Tanja, regisseuse: “raakt het stuk mij?”

Het volk juicht, het heeft veel gelachen. De rasechte Antwerpenaren zitten in de zaal, hun vertolkers staan op het podium. Een volk dat graag van het leven geniet, zelfs als het weet dat het gedrag niet meer van deze tijd is. Of toch? 
“Ik zen tweeduizend frank armer!” 
“’t zal niet veel schelen”
“Tweeduizend frank, ik moest daar nog tot woensdag mee toekomen.”       
“Tweeduizend frank en nog geeneens een tet gevoeld. Die coiffeuse was een echte frigo.”

Verbeelding

Tanja: “Zie ik al visuele dingen gebeuren? Zodat het inspireert en tot de verbeelding spreekt.” Tanja acteert al lang en heeft in verschillende theaterstukken gespeeld, onder leiding van verschillende regisseurs. Dit is het tweede stuk dat ze zelf regisseert.  Het eerste was geen goede ervaring. Het is een toevallig gesprek met Marc, die vaak regisseert en de bestuurder van de theatergroep de Stille Hoop is, dat leidde tot het feit dat ze het opnieuw probeerde. Een regisseur moet iets in het hoofd opbouwen. Waar moeten de acteurs staan, welke beweging moeten ze maken? 
In het amateurtheater doe je als regisseur ook aan “casting”. Wie zal welke rol spelen? Tanja: “Hoe zie ik dat ook ten opzichte van de mensen met wie wij spelen? Dan start je met enkele lezingen met die mensen en die wisselen dan van rol, want soms weet je het niet en kan je de rol inleven bij de ene persoon of de andere. Op basis van wat je hoort of merkt of voelt bij zo’n lezing beslis je dan na een tijd, “nu weet ik hoe de bezetting er zal uitzien.”
De cast is een begin. Voor dit stuk hebben we vier hoofdacteurs. Er worden vier kostuums, maatpakken, gekocht. De mannen in maatpak spelen ook vrouwenrollen. Deze bewuste “décalage” brengt een humoristische plus maar eist ook meer van de acteurs, een uitdaging. Tanja: “Ze moesten contact zoeken met de vrouw in zichzelf”. Hun stem en bewegingen moeten de toeschouwers onmiddellijk laten zien dat er een gesprek tussen vrouwen gaande is.

Het geheel

De voorstelling is het resultaat van het bestuderen van veel aspecten.
Het decor. Tanja: “Ik vond het heel leuk dat wij een soort disco-bar achtige setting konden maken. Omdat het stuk zich afspeelt in de jaren zeventig en eerder, hebben wij ook in de tekst verwijzingen naar discotheken en winkels die toen bestonden in Antwerpen. Discotheken met disco-lights. Dat vond ik belangrijk om die sfeer een beetje te creëren.”
Tanja: “Ik vind ook de muziek heel belangrijk, en zeker in dit stuk, want we werken met heel weinig rekwisieten”.  
Er zijn aandachtspunten die je niet verwacht maar die voor Tanja heel belangrijk zijn: de akoestiek, het zicht en de bar. Dit cultuurcentrum is een onbekende plaats voor Tanja. Je moet zorgen dat de stem van de acteurs goed overkomt, ook dat de plaats van de stoelen het mogelijk maakt dat de acteurs op het podium voor iedereen prima zichtbaar zijn.
En wat met de bar? Tanja: “Ik vind het belangrijk dat de mensen met een drankje kunnen babbelen. In het amateurtheater, komen vrienden, familie, mensen die je kent kijken, een groot netwerk, het is fijn dat de mensen kunnen napraten.” 

De technische repetitie

Tanja: ”Dit is een hele belangrijke repetitie. Op papier, in een brochure kun je het stuk heel goed uitwerken. Je schrijft alles op maar je hebt toch mensen nodig om die knopjes te bedienen. Dit is de laatste kans om alle details juist te krijgen. Je weet het niet op voorhand, vandaag kan ik vragen: “Kun jij wat bijlichten? Kan ik het geluid zo hebben?”
De technische repetitie is de laatste voor de generale. Dit betekent dat Tanja zich op het einde van deze repetitie comfortabel moet voelen. “Wanneer denk jij dat het op punt staat?” Tanja: “Op het einde van deze repetitie. Morgen is de generale en dan kan je niet meer tussenkomen. De vorige repetities konden we doorlopen en dat is een luxe. Vaak moet je een voorstelling doorlopen in de week van de première. Nu was dit sneller mogelijk want dit is een kleine bezetting, dan kun je focussen op die vier personen.”

Gedreven

Tanja: “Na covid had iedereen heel veel zin, heel veel goesting om te spelen, te repeteren. Het engagement van iedereen was heel groot. Dat merk je aan de manier waarop ze zich geven tijdens de repetitie. De bereidheid om die ‘extra mile’ te gaan.”

Groeiproces

Tanja “Ik ben op het schooltoneel begonnen met theater te spelen en sindsdien niet meer gestopt. Ik heb met heel veel verschillende regisseurs gewerkt, elke regisseur pakt dat anders aan, daar leer je heel veel van, veel om vertrouwen op te bouwen, veel om acteurs in het avontuur mee te sleuren, veel om het publiek, het volk, hard te laten lachen.”

https://www.facebook.com/destillehoop/

tekst en fotografie Eric Rottée

Seeftheater, na 40 jaar springlevend.

Seeftheater, Seefhoek, … deze plaatsnamen roepen een zekere sfeer op van volkse gezelligheid. Een bescheiden vitrine, links een inkomdeur. Het is de eerste keer dat ik voor de deur van dit cafétheater sta aan het nummer 34 van de Diepstraat in Antwerpen, een kleurrijke, levendige buurt met tal van oriëntaalse winkels en restaurants.
Ik kom niet rechtstreeks in het theater terecht maar wel in een lange pittoreske gang die toegang verleent tot het theater en enkele huurwoningen. Ik stap binnen in een kleine ontvangstruimte met daarachter een bar en het theater.
Mijn gastheer is Michel Halin, artistiek coördinator van het Seeftheater. Een interessant gesprek met een bezielend persoon.

Terug in de tijd..

De geschiedenis van het Seeftheater vindt haar oorsprong in 1980 en staat kort beschreven op haar internetpagina, zeker de moeite waard om te exploreren. Meer informatie over de figuren die aan de basis van het ontstaan van het theater lagen, is jammer genoeg niet beschikbaar. 
De geschiedenis van Michel Halin, de huidige drijvende  kracht achter het Seeftheater, leggen we bij deze vast voor het nageslacht.
Michel rolde in 1985, rond zijn 30ste levensjaar, de theaterwereld in. Een groepje vrienden die een theatergezelschap vormden was op zoek naar een secretaris. Michel werd altijd al gedreven door alles wat met secretariaat te maken had en zag hierin een mooie opportuniteit. Als jongste van de ploeg wou hij vernieuwing brengen door modernere stukken te programmeren, andere regisseurs aan te stellen, … maar dat werd niet getolereerd.
Dan maar een eigen theatergroep oprichten die gedoopt werd tot ‘Het Jonathan Theater’. Plots was hij de oudste in een groep van kennissen (onder meer studenten van het Herman Teirlinck-instituut). Dit avontuur duurde ongeveer 3 jaar. Ondertussen kreeg hij rollen toebedeeld in het toenmalige Antwerps Amateurtheater. Het bekijken van video-opnames van zijn optredens overtuigde hem om cursussen te volgen. Daarna kwam hij terecht in het Noord Theater. In de periode 1994-1995 richtte hij weer een eigen groep op, het NKT. Daar leerde Michel de knepen van het theatervak. Hij ontpopte zich als een ware duizendpoot.

Kort na de eeuwwisseling werd hij opgebeld met de vraag om het gezelschap bij Seeftheater te vervoegen voor de productie ‘Zusje trouwt en dan is er champagne’. Deze samenwerking duurde een decennium lang. Daarna was het tijd om de theaterboot even af te houden.
Via een kennis bij het Noord Theater werd Michel gevraagd om een rol op zich te nemen, en kwam de bal weer aan het rollen en is hij dezer dagen de artistiek coördinator van het Seeftheater. Samen met Luc Van Nunen, voorzitter, neemt hij de leiding van deze organisatie op zich.
Het Seeftheater was van bij het ontstaan een cafétheater en dat concept werd nooit aangepast.
Het draait volledig op vrijwilligers en dat geldt zowel voor de acteurs als voor de logistieke medewerkers. Een acteur beperkt zich niet noodzakelijk tot acteren. Die springt eveneens in achter de bar of bij de opbouw van een decor. De organisatie van het geheel vraagt om een sterk management. 
Een blik achter de schermen …

Plannen is vooruitdenken

Bij het opzetten van de planning wordt rekening gehouden met diverse factoren. De acteurs, die in de meeste gevallen beroepsactief zijn, hebben nood aan wat vrije tijd tijdens het weekend. Vakantieperiodes en feestdagen zijn momenten waarbij publiek minder makkelijk gemobiliseerd raakt.

De programmatie vraagt een vooruitziende blik. De planning voor het komende seizoen – de namen van de stukken en van de acteurs, de beschrijving van de stukken –  is volledig beschikbaar op de website. Meer nog, de programmatie tot een eind in 2027 staat reeds grotendeels op papier.

Financiële slagkracht om verder te gaan

Het Seeftheater is volledig zelfbedruipend. Dat betekent dat alle facturen zoals huur, gas- en elektriciteitsrekeningen, … dienen betaald te worden van de inkomsten die enkel voortvloeien uit de verkoop van tickets en de inkomsten van de bar.
In een lang verleden kreeg het theater subsidies, maar dat behoort tot het verleden.

Een productie kiezen

Het Seeftheater wil zich vandaag profileren als ‘theater van de lach’. Corona heeft het leven voor veel mensen een stuk moeilijker gemaakt en de nood aan luchtig amusement doen toenemen. Een komedie trekt hierdoor meer publiek aan dan een drama, wat uiteraard belangrijk is voor het overleven van het theater.
Eenmaal die keuze gemaakt, gaat men op zoek naar een gepast stuk. Hiervoor bestaan gespecialiseerde websites. Michel: “Na een tijdje begin je de namen van auteurs te kennen. De meesten hebben een eigen website. Er zijn ook groepen, bv. op facebook, waarop die schrijvers bijeenkomen en hun nieuwe stukken publiceren. Bij belangstelling kan je gratis een leesexemplaar aanvragen. Ik heb ook contact met een 30-tal franse auteurs via een kantoor in Parijs. Op de vraag of ze akkoord waren met mijn voorstel om hun stukken te vertalen om ze dan in ons theater als creatie te brengen, kwam een positief antwoord. Deze piste is tot op heden nog niet in de praktijk gebracht.” 

Eenmaal een productie gekozen, kan het echte werk beginnen.

Een ploeg samenstellen

Wie zijn die vrijwilliger-acteurs? Velen hebben een professionele opleiding gevolgd maar oefenen het acteren niet beroepsmatig uit. Anderen hebben dan weer elders ervaring kunnen opdoen. Ook beginners krijgen hun kans bij het Seeftheater, meestal in een bijrol als opstapje in de theaterwereld.

Het theater kan beroep doen op een 60-tal acteurs die contacteerbaar zijn via een globale Whatsapp groep. Dit kanaal wordt gebruikt om de diverse stukken aan te kondigen met opgave van de speeldata en rollen. Geïnteresseerden kunnen zich als kandidaat melden. Op basis van die aanmeldingen wordt een tide-casting aangemaakt: wie komt best in aanmerking voor welke rol?
Wanneer de groepen zijn samengesteld wordt voor iedere productie een specifieke Whatsapp groep aangemaakt en kunnen de repetities georganiseerd worden.

Het is noodzakelijk dat het bestand van auteurs up-to-date gehouden wordt. Er is altijd een natuurlijke afvloeiing waardoor de zoektocht naar nieuw bloed een belangrijk aspect is.
Bovendien gaat het om vrijwilligers die geen eigendom zijn van het theater. Voor die mensen kan het leerzaam zijn om ook elders te gaan spelen. Sommigen verdwijnen tijdelijk en komen op een gegeven moment weer terug. 
Enkele keren werd samenwerking met andere theaters getest. Zoiets kan bv. nuttig zijn bij een crisissituatie, maar ervaring leert dat dit niet zo evident is als het lijkt.
Bij nood aan een regisseur of acteur kan dat op de website van Opendoek – waarvan Seeftheater lid is – gepubliceerd worden. Dan is het wachten of er respons komt.

Het publiek

Het publiek van het Seeftheater bestaat uit vaste en toevallige bezoekers.
De matinee-voorstellingen, op zondagmiddag, worden voornamelijk door ‘habitués’ bijgewoond.
De kennissenkring van de spelers maakt ook een belangrijk deel uit van het publiek. Stukken met grote bezetting zorgen dan ook voor een grotere opkomst. En bij deze laatste groep ziet men ook dat bezoekers op termijn evolueren naar het vaste publiek. Er wordt geen moeite gespaard om nieuw publiek aan te trekken. Alle bezoekers van vroegere producties krijgen regelmatig de Nieuwsbrief toegestuurd.
Twee a drie weken voor de première van een productie wordt ook de folder ruim verspreid.

Vandaag gebeurt de marketing ook meer en meer via de pers (Radio Minerva, Radio Express, ..) en gespecialiseerde culturele programmabladen (Antwerp Events, Uit in Vlaanderen, …). Michel bespeelt eveneens de social media als een ware pro: Facebook, Instagram, Twitter, Youtube, … niets van deze kanalen heeft nog geheimen voor hem.

Heeft het cafétheater een toekomst?

Michel heeft een duidelijke visie waar het theater binnen drie a vijf jaar moet staan: het publiek en de opvoeringen moeten elkaar bestuiven.

Het Seeftheater kan bij een voorstelling 47 bezoekers huisvesten. Er zijn geen plannen om het theater te verhuizen naar een ruimere plaats. De corona periode heeft een zware tol geëist onder meer op financieel vlak. Daarom is het belangrijk dat het publiek minstens gehandhaafd blijft maar – liever nog – uitbreidt. Momenteel wordt een productie ongeveer vijftien keer vertoond. Hoe meer vraag vanuit het publiek, hoe meer er kan gespeeld worden…. leuk voor de acteurs en beter voor de kassa.

Ook variatie in de programmatie kan hiertoe bijdragen. Zo zal in de zomer een Revue gebracht worden die Michel zelf regisseert en zal bestaan uit een aantal sketches, afgewisseld met muziek en interventie van een ‘stand-up comedian’.  Marco Ramirez, beroepszanger en ook organisator van Revues, komt dan meespelen en zingen. Het wordt een productie met 22 spelers.

Voor liefhebbers van cafétheater … niet twijfelen! Neem nu contact op met het Seeftheater en reserveer je tafeltje … gezelligheid gegarandeerd!

Een beginnend acteur met potentieel

Na de generale repetitie van de productie “Plasje doen?”, waarvan ik met volle teugen genoot, krijg ik Jacqueline, de toiletjuffrouw in de openbare genderneutrale toiletten van een station, in het vizier en strik haar voor een kort gesprek.

Haar echte naam is An Van Opstal. Ik sta perplex wanneer ik verneem dat ze met de hoofdrol in deze productie voor het eerst optreedt in een echt gezelschap.
Tijdens haar jeugd deed ze wel kleine opvoeringen en volgde ze in de Academie ‘Woord en Kunst’, maar dit alles viel stil, onder meer door familie-uitbreiding.
Later, na een ziekte kwam de vraag naar boven: “wat heb ik gemist in mijn leven?” Op die vraag kwam spontaan een duidelijk antwoord: op de planken staan! 
En alsof het in de sterren geschreven stond, viel haar oog op een oproep op Facebook: Seeftheater zoekt nog mensen. Veel nadenken hoefde ze niet te doen. “Ik spring gewoon.”
En dat is wat ze deed. Samen met haar 16-jarige zoon is ze in dit nieuwe avontuur gerold en beiden beleven de tijd van hun leven.

https://www.seeftheater.be
https://www.facebook.com/Seeftheater
https://www.instagram.com/seeftheater/

Tekst Magda Verberckmoes
Foto’s Eric Rottée

De was tussen juwelen en beeldhouwwerk

Het is een klein stadje naast het grote Brussel. Je stapt in een straatje beginnend aan de Brusselsesteenweg. Links en rechts staan “middle class” huizen. Links is een doodlopende weg die begint met een lange houten afsluiting. Het is een rustige en discrete wijk. Een beetje verder rijzen twee driegevel huizen op, trots en hoog met de garage onder het huis.  Elk jaar organiseert Katrien opendeur weekends gedurende de maand november. Binnen in de garage situeert zich het atelier voor beeldhouwkunst en daar worden ook de beeldhouwwerken tentoongesteld. Om de juwelen te bekijken moet je naar de voordeur stappen. Je belt aan en een charmante stem vraagt naar boven te gaan. Het atelier is op zolder, met veel lichtinval, hoofdzakelijk vanuit het westen.

Katrien, wie ben jij ? Een juwelenontwerpster of een beeldhouwster?

“Ik ben dertig jaar geleden met juwelen begonnen. Het is echt mijn ding, ik doe dat met veel passie. Toen ik de keuze maakte, twijfelde ik tussen de twee disciplines. In die zin is het een moeilijk antwoord. Uiteraard ben ik voornamelijk een juwelenontwerpster. Voor dat ik te oud werd, wilde ik beeldhouwen proberen om te kijken of het mij ligt. Vier jaar geleden heb ik de knoop doorgehakt. Ik wilde een collectie maken, ook van beelden, met het doel ermee naar buiten te komen. Hoe dat verder zijn leven gaat leiden, weet ik niet. Als ik het doe, doe ik dat niet voor mezelf. Uiteraard haal ik er veel voldoening uit.”

Leren

Katrien volgde de afdeling juweelontwerp aan de Academie in Antwerpen. Een bewuste keuze want ontwerpen vindt ze het belangrijkste. Voor het beeldhouwen volgde ze geen academisch parcours. Een half jaar les houtbewerken in Anderlecht bracht haar het nodige bij. Het was fysisch hard werk.

Ontwerpen en opbouwen

Ontwerpen is de kern. Katrien doet dat ontzettend graag. Voor haar juwelencollectie trekt ze zich terug in een bubbel. Na één of twee dagen begint de handenarbeid, opbouwen met was. Ze wil onmiddellijk een 3D voorstelling. 

Een beeldhouwwerk doorloopt een gelijkaardig proces. Zo is het ook begonnen. Ze dacht aan abstracte sculpturen. Op vakantie bedacht Katrien een sculptuur dat de basis legde voor wat ze nu doet… geen volledig maar een beschadigd lichaam.

Beschouw je de juwelen als kunst ?

“Een moeilijke vraag. Het is geen kunst met een grote K. Ik leun dicht tegen het ambacht aan. Voor mij is ontwerpen essentieel, dat is kunst, de uitvoering is toegepaste kunst.”

Maak je juwelen op maat?

“Tijdens de opendeurdagen vertrek ik meer vanuit mijn collectie. Juwelen op maat maakt minstens de helft van mijn werk uit. Dat is een meerwaarde die ik mijn klanten kan aanbieden. In overleg maak ik een ontwerp. Voorafgaand vinden verschillende gesprekken plaats, tot beide partijen akkoord zijn en de klant het echt ziet zitten waar ik naartoe wil. Dan pas volgt een definitieve fase. In de ontwerpfase is het noodzakelijk dat de opdrachtgever checkt of ik begrepen heb wat hij wil. Meestal zit het goed, ik behoed mij voor het creëren van een misverstand. Het is belangrijk elkaar te begrijpen. De klant apprecieert de tussenstappen en voelt zich dan ook geruster.” 

Vind je dat leuk, het op maat werken?

“Ik vind het enorm boeiend. Je weet voor wie je werkt, over wie en wat je aan het nadenken bent. Kinderen, partner, het overlijden van familieleden kunnen aanleiding zijn tot een juweelontwerp. Het is fijn dat me gevraagd wordt iets te maken met een speciale betekenis: voor geboortes, zovele jaren samen zijn tot voor opgroeiende kinderen, dochters die volwassen worden, alles kan. Ik zie vele levensverhalen passeren, van alle generaties, zeer jong tot heel oud, dat maakt het voor mij boeiend, houdt de passie levendig. Ik ben altijd met een juweel bezig en elk verhaal dat ik verwerk is anders. Reeksen ontwerpen om te verkopen in winkels, betekent productie, want je moet leven, een inkomen hebben. Verkopen is voor mij niet het belangrijkste. Ik wil gepassioneerd bezig blijven en voeling hebben met mijn klanten.”

Tijdloze juwelen

“Mijn bedoeling is dat als klanten nu juwelen kopen, ze ook waardevol zijn voor hun kinderen, de volgende generatie. Soms kan een juweel in een tijdperk gesitueerd worden … bijvoorbeeld in het begin van deze eeuw. Ik zou met twee collecties per jaar kunnen werken en ieder jaar opnieuw mensen aantrekken voor verkoop. Zo ben ik niet. Als unieke stukken verkocht zijn … dan komen er nieuwe. Juwelen die er al 5 jaar liggen ga ik niet wegdoen. Als ik daar nog achter sta, dan bewaar ik ze. Voor mij zijn die evenveel waard als mijn nieuwe ontwerpen. Zo redeneren volgens mij ook mijn klanten. En dat is de bedoeling. Ik zoek doelbewust geen thema’s, dat wil ik niet. Ik wil passioneel ontwerpen, Ik wil geen vluchtige dingen creëren. Ik heb al stukken terug gekregen die ik in mijn beginperiode maakte. De kinderen komen er mee terug omdat ze er iets anders van willen maken. Dan smelt ik mijn eigen ontwerp, daar heb ik geen moeite mee.”

Het lijkt alsof sommige beeldhouwwerken vallen, in beweging zijn. Waarom deze benadering? 

“Dat is heel onbewust. Het heeft met de sterfelijkheid te maken…  beelden die niet af zijn hebben dikwijls een zekere tristesse. Soms is dat bewust hoewel ik geen droevig persoon ben. Het leven is wat het is en als je je ouders verliest, is dat een periode waar je met je voeten meer op de aarde terechtkomt. Waarom zou ik een gave figuur maken, niemand is perfect. De arm moet er niet aan maar in mijn hoofd zie ik die arm wel, voor mij hangt die daar aan. Er zijn er een aantal die vallen. Er zijn er een aantal die een sprong maken. Waar ze eindigen weet ik ook niet.”

Je hebt meer kleine dan grote beeldhouwwerken?

“Ja dat klopt. Ik ben misschien iets te laat begonnen. Moest ik nu 30 jaar jonger zijn, dan zag ik wellicht die beelden grootser. Ik ben blij dat ik dit kan doen en ik hoop dat het nog lang kan. Een pensioenleeftijd bestaat voor mij niet. Zolang ik wil en kan doe ik verder. Op welk tempo weet ik niet. Ik doe alles graag zelf. Dat sluit niet uit dat ik ooit iets groot wil maken. Ik heb wel mijn fysieke beperkingen.”

Verkopen, winkels en klanten bereiken

Katrien verkoopt niet via winkels. 

“Dat is een zeer bewuste keuze. Omdat mijn stukken uniek zijn, is dat niet evident. Je wordt er snel mee geconfronteerd dat winkels geen interesse hebben in zuiver unieke exemplaren. In het begin werkte ik met galerijen in Knokke, Mechelen en Leuven maar ik haalde daar geen voldoening uit, ik wou geen duplicaten maken. Vermits ik geen ‘series’ maak maar werk met unieke stukken was het te lastig om de uitgeleende juwelen te missen wanneer ik mijn eigen klanten ontving in mijn eigen atelier.” 

“Mijn man en ik zijn dan begonnen met zelf een grote mailing op te starten om bekendheid te verwerven. En dit doe ik nog steeds. Ondertussen is er de digitale weg bijgekomen, wat een heel verschil maakt om je kenbaar te maken”. Nu gebruikt Katrien Facebook en Instagram zonder (betalende) reclame te maken. “Ik krijg veel reacties. Ik heb wel mijn lijst naar wie ik een flyer of email stuur.”

Wie koopt je juwelen, wie zijn je klanten?

“Iedereen. Mensen die het ambacht appreciëren en ook mensen die het unieke naar waarde schatten. Binnen de juwelen zit je, als je wil ontwerpen, al in een kleine niche. Als je geen winkel hebt, is de niche nog kleiner. Ik heb al 30 jaar een eigen stijl. Bepaalde klanten volgen mij al vanaf dag één tot nu.”

Zijn dat andere klanten dan voor je sculpturen? 

“Mijn beeldhouwwerk zit nog niet in de lift. Eind 2019 kwam ik ermee naar buiten. Dan kwam Corona. Er is nu een breuklijn, maar dat komt wel terug, we zien wel. De klanten zijn sterk geïnteresseerd maar beeldhouwwerken te koop aanbieden is totaal anders dan juwelen verkopen. Ik denk dat de aankoop van een beeldhouwwerk anders verloopt waarbij de klant er na verloop van tijd op terugkomt. Hij wil een beeld om een specifieke reden.

De was als link

“Ik doe geen object op een dag. Ik werk tegelijkertijd aan verschillende creaties. Ik moet altijd met veel dingen tegelijk bezig zijn. Van mijn juwelen moet ik af en toe afstand nemen om ze later terug te bekijken. Met beeldhouwwerken is dat net hetzelfde. Het gebeurt dat ik een beeld na één of twee jaar terug vastneem en er een heel andere houding aan geef. Ik kan constant correcties aanbrengen. En daarom werk ik graag met was en niet met klei. Met klei lukt dat niet, klei hardt uit. Op een bepaald moment moet je zeggen: “Nu blijf ik eraf.”

Website: https://katrienvanwambeke.be

Facebook: https://www.facebook.com/katrienvanwambekejuwelen

Instagram: https://www.instagram.com/katrienvanwambeke/

Eric Rottée Tekst

Katrien Van Walmbeke & Eric Rottée Foto’s

Stage voor traditionele volksmuziek: we zijn vertrokken…

Punt, aan de lijn … duidelijke woorden van Ilse. In feite komen we aan. Eerst de kleine, nog groene heuvels. Het is een zonnige late namiddag, het pajottenland strekt zich uit, de zon is een beetje lui vandaag. Melkachtige hemel.De eerste vrije parkingplaats, juist voor de kerk, is voor ons. De eerste mooie klanken komen van een gitaar en een diatonisch accordeon. Dit laatste instrument brengt je in een droomwereld.

Onder de tent voor de kerk zitten twee vrouwen. Ze oefenen samen, het is nodig want de harmonie tussen de twee moet nog komen. 

Een paar stappen, de zonnestralen leiden tot aan de ingang van de kerk, die op haar beurt in haar donkerheid en de twee geopende deuren de bezoekers verslindt. En dan de stem, de stem die het schip van de kerk volledig vult. Tonen zoeken naar balans … betoverend. Het stopt na een korte tijd, de perfectie is er al, de bezoeker blijft doorlopen en zal terug komen binnen een paar uur.

“Heb jij een afspraak?” “Ja, met Lise.” “Ik zal haar bellen.” 
Er heerst kalmte in het kantoor. 
“Lise?” “Ja”. 
Van het kantoor dalen we af naar de ontmoetingsplaats. 
Elisabeth: “Een drankje?” 
Welkom op de stage voor traditionele volksmuziek.

Er wordt uit volle borst gezongen en gelachen. De stage-sessies zijn afgelopen. Het eten wordt dadelijk geserveerd. Toch zijn de stagiairs, een goede mengeling van mannen en vrouwen, niet moe. Een gitarist en een tiental stagiairs nemen de gelegenheid te baat om verschillende liedjes op het terras van de ‘stagebar’ te zingen. Altijd en overal oefenen.

Oefenen kan je ook op de campingplaats. 
“Waarom maak jij foto’s?” 
“Wij maken een reportage over de stage”. 
“Ach het is een goede intentie dan”. 
“Ja dat kan je zo bekijken.”
“Je mag foto’s maken.” …. goedkeuring met een brede glimlach. Oefenen, oefenen..

Langzaam gaat de zon onder. De schaduwen overmeesteren het decor. De stagiairs glippen tussen de rijen banken van de kerk door. Ze dragen maskers. Het is goed dat het virus niet verplicht ook de oren te bedekken. Nu is het tijd om van het concert te genieten. Elke avond is er één.

Vanavond. “Ik ben juist gaan kijken – hier achter – naar de twee muzikanten. Als de muziek zo goed zal klinken zoals ze er uitzien, dan wordt de avond perfect.” zegt Herman. #meetoo? Nee, het is opvallend hoe evenwichtig de groep is verdeeld onder mannen en vrouwen. Volksmuziek kent geen gender.

Wij zijn vertrokken. Eerst naar Galicia, dan naar de Balkan.

De laatste reis, die naar de Balkan,  is somber. Je wandelt in de bergen en het is mistig. 
Terug naar Galicia. Een romantisch, donker lied. En de stem, … die stem in de kerk, vloeit over de lichamen van de toeschouwers wanneer de muziek stopt. 
Terug naar de balkan met een lied voor een huwelijk, leuk! Leuke volgorde. Tussen de liedjes leggen de twee muzikanten uit wat de betekenis van het lied zou moeten zijn. In het Engels is het niet altijd duidelijk. Hun inspanningen om het in het Engels uit te leggen komen goed aan. “Alume” …. de stem, de stem, de stem. 
“We love sending postcards”. “Postcards with a link to the music”. 
Nostalgische Antia en Sabela, de eerste op viool, de tweede op accordeon.

Terug naar de ontmoetingsplaats. Wat doet de man met zijn viool voor de ingang van het toilet? Hij oefent, hij oefent. Het plezier is voor zijn partner. Ze glimlacht, het is mooi, zelfs als het geluid van glazen en gesprekken op de achtergrond te horen is. Naar muziek luisteren kan je soms van de buitenwereld afsnijden.

Het is niet zoals vroeger, minder mensen, maskers bijna overal. De geest van de stage blijft en de hoop dat volgend jaar nog beter wordt maakt het afscheid lichter. Wij vertrekken nu, met spijt in het hart.

Nu een beetje concreter:

Onze video reportage over de stage door Bert Vannoten
Onze vroegere reportage in 2016
De website van Muziekmozaik. 
De website van de twee (muziekantinnen)muzikanten Caamaño&Ameixeiras
Het concert

Eric Rottée tekst en Foto’s

Lucile van Laeken: Het digitale tijdperk in dienst van de geschiedenis van Brussel

Honderd jaar geleden besloten vier gemeenten te fuseren: Brussel, Laken, Haren en Neder-over-Heembeek. Dat is iets meer dan drie keer de leeftijd van Lucile. Het is zowel ver als dichtbij in de tijd, maximaal drie generaties.

De vier gemeenten organiseerden een jubileum. Hiervoor vroegen ze vier kunstenaars om dit evenement te illustreren met muurschilderingen.

Lucile, één van de vier uitverkoren kunstenaars, van Belgische afkomst, heeft het grootste deel van haar leven in Frankrijk gewoond. Via haar artistieke project ontdekte ze de geschiedenis van België, in een tijd dat het één van de grote naties van de westerse wereld was.

Drie jaar geleden ontdekten wij Lucile tijdens een project in de stad Brussel. Deze verjaardag in het hart van de Belgische geschiedenis is een mooie gelegenheid om onze nieuwsgierigheid en die van u, beste lezer, te laven.

Welke weg heb je afgelegd om tot je beroep van kunstenaar te komen?

Ik kom uit de Elzas. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot alles wat tekenen, creëren enz. was en ik wilde op mijn zestiende een artistieke wending nemen door naar een middelbare school te gaan die specifiek gericht was op artistieke creatie. Ik heb twee jaar animatiefilm gestudeerd in de Auvergne. Toen ik videogames wilde leren, kwam ik naar Brussel. Ik realiseerde me dat de wereld van videogames interessant was, maar het was een beetje te veel gefocust op computers en programmeren en ik wilde me richten op een meer klassieke artistieke cursus en daarom volgde ik een professionele animatie opleiding van 6 maanden in Brussel – best intensief – wat leidde tot een stage. Na deze stage had ik interessante ontmoetingen en maakte ik kleine projecten voor verenigingen. Ik begon geanimeerde video’s of afbeeldingen te maken. Geleidelijk aan begon ik met kleine projecten voet aan de grond te krijgen in de professionele wereld en nu is dat de hoofdmoot van mijn activiteiten. Ik realiseer videoprojecten, murals, graphics, alles wat met tekenen te maken heeft, en daar heb ik drie jaar van geleefd. Ik werk met de hulp van ‘Smart’ (https://smartbe.be/nl/).

Hoe heb je dit project toegewezen gekregen?

Eind 2018 reageerde ik op een projectoproep voor de stad Brussel, georganiseerd door het ‘Parcours street art’. Het ging erom een ​​tekening op fresco voor te stellen die Brussel illustreerde, een nieuwe stad, een stad van de toekomst. Ik werd samen met 8 andere artiesten geselecteerd. Ik heb dit fresco gemaakt op een paneel van 2 m bij 3. Het was mijn eerste muurschildering, ik vond het erg leuk. Dankzij dit project dat ik voor Brussel deed aan de Kiekenmarkt werd ik rechtstreeks gecontacteerd door de verantwoordelijken die me vroegen of ik interesse had om deze muurschildering te maken.

Welke zijn de thema’s die je met dit fresco wilde aanpakken?

Wat ik voor Laken naar voren wilde brengen was de belangrijkste plaatsen of gebeurtenissen uit een bepaald tijdperk chronologisch weergeven. In mijn illustratie wilde ik de 18e eeuw weergeven met de promenade van de Groendreef, een voetgangersgebied waar mensen met een beetje geld wilden flaneren. Het was een beetje de Louisalaan van vandaag. Ik heb het voorgesteld met goed geklede personages in historische kostuums. Ik heb die tijd weergegeven door gebruik te maken van kleine leeuwenkoppen als kleine menselijke leeuwen. De leeuw is een dier dat zich een beetje trots voelt. In het midden staat de voorstelling van het eerste stuk spoorlijn in België. In 1835 was er in Laken het eerste stuk spoor in België met het station van de Groendreef. Dus stelde ik me een locomotief-trein met passagiers voor. Uiterst rechts op de tekening staat een weergave van de arbeidersbeweging, want langs het kanaal Werkhuizenkaai waren veel industrieën gevestigd en met name in de 19e eeuw was er de familie Gaudin. Het gebouw is er nog steeds. Gaudin is een fabriek van gietijzeren kachels. De familie verwelkomde de arbeiders die met hun gezin in dit gebouw woonden. Op mijn tekening zien we deze arbeidersbeweging met dit emblematische gebouw van Brussel, dus van Laken. En daar zijn meer personages met mierenkoppen, kleine hardwerkende karakters, kleine mieren. Ik portretteer graag dierlijke karakters omdat het makkelijker is om een ​​aspect over te brengen. Het maakt een beetje een verwijzing naar de fabel.

Hoe zou je het creatie- en productieproces omschrijven?

Er moest voldaan worden aan de vraag want het ging er niet om, om zomaar iets te tekenen, het moest historisch zijn en aansluiten bij de stad in kwestie. Ik ontmoette een historicus, genaamd Roel Jacob, en hij was degene die me aanwijzingen gaf. Hij vertelde me veel over Laken. Ik selecteerde deze drie dingen: de Groendreef, het station met de spoorweg en de arbeidersbeweging. Toen mijn thema eenmaal was gekozen, tekende ik digitaal op de iPad. Ik zette het in kleur. Ik stelde een tweede tekening voor – we moesten twee tekeningen indienen die aan de Brusselaars zouden worden aangeboden – en de inwoners stemden op degene die ze wilden zien. De andere vond ik ook mooi, maar die was actueler en vertegenwoordigde meer het hedendaagse Laken met het Heizelpark, het Atomium, de tram, het Bockstaelplein. De geselecteerde tekening is degene die ik heb geschilderd.

Hoe heb je de tekeningen op de muur in de juiste verhoudingen gemaakt?

We moesten het oppervlak helemaal wit schilderen. We hebben een rooster gemaakt. Ik zeg ‘wij’ omdat we vanaf het begin hebben samengewerkt. Om mijn tekening op grote schaal te over te dragen heb ik de digitale tekening uitgeprint en een raster van 1 cm gemaakt. Het vierkant van 1 cm vertegenwoordigde in werkelijkheid 1 m. Ik maakte een raster op de muur met vierkanten van 1 m. Op basis van elk vierkant op de muur en de tekening, heb ik dit vierkant na vierkant getekend. Het is niet 100% getrouw, het is nog steeds een spontane pennetrek. Soms verdwalen we even, we verschuiven, maar dat brengt ook de tekening op de muur tot leven. Dus het is ongeveer hetzelfde als wat ik op de iPad tekende, maar toch een beetje anders. Het respecteert min of meer de verhoudingen.

Hoe heb je Rocio ontmoet?

Ik kende Rocio Alvarez, ze is een vriendin van vrienden. Ze maakt ook muurschilderingen, animatievideo’s, grafische afbeeldingen … ongeveer hetzelfde soort projecten als ik. Toen ik het te schilderen oppervlak en het tijdschema zag, dacht ik erover om hulp te vragen omdat het te lang zou duren in mijn eentje en dan is het leuker om het samen te doen. Ik vroeg haar of ze interesse had om bij mij te komen schilderen. Ze heeft geaccepteerd. We organiseerden ons in functie van haar vrije dagen. Het viel allemaal heel gemakkelijk op zijn plaats. Het is iets dat ze graag doet, schilderen, .. Op het moment dat ik haar vroeg om me te helpen schilderen, voelde ik me een beetje ongemakkelijk. Voor iemand zoals zij die tekent en muurschilderingen maakt volgens haar eigen verbeelding, die een identiteit heeft … In het begin was ik een beetje … “verdorie …  het zal voor haar niet zo creatief zijn, het zal meer van technische of uitvoerende aard zijn”. Ze was erg enthousiast en ze houdt van schilderen, dus dat was tof. Het is niet haar stijl, het is anders. Het ging goed – heel goed -, ze heeft me veel geholpen, ze heeft meer ervaring dan ik, ze weet wat ze moet doen. Ik heb veel advies van haar gekregen.

Zou het  in de toekomst tot een samenwerking kunnen komen?

We hebben er een beetje over gepraat, we konden het te goed met elkaar vinden. We kenden elkaar een beetje. We dachten dat het geweldig zou zijn om samen iets te doen, zelfs voor de lol, maar het is altijd geweldig om connecties te hebben met wie je wilt werken en met wie het werkt. Eerlijk gezegd zouden we het opnieuw moeten doen!

Gaf het feit dat je enkele weken, zelfs maanden, aan het ontwerp-gedeelte hebt gewerkt, enig specifiek plezier?

Het ontwerp-gedeelte, het concept, voordat het op de muur ging … ja, het duurde enkele weken. Ik vond het erg leuk omdat het nog altijd een soort uitdaging voor me was. Ik heb vrij spel. Ik heb plezier, ik denk niet per se na over wat logisch is. En hier, het project, ik vond het erg leuk om het te tekenen omdat ik me veel moest documenteren en dingen moest lezen die ik niet wist over Laken, over Brussel.Het was.. het is niet zomaar – hoe zeg je dat – een denkbeeldige tekening. Er zit een verhaal achter. Dat is het wat ik er leuk aan vond: een beetje te weten komen over dat  wat ik wilde uitdrukken in relatie tot de geschiedenis van Laken, die periode, die tijd …

Heb je zes weken met plezier geschilderd of ben je het beu?

6 weken… nee, ik ben het niet zat, ik vind het heerlijk. Er zijn momenten dat het een beetje repetitief wordt. Bijvoorbeeld vandaag, nou, ik heb geschilderd, ik heb een tweede kleurlaag aangebracht en daar heb je de indruk hetzelfde opnieuw te schilderen en je hebt niet een heel concreet resultaat voor het oog, behalve dat de kleur levendiger is, om preciezer te zijn op het niveau van de contouren. Maar als je iets overschildert dat je eerder hebt gedaan, ja, er zijn momenten dat het een beetje vermoeiend wordt. Als het echt warm is, is het pas echt vermoeiend. Het moeilijkste zijn de eerste dagen, we hebben alleen maar witte kleur aangebracht. Het was de eerste laag, heel fysiek, steeds dezelfde rolbeweging, je moest echt alles uit de kast halen. Maar daarna – eenmaal de contouren gemaakt en de kleuren aangebracht – krijgt het vorm. Dat vind ik prettig, want het groeit beetje bij beetje.

Was dit project langer dan andere projecten?

Ja, het is lang, maar ik zeg tegen mezelf dat het nog lang zal blijven. Dit is werk dat zich langzaam concretiseert en zal blijven. Ik weet het niet… als ik erin zit, zit ik erin en vergeet ik alles en voel ik me in mijn nopjes.

Hoe ben je tot deze stijl van illustratie gekomen?

Het komt niet uit het niets. Ik ben beïnvloed door tekenfilms. Ik keek veel tekenfilms toen ik klein was. Alles wat stripboek, tekenfilm is, … ik vond Titeuf erg leuk. Er zijn invloeden die ik heb verwerkt in wat ik nu teken. Er is niet per se één iets dat me heeft beïnvloed, het is een geheel.

Hoe heb je dit artistieke pad gekozen? Hoe ben je tot deze illustratie-wijze gekomen?

Beetje bij beetje, als we het over stijl mogen hebben. Hoe dan ook, alles wat dierlijk is, de karakters met dierenkoppen, dat dateert van twee of drie jaar geleden. Ik tekende altijd kleine figuurtjes. Ik vond er zo een die mooi was, met een hertenkop. Zo begon ik een reeks karakters met dierenkoppen. Ik voelde me er prettig bij en nu doe ik alleen nog dat.

Ik hou heel veel van dieren, ik documenteer mezelf, ik kijk naar documentaires, ik hou van de natuur, dit is mijn echte inspiratie.

Hoe vind je werk/opdrachten in deze branche?

Ik reageer op oproepen voor projecten en op verzoeken. Maar het is niet altijd zeker dat ik gekozen word. Het gaat ook dikwijls via van mond tot mondreclame. Als je eenmaal een project hebt gedaan en de klant vindt het leuk, dan is de kans groot dat er over gepraat  en gecommuniceerd wordt op de sociale media. Zo gaat het meestal, mond-tot-mondreclame.

Heb je nog stripboekprojecten ?

Ja, het project genaamd Animalia. Ik teken, maar ik heb een vriend die de scripts schrijft. Twee en een half jaar geleden zijn we er aan begonnen. Het is iets waar we aan werken wanneer we tijd hebben. Dit is een persoonlijk project. Het is nog niet klaar. Het idee is om tot 7 afleveringen te komen. Op dit moment hebben we er al drie. We zijn net begonnen met de vierde. Het kost tijd, het is bijna een levensproject. We gaan vooruit wanneer we kunnen, wanneer we tijd hebben, het blijft een genoegen. Ik moet wel toegeven dat ik soms vergeet dat het project er is. Ik ben er niet zoveel meer mee bezig. Ik vind het moeilijk om ergens regelmatig in te zijn. Ik hou van eenmalige projecten.

Staan er nog andere projecten op stapel?

De drie strips zijn gedrukt en we hebben een klein evenement georganiseerd om ze te verkopen. Het gaat over verslaving aan online games, het gaat over geld, drugs, er is niets schokkends, het is met mijn handelsmerk  – de stijl die ik teken – de personages zijn met dierenkoppen, het is kleurrijk. Op het eerste gezicht zou je denken dat het voor kinderen is, maar als je het onderwerp onder de loep neemt, is het nog steeds ernstig, het is voor volwassenen. Er zijn kleine grappen, het is toegankelijk.

Mijn volgende project is een uitstalraam aan het Kasteleinsplein in Elsene.

Lucile van Laeken website
Instagram https://www.instagram.com/lucilevanlaecken/
Facebook account Lucile Van Laecken Projects https://www.facebook.com/lucilevl

Interview Magda Verberckmoes
Foto’s Eric Rottée & Eric Danhier

Urban Jungle: EDERED bouwt ons Europa

Kun jij je een theatervoorstelling in 2021 voorstellen? Ik was deze voorstelling kwijt.

De moderne plaats in het oude Brussel

Een zijstraat in Brussel, in de buurt van de Beurs. Een oude straat, glimmende klinkers. Het regent vandaag. Op nummer 24 van de straat rijst een moderne fassade op. Het cultuurcentrum ‘Les Riches claires’ is daar gevestigd.

Vijf jongeren in de “urban jungle”

Eerst de muziek, dan komen vijf jonge mensen op het toneel. Beweging, gewone dagelijkse bewegingen: zich druk maken achter het stuur van de auto, foto’s nemen met de GSM, de natuur kapot maken, het is een spiegelbeeld dat wij, toeschouwers, te zien krijgen. Een pessimistisch, soms hilarisch, soms heel triest beeld van onze samenleving. “Law”, “fire”, “domination”, “you are lying” worden uitgesproken en naar het publiek gegooid. Vaak vraag ik mij af wat de impact van zulke boodschappen op de toeschouwers zal zijn, zeker als die er al van overtuigd zijn. Een eeuwig onderwerp, continu te bespreken.

Edered, de concrete opbouw van Europa

Vaak starten initiatieven vanuit evenementen, die er geen directe link mee hebben. Op deze evenementen ontmoeten mensen elkaar en creëren samen nieuwe ideeën. Later geven deze initiatieven geboorte aan evenementen die het initiële overtreffen. Om de twee jaar ontmoeten jongeren elkaar gedurende twee weken. Ze krijgen een onderwerp dat ze moeten uitwerken. Op het einde van de workshops presenteren ze het resultaat van hun samenwerking. Niets moet op voorhand voorbereid zijn, alles wordt ter plaatse ontwikkeld. Het onderwerp van dit jaar is “Urban Jungle”.

De Belgische tak

Joke Quadbeur, Florence Caulier and Jacqueline Heymans
Joke Quadbeur, Florence Caulier and Jacqueline Heymans

Welke naam kan beter een multiculturele organisatie beschrijven dan “Tremplins”? Een springplank voor jongeren. Een springplank voor de jonge Brusselaars van gelijk welke origine in de wereld van kunst en creativiteit. Naast het Babel-project zit Tremplins achter Edered. Alleen? Neen, Open doek ondersteunt Edered via haar tak Jong Doek. Cultuur kent geen (taal-)grens en heeft een natuurlijke tendens tot samenwerken.

XX

XX

XX

Vragen- Antwoorden

Ze zitten in de rij, wachtend, de acteurs en de begeleiders. Benieuwd welke vragen vanuit het publiek zullen gesteld worden. Vragen komen. De antwoorden ook.
Kritiek op de maatschappij, keuze na drie dagen van workshops en na veel oefenen, nadenken over hoe het over te brengen, oefening met woorden gelinkt aan jungle, woorden in actie omwerken, vijf dagen om het toneel op poten te zetten, soms improvisatie in de beweging en pop-up woorden, geen echte menselijke ontmoeting, de essentie, project van theater-actie, vanuit het lichaam, ontmoeting van jongeren vanuit veel verschillende culturen en talen, “Hyppolite started to think about it”, “17, 20,17,13, almost 15, 19”, “open to do it”, “bad or good ending”.

Zie je binnen twee jaar

De volgende Edered is binnen twee jaar. De opbouw van Europa stopt niet.

Edered: https://www.facebook.com/Ederedorg
Tremplins: https://tremplins.be
Jong Doek: https://www.opendoek.be/jongdoek/home

Tekst en Foto’s Eric Rottée

Theaterstudiewijzer in een corona-jasje

Niettegenstaande de ‘paaspauze’ zoals de korte verstrenging van de lockdown anno 2021 werd gedoopt en de restricties die eruit voortvloeiden, liet OPENDOEK de jongeren met interesse voor theater niet in de kou staan.

JongDOEK zou tijdens de paasvakantie 2021 voor het eerst de Theaterstudiewijzer organiseren in samenwerking met De nieuwe spelers en Arenberg. Door de gevolgen van de coronapandemie ging men op zoek naar een alternatief. Het werd een boeiend tweedaags online programma met docenten en acteurs die al hun geheimen prijs gaven aan een bijzonder geïnteresseerd publiek van jongeren die er hun werk van willen maken om een theater-carrière uit te bouwen.

Het programma

Maandag, 12 april waren docenten Geert Belpaeme van het KASK- Gent en Tine Van Aerschot van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen en acteur Tijmen Govaerts van de partij.

Dinsdag, 13 april was het de beurt aan Hendrik De Smedt (opleidingshoofd RITCS Drama – Brussel) en de actrices Els Olaerts (docent LUCA Drama – Leuven) en Violet Braeckman (actrice).

We hadden het geluk deze laatsten aan het woord te horen en waren onder de indruk van de openhartigheid waarmee ze de aanwezigen wisten te raken. 

Els Olaerts bracht haar verhaal over hoe ze de keuze voor een theater loopbaan maakte, de obstakels die ze daarbij te verwerken kreeg en de impact van die keuze op andere aspecten van haar leven. Het werd een waar pleidooi voor theater.

Violet Braeckman schetste de weg die ze aflegde in haar zoektocht naar de theaterschool die best bij haar paste, hoe de toelatingsproeven georganiseerd waren en hoe men zich daar best op kan voorbereiden. Hoe een monoloog als onderdeel van de toelatingsproef voorbereiden, en hoe een carrière starten na de theaterstudie waren eveneens onderwerpen die ze haarfijn uit de doeken deed. 

Lessons learned uit de sessies met Els en Violet

Zoveel mogelijk scholen bezoeken is een uitstekende manier om zo de instelling te vinden die best aanleunt bij je persoonlijkheid en voorkeuren. Iedere school heeft immers een eigen aanpak, zowel in het selecteren van studenten als in de organisatie van het lessenpakket. Mocht je afgewezen worden na het afleggen van een proef, aarzel niet om contact te nemen met de organisatie en uitleg te vragen, probeer zoveel mogelijk te relativeren en aarzel niet om opnieuw te beginnen.

Als voorbereiding op de toelatingsproeven is het, bij gebrek aan inspiratie, zeker niet mis om contact op te nemen met de school en te vragen of men iets kan aanraden. Je tekst kennen, ook de scènes en situaties, en, last but not least, een zekere schaamteloosheid aan de dag durven leggen zijn belangrijke aandachtspunten in deze voorbereiding. Hulp bij het vinden van een geschikte monoloog vind je op het internet, in de bibliotheek van OPENDOEK of via contacten met bv. afgestudeerden. 

Om na je studie in de acteerwereld aan bod te komen is het belangrijk om tijdens de opleiding de praktijk reeds in te duiken, jezelf op de kaart te zetten, een netwerk uit te bouwen en stages te lopen bij toneelgezelschappen of op de filmset.

In het begin is het geen schande om in te gaan op zoveel mogelijk aanbiedingen, daarna kan je kieskeuriger worden, bijvoorbeeld door die stukken te selecteren waaraan je plezier kan beleven. Tot een vast theatergezelschap behoren, hier in België, is niet mogelijk, eenvoudigweg omdat ze niet meer bestaan. 

De eerste editie

De eerste editie van Theaterstudiewijzer werd door de coronapandemie al direct een ware uitdaging voor de organisatoren waardoor de gedroomde workshops ‘in levende lijve’ plaats moesten ruimen voor een online-versie.

Een online-versie gaf de mogelijkheid het concept uit te testen en na te gaan of er belangstelling was voor een bundeling van enkele scholen. Het is immers niet enkel de school die de leerlingen selecteert, het is ook de leerling die een school kiest. Het gaat hier om een ‘match’ in twee richtingen, een keuze waarvan de kandidaat-cursisten zich bewust moeten zijn.

Er werd beslist om dit jaar de nadruk te leggen op het ingangsexamen en het kiezen van een theaterschool.

De nieuwe spelers biedt als vooropleiding in theater een traject aan van 9 maanden waarvan één maand wordt besteed aan kennismaking met Vlaamse theateropleidingen. Jongeren die van theater of acteren hun beroep willen maken maar niet direct de stap zetten of de weg vinden naar een geschikte theateropleiding kunnen op die manier een vooropleiding volgen.

In het verleden werden docenten, opleidingshoofden en coördinatoren drama-opleiding uitgenodigd om hun school te komen voorstellen en een workshop te geven zodat aanwezigen een idee kregen van hun filosofie en werkwijze. Voor de Theaterstudiewijzer werd deze methodiek overgenomen om tot een selectie docenten en onderwerpen te komen.

De sprong in het onbekende

Tijdens de jaarlijkse zomerstages zijn er telkens vragen over het ingangsexamen maar is er niet altijd de tijd en ruimte om dit onderwerp uit te diepen. Het is bovendien niet voor iedereen mogelijk om het traject van 9 maanden te doorlopen, waarvoor de plaatsen sowieso beperkt zijn. Daarom werd in samenwerking met De nieuwe spelers een korte opleiding uitgewerkt, toegankelijk voor een grotere groep en aangepast aan de noden van de deelnemers. Aandacht hierbij bleef gaan naar jongeren met diverse achtergronden, ook uit niet geprivilegieerde milieus, om hen zelfvertrouwen en bagage mee te geven om de stap naar theater te kunnen zetten.

De organisatie kon ook rekenenen op veel enthousiasme bij de docenten en sprekers. De laagdrempeligheid zorgt voor een meer gediversifieerde instroom in de scholen wat door deze laatsten als positief wordt ervaren.

Online

De beslissing over de annulatie van jeugdactiviteiten in de paasvakantie omwille van de pandemie kwam erg laat en annuleren was geen optie. De organisatoren wilden de reeds geregistreerde deelnemers immers niet teleurstellen, zeker niet in de heersende moeilijke periode door de lockdown. De theaterworkshops werden wel geschrapt omdat een digitale versie ervan in het verleden niet de verhoopte resultaten gaf. Het werd een meer informatieve opleiding gespreid over 2 dagen in plaats van 5. Ook het feit dat de leeftijdsgrens voor deelname verlaagd werd naar 16 jaar trok nogal wat jongeren van het vijfde middelbaar aan. Zij hebben nog een jaar de tijd om zich rustig voor te bereiden, een positief element dat zeker wordt meegenomen naar de toekomstige versies van de Theaterstudiewijzer. 

Opvallend was dat de deelnemers uitsluitend meisjes waren. Het is een feit dat vormingsactiviteiten voor jongeren vooral door meisjes worden bijgewoond. Ook leeftijd en schoolomgeving kunnen beïnvloedingsfactoren zijn. Nochtans is het amateurtheater-gezelschap samengesteld uit 50/50 jongens en meisjes. Bovendien is de theaterwereld voornamelijk een mannenwereld en de shift naar meer vrouwelijke aanwezigheid is een welgekomen evolutie. 

Toekomst

Er wordt nog een uitgebreide evaluatie gepland maar één ding is nu al duidelijk: de deelnemers vormden een bijzonder aandachtig publiek, niettegenstaande de waarschijnlijk ‘zoveelste’ online activiteit en vonden het boeiend om alles op een rijtje te zien in een samengebalde versie. Dit en andere punten die uit de uitgebreide evaluatie naar boven zullen komen, worden meegenomen voor de organisatie van het evenement in 2022 dat dan hopelijk een fysieke gebeurtenis wordt met overnachting, voorstellingen met nabeschouwingen, open lessen en feedbacksessies.

De geplande zomerstages van JongDOEK en De nieuwe spelers gaan door zoals gepland en richten zich meer bepaald op een breed publiek met passie voor theater.

Ook de zomerstage van OPENDOEK, in samenwerking met De Singel en het Conservatorium gaat door en richt zich op 3 afstudeerrichtingen van het Conservatorium: woordkunst, kleinkunst en acteren. Verder zullen er deze zomer nog heel wat ‘coronaproof’ voorstellingen plaatsvinden. 

https://www.denieuwespelers.be

https://www.opendoek.be

https://www.opendoek.be/jongdoek/home

Magda Verberckmoes Interview en Tekst

Norma: Together, Not Alone, What Happened Next…

“Er is geen geluid!”

“Geluid?”

“Ja, het geluid ontbreekt.” Ze kijkt me aan. “De installatie vormt een geheel, het geluid hoort er bij.”
Norma ziet eruit als een aangenaam persoon. Maar ze weet wat ze doet en wat ze wil. Dus, eerst het probleem oplossen en dan kunnen we aan het interview beginnen. 
Iedereen die aanwezig is, met inbegrip van mezelf, zoekt naar een oplossing. Een paar minuten, enkele toestellen manipuleren, en dan komt er een vogelenzang. Een geheel is een geheel.

Wat doe jij als documentaire fotografe tijdens een lockdown die in de lente van 2020 begon? 
“Wanneer deze situatie begon in maart, een jaar geleden, trok ik er met de fiets onmiddellijk op uit – drie-vier uur per dag – en maakte foto’s”.

Op straat, een jaar geleden.

Norma is niet alleen een fotografe, ze heeft ook een passie voor het geluid. Wanneer ze terugkwam van haar dagelijkse tour, hoorde ze de buren klappen. Ze begon het applaus in de buurt op te nemen. “Dan dacht ik: we zijn samen, ik kan emotioneel worden bij het vertellen. Er is veel hoop. Mooi weer, de natuur nam het over, de lucht was puur, er was veel solidariteit. Ik dacht aan ‘samenzijn’. Maar, heel snel heb ik gezien dat ik een beetje naïef was. In de buurt gebeurde een tragedie.”

Verbinding, verbroedering, gemeenschap…

“What we owe to each other is an important subject for intelligent reflection. That reflection can take us beyond the pursuit of a very narrow view of self-interest, and we can even find that our own well-reflected goals demand that we cross the narrow boundaries of self-seeking altogether.” Sen Amartya, The Idea Of Justice.

Adil. Middenin deze periode komt Adil te overlijden. Op 10 april, een aanrijding met een politiewagen. Daarna volgden er rellen in de wijk in Kuregem waar Adil woonde. 

“Dan hoorde ik helikopters. Mijn meditatieve staat verdween en ik werd opnieuw geconfronteerd met de rouw die ik eerder dit jaar ervaarde bij het overlijden van mijn moeder. Alsof de lockdown op één of andere manier een afleiding was geweest van het echte leven.”

“Tot het moment van Adils dood werd ik volledig in beslag genomen door – ondergedompeld in – deze vreemde surreële omgeving, observerend, terwijl ik – zoals bij een diepe meditatie – werd meegesleept door een gevoel van hoop en verandering. Met Adil’s dood, zo dicht bij huis, realiseerde ik me dat die moeilijkere realiteit niet zou verdwijnen, integendeel, we zouden ons moeten voorbereiden op erger. Mijn naïeve gevoel van hoop maakte plaats voor een diepe droefheid.”

“Waar ik leefde is niet hetzelfde voor iedereen.”

“In stilte werkte ik verder rond het idee van ‘niet alleen zijn, samen zijn’. Het is het idee van solidariteit, het in vraag stellen: hoe kunnen wij samen zijn in een tijd waar we gescheiden worden?”

Norma worstelt met de manier waarop de politie op de rellen reageerde. Het sociale leven in de wijk speelt zich buiten af en lockdown is bijzonder moeilijk. Ze ziet de Place Jaurès nu nog voor zich, volledig leeg met enkel politiewagens op het plein. “Ik was juist na de rellen in de wijk, de sfeer was heel gespannen.”

What happened next…
“Ik ben nooit gestopt met fotograferen”.
“Het is zoals een verhaal, waarbij de kinderen vragen ‘what happened next…’. Er volgen drie puntjes want we bevinden ons midden in het verhaal. De drie puntjes zijn belangrijk. Het is niet een vraag, het is een opening, het is zoals ‘wij wachten op…’.”

…Met Zinnema.

“Het was een evidentie om een project met Zinnema op te bouwen.” Norma was in 2017 in residentie bij Zinnema. Ze realiseerde het project ‘Walking with the postman’. “Daarna heeft Zinnema mij gevraagd om Ahmad Alsaadi in het project ‘Homelands’ te begeleiden. Wat betekent het thuis te zijn? »

“In het begin was het absoluut geen project. Ik had veel foto’s verzameld. Na het initiatief ‘Anderlecht Lights’ heb ik voorgesteld om lichtboxen in de ramen van de buren te plaatsen met een affiche. Daarna zocht ik een structuur om de foto’s te tonen. Ik heb het aan Zinnema voorgelegd en ze gingen akkoord.”

Together, Not Alone, What Happened Next…

“Ik probeer mensen te fotograferen die minder vertegenwoordigd worden, niet altijd jongeren, in feite komt iedereen aan bod. Er zijn ook foto’s van de buren. Het is de bevolking van Anderlecht, heel divers. Het geeft mij de mogelijkheid racisme, gender en seksuele identiteit ter discussie te stellen. Ik probeer mensen te omvatten die andere types van familie afbeelden, zoals bijvoorbeeld families met non binaire mensen. »

In de Veeweidestraat 24, aan de ingang, staat een sofa middenin de wilde natuur. “Het decor werd door Creature Bruxelles uitgewerkt.” Vogels zingen, een fotoshow wordt geprojecteerd op een scherm, de foto’s aan de wand zijn een integrerende belevenis. Je mag plaatsnemen en vanuit die positie de bewoners van Anderlecht zien passeren, de mensen die door Norma gefotografeerd werden. 

Norma houdt ervan om met andere mensen aan een project te werken. Er moest wel een performance plaatsvinden. In de huidige context was het niet mogelijk om een live voorstelling op poten te zetten. Dus elke vrijdag, over drie weken, tussen 16 en 19 uur was er een online uitvoering. Elk evenement was gelinkt aan een onderwerp. “Ik heb aan de drie kunstenaars voorgesteld om één van de drie onderwerpen te kiezen. De keuze was bijna evident, Dikàay heeft ‘Together’ gekozen, Micha ‘Not alone’ en Dance Divine ‘What Happened Next…’.”

Via onderstaande link zijn de videos te zien: https://www.facebook.com/watch/526356407409876/255287569466556/

What happened next…

Op sociale media is de titel van Norma: ‘audio visual storyteller’. Dat is wat ze deed, wat ze doet en wat ze zal doen. Haar dagboek, dezelfde mensen een jaar later fotograferen, ‘De Week van de Klank’, een tentoonstelling in Tour & Taxis, dat zijn de projecten waarvoor Norma zich inzet. 

“Thinking about photography I know it is viewed as a former separation. The world is out there. I am over here. and there is a piece of glass between me and the world… At this moment of meditating I realized the world is not over there. We are all the same… I knew at that moment everything is connected.” Alec Soth, Photographer. Magnum.

Interessante links:

Norma Prendergast: https://www.normaprendergast.com

Creature Bruxelles: https://www.instagram.com/creature.bxl/

Micha Goldberg : https://www.facebook.com/michajoseah.barrattduegoldberg

Dikàay: https://www.facebook.com/Dikaayofficiel

Dance Divine: https://www.facebook.com/dancedivinez

Zinnema: https://www.zinnema.be/nl

Eric Rottée Tekst & Foto’s

Beeldhouwster Fien Monsieur: Amateurkunst op zijn “international”

Een doodlopende straat in een kleine stad, een beetje buiten Brussel, hoge muren, een grote ijzeren deur. Eenmaal binnen staan wij voor een groot huis met een tuin een vijver, vissen, palmbomen, bananenbomen, eucalyptusbomen, appelsienbomen, citroenbomen. Dit is het verbazende decor van Fien Monsieur, beeldhouwster.

 

De “genese” (het ontstaan)

“Als ik begin te werken weet ik niet hoe het zal eindigen”, een boomstronk wordt een manneke, een surrealistisch wezen. Als er geen inspiratie komt, maakt Fien bloemetjes. “Als je niets voelt voor iemand of iets dan kan je daar niets van maken.” De natuur is heel belangrijk. “We moeten iets doen voor de natuur”.

 

“In mijn gedachten komt er vandaag iets van een vogel of mensen. Als het mij interesseert dan dan maak ik iets daaruit. “Simplement” zegt Fien. Zo simpel is het niet. Ze tekent bijna nooit, slechts een paar lijntjes op een “papierke”. “Het komt uit mijn handen” zegt ze en de voorbereiding gebeurt in haar hoofd. 

 

Als kind bracht Fien haar tijd door met mannekes en dieren te maken, ook in beton. Beton is een moeilijk materiaal. “Later in mijn twintiger jaren heeft een vriendin mij voorgesteld om bij het Bijgaards ateljee te komen, nadat ze bij mij thuis een reliëf van honden, van een paard en zo meer in beton ontdekte”. Fien bezocht geen academie maar ze heeft wel veel workshops gevolgd.

 

 

Klei, Brons, Glazuur, Porselein

Fien beperkt zich niet tot één materiaal. 

Brons is het gemakkelijkste, je maakt een vorm van klei en dan wordt het brons erin gegoten. Met klei en glazuur moet je na ieder bakproces ingrijpen, het wordt vervormd door de hitte. “Gezichten zijn delicaat. Dat doen wij in het Bijgaards ateljee”. “Na iedere bakbeurt moet je drie dagen wachten”. De oven in het atelier is groter, dus de grote stukken worden daar gebakken.

Porselein en glazuur zijn dure materialen, een belangrijk aspect voor wie geen geld voor zijn kunstwerken vraagt.

 

 

 

Het engagement

Fien werkt tot nu toe als amateur. Dit betekent dat ze niets aan de kunstwerken verdient. Ze organiseert evenementen in haar stad om geld in te zamelen:  een kunstenaarstentoonstelling, Engelen genoemd, in een kerk. Het geld ging naar het kinderkankerfonds. Ze schenkt ook kunstwerken aan de stad, die staan nu op een rondpunt, in de bibliotheek en in het stadhuis. De kunstwerken hebben een maatschappelijke betekenis. “Wat ga jij doen voor het virus?” Op dit moment werkt Fien aan een kunstwerk over de coronatijden. Het is een groep van artsen met een typische artsenhouding, de stethoscoop en de handen in de zakken van de kiel. Je krijgt de indruk ze echt te zien.

 

 

De tentoonstelling overal in de wereld

“U neemt de objecten mee en laat ze achter” zegt Fien.

“Nu was er een expo in Italië georganiseerd door het vzw Fondazione Costanza. Dit is een internationale organisatie, wereldwijd actief. Ze vroegen een deelname met corona thema. Intussen belandde een stuk van mij in Zuid-Korea”. Het sculptuur is via België en Italië in Seoul aangekomen. 

Voor Fien is het wel een eer om geselecteerd te worden en werk overal in de wereld te hebben. De lijst is lang. “Het is een plezier”.  Een borstbeeld van Pater Damiaan bijvoorbeeld staat in de Kapel van het Vaticaan .

Het is geen toeval. Het zijn kennissen of familieleden actief in de kunstwereld op internationaal niveau die haar aangeraden hebben deel te nemen. Dankzij een deelname in Spanje heeft ze de aandacht van de Fondazione Costanza gewonnen. Ze wordt regelmatig gevraagd om aan een tentoonstelling deel te nemen. 

Ze heeft ook contact met Art de Normandie en Lou Smedts, een bekende keramist kunstenaar en Art curator. Met deze laatste en zijn organisatie had ze de mogelijkheid om haar kunstwerken tentoon te stellen in Japan, Singapore, Boston enz. Ze wint prijzen zoals de bronzen medaille bij een wedstrijd voor buitenlanders in Parijs. Ze kreeg een ridderschap in Barcelona en Palermo. Kunstwerken over de hele wereld.

 

“Toujours remettre l’ouvrage sur le métier” (weer op stapel zetten)

Fien stopt nooit. “Ik ben nu ook bezig met de Greenman voor een wereldproject dat oproept om allen samen te werken aan de bescherming van onze planeet”. Er is ook nog het project “het feest van de Mysterieuze boom” in haar stad gepland. Alles is verschoven naar 2021 vanwege het coronavirus.

 

 

Toch iets verdienen

Fien heeft een koffiekopje ontworpen. Een heel speciale vorm. Ze wil proberen dit te verkopen, om haar kunst te bekostigen.

 

De ijzeren deur gaat dicht en ik vertrek met het hoofd vol van herinneringen aan standbeelden verspreid over de hele wereld. Kunst kent geen grenzen. 

Tekst en foto’s Eric Rottée

BLIJVEND CREATIEF Flanders Boys Choir

KUNSTPOORT bevraagt de kunstenaars, die ooit aan bod kwamen in haar reportages, digitaal naar hun leven en werk in deze surreële tijden.
Flanders Boys Choir is een koor met knapen. De zangers, de knapen, zijn tussen 8 en 15 jaar oud.
KUNSTPOORT publiceerde in het verleden een reportage over het koor, zie link
https://kunstpoort.com/2018/11/14/flanders-boys-choir-een-requiem-voor-een-goed-doel/

We laten Dieter Van Handenhoven, de dirigent van Flanders Boy Choir aan het woord.

KUNSTPOORT Ben je bezig of werk je tegenwoordig voor het koor?
DIETER VAN HANDENHOVEN Door het Coronavirus zijn als eerste de concerten afgelast. Wij weten niet wanneer dit terug zal mogen maar wellicht duurt dit nog heel lang. Alle concerten die we hadden van maart tot en met de World Choir Games begin juli zijn afgelast. Ons volgende concert zou eind september zijn maar ook hier vrees ik voor.

KUNSTPOORT Hoe probeer je toch met uw koorleden in contact te blijven?
DIETER VAN HANDENHOVEN Over het repeteren zelf: 1,5 meter volstaat niet om op een veilige manier terug samen te komen en te zingen. Studies spreken van 5! meter.  Ook hier zijn we dus nog lang niet aan het einde van de maatregelen. Direct met de hele groep samen repeteren zal niet kunnen. Misschien in kleine groepjes. We denken hier nu over na maar zijn uiteraard gebonden aan de regels en willen ook geen risico nemen.
Een nieuw repertorium is momenteel uitgesloten. Zelfstandig een partituur inoefenen, zelfs met de hulp van een ingezongen partij, is te veel gevraagd. Repeteren is bij een jeugdkoor een proces waarbij heel regelmatig geleidelijk aan een nieuwe compositie wordt gewerkt en de gekende nummers afgewerkt worden.  Er moet vooral steun zijn van de zangers voor elkaar. Individueel lukt dit voor de meesten niet.
We hebben de zangers en ouders regelmatig geïnformeerd en hen ook het een en ander opgestuurd. Zo heb ik zelf een filmpje gemaakt met een boodschap en op het einde gezongen voor de jarigen van de voorbije periode, iets wat normaal gezien op het einde van de repetitie gebeurt.
Ook hebben we video opnames van ons laatste concert, begin februari, doorgestuurd met de vraag thuis mee te zingen en zo het repertorium te onderhouden.

KUNSTPOORT Hoe bereid je het einde van de lockdown voor?
DIETER VAN HANDENHOVEN Voor het mannenkoor zijn we op het vaste repetitie uur gestart met zoom meetings zodat ze op die manier enig contact hebben met elkaar.
Tot slot is er sinds vorige week stemvorming voor de zangers in groepjes van 2 tot 3 zangers en eveneens online. De eerste sessie met de knapen is zeer goed verlopen en komende vrijdag komen ook de mannen er bij.
Dit is een eerste stap om stilaan terug de werking op gang te krijgen.

info

https://flandersboyschoir.org/index.php/nl/
Foto’s copyright Flanders Boy Choir