepte maar ook genoeg snelheid hebben”, merkt de lesgever op.

https://www.youtube.com/watch?v=y1IxM-kZAD8

Tijdens de koffiepauze had ik een babbeltje met Agnes Tielens die de sessie zang volgt. Zij is lid van het koor Volkorengrijs uit Heusden-Zolder . Samen met andere koorleden is ze hier aanwezig om nieuwe ideeën voor het repertoire op te doen, technieken aan te leren. Vele van de koorleden zijn hier anciens. (dit is de 38ste Folk on stage!) Zij is hier de eerste maal en het bevalt haar zeker.

 

DSCF4105 reworked     DSCF0111 reworked

Sessie instrumentenbouw bij Toon Lauwers,
Herman Dewit en Willy Vermaelen

In vijf dagen wordt hier, onder leiding van een trio lesgevers, een vlieren speelklare doedelzak in do (do-fa) gemaakt. Herman Dewit heeft zelf een creatie bedacht waar er geen draaibank bij nodig is zodat deze doedelzak gemakkelijk kan vervaardigd worden door de stage volgers. Aan de deelnemers werd gevraagd op voorhand op rooitocht te gaan en voor het nodige hout (vlier) te zorgen. Het merg dient uit de takken geduwd te worden zodat de takken snel kunnen drogen, van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Herman Dewit zorgt zelf voor de zakken.
Herman Dewit toont mij zijn eigen vlieren doedelzak met kunstig houtsnijwerk en bespeelt voor mij zijn doedelzak. Het klinkt fantastisch. Luister zelf maar:

https://www.youtube.com/watch?v=fMft2HAQU1c

Nog even dit vermelden: Herman Dewit van ’t Kliekske verrichtte heel wat pionierswerk en stond aan de bakermat van muziekmozaïek.

Sessie diatonisch accordeon gevorderden bij Aurélien Claranbaux (FR)

DSCF4138 reworked           DSCF0121 reworked

Middenin een stortbui begeven we ons richting Basisschool Gooik waar de sessie diatonisch accordeon plaats vindt. We zijn onmiddellijk in de ban van de accordeon. Aan de ingang zijn er een aantal jonge accordeonisten samen aan het oefenen. Het is een beetje een kakafonie van geluiden, verschillende accordeons weerklinken, blijkbaar is dat geen probleem voor de spelers.

Voorzichtig treden we het lokaal binnen. Aurélien is zelf een autodidact, hij ontdekte de diatonische accordeon 20 jaar geleden op het festival van Saint-Chartier en niet veel later begon hij het instrument te spelen. We begroeten hem, nemen plaats, luisteren.

https://www.youtube.com/watch?v=T-YVF5_17XY

Jammer geen tijd genoeg om nog andere sessies bij te wonen. Deze middag was voor ons een aangename kennismaking met muziekmozaïek, met interessante lesgevers en vooral met enthousiaste, passionele muzikanten. Het weer viel niet mee en toch scheen hier de zon! Vandaag is Gooik the place to be voor HET feest van de traditionele muziek en dat zal zeker de volgende vier dagen ook zo zijn!

InfoDSCF4072 reworked

logomuziekmozaiekMuziekmozaïek: http://www.muziekmozaiek.be/
folk on stage: http://stagegooik.be/

Tekst Kathleen Ramboer
Foto Eric Rottée

KALLIGRAFIE

Click en luister
Dinah Washington & Max Richter-This bitter earth – On the nature of
daylight.

 

KALLIGRAFIE

DSCF3716 final

“Dat is moderne dans, dat is alles” zegt de grootmoeder tegen het meisje bij het verlaten van de Vooruit.

De Chinese schaduw is stil. Eva en Karlien bewegen soms snel, soms langzaam. Het gordijn geeft een troebel zicht zoals ogen met beginnende tranen. De muzieK is kwellend en wordt gevoeld door het hele lichaam.

interrela

Ze ondersteunen elkaar, voet op been, been op heup,  ze scheiden om hun dromen na te jagen. Soms slAgen ze erin, soms niet. De bewegingen zijn symmetrisch maar er wordt ook apart gewandeld. Onze geest doet dit ook.

Knielend op roLschaatsen terwijl hij een boek voortduwt, een man in zijn zoektocht naar de kennis en de waarheid. Hij draait rond een volk dat van vreugde over schrik tot verdriet wordt gebracht. Met zijn kopLamp kijkt hij naar de wereld die soms gek wordt zoals de dansers die van de ene kant van het podium naar de andere gaan. Of wanneer de heldin het boek verscheurt. Ogen en monden zijn breed opengesperd. De bewegingen zijn zacht.

DSCF3799 reworked 4

Zacht en met vreugde dansen de tieners nog op hun blote voeten, soms op hun demi-pointes. De kinderen zijn op hun demi-poIntes en tutu. Sommigen tieners leiden de dans van de kinderen.  De mooie dans die de grootmoeder in gedachten had.

tieners

Misschien heeft de Grootmoeder van Andy W. dit ook gezegd wanneer ze voor de eerste keer de schilderijen van Fernand LegeR of Picasso ontdekte. Het meisje en Andy Warhol zullen zeker geantwoord hebben “maar grootmoeder, Ik wil zoals Leger of Picasso schilderen en zoals Karlien en Eva dansen”.

DSCF2676 reworked 3

“Jullie moeten volhouden” zei NIcole Kohler aan de tienerdansers. Ze zitten op een kAntel moment, vanuit het klassieke ballet op weg naar de hedendaagse dans. Volhouden betekent waarschijnlijk dromen verwezenlijken maar ook hard werken en lijden.

Wij beleven de Generale van de KALLIGRAFIE voorstelling. Het is het schoolFeest van de dansschool “De Ingang”. Elke groep danst voor de choreograaf, Nicole Kohler die boven in de theaterzaal zit. Ze laat hen dansen en vraagt via de micro naar kleine aanpassingen.

DSCF3758

Op het eInde van de generale gaat Nicole naar beneden en spreekt ze de dansers rechtstreeks aan. Tijdens de generale  zit de uitvoering van de choreografiE van de volwassenen  volledig in haar geheugen. Voor iedereen is er nog werk aan de winkel. En dan plotseling zegt Nicole: “hebben jullie vragen?”. Een choreograaf is geen dictator.

Volgende evenement. Dansen in ’t park: 19, 20 en 21/08 www.danseninhetpark.be

DSCF2658 reworked

Tekst & Foto’s Eric Rottée

‘Ik wil koorzang laagdrempelig houden’

Pianist-dirigent Stefaan De Lange over Spaanse muziek en olijfjes

IMG_5591
‘In essentie is tuna volksmuziek’

Stefaan De Lange behaalde een masterdiploma  piano en compositie aan het conservatorium in Antwerpen. Hij geeft les aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans  in Lebbeke en aan  de Academie voor Podiumkunsten  in Gent. In Gent is hij ook pianobegeleider. Hij is mede-oprichter en artistiek leider van   het koor Las Aceitunas.

‘Ik kreeg het eigenlijk met de paplepel binnen. Mijn opa speelde piano, ik was nog een kleuter en trachtte de muziek die ik hoorde op de piano te reproduceren. Later raakte ik gefascineerd door de Spaanse cultuur, de ritmes van de Spaanse muziek en de passie. Denk aan flamenco. Ik bedoel de authentieke flamenco, niet de toeristenflamenco Klassieke muziek geniet mijn voorkeur, met een voorliefde voor de Spaanse en Russische componisten, maar ook popmuziek kan ik smaken.

Het koor dat u leidt  heet Las Aceitunas, wat letterlijk “de olijfjes” betekent. Dat moet u even uitleggen.

‘Las Aceitunas is gegroeid uit mijn fascinatie voor de Spaanse cultuur. Tuna is een begrip dat stamt uit de Spaanse Middeleeuwen. Eigenlijk waren dat groepen studenten die rondtrokken van de ene prof naar de andere, of van de ene bar naar de andere, ook om wat geld te verdienen voor hun studie, met liederen en gitaren, soms met een tamboerijn.

IMG_6478
‘Alle arrangementen voor de tuna zijn van mijn hand.’

Ook nu nog heeft elke faculteit haar eigen tuna-gezelschap. Tuna’s zijn langzaamaan vanuit Spanje uitgezwermd naar Portugal en tot in Zuid-Amerika. Maar zelfs in Nederland is er een tuna. Van tuna naar Las Aceitunas was maar een kleine stap.’
‘In essentie is het volksmuziek. Componisten zal je niet gauw vinden, elke tuna heeft trouwens zijn eigen bewerking van de liederen. Die zijn soms honderden jaren oud, de meeste componisten zijn dan ook anoniem. Daarom vind ik het belangrijk dat ik bij een optreden onze muziek telkens even kan kaderen in haar historische context. De meeste “tunantes” begeleiden zichzelf op gitaar tijdens het zingen of kloppen ondertussen op de tamboerijn.

Zijn er raakvlakken met pop of jazz?

‘Weinig of niet, alhoewel er de laatste tientallen jaren ook popliedjes bewerkt worden door tunagroepen. Vaak keren dezelfde ritmes terug : pasodoble  – denk aan de muziek die je in arena’s hoort, jota, wals,… Of met de nostalgie van sommige popsongs. Je zal in ons repertoire wel hedendaagse nummers herkennen die lekker swingen, maar veel verder gaat het niet.’

Eigenlijk zijn jullie niet zo vreselijk bekend, of vergis ik mij?

‘Goed vijf jaar geleden zijn wij met onze groep van nul gestart, en stilaan hebben we een repertoire opgebouwd. Het is zeker geen hitparademuziek, zelfs op Klara ga je ons niet horen Je kan ons nog best als volksmuziek catalogeren. Onder meer omdat volksmuziek zelden op partituur staat, dit soort muziek heeft meer te maken met overlevering. Er bestaan melodielijnen maar uiteindelijk geeft elke tuna daar zijn eigen interpretatie aan.’

Maakt u eigen composities?

‘Wel hedendaags klassieke composities, maar tot hiertoe heb ik nog geen tunaliederen geschreven.’

‘De liederen schrijf ik niet zelf, maar alle arrangementen zijn wel  van mijn hand. Nog eens: van de meeste liedjes zijn de componisten onbekend. Iedereen kent natuurlijk Bésame mucho en Hijo de la luna maar daar houdt het zo ongeveer op. Vele liedjes zijn honderden jaren oud. Sommige zijn opgepikt door José Carreras of Placido Domingo, wat toch wel getuigt van een zekere kwaliteit in die muziek.’

Hoe selecteert u de koorleden?

‘Wij werken bewust zeer laagdrempelig. Iedereen is welkom als ze min of meer juist kunnen zingen (lacht) –  de leden die koorervaring hebben of noten kunne lezen zijn eerder uitzondering. Meestal zingen we tweestemmig – de sopranen en tenoren de hogere partij, de alten en bassen de lagere, soms driestemming. We zijn nu ongeveer een anderhalf jaar met dezelfde groep bezig, een vaste kern, en dat klikt heel goed. Het sociale aspect, een vriendengroep zijn, is minstens even belangrijk. ‘Jonge mensen aantrekken om te repeteren op zondagochtend is niet evident, maar onze zangers zijn een voor een jong van hart.’

De koorleider neemt ons mee naar een andere kamer. Er staan een elektrische piano en een glimmende vleugelpiano. Hij speelt virtuoos een stukje klassiek.

‘Een vleugelpiano heeft een veel warmere klankkleur dan een elektrische piano, de aanslag is veel gevoeliger, maar een vleugel kan je onmogelijk naar elk optreden meezeulen.’

Hij nodigt mij uit om enkele noten mee te zingen op zijn toonladders. Het is snel duidelijk dat aan mij geen groot zanger is verloren gegaan.

Op zondag 16 oktober vindt er in de kerk van Hyfte – Lochristi een jubileumconcert plaats naar aanleiding van hun vijfjarig bestaan, cava en tapas inbegrepen.

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto’s: Bernadette Van de Velde

Ter info :

Over het begrip tuna bestaan historisch verschillende interpretaties, zegt Stefaan De Lange.

Tunante betekent letterlijk deugniet, maar het kan ook afgeleid zijn van tunar o correr la tuna, dat wil zeggen: een rondtrekkend leven leiden al zingend en spelend.

Misschien refereert het aan Atún, een vis die in bijna alle oceanen te vinden is, een rondtrekkende vis dus, en vandaar tunazanger’. Of nog:  Tunos, zo werden de seizoenarbeiders genoemd die naar het zuiden van Spanje trokken om werk te vinden. En ten slotte betekende Tonare in het latijn: luid zingen

Website Las Aceitunas :  http://las-aceitunas.weebly.com/

“Ik wil het gerust een passie noemen”

 

IMG_5524

Hij is bekend om zijn naakten, vrouwen meestal, en hij viel in kunsttentoonstellingen (De Panne, Gembloux) enkele keren in de prijzen. “Het belangrijkste voor een kunstenaar”, zegt Ronny Roels (59), “is de vrijheid. Doe wat je graag doet.”

Wat hem fascineert? “De droomwereld. Het aftasten van de wereld tussen droom en realiteit”.

“Maar de passie voor kunst is er altijd geweest. Kunstenaar word je niet, het zit in je, misschien wel van bij de geboorte. Het is een manier van denken en daarbij komt ook veel zelfstudie”.

In zijn opleiding leerde hij technisch tekenen en later leerde hij de grote lijnen van landschappen  opbouwen. Toen kwamen de portretten in potlood en nog later begon hij te werken met acryl en olieverf.

“Ja, ik wil het een passie noemen. Soms ben ik een hele nacht bezig met één werk. Kunstenaars zijn nu eenmaal speciale mensen. Of ik eigenzinnig ben? Jazeker. Ik sta open voor andere invloeden, maar het moet wel goed zijn”.

Waarom schilder je bijna altijd naakten?

“Dat zal het rebelse in mij zijn, de taboes van de jaren ’80 doorbreken, die tegenwind. Zo ben ik stilaan met levende modellen gaan werken, mannen maar toch vooral vrouwen. Anatomie heeft mij altijd gefascineerd. De gespierde lijven van Rubens, dat is iets helemaal anders dan die gestroomlijnde modellen in de boekjes”.

Erotisch?

“Of mensen mijn werken erotisch vinden, dat moeten ze zelf weten. Als je naakt schildert, moet je in de eerste plaats je model een goed gevoel geven, anders lukt het niet. De meeste van mijn modellen komen trouwens terug. Daar is niets erotisch aan”.

“Grote voorbeelden? Neem nu Paul Delvaux, René Magritte maar nog vele anderen. Jan Fabre ligt mij minder”.

Heeft jouw werk raakvlakken met muziek?

“Als ik schilder, draai ik liefst hardrock: Rammstein, Metallica, ACDC, dat soort groepen. Klassieke muziek of opera is ok maar niet tijdens het werk”.

Kan kunst de wereld verbeteren?

“Dat weet ik zo niet, maar ze kan mensen doen nadenken. Of er in het onderwijs meer aandacht voor kunst moet zijn, is een moeilijke vraag. Alleszins moet er meer aandacht zijn voor filosofie, en dat is toch wel een raakvlak met kunst”.

“Ik wil mij in de toekomst meer focussen op actuele thema’s die mensen doen nadenken, zo van: wat zit erachter? Een van mijn ideeën heeft te maken met pesten, het hoe en waarom”.

Meer info: www.roelsronny.be

Tekst: Gerrit De Clercq

Foto: Bernadette Van de Velde

Vlaamse toneelkring Rembert speelt in Japan

Een beetje geschiedenis

Toneelkring Rembert uit Torhout is geen onbekende in het theatermilieu. Hun geschiedenis gaat terug tot 1947. Rembert beschikt over een indrukwekkend palmares. Ze behaalden verschillende prijzen in een aantal competities oa op het Landjuweelfestival. OPENDOEK organiseert sinds 2006 dit festival, waarbij gedurende minimaal vijf dagen kwaliteitsvol amateurtheater in al zijn diversiteit vooropstaat. In 2011 triomfeerde de jonge Torhoutse regisseur Simon D’Huyvetter als Laureaat van het Landjuweel met “Hamlet”.  Die zelfde Simon D’Huyvetter regisseerde het stuk WIJ dat nu gespeeld werd op het  kindertheaterfestival in Japan.
Dit jaar zijn ze geselecteerd voor het Landjuweel Jongerenproducties met DRIFTKOP van Martine Geerinckx.

Voor meer geschiedenis zie
http://geertvanoverschelde.wixsite.com/sint-rembert/geschiedenis

Het World Festival Children’s Performing Arts in Toyamaworldfest

Van 30 juli tot 4 augustus 2016 nam de Vlaamse toneelkring Sint-Rembert uit Torhout deel aan het World Festival of Children’s Performing Arts in Toyama, Japan. Dit internationale festival vindt reeds voor de tiende keer plaats en verzamelt maar liefst 1500 deelnemers uit 23 landen over heel de wereld. Ondertussen liep het bericht binnen dat WIJ in de Japanse Gazette als de tot nu toe beste voorstelling van het World Festival Children’s Performing Arts in Toyama beschouwd wordt.

Rembert mocht het festival op de allereerste dag openen met de voorstelling WIJ in een regie van Simon D’Huyvetter, een woordeloos en grappig sprookje met zes spelers over Konijn en Klein Meisje op zoek naar vriendschap en geluk. En koekjes, veel koekjes.

Rembert Torhout Festival Toyama, Japan 1
foto Bram Markey

 

Rembert Torhout Festival Toyama, Japan 2
foto Bram Markey

 

Rembert Torhout Festival Toyama, Japan 3
foto Bram Markey

“Op voorhand wisten we niet goed waar we ons aan konden verwachten.” zegt Kristof Lataire, acteur bij Sint-Rembert, “onze speelstijl verschilt namelijk dag en nacht met die van de Japanse groepen die we tijdens de openingsceremonie aan het werk zagen. Hierdoor sloegen sommigen onder ons de avond voor ons optreden aan het twijfelen: zal onze beeldtaal hier wel aanslaan?”
“De verwachte cultuurschok bleef echter uit. Het is opvallend om te zien hoe universeel de reacties op WIJ zijn: mensen lachen met exact dezelfde grapjes of worden ontroerd op precies dezelfde momenten tijdens het stuk. Na de eerste giechel uit het publiek voelde je achter scène een enorme opluchting en ging iedereen voluit.” vertelt Jonas Roelens, acteur. “WIJ raakt blijkbaar een wereldwijd publiek. De reacties die we meteen na de voorstelling en de dagen erna kregen zijn echt overweldigend.” vult Nancy Brendonck, actrice aan: “overal waar we komen, willen mensen met ons op de foto, komen mensen zeggen hoe goed ze WIJ vonden of spelen acteurs uit andere gezelschappen zelfs scènes uit ons stuk na op straat! Maar er wordt ook over veel meer dan theater alleen gepraat. Je merkt echt dat mensen van over de hele wereld met dezelfde dingen bezig zijn: conflicten, terreurdreiging en de gevolgen daarvan, op luchthavens bijvoorbeeld, maar ook simpelweg: hoe maak je goed theater?”

WIJ is een woordeloos stuk maar soms gebruiken de spelers een imaginaire taal om zich uit te drukken. De sterkte van de voorstelling gaat echter vooral uit van de fysieke bewegingen die heel sterke beelden opleveren. Deze beeldtaal overstijgt taalverschillen of culturele barrières en dat merk je aan het internationale enthousiasme voor deze Vlaamse voorstelling.

KUNSTPOORT wenst Toneelkring Rembert uit Torhout nog veel succes toe.

Tekst medegedeeld onder andere door Open Doek vzw
www.opendoek-vzw.be
Foto’s: Bram Markey

Voor info Toneelkring Sint-Rembert Torhout
http://geertvanoverschelde.wixsite.com/sint-rembert

 

Photo event 2016

Photo event 2016 staat in het teken van stilte of verstilling, een rode draad die bij alle fotografen terugkomt doorheen de tentoonstelling.
Het is een gevarieerde expo waarbij we niet enkel het werk zien van internationale kleppers.
Daarnaast werden maar liefst 9 fotografen geselecteerd uit een open call.
Internationale topfotografie meets gerenommeerd talent van eigen bodem, dat is Photo event ten voete uit.
Deze produktie is een samenwerking van Centrum voor Beeldexpressie met het Cultuurcentrum van Mechelen

Clicklik: La loge de Patrick Bruel?

DSCF3337 int first final

 

Charleroi. Vanaf het plein voor het “Palais des Beaux-Arts” heb je een zicht op Thy Marcinelle, een staalfabriek. Het verleden is nooit ver weg, hier in Charleroi. Wij zitten in het Palais des Beaux-arts. Vandaag is het een dag van interviews.

Interview met Fabien vande Velde

Voel jij je door het verhaal aangetrokken?DSCF3325 int final

Wat ik in dit verhaal interessant vind, zijn de personages. De personages die elk hun last op de schouders dragen. Ze ontmoeten mekaar in een gemeenschappelijke plaats. Deze plaats geeft hen een bepaalde levensvreugde maar tegelijkertijd gaat het ook dieper.

Ik hou van de ontmoeting van deze verschillende mensen, met verschillende achtergronden, die elkaar buiten het café misschien niet zouden aanspreken. Deze ontmoeting laat sommigen opleven en anderen demoraliseren. Er is altijd hoop en het einde is open.

Wat zeker interessant is, is het mengen van de Nederlandse en de Frans taal. Dit is de bijzonderheid van dit project. Het dwingt iedereen nog meer om te letten op wat de andere zegt. Het is niet evident, met de twee talen, om op een correcte manier te antwoorden. Voor mij is het verrijkend. Ik beheers het Nederlands niet en ik vind het leuk om een zin in het Nederlands uit te spreken en ook om ernaar te luisteren en heel alert te  zijn naar wat de personages zeggen.

DSCF3332 int final

U praat over de personages, wat denk je van je eigen personage?

Mijn personage is heel macho. Wanneer ik hem zou ontmoeten, zou ik hem waarschijnlijk niet aanspreken, dat is duidelijk. Maar er zit iets achter, een soort kwetsbaarheid, die hij niet wilt tonen. In feite doen alle personages hetzelfde.

Mijn personage op zijn manier, agressief zijn, de baas willen spelen. Die houding geeft hem de mogelijkheid de kwetsbaarheid te verstoppen. Hij toont zijn mislukkingen niet op sentimenteel vlak.

Hij zoekt iets in het café, hij is op zoek naar wat hem ontbreekt. Hij heeft niet veel vrienden. Hij heeft een kleurrijke persoonlijkheid. Dit is een personage dat pijn kan doen, hij is niet aangenaam, agressief, zeker tegenover vrouwen.

Wat is jouw persoonlijke uitdaging?

De grootste uitdaging is de taal. Werken met twee Vlaamse regisseurs … dat ook, het is een andere benadering dat die van Théâtre 2000. Wij, de franstaligen, we werken met Bernard (NDLR Bernard Gillard), we hadden altijd dezelfde regisseur. Werken met een andere regisseur is een uitdaging dat ik wilde meemaken. Een andere visie, een ander manier van werken en dit gaat boven de interesse voor het theaterstuk. Spelen met Nederlandstaligen is een uitdaging die mij aantrok.  Onze verwachtingen zijn overtroffen, want de verstandhouding binnen en buiten het acteerwerk is perfect.  Het is een persoonlijke verrijking.

Kun jij kort het verschil van benadering uitleggen tussen Bernard en Philippe en Patrick?

Met Bernard is het meer gestructureerd, wij volgen zijn visie, ook indien hij ons een bepaalde vrijheid geeft. Hier hebben ze een visie maar wij hebben vanaf het begin een bepaalde vrijheid. Stap per stap passen ze aan. Jij zou kunnen denken dat elke regisseur zijn eigen visie heeft, maar heb ik de indruk dat ze naar hetzelfde doel streven. Ze luisteren naar elkaar en ze luisteren naar ons. Het verschil zit in de opbouw. Deze namiddag bijvoorbeeld zullen we van elk personage de persoonlijkheid, de tics, manier van stappen, houding, gewoontes bekijken.Een soort défilé houden. Met Bernard hebben wij niet aan deze aspecten gewerkt. Dat wil niet zeggen dat ze niet zouden voorkomen maar ze zouden niet op de voorgrond verschijnen. Ik weet niet wat het beste is, maar in de twee benaderingen blijft de aandacht voor het  “samen zijn” de prioriteit.

Hoe lang speel jij al toneel?

Sinds 2002.

Is dit je eerste keer in de Bozar?

Het is de eerste keer in Brussel, wij zijn nog meer gemotiveerd. In het Palais des Beaux-Arts van Charleroi hebben wij al gespeeld. De mogelijkheid om te verplaatsen naar Brussel, Vlaanderen en Wallonië  is een grote reden voor die motivatie.  We zijn benieuwd om te zien hoe de mensen zullen reageren, want het is moeilijk om hun reacties voor te stellen.  Vaak is het positief, het is motiverend.

Is het een zwaar stuk?

Ja het is een zwaar stuk. Zoals veel komedies, heeft het stuk een dramaturgie, het uitgangspunt naar de komedie. De opbouw is vrij klassiek. Men kan heel snel bij het drama geraken wanneer we het drama slecht spelen. In dit stuk is er iets dat boven het drama gaat en dat een komedie wordt, het drama zal op de achtergrond blijven. De regie onderstreept het drama niet, het is, het bestaat, anders zou het te zwaar zijn. Het is beter dat het publiek het zelf ontdekt. We proberen een evenwicht te vinden en wij hopen dat het het juiste is.

Fabien, Dank u.

Interview met Patrick Mahieu en
Philippe Lepez

Hoe kwamen jullie in het project terecht?

Patrick: Ik heb op een bepaald moment een Franse  tekst gekregen van Arne Sierens . Het was een collage die Arne had gemaakt in opdracht van Théâtre 2000.  Die tekst bestond uit een compilatie van fragmenten uit een aantal van zijn werken.

Philippe: Schone bloemen zitten daar in.

Patrick: Apenverdriet.

Philippe: Pijnders en Maria eeuwig durende bijstand

Patrick: Die Franse tekst, ik heb die eventjes gelezen maar ik kon er eigenlijk niets mee doen. En een maand later komt Arne Sierens met de Nederlandse tekst ervan. Ik heb Philippe gecontacteerd met de vraag of we er iets mee konden aanvangen. We zouden er wel iets mee kunnen doen maar we hadden een organisatie nodig die ons wilde ondersteunen. Ik  ben naar Opendoek gestapt. ‘Spots op west’ liep op dat ogenblik. Ik ben met de toenmalige directeur, Bart Michiels, gaan babbelen: “Ik heb een Franse en een Nederlandse tekst” zei ik, “kunt ge daar iets mee doen?”. Hij zag onmiddellijk een ideale gelegenheid om samen te werken met Wallonië, Vooral in het kader van het  ‘Match festival’ op 7 mei, een samenwerking met de organisaties van Amateurkunsten. Open Doek vond dat het mooi zou zijn om de samenwerking zo te organiseren.  Het thema is trouwens ‘match’.

Patrick: We dachten dat het goed zou matchen met Wallonië en Vlaanderen.  De directeur zei dan: “Ik sta achter jullie, doe maar!“ Philippe en ik zijn aan tafel gaan zitten en de trein is heel snel gestart.

Philippe: We hebben ook eerst contact opgenomen met Théâtre 2000 met de vraag of zij interesse hadden. Die waren direct super enthousiast om samen te werken.

Patrick: We zijn ook met de Waalse broer van Opendoek samengekomen, om te kijken of dat klikte en of zij kunnen ondersteunen. Dat werd onmiddellijk enthousiast ontvangen. Ze zeiden: “ We kunnen in Brussel, in Wallonië en in Vlaanderen optreden.” Het is van daaruit verder geëvolueerd. we zijn heel snel vertrokken.

 

Philippe: We zijn met  de tekst van Arne( NDLR Arne Sierens) begonnen. Het was echt een verzameling van fragmenten, We hebben geprobeerd om er samen een eenheid van te maken. Dat is ons gelukt denken we. Arne (Sierens) heeft het resultaat gelezen en heeft zijn goedkeuring gegeven. Hij heeft, laat ons zeggen, een controle-lezing gedaan. Daarna  zijn we begonnen met audities. Er wordt een oproep binnen Opendoek-leden gelanceerd.  We hebben X aantal auditiedagen gehouden. Bepaalde mensen werden weerhouden, ook een beetje geografisch gespreid zodat het niet allemaal vanuit één hoek kwam.

Patrick: Er zitten er inderdaad tussen van Roeselare, West- Vlaanderen, Heist op Den Berg, Limburg, van Oost-Vlaanderen. Eigenlijk zitten hier 4 of 5 Vlaamse provincies samen.

Het initiatief is ook uitgegaan van Théâtre 2000?

Philippe: Neen, die hebben ooit een Arne Sierens gespeeld en die deden dat zo graag dat ze aan hem gevraagd hebben: “Heb je nog een Franse tekst voor ons liggen?” En die was er, maar ze gingen daar voorlopig niets mee doen.

Patrick: En vandaar dat Théâtre 2000 één van de eersten waren die zeiden: “Kunnen wij met onze acteurs meedoen ?” Théâtre 2000 is één van de weinige theatergezelschappen in Wallonië die met die thematiek durven werken. Want in Wallonië kennen ze deze thematiek amper.

Philippe: Ja, de VDSCF1583 intlaamse dramaturgie kennen ze niet echt. Ze zijn echt compleet nog op de Franse en vaak traditionele dramaturgie geënt.

Patrick: Het klassieke repertoire. Dit …, Théâtre 2000 is daar zot van. En vandaar dat zij één van de eersten waren die zeiden: “Kunnen wij met onze acteurs ook meedoen?”

 

En valt dat mee?

Patrick en Philippe: Ja, het is ongelooflijk

Dus de aanpassing van de acteurs naar die stijl verloopt eigenlijk goed?

Patrick: ja. Malika, die je het laatst gezien hebt, is daar nog een duidelijk voorbeeld van: dat ze nogal snel in de dramatiek vallen en in de pathetiek. Terwijl wij, Vlamingen, vertellen. En wij hebben blijkbaar een andere traditie en voor hen is dat heel interessant, leerzaam ook. Maar ook moeilijk. Als je dat stuk van een Arne Sierens neemt en je vult het volledig zo in met die dramatiek en die pathetiek, dan wordt het een zwaar en tragisch stuk.

Zien ze daar de baten van in? het zijn allemaal amateurkunstenaars, dat bijsturen moet wel heel zwaar zijn om te aanvaarden?

Philippe: Ja, ze zijn het ook gewoon om toneel te spelen. Toneel spelen is repeteren en bijsturen.

Patrick: De Vlamingen zijn dan interessant omdat daar ook mee moet gewerkt worden. Die wisselwerking is interessant, dat ze kijken naar mekaar en mekaar interessant vinden. Dat doorbreekt een ontzettende barrière, niet alleen een taalbarrière. Dat zijn nu twee amateurkunsten-afdelingen die daar contact leggen en samen iets doen. Dat vind ik fenomenaal.

Nu naar het publiek toe, hoe gaat de tweetaligheid opgelost worden?

Philippe: door vertalingen.

Patrick: met een tekst op de achtergrond..Ik ga ervan uit dat 80% van het publiek in Vlaanderen de Franse tekst zo mee heeft. In Wallonië zal het iets moeilijker zijn en is de vertaling zeker nodig.

Zoals West-Vlamingen … ik denk dat die naar de tekstbalk zullen kijken want er zijn stukjes bij die zo snel gesproken worden dat het soms wat moeilijk is om het te begrijpen.

Patrick: het nadeel van tekstbalk is dat je maar een gelimiteerd aantal karakters hebt dus je krijgt altijd een samenvatting. Als die emoties en die situaties zo mooi zijn, dan voel je waarover het gaat.

We hebben daarnet gesproken over de selectie van de acteurs. Dus er zijn audities geweest? Hadden jullie bij de selecties zelf bepaalde criteria voor ogen?

Philippe: Eigenlijk het belangrijkste: een zekere soepelheid en aanpassingsvermogen.

Patrick: We hadden de situaties uit de tekst gehaald zonder dat zij de tekst kenden. Ze kregen de tekst niet. We bouwden de situaties op. Die later herkenbaar zijn geworden bij hen door het feit dat ze het moesten spelen. Ook hebben we met muziek gewerkt, op een bepaald moment hebben wij muziek opgelegd en nu herkennen ze plots dat muziekje. Dan creëerden we een sfeer en dan gaven wij impulsen. Met tweeën is dat wel altijd plezant omdat we constant een impuls kunnen geven op het moment, constant. En dat was interessant voor hen maar ook vermoeiend. En dat waren situaties bijvoorbeeld situaties zoals : je komt binnen, je hebt een verjaardagsfeest, je staat daar met uw lief en je hebt gasten gevraagd. Het is het einde van het feest en op een bepaald moment staat er plots en andere gast. En tegen die andere gast had je gezegd  “jij bent het ex-lief van die vriendin”, maar die andere wist dat niet. Dat waren allemaal zulke situaties.

Philippe: En op basis daarvan hebben wij een selectie gemaakt. En het zou goed kunnen dat we fantastische mensen niet genomen hebben en omgekeerd ook, dat weet ik niet.

Patrick: We hadden ook de leeftijd in ons achterhoofd, wie speelt er mee.

Philippe: Ja en het type.

Patrick: Dat beeld is constant gegroeid, we wilden een café hebben en we vonden een aantal types heel mooi om naar te kijken, die konden niet zo goed acteren maar wil jij in het café zitten heel de avond? Het suggereert een café, het café is daar en dat is het zaaltje, daar de wc en wat nog allemaal. We zijn daar van afgestapt. Gelukkig dat we dat allemaal nog niet verteld hebben, het kan misschien geblokkeerd hebben.

Werken jullie regelmatig samen?

Philippe: Regelmatig is veel gezegd maar we hebben nog wel samen gewerkt. Het gebeurt niet zo vaak dat je met z’n tweeën regisseert. Dat is deel van het experiment.

DSCF1742intPatrick: We zien mekaar graag en tot nu toe hebben we nog geen ruzie gemaakt. Dat is belangrijk. En de acteurs, dat is heel vreemd, hebben daar geen problemen mee. Want het zijn vier ogen die hen bekijken, dat is ongelooflijk voor hen.

Philippe: Doordat we geografisch ver van elkaar zitten kunnen we niet een repetitie van twee uurtjes ‘s avonds doen. Dus we waren aangewezen op weekendwerk en we hebben ook dagen dubbel gewerkt. Dus de ene werkt met een groepje en de andere met een ander groepje. Dan heb je een groter rendement.

Hebben jullie dezelfde aanpak nodig?

Philippe: Ja, daarvoor praten we de dingen ook vooraf door. We zien mekaar meer dan de repetities. Wij ontmoeten elkaar tijdens de week en evalueren en zeggen: “We gaan die richting uit of we gaan dat ermee doen”.

Patrick: Als ik nu voor mezelf mag praten, ik heb het nu, vandaag, nog eens meegemaakt. Op een bepaald moment hebben wij samen “encore” gezegd. We waren aan het repeteren, jullie waren hier misschien nog niet. We zitten alle twee zodanig op dezelfde golflengte, en dat is dan wel een heerlijk gevoel.

Maar gebeurt het soms dat jullie andere meningen hebben?

Patrick: Ja, ja!

En hoe los je dat op?

Patrick: Uitpraten!

Wanneer jullie mekaar tussendoor ontmoeten om af te stemmen, om de richting te bepalen, dan kan je zo eens dingen uitpraten. Maar als dat zich voordoet op het moment van de repetitie zelf?

Philippe: Ja, maar sommige dingen zijn  goestingen, andere dingen kan je argumenteren. Er is een tekst, en een tekst heeft soms zijn referentiekader. Soms kan je zeggen:” a maar dit staat hier in de tekst.” En dan heb je zoiets van ja, oké, inderdaad. DSCF3355 int

Patrick: We discussiëren nooit als de acteurs er bij zijn. Dan denken we op een bepaald moment: “Hola ik zwijg nu.” Dan komt Philippe bijvoorbeeld zeggen: “Patrick heb jij gezegd dat dat moest geschrapt worden?” Bijvoorbeeld die vest, ik zal je een fragment geven. Die vest werd gisteren, tijdens de repetitie gegooid. En zij gooit die vest, maar Fabien moet normaal zeggen: “Trek mijn vest uit!” Die zin kon hij niet zeggen omdat zij zo organisch speelde dat ze haar vest uittrok en onmiddellijk naar hem gooide. En die zin was weg. Oke nu spelen ze dat opnieuw zonder die zin en Philippe komt naar mij: “Patrick die zin is weg, heb jij dat gezegd?” En dan heb ik gezegd tegen Philippe: “Ja gisteren is het organische bespeeld geweest”. “Ja maar dan moeten we nu goed afspreken: ga je die zin er in laten of ga je die zin er niet in laten?”

Jullie ervaring tot nu toe om met twee te werken?

Philippe: Dat is anders maar dat is ook verrijkend. En pas op, soms is alleen regisseren eenzaam. Ik kan het u verzekeren. Het is nu echt wel een luxe dat  je kan overleggen. Dat je mekaar aanwakkert, dat je twijfels en noden uitspreekt. Tezelfdertijd als Patrick iets zegt, zet het mij aan het denken. En ge zijt weg. Als je alleen regisseert kan je tegen uw spiegelbeeld babbelen.

Patrick: Dan heb je één-piste en dan denk je dat die piste goed is terwijl dat, als je met zijn tweeën bent, dan zeg je: “Ja, maar we kunnen misschien dat doen en ah, ja, dat ook.” Maar ik vind het woordje respect wel heel belangrijk. Dat is een heerlijk gevoel als je artistiek bezig bent en je hebt respect voor mekaar. Dat is heel bestuivend en heel verrijkend. Ik denk, ik hoop dat ze dat voelen. Dat ze dat ook kunnen voelen. Ik ben blij voor amateurkunsten dat zij nu ook ervaren dat je niet in een groep moet zitten om iets te doen. Dat is hier een groep die niet meer gaat bestaan, straks. Die groep is gedaan.

Is dat niet nog een bijkomende dimensie die ze geven?

Patrick: Ja dat zou kunnen. Bram Vermeulen zag ooit: “ik heb een steen verlegd”. Dat is hier ook het boeiende. Die elf mensen hebben dus iets meegemaakt dat anders niet zou gebeurd zijn. In hun persoonlijk leven, in de creatieve “Cloud” hebben zij iets gedaan. En dan kan je niet meer zeggen: “Het is niet gebeurd.” Nee! Ze gaan daar misschien zelf met veel plezier over babbelen binnen tien jaar, binnen vijftien of twintig jjaar. Er is iets gebeurd!

Philippe: Je kan je ook afvragen: “Is er de wil?” We voelen dat ook wel. Is er de wil, zeker bij de spelers, om daarmee verder te gaan? Uiteraard, maar je moet ook de background hebben, je moet geholpen worden. Christophe, als productieleider, steunt ons daar ook in. Je moet een organisatie op poten zetten.

Patrick: En Open Doek. Er bestond niets, er was geen decorbouwer, er was geen repetitieruimte er was niets van kostuums, dus ja, dan moet je iedere keer maar mensen vinden die zeggen: “We springen op die trein en we doen mee.” Dat heeft veel in gang gezet.

Ben je betrokken bij de inhoud van het verhaal? Voor mij is dat een wereld die ik niet ken. Dat café in een dorp, dat is iets dat ik niet ken.

Patrick: wij hebben veel van die volkse cafés

DSCF3316 reworkedPhilippe: Ik sta daar verder van af omdat ik niet veel op café ga, maar Patrick gaat dat wel weten. Patrick kent dat zeker.

Patrick: Dat is ongelooflijk Vlaams. En Arne Sierens heeft daar een feeling voor, ongelooflijk. Dat is ook zijn visitekaartje, dit soort thema’s en die verhalen van die gewone mensen die elk hun eigen verhaal hebben. En op de duur die dramatiek van een verhaal niet meer hebben maar gewoon vertellen. Zoals bijvoorbeeld stamgasten verhalen vertellen tegen elkaar. Gewoon vertellen, zonder meer….dat is zo mooi.

 

CLICKLIK :De speeldata van Charleroi.
Vrijdag 23 september: Avondvoorstellling
Zaterdag 24 september: Avondvoorstelling
Zondag 25 september: Matinée maandag
Dinsdag 27 september: Avondvoorstelling tijdens het Feest van de Federatie Wallonië-Brussel
Moeskroen: 9 december


DSCF2527 test 3200 ASA

Interviews Magda Verberckmoes
Foto’s Eric Rottée

Spots op west 2016

SpotsOpWest_logo_2016Een charmant theaterfestival van OPEN DOEK te Westouter

Het 14de zomer theaterfestival Spots op West, van 7 tot 10 juli in Westouter, is een amateurtheaterfestival waar het ganse dorp Westouter aan meewerkt. De lokale inzet is groot. Dorpsbewoners stellen met enthousiasme locaties ter beschikking en leven mee met het festival.
Een 40-tal gezelschappen spelen overal in het dorp de pannen van het dak. Tussendoor is er ook allerhande randanimatie.

 

Spots op west © Luk Dombrecht
foto Luk Dombrecht

TONEEL

Toneel is er te zien op vele markante locaties. Ik noem er hier enkele op: het amfitheater van de gewezen vakantiekolonie ‘Kosmos’ – een brouwerij – de plaatselijke feestzaal Corneblomme, die stamt uit de tweede helft van de 19de eeuw – de Sint-Eligiuskerk enz…
Nieuw dit jaar zijn de individuele vertellingen die plaatsvinden in de zetelliftjes van de kabelbaan Cordoba, hoog in de lucht.

OPENINGSACT

Spots op West start met een openings act van West-Vlaamse bodem. Sleutelfiguur is Wannes Cappelle, zanger-liedjesschrijver van de band ‘Het Zesde Metaal’ en ook bekend als ‘Wantje’ uit de televisieserie ‘Bevergem’. Hij zet een uniek project op poten met de Koninklijke Harmonie Ypriana. ‘Olympiërs in Flanders Fields’ is een concert over de door de oorlog afgelaste Olympische spelen van Berlijn in 1916. Het muziekstuk werd gebaseerd op het gelijknamige boek van politicoloog Herwig Reynaert. Deze openingsact vindt plaats in het amfitheater.

RANDANIMATIE

Een greep uit de aangeboden randanimatie: relaxerende massage, tai-chi, grime, een circus-workshop, muziekoptredens (o.a. Guido Belcanto), een permanente foor. Dat vindt allemaal plaats op het Dorps-Onthaal-Punt of kortweg DOP: een groot grasplein vlak achter de dorpskern. Daar staat de grote, feestelijke spiegeltent waar je tussen de voorstellingen door altijd naar kan terugkeren.

FESTVALTREIN

Alle plaatsen zijn makkelijk bereikbaar vanaf de dorpskern, op enkele na. Maar dan brengt de festivaltrein je gratis naar de verder gelegen bestemmingen.

ORGANISATIE

De organisatie ligt in handen van OPEN DOEK vzw en vele lokale vrijwilligers, zonder hen was dit festival niet mogelijk geweest. Het belangrijkste natuurlijk is een enthousiast publiek dat wil en kan meespelen in het grote schouwtoneel dat het dorp Westouter is van 7 tot 10 juli.

 

Voor meer info en programma zie www.spotsopwest.org

Organisatie OPEN DOEK zie:  http://www.opendoek-vzw.be/

Je moet er alle dagen mee bezig zijn

Kunstschilder Erik De Meuleneere,
realist en detaillist

IMG_6060

Ooit was hij officier in de lange omvaart op de zeven wereldzeeën, later leidde hij een bedrijf met 120 man in ‘de Congo’ en toen vond hij in Lokeren een nieuwe adem als kunstschilder. “Ik denk dat ik zowat zevenhonderd schilderijen gemaakt heb, en meer dan achthonderd tekeningen”.

Erik De Meuleneere (79) is voltijds bezig met tekenen en schilderen. Via zijn vader had hij al veel vrienden in de kunstwereld gemaakt en had hij zo stilaan de smaak te pakken gekregen. “Maar om te beginnen was er de academie in Brugge”

“Je moet wel een beetje talent hebben, anders begin je er maar beter niet aan. En dan moet je er alle dagen mee bezig zijn: tekenen, schetsboek altijd bij de hand, en dan schilderen.”

Hoe zou je zelf je stijl benoemen?

“Ik zou mezelf realist én detaillist noemen. Dat zie je ook in mijn werken. Ik heb altijd mijn eigen zin gedaan, niets willen nabootsen. Wat er bijvoorbeeld in het SMAK te zien is, zou mij trouwens niet kunnen inspireren. Ik zou daar nooit willen exposeren. Al vind ik Borremans bijvoorbeeld wel klasse. Maar Luc Tuymans heeft naar mijn gevoel een veel te groot ego. Kunstenaars met zo’n groot ego, ik vind dat flauwekul.”

In zijn atelier hangt en ligt een keure van kunstwerken: portretten, natuurbeelden, en enkele werken die duidelijk op jazz geïnspireerd zijn. Erik De Meuleneere is dan ook sinds jaar en dag een drager van de Lokerse jazzscene.

“Mijn favorieten? Ik noem er maar een paar: Count Basie, Stan Getz, Oscar Peterson, John Coltrane, Miles Davis…”

Ook boeken kan hij smaken: “twee tot drie per week, vooral Franse literatuur.”

Zijn er dingen die jou tot tranen toe kunnen beroeren?

“O ja, Argentijnse muziek bijvoorbeeld. Of Edward Hopper, die heeft zo veel kunstenaars geïnspireerd. Ik heb alles van hem verzameld wat ik te pakken kon krijgen, ik heb meer dan vierhonderd foto’s van zijn werken”.

De ene helft van de wereld probeert de andere helft uit te moorden. Kan kunst daar iets aan veranderen?

“Ik denk het niet, dat zou niet lukken. Je moet al goed opletten welke woorden je op Facebook gebruikt. Vooral in islamlanden zijn ze daar heel gevoelig aan. Ik heb geschreven over Iran, Irak, Koeweit…Ik kreeg dan wel eens een opmerking of ik wel juist in mijn hoofd was. Niet doen, dus. Congo, in vergelijking, dat viel nog mee. Al moet je niet proberen de problemen met de mijnontginning uit te leggen. Mensen begrijpen dat toch niet.”

Wordt er in de opleiding in de middelbare scholen voldoende aandacht aan kunst besteed?

“Neen, absoluut niet. Ik heb het niet alleen over beeldende kunst, maar ook over muziek. Ik word daar triest van. En als die tieners naar de unief gaan, is het eigenlijk te laat.”

Wat kost een kunstwerk van jou,  eigenlijk?

“Moeilijk te zeggen, het hangt onder meer af van het formaat van het werk. Je moet weten, een doek kost makkelijk 70 tot 90 euro en voor een tube goede verf ben je al gauw 35 euro kwijt.”

Hoe wil je, na je dood, herinnerd worden?

“Totaal niet, niks. Ik ben trouwens atheïst. Ik wil gecremeerd worden en dan mogen ze mij in zo’n urne in zee dumpen. Gedaan is gedaan.”

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto: Bernadette Van de Velde