Pascale Bentein heeft iets met bossen. BOS is niet alleen de naam van haar expo maar ook de rode draad in haar kunst. Een rode draad die de gevoelige snaar raakt en het oog streelt. Haar schilderijen en collages vertellen een persoonlijk verhaal. Voor Pascale Bentein werkt kunst therapeutisch, voor de kijker zijn ze een lust voor het oog. Kleur, sfeer, compositie, typografie, tekst, taal… zijn de tools waarmee ze zwierig speelt, die haar werken, zowel schilderijen als collages, zo persoonlijk maken. Haar thema’s natuur, bomen, wolken… zijn universeel. Met een beetje moeite kan elke beschouwer zichzelf vinden in haar werk.
Het verhaal van BOS ving onbewust, intuïtief aan, een 2tal jaar geleden toen ze haar vader vaarwel zei. Jarenlang genoot ze met familie van een zalige vakantie in een huisje in Morvan, Frankrijk. Het huis, idyllisch gelegen aan een bosrand bracht hen zuurstof en rust. De expo BOS is een innig en gevoelig vaarwel aan het vakantiehuis in Morvan dat verkocht wordt, aan pa die er niet meer is, aan ma, bij haar overlijden, juli 2018, zakte ze weg in het woud van Morvan. Toch is BOS ook een ode aan het leven, aan de rijkdom die de natuur ons geeft, een ode aan de rust van bomen wolken, water, lucht…
Pascale aanbidt het avondlicht, vooral l’heure bleu vlak na zonsondergang. Oh wat heeft ze het lief dat diepblauwe magische melancholische licht dat rust over het land strooit, poëten woorden in de mond legt en schilders naar de verf doen grijpen. Pascale legde het poëtische blauwe uur vast in een aantal schilderijen. Stilletjes aanschouw ik het blauwe licht van de canvassen, heb de neiging het schilderij binnen te stappen, wil turen naar de diepblauwe lucht niet wetende wat de nacht me brengen zal, welke dromen mijn slaap gaan vergezellen. Die werken schildert ze aan de hand van door haar gefotografeerde beelden, eigen foto’s volgens mij de enige mogelijkheid om de juiste sfeer, de betovering vast te leggen en te evoceren.
Pascale schildert arbeidsintensieve, realistische, geraffineerde doeken waarvan de blaadjes aan de bomen me heel even doen denken aan Le Douanier Rousseau. Noem het geen naïeve spontane schilderkunst, Pascale Bentein kent haar vak door en door, ze heeft naast meesterschap ook een persoonlijke stijl en verbeeldt een persoonlijk verhaal. Pauwen wandelen over het canvas. Ook dit tafereel is een herinnering aan een tussenstop op weg naar Morvan.
De kunstenaar schuwt ook het experiment niet en gaat op zoek naar andere uitdrukkingsmiddelen. Haar subtiele landschappen herschildert ze tot abstracte miniaturen waarin kleur en compositie de hoofdrol spelen. Wie de abstracte werkjes aandachtig bekijkt vermoedt niet dat landschapsschilderijen aan de basis liggen.
De graficus in Pascale Bentein kan je ontdekken via een 70tal collages, gecreëerd tijdens gestolen momenten. Haar tekst spreekt voor zich, illustreert haar grafisch oog
Als je naar haar kunst wil luisteren, dan leer je een kunstenaar kennen op zoek naar zuurstof, zuurstof om te kunnen leven. Haar kunst is voor Pascale Bentein een noodzaak. We zijn blij met die kunst kennis te maken.
2-11 augustus 2026 Internationaal muziekproject Ethno Flanders brengt jongeren uit vijf continenten samen in Laarne
Van 2 tot 11 augustus verwelkomt Ethno Flanders vijftig jonge muzikanten uit zestien landen en vijf continenten voor een tiendaags kamp in Laarne. Tijdens het internationale muziekproject delen de deelnemers traditionele muziek uit hun eigen cultuur en leren ze die aan elkaar, zonder gebruik van partituren. Het kamp wordt afgesloten met een reeks concerten in Gent, Dranouter en Laarne.
concert 2025 Laarne
concert 2025 Gent
Muzikale uitwisseling zonder partituren
Voor het tweede jaar op rij vormt Laarne het decor voor Ethno Flanders, een internationaal initiatief waarbij jonge muzikanten centraal staan in het leerproces. De deelnemers leren elkaar muziek aan en nemen afwisselend de rol van leerling en lesgever op zich. Samen stellen ze het repertoire samen, ondersteund door vier artistieke mentoren: Klaas Berghs (België), Hanna-Lia Kiipus (Estland), Cris Àneta (Chili) en Elke De Meester (België).
Folk uit alle windstreken
Dit jaar verwelkomt Ethno Flanders deelnemers uit België, Brazilië, Chili, Congo, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, India, Italië, Marokko, Mozambique, Nederland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Zweden. De muzikanten brengen elk hun eigen tradities en verhalen mee, waardoor een unieke mix ontstaat van melodieën, ritmes en stijlen uit alle hoeken van de wereld.
Muziek als brug tussen culturen
Ethno Flanders wil meer zijn dan een muziekkamp alleen. Door tien dagen lang samen te wonen, muziek te maken en ervaringen te delen, leren de deelnemers elkaars leefwereld van dichtbij kennen. Muziek fungeert daarbij als een universele taal die nieuwsgierigheid, wederzijds respect en nieuwe vriendschappen stimuleert. Zo ontstaat een internationaal netwerk van jonge muzikanten dat ver buiten de landsgrenzen reikt.
workshops foto 2025
Feestelijke concerten, een viering van culturen
Na tien dagen intens samen musiceren trekken de deelnemers op mini-tournee. Op zaterdag 8 augustus speelt Ethno Flanders in het Arca Theater in Gent, gevolgd door een optreden op Festival Dranouter op zondag 9 augustus. Op maandag 10 augustus sluiten de muzikanten het project af met een gratis concert in de kerk van Laarne, mogelijk gemaakt dankzij de samenwerking met de gemeente.
Wie de muzikale wereldreis van dichtbij wil beleven, kan tickets reserveren voor het concert in Gent via Muziekmozaïek. Het slotconcert in Laarne is gratis toegankelijk voor iedereen. PERSTEKST muziekmozaiek
INFO
CONCERTEN zaterdag 8 augustus 20u – Arca Theater – Sint-Widostraat 4 – Gent zondag 9 augustus concert op Festival Dranouter maandag 10 augustus 14:45 – kerk – dorpsstraat 43 – Laarne
Reportage Eric Rottée fotografie en Diana van Bergeijk tekst
Zondag 12 juli
Het is al zinderend warm als we om 10u30 aankomen op het glooiende terrein in het prachtige Heuvelland waar de vierde dag van het theaterfestival Spots op West op gang komt. Er staat een oude circustent voor de hoofdacts, de Spiegeltent, met erom heen terrassen, foodtrucks en een wijnbar. De infostand is een retro-caravan op het DorpsOntmoetingsPunt. Daar ontmoeten we Ulrike Küchler, medewerker communicatie van OpenDoek, die ons wegwijs maakt op het terrein en het programma toelicht. Door de dag heen zijn er verschillende voorstellingen op allerlei locaties, zoals in de kerk, op de begraafplaats en in tuinen, Tuinen Geert.
De wandeling
Wij starten om 11u met een theaterwandeling. Met een groep van zo’n 30 mensen worden we door twee gidsen begeleid tijdens de wandeling door het koele bos, in totaal zo’n drie km. Tijdens de wandeling zien we op drie verschillende locaties in de natuur korte voorstellingen. Ik maak een praatje met een aantal deelnemers. De bezoekers zijn met verschillende beweegredenen naar Westouter gekomen. Er is een koppel waarvan de man al voor de 10e keer op Spots op West is en de vrouw pas voor de 1e keer. Een andere man is hier met zijn toneelvereniging.
Hij vertelt enthousiast over zijn vereniging en de stukken die ze spelen. Het theater is hem met de paplepel ingegeven, want zijn ouders speelden allebei. Zijn vader is er vandaag ook bij. Een andere vrouw vertelt me dat ze bij toeval hier aanwezig is. Ze was voor gisteren uitgenodigd voor een verjaardag in Poperingen. Ze vond de afstand van haar huis te groot om op een dag heen en weer te rijden en besloot een hotel te boeken. Toen ze vanmorgen in het hotel haar ontbijt nam, zag ze de folder van Spots op West en besliste dan een kijkje te gaan nemen. Ze is aangenaam verrast door het programma.
Canterbury
Voor de eerste act stoppen we op een open plek in het bos in een soort van abri met zitbanken, de Kosmos, waar we voor de zon kunnen schuilen.
Daar wonen we een vertelling bij van een verhaal uit The Canterbury Tales (eind 14e eeuw) over dokter Vergilius en zijn verdriet dat te groot is voor tranen. Hilde Melckenbeeck is de verteller en doet dit op zeer boeiende wijze met veel expressie.
Acroporté
Na een korte wandeling komen we bij een hoeve waar het publiek onder een zonnetent mag plaatsnemen. Voor ons is er schaduw, maar in de brandende zon, voeren Lente Pockelé en Jonathan Houck onder begeleiding van het vioolspel van Dorien Van de Wouwer een spel op waarin met veel expressie en acrobatie, of liever acroporté, uiting gegeven wordt aan verschillende gevoelens zoals angst.
Acroporté is een circustheaterdiscipline waarbij de ene acrobaat de andere acrobaat ondersteunt in dynamische of statische poses. Het is een boeiend spel van aantrekken en afstoten.
Oorlog dichtbij
Vlak voor het einde van de wandeling luisteren we naar Annelore Coffyn die op zeer inlevende wijze het hartverscheurende verhaal vertelt van een grootmoeder die in de oorlog haar dochter en kleindochter heeft verloren. Zij maakten een einde aan hun leven nadat ze vernederd en verkracht werden door soldaten. Na de voorstelling spreken we kort met actrice Annelore. Ze zegt ervan overtuigd te zijn dat het belangrijk is om deze verhalen te blijven vertellen. Dat we niet kunnen denken dat dit zolang geleden gebeurd is, maar moeten beseffen dat dit nu, in onze tijd, niet ver van ons huis de realiteit van de dag is.
Tijdens zo’n dag op een festival mag er ook wat culinair genot zijn. We eten een heerlijke pasta en drinken een goed glas wijn. Daarna zijn we klaar voor de voorstelling Apartemensen gespeeld door deelnemers aan het OpenDoek-project Age on Stage in de regio West-Vlaanderen. Age on Stage wordt in alle Vlaamse provincies en in Brussel georganiseerd. Samen met een regisseur creëren en repeteren ingeschreven acteurs tot ze tevreden zijn en hebben dan een aantal toonmomenten.
Op het toneel zien we een bijeenkomst van bewoners van een appartementsgebouw waaruit blijkt dat ze naast, boven en onder elkaar wonen, maar dat ze elkaar eigenlijk helemaal niet kennen. Het is duidelijk dat de acteurs niet voor het eerst op het toneel staan. Hun houding, articulatie en expressie laat zien dat ze veel toneelervaring hebben. De balans tussen serieuze onderwerpen en humor is goed gebracht. Het is een prettige voorstelling om naar te kijken.
Na de voorstelling ontmoeten we de regisseur Renate Laconte en de negen acteurs. We verzamelen achter de zaal Utendoale onder een boom in de welkome schaduw. De acteurs komen allemaal uit West-Vlaanderen of wonen in ieder geval aan de rand. Ze hebben een passie voor theater en de meesten spelen al hun hele leven. Vijf van de negen acteurs hebben zelfs regisseurservaring. Er zijn deelnemers die zo goed als in elk project dat Age on Stage voorstelt, meespelen en er zijn ook altijd wel nieuwe gezichten. Bijzonder was deze keer dat er meer mannen dan vrouwen meespeelden. Het stuk wordt samen gemaakt. De repetities zijn op een vaste namiddag in de week. Dat wordt als voordeel opgemerkt omdat er een aantal deelnemers zijn die ook nog in andere toneelvereniging(en) meespelen op vaste avonden in de week. Voor Apartemensen zijn er zo’n 20 repetities geweest.
Age on Stage richt zich op vijfenvijftigplussers, maar het is een feit dat als je nog niet met pensioen bent, het moeilijk is om op een weekdag in de namiddag aanwezig te zijn. Renate Laconte was de regisseur van dit project. Voor elk theaterproject stelt OpenDoek een andere regisseur voor. Voor Renate was het de eerste keer dat ze met deze leeftijd werkte. Tot nu toe werkte ze vooral met jongeren. De sfeer in de groep is goed. Dat het er tijdens de repetities ook gezellig aan toegaat blijkt uit de opmerking dat actrice Katia elke repetitie voor koffie en iets lekkers zorgt.
Roeselare is de basis van deze groep maar ze treden op waar ze worden gevraagd. Door deelname van andere provincies aan Spots op West krijgen ze aandacht van andere groepen in het land. Het volgende toonmoment van een nieuw theaterstuk valt voor deze groep in september. Op mijn laatste vraag: “Ben ik als Nederlandse welkom bij Age on Stage West-Vlaanderen?” krijg ik een positief antwoord. Er wordt wel bij gezegd dat ik dan eerst lessen West-Vlaams en Frans moet volgen, want dat is wat de bevolking hier spreekt. Mooie uitdaging!
Eric en ik blijven nog wat hangen op het terras voor de spiegeltent en drinken een glas onder het genot van folkmuziek die tijdens een jamsessie ten gehore wordt gebracht. Daarna rijden we tevreden terug naar het Pajottenland. Wat een mooi evenement wordt daar in Westouter jaarlijks georganiseerd. Een aanrader!
Kunstliefhebbers beschouwen de Biënnale van Venetië als de ultieme hoogmis van de kunst. Rik Guns en Kris Hendryckx liepen deze kunstmarathon op hun eigen tempo. Rik legde zijn indrukken vast in een hoogst persoonlijk tijdschrift KNUST. Graag deelt hij dit bijzondere magazine met de kunstpoortlezers. Geniet mee van zijn verrassende fotografie, de kunst, het pittoreske Venetië en de vlotte, met een knipoog geschreven tekst. Dit pakket is samengebracht in een rustgevende, stijlvolle lay-out, zonder toeters of bellen. Om de beleving te doseren, brengen we KNUST in twee opeenvolgende delen.
Het spanningsveld tussen kunstenaar en organisator
SUNRISE, de titel van de tentoonstelling is niet alleen een knipoog naar de zomer maar staat ook symbool voor het hernieuwde kunstenaarschap van Marc Mestdagh en het vierjarig kunstplatvorm deWeverij. De dag voor de opening kon ik de expo bezoeken en van gedachten wisselen met Marc Mestdagh. Zijn artistieke visie blijkt een voedingsbodem voor de kunst van vele andere kunstenaars die hij graag ontvangt en laat deelnemen aan diverse vernieuwende projecten binnen deWeverij. In deze context verwijs ik graag naar RIZOOM*. Zo krijgt de eigen creativiteit een impuls door de ontmoeting met vele kunstenaars uit diverse disciplines. Deze geslaagde kruisbestuiving ging van start in 2022. Sunrise zet het licht op groen voor een evaluatie van het concept ‘open Weverij’, de mensenruimte, de projecten, het werken met kunstenaars rond thema’s… Op wat leggen we de meeste nadruk; op de kunstenaar, het kunstenaarschap of zijn werk?
* Rizoom was een groepstentoonstelling voor beeldende kunst van kunstenaars tussen 50 en 67 jaar die nog beroepshalve actief zijn maar terzelfder tijd uitermate gedreven zijn om als kunstenaar alsnog het verschil te maken.
De reeksen
Naast werk van de afgelopen vier jaar, reeksen HICKEL VARIATIONS – AIRCO – RIZOOM WHITE – EXPEDITIE – WAR aangevuld met WAR CONTINUED, toont Marc Mestdagh ook nieuw werk onder de noemer REMOTE CONTROL en SHUTTERS. Een ‘rode’ draad loopt door elke reeks. Subtiele details verwijzen naar de ID-card-vorm of paspoortvorm en touwtje of draad. De kaart staat symbool voor de mens op zoek naar een artistieke zingeving, de draad verwijst naar verbinding met de wereld. De grote vraag die Marc zich stelt is: “Wat doet kunst met een mens?” Zijn drive is niet alleen de kunst maar vooral de mens achter die kunst, de kunstenaar zelf. deWeverij betitelt hij als een mensenruimte, een ruimte waar mensen met elkaar verweven raken.
reeks REMOTE CONTROL
Bezoek op zondag
Een bezoekje aan deWeverij op zondag is ongetwijfeld een leuke activiteit maar bekijk het niet alleen als vrijblijvend tijdverdrijf. Mag het ietsje meer zijn? Durf te vertragen. Geef de assemblages de tijd om tot je door te dringen, hun geheimen prijs te geven. Spreek desnoods tegen een assemblage hoewel je geen antwoord kan verwachten. Zoek spreekwoordelijk de kers op de taart want niet alleen het gebakje dat de gastvrouw je aanbiedt is subliem. Verbeeld je een verhaal, al is het een ander dan wat de kunstenaar voor ogen had. Daar maalt hij niet om. Tenslotte heeft elke kijker een eigen leefwereld die hij projecteert op een kunstwerk. De expo SUNRISE is aantrekkelijk, enkele bezoekers plakken het etiket design op zijn werken. Dat maakt zijn kunst net toegankelijk. Aandacht voor kunst begint vaak bij schoonheid, een geslaagde compositie, een uitzonderlijk gebruik van kleuren. Wat mooi is wekt interesse en leidt naar diepgang. Indien de kijker er zich voor openstelt, kan hij de kunst van Marc Mestdagh ook beleven, zoeken welke emotie er schuilgaat achter de sterk persoonlijke beeldtaal. Marc verwijst in ons gesprek naar een toepasselijk citaat van Marcel Duchamp. In zijn beroemde lezing uit 1957, The Creative Act, legde Duchamp uit dat een kunstenaar slechts een deel van het creatieve proces uitvoert. De toeschouwer brengt het werk in contact met de wereld en vult het aan met eigen interpretaties.
Het maakproces
Het productieproces is bijzonder. De kunstenaar maakt geen schetsen noch voorontwerpen. Met zorgvuldig geselecteerd materiaal start Marc een werk, stilaan krijgt het vorm en simultaan groeit er uit dat ene werk soms een reeks of net niet. Hij volgt zijn buikgevoel. Wie met zijn kunst vertrouwd is, kan ongetwijfeld sporen, restanten van ouder werk zoals knipsels, collages… een restje hout… ontdekken in de recente reeksen SHUTTERS en REMOTE CONTROL. Hij verbruikt doorleefde spullen, vakkundig voegt hij er een zachte patine aan toe met verf of andere middelen. Deze assemblages, poëtisch en nostalgisch, in materialen die sporen tonen van tijd en handelingen, van vervaagde herinneringen, zijn niet alleen uiterst decoratief met een vleugje design maar dragen ook een gelaagdheid in zich. Marc over de reeks Shutters: ‘Het is niet omdat je het gordijn dicht doet, dat wat erachter zit verdwijnt.’ Marc over de reeks Remote Control: ‘Kunst kent geen afstandsbediening.’ Kunst is voor hem een middel om onderwerpen bespreekbaar te maken. Zo werkte hij aan de reeks WAR. De titel alleen al stemt tot nadenken. De toeschouwer vraagt zich af: Wat heeft deze reeks uiteindelijk met oorlog te maken? Kunst brengt een dialoog op gang. Een expo bezoeken kan ook een ander gevoel teweeg brengen dan leuk, tof en geweldig. Voor Marc Mestdagh moet de kunst ons brengen waar we niet wisten waar we moeten zijn.
uit de reeks SHUTTERS
Een nieuwe thuis
Marc Mestdagh hoopt voor zijn werken op een nieuwe thuis. deWeverij is voor zijn kunst zeker niet het eindpunt. In het verleden werden in de weverij stoffen geproduceerd, ze verlieten de weefruimte om een lange weg af te leggen buiten het gebouw. Ook voor zijn kunst opteert Marc een leven buiten de muren van het atelier en de expo ruimte. Zelf ben ik er van overtuigd: de SUNRISE werken zijn klaar voor het avontuur, voor een queeste naar een nieuwe habitat.
een tentoonstelling in Galerie Drie te Gent met Inge D’haeyer en Jan Dheedene
Soms vraag ik me af: ‘Waarom schrijf ik over kunst’? Waarom is kunst zo belangrijk? Bij de expo GEEN ONTKOMEN AAN van Inge D’haeyer en Jan Dheedene, onder de vleugels van galeriehouders Guy De Dapper en Wendy van Driessche, vallen de puzzelstukjes samen. Een innerlijke drang laat zich niet negeren en deze preview bezorgt me het ultieme aha-moment. Het ontmoeten van kunstenaars en het vertellen over hun werk is precies wat me de broodnodige energie en creatieve brandstof geeft om positief en vol inspiratie door het leven te stappen.
Het werkproces van Inge D’haeyer en Jan Dheedene
De twee kunstenaars brengen een spanningsveld tussen stilte en dynamiek. Jan maakt tastbare gelaagde schilderkunst en sculpturen die een stille kracht in zich dragen. Zowel schilderijen als beeldhouwwerken vragen om reflectie. Hij speelt een spel van verschijnen en verdwijnen. Zijn houten panelen beschildert hij zowel met acryl als olieverf, laag na laag, hij schraapt en schuurt… schildert opnieuw om te eindigen met matte zwarte gesso die de patine een handje helpt. En zijn sculpturen? Die worden na de aanvangsfase smaller en smaller, delen verdwijnen tot hechtingen urgent blijken. ijzerdraad, cement, lijm… zorgen voor stabiliteit. Impulsief en met intuïtieve bewegingen zoekt en vindt Jan uiteindelijk de ultieme vorm, het sculptuur waarover hij tevreden is.
Inge heeft een fotografisch oog voor onopvallende zaken en scènes die een voorbijganger links laat liggen. Ze gaat koortsachtig, gedreven, op zoek naar een detail dat raakt. Haar opleiding als analoge fotograaf gaf haar gevoel voor schaduw, licht, compositie, dit blijkt ook handig bij het fotograferen met een smartphone. Niet de felle exuberante kleuren van een stad boeien haar maar het zachte palet roert haar. De sobere kleuren, zoals blauwen om bij weg te dromen, zetten aan tot vertraging en roepen een poëtische wereld op waarin de kunstenaar en publiek zich thuis voelen. Digitaal legt ze net die subtiele lichte kleuren en composities vast die kwetsbaarheid, verstilling en de schoonheid van het gewone op ons netvlies projecteren. Schaduwen, structuren, tegels, wanden, muren… dit alles blaast ze een abstract nieuw leven in. Alle ruis wordt geabsorbeerd in haar beelden en zorgen wie weet voor een tijdloze verbinding. Nu al heeft ze een herkenbare stijl. We zijn benieuwd naar haar artistieke evolutie.
De vuurdoop van Inge D’haeyer
Inge is een vrouwelijke ondernemer aan het roer van Harogifts, een bedrijf dat relationele geschenken aanbiedt, milieuvriendelijk en circulair. Haar motto is ‘No excuse for single use’. En deze levenshouding vinden we ook terug in haar kunst. Ze recycleert het ongewone, haalt achteloze beelden uit hun context en brengt ze samen in een abstract oeuvre. Galerie Drie ontdekte de kunstenaar in Inge. GEEN ONTKOMEN AAN is haar vuurdoop als kunstenaar, spannend! Bij een tentoonstelling leg je je ziel bloot, ben je kwetsbaar. Een kunstenaar laat zijn kinderen los op het publiek. Het is de kunst te relativeren, door te gaan, vol te houden, te vertrouwen in jezelf ook al struikel je wel eens. Eén ding ben ik zeker, wat de reacties ook zijn, de passie voor creëren en fotograferen blijft bij Inge D’haeyer onaangetast. Als kunstenaar noemt ze zich b_._ing. De b van ‘be’, van jezelf zijn, de ‘ing’ van inge. Hier begint een nieuw verhaal, een zoektocht naar verbinding. Ze is benieuwd naar de accrochage. Welk gevoel roepen haar werken op in de galerie? Licht, kleur, de ruimte… alles is er zo anders. Wie weet toont haar kunst ver weg van het atelier andere ongekende facetten die ze zelf niet vermoedde en die de toeschouwer aanspreken?
Jan Dheedene
Bij Jan Dheedene manifesteerde de drang om te creëren zich op jeugdige leeftijd. Zijn bezoek, als 12jarige, aan het Mudel, het museum van Deinze en de Leiestreek was cruciaal voor de start van zijn loopbaan als kunstenaar. Jan Dheedene aan het woord ‘Ik was van mijn sokken geblazen bij het zien van -de bietenoogst- van Emile Claus. De bliksem sloeg in. Ik had een gevoel van herkenning en erkenning. Het was als thuiskomen in een andere wereld. Ik begon te tekenen, in het begin kopieën van Claus… . Zijn fascinatie voor kunst is niet meer gestopt, Jan Dheedene heeft nooit getwijfeld in de weg die hij verder wilde bewandelen.
Ik ban de drukte uit mijn hoofd en onderga onbevangen de geschilderde houten panelen en de meestal slanke sculpturen. Materiaal gebruik, structuur… vooral de donkerte vallen me op. Wat vertellen deze werken of staan ze gewoon maar mooi te wezen? Ik zwijg en Jan begint te spreken, vlot, het kost hem geen moeite. Vele gedachten passeren de revue. Voorzichtig probeer ik die samen te vatten.
De kunst van Jan Dheedene vertelt vele verhalen en vindt onrechtstreeks zijn oorsprong, ook al is dat niet onmiddellijk te merken, in de natuur. Zijn moestuin, de structuur van de grond… verstoppen zich in zijn sculpturen en schilderijen. Zijn beeldhouwwerken zijn één brok inwendige grillige natuur. Dat vertaalt zich in een langzaam proces van krimpen, groeien, barsten met een belangrijke rol voor het licht. Jan Dheedene plaatst de ratio op nul. Ver weg van de buiten wereld, bouwt hij aan zijn sculpturen in een soort trance, met intuïtieve improviserende kracht, in volle vrijheid, gestaag en met een groot geluksgevoel. Tijd en ruimte lossen zich op in het heelal. Hoewel de schilderijen duister zijn, zwartgallig is de kunstenaar niet. Hij heeft een fascinatie voor het sterfelijke, de vergankelijkheid maar is blij met het leven.
Voor de kunstenaar behelst beeldhouwen ook een spirituele en meditatieve kant. Is meditatie niet zich focussen op één object? Achteraf komt het nadenken. De diep menselijke sculpturen en schilderijen van de kunstenaar zijn onbewust metaforen voor Moeder en kind, Sisyphus, Babel, de Kruisiging… het verdrijven van Adam en Eva uit de Hof van Eden. Door en met kunst probeert hij de brug te spannen naar het Aards paradijs. Als kunstenaar ondergaat hij een absurde drang om de band met een paradijselijke natuur te herstellen. Albert Camus geeft ons een les in het aanvaarden van die absurditeit. De onmacht knaagt, uiteindelijk ben en blijf je een kunstenaar/mens. Omwille van de metaforen voelt Jan Dheedene zich verwant met oude meesters. De kunst is zwanger van klassieke thema’s. Voorbeelden genoeg: de Venetiaanse meester Titiaan schilderde Sisyphus en Rembrandt ‘Christus aan het kruis’… dan is er ook nog de ets van Rembrandt ‘De Zondeval’… Voor Jan Dheedene is in een creatie vooral het evenwicht tussen de geest en het tastbare, de materie, essentieel. Met zijn persoonlijke beeldtaal weet de kunstenaar te verrassen, je mee te slepen in een op het eerste zicht hermetische wereld, een wereld die zich langzaam ontsluit als je jezelf de tijd gunt om met de kunstenaar op stap te gaan.
Graag eindig ik met de wijze woorden van Jan Dheedene: kunst moet gezien worden, vanzelfsprekend komt het werk op de eerste plaats dan pas de kunstenaar. Dat is exact waar beide voor staan: zij spreken door en met hun werk. Egotripperij is hier niet aan de orde.
Tekst en foto Kathleen Ramboer
INFO
GEEN ONTKOMEN AAN
Galerie Drie St-Amelbergastraat 3A – Gent
Opening vrijdag 26 juni van 19u tot 22u
Openingsuren vrijdag, zaterdag 9u tot 18u zondag 9u tot 14u
KUNST- POËZIE- EN MUZIEKEVENT waarbij beeldende kunst, poëzie en muziek met elkaar in dialoog gaan “Canto ostinato” de weerklank van het woord een initiatief van Jean-Paul van der Poorten, Pedro Brugada en TaLe Art Gallery
tekst en foto Jean-Paul van der Poorten – TaLe Art Gallery
Vierendertig kunstenaars uit alle Vlaamse provincies zijn met de poëtische uitspraak van PEDRO BRUGADA over het ritme van het hart, en met de gedichten in dialoog gegaan. Ze vertaalden deze naar visuele elementen zoals herhaalde vormen, patronen en ritmische lijnen. Herhaalde ritmische motieven, ook wel ostinato’s genoemd, vinden we ook terug in de muziek. Ze hebben een meditatief en betoverend effect en roepen door hun repetitieve karakter een gevoel van rust, trance of zelfs betovering op.
Curator: Jean-Paul van der Poorten
PRAKTISCHE INFO
tentoonstelling 7 tot 27 juni 2026 elke vr-za-zo 14-17u 2 locaties Sint-Fledericuskerk & TaLe Art Gallery Vlierzeledorp te Vlierzele
VOORSTELLING EN OPENING VAN DE TENTOONSTELLING
Zondag 7 juni – 15 uur │ Deuren om 14 uur Sint-Fledericuskerk en TaLe Art Gallery Vlierzele
PROGRAMMA VERNISSAGE 7 JUNI
JEF VERMASSEN stelt de poëzie- en beeldende kunstuitgave voor.
The Ghent District Highlanders (doedelzakspelers), het Sint-Ceciliakoor van Vlierzele o.l.v. Johan De Vos, Pascal Podevyn (gitaar), Hans Van Gysegem (piano en orgel) en Filip Van Keer (belleman/percussiesolist/tenor) zorgen voor de muzikale omlijsting.
Er worden gedichten en poëtische teksten gelezen door Pedro Brugada, Hervé Claeys, Griet Decabooter, Jean-Paul van der Poorten, Jef Vermassen en Elia Vermeulen.
Pedro Brugada en Jean-Paul van der Poorten lezen het gedicht ‘Ode aan Vlierzele’.
Hervé Claeys veilt het werk ‘Fugit irreparabile tempus’ van Pedro Brugada en een kalligrafisch werk van Goedele Soetewey. voor veiling
Burgemeester Tim De Knyf opent de tentoonstelling.
De toegang is gratis. Er wordt een glaasje aangeboden.
Een boek reserveren dat kan en aanwezigheid bevestigen is wenselijk via info@taleartgallery.be
FINISSAGE VAN DE TENTOONSTELLING
Sint-Fledericuskerk en TaLe Art Gallery Vlierzele Zondag 27 juni – 15 uur. Een programma met muziek, poëzie en een rondleiding in de tentoonstelling. In aanwezigheid van Route 42-dichter van 2026, Jennifer Vrielinck. De toegang is gratis. Er wordt een glaasje aangeboden door TaLe Art Gallery.
DE POËTISCHE UITSPRAAK EN DE GEDICHTEN
De poëtische uitspraak verwijst naar de wetenschappelijk bewezen synchronisatie tussen het menselijk hart en het ritme in muziek. De gedichten gaan over het alles en het niets (over de aard van bestaan en niet bestaan), over de unieke identiteit van elke persoon en hoe het ik zich verhoudt tot anderen, over de pijn van het zijn (een paradoxale relatie tussen zijn en pijn) en over wie zoekt wat er is, een gedicht dat de concepten van aanwezigheid en afwezigheid tastbaar maakt.
Pedro Brugada: ’Het ritme van het hart is als het ritme in muziek. Of is het andersom? Meer dan twee eeuwen nadat Ludwig van Beethoven de Piano Sonata Les Adieux heeft geschreven is het mysterie nog niet opgelost. Heeft Beethoven effectief het ritme van de sonate gecomponeerd na het ritme van zijn hart? Het voortdurend wisselen van adagio naar allegro, andante espressivo tot aan de vivaci met pauzes en plotse herstart hebben veel gemeen met het gestoorde ritme van het hart dat we fibrillatie noemen. Leidt Beethoven effectief aan voorkamerfibrillatie? Dat zullen we nooit weten. Wat heel duidelijk is, is dat het luisteren naar Beethovens sonate het ritme van ons hart bepaalt: het eerste deel Das Lebewohl (afscheid) doet ons hart verscheuren van verdriet. Het tweede deel Abwesenheit (afwezigheid) zingt ons hartritme naar het dal van bijna totale stilte. Het derde deel Das Wiedersehen daarentegen doet ons hart weer kloppen zoals het hart van iemand die net verliefd is geworden. In de chaos zit de gelijkenis: in een chaotische muziek en een chaotisch hartritme. Toeval? Nee, een genie zoals Beethoven liet niets aan het toeval over.’
KUNSTENAARS UIT ALLE VLAAMSE PROVINCIES
Er verlenen topartiesten hun medewerking. Daar zijn Roger Bursens wiens werk wordt gekenmerkt door ritme, vinding en muzikaliteit, Annabelle Cock die uitgepuurde collages, tekeningen en ruimtelijke installaties maakt, Christel Foncke die flarden van een verleden zijn dat blijft resoneren en Marc Goddefroy die een studie van het onzichtbare brengt. Er zijn de innerlijke landschappen van Ann Grillet, de werken van Dagmar Heymans die doen denken aan de werken van Rothko, de werken van Véronique Jansseune die haar inspiratie vindt in de Klassieke Oudheid en in de architectuur en de werken van Frie J. Jacobs die niet alleen werken met vuur maar ook partituurwerken maakt waarin hij de fragiliteit en de essentie van het bestaan vangt. Er zijn de unieke werken met acrylstift op canvas van Louise Kerkaert, het werk van Karin Keutgens die ongeveer een kwarteeuw (middeleeuwse) muurschilderingen restaureert en het werk van Bruno Mertens dat zich op het snijvlak beweegt van sculptuur, keramiek, conceptuele kunst, installatiekunst en minimalisme. Er zijn ook de gestileerde vrouwelijke en mannelijke figuren van Irène Philips die op een poëtische wijze meditatieve gebeurtenissen en harde episodes uit het leven vertalen, er is het werk van Régine Van den Broucke die collages met oud papier maakt en het werk van Liesbeth Willaert dat een dans is van geometrische en organische vormen. Kayo Quintens tekent op haar beurt nostalgische, poëtische illustraties om bij weg te dromen.
voor veiling kalligrafisch werk Canto ostinato van Goedele Soetewey
In de Sint-Fledericuskerk exposeren acht textielontwerpsters hun werk. In het werk van Manon Clement speelt het gebruik van woorden binnen de textiele ruimte een cruciale rol. Clement is op zoek naar de verbinding tussen taal, beeld en textiel. Ze plaatst vergankelijkheid tegenover tastbaarheid door de verbinding tussen woorden en beelden te onderzoeken. Lisa Decavel zet (persoonlijke) teksten om tot een geweven beeld, onleesbaar maar interpreteerbaar. Trui Demarcke werkte als textielontwerper voor de industrie en richtte het label Fil & Baukis op. Inge De Zutter ontwikkelde met de eeuwenoude technieken van het kantklossen als medium een eigen taal en creëert zowel werk voor musea, tentoonstellingen als voor interieurs. Mileen Malbrain wordt gefascineerd door ritmes, structuren, volumes en reliëfs. Ze brengt in haar werk wetenschap en kunst samen. Het verhaal van tijd en het verstrijken van tijd komt in beeld in het werk van Renieke Meyfroot. Het concept tijd komt ook aan bod in het werk van Lieve Smets in wier werk kant een metafoor is voor vergankelijkheid en kwetsbaarheid. Margot Van den Berghe speelt met de grens tussen design en kunst. Dit mooi ensemble textielkunstenaars geeft aan het event een bijzonder aanschijn. In de kerk wordt ook de kalligrafie Canto ostinato van Goedele Soetewey tentoongesteld die tijdens de voorstelling wordt geveild.
voor veiling werk van Pedro Brugada ‘Fugit irreparabile tempus’
VEILING
Op de voorstelling zal het werk Fugit irreparabile tempus van Pedro Brugada en de kalligrafie Canto ostinato van Goedele Soetewey worden geveild. Fugit irreparabile tempus is een tijdloze herinnering aan de vluchtigheid van het bestaan. Het werk herinnert ons eraan dat tijd niet kan worden gestopt of teruggehaald en dat de momenten die voorbijgaan voorgoed verloren zijn. De kalligrafie (een drieluik) is een visuele echo van het repetitieve, hypnotiserende karakter van Simeon ten Holts Canto Ostinato. Net zoals de Canto Ostinato werkt met herhalende motieven die in intensiteit en kleur variëren creëert de gelaagde kalligrafie een ritmisch en repetitief beeld. Voor de veiling zal de kalligrafie van vijf meter hoogte worden opgedeeld in drie gelijkwaardige drieluiken die elk de werken bevatten van het drieluik. Deze hebben de volgende ondertitels: Jouw hartslag is mooie muziek (Il battito del tuo cuore è una musica meravigliosa), Halsstarrig herpakken en volharden (Ostinatamente riprendere e perseverare)en Soms, met wat hulp, samen naar de finale (A volte, con un po’di aiuto, insieme fino alla finale).
Bij de expo hoort een poëzie- en beeldende kunstuitgave, getiteld “Canto ostinato”. Een prachtig boek met werken van de 34 kunstenaars en gedichten. Een exemplaar van de poëzie- en beeldende kunstuitgave Canto ostinato kan worden gereserveerd door storting van 40 euro op rekeningnummer Het verbeelde woord BE69 7310 7362 3678 met vermelding Canto ostinato. Het exemplaar dient te worden afgehaald vóór de aanvang van de voorstelling (tussen 14 uur en 14.45 uur) en wordt niet met de post toegezonden.
Canto ostinato kreeg de medewerking van TaLe Art Gallery, gemeentebestuur Sint Lievens Houtem, Houtemse verenigingen waaronder Zangkoor Sint Cecilia, Gezinsbond Vliezl, de Bib / Route42, Sint-Fledericusparochie en kunstenaars van de Kreazolder.
tekst en foto Jean-Paul van der Poorten – TaLe Art Gallery
Walter Dermul is niet het romantische type kunstenaar, eenzaam schilderend op een zolderkamer, ver weg van de hectische wereld. Hij houdt ervan te netwerken, de confrontatie op te zoeken, zijn publiek te bespelen, te ontmoeten, van gedachten te wisselen. Het was een plezier met hem in gesprek te gaan en schrijfstof te sprokkelen voor hopelijk een goed artikel over ontstaan, evolutie, techniek en inhoud van zijn canvassen in olieverf.
EEN ARTISTIEKE LAATBLOEIER
Door allerlei factoren is Walter Dermul een artistieke laatbloeier. Met heel veel enthousiasme startte Walter Dermul op latere leeftijd zijn loopbaan als kunstenaar. Het bleef niet bij enthousiasme maar werd stilaan een passie. Onder het motto een dag niet gewerkt is een verloren dag, werkt hij gestaag aan een oeuvre dat stilaan vorm krijgt. Walter Dermul startte met portretten, hij heeft trouwens een grote bewondering voor Lucian Freud. Zich bewust zijnde dat portretten buiten de geportretteerde zelf, moeilijk aan de man of vrouw te brengen zijn, begon hij andere onderwerpen te schilderen. De ambitie om het te maken groeide en groeide. Zo gedreven als hij was in zijn vroegere loopbaan in de wereld van de reclame en marketing, is hij nu als kunstenaar. Met heel veel vertrouwen gaat hij bewust op zijn doel af: erkenning en waardering van kunstkenners en tentoonstellen in een gerenommeerde, professionele galerie, thuishoren in een goede ‘stal’. Dit voor ogen is Walter Dermul proactief sterk bezig. Hij neemt initiatief, stelt tentoon, is aanwezig op het net, verbetert zijn techniek en werkt intensief verder aan zijn persoonlijke stijl. Een slaagkans heeft hij zeker.
MUZIEK
Kunstenaar Walter Dermul houdt van muziek. In het atelier maakt muziek, rock, pop, blues, jazz… of klassiek, deel uit van zijn creatieproces. Daar bovenop dragen de canvassen welluidende namen met referenties naar songs van alle tijden: Keep on running, Private Universe, Going anyway, Fool on the hill, Look Up Here I’M In Heaven, I don’t want to go to Mars … En toch als ik naar zijn canvassen kijk, hoor ik slechts één soort klank, een melancholische toon in een overheersend zacht klankkleur. De muziekliefhebber Walter Dermul viert bedachtzaam de stilte, tovert op doek met zachte gedoseerde kleuren een nostalgische wereld die rust uit ademt en leegte fluistert. Walter Dermul lijkt blij als de wind is gaan liggen. Hij observeert, vangt het licht, tast de wolken af, zoekt het gras, het water, het groen … luistert met zijn ogen en zingt met penseel een melodieus lied. Mijn verbeelding slaat op hol. Mijn geheugen galoppeert. Ik herken de jaren 60. Het is aangenaam vertoeven in de nostalgische wereld van de kunstenaar, voor mij een veilig toevluchtsoord, negerend de bittere realiteit van de ‘echte’ wereld.
DE NOSTALGIE
Walter Dermul is groot geworden in een ongelooflijke boeiende tijd, in een euforische sfeer van heropbouw na de wereldoorlogen. Aan de zijkant beleefde hij de jaren 60, met als uitschieter mei 68 met zijn barricades en studenten protesten. Politiek werd alles in vraag gesteld. Die periode vindt de kunstenaar nog altijd inspirerend. Vanzelfsprekend zoekt en grijpt hij, als voedingsbodem voor zijn schilderijen, naar foto’s uit zijn familiearchief, nieuwsmedia, websites, deze met een optimistische tijdsgeest. De kunstenaar knipt en plakt die visuele prikkels tot hij een beeld bekomt, geschikt om op doek vast te leggen. Het grote werk kan beginnen. Is kijken naar de schilderijen van Walter Dermul als bladeren in een nostalgisch fotoboek, het lezen van foto’s? Voor mij gedeeltelijk wel. In iedere verflaag, in elke penseelstreek huist een stukje nostalgie, een herinnering, een melancholische gedachte. Schilderen geeft de kunstenaar kans om de klok terug te draaien, melancholie te verstoppen in het canvas.
ARCHITECTUUR
Zijn schilderijen verraden een kunstenaar met oog voor de architectuur uit vroegere tijden. Ze tonen echo’s van een niet eens zo ver verleden. Als toeschouwer kan je trappen afdalen, kloostergangen verkennen, dolen in oude gebouwen, verdwalen in een labyrint, je gedachten verliezen aan het water, mijmeren op een bank bij het meer. Walter Dermul schildert met de esthetiek van een architect. Zijn trappen herleidt hij tot een spel van vlakken en lijnen. Elimineren van het overtollige, vermijden van overdaad, dat is zijn stijl. Zijn werk is bedrieglijk eenvoudig, uitgepuurd, met een gevoel voor compositie en afmetingen, en vooral oog voor licht en schaduw. In het kunstlandschap is Walter Dermul uniek. Hij volgt niet de trend van de ‘droge’ stille abstracte kunst noch die van de barokke, kleurrijke, dynamische figuratieve kunst. Walter Dermul wandelt een eigen pad, schildert figuratief op een abstracte wijze. Zelf stelt hij zich de vraag: ‘Deze figuratief/abstracte/gestileerde stijl is dit mijn sterk of zwak punt? De toekomst zal het uitwijzen. We zijn benieuwd naar een volgende stap. Wie weet gaat hij volledig de abstracte weg op? Ik beschouw zijn werk als een rustpunt in de energieke, emotionele kunst van vandaag.
links Labyrint 60×80 cm – olieverf op doek 2026 / rechts Step one (dyptich) 2x 80×100 cm olieverf op doek 2025
KLEURGEBRUIK
Walter Dermul koos resoluut voor olieverf. Olieverf heeft het ongelooflijke vermogen in lagen te werken en blijkt ideaal om fijne kleurnuances vast te leggen. De kleuren waarmee Walter Dermul schildert verwarmen niet, ze verzachten, stemmen milder. Het subtiel ingetogen kleurenpalet speelt een niet te onderschatten rol in de sfeerschepping, in het evoceren van een sprekende leegte. Eén enkele keer zorgt Walter Dermul met een primair kleur voor contrast maar ook weer op de beheerste manier van een denker. Wie weet schudt de visuele rust van de lege ruimtes, de stijlvolle traphal, de roltrap… de filosoof in de beschouwende kunstliefhebber wakker.
TAFERELEN VAN EEN TONEELSTUK
Walter Dermul is terzelfdertijd regisseur en observator. Zijn canvassen, scènografisch sterk, met aandacht voor een cinematografisch spel van licht en donker, verbeelden de wereld als schouwtoneel. De doeken capteren een vanzelfsprekende alledaagse handeling. De duiker in het water, de personages op de roltrap, de figuur mijmerend aan het water, de man in maatpak onderaan de trap… allen in een schier bevroren beweging, geven hun geheimen niet prijs en laten ons achter met vragen, suggererend een open einde. Deze taferelen nodigen uit tot vertraging, tot waarnemen met de ogen nog voor het denken zich aanbiedt. De schilderijen kijken je rustig aan, schreeuwen niet om aandacht maar beroeren zacht. Walter Dermul laat een oplettende kijker met vragen achter, geen antwoorden. De schilderijen activeren de toeschouwer, ze zetten aan tot reflectie. Eén zekerheid: zijn beeldtaal spreekt. Als kijker heb je enkel je verbeelding, een ongebreidelde fantasie nodig om het verhaal verder te zetten, om een volgend hoofdstuk te schrijven. Hoe boeiend kan kunst zijn?
SCHILDERIJEN EN GEDICHTEN
Tijdens zijn zoektocht naar een persoonlijke beeldtaal vindt Walter Dermul in Marjan De Boeck, zijn levensgezel, ook een partner in crime. Enkele van haar gedichten sluiten perfect aan bij reeds afgewerkte canvassen, andere blijken een ideale inspiratiebron voor een nieuw schilderij. Marjan De Boeck grijpt naar een moment, een gebeurtenis, al of niet biografisch. Voor de kunstenaar/levensgezel helpt het persoonsgebondene de transfer naar visualisatie op doek. Haar woordkeuze, de klank, het ritme, de beeldspraak sluiten aan bij de stijl, de sfeer van het gebeuren op Walter Dermuls schilderijen. Verf en taal raken elkaar.
Let my love open the door_80x60
Schilder en poëet zoeken en dwalen in een zelfde doolhof van verlangens, beelden, emoties en gedachten. En toch is hun kunst niet louter persoonlijk maar ook tijdloos en universeel. Lees, staande vóór de schilderijen van Walter Dermul, de poëzie van Marjan De Boeck en de beleving wint aan intensiteit.
Doolhof
Ik herkauw mijn gedachten, ze zitten in een loop.
Ik letterschrijf mijn woorden, zoek zuurstof in de poel.
Het doolhof blijft gesloten, ´t is lopen zonder doel.
Marjan De Boeck
Wat heeft de kunstenaar te vertellen aan de kijker? Is de kunst van Walter Dermul vrolijke kunst, voedt zijn kunst donkere gedachten, stemmen ze de kijker weemoedig, toveren ze een glimlach? De kijker heeft het laatste woord. Waan je in het labyrint van Knossos waarin je als toeschouwer je weg zoekt, een weg naar beleving. Eén ding is zeker, zijn kunst bekijken is een esthetische ervaring.
Kathleen Ramboer 2 februari 2026 fotografie copy right Walter Dermul
In galerie Artisjok stelt kunstenaar Walter Dermul heel wat nieuwe schilderijen tentoon. Een aantal daarvan wordt begeleid door een gedicht van Marjan De Boeck (partner in crime), speciaal uitgewerkt op glazen panelen.
1 mei tot en met 16 juni Galerij Artisjok. Antwerpsestraat 62-64, Lier open vrijdag, zaterdag en zondag van 14u tot 18u
INFO BOEK LABYRINT schilderijen Walter Dermul en gedichten Marjan De Boeck
Ter gelegenheid van de expo wordt het nieuwe boek van Walter Dermul ook onder de noemer ‘Labyrint’, voorgesteld. Het 98 pagina’s tellende boek toont een overzicht van olieverfschilderijen uit de periode 2023-2026, inclusief gedichten van Marjan De Boeck. € 35,00 gratis verzending
bestellen via mailadres walter@walterdermul.be of een berichtje via Instagram of FB
De meeste curatoren en galeries zetten het liefst in op jonge kunstenaars. Marc Mestdagh, bezieler van deWeverij, gooit het voor de expo RIZOOM over een andere boeg. De 12 deelnemende kunstenaars, geselecteerd na een open call, bezitten een leeftijd tussen de 50 en 67 jaar. Verwacht geen old-fashioned expo. De tentoonstelling is een staalkaart van wat er vandaag de dag reilt en zeilt in de kunstwereld, ze straalt van jeugdig enthousiasme. Jonge kunst is hier vertegenwoordigd in de betekenis van recent gecreëerd werk. Het origineel materiaalgebruik, diversiteit en de evenwichtige opstelling bezorgen de kijker een verrassende eerste indruk. Niet alleen de werken gaan in dialoog, ook de makers. De 12 kunstenaars zoeken een niet vanzelfsprekend evenwicht tussen werk, familie en kunst. Daar bovenop hebben ze ook ambitie. Ze maken geen vrijblijvende kunst en gaan op zoek naar authentiek, persoonlijk werk met de optie hun kunst bloot te stellen aan de kritische blik van de kunstliefhebber. Voor allen betekent dit een creatieve uitdaging. Deze expo brengt gelijkgestemden bij elkaar, bezorgt hen een welkom netwerk en vooral geeft hen de kans naar buiten te treden.
EEN OPVALLENDE START
Aan de op het grasveld geplaatste reuzegrote installatie van Christoph Annys ga je als bezoeker zo maar niet voorbij. Zijn constructie overvalt je, triggert en zet meteen de toon, suggereert wat nog komt. Als bezoeker voel ik nu al de open verbindende sfeer en haast me vol verwachting naar de ingang.
GEMEENSCHAPPELIJKE RAAKLIJNEN
Kunstwerken ontstaan zelden in een vacuüm. Ze worden vaak beïnvloed door een maatschappelijke tijdsgeest en weerspiegelen de leefwereld van de kunstenaar. Zo ontdek ik in deze expo inhoudelijke en technische raakpunten.
Architectuur Enkele kunstwerken verwijzen naar architectuur. John Stack is beroepshalve architect en dat uit zich in zijn artificiële architecturale landschappen: ragfijne witte technische lijnen op blauwe gelaagde velden. Daniel Storms’ werken ontstaan uit fascinatie voor een sluimerende stad tijdens het ochtendgloren. Zelf benoemt hij zijn werk als architecturaal abstract. Interieurarchitect/designer Frank Vanderhaeghe zoekt rust na een stresserende dagtaak en trekt zich terug in een cocon waar hij canvassen omtovert in monochrome dragers van subtiele, verfijnde en vooral stille ingetogen kunst, kunst zonder toeters of bellen.
Natuur en gerecycleerde materialen De natuur blijkt een tijdloze en onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. Nu de mens zelf zijn natuur aan banden legt en de verstedelijking zegeviert hebben kunstenaars een scherp oog voor organisch materiaal. Enkele zoeken geen bruikbare voorwerpen maar vinden ze, in de natuur, op de werkvloer of zelfs thuis. Herkenbare, dagdagelijkse zaken worden zodanig verwerkt dat ze toetreden tot de wereld van de kunst, het land van de verbeelding. Ze werken met wat voor handen ligt. In deWeverij zijn hier voorbeelden van terug te vinden. Enkele som ik hier op. Ik zoek naar gevleugelde woorden om een poëtisch werkje van Sandra Ruyssinck te omschrijven. Een dure verfborstel had ze niet van doen. Sandra Ruyssinck, geïnspireerd door de Japanse cultuur, schildert met zwarte inkt sierlijke lijnen met de veren van haar vogels. Patricia Gheysens verwerkt kunstig vruchten van de esdoorn ‘helikopters’ die in het citadelpark van Gent voor het rapen lagen. De observatie van een treurwilg leidde bij Els Robberechts niet tot een natuurgetrouwe tekening maar tot een grijsblauwe tedere abstractie. Annabelle Cock maakt minimalistische, extreem eenvoudige collages die de vier seizoenen verbeelden. Geometrische lijnen als grassen, geknipt in aangepaste kleuren, kleuren kenmerkend voor lente, zomer, herfst of winter, doorklieven het witte blad. Als gewezen florist sprokkelt Annick Haesendonckx vruchten van de judaspenning en andere plantresten om te verwerken in haar ‘boxes’. Slijpschijven vinden bij haar een tweede leven in een assemblage. Christiaan Van Damme valt voor de vernuftige samenstelling van honinggraadkarton. Voor zijn sculpturen, geabstraheerde figuren, kiest hij meer traditioneel materiaal zoals steen, albast… Marianne Van der Wielen gebruikt voor haar muurhoge sculptuur terrepapier. Haar werk ‘Where is my home?’ is gecreëerd met houten kratjes. Het oogt aantrekkelijk, lief en lichtvoetig maar is het niet. Een huis is niet altijd een thuis.
Abstrahering Zoals Els Robberechts een treurwilg abstraheert, Annabelle Cock de seizoenen minimalistisch verbeeldt, vereenvoudigt Yves Buysse de menselijke figuur op doek tot een krachtige organische vorm. Het zwarte buitenrandje rond het geschilderd oppervlak verraadt de fotograaf in de schilder.
Samenspraak van materialen Christoph Annys verkiest geen herbruikbaar en/of broos materiaal maar grondstoffen die spreken. Het survivaldeken is niet alleen het symbool van de mens zonder huis of thuis, een thema dat ook Marianne Van der Wielen behandelt, neen zijn gouden glans verbeeldt, evenals het Carrera marmer van de installaties, onze rijke westerse wereld. Het werk van deze kunstenaar is van een schoonheid die vragen oproept. Patricia Gheysens laat harde met zachte materialen dialogeren, keramiek met blokken mousse, hard met kwetsbaar.
Marc Mestdagh heeft de mensenruimte deWeverij omgetoverd in een kunstkamer vol wondere, verrassende kunst. De 12 kunstenaars, met een gelijkaardig traject en gedeelde ambitie, spelen met vormen, materialen en beleven samen de expo. Hier dirigeert de kunstenaar/homo ludens, de bezoeker luistert ademloos. De expo RIZOOM is het levende bewijs dat kunst verbindt en dat het spelelement een fundamentele pijler is van onze cultuur.
En… ook op spelen staat geen leeftijd.
Tekst Kathleen Ramboer
INFO
RIZOOM
deWeverij Dellaertsdreef 9 9940 Evergem (Sleidinge) open zondagen 3 en 17 mei en 7 juni 2026 telkens van 10u tot 18u https://deweverij.be/rizoom/
De Villa Medicis in Rome is een residentie voor Franse kunstenaars die de zogenoemde Prix de Rome gewonnen hebben. De kunstenaars kunnen er tot een jaar verblijven. Een droomplaats voor een kunstenaar.
Meer bescheiden maar efficiënt zijn een aantal kunstinstellingen in België die een residentie voor kunstenaars aanbieden. Meer dan 100 zijn er in Vlaanderen en Brussel, zoals De Singel of Passa Porta. De residentie is dan het resultaat van een selectie via een open call. De duur van de residentie is heel variabel.
Ruim te ruim
Kunstenaars worden door de ruimte en de architectuur van de locatie van de residentie, bijvoorbeeld de Villa Medicis, beïnvloed in hun werk. Een vermoeden. Denken we aan onze jeugdkamer als een positief of negatief experiment. Verschillend. Dit is wat Ineke Tavernier, de regisseur en theaterstuk schrijfster, wil tonen in haar theaterstuk Ruim te Ruim. Soms is onze slaapkamer een toevluchtsoord, soms een gevangenis. En we moeten eruit, zoals in het theaterstuk met de matras, een symbool van thuis zijn. Denk aan de overbevolking van de gevangenissen.
Het ontstaan van een toneelgroep
Voor we spreken over de residentie van De Andies bij Zinnema, moeten we eerst omschrijven wat die residentie inhoudt. De Andies is een ontmoeting van vier acteurs in Zinnema, het Open Talentenhuis in Brussel. Na een geslaagde samenwerking in het kader van de afstudeervoorstelling van Thibaut Princen aan de Toneelacademie Maastricht besloten ze om verder samen te werken. Dat was in 2021. Met z’n vieren richten ze het gezelschap op. Sindsdien brengen ze elk jaar een theatervoorstelling.
De opbouw van de theatervoorstelling
Elk jaar via een open call of via kennissen in de theaterwereld vraagt De Andies een regisseur**/**regisseuse of hij of zij met hen wil werken. Ze zoeken ook, afhankelijk van het theaterstuk, extra acteurs . Dit jaar zijn er vier. Ineke Tavernier, de regisseur van dit jaar, is ingenieur-architect en Ruim te ruim is haar afstudeervoorstelling binnen de opleiding Docent en Regie aan de Toneelacademie Maastricht.
De residentie
Thibaut Princen: “We zijn al jaren kind aan huis in Zinnema; ik heb vroeger voorstellingen in Zinnema gespeeld.” “Voor elk gezelschap is ruimte of een zaal wat belangrijk is om te repeteren.” In de zomer is er meer vrije ruimte, die Zinnema dan ter beschikking stelt. “Wij zijn er als resident; de afspraak is dat wij om de twee jaar een voorstelling maken.”
“Wij krijgen ook technische ondersteuning, een klein productiebudget en 30 dagen repetitieruimte.” Zo’nengagement is fijn. “Elk jaar is er een begindag waarop je de andere residenten kunt leren kennen. Het is heel fijn om kennis te maken met wat ze bezig zijn. Er zijn mensen die we goed kennen, zoals Eline George en Elke Van Der Kelen van het theatergezelschap Tint . We praten veel met elkaar wat inspirerend is.”
Het toonmoment
Wat bijzonder is aan de voorstelling van Ineke en De Andies, is dat er interessante technieken worden gebruikt. Het decor bestaat uit een gesloten kubus in hout, een spiegel en een tafel met een stoel. Niet meer. Het is minimalistisch maar toch krachtig, waarbij de gesloten ruimte de jeugdkamer van Ineke simuleert. Twee elementenbuiten de spelers voegen boodschappen toe: een voice-over en een personage dat plotseling verschijnt bovenop de kubus om instructies te geven. De matras die door de acteurs door de ruimte buiten de kubus wordt geduwd,stelt de behoefte aan reizen voor. Uit, uit! Is ons bed het huis van de slaapkamer? Even nadenken, misschien wel.
We kunnen spelen met het woord residentie: dit is waar wij wonen, een mooier woord voor huis, en voor kunstenaars een voorlopig thuis waar hun creativiteit gevraagd en gewenstis. Dit zijn welkome initiatieven van de kunstinstellingen.