Interviews

Jean De Groote schildert
het ding ‘an sich’

Eén van de eerste werken die ik zag van Jean De Groote via sociale media was dat met het rood/oranje lint. Op slag verzot was ik op de reeks ‘The Essence of Things’. De gedachte – waarom hangt dergelijk werk niet in een museum- ontsnapte me. Hier geen gigantische formaten, geen overweldigende kleuren maar stil en poëtisch werk, werk dat je treft in het hart van je ziel. Eenvoud siert. Een interview met KUNSTPOORT ? Voor Jean De Groote was dit zeker geen probleem. We hadden een constructief gesprek.

Kunstpoort Als ik je site bekijk, merk ik dat je rond thema’s werkt zoals Fremdkörper, Stop Motion, The essence of Things….. Zijn dit thema’s die zich opdringen of ga je echt op zoek? Ik heb het gevoel dat uit één bepaalde reeks een andere voortvloeit. Heb ik het juist en hoe ontstaat dit werken rond een thema?
Jean De Groote Een thema is voor mij een leidraad, een hulpmiddel. Soms mediteer ik dagen lang in mijn atelier. Isolde De Buck vergeleek mijn atelier terecht met een monniken cel. Onder meditatie komt iets, een gedachte dringt zich op. Dit was het geval met ‘Giallo di Napoli’. Ik zag een vanille pudding en zo ontstond het idee voor ‘Giallo di Napoli’. Door een voorwerp te isoleren zoek ik de ware betekenis in of achter iets. Het onuitsprekelijke wordt zichtbaar. Zo is een object niet zo maar een ding maar een voorwerp met een eigenheid ‘an sich’. Ik schilder bijvoorbeeld 2 memo blaadjes. Ik vertaal het ‘niets’. Hier is geen verhaal alleen maar eerlijke kunst.

Kunstpoort Je schilderingen zijn meer dan gewoon maar een goede weergave van een object, een voorwerp… de voorwerpen hebben een eigen taal, een ziel. Wens je dat dit ook zo overkomt op de kijker? Of mag het publiek een schilderij ook gewoon tout court mooi vinden?
Jean De Groote Schoon of lelijk, dat is van geen belang. Ik heb niet de bedoeling een mooi werk te maken maar wel een sterk werk.

Kunstpoort Je schilderijen bevatten geïsoleerde beelden die verwarring wekken en vragen doen stellen. Ga je graag een dialoog aan met de kijker of laat je de interpretatie over aan de toeschouwer zonder er over te praten?
Jean De Groote Ik ga graag in dialoog met de kijker. Mijn educatieve ingesteldheid komt dan naar boven.

Kunstpoort Kan kunst de wereld veranderen? Moet kunst geëngageerd zijn?
Jean De Groote Engagement is niet nodig. Enkel kunst is zalvend en kan de wereld redden. Kunst maken, kunst kijken zet aan tot nadenken. Kunst maakt indruk. Uit kunst komt niets slechts voor. Geef politici zoals president Trump een inwijding in de kunst, ze zouden minder geobsedeerd zijn door oorlog.

Kunstpoort Ik zag een foto van je atelier. Op de muur staat ELEUSIS geschreven of geschilderd. Die enkele letters intrigeerden me en Ik ben wat opzoekingswerk begonnen. Ik ontdekte het bestaan van de mysteriën van Eleusis, een populaire mysteriecultus. Heb ik het bij het rechte eind of betekent deze ELEUSIS iets anders?
Jean De Groote ELEUSIS staat al 30 jaar op mijn muur. Let ook op de wit ruimte tussen ELEUS en IS. Het geschreven woord sluit mooi aan bij mijn werk. Ik verwijs naar de ideeënleer van Plato en zijn filosofisch idealisme. Er is het raadsel van de schijnwereld. Zelf denk ik ook aan een ideële wereld. Ook Malevich wilde een autonome spirituele kunst naast de ‘echte’ wereld via zijn theorie van het suprematisme.

Kunstpoort Op je schilderijen komt weinig kleur voor en ligt de verf er dunnetjes op. Er straalt een soort tristesse van uit. Heb je nooit zin om een uitbundig schilderij te maken dat barst van de kleuren gewoon om jezelf te verrassen? Denk je dat dit ooit zou kunnen gebeuren?
Jean De Groote Als ik schilder probeer ik de ziel van een object te ontdekken. Daarom is er zo weinig kleur. Ik wil me ontdoen van alle ballast. Kleur moet zin hebben. Als ik een stervende Lone wolf schilder heeft kleur geen zin. Ik verwijs naar Malevich die zijn wit vlak schilderde wat niet betekent dat hij hier geen fysische inspanning leverde. Vroeger durfde ik wel eens kleur gebruiken in mijn werk. Ik ben niet vastgepind op één bepaalde stijl. Ik ben zelfs graficus van opleiding, ook conceptuele kunst is mij niet vreemd. Dat in de toekomst ooit veel kleur binnendringt in mijn werk, sluit ik niet uit.

Kunstpoort Maak je voorstudies, broed je lang op een idee?
Jean De Groote Lukraak schilderen doe ik niet. Er is steeds een idee, voorstudies zijn er niet. Het formaat is afhankelijk van het onderwerp. Ik spijker canvas op de muur. Eénmaal het schilderij af is, wordt het opgespannen.

Kunstpoort Heb je graag achtergrondmuziek terwijl je schildert of hou je het bij de ultieme stilte?
Jean De Groote Ik heb graag klassieke muziek, radio Klara.

Kunstpoort Voel je je verwant met andere hedendaagse kunstenaars?
Jean De Groote Ik voel me verwant met Gerhard Richter. Ook mijn werk is niet in een bepaald hoekje te dringen of te vatten in één stijl. Veelal aanvaardt men dit niet, bij grote namen als Gerhard Richter natuurlijk wel.
Ik voel ook affiniteit met Francis Alys, een Einzelgänger zoals ik er één ben. Bij absolute kenners heeft hij veel succes omdat hij puur en authentiek is. Het werk van Francis Alys is poëzie en wat in zijn voordeel spreekt: hij schuwt alle spektakel.

Kunstpoort Kan je gemakkelijk de knop omdraaien en je kunst opzij zetten?
Jean De Groote Dat gaat moeilijk, telkens opnieuw dringt iets zich op zoals de schoonheid van een ding, een kopje koffie, een bril, een ‘robe rouge’. Schoonheid is trouwens overal te vinden ook bij bejaarde mensen in een woonzorgcentrum. Kunst is niet los te koppelen van het dagelijks leven.


Kunstpoort Vind je dat je voldoende respons krijgt op je kunst?
Jean De Groote Neen niet echt. Ik mis een netwerk. Mezelf verkopen kan ik niet. Een kunstenaar hoort thuis in zijn atelier en kan geen manager zijn. Hoe krijgt men een forum? Curatoren zijn soms aan handen en voeten gebonden. Philippe van Cauteren artistiek directeur van het S.M.A.K. zal ongetwijfeld ook luisteren naar Stad Gent. Hoe komt het dat sommige kunstenaars zoals Rinus Van de Velde een megasucces hebben? Een echte hype zijn? Veel vragen, weinig antwoorden.

Kunstpoort Zelf ben ik benieuwd wat deze jonge kunstenaar nog zal maken in de toekomst.
Jean De Groote Volgens mij weinig nieuws.

Kunstpoort Wat is volgens jou de ideale tentoonstellingsruimte voor je werk: witte muren zoals nu binnenkort bij Galerie S&H De Buck, een grote desolate of een huiselijke sfeervolle plek? Wat is je ultieme droomlocatie? Welk museum zie je wel zitten voor je werk?
Jean De Groote Ook al hangen ze wel mooi, een galerie is steeds beperkt. Met één van de zalen van het S.M.A.K. zou ik wel tevreden zijn.

Kunstpoort En het MSK te Gent?
Jean De Groote Een confrontatie met stillevens van Joachim Beuckelaer zou ik zeker niet weigeren.

Kunstpoort Tot slot een vraag die misschien de eerste in de rij had moeten zijn, hoe het allemaal begon?
Jean De Groote Het klassieke verhaal: toen ik klein was had ik een ongebreidelde creativiteit. Op 16 jarige leeftijd was mijn grote droom kunstenaar en leraar worden. Ik ging naar de kunstacademie om kunstenaar te worden en ben het steeds gebleven. Mijn educatieve droom werd ook werkelijkheid.

 

Jean De Groote stelt binnenkort tentoon in Galerie S&H De Buck
Zuidstationstraat 25 – 9000 Gent

Les Fleurs du Rue de Temple

opening: vrijdag 27 oktober om 20u
Inleiding door Prof. Johan Braeckman
Tentoonstelling:
27 oktober tot en met 25 november 2017
wo. do. vr. za. 15u tot 18u of op afspraak
gesloten op zon- en feestdagen

http://galeriedebuck.be/
http://www.jeandegroote.com/

neem in kijkje in zijn atelier, zie reportage op kunstpoort
https://kunstpoort.com/2017/08/09/de-deur-op-een-kier-het-atelier-van-kunstenaar-jean-de-groote-in-360/

 

 

 

 

 

 

 

tekst: Kathleen Ramboer
foto’s: Jean De Groote en
Kathleen Ramboer

 

 

 

Pia Cabuy en haar ‘umheimliche wereld’

Het werk van Pia Cabuy leerde ik kennen via de sociale media.
Het intrigeerde me en ik was benieuwd naar het verhaal achter de werken. Haar tentoonstelling in Het Achterhuis bleek hét geschikte moment voor een interview.
Pia Cabuy ontving me hartelijk op een zonnige namiddag in het Achterhuis. Na een aandachtige observatie van de schilderijen kon het interview van start gaan. De ruimte op de eerste verdieping met mooi diffuus licht, ook aan de fotograaf werd gedacht, leek ons daarvoor uitermate geschikt.

Kunstpoort: Je werk lijkt me zeer persoonlijk. Kunstenaar Gery De Smet maakte in KUNSTLETTERS met reden de opmerking Eindelijk iemand die geen fotootjes schildert, ze hebben iets therapeutisch. Waaruit put je je inspiratie? Ervaringen? Positieve of negatieve?
Pia Cabuy: Ik schilder nooit naar foto’s. De eerste jaren moest ik als het ware een eigen rugzak leegschilderen. Via mijn werk kwam ik in aanraking met slachtofferhulp en teleonthaal, heel veel ellende, vaak bij kinderen en dat vindt zijn terugslag in mijn werk. Nu wordt de ellende doorgetrokken naar terreur, terreur die ik van me moet afschilderen.

Kunstpoort: Op je site las ik het volgende Freud slaagt erin te duiden dat het unheimische een esthetisch concept is omdat we in de kunst kunnen genieten van een ervaring die in de werkelijkheid onaangenaam is. Nergens vind ik in je werk iets dat afstoot integendeel, ik vind ze enorm aantrekkelijk wat kleur betreft en zelfs decoratief. Maar dat is waarschijnlijk niet de onderliggende bedoeling? Geeft je werk je innerlijke ziel weer?
Pia Cabuy: In mijn werk of beter gezegd onder mijn werk zit er een ziel. En toch drama werken maken wil ik niet. Mijn schilderijen zijn wel ‘unheimlich’, bevreemdend, beklemmend maar blijven esthetisch en aangenaam om te bekijken. De boodschap laat ik open. De kijker zorgt voor een eigen interpretatie. Ik vertrek vanuit de wereld van het kind, een wereld vol fantasie en vrolijkheid die in bepaalde situaties aan flarden wordt gescheurd. Vandaar vrolijke monsters en feeërieke landschappen die opduiken in mijn schilderijen.

Kunstpoort: Je kleurgebruik is niet alledaags. Paarse tot roze tinten tegenover variaties van groen. Denk je bewust na over een kleur of werk je eerder impulsief? Wil je iets speciaals uitdrukken met je kleurgebruik? Een stemming bijvoorbeeld, een gevoel?

“JE SUIS UNE PRINCESSE ET JE VOUS EMMERDE”

Pia Cabuy: Mijn kleurgebruik is  bewust. Omdat ik vertrek vanuit de wereld van het kind gebruik ik vaak rooskleurige en pastel tinten. Tegenwoordig gebruik ik zelfs glitters en parels waarop kinderen enthousiast reageren. Ze vinden mijn werk tof en mooi en maken er een verhaaltje rond. Ik schep vreemde situaties zoals een gordijn in het landschap. Wat zou daarachter zitten? Waar brengt het schilderij me naar toe?

Kunstpoort: Tegenwoordig werk je ook met texturen, met reliëf accenten. Vanwaar deze evolutie, om je schilderijen nog expressiever te maken?
Pia Cabuy: Reliëf geeft de mogelijkheid accenten te leggen en expressief te werken. Gruis en stenen schuilen onder de verf. Dit refereert naar de periode dat ik beelden in keramiek maakte. Dit is ook de reden waarom ik op een niet conventionele manier omga met verf. Ik schilder plastisch, met vingers en handen.

Kunstpoort: Ik merk op aan de hand van oud en nieuw werk dat je direct een eigen stijl had, er zijn geen referenties naar andere kunstenaars.
Pia Cabuy: Veel mensen hebben die opmerking al gemaakt. Ik hou van authenticiteit en zal zeker ook nooit trucjes of eenzelfde procedé handhaven omdat die nu eenmaal aanslaan in de wereld van de kunst.

Kunstpoort: Je werken vertonen bijna nergens herkenbare gezichten, gezichten zijn enkel een gekleurde invulling. Heeft dit iets met vervreemding of met het ‘unheimliche’ te maken?
Pia Cabuy: De gezichten zijn anoniem en verwijzen naar de onuitsprekelijke verbazing over de ‘lelijkheid’ van de volwassenheid. Ik schilder het universele gezicht. Met het kind en verbaasd als een kind sta ik aan de zijkant te observeren: de soms negatieve wereld van de volwassenen, een wereld van agressie en terreur. Vaak stralen de werken ook een sfeertje uit van ‘sois belle et tais-toi’, een allusie op een onpersoonlijke wereld vol uiterlijke schijn.

Kunstpoort: Je werkt nogal veel met vierkante formaten. Is hier een bepaalde reden voor? Misschien compositorisch?  Om een bepaalde stemming uit te drukken? Een vierkant schilderij brengt een gevoel van stabiliteit over, een soort rust.
Pia Cabuy: Eerlijk gezegd ik had dit zelf nog niet opgemerkt, het is een onbewuste keuze.

Kunstpoort: De titels zijn soms cijfers, soms logisch en ook wel leuk zoals Press the buttom – Happy little paintings – Hello from the other side- maar ook voor een omstaander soms totaal onbegrijpbaar of zelfs ongrijpbaar. Hecht je veel belang aan je titels, ik veronderstel van wel.
Pia Cabuy: De cijfers verwijzen naar de datum waarop het werk gecreëerd is. Vaak vertrek ik vanuit een titel of vanuit een gevoel dat ik kost wat kost wil uitdrukken en zal vastleggen op welke manier dan ook. Soms hou ik de titel voor mezelf de toeschouwer heeft er het raden naar… Bij het werk ‘Ariane’ was er eerst de titel en dan het werk. Het schilderij verwijst naar de zelfmoordaanslag na het concert van Ariana Grande in Manchester, een eerbetoon aan de slachtoffers.

Ariana

Kunstpoort: Je toont je werk op facebook, sociale media, de webgalerie van kunstwerkt, je hebt een eigen site … kortom je werk wordt veel bekeken op een computerscherm. Vrees je niet dat de tactiliteit op het scherm verloren gaat? In een tentoonstelling wordt je rechtstreeks geconfronteerd met een werk, de materie, verf, borstelstreken, doek….op het scherm voel je de materie niet. Je mist een soort beleving. Eist jou werk dit niet? Vind je dat niet erg of vervelend?
Pia Cabuy: Met je werk moet je naar buiten treden. Het heeft geen zin de schilderijen op te stapelen in je atelier.

Kunstpoort: Als ik je site en de webgalerie van KUNSTWERKT bekijk, lijk je enorm productief, van waar die scheppingsdrang? Ben je er bij wijze van spreken dag en nacht mee bezig?
Pia Cabuy: Ik noem het een gezonde verslaving. Ik werk fulltime en ieder vrij ogenblik is er één om te schilderen. Soms sta ik om vijf uur op, dan is het lekker rustig en heerlijk om te schilderen. Ik heb een enorm grote drang om mijn gevoelens weer te geven en dat lukt me best met mijn schilderkunst. Kleinere werken maak ik thuis. Grotere werken worden op de academie gemaakt al kan ik me daar soms minder concentreren.

Kunstpoort: Welke eigenschappen bewonder je in een kunstenaar, eigenschappen die jezelf niet hebt?
Pia Cabuy: Ik ben een bewonderaarster van Louise Bourgeois. Haar werk is uitgepuurd.

Kunstpoort: Reeds meerdere malen werd je werk opgemerkt door onder andere Gery De Smet en laatst nog door Philippe Van Cauteren, artistiek directeur S.M.A.K. Wat doet dat met je?

De keuze van Philippe Van Cauteren artistiek directeur S.M.A.K. – 151214 1

Pia Cabuy: Horen dat je ‘goe’ bezig bent doet deugd. Het is een soort bevestiging, het motiveert en geeft je een duwtje in de rug.

Kunstpoort: Hoe zie je verder je carrière?
Pia Cabuy: Zoals Louise Bourgeois wil ik stokoud worden en wil ik verder schilderen tot mijn 98ste. Soms droom ik: als ik met de lotto schandalig rijk wordt dan koop ik de schilderswinkel leeg, de duurste verf, de beste borstels, de mooiste canvassen… heerlijk!

Kunstpoort: Geloof in je dromen en nog veel succes met je zeer persoonlijke schilderkunst.

info
http://piacabuypaintings.weebly.com/
http://www.kunstwerkt.be/webgalerie/artist/404
Beoordeling Gery De Smet in KUNSTLETTERS: http://www.kunstwerkt.be/webgalerie/work/7427

 

tekst: Kathleen Ramboer
foto: Eric Rottée
foto’s schilderijen: Eric Rottée en Pia Cabuy

 “Een foto wordt na jaren misschien sterker.”

De passie van de straatfotograaf

In een vorig leven was Dirk Wollaert (62) HR-manager bij BP. Hij werkte tien jaar in overheidsdienst, ook een tijdlang voor Gazet van Antwerpen. Toen werd straatfotografie zijn passie. “Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien.”
Hij kreeg in 1992 een aanbod van BP om bij hen te komen werken, en dat was de start voor een internationale carrière. Maar hij werd al vroeger fataal gebeten door de fotomicrobe. Zijn favoriete camera is een professionele Canon, met een joekel van een Tamron-lens.

Hoe komt iemand met jouw achtergrond in de fotografie terecht?

“Ik was altijd enorm geïnteresseerd in fotografie, ook vanuit mijn familiale achtergrond. Er was een beetje competitie tussen mijn broer, nonkels en neven om de mooiste foto’s te maken en die ook te presenteren.”
“Op mijn achttiende heb ik mijn eerste fotowedstrijd gewonnen. Het ging over natuur en natuurbehoud, een lokale wedstrijd in Merelbeke. Toen kreeg ik het idee: er zit iets in mijn foto’s.”
“Ik was nogal veel op pad met mijn elf jaar jongere broer. Hij kreeg de smaak te pakken en ging fotografie studeren aan het Narafi in Brussel.  Zelf heb ik nooit fotografie gestudeerd. Ik ben selfmade.”
“ Mijn elf jaar jongere broer is op zijn negentiende verongelukt, waarna ik de fotografie aan de kant geschoven heb, ik kon geen foto’s meer zien. Ik had daar een schuldgevoel bij.”
“Toen heeft de fotografie lang stilgelegen maar ik heb altijd het idee gehad, ooit pik ik de draad weer op. En dat is gebeurd, halfweg de jaren negentig.”
“Het idee was, als ik mijn job kan afsluiten – prestaties, altijd maar prestaties maar de creativiteit was ver weg –  en op mijn vijfenvijftig zat ik na een zwaar project dicht tegen een burn-out, ik was op. En toen heb ik gezegd: ik wil opnieuw mijn fotografie oppikken en toen heb ik mij ingeschreven aan het KISP. Ik wilde goede foto’s maken, mijn toestel leren kennen en zo kreeg ik de smaak weer te pakken en het raakte weer in een stroomversnelling. Ik kreeg dan een paar aanbiedingen voor reportages, onder meer voor VTM.”
“Ik had altijd reportage in het achterhoofd, dat ligt mij en ik wilde zo snel mogelijk mijn weg daarin vinden.”

Zou je het aanraden om cursussen te volgen?

“Zeker. Neem nu de module foto-analyse die ik gevolgd heb aan het KISP. Ik dacht: dit zal saai zijn maar op dat moment is bij mij het idee gegroeid: ik wil hier meer mee doen. En toen is de smaak voor fotografie  opgeflakkerd. Raar, want ik had daar heel andere verwachtingen van. Mijn eindwerk ging over Vivian Maier. Zij is voor mij eigenlijk de trigger geweest.”

Straatfotografie, dat is jouw ding, eigenlijk. Waarom?

“Ik ben niet de creatieveling voor pakweg huwelijksreportages. Composities, aansturen, fotoplakboeken enzovoort, dat is niets voor mij. Straatfotografie, reportages, dat leunt sterk bij elkaar aan. Je eigen emoties in foto’s steken.”

Leg dat eens uit?

“Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien. Je neemt honderden foto’s en dan zijn er een paar waarvan je zegt: dat is het, dat is de expressie van emotie die ik zoek, en dan heb je de foto’s die dat gevoel weergeven.”

Straatfotografie, dat is toch ‘point-and-shoot’?

“Je bent in een bepaalde mood en in die vijver ga je vissen. Je ziet honderd en een dingen maar je gaat alleen vastleggen wat aansluit bij jouw emotie van dat moment, of van de emotie die je wil uiten.”

Je weet ook: als je iemand portretteert moet je toestemming vragen.

“Klopt, maar geen enkele straatfotograaf doet dat. Daar zijn risico’s aan verbonden Op een van mijn foto’s staan twee agenten die undercover bezig waren. En dan kom een agent naar mijn tentoonstelling en die ziet die twee staan en die zegt: een collega en een baas van mij.”
“En op bepaalde momenten voel je de spanning bij de mensen die je aan het fotograferen bent, en dan krijg je wel eens onder je voeten.”

Waar ga je liefst fotograferen?

“Ik heb vaak in Brussel rondgelopen maar ik ben ook in Antwerpen op jacht geweest, zeg maar location hunting, dat is ook heel dankbaar voor straatfotografie, denk maar aan al die culturen die daar rondlopen. Parijs, Londen en Rotterdam, die staan nog op mijn lijst. Ik heb trouwens altijd mijn plooifiets in de koffer van mijn auto liggen.”

Soms hoor je: fotografie is geschiedenis vastleggen.

“Zeker straatfotografie. Dat is in zekere zin een teletijdmachine. Een foto wordt na jaren misschien sterker, vergelijk het met wijn. De sterkste foto’s zijn misschien wel uit de jaren vijftig.”

Wat maakt van een foto een icoon? Denk aan het Viëtnamese meisje op de vlucht na een napalmbombardement op haar dorp, of die Chinese man die op het Rode Plein in zijn eentje een tank probeerde tegen te houden?

“Twee dingen. Het gaat om ‘le moment décisif’ (Cartier Bresson, red.) en dat geldt zowel voor straatfotografie als voor reportagefotografie, maar een tweede punt is de pers. Een iconische foto zonder pers, dat bestaat niet want het is door de pers dat die iconische foto verspreid wordt.”

Sommige mensen zeggen: zonder beeld is er geen nieuws.

“Kijk naar het journaal. Ook al is er geen nieuws, dan wordt ingezoomd op een reporter die zegt dat er geen nieuws is. Dat is toch ver overdreven, dat zegt niets.”
“Of nieuws foto’s nodig heeft? Tja, foto’s blijven langer op ons netvlies gebrand, daar ben ik van overtuigd.”

Kan een foto dominant zijn tegenover de tekst?

“Misschien wel.”

Het cliché is: een foto zegt meer dan duizend woorden.
“Ik twijfel daaraan. Een goed boek of een artikel kan ook beelden oproepen, net zoals een foto. Maar een foto blijft meestal toch langer hangen dan een tekst.”

Denk je dat fotografie de wereld kan veranderen?

“Neen, dat is wat vergezocht.”

Sommigen zeggen: die foto van dat Viëtnamees meisje heeft het einde van die oorlog helpen bespoedigen…

“Het heeft zeker invloed, denk aan de foto’s van uitgemergelde kinderen in Afrika. Maar mijn straatfoto’s zullen waarschijnlijk nooit de wereld bereiken. Heeft Cartier Bresson met zijn idee van ‘le moment décisif’’ de wereld beïnvloed? Ik denk het niet.”

Waar ligt de grens tussen straatfotografie en reportage?
“Zodra het anekdotisch wordt, is het reportage. Een reportagefotograaf kan een foto sturen. Zoomen of niet zoomen bijvoorbeeld.”

“Denk aan Zaventem, en die militair die met een slachtoffer naar buiten komt gestrompeld. Ik vind dat een sprekende foto. En waarom is die niet iconisch geworden, en die foto van die vrouwen op die bank wel? Ik weet het niet.”
“Ik heb ooit een workshop gegeven aan jonge gasten met als opdracht ‘neem drie foto’s’. Een jongen, een Iraakse vluchteling van een jaar of tien-twaalf, daar was één foto bij, die blik in die ogen, dat vertelt heel het verhaal van die vluchtelingen. Zo’n foto is voor mij iconisch, zeker als je die kunt koppelen aan een sterk verhaal. Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien.”

Ik vind, als ik de kranten en tijdschriften bekijk, dat er ontzettend veel slechte foto’s gepubliceerd worden.

“Ik kan mij daar steendood aan ergeren, soms is het echt afgrijselijk. Ik heb de indruk dat er vandaag de dag geen redactie meer tussen zit.  Zeker lokaal kan iedereen foto’s dumpen. Het is van klik en doorsturen. Toegegeven, het is aan het verbeteren.”

©Dirk Wollaert

Meer info: http://www.lakart.be/dirk-wollaert/

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto: Bernadette Van de Velde

 

 

“Ik ben een beetje een buitenbeen”

Harpist Jacques Vandevelde wil bruggen bouwen tussen culturen

Aan het conservatorium in Gent studeerde Jacques Vandevelde (68) piano. Later reisde hij de wereld af. In Paraguay, Venezuela en andere landen werd hij gebeten door de harp-microbe. Nu bouwt hij ze zelf. “Muziek moet een expressiemiddel zijn. Harp doet dat voor mij.”

“Aan het conservatorium vond ik eigenlijk mijn plaats niet, te veel klassiek gedoe. Ik ontdekte dat de harp honderd keer meer verspreid was, onder meer in Zuid-Amerika. En uiteindelijk ben ik naar ginds gegaan.”

“De harp is in Zuid-Amerika een gewoon, volks instrument. In Ierland is dat ook een beetje zo.”

Ik dacht dat de harp Keltische roots heeft. Klopt dat?
“Neen, dat klopt niet. Historici twijfelen nog over Mesopotamië of Afrika, maar in de Afrikaanse cultuur vind ik ontelbare soorten harpen. In feite zijn dat dezelfde harpen als hier: een driehoek met snaren. Maar ga eens naar het Louvre in Parijs. Daar zie je sarcofagen met afbeeldingen van harpen, soms van tweeduizend of drieduizend voor Christus. Uit Heraklion op Kreta zijn afbeeldingen bekend van harpen, van drieduizend voor Christus.”

“Ook de druïden gebruikten harpen. Er is ooit een harp ontdekt van duizend jaar oud, een soort tafelharp die de druïden gebruikten. Die kleine harp heeft een zachte klank en heeft nog altijd veel succes, ook bij ons. Ik heb ook zo’n kleintje.”

“Er zijn ook instrumenten die verwant zijn aan de harp, denk aan de citer of de Japanse koto. Eigenlijk alles wat verticaal op een klankbord staat is harp.”

“Je hebt de Ierse harp, de Venezolaanse harp, de Peruviaanse harp, naar nationaliteit heeft iedereen zijn eigen stijl. Neem nu Mexico, daar is in Vera Cruz maar één soort harp, die heeft een andere vorm en de manier van bouwen is anders.”

Een ‘diatonische harp’, wat is dat?
“Dat betekent eigenlijk toon-na-toon. Do-re-mi-fa-sol enzovoort. Dat heeft dus niets de maken met akkoorden Een chromatische harp heeft halve noten erbij, bijvoorbeeld do-kruis. Dat is een harp met pedalen en die geeft een andere klank. Je hebt dan ook een tweeënzeventigsnarige harp met alle tonen ertussen.”

“Je kan het een beetje vergelijken met piano, maar omgekeerd spelen. Op piano begint je met de duim, op een harp speel je met de ringvinger en de pink gebruik je niet. Hoewel: bij Italiaanse harpen ( Arpa Dopia ) gebruik je de pink dan weer wel.”

Kortom: hoeveel soorten harpen bestaan er eigenlijk?
“Moeilijk te zeggen. Je hebt bijvoorbeeld de kora in Senegal, in Guinee-Bisau is er ook een harp met een dubbele rij snaren, maar dat heet dan weer anders (de Kora ). Er is de Franse harp, de Spaanse harp, de Keltische harp, de Bretoense harp enzovoort”.

“Ruw geschat zijn er een vijftigtal verschillende soorten. Een aantal soorten komen uit de Keltische traditie, maar lang niet allemaal.”

“Vergeet niet dat harpen ooit deel uitmaakten van de adellijke traditie, en dan vooral de vrouwelijke adel. Maar in Afrika  en Zuid-Amerika bijvoorbeeld is het puur macho.”

Even technisch: wat is een haakjesharp?
“Dat is een  beweegbaar ijzertje, bovenaan de snaar waarmee je een halve toon hoger kan spelen. Met andere woorden, je kan met halve tonen spelen. Het biedt meer mogelijkheden qua tonaliteit, maar het betekent ook dat je je linkerhand niet kan gebruiken voor de begeleiding. Anderzijds kan je je beter afstemmen op de stem van een zangeres, bijvoorbeeld. Maar als je professioneel wil werken, moet je een pedaalharp hebben.” Die maakt kruisen en bemols.

Snaren op een harp hebben vaak verschillende kleuren. Waarom?
“Zouden die kleuren daar niet zijn, dan kijk je je daar scheel op, want alles trilt. Die kleuren zijn echt wel nodig. Het zijn herkenningspunten. Maar ook hier heb je verschillen. In Europa is de do bijvoorbeeld rood en de fa zwart. In Zuid-Amerika is de do zwart en de fa rood. Ik ben vaak in Zuid-Amerika geweest en als ik dan terug hier kom moet ik weer switchen. Die kleurenverschillen maken het soms moeilijk.”

Zijn harpsnaren in nylon?
“Ja, of carbon. Men dweept nog altijd met kattendarmen voor klassieke instrumenten ( maar in feite zijn dat geitendarmen ). Die darmen zijn ijzersterk, je kan er een auto mee voorttrekken. Geitendarmen klinken gevelouteerd, nylon is harder van klank.”

“Ook: met een harp met geitendarmen kun je moeilijk buiten spelen, die is meteen ontstemd. Ik hou het dus bij carbon en nylon.”

“Ik maak mijn snaren zelf, in mijn eigen atelier. Daardoor kan ik zelf de trilling en de klank van de snaar bepalen.”

Bestaan er ook elektronische harpen?
“Jazeker, maar de klank van een houten klankkast is toch onvergelijkbaar.”

Een harp in een concert, valt niet zo erg op…
“Meestal staat een harp in een orkest links, een beetje achteraan. Het orkest dempt dan eigenlijk die harp. Maar vergeet niet, een harp is geen begeleidingsinstrument. Het is een solo-instrument, net zo goed als een piano of een gitaar.”

Zijn er specifieke componisten voor harp?
“Glinka, Mozart, raar maar waar, en denk aan Händel, zijn concerto in si-bemol majeur, maar ook Wagner heeft heel veel gecomponeerd voor harp. In Zuid-Amerika zijn er veel componisten die muziek voor harp geschreven hebben, denk aan Digno Garcia van hier bij ons, Alain Stivell, veel Italianen, Spanjaarden…”

Wat kost een harp eigenlijk?
“Een professionele pedaalharp, alles erop en eraan, die gaat tussen dertienduizend en dertigduizend euro, afhankelijk van de afwerking.  Een diatonische harp tussen vijftienhonderd en vierduizendhonderd euro.”

U bouwt ze zelf?
“Ik bouw ze zelf, want als ik naar anderen luister, vind ik vaak dat ik het beter kan.”

“Ik kan akoestisch spelen voor vijftig mensen of zelfs honderd, zeg maar in een kerk, maar het moet klinken. Kerken hebben meestal een goede akoestiek, maar zalen, dat is iets anders. Het resultaat is niet altijd aangenaam.”

“Mijn doel is, als muzikant bruggen bouwen tussen culturen.”

Lukt dat?
“Ja, dat lukt. Ik begin in de Middeleeuwen, dan de Gregorianen, dan de Ierse muziek. In feite is het muzikale patrimonium wereldwijd constant verhuisd.”

“In Zuid-Amerika is de harp een soort volks statussymbool, iedereen heeft een harp, in Venezuela bijvoorbeeld staat in het meest schamele huisje een harp.

“Kun je je voorstellen, boeren die de hele dag met de kippen en de koeien bezig geweest zijn en dan aan de harp gaan zitten? Ik heb dat meegemaakt, dat is toch ongelooflijk? Ze verheerlijken wat ze overdag hebben meegemaakt. Het is zeer aards, en dat voedt mij.”

Harp spelen, gebeurt dat op partituur, is het improvisatie…?
“In Europa is de partituur zeer dominant. Dat heeft veel te maken met de speelwijze die de componist heeft opgelegd. Stel dat ik het oude, Engelse volksliedje Greensleeves zou spelen, daar bestaan partituren van. Ik kan dat uit het hoofd spelen, maar als ik het echt zou willen spelen zoals het was, dan moet ik de partituur volgen.”

“In Zuid-Amerika is de overlevering veel sterker. Van vader op zoon bij wijze van spreken, zonder noten, niks. Aan een vijfjarige harp leren, zo gaat dat daar. En zo leren ze liedjes spelen die soms overbekend zijn. Ik heb daar, in Zuid-Amerika, geen enkele partituur gezien.”

U bouwt zelf instrumenten. Hoe is dat zo gekomen?
“Mijn papa was leraar dwarsfluit, mijn mama was pianiste en op een gegeven moment is mijn papa instrumentenbouwer geworden. Hij verbood mij om aan die machines te werken, maar ik ben toch begonnen harpen te bouwen.”

Waar haalt u het hout?
“Gewoon dennenhout, je kan niet beter hebben. Dennenhout is sterk, het is licht en makkelijk hanteerbaar. Ik heb geleerd hoe je dat moet doen en toen ik het beethad, ben ik blijven bouwen. Ik heb er zowat dertig gebouwd. Ik heb er verkocht, maar daar ben ik mee gestopt. Ik had te veel hartzeer als ik er een verkocht.”

“Ik ben een beetje een buitenbeen op de harp. Ik probeer mensen te laten genieten van iets alledaags, muziek van vandaag op de harp.”

“Ik speel alles, klassiek of modern. Ik moet in de eerste plaats jong blijven. Hoe doe je dat? Door mee te gaan met de tijd. En ik krijg daar dank voor. Op een huwelijk vragen mensen mij ‘speel eens dit’ of ‘speel eens dat’, maar die harp moet dat aankunnen en dat bewijs ik graag. Ik deins voor niets terug.”

“Stel: : de Bolero van Ravel of de Carmina Burana van Carl Orff, op harp klinkt dat fantastisch.”

 Hebt u ook voeling met jazz?
“Ik vind jazz zeer boeiend, jazz is de expressie van het moment. Ik hou vooral van klassieke jazz, neem nu Take Five van Dave Brubeck, ik vind dat heel hoogstaande muziek of Night and Day van Cole Porter of Desafinado van João Gilberto, da’s toch wel de moeite.”

“Ook blues, dat is heerlijk op harp. En dat is zo tof, als mensen daar op reageren. Ze verwachten dat niet van een harp.”

“De jeugd van tegenwoordig wordt misschien wat te veel ondergedompeld in massaspektakels genre Tomorrowland, en dan sta ik daar als harpist in een zaal van pakweg honderd mensen. De verschillen zijn groot geworden, het is nu altijd meer van boem-boem-boem.”

“Wat de trend is vandaag? ze nemen repetitieve akkoorden-patronen zoals do-la-re-sol. Let wel: Johann Pachelbel deed dat ook, patronen repeteren. Maar wat je vandaag de dag hoort zijn bijna allemaal zulke patroontjes, want dat is gemakkelijk.”

Ik denk: jonge muzikanten kunnen geen noten meer lezen
“Neen, ze drukken op een knop en daar komt dingeling-tingeling uit. En op een andere knop is het weer van tingeling-tingeling pling-pling. Ze doen dat thuis en ’s avonds staat dat op de radio. Dat is geen goede muziek.”

Is er een kloof aan het groeien tussen de tieners-twintigers van vandaag en wat men ‘klassieke muziek’ noemt?
“Daar ligt een belangrijke taak voor het onderwijs, meer en meer. Bach, waar hoor je dat nog? Schumann, Schubert, Smetana, Chopin, kennen die jonge gasten die muziek nog?”

Meer info:
www.jacquesvandevelde.be
mail: jacques.vandevelde@pandora.be

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto’s: Bernadette Van de Velde

 

Juan del Granero

over de goesting om het goed te doen

img_7170Jean Van der Schueren staat in de gitaarwereld beter bekend als Juan del Granero. Dat is zijn artiestennaam, die verwijst naar zijn wortels in de klassieke muziek en de Spaanse flamenco. “Gitaar spelen is niet alleen techniek, het heeft vooral te maken met emotie”.

Waarom?

“Zonder techniek kun je geen emoties overbrengen, beide gaan hand in hand. Zo eenvoudig is het.”

In de jaren ’70 studeerde hij af aan het muziekconservatorium in Brussel.

“Je moest onvermijdelijk notenleer volgen, In de opleiding was klassiek de enige optie. Electrische gitaar was in het onderwijs in die jaren sowieso ondenkbaar.”

“Toen ik afstudeerde werd de luit even mijn tweede liefde.”

“Mijn ambitie was toen vooral om een goede studiomuzikant te worden. De optredens, die kwamen er later geleidelijk aan bij.”

Hij evolueerde verder in de klassieke muziek , onder meer via masterclasses bij John Williams in Cordoba en, in het barokrepertoire bij Jos Van Immerseel, Paul Dombrecht en de Kuykens.

 Wat is de essentie van goede muziek?

“In de muziek is dit essentieel: de goesting om het goed te doen klinken en die emotie over te brengen.”

In Ninove heeft Jean Van der Schueren zowat tien concerten per jaar georganiseerd en gecoördineerd. Hij introduceerde er ook het Festival van Vlaanderen. “Als organisator moet je de muzikanten vooral een podium bieden, en daarnaast sfeer creëren en een publiek kweken. Dat gaat niet vanzelf, dat vraagt tijd en geduld.”

In zijn huis liggen pakken tijdschriften, er staat een vleugelpiano, er liggen ook violen en andere instrumenten. Hij plukt liefdevol een vederlichte luit van de muur. Alles ademt hier muziek.

Heb je zelf ooit gitaren willen bouwen?

“Neen, wel interesse voor de bouw en de bouwers. Optreden, lesgeven, organiseren… Vroeger met vzw Gitaarkrant, daarna met vzw Duende en nu volop actief met Jazz-Madd. Duende is een belangrijke term uit de flamencotraditie, het moment waarop tussen de artiesten en het publiek de vonk van de emotie overspringt. Ik vind dat zeer belangrijk.”

De vzw Duende staat voor een brede waaier van concerten en tentoonstellingen, en Jazz-Madd heeft alles te maken met ‘Jazzmuziek aan de Dender’ – zeg maar Ninove, Denderleeuw en Aalst. Voor meer info zie www.jazzmadd.be

Heb je ook voeling met rock’n’roll?

“Weinig nu, vroeger veel oa als gitarist bij Irish Coffee. Nu ben ik een fervente Klara-luisteraar, niet alleen voor de klassieke muziek maar ook voor de wereldmuziek en de jazz. Let wel: goede popmuziek kan ik wel appreciëren. Maar dat gebeurt zelden.”

“Wat er nog op mijn agenda staat? Ik speel binnenkort een benefietconcert in Ninove, maar een cd zit er niet meteen aan te komen. Ik loop niet achter mijn concerten aan.”

img_7527

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto’s: Bernadette Van de Velde

Interview met  filosofe, schrijfster, ‘grafisch’ kunstenaar Martine Lejeune.

dsc_4959-300-dpi-150-100Op een mooie na zomerdag ontmoette ik Joan Hus in een toepasselijk kader, het historische Vooruit te Gent. Joan Hus is de artiestennaam van filosofe, schrijfster, ‘grafisch’ kunstenaar Martine Lejeune.

Ze is docente filosofie aan de universiteit Gent. Martine Lejeune/Joan Hus heeft reeds een aantal boeken op haar palmares, fictie en non-fictie. Haar meest recente boek, onlangs uitgegeven draagt de titel:
‘Logica en filosofie van de taal. Voor al wie bezig is met taal en tekst.’
Een boek over het beoordelen van argumentaties, in het dagelijks leven, op school en professioneel. Geen voorkennis vereist.boek
Antwerpen: Uitgeverij Garant, 262 p.

Ook onlangs verschenen
Culture. Philosophical Perspective. Antwerpen: Uitgeverij Garant, 120 p.
Over het begrip cultuur.

Martine Lejeune schrijft ook voor de Engelstalige blog: The Flaneur.
http://flaneur.me.uk/01/food-for-thought-by-joan-hus-guidelines-for-new-creative-work/

Een kopje koffie helpt het gesprek op gang te brengen al is dat duidelijk geen probleem bij Joan Hus.
KR Wat haalt bij jou de bovenhand de filosoof, kunstenaar, schrijver, docent? Hoe wordt je het liefst benaderd?
ML Mijn leven is één grote chaos, alles is filosofie, en kunst, en literatuur, en politiek, en dagelijkse beslommeringen. Hoe ouder ik word, hoe meer vragen en hoe minder antwoorden ik heb. Als kind stimuleerde mijn moeder mij om te tekenen. Zij had ook aandacht voor literatuur en las vaak voor. Ik wilde dan ook schrijfster en kunstenaar worden.
Toen ik een studiekeuze moest maken dacht ik aanvankelijk aan wiskunde. Wiskunde is rust, abstracte zekerheid. Vanuit mijn affiniteit met de wiskunde groeide ten slotte ook mijn Slow Art.
KR Vertel eens iets meer over je Slow Art
ML Aan één enkele tekening, formaat 76x105cm, werk ik heel intensief een zestal maanden met eenvoudige middelen, een pen, inkt en papier.experimentaldrawing_pen_and_ink_76cmx107-cm
KR Waarom deze rustige manier van werken. Ligt dat in je natuur, is het therapeutisch?
ML Het is helemaal niet therapeutisch. Slow Art betekent voor mij ascese. Slow Art is tegen mijn natuur in. Ik doe mezelf geweld aan. Voor mij is het een oefening in zelfbeheersing en discipline. Ik investeer mijzelf, mijn tijd, mijn leven, volledig in die langzaam tot stand komende tekeningen.
KR Je ecologische voetafdruk in je werk wil je ook zo klein mogelijk houden. Hoe ga je tewerk?
MR Mijn kunst is eenvoudig recycleer baar, en gemaakt met beperkte middelen, pen, inkt en papier.
Ik ageer tegen de overproductie van kunst, tegen nutteloze kunst, en tegen kunst voor de prestige zoals bijvoorbeeld Het Nieuwe Havenhuis in Antwerpen. Het spectaculaire ontwerp van de overleden Brits-Iraakse architecte Zaha Hadid, een nieuw landmark voor Antwerpen maar eigenlijk niet meer dan een lege juwelendoos (schip) bovenop het oude 100jarige gerestaureerde brandweergebouw.layered_drawing
KR Kan je met jouw manier van tekenen wel voldoende creatief zijn?
MR Zeker, ik experimenteer voortdurend. Ook maak ik het mijzelf niet gemakkelijk door bijvoorbeeld op moeilijk papier te werken met een onaangepaste pen. Daardoor is het resultaat vaak verrassend. Creatief ben ik ook door andere teken-bewegingen uit te proberen, in lagen te werken en met verschillende kleuren. Ik teken met al mijn zintuigen. Kunst is in de eerste plaats esthetisch, dat wil zeggen zintuiglijk. Ik heb de intentie iets te scheppen wat kostbaar is, uniek en fascinerend, die buitengewone inspanning zou vereisen om het te kopiëren. Ik probeer niet alleen mijn eigen culturele wortels als westers kunstenaar, maar alle cultuur in het algemeen te overstijgen.
KR Hoe wil je dat de toeschouwer naar je werk kijkt? Moet hij er idee achter zoeken? Mag en kan het publiek je werk interpreteren?
ML Ik verkoop geen idee. Mijn werk is zeker geen illustratie van een begrip zoals bij Marcel Duchamp, de vader van de conceptuele kunst. four-ellipses-floating-in-colored-spaceWat mij het meeste plezier doet is wanneer de toeschouwer mijn werk meer dan een keer wil zien. Een tekening waar zoveel maanden aan gewerkt is, kan je niet in één minuut in je opnemen en beoordelen. Zo’n tekening is ook moeilijk te beoordelen via het web, op een computerscherm. Je moet het lijfelijk zien.
KR Moet kunst een beeld van de maatschappij geven?
ML Dat moet niet, en dat kan kunst zeker niet. Kunst is geen wetenschap. Bij de aanvang van de westerse kunst, bestond kunst uit het illustreren van de bijbel, later werd kunst een illustratie van macht en machtsverhoudingen, religieus en profaan. Nog later haalden het educatieve, hedonistische en nationalisme de bovenhand. Bij de impressionisten zagen we een verschuiving in de richting van het zintuiglijke, het esthetische. Uiteindelijk kwam Marcel Duchamp met kunst die de illustratie werd van een idee dat moet geïnterpreteerd worden. Mijn kunst is iets anders dan een idee. Het is zintuiglijk, esthetisch, precieus, speels, experimenteel, en persoonlijk.
KR Moet kunst gesubsidieerd worden?
ML Kunst hoeft helemaal niet gesubsidieerd te worden. Gezondheid en onderwijs dat zijn de dingen die moeten worden gesubsidieerd, maar niet de kunst. Overigens, is het de taak van het onderwijs om de creativiteit te stimuleren. Kunst wordt monddood gemaakt door subsidies. Kunst wordt staatskunst. Ten tijd van de grote depressie in Amerika, lanceerde President Roosevelt in het kader van The new Deal het Federal Art Project. Hij subsidieerde kunstenaars, die in ruil daarvoor de waarden van de Amerikaanse cultuur in beelden vastlegden. 250.000 werken zijn er zo gemaakt onder andere door Willem de Kooning, Jackson Pollock, Arshile Gorky, Mark Rothko… Kunst als illustratie van de cultuur waarvan kunst zelf een onderdeel is… Kunst die in haar eigen staart bijt, zeg maar.
KR Kan je creativiteit aanwakkeren?
ML Verveling bevordert bij kinderen de creativiteit. Ze hebben te veel tijd, en die tijd moeten ze ‘doden’. Kinderen hoef je niet te entertainen, geen tablet in handen te stoppen… Bezorg hen geen afleiding. Geef hen ‘vrije’ tijd, zorg dat ze tijd hebben om zich te vervelen, zo zorg je voor creativiTIJD.
KR Heb je een favoriete kunstenaar?
ML Ik bewonder het werk van de Italiaanse jong gestorven kunstenaar Piero Manzoni (13 juli 1933 – 6 februari 1963) die afstamde van oude adel uit Milaan. Zijn later werk wordt door velen gecatalogeerd onder installatiekunst waarbij het idee centraal staat, maar ik vind hem vooral een poëet, een beeldend dichter. Wereldberoemd werd hij met het inblikken van zijn eigen poep: ‘merda d’artista’. Vooral zijn werk ‘Le soccle du monde’ vind ik zijn mooiste creatie. Hij maakte een lege sokkel die de aarde als kunstwerk draagt.
KR Is je werk binnenkort te zien op een tentoonstelling?
ML Gedurende de maand februari 2017 stel ik tentoon in Blanco, Nucleo Gent. De exacte datum is nog niet gekend.
KR Bedankt voor je bevlogen antwoorden, je enthousiaste medewerking aan dit interview. Het zal me zeker bijblijven en we kijken uit naar je tentoonstelling in 2017.
Info en portfolio Joan Hus
http://www.artslant.com/global/artists/show/285785-joan-hus

tekst; Kathleen Ramboer
fotografie:  EME

‘Ik wil koorzang laagdrempelig houden’

Pianist-dirigent Stefaan De Lange over Spaanse muziek en olijfjes

IMG_5591‘In essentie is tuna volksmuziek’

Stefaan De Lange behaalde een masterdiploma  piano en compositie aan het conservatorium in Antwerpen. Hij geeft les aan de Academie voor Muziek, Woord en Dans  in Lebbeke en aan  de Academie voor Podiumkunsten  in Gent. In Gent is hij ook pianobegeleider. Hij is mede-oprichter en artistiek leider van   het koor Las Aceitunas.

‘Ik kreeg het eigenlijk met de paplepel binnen. Mijn opa speelde piano, ik was nog een kleuter en trachtte de muziek die ik hoorde op de piano te reproduceren. Later raakte ik gefascineerd door de Spaanse cultuur, de ritmes van de Spaanse muziek en de passie. Denk aan flamenco. Ik bedoel de authentieke flamenco, niet de toeristenflamenco Klassieke muziek geniet mijn voorkeur, met een voorliefde voor de Spaanse en Russische componisten, maar ook popmuziek kan ik smaken.

Het koor dat u leidt  heet Las Aceitunas, wat letterlijk “de olijfjes” betekent. Dat moet u even uitleggen.

‘Las Aceitunas is gegroeid uit mijn fascinatie voor de Spaanse cultuur. Tuna is een begrip dat stamt uit de Spaanse Middeleeuwen. Eigenlijk waren dat groepen studenten die rondtrokken van de ene prof naar de andere, of van de ene bar naar de andere, ook om wat geld te verdienen voor hun studie, met liederen en gitaren, soms met een tamboerijn.

IMG_6478‘Alle arrangementen voor de tuna zijn van mijn hand.’

Ook nu nog heeft elke faculteit haar eigen tuna-gezelschap. Tuna’s zijn langzaamaan vanuit Spanje uitgezwermd naar Portugal en tot in Zuid-Amerika. Maar zelfs in Nederland is er een tuna. Van tuna naar Las Aceitunas was maar een kleine stap.’
‘In essentie is het volksmuziek. Componisten zal je niet gauw vinden, elke tuna heeft trouwens zijn eigen bewerking van de liederen. Die zijn soms honderden jaren oud, de meeste componisten zijn dan ook anoniem. Daarom vind ik het belangrijk dat ik bij een optreden onze muziek telkens even kan kaderen in haar historische context. De meeste “tunantes” begeleiden zichzelf op gitaar tijdens het zingen of kloppen ondertussen op de tamboerijn.

Zijn er raakvlakken met pop of jazz?

‘Weinig of niet, alhoewel er de laatste tientallen jaren ook popliedjes bewerkt worden door tunagroepen. Vaak keren dezelfde ritmes terug : pasodoble  – denk aan de muziek die je in arena’s hoort, jota, wals,… Of met de nostalgie van sommige popsongs. Je zal in ons repertoire wel hedendaagse nummers herkennen die lekker swingen, maar veel verder gaat het niet.’

Eigenlijk zijn jullie niet zo vreselijk bekend, of vergis ik mij?

‘Goed vijf jaar geleden zijn wij met onze groep van nul gestart, en stilaan hebben we een repertoire opgebouwd. Het is zeker geen hitparademuziek, zelfs op Klara ga je ons niet horen Je kan ons nog best als volksmuziek catalogeren. Onder meer omdat volksmuziek zelden op partituur staat, dit soort muziek heeft meer te maken met overlevering. Er bestaan melodielijnen maar uiteindelijk geeft elke tuna daar zijn eigen interpretatie aan.’

Maakt u eigen composities?

‘Wel hedendaags klassieke composities, maar tot hiertoe heb ik nog geen tunaliederen geschreven.’

‘De liederen schrijf ik niet zelf, maar alle arrangementen zijn wel  van mijn hand. Nog eens: van de meeste liedjes zijn de componisten onbekend. Iedereen kent natuurlijk Bésame mucho en Hijo de la lunamaar daar houdt het zo ongeveer op. Vele liedjes zijn honderden jaren oud. Sommige zijn opgepikt door José Carreras of Placido Domingo, wat toch wel getuigt van een zekere kwaliteit in die muziek.’

Hoe selecteert u de koorleden?

‘Wij werken bewust zeer laagdrempelig. Iedereen is welkom als ze min of meer juist kunnen zingen (lacht) –  de leden die koorervaring hebben of noten kunne lezen zijn eerder uitzondering. Meestal zingen we tweestemmig – de sopranen en tenoren de hogere partij, de alten en bassen de lagere, soms driestemming. We zijn nu ongeveer een anderhalf jaar met dezelfde groep bezig, een vaste kern, en dat klikt heel goed. Het sociale aspect, een vriendengroep zijn, is minstens even belangrijk. ‘Jonge mensen aantrekken om te repeteren op zondagochtend is niet evident, maar onze zangers zijn een voor een jong van hart.’

De koorleider neemt ons mee naar een andere kamer. Er staan een elektrische piano en een glimmende vleugelpiano. Hij speelt virtuoos een stukje klassiek.

‘Een vleugelpiano heeft een veel warmere klankkleur dan een elektrische piano, de aanslag is veel gevoeliger, maar een vleugel kan je onmogelijk naar elk optreden meezeulen.’

Hij nodigt mij uit om enkele noten mee te zingen op zijn toonladders. Het is snel duidelijk dat aan mij geen groot zanger is verloren gegaan.

Op zondag 16 oktober vindt er in de kerk van Hyfte – Lochristi een jubileumconcert plaats naar aanleiding van hun vijfjarig bestaan, cava en tapas inbegrepen.

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto’s: Bernadette Van de Velde

Ter info :

Over het begrip tuna bestaan historisch verschillende interpretaties, zegt Stefaan De Lange.

Tunante betekent letterlijk deugniet, maar het kan ook afgeleid zijn van tunar o correr la tuna, dat wil zeggen: een rondtrekkend leven leiden al zingend en spelend.

Misschien refereert het aan Atún, een vis die in bijna alle oceanen te vinden is, een rondtrekkende vis dus, en vandaar tunazanger’. Of nog:  Tunos, zo werden de seizoenarbeiders genoemd die naar het zuiden van Spanje trokken om werk te vinden. En ten slotte betekende Tonare in het latijn: luid zingen

Website Las Aceitunas :  http://las-aceitunas.weebly.com/

 

 

“Ik wil het gerust een passie noemen”

IMG_5524

Hij is bekend om zijn naakten, vrouwen meestal, en hij viel in kunsttentoonstellingen (De Panne, Gembloux) enkele keren in de prijzen. “Het belangrijkste voor een kunstenaar”, zegt Ronny Roels (59), “is de vrijheid. Doe wat je graag doet.”

Wat hem fascineert? “De droomwereld. Het aftasten van de wereld tussen droom en realiteit”.

“Maar de passie voor kunst is er altijd geweest. Kunstenaar word je niet, het zit in je, misschien wel van bij de geboorte. Het is een manier van denken en daarbij komt ook veel zelfstudie”.

In zijn opleiding leerde hij technisch tekenen en later leerde hij de grote lijnen van landschappen  opbouwen. Toen kwamen de portretten in potlood en nog later begon hij te werken met acryl en olieverf.

“Ja, ik wil het een passie noemen. Soms ben ik een hele nacht bezig met één werk. Kunstenaars zijn nu eenmaal speciale mensen. Of ik eigenzinnig ben? Jazeker. Ik sta open voor andere invloeden, maar het moet wel goed zijn”.

Waarom schilder je bijna altijd naakten?

“Dat zal het rebelse in mij zijn, de taboes van de jaren ’80 doorbreken, die tegenwind. Zo ben ik stilaan met levende modellen gaan werken, mannen maar toch vooral vrouwen. Anatomie heeft mij altijd gefascineerd. De gespierde lijven van Rubens, dat is iets helemaal anders dan die gestroomlijnde modellen in de boekjes”.

Erotisch?

“Of mensen mijn werken erotisch vinden, dat moeten ze zelf weten. Als je naakt schildert, moet je in de eerste plaats je model een goed gevoel geven, anders lukt het niet. De meeste van mijn modellen komen trouwens terug. Daar is niets erotisch aan”.

“Grote voorbeelden? Neem nu Paul Delvaux, René Magritte maar nog vele anderen. Jan Fabre ligt mij minder”.

Heeft jouw werk raakvlakken met muziek?

“Als ik schilder, draai ik liefst hardrock: Rammstein, Metallica, ACDC, dat soort groepen. Klassieke muziek of opera is ok maar niet tijdens het werk”.

Kan kunst de wereld verbeteren?

“Dat weet ik zo niet, maar ze kan mensen doen nadenken. Of er in het onderwijs meer aandacht voor kunst moet zijn, is een moeilijke vraag. Alleszins moet er meer aandacht zijn voor filosofie, en dat is toch wel een raakvlak met kunst”.

“Ik wil mij in de toekomst meer focussen op actuele thema’s die mensen doen nadenken, zo van: wat zit erachter? Een van mijn ideeën heeft te maken met pesten, het hoe en waarom”.

Meer info: www.roelsronny.be

Tekst: Gerrit De Clercq

Foto: Bernadette Van de Velde

Je moet er alle dagen mee bezig zijn

Kunstschilder Erik De Meuleneere,
realist en detaillist

IMG_6060

Ooit was hij officier in de lange omvaart op de zeven wereldzeeën, later leidde hij een bedrijf met 120 man in ‘de Congo’ en toen vond hij in Lokeren een nieuwe adem als kunstschilder. “Ik denk dat ik zowat zevenhonderd schilderijen gemaakt heb, en meer dan achthonderd tekeningen”.

Erik De Meuleneere (79) is voltijds bezig met tekenen en schilderen. Via zijn vader had hij al veel vrienden in de kunstwereld gemaakt en had hij zo stilaan de smaak te pakken gekregen. “Maar om te beginnen was er de academie in Brugge”

“Je moet wel een beetje talent hebben, anders begin je er maar beter niet aan. En dan moet je er alle dagen mee bezig zijn: tekenen, schetsboek altijd bij de hand, en dan schilderen.”

Hoe zou je zelf je stijl benoemen?

“Ik zou mezelf realist én detaillist noemen. Dat zie je ook in mijn werken. Ik heb altijd mijn eigen zin gedaan, niets willen nabootsen. Wat er bijvoorbeeld in het SMAK te zien is, zou mij trouwens niet kunnen inspireren. Ik zou daar nooit willen exposeren. Al vind ik Borremans bijvoorbeeld wel klasse. Maar Luc Tuymans heeft naar mijn gevoel een veel te groot ego. Kunstenaars met zo’n groot ego, ik vind dat flauwekul.”

In zijn atelier hangt en ligt een keure van kunstwerken: portretten, natuurbeelden, en enkele werken die duidelijk op jazz geïnspireerd zijn. Erik De Meuleneere is dan ook sinds jaar en dag een drager van de Lokerse jazzscene.

“Mijn favorieten? Ik noem er maar een paar: Count Basie, Stan Getz, Oscar Peterson, John Coltrane, Miles Davis…”

Ook boeken kan hij smaken: “twee tot drie per week, vooral Franse literatuur.”

Zijn er dingen die jou tot tranen toe kunnen beroeren?

“O ja, Argentijnse muziek bijvoorbeeld. Of Edward Hopper, die heeft zo veel kunstenaars geïnspireerd. Ik heb alles van hem verzameld wat ik te pakken kon krijgen, ik heb meer dan vierhonderd foto’s van zijn werken”.

De ene helft van de wereld probeert de andere helft uit te moorden. Kan kunst daar iets aan veranderen?

“Ik denk het niet, dat zou niet lukken. Je moet al goed opletten welke woorden je op Facebook gebruikt. Vooral in islamlanden zijn ze daar heel gevoelig aan. Ik heb geschreven over Iran, Irak, Koeweit…Ik kreeg dan wel eens een opmerking of ik wel juist in mijn hoofd was. Niet doen, dus. Congo, in vergelijking, dat viel nog mee. Al moet je niet proberen de problemen met de mijnontginning uit te leggen. Mensen begrijpen dat toch niet.”

Wordt er in de opleiding in de middelbare scholen voldoende aandacht aan kunst besteed?

“Neen, absoluut niet. Ik heb het niet alleen over beeldende kunst, maar ook over muziek. Ik word daar triest van. En als die tieners naar de unief gaan, is het eigenlijk te laat.”

Wat kost een kunstwerk van jou,  eigenlijk?

“Moeilijk te zeggen, het hangt onder meer af van het formaat van het werk. Je moet weten, een doek kost makkelijk 70 tot 90 euro en voor een tube goede verf ben je al gauw 35 euro kwijt.”

Hoe wil je, na je dood, herinnerd worden?

“Totaal niet, niks. Ik ben trouwens atheïst. Ik wil gecremeerd worden en dan mogen ze mij in zo’n urne in zee dumpen. Gedaan is gedaan.”

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto: Bernadette Van de Velde

Interview met Gabrïel D’Haene
94 jaar en nog altijd een passie voor theater

DSCF3007 reworked 2

Wie zich eens lekker wil ontspannen na een drukke werkdag of week kan terecht in het theater ’t Schat van De Scheldezonen Heusden.
‘t Schat – Magerstraat 78 – 9070 Heusden
Wij lieten de bittere kou buiten en hadden in het theatercafé een warme ontmoeting met de 94jarige theaterdirecteur en eigenaar van ’t Schat. Gabrïel D’Haene runt nog altijd het theater bijgestaan door een uitgebreide equipe. De 94jarige directeur is een warme persoonlijkheid en stond ons met veel animo te woord. Massa’s anekdotes passeerden de revue. We werden ingeleid in de geheimen van de theaterwereld.

DSCF3013 reworked
KR Waar is jouw liefde voor het theater begonnen en heb je zelf nog geacteerd?
GH Tijdens de oorlog heb ik nog in het mannentheater gespeeld. Dit wil zeggen dat alle rollen zelfs de damesrollen geacteerd werden door mannen. Een vrouwentheater bestond er ook. We speelden in een afgedankte kapel maar we kwamen in conflict met de onderpastoor en besloten in 1950 met een vriendengroepje onze eigen weg te gaan. De liefde voor het theater bracht ook de liefde voor mijn vrouw met zich mee. Door het theater leerde ik mijn vrouw kennen.
Ik acteerde dolgraag, zelfs toen ik griep had, stond ik op het podium klaargestoomd met een spuitje van de dokter. Van het bed naar het podium en van het podium naar mijn bed, dat lukte nog net.

Meer gegevens over het ontstaan van ’t Schat en De Scheldezonen kan je lezen op de website onder Historiek. http://www.tschat.be/algemene-info/historiek

KR Er is heel wat veranderd sedert de beginjaren 1950. Het begon dus als een vriendengroepje en nu zijn De Scheldezonen een begrip in Heusden en ver daar buiten met een eigen theater. Heb je heimwee naar vroeger?
DSCF1107 reworkedGD Tegenwoordig is alles veel ernstiger. Vroeger kon je al eens afwijken van je tekst en werd er veel meer geïmproviseerd alhoewel er een souffleur was. Zelf heb ik ook nog de rol van souffleur op me genomen. Soms was het toneel echt levensecht. We speelden het stuk ‘Kinderen van ons volk’ van Antoon Coolen (1897-1961) in de Tramstraat. Op het toneel waren er 2 rollen voor vechtersbazen. De acteurs gingen zodanig op in hun rol dat we ze moesten uit elkaar halen of er gebeurde een ongeluk.

KR De Scheldezonen brengen hun toneelstukken in een prachtig volwaardig theaterzaaltje met rode pluche zetels en verlichtings grid. De bezoekers zitten extra dicht bij de voorstelling wat toch wel een voordeel is. Wie zorgde voor de inrichting?
GD De ruwbouw van de zaal lieten we aan professionals over voor de rest zorgden we zelf inclusief de keuken. Ook de architect hadden we gratis.
Eén DSCF1114 reworkedmuur toont nog de sporen van afbraak, die laten we intact, het is onze ‘klaagmuur’. Mijn oudste zoon heeft de zetels op de kop kunnen tikken via een advertentie. Die waren in Marke te koop en bleken afkomstig te zijn van de KVS van Brussel. Ze waren en zijn nog steeds in perfecte staat. We verkochten onze oude zetels aan een hogere prijs dan de aankoop van de ‘nieuwe’ KVS zetels.

KR Theater zit in het bloed bij de familie Dhaene. Wie werkt er tegenwoordig mee. Is de opvolging verzekerd?
GD Mijn zoon Frank D’Haene is secretaris, en neemt soms ook regie en productie voor zijn rekening.
Een andere zoon acteert alsook een kleinzoon. Mijn schoondochter Claudine De Keukelaere speelt nu mee in de tragikomedie Crème au beurre. Ik heb drie zonen, twee zijn actief in het theater, de derde zoon komt naar het theater kijken.

DSCF3024 reworked

KR Wat is volgens jou het hoogtepunt in jou ganse theatercarrière?
GD Het hoogtepunt was volgens mij de opvoering van het stuk Edith en Simone in 2002. Edith & Simone is een aaneenschakeling van scènes uit het leven van Edith Piaf, aan elkaar gepraat door Simone. Het was zo een succes dat we het hebben hernomen in 2003. Het betekende voor de actrice Carine Declercq het begin van een zangcarrière.

KR Een indrukwekkende lijst theaterstukken passeerden reeds de revue van 1950 tot op heden. Van klassiek tot hedendaags, komedie, tragedie, alles kan blijkbaar bij ’t Schat. DSCF3017 reworkedWie kiest de stukken, kies je in functie van het publiek?
GD De regisseur alleen bepaalt welk stuk er gespeeld wordt. Voor het toneelarchief zie link http://www.tschat.be/archief

KR Hoeveel personen telt jullie equipe? Heb je vaste spelers, decorbouwers en regisseurs?
GD We kunnen putten uit een 25tal vaste spelers en ook een aantal regisseurs. De technische ploeg voor klank, licht, decor, grime, kledij bestaat uit een 15tal personen. De regisseur geeft meestal instructies voor het decor. Wie niet nodig is voor een bepaalde productie maakt zich nuttig in het theatercafé. We hebben een aantal vaste spelers en regisseurs zoals Tom Schockaert die regisseur en acteur is. Vaak nodigen we ook een gastregisseur uit en gastacteurs. Julien Pauwels, bekend als ex Gentse Belleman heeft vroeger ook een aantal regies voor zijn rekening genomen.
DSCF3026 reworked

KR Na al die jaren zijn er al heel wat decors op- en afgebouwd. Worden die bewaard? Hebben jullie speciale kostuums en kledij in voorraad?
GD Het NTG leent ons soms een decorstuk uit. We hebben ook een aantal stukken, accessoires, rekwisieten, kledij, pruiken enz. in stock. Een merkwaardig kledingstuk in ons depot is een toga van een voorzitter van de arbeidsrechtbank, die kregen we nadat de rechter met pensioen is gegaan. Ik vroeg hem die toga zomaar langs mijn neus weg en 2 jaar later schonk hij ons die. Wat bleek? In die toga was een etiketje genaaid met naam Marcel Verhofstadt. Dit plechtig gewaad was lang geleden gedragen door de vader van politicus Guy Verhofstadt!

KR Hebben jullie een trouw publiek en vanwaar zijn de meeste afkomstig?
GD We hebben echt wel een vast publiek aangezien we een 500tal abonnees hebben. Er zijn zelfs toneelliefhebbers die 2maal naar eenzelfde stuk komen kijken, die ontdekken telkens iets nieuws. De helft zijn toneelliefhebbers van rond Heusden, de rest komt van buiten Heusden. Soms komen andere spelers en regisseurs om onze aanpak te bekijken en spelers te leren kennen. Ook bij toneelgezelschappen gebeurt er scouting zoals bij het voetbal.

KR Hoe zie je de toekomst van De Scheldezonen? Is het financieel vol te houden?
GD We hebben een aantal sponsors, de zaal is onze eigendom. Ook krijgen we subsidie van de provincie en de gemeente. De subsidie van de gemeente hangt af van een soort puntensysteem. We hebben onze 500 abonnees en vooral het theatercafé helpt mee om onze kas te spijzen. Financieel is het geen probleem. Met zoon Frank en een ganse vaste ploeg die zich engageert is de toekomst verzekert.

DSCF1103 reworked

KR Wat is je ultieme wens voor De Scheldezonen?
GD Ik zou graag hebben dat het stuk Boeing-boeing – van Marc Camoletti- bij ons opgevoerd in November 1970 onder regie van Paul Gyselinck eens hernomen wordt. Een tip voor regisseurs die dit interview lezen. Noot van de redactie.

KR Nog een laatste vraag. Waarom zou je het theaterpubliek aanraden naar ’t Schat te komen.
GD ’t Schat brengt goed toneel, heeft een schitterende zaal met knusse zetels. Voor en na de opvoering wordt je warm onthaald in een gezellig theatercafé met prachtige theaterfoto’s aan de wand. Alles ademt hier theater uit.

Eric, de fotograaf en mezelf kunnen hier alleen maar mee instemmen, we baadden een ganse avond lang in de aangename toneelsfeer in ’t Schat.

tekst: Kathleen Ramboer
fotografie: Eric Rottée

 

 

Interview met kunstschilder
Thomas Roose
Een wereld van beelden

DSC_0023

De schilderijen van Thomas Roose ontdekte ik per toeval. In 2011 op een rustige zondag bezocht ik zijn eerste tentoonstellingin de kapel van Campo Santo te Sint-Amandsberg Gent. Onmiddellijk voelde ik affiniteit met deze schilderijen. Ik was benieuwd wat de kunstenaar me te vertellen had. Zijn schilderijen zijn niet alleen mooie plaatjes maar hebben ook een verhaal. Het interview met Thomas Roose, vier jaar later, leerde me zijn drijfveren en visie kennen. Interessant om die neer te pennen in een reportage voor KUNSTPOORT.

KR Een klassieke vraag: Hoe het allemaal begon?
TR Het begon met het tekenen van stripverhalen en dit vanaf mijn achttiende tien jaar lang. Het was verschrikkelijk arbeidsintensief. Hoewel ik er echt in geloofde vond ik geen uitgever om die te publiceren. Tegenwoordig zijn de Belgische uitgevers meer geïnteresseerd in buitenlandse striptekenaars. België heeft een te klein afzetgebied. Na de strips volgden er gezelschapsspelen LOST CONTINENT en SWAMP LORD. Die werden gespeeld in mijn vriendenkring. Onze wegen gingen uiteen, de gezelschapspelen werden aan de kant geschoven en… ik besloot te gaan schilderen. Dit besliste ik na een verblijf in Zuid-Frankrijk in een huis zwanger van schilderijen.
Mijn eerste schilderij dat ik verkocht bracht 250,- euro op, dit betekende de start van mijn schilderscarrière.

KR Tot op heden stelde je weinig tentoon in galerijen, je zocht zelf plaatsen om tentoon te stellen zoals de kapel Campo Santo, Coffee and Vinyl te Antwerpen… Laat je de galerijen bewust links liggen?
TR Inderdaad. Galerijen lijken me soms graftombes. Ik hou meer van een fijn ontmoetingsmoment. Meestal is er een afstand tussen galerijhouder en publiek enerzijds en kunstenaar en publiek anderzijds. Een galerijhouder heeft een soort machtspositie waar ik niet van hou en ik organiseer het liefst alles zelf.

KR Naast je leven als kunstenaar heb je ook nog een beroepsleven. Vormt dit geen hinderpaal?
TR Ik werk als coördinator  bij vzw UilenSpiegel, een vereniging voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Het is wel te combineren omdat ik ‘slechts’ 19 uren werk.
Het liefst schilder ik ook ’s avonds en ’s nachts. Met wat muziek lukt me dat het best.

KR Heb je het daglicht niet nodig voor je werk en beïnvloedt muziek je werk?

thesedaysIIblog
These days

TR Mijn atelier is uitgerust met TL buizen dat is geen probleem. Muziek beïnvloedt zeker mijn manier en snelheid van schilderen.

KR Ik merk dat er veel nuances grijs in je werk voorkomen zoals in ‘These days’ dat hier aan de muur hangt. Een gevolg van dit nachtelijk bezig zijn?
TR Misschien. Dit zomers tafereel wilde ik laten contrasteren met een Vlaamse grijze lucht vol tristesse. Zo ontstaat vervreemding.

KR Ook architectuur komt als thema aan bod in je schilderijen. De schilderijen ‘Breuerhaus’, gespot op je site www.thomasroose.be  intrigeren me. Kan je hier wat meer over vertellen?
TR Breuer was een meubelmaker en architect tijdens de Bauhaus periode en geestelijk verwant met de Nederlandse meubelmaker Gerrit Rietveld. Ik wilde een landschap schilderen met een huis erin. Het werd het Breuerhaus, in feite een tijdloos landschapshuis waar het licht mee kan spelen. Uitermate geschikt voor een schilderij aangezien ik van lichteffecten hou.

__Breuerhaus_abend1200x480
Breuerhaus
vis
Vis

KR Je werkt blijkbaar altijd met foto’s. Wat is de reden?
TR Vooral het tijdsgebrek is de reden. Zo heb ik meer tijd om te experimenteren. Ik hou ook enorm van het zoeken naar de juiste foto. Op voorhand heb ik een klassiek iconisch beeld voor ogen zoals een man met de handen op de rug. Ik zoek beelden die in ieders geheugen zitten zoals HET ultieme iconisch beeld Christus. Meestal maak ik een collage van verschillende foto’s. Ik gebruik de foto’s maar kopieer ze niet. De foto’s ondergaan een transformatie. Een discussie zoals bij het schilderij van Luc Tuymans gevoerd is (een portret van  Jean-Marie Dedecker gebaseerd op een foto van fotografe Katrijn Van Giel) dringt zich bij mijn werken niet op. Ik zoek altijd naar vervreemding, emotie. Wanneer ik een vis schilder zwemt die niet in het water maar hij wordt tegen bijvoorbeeld een okergele achtergrond geschilderd alsof het schilderij niet af is en op voltooiing wacht. Zo kan de toeschouwer een eigen verhaal bedenken. Vroeger had een schilderij met een vis als titel ‘Vis’, later verzon ik bij een schilderij met een vis de titel ‘La Protesta’. Aan het publiek om de titel te interpreteren. Dat vind ik boeiend.

La Protesta
La Protesta

KR Ik merk op dat je recente werken vooral voorzien zijn van Spaanse titels, is er een reden?
TR Ik ben vooral een Anglofiel maar zowel de Engelse als de Nederlandse taal is weinig poëtisch en minder geschikt als welluidende titel. Spaans is een mooie vloeiende taal en geeft een andere dimensie aan mijn schilderijen. ‘El Hombre con gallo’ verwijst naar een boek van Miguel Angel Asturias.

KR Graag ga ik ook in op je techniek. Wat me opvalt is dat er geen borstelstreken te zien zijn nochtans werk je met acrylverf. Je werk is glad. Schilder je in verschillende lagen?
TR Ik ben een autodidact en zoek zelf naar oplossingen voor het effect dat ik voor ogen heb. De spons is voor mij het ultieme middel om kleuren scherp afgelijnd naast elkaar te zetten. Met acrylverf schilderen werkt de snelheid in de hand. Ik werk steeds met hetzelfde merk Amsterdam en zoals je opmerkte schilder ik in lagen.

KR Is schilderen eenzaam?
TR Ik hou van de eenzaamheid daarom hou ik ook van lezen en vissen. Ik geniet van het eenzaam schilderen in mijn atelier.

KR Naar welke kunstenaars kijk je bewonderend op?
TR Onder de oude meesters vind ik Velázquez schitterend. Verder hou ik ook van Borremans, Hockney, Edward Hopper. Ik heb wel mijn eigen stijl en wil niet schilderen op de wijze van…

KR Wil je dat het publiek een ‘Thomas Roose’ onmiddellijk herkent?
TR Dergelijke herkenning is voor mij het ultieme compliment.

Alice
Alice

Na deze laatste woorden is het tijd om 3 verdiepingen hoger een kijkje te nemen in het atelier waar de bevreemdende schilderijen op een eigenaardige manier vorm krijgen. Thomas Roose legt namelijk zijn doek op de grond om te schilderen. Een schildersezel komt er niet aan te pas. ‘Alice’, de hond op het recentste schilderij, één geworden met een grijzige picturale achtergrond, kijkt me melancholisch aan. Ik ben klaar om er een wonderlijk verhaal aan toe te voegen.

Voor meer info
www.thomasroose.be
en http://www.saatchiart.com/thomasroose

foto en tekst: Kathleen Ramboer

 

 

 

 

 

 

Zingend Door Het Leven

gino entry 3

Op de interviewbank zit Gino Baeck. In het dagdagelijkse leven is hij aan de slag als System Engineer. Daarnaast, of eerder daar bovenop, heeft hij een eenvoudige, maar vooral een bijzonder boeiende passie: zingen, zingen en nog eens zingen. Gino is een spontane, ongeremde prater en antwoordt enthousiast op onze vragen.

Hoe kreeg je de microbe van het zingen?

Mijn oudste zoon Yorben werd op school, tijdens een wervingsactie door en voor het knapenkoor In Dulce Jubilo, gevraagd deel uit te maken van het koor. Ikzelf had, naast een lang vervlogen tijdelijke vocale ondersteuning van een lokale punkgroep, geen ervaring met zang. Nochtans zong ik graag en veel en zag plots in de gestalte van mijn zoon mijn jeugddroom waar worden. Ik was enthousiast en werd zijn chauffeur om hem naar het koor te brengen en weer op te halen. Zo kwam ik in contact met de dirigenten en stemcoaches van In Dulce Jubilo. Zij nodigden mij uit voor een try out. Na een stemtest bleek mijn bas/baritonstem tot mijn grote verbazing voldoening te geven. En het vervolg laat zich raden … Gezien mijn gevorderde leeftijd (lacht uitbundig) werd ik opgenomen in het jongemannenkoor van In Dulce Jubilo, nu drie jaar geleden.

Zang, koor, wat betekenen ze voor jou?

Beide zijn zowel een uitlaatklep als een enorme energiebron.

In het koor voel ik me deel uitmaken van een groep enthousiaste mensen die zich verbonden voelen door het zingen. Jonge mensen van verschillende leeftijden zijn er aan mekaar gehecht, er is een band met iedereen, kliekvorming komt niet voor, iedereen komt op voor de ander. Dat saamhorigheidsgevoel kwam bijvoorbeeld heel sterk aan bod toen we met het koor naar de film Boy Choir gingen kijken. Heel spontaan en natuurlijk stonden we tijdens de film gelijktijdig recht om mee te zingen. Alleen doe je zoiets niet, maar in een groep waarin je je geborgen voelt, durf je dat wel aan. In de film kwam die kameraadschap tussen de knapen en andere koorleden ook sterk naar voren.

Het zingen op zich beschouw ik als een middel om mijn concentratie te verscherpen. Eigenlijk zing ik overal, ja, inderdaad, ook onder de douche en achter het stuur alhoewel dat laatste wordt afgeraden tijdens de cursus ecologisch rijden, maar ik zing bijvoorbeeld ook op het werk. Anderen merken het niet altijd, omdat ik heel makkelijk in mijn hoofd kan zingen. Muziek en zang horen bij elke stemming. Ze versterken een emotie of helpen je door een lastige periode. Voor elke stemming ken ik wel een lied. Ik voel me trouwens thuis in verschillende genres, wat me veel speelruimte geeft. Zang is mijn trouwe bondgenoot, die heb ik altijd ter beschikking, die kan ik niet vergeten in te pakken wanneer ik op reis ga en ik hoef er ook niet mee te sleuren of ongerust te zijn om mijn stem ergens te vergeten.

portraits 6

Wat onderneem je om de kwaliteit die je beoogt te bereiken?

Herhalen, want ook in zang geldt: oefening baart kunst. Tevens ga ik op zoek naar de partituren van repetitiestukken. Dan zoek ik naar uitvoeringen ervan op YouTube. Ik probeer die partituren dan tijdens het meezingen te volgen en mij zo voor te bereiden op de cursus notenleer die ik vanaf september ga volgen. Zonder kennis van notenleer voel je wel een zeker gemis door het feit dat je die partituren niet kan ontcijferen. Een andere manier is professionele opnames beluisteren, deze nazingen, opnemen en je eigen versie beluisteren om zo de vinger op de zwakke plekken te kunnen leggen. Deze methode helpt om foutjes te elimineren en de kwaliteit te verbeteren.

Heb je specifieke oefenmomenten?

Buiten de repetities heb ik geen vast tijdschema of afgezonderde momenten om te zingen. Zang zit geïntegreerd in mijn leven, in al mijn dagelijkse activiteiten. Het is een plezier, zo eenvoudig, iets dat deel uitmaakt van mezelf en dat spontaan opborrelt, zoals ik spontaan adem. Het is altijd beschikbaar.

Hoe sta je tegenover optredens?

Deelnemen aan een optreden is de kroon op het werk! Dat geeft een enorme boost en een gevoel van verbondenheid met de andere zangers. Om het wat tastbaarder te maken, wil ik even als voorbeeld onze deelname aan 1000 Voices for peace aanhalen. Dit mega-evenement dat vorig jaar plaats vond in de basiliek van Koekelberg te Brussel, bracht een duizendtal zangers uit België en andere Europese landen samen. We werden door de astronauten in het Internationaal ruimtestation toegesproken, de koning en koningin waren aanwezig. Het gaf ons het gevoel een plaatsje in te nemen in de geschiedenis. Maar het hoeft niet altijd zo spectaculair te zijn. Onlangs traden we met een groep van dertig zangers op tijdens een herdenkingsmis in een crematorium. De aanwezigen waren geroerd. Maar dit sacrale moment bezorgde ook ons kippenvlees en gaf ons het gevoel de last van het verdriet en gemis bij de verwanten voor een stukje over te nemen en te verlichten. Op zo’n momenten voel je connectie, verbinding, die verder gaat dan de grenzen van het koor, wat een enorme voldoening geeft.

Welke impact heeft deze hobby op je familieleven?

IMG_0894Het contact met mijn oudste zoon evolueert van een hiërarchische relatie naar een relatie van partnership, overleg, collegialiteit. Ik ben heel blij met die evolutie omdat ze onze kameraadschap verdiept. Mijn jongste zoon Yoran kan volgend jaar deelnemen aan de stemtest en is super gemotiveerd. Het zou fantastisch zijn mocht hij ook deel gaan uitmaken van het knapenkoor. Ik hoop dat onze relatie dan ook in dezelfde zin evolueert. Voor mijn vrouw is het misschien iets minder evident om al haar gezinsleden met het koor te moeten delen, maar we ervaren nu al dat dit geen probleem vormt, wel integendeel, het feit dat ieder zijn hobby’s heeft is eerder een verrijking dan een belemmering.

 

 

Kan je ons even laten meegenieten van de koorreis naar Oostenrijk, begin juli, met In Dulce Jubilo?

Graag! Trouwens, ik wil morgen weer vertrekken, met dezelfde groep, naar dezelfde bestemIMG_0747ming, met hetzelfde parcours! Het was gewoonweg perfect. Tot de laatste dag liep iedereen met een gelukzalige glimlach rond. Gedurende de hele reis was er dat gevoel deel uit te maken van een hechte groep, waarin iedereen aan bod komt, waar voor mekaar gezorgd wordt. De meeste knapen waren op stap zonder hun ouders. Mede hierdoor kregen de onderlinge contacten een andere dimensie.

Het hoogtepunt van de reis was het bezoek aan de abdij van Melk: een opbod aan overvloed, emoties, schoonheid, grootsheid. Op een onverwacht moment gaf de dirigent het sein om te zingen. De akoestiek in de kapel van de abdij was bijzonder, de aanwezige bezoekers verrast en ontroerd. Zo’n ongepland zangmoment is keer op keer een intense ervaring omdat de reactie van omstaanders altijd verrassend maar vooral motiverend is.IMG_0628

Ook het bezoek aan de lokalen van de Wiener Sängerknaben was voor alle deelnemers, en vooral voor de jongsten, een leuke belevenis. Zij konden daar, aan de hand van foto’s en allerlei prularia die zich in de kamers en lokalen bevonden, met enige verwondering vaststellen dat die wereldberoemde knapen dezelfde interesses hebben en dus gewone jongens zijn zoals zijzelf.

De reis werd op de laatste avond afgesloten met een kampvuur. En ook dan kreeg zang zijn plaats: Vlaamse schlagers werden met enthousiasme de Oostenrijkse nacht ingestuurd.

 

Waar kijk je nu naar uit?

Ik kijk uit naar het nieuwe seizoen. De aspiranten van het voorbije jaar komen nu het knapenkoor vervoegen. Die nieuwe lichting moet haar plaatsje krijgen in de groep. De integratie zal de nodige aandacht vergen gezien de huidige groep door de reiservaring zeer hecht geworden is. Ook het technische bijschaafwerk van de nieuwe stemmetjes is ieder jaar opnieuw een opgave voor de dirigent en trouwens ook voor de koorleden, wier geduld dan al eens meer op de proef gesteld wordt.

Nabeschouwing

Het Hendrik Concienceplein, vanwege Gino’s adoratie voor barok, en café De Muze waar regelmatig uitbundig muziek gemaakt wordt, beide te Antwerpen, waren het geschikte kader voor dit leuke gesprek.

Gino vertelt nog dat er een leeftijdslimiet wordt gehanteerd voor de koorleden. Hij heeft nog een aantal jaren te goed waarvan hij zo intens mogelijk wil genieten. Maar eens het moment aanbreekt dat hij het koor moet verlaten, zal hij de leegte weten op te vangen: muziek is zijn ‘compagnon de vie’ en samen maken ze er iets van, in alle omstandigheden.

Tekst: Magdalena Verberckmoes
Foto’s : Eric Rottee, Govaerts String Trio

DSCF1984 2

 

 

Rudy De Potter

Een verwoed en fanatiek lezer en…
vooral een schrijver met een tikje ironie

Wie is Rudy De Potter?DSC_0028zwwitblog

Rudy De Potter (°1943) is pedagoog van opleiding en gewezen coördinator aan de universiteit van Gent. Van zijn hand verschenen vier werken uitgegeven in eigen beheer.
Capriolen in de keuken (2008)
Koken is een Koninklijke Kunst (2010)
Kind in de jaren ’50 (2012)
ik was soldaat (2015)
ik citeer graag de aanhef van zijn boek Kind in de jaren ’50.
Lezen is leven. Ik ben altijd een verwoed lezer en fanatiek lezer geweest. ik heb dus veel geleefd. En ik heb er van genoten.

Het interview

Het interview met schrijver Rudy De Potter nam ik af op een zonnige zomerdag ten huize Zuiderkruis. De sfeer was vriendschappelijk, ontspannen en gemoedelijk, ideaal voor een fijn interview. Dit is het resultaat.

Om te starten een klassieke vraag.
Hoe het allemaal begon?

Als kind schreDSC_0046ablogef ik graag reisverslagen. Die verslagen illustreerde ik met foto’s, ingangstickets, folders … Het werden unieke albums.
Een opstel maken op school, voor vele kinderen een vervelend karweitje, vond ik heerlijk.
Met boeken schrijven ben ik pas begonnen na mijn ambtsrust. De stof put ik voorlopig uit mijn eigen leefwereld. Aangezien koken één van mijn hobby’s is, lag het voor de hand dat dit het onderwerp zou worden van mijn eerste publicatie: Capriolen in de keuken. Ook mijn tweede boek houdt met koken verband. Koken is een Koninklijke kunst is doorspekt van fantasievolle verhalen, echte soms wat aangedikt maar ook verzonnen. Kind in de jaren ‘50 is een terugblik op mijn kinder- en pubertijd in de naoorlogse periode. Ik was soldaat beschrijft met veel ironie het relaas van een verplichte militaire dienst.

Hoe ziet je schrijfplek eruit? Heb je een vaste stek?
Een vast ritueel? Schrijf je met pen op papier of maak je gebruik van een computer?

Een vaste schrijfplek heb ik niet. ik kan overal schrijven, thuis, op reis, in een hotelkamer als ik maar mijn pc bij me heb. Pen en papier komen er niet aan te pas hoogstens om enkele ideetjes te noteren. Aangezien ik me enorm goed kan concentreren en me bij het schrijven van de buitenwereld afsluit kan ik om het even waar op elk tijdstip en in elke omgeving schrijven. Straatlawaai, kermisgedoe, feestgedruis, muziek …  niets belet me om te schrijven wanneer ik ervoor in stemming ben.

Een regelmaat?

Een echt werkritme heb ik niet, ik ben geen broodschrijver dus het hoeft niet. Ik schrijf enkel voor de fun. Wat ik ga schrijven is ook niet op voorhand gepland. ik plaats me voor de computer,  begin te schrijven en ga door. Alles gebeurt spontaan, de ideeën, woorden en zinnen komen wel.

Er wordt eventjes een pauze ingelast, tijd voor een kopje koffie.

Hoeveel tijd doe je over een boek?
Schrijf je meerdere boeken tegelijk?

Tussen het begin van het schrijven van het boek Ik was soldaat en het gedrukte exemplaar verliep een tijdsspanne van 2 jaar. Aangezien ik geen broodschrijver ben is er geen tijdslimiet, niets moet, alles kan. Na het voltooien van een boek laat ik het nalezen op onvolkomenheden. Mia, mijn partner is voorlezer. Tenslotte schrijf ik ook een stukje voor en over mezelf en weet niet of alles wel duidelijk is voor de lezer. Mia geeft daarom feedback. Indien nodig wijzig ik op aanraden van Mia de tekst om het verhaal te verduidelijken. Mia zorgt ook voor de illustraties. Ze brengen net dat ietsje meer om het boek aangenaam om lezen en persoonlijker te maken.
ik schrijf inderdaad meerdere boeken tegelijk. Op dit ogenblik ben ik bezig met een Westhoek story en een verhaal over 40 jaar petites histoires aan de universiteit. Omdat ik steeds vanuit de realiteit schrijf raadpleeg ik een advocaat.  Zonder advocaat zou ik in diverse sloten tegelijk lopen. Zo wilde ik graag een echte naam vermelden in een boek. Hij raadde me aan enkel de initialen te gebruiken. Een fictieve naam was voor mij geen optie.

Hou je van kritiek op je boeken?

Opbouwende positieve kritiek is altijd welkom. Zelf heb ik geen taalstudies gevolgd daarom is een suggestie van een germanist steeds welkom. Daar hou ik rekening mee. Verder vertrouw ik 100% op mijn correcteur.

Welk gevoel overviel je toen je je eerste boek in handen kreeg? Trots?

Natuurlijk was ik trots, het voelt waarschijnlijk zoals een kunstenaar voor de eerste maal tentoonstelt.

Hoe maak je een nieuw boek bekend?
Wie is je lezerspubliek?

ik mail een flyer naar vrienden en kennissen. Soms worden boeken van mij gekocht door kinderen als geschenk voor hun ouders. Mijn boeken vertellen tenslotte met een knipoog over een bepaalde tijdsgeest die herkenbaar is voor de generatie van hun ouders.

Bij het ‘Googlen’ van je naam kreeg ik links
in verband met Harry Potter. Ooit een Harry Potter boek gelezen?

Nee, nooit gelezen.

Heb je een lievelingsboek in je eigen collectie?

Oorlog en vrede van Leo Tolstoj heb ik drie, vier of zelfs vijf maal gelezen.

Welke boeken dragen je voorkeur weg?

ik hou vooral van epische verhalen, verhalen met een politieke, historische en of sociale achtergrond. ik noem enkele schrijvers die dit genre beoefenen: Leo Tolstoj, Emile Zola. en recenter William Boyd, Louis de Bernière (bekend van het verfilmde Captain Corelli’s Mandolin met actrice Penélope Cruz), John Irving, schrijver en regisseur Philippe Claudel. Onder de Vlaamse schrijvers hebben we in dit genre Louis Paul Boon, Gerard Walschap. Zij schreven voor een bepaalde generatie, de vraag is worden deze schrijvers nu nog graag gelezen, kunnen ze het lezerspubliek nu nog boeien? Later hadden we Hugo Claus. Zal bijvoorbeeld de messcherpe analyse van een hypocriete samenleving zoals in het boek  Omtrent Deedee een volgende generatie nog aanspreken? Gaat de schrijver Hugo Claus dezelfde weg op van zijn voorgangers Gerard Walschap en Louis Paul Boon?
Onder de jonge hedendaagse schrijvers hebben we Dimitri Verhulst met zijn succesnummer De helaasheid der dingen. een  autobiografische schets van het leven in een Vlaamse voorstadsgemeente Reetveerdegem. Zijn fraaie humoristische pen wordt nu door veel scholieren gesmaakt zoals destijds de maatschappijkritische boeken van Ward Ruyslinck onder scholieren populair waren. Tegenwoordig wordt Ward Ruyslinck nog weinig gelezen. Nog een favoriete schrijver van me is Umberto Eco met zijn magistraal ook verfilmde boek De naam van de roos.

Las je als kind ook graag en vaak?

ik ben altijd een veellezer geweest. Toen ik in het eerste studiejaar zat begon ik alles wat gedrukt was te verslinden: kranten, tijdschriften, reclameblaadjes. In het derde leerjaar las ik boeken van mijn grootvader met oude Nederlandse spelling, niet evident voor iemand van negen jaar. Mijn pa zag al dat lezen met lede ogen aan en hield er niet van dat zijn zoon in een hoekje met een boekje zat. Een kind moet niet lezen maar buiten spelen was zijn motto. Vaak verstopte hij mijn boek maar ma vertelde me stiekem achter zijn rug waar het boek verborgen was.

ik zie hier enkele boeken op tafel liggen. Koop je veel boeken?

ik snuister graag rond in een tweedehands boekenwinkel in Middelkerke. Ook Franstalige literatuur  interesseert me. In Koksijde ben ik een veelgeziene klant in een boekhandel waar ze alle mogelijke Livres de Poche verkopen.

Tot slot, welke boeken zijn nog te koop? Hoe bestellen?voordrukvoorkanttekstblog

Kind in de jaren’50 en ik was soldaat is nog te verkrijgen. Voor info volstaat een mailtje aan mezelf.
rudy.depotter@gmail.com

Een exemplaar van Kind in de jaren ’50 verandert onmiddellijk van eigenaar.

Rudy nog veel creatief schrijfgenot en succes met je twee volgende boeken. Laat ons iets weten bij het ter perse gaan.

tekst en foto’s Kathleen Ramboer

 

Schaduw is interessanter dan licht.

interview met Patrick Vertenten

unnamed (3)Het atelier van Patrick Vertenten ligt verscholen in een industriepark. Dit wil echter niet zeggen dat zijn schilderkunst diep verborgen blijft voor kunstkenners en -liefhebbers. Hij schildert reeds 20 jaar maar komt pas de afgelopen jaren regelmatig met zijn werk naar buiten.  Villa de Olmen (Wieze) en Galerie ‘Tzien (Mechelen) staan sinds kort ook op zijn palmares. In Museum M te Leuven was hij een van de laureaten bij Kunst uit de kast,  een project van Cobra.be.
Zijn atelier is iets te ver van huis en ook het licht is er niet ideaal maar toch belet het hem niet prachtige indrukwekkende schilderijen te maken.
Dat hij ook een goed tekenaar is, speelt in zijn voordeel.  Reeds als kind tekende hij veel. Sinds kort schildert Patrick op basis van filmstills. Klassieke  schetsen en voorstudies maken gebeurt nog zelden; beelden worden  bewerkt op computer en zo schilderklaar gemaakt. In een tweede fase schetst hij met penseel zijn onderwerp op het doek.

Patrick Vertenten maakt regelmatig  reeksen. Zo heeft hij een reeks Mystery women. In deze schilderijen onderzoekt hij compositorisch wat er gebeurt met de menselijke expressie wanneer het hoofd uit het beeld verdwijnt. Hij verplaatst de expressie naar de handen en de houding, bijvoorbeeld in Choices and promises.

IMG_1738IMG_1733 (2)

De reeks Dallas refereert uiteraard naar de moord op president Kennedy in 1963. De oorsprong van deze reeks ligt in vroege herinneringen aan de beelden die hij als kind voor het eerst zag en die een blijvende impact hadden. Dallas brengt niet de moord in beeld maar wel het randgebeuren, de limo’s en motoren, de toeschouwers, de juichende massa, de politie en de paniek na de moord. Het tijdsbeeld van 1963 komt hier tot uiting. De reeks is nostalgisch geschilderd: de beelden niet sterk afgelijnd. Een juiste kleurkeuze maakt het geheel af.

Ergens in zijn atelier, bij een schildersezel  merk ik een kleurenkaart op van Johannes Itten (Zwitserse kunstschilde, ontwerper en docent. Hij is vooral bekend geworden vanwege zijn theoretisch werk in verband met het Bauhaus en zijn kleurenleer, 1988-1967). Dit bewijst dat Patrick Vertenten echt over kleur nadenkt  en over de werking van kleuren op elkaar binnen de context van het werk. Met  kleurenstalen bij de hand kan hij sneller relevante keuzes maken. Voor hem is het gebruik ervan tijdswinst al is het slechts een basis en kan alles onderweg omslaan. Patrick is een zeer gedreven kunstschilder. Hij schildert (vrijwel altijd met olieverf) snel en geconcentreerd telkens 6 tot 8 uur na elkaar. Dan verzwakt de focus en wordt verder schilderen zinloos.

Hij selecteert beelden uit  de overdaad  waarmee we dagelijks geconfronteerd worden. Gewoon televisiekijken valt voor hem soms moeilijk. Hij kijkt met het oog van een kunstenaar: hij ontleedt de compositie van een beeld, kleuren, sfeer, mysterie…  Uiteraard heeft hij zo zijn favoriete cameramensen en regisseurs.
Schaduw is vaak interessanter dan licht, merkt Patrick op. In zijn schilderijen is dit duidelijk te zien. Het ene zwart is het andere niet. Verschillende schakeringen van zwart maken de schaduwen nu eens mysterieus, soms vormbepalend maar vooral expressief. Het doet me denken aan Leon Spilliaert, ook hij werkte veel met intens zwart.

IMG_2198

De titel is vaak een deel van het werk en kan de kijker beïnvloeden.
Een schilderij met een rode schoen op een grijze straat krijgt door de naam Crimescene  een extra dimensie. Het is aan de kijker om het schilderij te interpreteren.

Belangrijk voor zijn ontwikkeling was Jeannine Van Leugenhaeghe, een bevlogen docente.  Zij deed de passie voor schilderkunst in hem openbloeien.

Nog even dit: tijdens ons gesprek liet Patrick de naam Rembrandt vallen. Om af te sluiten citeer ik graag de hedendaagse schilder over de 17e eeuwse: “De nachtwacht is dat geen prachtig voorbeeld van een filmstill avant la lettre?”  Iedere lezer raad ik aan de website van Patrick Vertenten te bekijken.

http://patrickvertenten.weebly.com/

Een overzicht van zijn recent werk is binnenkort te zien in de

Nonnemanshoeve
Doornstraat 73
Sint-Gillis-Waas
opening zaterdag 13 juni 14u30
zaterdag en zondag 14-20-21-27-28 juni van 14 tot 18u

tekst Kathleen Ramboer

 

Toneel een leven lang

interview met regisseur Roeland de Trazegnies

De microbe voor het toneel had regisseuDSC_0170zwwitr en acteur Roeland de Trazegnies al vroeg te pakken. Als zevenjarige volgde Roeland woord, dictie en voordracht in het Kunstonderwijs te Deinze. Tot zijn 18de bezocht hij een toneelopleiding en reeds op 12jarige leeftijd stond hij op de planken. Tot zijn 32ste acteerde hij . Nu is hij vooral regisseur. Niet alleen het gesproken woord kan hem boeien maar Roeland leest ook enorm graag toneel. Toneel lezen is volgens hem als muziek lezen. Misschien zit zijn opleiding als germanist hier voor iets tussen.
Roeland De Trazegnies is vaste regisseur van Theater De Waanzin die zijn stek heeft in De nieuwe Vaart  118/B004 te Gent. http://www.dewaanzin.be/
De maanden  november en december staat De Storm van Shakespeare op zijn programma. Het wordt een eigenzinnige, hedendaagse, WAANzinnige bewerking van een Shakespeare klassieker. Roeland houdt van een hedendaagse uitvoering van klassieke stukken. Heeft niet elke generatie recht op zijn klassiekers?
Wanneer ik hem vraag wat zijn ultieme wens is, welk stuk dat hij zeker in zijn hopelijk nog lange carrière wil regisseren, weet hij daar niet onmiddellijk een kant en klaar antwoord op. Zijn grootste verlangen was Who’s afraid of Virginia Woolf?  te regisseren en dit is onlangs werkelijkheid geworden als gastregisseur van het gezelschap de Scheldezonen te Heusden. http://www.tschat.be/  Als 18jarige speelde hij ooit voor zijn eindexamen een fragmentje van de rol van Georges en sedertdien liet het stuk hem nooit meer los ook al vindt hij nu zelf dat Georges geen passende rol was voor een 18jarige.
De werkmethode van Roeland is een eigen, unieke methode die afwijkt van de klassieke regie.  Samen met de acteurs wordt een eerste maal het stuk gelezen. De tweede maal speelt de ruimte reeds een rol.  Spelers krijgen bij Roeland de Trazegnies een eigen, persoonlijke, creatieve inbreng. Hij volgt hiermee de mening van dichter/auteur/toneelschrijver Peter Verhelst: “Regisseren is zitten, kijken, luisteren en bijsturen” en dat is volgens Roeland het leukst met ervaren spelers.

In het dagelijkse leven is Roeland de Trazegnies producer van het VRT Radio 1 programma bar-du-matin. Toch vindt hij de nodige tijd om zijn theaterdromen waar te maken. We hopen voor hem en zijn publiek dat dit verhaal nog heel lang mag duren.

tekst en foto’s Kathleen Ramboer

 

Op bezoek bij a lucky bird: Free Pectoor

fotografie, teken- en schilderkunst achtDSC_0198azwwitbloger één zelfde atelierdeur

Het schitterende licht viel me onmiddellijk op toen Free Pectoor uitnodigend de deur van zijn atelier voor me opende. Het invallende zonlicht speelde met schaduwen op zijn vele zwart-wit werken en gaven ze een extra dimensie. Licht en schaduwen daar houdt Free Pectoor wel van zo te zien aan zijn wand vol met intrigerende schaduwfoto’s.

Free Pectoor vertelt me dat hij a Lucky Bird is. Na een carrière in de reclamewereld, als grafisch vormgever, standenbouwer, productontwikkelaar geniet hij nu van het maken van kunst, van het experimenteren met materialen zoals houtskool, inkt, acrylverf, olieverf… op heel wat verschillende dragers en papiersoorten. Mislukken mag, ervan leren doe je altijd. Trends volgt hij zeker niet, inspiratie vindt hij overal. Zowel  een plataan, dicht bij huis als floating ice in het verre IJsland, zowel organische als architecturale vormen zijn uitgangspunten voor zijn werk.
De dubbele rijen boeken verraden dat Free veel leest. Een rake zin, een boeiend woord,  een sfeervol boek…  ook dit kan aanleiding geven tot een nieuw kunstwerk.
DSC_0171ablogDSC_0184ablog

A Lucky Bird? Ik citeer Free Pectoor: “Mijn beste momenten zijn niet de productieve maar wel de ogenblikken van catalogeren, archiveren, schetsen, collages maken, knippen, plakken…”

Kortom natuur, experiment en toeval zijn sleutelwoorden om zijn werk te benaderen. Al vind ik dat hij dit toeval toch wel aardig kan sturen.

DSC_0210ablog DSC_0204ablog

Kunst zit hem in de genen. Als jongetje van 5-6 jaar bewonderde hij zijn pa die een deskundige letterschilder was. De Sint bracht hem een doos met tuben kwaliteitsolieverf  en… de kunst zou hem nooit meer los laten.

DSC_0194ablogHet atelier van Free Pectoor bevindt zich in de vroegere Leopoldskazerne, Kattenberg 4 te Gent. Het atelier wordt hem ter beschikking gesteld door de organisatie NUCLEO. NUCLEO biedt met zijn betaalbare en kwaliteitsvolle ateliers onderdak aan meer dan 120 kunstenaars in groot Gent, aan zowel debuterende als erkende kunstenaars uit verschillende kunstdisciplines.  Nucleo is een vaste waarde geworden, vorig jaar vierde Nucleo vzw haar 10jarig bestaan. Meer info via www.nucleo.be

Nucleo zorgt oa voor een sociaal netwerk. Ook Free Pectoor schuwt de sociale media niet en vindt een netwerk uitbouwen voor een kunstenaar heel belangrijk.

 

 

DSC_0174ablog

Het interview met Free Pectoor was verrassend relax. Het leuke is dat hij zijn kennis graag deelt ook met mij reporter van de Kunstpoort. En dat is mooi meegenomen. Bedankt.

werk van Free Pectoor te zien op
http://www.nucleo.be/artist/index/en/104

tekst en foto’s Kathleen Ramboer

 

Een gedachte over “Interviews

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s