‘Omdat gewoon leven niet volstaat’ Patti Smith
tekst Kathleen Ramboer
Op een zonnige winterdag zit ik aan een gezellige keukentafel in een fel hoopvol daglicht samen met kunstenaar/poëet Johan Clarysse, klaar voor een warm gesprek. Talrijke onderwerpen passeren de revue: zijn loopbaan als kunstenaar/dichter, kunst en schoonheid, de communicatie met de kijker, techniek, zijn poëzie… en zo veel meer. Johan Clarysse doorspekt het gesprek met filosofische beschouwingen wat het interview een boeiende wending geeft en mijn horizon verruimt. Het zijn drukke dagen voor de kunstenaar. De aanleiding voor dit gesprek zijn een solo expo ‘Back to the nineties’ met lyrisch abstract schilderwerk uit de jaren negentig én de presentatie van zijn tweede poëziebundel ‘Randschade’.
Kunstpoort Waarom stel je nu vroeger werk tentoon, de reeksen ‘Odyssee’ en ‘Van Stof Tot Steen’? Verkoos het Willemsfonds, organisator van de expo, specifiek deze 2 series of komt het idee van jou? A la recherche du temps perdu?
Johan Clarysse Mijn eerste idee was weinig gekend werk te presenteren zoals mijn collages. Toen dacht ik waarom geen ouder werk tonen? De reden daarvoor is dat ik de voorbije jaren ben geconfronteerd met de eindigheid van het leven met als effect een extra vibe om te creëren én het willen terugblikken op wat is geweest. Wat heb ik betekend als mens en als schilder?
Kunstpoort Je ‘Odyssee’ reeks en ‘Van stof tot steen’ reeks doen me vooral denken aan voorhistorische grotschilderijen of tekeningen, dit door hun textuur en typische aardkleuren, het zijn picturale materieschilderijen. Is het een blij en verrassend weerzien als je terugblikt naar deze vroege schilderijen? Ben je er nog altijd tevreden over?
Johan Clarysse Mijn nieuwe levenssituatie bracht de drang tot het maken van een inventaris met zich mee. Van 1988 tot nu kom ik zo tot een kleine duizend werken: schilderijen, tekeningen, collages. Deze twee reeksen die ongeveer 30 jaar in mijn atelier gestockeerd stonden, liggen me na aan het hart. Deze werken hebben mij als kunstenaar op de kaart gezet. Ze maken deel uit van mijn schilderkundige identiteit, ik ben die werken nog altijd. Ze dragen de kiem in zich van wat later volgde. In deze reeksen zie je het figuratieve element in mijn oeuvre binnen sluipen. De canvassen bevinden zich op de grens van pure abstractie naar figuratie. Geabstraheerde archetypische symbolen zoals ramen, een huis, boot, zeppelin, een zwaard… komen tevoorschijn, maar vooral vormelijk zie ik deze reeksen als de basis voor later werk. Je voelt het spel met beeldende spanningsvelden, hét kenmerk van goede kunstwerken volgens mij. Dit kan zijn een licht donker contrast, figuratie versus abstractie, , lineaire of grafische accenten tegenover organische, picturale tegenover sculpturale elementen enz… Die periode zocht ik ook naar een mogelijkheid om 3-dimensionaal te werken. Verf mengde ik met zand, cement, mortel en ik begon objecten in mijn schilderijen te integreren.


van links naar rechts
Afbeelding 1: Odyssee III, 120×100 cm, 1993
Afbeelding 2: Odyssee XX, 150×180 cm, 1993
In de ‘Van Stof Tot Steen’ reeks haalde ik mijn inspiratie uit een reis naar ‘Weltshire’ in Zuidoost-Engeland. Het is een streek met talrijke prehistorische sites en imposante stenen constructies, grafmonumenten, magische stenen cirkels, megalieten. Ik was onder de indruk van deze historische locaties, ze hebben iets sacraal, mystiek… en ik begon stenen te schilderen die een eigen leven zijn gaan leiden, ze zweven over het canvas of gaan verstild liggen. In het werk voor de uitnodiging van deze expo (cfr infra) speel ik bv met de tegenstelling van het massieve en organische van de steen met het kwetsbare en lineaire van de stoel erboven op. Dat zorgt voor een extra spanning in dat beeld.
Kunstpoort Je stijl en techniek is ondertussen sterk veranderd. Ik zie het als een persoonlijke odyssee, een zwerftocht doorheen je individuele schilderkunst en die van de kunstgeschiedenis. Sluit je huidige stijl meer aan bij de thema’s die je tegenwoordig behandelt? Hoe evolueerde je stijl, techniek, plots of langzaam aan?
Johan Clarysse In het begin was er de pure abstractie in primaire kleuren, veel blauwen en roden, dan volgde de ‘Odyssee’ en ‘Van Stof Tot Steen’ reeksen die zich bevinden op de grens van abstractie en figuratie: velden lyrische abstractie en daarin archetypische symbolen, geschilderd in aardekleuren (cfr afb 1,2 en 3). Op een bepaald moment stapte ik over naar woord/beeld schilderijen. De Dachau-reeks neemt hier een prominente plaats in en betekende de start van de woord/beeld werken. Een bezoek aan Dachau greep me zodanig aan dat ik de noodzaak voelde een nieuwe reeks te starten in een nieuwe beeldtaal, iets totaal anders dan de materie kunst van de ‘Odyssee’ en de ‘Van Stof Tot Steen’ reeks. Naast het abstract/figuratieve, het organische versus lineaire, doet hier een woord/beeld element zijn intrede. Het integreren van woorden in mijn schilderijen hield ik een tijdje aan (cfr afb 4). Omdat het geen systeem zou worden ben ik daar op een bepaald moment van afgestapt en is het puur picturale in een figuratieve context meer op de voorgrond gaan treden (cfr afb 5). Voor mij zit er een lijn in mijn evolutie, zijn het geen bruuske overgangen. Voor een buitenstaander kan dat wel zo overkomen. De potentiële kracht van al die reeksen ligt voor mij in de al dan niet subtiele, plastische spanningsvelden die ze vertonen: de spanning onder andere tussen kleuren, tussen vormen, lijnen, vlakken, de spanning tussen licht en donkere partijen, tussen dekkende en transparante verflagen, tussen enerzijds schetsmatige en suggestieve stukken en meer gedetailleerde of uitgewerkte stukken anderzijds… Vooral dat soort zaken zorgt, denk ik, voor een continuïteit in mijn oeuvre. Of een werk figuratief of abstract is wordt dan in zekere zin bijkomstig.
Maar ik heb dus blijkbaar thema’s nodig die mij intrigeren om gedreven te kunnen schilderen. Om mij niet te verliezen in de vele indrukken en associatieve ideeën die mij overvallen werk ik graag in reeksen, al wil ik daar ook de slaaf niet van zijn. Die reeksen kanaliseren die veelheid van impressies die op mij afkomen, geven ze een bedding. Maar dat is eigenlijk niet hét belangrijkste. Wat vooral telt is de vormkracht van een werk: die beeldende spanningsvelden dus waarover we het zopas hadden en de manier van omgaan met verf, kleur enz…
Kunstpoort Was er een zekere onzekerheid bij de start van je carrière, over de vroegste werken? Of dacht je onmiddellijk dit zit goed? Was er twijfel?
Johan Clarysse Ik twijfel nog altijd. Twijfel is een positieve attitude voor een kunstenaar. Verwar twijfel niet met vertwijfeling want dan ga je niet meer tot actie over. Waar ben ik mee bezig, ben ik nog goed bezig? Dat zijn ‘levensnoodzakelijke’ vragen voor een kunstenaar. Zelfvertrouwen is natuurlijk ook belangrijk, dat verwerf je door intensief bezig te zijn met je kunst en door de respons ook op je werk…
Kunstpoort Een citaat van Yves Joris: ‘Kunst mag dan wel spreken zonder woorden, het heeft een publiek nodig om echt tot leven te komen’. Probeer je zoveel mogelijk tentoon te stellen of liever niet te veel?
Johan Clarysse Kunst is voor mij nog altijd een vorm van communicatie, zij het communicatie via een omweg omdat het de dingen meer gelaagd en complexer maakt. Een kunstenaar die beweert: ‘Ik schilder alleen voor me zelf en niemand hoeft dat te zien’ dat geloof ik niet, tenzij het gaat om een louter therapeutische act en dan nog. Tentoonstellen is natuurlijk ook je kwetsbaar opstellen, het is een vorm van geven ook. Als kunstenaar moet je bovendien een minimum aan gezond egocentrisme en eigenliefde hebben. Geen arrogantie, daar neem ik afstand van.
Kunstpoort Ik stel vast dat je werken vanaf het begin, ik veronderstel de jaren 90, tot nu visueel zeer aantrekkelijk zijn. Was en ben je nog altijd op zoek naar schoonheid? Is het de bedoeling te verleiden door en met het schone? Primeert dat boven de inhoud? Of is het een middel om tot de inhoud, de kern van het schilderij te komen?
Johan Clarysse Het begrip ‘schoonheid” was lang taboe in de kunstwereld, had een pejoratieve klank. Ooit beweerde ik zelf: het gaat niet over ‘is een werk mooi?’ maar wel ‘is dat werk interessant, schilderkunstig gezien boeiend’? Het één sluit natuurlijk het andere niet uit. Het is zeker niet de bedoeling ‘schone prentjes’ te maken. En alles hangt af van ‘Wat versta je onder schoonheid’? Een goed schilderij mag voor mij best visueel aantrekkelijk zijn maar het moet tezelfdertijd ook iets weerbarstig in zich dragen, iets dat wat ‘wringt’ of ‘schuurt’. Bv iets dat ‘onaf’ lijkt, een perspectiefvervorming, een abstract gegeven in een overwegend figuratief beeld, een combinatie van beeldelementen die verrast enz. Een werk moet het liefst vragen oproepen, de behoefte aanwakkeren een eigen verhaal te vertellen. En dat wijkt af van een klassieke definitie van schoonheid.
Kunstpoort Je schrijft niet alleen poëzie maar schildert of tekent ook poëtisch. Tekeningen van jou verschenen in de dichtbundel ‘Verdraaide liefde’ van Jan M. Meier. Een eigen dichtbundel met persoonlijk werk, is dat een optie?
Johan Clarysse Dat biedt zeker perspectief en was ook een suggestie van de uitgever. Ik deed het tot nu toe bewust niet. Ik hou er niet van dat mijn tekeningen als illustraties overkomen. Mijn schilderkunst en poëzie hou ik voorlopig graag gescheiden. De tekeningen in de bundel van Jan M. Meier zijn niet speciaal voor die gedichten ontworpen. Er is een relatie tussen woord en beeld maar die is weerbarstig, zoals dat ook in mijn woord-beeldschilderijen destijds het geval was, ergens wringt het ook.
Kunstpoort Je tweede dichtbundel ‘Randschade’ is van de drukpersen gerold. We leven in een tijd waarin we razend snel leven en geleefd worden, een tijd waarin we vergeten te luisteren of stil te staan, een tijd waarin beelden je overrompelen en woorden minder gehoord worden. Wat betekent het vandaag de dag om poëzie te schrijven? Wat is het belang van een dichtbundel in 2026? Is er nog een publiek dat verlangt naar poëzie?
Johan Clarysse Poëzie is een kleine niche geworden. In mijn ogen is het de meest zuivere vorm van kunst: bijna niemand leest het en je kan er niets mee verdienen. Niemand is met dichten ooit rijk geworden. Misschien is poëzie belangrijk omdat het zo nutteloos is, nutteloos in commercieel opzicht. Maar ze is meer dan ooit betekenisvol, precies omdat ze een antigif vormt tegen het hapklare en vaak gedachteloze consumeren van woorden, ideeën en beelden, zo typisch voor deze tijdsgeest. Poëzie nodigt uit tot vertraging en verstilling, daagt je uit om af te stappen van je conventionele manier van waarnemen, denken, voelen.
Kunstpoort Misschien is schrijven een noodzaak om bepaalde fases in je leven een plaats te geven, te verwerken? Is het een drang die je voelt om te creëren? Nodig om te voelen dat je leeft? Is het een passie?
Johan Clarysse Tijdens het schrijven herken ik dezelfde drijfveren als bij het schilderen. Enerzijds heeft het iets dwangmatigs, iets driftmatigs. Patti Smith vroeg men ooit: ‘Waarom schrijf je nog?’ Ze antwoordde ‘Omdat gewoon leven niet volstaat’. Dat klopt, voor mij gaan schrijven en schilderen gepaard met een zekere urgentie. Die urgentie volstaat natuurlijk niet om een goed werk te maken. Het is voor mij een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde om tot een interessant schilderij of gedicht te komen. Of een gedicht of een schilderij goed of slecht is heeft zoals gezegd vooral te maken met vormkracht: het vinden van kleuren, vormen, woorden, beelden enz. die elkaars aanwezigheid nodig hebben om een goed gedicht of schilderij te zijn!
Poëzie en schilderkunst leunen wat dat betreft dicht tegen elkaar aan. ‘Poëzie is stomme schilderkunst en schilderkunst is sprekende poëzie’ schreef Simonides van Ceos. Zowel dichtkunst als schilderkunst werken beide met beelden die een communicatieve kracht in zich dragen, enkel het gehanteerde materiaal is anders.
Kunstpoort Je vorige bundel ‘Het geduld van water’ lijkt lichter van toon dan ‘Randschade’. Er zijn redenen om niet vrolijk te zijn: de tijdsgeest, vervlakking, de klimaatopwarming, ziekte… dat weerspiegelt zich in ‘Randschade’. Er is de confrontatie met de eindigheid van het leven. Ik werd er aanvankelijk niet vrolijk van en las de bundel met mondjesmaat. Hoe komt het dat je bundel toch een positieve klank nalaat, lucht en ruimte biedt?
Johan Clarysse Ik ben geen lichtvoetige dichter, dat klopt, en toch zit er inderdaad ook lichtheid in de bundel en is er – voor de goede verstaander – ook ironie aanwezig tussen de regels. De eerste cyclus ‘lijfspraak’ handelt over een ziekenhuiservaring, de confrontatie met lichamelijk ongemak en eindigheid. De tweede cyclus bijvoorbeeld bevat vooral liefdesgedichten. Twee polen zijn in de dichtbundel constant aanwezig en houden elkaar in balans: enerzijds het besef van eindigheid, vergankelijkheid, anderzijds de levensdrift, veerkracht en vitaliteit. Ook de laatste cyclus in de bundel ‘WIE NIET KIJKT, ZIET NIET’ kan je lezen als een antwoord op dat eindigheidsbesef. Het is in zekere zin een pleidooi voor blijvende verwondering omdat die per definitie vitaliseert. Verwondering heeft dan weer veel met kijken en zien te maken en daar vragen bij stellen. Kunstenaars zijn volgens mij goede observators…Ik weet dat dit op zich geen originele thema’s zijn, een groot deel van de poëzie gaat daarover, maar ik wil daar mijn eigen stem in laten horen. Alles is al gezegd, maar nog niet op mijn manier, daar moet je van uitgaan.
Kunstpoort Denk je dat je met deze bundel mensen in eenzelfde levenssituatie helpt?
Johan Clarysse Dat is niet mijn bedoeling maar als dat zo is, lijkt me dat mooi meegenomen. Ik vertrek van een persoonlijke ervaring maar probeer het particuliere van die ervaring te overstijgen, een universele dimensie te bezorgen. Ik schrijf niet over -mijn- maar over hét gemis, hét lichamelijk ongemak, dé eindigheid. Met mijn gedichten raak ik hopelijk wel een gevoelige snaar.
Kunstpoort De bundel is biografisch. Je put uit je persoonlijke levenservaringen. Je fragiele gezondheidstoestand dwaalt rond in bepaalde gedichten. Heeft schrijven een positieve invloed op je gemoed?
Johan Clarysse Voor mij was het een stukje bevrijdend inderdaad. Maar daar zit ook een gevaar in. Als je schrijft over zaken die heel dicht bij je staan ben je soms emotioneel te betrokken. Ik voelde de noodzaak mijn gedichten een tijd te laten rusten om later serieus te kunnen schrappen en die algemene dimensie binnen te brengen.
Kunstpoort Op pagina 23 lees ik de volgende regels van het gedicht Nabestaand:
Daar vind je me terug, misschien.
Tussen boeken, verf en verzen.
Je verkeert in je terugblik
als in een levend huis…
Is het belangrijk dat je herinnerd wordt als schilder en dichter/schrijver? En wil je sporen nalaten? Misschien betekent verlies dan niet het einde?
Johan Clarysse Ergens hoop je stilletjes dat je nog een beetje voortleeft in je werk. Dat is vanzelfsprekend niet de enige drijfveer. Ik wil vooral mensen in het hier en nu bereiken. Let ook op het woordje ‘misschien’ in het citaat. Je hoopt dat, maar er is geen enkele garantie dat dit zo is. Je legt tenslotte een stuk van jezelf en van je ziel in je gedichten.
Kunstpoort Je beeldspraak is helder, visueel herkenbaar, niet cliché, origineel, verrassend en daarom volgens mij vrij toegankelijk. Schrijf je bewust geen hermetische gedichten?
Johan Clarysse Ik zoek de balans tussen raadselachtigheid en helderheid. Ik citeer graag een uitspraak van Rutger Kopland in dat verband: ‘Ik schrijf gedichten die op een heldere manier raadselachtig zijn en op een raadselachtige manier helder’. De twee extremen zijn volgens mij weinig interessant. Bij te hermetische gedichten heb je geen sleutel om het gedicht binnen te komen. Heel eenduidig en transparant is eveneens te mijden, want dan mist het gedicht gelaagdheid en mysterie. Een gedicht is per definitie verdichting voor mij.
Kunstpoort Een schrijver van romans en verhalen dat zie ik niet in je?
Johan Clarysse Voorlopig niet…In mijn jeugdige jaren heb ik me in een schrijfcursus wel een paar keer aan een kortverhaal gewaagd. Mocht het leven mij gunstig gezind zijn, dan hoop ik te schrijven aan een weinig voor de hand liggende combinatie van essay, poëzie en dagboeknotities, een mix van genres dus en eerder beschouwend van aard; een beetje naar het voorbeeld van een Nederlandse schrijfster Lieke Marsman die ik hoog waardeer en die ik trouwens in het begin van de bundel citeer. Wie weet…
Kunstpoort Gaat het gedichten schrijven vlotter naarmate je meer ervaring hebt? Vind je ze nu beter?
Johan Clarysse De twijfel is en blijft een constante. Mijn eerste bundel is vrij goed onthaald, met mijn tweede wil ik toch het relatieve succes van de eerste evenaren. Dat zorgt voor een zekere stress, maar ik vind dat ok. Hoe meer je schrijft of schildert hoe meer je het métier ontwikkelt. De idee dat een gedicht vlot in één ruk geschreven wordt is meestal een fictie. De eerste versie misschien wel maar dan volgt nog een lange weg van schaven, corrigeren, schrappen, herschikken… Een gedicht schrijven is ook ambacht.
Kunstpoort Kan je me de titel ‘Randschade’ verklaren?
Johan Clarysse Het is een woord dat ook in de bundel voorkomt: in het gedicht ‘Uitzicht’, het eerste gedicht uit de cyclus WIE NIET KIJKT, ZIET NIET (p. 46):
De middag zet zijn ramen open:
een tuin vol weegbree, paardenbloem
en kattenpis. Een kraai verdwijnt in
de schaduw van een haag.
Daarachter zwijgzame huizen
voorbijschuivende silhouetten
een passant die de dag vervloekt
het niet begrijpende kind dat hem vergezelt.
In hun voetafdruk hangt randschade.
De kamer vult zich met het oog
dat kijkt. Licht valt op het lege doek.
Silhouetten worden cirkels, huizen dijen uit
de tuin een strook, het kind een kras.
Pompejaans rood en nachtzwart
rollen er doorheen. Feest
op de rand van een vulkaan.
‘Randschade’ is voor mij een mooi en suggestief woord dat vrij veel open laat. In de Van Dale lees je min of meer deze uitleg: het is neveneffect van een bepaalde handeling of situatie, een effect dat vaak niet of te laat opgemerkt wordt. Dat neveneffect kan zowel mentaal als fysiek zijn, denk bv aan de neveneffecten van sommige medicatie. Je kan het ook meer filosofisch invullen. Randschade is eigen aan de ‘condition humaine’, aan het leven. Een neveneffect van leven is ons besef van vergankelijkheid. Cfr de filosoof Heidegger: ‘Dasein ist sein zum Tode’.
Kunstpoort Waarom koos je dit schilderij voor de cover?
Johan Clarysse Het schilderij met als titel ‘dance for forgiveness II’ verbeeldt een danser die uit de duisternis opduikt. Het spel van licht en duisternis is sterk aanwezig in dat beeld. Die tweeledigheid van licht en donker weerspiegelt zich in de bundel. Het beeld is suggestief en open, nodigt uit tot meerdere interpretaties zoals ook de titel ‘Randschade’ dat doet volgens mij.
Kunstpoort Stel je soms de vraag: Wat als ik geen kunstenaar was geworden?
Johan Clarysse De wat-als-vraag is eerder een spielerei. In elk geval heb ik geen spijt van mijn gemaakte keuzes. De magie van het beeld heb ik ontdekt via de film en via een tante nonnetje die een kunstbibliotheek had in haar klooster. Na mijn studies aan de KULeuven vond ik uiteindelijk de weg naar de kunstacademie. Pas de laatste 8 jaar heeft mijn passie voor poëzie, die door de combinatie van gezinsleven, vaderschap en een schildersloopbaan wat op de achtergrond was geraakt, een nieuw elan gekregen. Mijn simpele levensfilosofie is dat je de keuzes die je maakt voluit moet omarmen, in het andere geval maak je best nieuwe keuzes, al klinkt dit gemakkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk…
tekst Kathleen Ramboer
foto’s copy right Johan Clarysse
TENTOONSTELLING
BACK TO THE NINETIES
Speelmanskapel Beenhouwersstraat 1-3
8000 Brugge
i.s.m met het Willemsfonds Brugge
van 4 april tot 10 mei 2026
Vernissage vrijdagavond 3 april om 19u30
met introductie van Sonia De Bal onder de vorm van een interview.
Openingsuren vrij-za-zo van 15u tot 18u
de kunstenaar is aanwezig op zondagen
VOORSTELLING DICHTBUNDEL
i.s.m. het Masereelfonds Brugge
De Snuffel Ezelstraat 42 8000 Brugge
op zondag 3 mei om 11u
met medewerking van o.a. Herman Leenders, gewezen stadsdichter van Brugge,
Wout Clarysse die een aantal muzikale soundscapes componeerde bij de gedichten
en gastdichters Astrid Arns, Elise Vos en Annika Cannaerts.




















































