Greenwich: Tic-tac, Tic-Tac, Tic-Tac

 

Een technische repetitie

“Het is juist”. “Ja, maar het is niet gemakkelijk, een halve centimeter en het is totaal anders”. De toneelmeester probeert de metronoom met die van de opname te synchroniseren. Deze avond heeft een technische repetitie van het toneelstuk Greenwich plaats. Morgen is de generale en overmorgen de première. Juist op tijd om alle technische kanten van de voorstelling op elkaar  af te stemmen. Tic-tac, tic-tac. “Licht, geluid en overgangen van acteurs, moeten op elkaar afgestemd worden” zegt Bart de regisseur.

Kristine: “ik moet door de deur met de rolstoel en het is nipt”. De overgangen, zoals de veranderingen van scène of de bewegingen van de acteurs, moeten geoefend worden.

Kristine rijdt naar de voorkant van het podium. “Waar zijn de toeschouwers?” vraagt Kristine. “Ik zal heel dichtbij komen”, “ik moet boven hun hoofd kijken”.

De familie van de glorieuze jaren ‘30

Tot op het einde van de jaren ‘70 dachten we dat de vooruitgang en de economische groei geluk zou brengen aan de mensheid. De koelkast, de stofzuiger, een moderne badkamer, een auto om op vakantie te gaan, deze elementen gaven die indruk.

Doch kwamen de eerste tekenen van een sluipende crisis in de staalindustrie en de mijnen. De families van de werknemers werden als eersten getroffen. Walter van den Broeck, de schrijver van het toneelstuk Greenwich, groeide in deze omgeving op. Hij situeert deze tragikomedie in die tijd.

Bart, de regisseur: “ Samen met Marc hebben wij een aantal toneelstukken van Walter van den Broeck gelezen. We hebben een stuk gekozen met spanning en humor dat het dichtst bij Stille Hoop lag, ons theatergezelschap.” Marc: “We hebben Walter ook gekozen vanwege de taal, dicht bij het volk, down to earth.”

De sociologische transgressie

Elisa, de moeder is afkomstig uit de gegoede burgerij, haar man, de vader, komt uit het arbeidersmilieu. Hun eerste kind heeft een psychische aandoening. De tweede dochter is sociaal geïsoleerd maar ondersteunt de hele familie in het dagelijkse leven. De moeder is verlamd, de vader werkloos. Dit is een zwaar plot.

Om het toneelstuk te laten evolueren introduceert Walter van den Broeck een extra-personage: Saturnino. Hij is een mysterieus figuur die een analyse maakt van de personages en die de toeschouwer toelaat om de geheimen van het gezin te ontwarren .

Een liefdesverhaal

Bart:”De klok (van de oudste dochter) mist haar wijzers. Die van de moeder loopt juist. Die van de vader loopt achter, die van de (jongste) dochter loopt voor.”

De pater familias is in feite niet betrouwbaar. Hij verwacht van zijn jongste dochter dat ze een ei perfect kookt. Hij kan niet communiceren met zijn oudste dochter. Hij zoekt werk maar verlaat het heel snel of wordt ontslagen. Hij zoekt tevergeefs naar een optimalisatie van het productieproces van zijn vorige job. Hij vertelt verkeerde verhalen aan de familie. Toch gelooft de moeder elke keer opnieuw wat hij vertelt. En de dochter ook. Ze willen erin geloven. De arrogante houding van de vader is slechts een dekmantel voor zijn onzekerheid. Het is Saturnino die, tijdens een hele emotionele scène, de beide ouders dwingt om tegen elkaar te zeggen dat ze van elkaar houden.

Een gezelschap, een familie

Bart: “Wij zijn een gezelschap waarvan de leden al 31 jaar samen spelen. De Stille Hoop. Vorig jaar hebben wij Marius gespeeld, met live muziek. Wij kennen de kwaliteiten van de verschillende acteurs en wij proberen hun kwaliteit zo goed mogelijk naar voren te brengen en ik denk dat u dat zal zien. Iedereen kan alles spelen. Maar er zijn dingen die toch beter zijn bij die of die persoon. Als je de luxe hebt om dat te gebruiken, dan moet je dat doen. Wij doen dat voor het publiek, dan moet je het zo goed mogelijk doen.”

Een familie kies je niet. Die groeit organisch. Walter van den Broeck beschrijft een familie met haar moeilijkheden. De rollen zijn gedefinieerd in het begin. Ze evolueren doorheen de tijd door interne en externe invloeden. De jongste dochter droomt bijvoorbeeld van weg te gaan en haar autonomie te veroveren. Op het einde van het stuk keert de familie terug naar de wijk waar ze begonnen is. Wij vermoeden dat de ouders deze wijk verlaten hebben vanwege de druk van de omgeving. De terugkeer naar Greenwich op het einde van het toneelstuk is een overwinning van de liefde op het lijden en op de omgeving.

Op de terugweg

Een deel van het publiek behoort tot de naaste omgeving van de leden van het toneelgezelschap. Mensen die elkaar sinds jaren niet meer gezien hebben, ontmoeten elkaar opnieuw. De sfeer tussen deze mensen is teder. Het verleden komt naar boven en wordt op weg naar huis verteld en besproken. Wat er gebeurde met de families, kinderen, wie met wie is getrouwd en de drama’s. Deze onderwerpen vinden wij, met de nodige spanning, terug in het toneelstuk.

Stille Hoop: https://m.facebook.com/destillehoop/?tsid=0.601780209339322&source=result

Tekst & Foto’s Eric Rottée

 

 

 

Katleen Vinck: Van buiten naar binnen

Op initiatief van KUNSTWERKT heeft op 12 januari 2019 een bezoek plaats aan de studio van kunstenares Katleen VinckHet initiatief is een succes. Voor de poort van het gebouw aan de Duinstraat 124, een voormalig onderstation van de Antwerpse Elektriciteitsmaatschappij, gebouwd in 1910 in hartje Antwerpen, staat een twintigtal nieuwsgierigen te wachten in de ochtend-kilte.

Het bezoek start met een presentatie van Katleen. Er worden gauw nog enkele stoelen bijgeschoven in de warme bureauruimte die met de aanwezigen aan haar maximale capaciteit zit. Het wordt een aangenaam gesprek, gedocumenteerd met foto’s van kunstwerken, exposities, samenwerkingen met andere kunstenaars, …

Dan breekt het moment aan waarop we de studio kunnen verkennen.

Het atelier: drie ruimtes, een iso-statisch geheel

Het voorste gedeelte van het gebouw dat nog de sporen van een vroegere industriële activiteit draagt, is een enorme ruimte waarin exposities zouden kunnen plaatsvinden.

Eigen werk van monumentale omvang wordt hier wel eens tentoongesteld, meestal in combinatie met een tentoonstelling op een andere plek. Ze wordt nu ook gebruikt voor studentenprojecten. Er staan enkele kunstwerken uitgestald.

De ruimte achteraan het gebouw is de echte werkplek van Katleen.  Eveneens een immense ruimte die er op het eerste gezicht uitziet als een schrijnwerkerij. Bij nader toezien komt tot leven wat we tijdens de voordracht hebben vernomen over toegepaste technieken en gebruikte materialen.

Het denkwerk gebeurt in het bureau, een meer intieme plek verborgen in het gebouw, met uitzicht op een tuintje. Hier gebeurt het zoekwerk en komen de ideeën tot stand.

Van Architectuur naar Kunst

Katleen volgde architectuur, maar werd beeldend kunstenaar.  Op het eerste gezicht een ietwat bizarre evolutie. Niets is minder waar: in haar werk is architectuur een drijfveer waarvan ze de kenmerken verbindt met die van sculptuur en scenografie.

Een kunstenares geboeid door kunst in het algemeen, maar ook door scenografie, de verbeelding in zijn meest essentiële vorm en natuur versus architectuur met de relatie tussen beide. Natuurlijke fenomenen zoals kraters, grotten, heuvels, … vormen de input die ze benadert als overgangsfase tussen natuur en architectuur. Ze worden verder vertaald naar een schaalmodel dat de ideeën bundelt.

Buiten naar inspiratie zoeken

Katleen gaat voortdurend op zoek naar inspiratie in de natuur. Die zoektocht kan diverse vormen aannemen: het bezoeken en onderzoeken van een waarachtig landschap of natuurfenomeen maar ook het uitpluizen van landschappen op Google Earth. Wanneer een bijzondere vorm of model wordt waargenomen gaat ze deze vertalen naar een object dat in vele gevallen een driedimensionale vertaling op schaalmodel krijgt.

Materialen

Katleen manipuleert geen materialen zoals bv. klei, maar vertrekt van onderdelen om zo naar de opbouw van een nieuw geheel te evolueren.  Hiervoor gebruikt ze voornamelijk hout en schuim. Ze gaat voortdurend op zoek naar materialen die zo nauw mogelijk aanleunen bij natuurlijke, onschadelijke producten.

Samenwerking, radicale dans

Naast haar individuele creaties werkt Katleen ook opdrachten uit. Soms wat moeilijk omwille van het niet overeenstemmen qua visie tussen kunstenaar en opdrachtgever, soms ook heel verrijkend door de kruisbestuiving die eruit voortvloeit.

Valt te citeren haar samenwerking met choreograaf Marc Vanrunxt, die startte in 2013 en een eerste concreet resultaat opleverde met ‘Dune Street Project’ een uitvoering die plaatsvond in de studio van de kunstenares. Het vervolg kwam er in 2014 met de voorstelling ‘L’Art touche au Ciel et à La Terre’, een stuk dat in de branding/golfslag van de zee werd opgevoerd en waarbij een niet min aantal praktische hinderpalen moest overwonnen worden.

Opdrachten, wedstrijden, eigen initiatief

Naast haar creaties op eigen initiatief, werkt Katleen ook opdrachten uit en heeft ze een enkele keer deelgenomen aan een wedstrijd, die ze ook gewonnen had. Dit schrijft ze toe aan het feit dat de vraag volledig bij haar werk paste. Gezien ze kunst en werk geen goede noch interessante combinatie vindt, neemt ze principieel niet deel aan wedstrijden. Opdrachten daarentegen liggen haar meer, op voorwaarde dat er ruimte genoeg is voor persoonlijke inbreng.

Voor promotie en verkoop van haar creaties, werkt Katleen samen met Base-Alpha Gallery.

 

Een paar links:

Tekst Magda Verberckmoes

Foto’s Eric Rottée

 

Dansvitrine bij Danspunt: boodschap van algemene nut

Algemeen nut

“Lief publiek, we hebben een boodschap van algemeen nut. Jullie mogen jullie oortjes opzetten, maar alsjeblieft niet fotograferen…”

Gedurende de avond zal de presentator deze zinnen meermaals uitspreken. Het is midden december, op dit moment is een Boodschap van algemeen nut zeker welkom in België. Een vergeten concept.

Nadat wij deze woorden drie of vier keer gehoord hebben, komt langzaam het besef dat de Dansvitrine de boodschap van algemeen nut in feite zelf vertegenwoordigt.

De Dansvitrine

We zitten heel comfortabel in een moderne “theaterzaal”, die van STUK in Leuven. Het is de derde editie, er zijn nog twee edities gepland in 2019.

Kijk naar onze “making of” reportage: De grote Belgische Dansvitrine- STUK Leuven  voor meer info over Dansvitrine.

Voor deze blog gebruiken wij een interview met Christine Soenens en Eric Steyaert als rode draad. Het interview gebeurde tussen de twee voorstellingen in op zaterdag 15 december 2018.

Zoeken en leren

Christine en Eric: “Onze dans gaat over zoeken. Zoeken naar de andere, wie ben jij, wat beteken jij, hoe ver of hoe dicht zit jij bij mij? In essentie twee personages, een man en een vrouw, die elkaar screenen, die een röntgenfoto nemen van de andere, die elkaars innerlijke persoon willen kennen. Een zoektocht, wat betekent de andere, wat zou hij of zij kunnen betekenen voor mij of de andere?”

Hazel Lam schijnt ook haar weg te zoeken. Met het getouw in elkaar verweven probeert ze zichzelf te bevrijden. Ze klimt naar boven, ze trekt en duwt het getouw.

Karolien Heyndrickx: “Dansen is voor mij reizen, doorheen mijn eigen lichaam, soms met anderen, soms alleen met mezelf. Het is een kans om op te merken wat mijn lichaam en geest beweegt, letterlijk en figuurlijk en dat in zijn meest pure vorm te beluisteren en te laten zien.” (extract uit de Dansvitrine website).

Hardwerken en de coach

Christine en Eric namen in augustus deel aan de Out of the Toolbox workshops, georganiseerd door Danspunt. Zie https://kunstpoort.com/2018/09/23/danspunt-out-of-the-toolbox-pina-zie-jij-hoe-de-mensen-zo-ver-kunnen-gaan/

Melanie Lomoff organiseerde elke late namiddag een “Free Studio”. Christine en Eric hebben hun project aan haar voorgesteld.

“Melanie was heel belangrijk voor ons. Ze gaf een impuls. Ze heeft ons gestimuleerd om als stel verder te werken, in het bijzonder de scène met de toenadering van de hoofden. Het was een cadeau, in het kader van de Dansvitrine, om een coach als Lisi Esteras te krijgen. De coach heeft een overzicht. In het algemeen neigen we naar een minimalistische benadering en de coaches reageerden sceptisch. Ze merkten op dat wij toch met een publiek werken in een theater. Het idee van de dans is langzaam gegroeid, organisch. We hebben heel lang gewerkt om een 10-15 minuten durende voorstelling te kunnen opzetten”.

In de videoreportage zegt Maxime Membrive dat de dansers de hele voormiddag op twee bewegingen hebben geoefend. Het is hard werken.

De voorstelling

Een solo met een muzikant, een solo met knikkers, een solo met houtblokken, een duo met twee stoelen, een zevental dansers met GSM, een achttal met een paardenstaart, een elftal met een kostuum metamorfose, een volledig ingepakt lichaam… wat voor een Dansvitrine, dit is een wonderlijke “vitrine de Luxe”.

Strakke bewegingen in een web van een plastic touw, repetitieve stappen, twee hoofden die heel traag naar elkaar “toenaderen”, gestileerd typen op een toetsenbord, dansers zitten in en dansen met het publiek, een vallen en opstaan in een zwart kleed, een gezicht dat de hele tijd bedekt wordt door “bruisend” haar, de Laban taal in haar diversiteit… veroorzaken veel verschillende emoties.

De kijker voelt een maatschappelijk engagement in de verhalen, een kritisch inzicht. Hoe kan men overleven? Hoe kan men tegen de dodelijke routine vechten? Zijn wij simpele knikkers waarmee wordt gespeeld?

Het eten

Er zijn twee voorstellingen op de dag van de Dansvitrine. Intussen wordt een maaltijd voor de dansers geserveerd. Ze zitten allen samen aan een lange tafel. Ze wisselen zeker hun belevenissen uit. Na zo’n ontdekkingstocht herhalen ook wij dezelfde zin in ons hoofd: “algemeen nut, algemeen nut, algemeen nut, algemeen nut.” In het belang van het.

Er zijn twee evenementen van Dansvitrine gepland in 2019: op 11 mei in Gent, op 7 december in Genk.

Enkele links:

http://dansvitrine.be
https://evamarch.com
http://hazel-lam.com
https://www.danspunt.be

Tekst en foto’s Eric Rottée

Nine visions of Brussels: Bruxelles ma belle! Bruxelles attends-moi j’arrive

Een zee van mensen in Jazzcafé l’Archiduc. Aan de rechter kant is er een jazz band een concert aan het voorbereiden.Toen ik naar België kwam, raadden de lokale mensen me de bar l’Archiduc aan. Het was er aangenaam vertoeven. Toch was ik verwonderd hoe de wijk naast de Beurs er zo verschrikkelijk kon uitzien. De gebouwen waren aan het verkommeren.

Vandaag, 30 jaar later, is het één van de meest florerende wijken van Brussel.

Daar zal ook het toekomstige administratieve gebouw van de stad Brussel gevestigd worden.

Politieke wil

Yolaine Oladimeji, medewerkster van de stad Brussel en verantwoordelijk voor Streetart: “In 2013 werd een project in het kabinet van de Schepen van Cultuur, Karine Lalieux, opgezet. Het project kende een langzame start. In 2017 raakte het in een stroomversnelling. In 2018 hebben we meer dan 20 projecten ondersteund. Het doel was en is nog steeds een openluchtmuseum op te richten om Streetart en de hedendaagse kunst toegankelijker te maken voor de bevolking. De kunstenaars zullen er ook de mogelijkheid krijgen om vrij en toch wettelijk Streetart te tonen, een kunstvorm die heel populair is”.

“Nu krijgen we organisaties zoals het Justitiepaleis of zelfs privé-ondernemingen over de vloer. Ze vragen onze hulp om een deel van hun gebouwen te beschilderen.”

“Nine visions is één van de vier projecten waarvoor dit jaar een projectoproep werd gelanceerd door de stad Brussel.” Het is de uitvoering van 9 kunstwerken op een van de vier omheiningen rond de bouwplaats van het toekomstige administratieve centrum van de Stad Brussel.

Brussel in beweging: Nine visions

Yolaine: “Het is de eerste keer dat wij een onderwerp opleggen. Brussel beweegt en verandert enorm. Het toekomstige administratiegebouw zal dat uitstralen en op die wijze kwam het onderwerp tot stand.”

Elke kunstenaar/kunstenares heeft zijn/ haar visie.

Patrick Croes (Aka Jelly Fish): “Ik wilde een meerwaarde aan de stad geven door haar diversiteit in de verf te zetten. De personages op mijn schilderij zijn de mensen die men in Brussel ontmoet.”

Ted Nomad: “Ik wilde de jeugd naar de voorgrond brengen, want zij is de toekomst!”

Marion Demeulenaere: “Twee maanden geleden begon ik illustraties over Brussel te maken. Toen ik over het project hoorde dacht ik: super, ik kan mijn tekeningen in de praktijk brengen.”

Yolaine: “ We hebben ongeveer 80 dossiers ontvangen. Met het selectieteam hebben we geprobeerd negen visies te onderscheiden die ook verschillen in techniek en vorm. Sommigen zijn meer illustratief, anderen eerder figuratief, maar ook de abstracte benaderingen zijn vertegenwoordigd. Allen gefocust op de vraag: wat betekent Brussel?”

Kunstenaars en voorbijgangers communiceren

Die zaterdagnamiddag regent het in de Kiekenmarktstraat. De kunstenaars hebben gans het weekend de tijd om hun werk te realiseren.

“Morgen kom ik om zeven uur” Ze stond op de wachtlijst. Op vrijdag werd ze verwittigd dat ze geselecteerd was. “Snel het materiaal kopen en nu ben ik hier” zegt Lucile van Laecken.

Voetgangers stoppen en kijken nieuwsgierig naar “the making of”. Er heerst een goede sfeer bij de kunstenaars die welwillend hun werk toelichten.  

De volgende donderdag om 17 uur regent het nog altijd. Lampen hangen boven de houten panelen. Niet iedereen stopt om te kijken, op deze werkdag zijn het vooral toeristen die belangstelling hebben, die hebben meer tijd. Het is leuk langs de kunstmuur te flaneren en hier en daar halt te houden. De kunstwerken zijn zo verschillend dat er altijd een verrassing wacht.

Yolaine: “Ik ben heel tevreden met het resultaat. Het was bijzonder leuk om de kunstenaars te ontmoeten. De diversiteit van de deelnemers is duidelijk te merken, maar één ding hebben ze zeker gemeen: hun liefde voor Brussel. Soms hebben wij – Brusselaars – de tendens om de stad te bekritiseren. De positieve kijk op de stad van de kunstenaars, waaronder enkele buitenlanders, heeft me echt deugd gedaan.”

“Je vais continuer si on me donne l’opportunité” zegt Marion

Over het toekomstige gebouw

Daarnaast wil de Stad Brussel ook animatie voorzien op de gevels van de gelijkvloerse verdieping buiten de openingstijden van het Administratief centrum (verlichting, tentoonstelling, informatie,…).” (Tekst, gepubliceerd op de website van de Stad Brussel).

Wat na het project?

“Ik doe projecten een beetje overal in Europa.” “Ik zal mijn werk op tolerantie richten.” Ik doe geen kunstwerk meer zonder toestemming of opdracht.”

Het vervolg

Yolaine:” We hebben veel kunstenaars ontdekt, we bewaren ze in onze databank en misschien zullen we hen voor andere projecten contacteren.” “Wat wij missen zijn Vlaamse kunstenaars, dus dit geldt als een oproep naar hen toe!”

https://parcoursstreetart.brussels/

Ted Nomad: http://tednomad.com/

FIMO: http://fimow.com/, https://www.instagram.com/fimow/

Patrick croes (aka Jelly Fish): https://www.patrickcroes.com/  https://www.facebook.com/croespatrick/

Marion Demeulenaere: https://www.facebook.com/ateliertonpiquant/

Lucile Van Laecken: http://lucilevanlaecken.com/

Berrekki: https://berrekki.com/about-him/

Pierre Bolide: http://www.pierrebolide.fr/

Lolo fonico: https://www.facebook.com/lolo.fonico

Dake 25: https://www.dake25.com/

Tekst & Foto’s Eric Rottée

Flanders Boys Choir: een requiem voor een goed doel

Een goed doel

Op het scherm verschijnt een ‘mille feuilles’ van betonnen blokken. Dit is alles wat van de Muziekacademie in Mosul overblijft. Wanneer de film stopt wordt onze aandacht getrokken naar Iraakse muzikanten op het podium. Rudi Vranckx heeft, als gevolg van zijn engagement om de akademie te helpen,  vijf muzikanten uit Mosul uitgenodigd voor een tournee door Vlaanderen, “DImagine tour. Die avond in mei kregen we inzicht in de levensomstandigheden onder de heerschappij van IS.

Vanavond  vindt in Diest een concert plaats met een optreden van het Flanders Boys choir.  De opbrengst zal besteed worden aan een nieuw op te richten dagcentrum voor volwassenen met een beperking.

Een muziekacademie en een dagcentrum: nogmaals het bewijs dat de muziek een universeel medium is.

Diest op 21 oktober 2018

Op de dorpsplein staat een grote kerk, ietwat bizar opgetrokken met twee verschillende materialen. Rondom het plein zijn er diverse restaurants die hun aantrekkelijke gerechten aanprijzen zoals noedels met truffel. Toch vloeit de mensenstroom richting kerk, de plaats van het volledig uitverkocht concert.

De dirigent stemt het orgel. Wanneer hij opmerkt dat hij een beetje laat is, rent hij naar een ander gebouw, “het gebouw van de nonnen”. In een grote ruimte is het 50-koppige koor zich aan het voorbereiden. De dirigent moet snel zijn kostuum aantrekken, de jongens zijn al klaar. Ze spelen met hun telefoon en tegelijk discussiëren ze met elkaar. Er is veel geroezemoes. Voor Vic, één van de knapen, is het zijn eerst concert. Hij ondervindt een beetje stress.  “Het zal goed gaan denk ik. Met het orkest denk ik wel dat het ook goed zal gaan. Hier en daar moesten wij iets aanpassen, dat is normaal.”

Een requiem, niet door Mozart afgewerkt

De dirigent aan het woord: “Vanavond horen we het Requiem van Mozart, een werk dat het koor nog nooit gezongen heeft. Het koor bestaat al 80 jaar en heeft in die tijd nog nooit iets van Mozart gezongen. De laatste fase  in de herdenking  van de eerste wereldoorlog…. 11 november komt eraan. Met dit idee wilden wij een requiem brengen, een ode aan de overledenen.”

Dit requiem werd niet door Mozart afgewerkt. Het is een van zijn leerlingen, Franz-Xavier Süssmayr die het op aanvraag van Constanze, de weduwe van Mozart, heeft afgewerkt, vooral de instrumentatie.

Stemmen

Olav Grondelaers, presentator en radioprogrammamaker bij Klara, introduceert het concert. Hij geeft een kort overzicht van het leven van Mozart terwijl hij inzoomt op de totstandkoming van het Requiem. Het zitcomfort in de kerk is niet van hoge kwaliteit en hij waarschuwt de aanwezigen voor de onbarmhartigheid van de kerkstoelen.

En dan, en dan, het schip van de kerk wordt overspoeld met noten en stemmen. We kunnen de diverse stemtypes onderscheiden. Op het moment waarop de sopraan begint te zingen voel je de aandacht, een moment dat menigeen kippenvel bezorgt. We begrijpen de songtekst niet, dit is niet essentieel, het is wel een ode aan God, voor een concert in een kerk past dit uitstekend. De stemmen van de jongens klinken helder .

Een koor, een orkest

Dieter Van Handenhoven: “Het koor repeteert eigenlijk altijd zonder orkest. Als wij een werk willen brengen zoals een waarbij een orkest-begeleiding voorzien is, dan moeten we op zoek gaan naar een orkest dat dit kan spelen. Voor deze gelegenheid hebben we een ensemble uit Antwerpen aangesproken. De eerste twee repetities (nvdr: met orkest) vonden plaats zonder het koor. Op de laatste repetitie, ditmaal samen met het koor, wordt het nieuwe werk in een tijdspanne van drie uur volledig gecompileerd. 

Het is inderdaad moeilijker (nvdr: het orkest en het koor te besturen), het moet goed voorbereid worden, de repetitietijd is beperkt. Ik moet goed plannen en heel goed weten hoe de twee, orkest en koor, op elkaar kunnen inspelen om een goede basis te leggen.”

Imagine

Wanneer Rudi Vranckx in de buurt van de muziekacademie in Mosul aankwam, hoorde hij twee muzikanten “Imagine” van John Lennon zingen en spelen.

De beelden van Mosul en onze verbeelding van de eerste uitvoering van het Requiem rond 1792 botsen met elkaar.

Dieter Van Handenhoven: “Het werk is destijds gecomponeerd voor en uitgevoerd door jongens. Het koor dat voor het eerst het Requiem gezongen heeft was een jongenskoor. Het Requiem werd oorspronkelijk geschreven voor een jongenskoor, en niet voor een koor met vrouwenstemmen.”

 

 

Bouwen

De muziekacademie in Mosul zal heropgebouwd worden op initiatief van de organisatie “Revive the spirit of Mosul”, met ondersteuning van Unesco.  Initiatieven zoals dat van Rudi Vranckx zijn concreet en brengen heling op korte termijn.

De vzw “Martine Van Camp” is een organisatie die een regionaal antwoord wil geven op de nood aan opvang en begeleiding van meerderjarige personen met een mentale handicap. Deze vzw krijgt ondersteuning van de overheid en onderneemt zelf initiatieven om mensen samen te brengen en geld in te zamelen om haar project te verwezenlijken. De muzikale beleving van deze avond in Diest is er een mooi voorbeeld van.

 

Martine Van Camp www.martinevancamp.be

Flanders Boys Choir http://flandersboyschoir.org/index.php/en/

Een paar video’s

De Imagine Tour https://communicatie.canvas.be/imagine-tour-muzikanten-uit-mosul-met-rudi-vranckx-op-tournee-in-vlaanderen

 

Tekst en foto’s Eric Rottée

Schieven regards: “Brussel was toen nog een bruisende stad”

Passerelle Louise, Kunstgalerie, zondag 11 uur

“Sophie, zijn de de ophangrails waterpas?” vraagt Hélène.
“Normaal gezien wel” antwoordt Sophie.
“Nee ze zijn het niet.”
“Ah!” “maar de helling blijft op zijn minst constant.”

Een project

Een fotografie project. Voor Hélène is het haar eerste project, ze is nog maar vier jaar met fotografie bezig en fotografeerde al heel veel tot nu toe. “Het is mijn eerste afgerond project. Met dat project heb ik voor het eerst een doel voor ogen. Ik leg me zelf op “Nu maak jij een coherente serie.” “Ik zou nog meer kunnen doen, maar de goedkeuring van de Stib is beperkt in tijd. Een maand lang fotografeerde ik elk weekend en alle namiddagen.”

Sophie heeft dezelfde indruk, deze tentoonstelling is haar eerste afgerond project met een doel, ze is al veel langer met fotografie bezig. Ze vraagt zich af of het project inderdaad af is. Volgend jaar volgt ze een opleiding narratieve fotografie met een fotograaf die gespecialiseerd is op dat gebied. Een verhaal vertellen met foto’s, dat wil ze.

Een tentoonstelling met gasten

“Het is goed om met de foto’s van de sporen te beginnen als ingang tot de serie.”, zegt een kennis van Hélène die aanwezig is om te helpen. Een verhaal. Hélène: “Ik heb geprobeerd de foto’s zo te plaatsen dat ze een verhaal vormen en er een beetje logica inzit.” “Eerst de ingang van de metro, dan de mensen in de wagon, de metro die versnelt, die stopt aan bepaalde stations en de uitgang.” 

Sophie heeft er voor  gekozen om foto’s  te groeperen. Ze heeft het design op haar gsm opgeslagen.  De foto’s rechtstreeks op de muur kleven, geeft haar twee uitdagingen: de foto’s moeten mooi recht hangen, maar vooral het kleven is een titanenwerk. Het zijn foto’s van vergaderzalen. Geen gewone, maar zalen van het directiecomité. “Nee het was niet moeilijk toestemming te krijgen om de foto’s te maken. Ja, de zaal illustreert de macht, de erfenis en de geschiedenis van de onderneming.”

Helene is te gast op deze tentoonstelling. “Sophie heeft mij een beetje gepusht. Het collectief geeft aan fotografen de kans om een project in te dienen, ik werd geselecteerd.” Drie gastfotografen werden gekozen, elke fotograaf mag een weekend tentoonstellen. Het collectief Bruxelles Pixels heeft dit beslist. Philippe Clabots: “Gastfotografen breiden het bereik van ons initiatief uit en ook inzicht over de stad.”

Een collectief

Sophie: “Een collectief voor ons is waar er wordt samengewerkt aan een gemeenschappelijk onderwerp. Dit onderwerp kan doorheen de tijd veranderen, om dynamiek te creëren. Dit verhoogt de interesse van het publiek. Voor deze tentoonstelling moesten we een onderwerp vinden en dat lag voor de hand, Brussel. Sommige collega’s zijn uit de boot gevallen vanwege dit onderwerp.” Het collectief Bruxelles Pixels is ontstaan uit een ander collectief Ars-Varia, een groep kunstenaars uit verschillende kunstrichtingen. Sophie: “Een gemeenschappelijk onderwerp verrijkt onze kunst. Het collectief heeft met deze tentoonstelling een kunstwerk gemaakt.” Sophie: “Wij hebben al contacten om op andere plaatsen tentoon te stellen. Het was veel werk, we zeggen niet dat het gedaan is, wij maken iets anders. Persoonlijk heb ik nog een lange lijst te fotograferen vergaderzalen. De tentoonstelling was een doel maar niet het einddoel.”

Bezoekers begeleiden

Hélène: “Ik ben heel heel blij. Ik heb veel interessante mensen ontmoet. Mensen die iets in mijn foto’s zien dat ik niet zie. Veel volk. Nu moet ik andere projecten, doelen vinden.”

Hélène Cook:  Facebook @Hélène Cook Photographie
https://www.facebook.com/helene.cook.photo.brussels/
Philippe Clabots: photos.philippec.be
Patrick Niset: www.niset.be
Eric Ostermann: www.ostermann.be
Sophie Voituron: www.sophie-voituron.com
Bruxelles Pixels: https://www.facebook.com/bruxellespixels/

Eric Rottée Tekst en Foto’s

 

Danspunt, Out of the Toolbox: Pina, zie jij hoe de mensen zo ver kunnen gaan?

1977. Festival Mondial du Théâtre de Nancy. Een student-ingenieur, het doet niet onmiddellijk denken aan een kunstenaar die de dans ontdekt van Pina Bausch. De beginnende fotograaf beseft dat wat zich hier afspeelt geen gewone dansvoorstelling is. Dit is echte kunst.

2018. De zoon van deze oud-student vraagt hem wat voor reportage hij zal maken en kijkt naar het filmpje van Anne Teresa de Keersmaeker en Pina Bausch. De ogen van de millenial openen zich bij het bekijken van deze film. Dit is echte kunst op zijn meest indrukwekkend.

2018. Out of the Toolbox. Dans hoeft  zich niet per se op het niveau van Pina en Teresa af te spelen. Elien Lefevere van danspunt: “Het festival is ontstaan vanuit het idee om zoveel mogelijk workshops aan te reiken aan een heel divers publiek, voor alle leeftijden, voor alle dansstijlen zodat iedereen elke workshop kan meevolgen, zelfs als je vanuit klassiek ballet komt, vanuit hedendaagse dans of salsa. Alle workshops staan voor iedereen open.”

Een programma voor iedereen

Solange, een deelneemster aan de workshop, is in de ban van Laban en zal danslessen voor 55-plussers starten in Oostende. Ze heeft de methode van Laban lang geleden geleerd. Ze wil een “refresh”. Instructies geven aan de leerlingen zoals “naar rechts, naar links” doet ze niet. Echt bewegingen ontleden (ontbinden) om die vervolgens te kunnen verbeteren, dat is haar werkwijze.

Het programma is opgebouwd uit creatieve en pedagogische workshops. De creatieve kant wordt door Melanie Lomoff samengesteld, de pedagogische door Melanie samen met de mensen van Danspunt. 

Melanie, curator van de stage: “in het kader van het workshopfestival heb ik sprekers uitgenodigd die lessen en workshops zullen geven. Ik heb ze vanuit heel Europa uitgekozen. Het is super. Mensen die ik al kende, mensen waarvan ik via derden gehoord heb, mensen die ik niet kende. Ik bezoek de workshops. Ik ben heel curieus, ze hebben veel te brengen”

 

De workshops

Wij zijn ook nieuwsgierig.. Er worden twee workshops gekozen: “Doe de Dramaturgie” en “In de ban van Laban”. Ze gaan hand in hand om een choreografie structuur, beweging en “phrasés” te geven. De twee workshops hebben iets gemeenschappelijk. Beide hebben eenzelfde traject: theorie, workshop in kleinere groepen om een voorstelling voor te bereiden, de voorstelling en de debriefing. Maggie Killingbeck, animator van de workshop “In den ban van Laban”:  “I hope they (participants) will go home with a movement toolkit they may and can apply to their own practice whatever it is”. In elke sessie wordt verder opgebouwd. Maggie Killingbeck: “This works quite well because you pass an introduction and then you layer on, and layer on, layer on. It’s all quite fresh, that’s the theory”.

Free studio

“Ik heb liever live dan de video” zegt Mélanie aan een koppel. Het is het uur van de free studio. Elke dag, twee uur lang kunnen de deelnemers hun project opbouwen en aan Mélanie Lomoff voorstellen. Deze namiddag is het de beurt aan een koppel. De man is volubile, legt veel uit, zijn vrouw kijkt rustig, Melanie luistert. Ze beginnen een Face à Face . “You have all these questions” zegt hij, Melanie antwoordt “you have to ask yourself a lot of questions”. Hij legt verder uit en zegt: ” you have to make a choice’. De muziek begint. Afstemmen doen ze op voorhand en ze starten. Indrukwekkend. Zo weinig middelen en toch kijk jij met verbazing toe. “Very beautiful” zegt Melanie. “It’s about memory” zegt hij.  

Terecht. Dit is zeker, de deelnemers zullen veel meenemen naar huis. Maggie twijfelde een beetje over de snelheid ‘Tomorrow I’ll a start with a short revision’. Door de diversiteit en de kwaliteit bood de stage veel aan.

 

Out of the Toolbox 2018: http://outofthetoolbox.be

http://www.danspunt.be

 

Tekst en foto’s Eric Rottée.