Op kunst staat geen leeftijd

tekst en foto Kathleen Ramboer

Expo RIZOOM in deWeverij

De meeste curatoren en galeries zetten het liefst in op jonge kunstenaars. Marc Mestdagh, bezieler van deWeverij, gooit het voor de expo RIZOOM over een andere boeg. De 12 deelnemende kunstenaars, geselecteerd na een open call, bezitten een leeftijd tussen de 50 en 67 jaar. Verwacht geen old-fashioned expo. De tentoonstelling is een staalkaart van wat er vandaag de dag reilt en zeilt in de kunstwereld, ze straalt van jeugdig enthousiasme. Jonge kunst is hier vertegenwoordigd in de betekenis van recent gecreëerd werk. Het origineel materiaalgebruik, diversiteit en de evenwichtige opstelling bezorgen de kijker een verrassende eerste indruk. Niet alleen de werken gaan in dialoog, ook de makers. De 12 kunstenaars zoeken een niet vanzelfsprekend evenwicht tussen werk, familie en kunst. Daar bovenop hebben ze ook ambitie. Ze maken geen vrijblijvende kunst en gaan op zoek naar authentiek, persoonlijk werk met de optie hun kunst bloot te stellen aan de kritische blik van de kunstliefhebber. Voor allen betekent dit een creatieve uitdaging. Deze expo brengt gelijkgestemden bij elkaar, bezorgt hen een welkom netwerk en vooral geeft hen de kans naar buiten te treden.

EEN OPVALLENDE START

Aan de op het grasveld geplaatste reuzegrote installatie van Christoph Annys ga je als bezoeker zo maar niet voorbij. Zijn constructie overvalt je, triggert en zet meteen de toon, suggereert wat nog komt. Als bezoeker voel ik nu al de open verbindende sfeer en haast me vol verwachting naar de ingang.

GEMEENSCHAPPELIJKE RAAKLIJNEN

Kunstwerken ontstaan zelden in een vacuüm. Ze worden vaak beïnvloed door een maatschappelijke tijdsgeest en weerspiegelen de leefwereld van de kunstenaar. Zo ontdek ik in deze expo inhoudelijke en technische raakpunten.

Architectuur
Enkele kunstwerken verwijzen naar architectuur. John Stack is beroepshalve architect en dat uit zich in zijn artificiële architecturale landschappen: ragfijne witte technische lijnen op blauwe gelaagde velden. Daniel Storms’ werken ontstaan uit fascinatie voor een sluimerende stad tijdens het ochtendgloren. Zelf benoemt hij zijn werk als architecturaal abstract. Interieurarchitect/designer Frank Vanderhaeghe zoekt rust na een stresserende dagtaak en trekt zich terug in een cocon waar hij canvassen omtovert in monochrome dragers van subtiele, verfijnde en vooral stille ingetogen kunst, kunst zonder toeters of bellen.

Natuur en  gerecycleerde materialen
De natuur blijkt een tijdloze en onuitputtelijke bron van inspiratie voor kunstenaars. Nu de mens zelf zijn natuur aan banden legt en de verstedelijking zegeviert hebben kunstenaars een scherp oog voor organisch materiaal. Enkele zoeken geen bruikbare voorwerpen maar vinden ze, in de natuur, op de werkvloer of zelfs thuis. Herkenbare, dagdagelijkse zaken worden zodanig verwerkt dat ze toetreden tot de wereld van de kunst, het land van de verbeelding. Ze werken met wat voor handen ligt. In deWeverij zijn hier voorbeelden van terug te vinden. Enkele som ik hier op. Ik zoek naar gevleugelde woorden om een poëtisch werkje van Sandra Ruyssinck te omschrijven. Een dure verfborstel had ze niet van doen. Sandra Ruyssinck, geïnspireerd door de Japanse cultuur, schildert met zwarte inkt sierlijke lijnen met de veren van haar vogels. Patricia Gheysens verwerkt kunstig vruchten van de esdoorn ‘helikopters’ die in het citadelpark van Gent voor het rapen lagen. De observatie van een treurwilg leidde bij Els Robberechts niet tot een natuurgetrouwe tekening maar tot een grijsblauwe tedere abstractie. Annabelle Cock maakt minimalistische, extreem eenvoudige collages die de vier seizoenen verbeelden. Geometrische lijnen als grassen, geknipt in aangepaste kleuren, kleuren kenmerkend voor lente, zomer, herfst of winter, doorklieven het witte blad. Als gewezen florist sprokkelt Annick Haesendonckx vruchten van de judaspenning en andere plantresten om te verwerken in haar ‘boxes’. Slijpschijven vinden bij haar een tweede leven in een assemblage. Christiaan Van Damme valt voor de vernuftige samenstelling van honinggraadkarton. Voor zijn sculpturen, geabstraheerde figuren, kiest hij meer traditioneel materiaal zoals steen, albast…  Marianne Van der Wielen gebruikt voor haar muurhoge sculptuur terrepapier. Haar werk ‘Where is my home?’ is gecreëerd met houten kratjes. Het oogt aantrekkelijk, lief en lichtvoetig maar is het niet. Een huis is niet altijd een thuis.

Abstrahering
Zoals Els Robberechts een treurwilg abstraheert, Annabelle Cock de seizoenen minimalistisch verbeeldt, vereenvoudigt Yves Buysse de menselijke figuur op doek tot een krachtige organische vorm. Het zwarte buitenrandje rond het geschilderd oppervlak verraadt de fotograaf in de schilder.

Samenspraak van materialen
Christoph Annys verkiest geen herbruikbaar en/of broos materiaal maar grondstoffen die spreken. Het survivaldeken is niet alleen het symbool van de mens zonder huis of thuis, een thema dat ook Marianne Van der Wielen behandelt, neen zijn gouden glans verbeeldt, evenals het Carrera marmer van de installaties, onze rijke westerse wereld. Het werk van deze kunstenaar is van een schoonheid die vragen oproept. Patricia Gheysens laat harde met zachte materialen dialogeren, keramiek met blokken mousse, hard met kwetsbaar.

Marc Mestdagh heeft de mensenruimte deWeverij omgetoverd in een kunstkamer vol wondere, verrassende kunst. De 12 kunstenaars, met een gelijkaardig traject en gedeelde ambitie, spelen met vormen, materialen en beleven samen de expo. Hier dirigeert de kunstenaar/homo ludens, de bezoeker luistert ademloos. De expo RIZOOM is het levende bewijs dat kunst verbindt en dat het spelelement een fundamentele pijler is van onze cultuur.

En… ook op spelen staat geen leeftijd.

Tekst Kathleen Ramboer

INFO

RIZOOM

deWeverij
Dellaertsdreef 9
9940 Evergem (Sleidinge)
open zondagen 3 en 17 mei en 7 juni 2026
telkens van 10u tot 18u
https://deweverij.be/rizoom/

KUNSTENAARS

Christophe Annys @christophe.annys
Yves Buysse @yves_buysse 
Annebelle Cock @annabelle.cock 
Patricia Gheysens @gheysenspatricia 
Annick Haesendockx @annickhaesendonckx
Els Robberechts @els_robberechts_designer 
Sandra Ruyssinck @sandra_ruyssinck 
John Stack @johnstackworks
Daniel Storms @daniel.storms.painter 
Christiaan Vandamme @christiaan.vandamme.372 
Frank Vanderhaeghe @frankvanderhaeghe_artist 
Marianne Vanderwielen @marianne.vanderwielen

Sven GUNDLACH

Who cares?

Tekst en fotografie Rik Guns

Ik wilde weten wie die ‘Sven 87’ was van een schilderij dat al 32 jaar in onze gang hangt. Het werd een ontdekking van de avant-gardekunst in de laatste jaren van de Sovjet-Unie aan de hand van een kunstenaar die hier totaal onbekend is, maar in Rusland gelauwerd en gevreesd werd, een echte cultfiguur.

Sven Gundlach werd geboren op 25 mei 1959. Nauwelijks twintig jaar jong, was hij een belangrijke speler in de underground-scene en een frontman van de artistieke rebellie in zijn land. Als lid van de kunstgroep ‘Mukhomor’ (Russisch voor ‘vliegenzwam’) confronteerde hij de highbrow conceptuele kunstenaars van Moskou met een actie door een schuttingswoord te vormen van lichamen in de sneeuw. Bij een andere actie, een parodie op de “collectieve acties” van Monastyrski en Kabakov (twee ‘concept’-goeroes) liet hij zich levend begraven in een kist in een park in Moskou. Videodocumentatie van de gebeurtenis toont een bebrilde Gundlach die op wonderbaarlijke wijze uit de grond tevoorschijn komt nadat hij bijna was gestikt.  Kort nadien pakt de groep weer uit met een actie, deze keer een schijnexecutie, gevolgd door een strenge verbale veroordeling van hun eigen optreden.

Gundlach was non-conformistisch, met zijn vrienden schopte hij graag tegen de schenen van de ‘gevestigde orde’, of dat nu de Sovjetoverheid betrof of de gevestigde namen van de onofficiële kunst, dat maakte niet uit. Hij lachte met alles en iedereen (ook met zichzelf), onschuldig maar messcherp, niet met goedkope kritiek vanuit de marge, maar door zelf voluit te gaan met acties, performances, installaties, schilderijen, gedichten en optredens.  De Vliegenzwammen waren een combinatie van Monty Python, Banksy en Pussy Riot in één. Ze aanvaardden geen enkele grens in artistieke expressie, niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt ging onder een harde repressie. Door hun kunstacties, die een ruim publiek bereikten, waren ze een bepalende factor in de deconstructie van de oude Sovjet-Unie.

Gundlach stond wantrouwig tegen elke vorm van gezag, ook van kunstgezag. Hij weigerde een kunstenaar te zien als de eenzame, verheven creatieve geest. Hij ervoer de jaren ’70, zo vertelde hij achteraf als een crisis, “… beginnend met de neiging om kunst om te vormen tot een pseudoreligieuze praktijk en eindigend met de emigratie-epidemie”. Veel zijn collega’s, emigreerden inderdaad tussen 1978 en 1988 en maakten naam in het Westen. Gundlach bleef in Moskou.  

Hij nam deel aan hij clandestiene performances en installaties in appartementen (APTART), waar honderden nieuwsgierigen op afkwamen. In 1982 maakte hij met Mukhomor een ‘Gouden Plaat’: 40 erotische, absurdistische, blasfemische gedichten, gerapt op een achtergrond van fragmenten uit klassieke muziek, rock, jazz en popsongs (officieel verboden muziek), maar ook op Arabische klanken, restaurant- en liftmuziek en zelfs de Kremlinbeiaard. De plaat werd zo populair in Moskou dat Gundlach opgepakt werd voor opruiing en antisovjet agitatie en verplicht werd tot een legerdienst op het eiland Sakhalin, 6500 km van zijn vrouw en hun tweejarige dochter.

Hij kon terugkeren dankzij de perestrojka, maar hij was allesbehalve gekalmeerd. Hij stichtte een rockband van ‘simulatieve’ (playback) muziek, ‘een coöperatieve voor de productie van songs, gemaakt met de afval van sovjetmuziek’ zoals hij het zelf noemde.  Daarmee surfte hij mee op de nieuwe rage van de rock, nu die eindelijk toegelaten was, maar tegelijk stak hij de draak met al die grote geesten die nu de grote alternatievelingen aan het spelen waren, maar gisteren nog braaf in het gareel liepen.  Met zijn groep ‘Central Russian Upland’ (Het Centraal Russisch Plateau) gaf hij een legendarisch optreden in Kuznetsky Most (de tempel van mode en kunst in Moskou) dat door Artemy Troitsky, volgens de New York Times toen dé specialist van de Russische rock-scene, bestempeld werd als het beste wat ooit door een Russische rockband was gedaan. Het waren geen mooie liedjes, ook geen boze punk, maar poëzie vol politieke satire over de Sovjettijd, literaire avant-garde.

Intussen bleef Gundlach tekenen, schilderen en installaties maken. Door de perestrojka verwierf hij internationale bekendheid en vanaf 1987 begon hij te reizen voor groeps- en solotentoonstellingen, naar Duitsland, Engeland, Zweden, Hongarije, Nederland, de VS, Australië… Hij werkte met deed alles: acryl op papier, op hout, olie op doek, zeefdruk… En plots, even snel als het succes, stopte hij met kunst. Hij had er genoeg van: de platte commercie, de copy-cats, de ‘behagers’ zonder inhoud, hij was het beu.

Hij ging in zaken, verdiende goed geld en trok zich totaal terug uit de kunstwereld. Veel van zijn werken gingen verloren, een aantal gooide hij zelf weg, veel werd verkocht door galerieën en op veilingen (voor aardige sommen). Sven Gundlach zelf had geen enkele ambitie om als kunstenaar voort te leven in de toekomst, in tegenstelling tot de grote Kabakov. Die lag er wakker van, zoals in zijn wereldberoemde installatie ‘Not Everybody Will Be Taken Into the Future’. Mocht Gundlach hebben kunnen antwoorden, hij had wellicht gezegd: “Who cares?”  En dus werd hij niet ‘wereldberoemd’. Hij trok het zich niet aan. Maar zijn naam mag gerust in een adem genoemd worden met Kabakov, Monastyrski, Prigov, Bulatov, Zakharov, Nakhova, Alekseev, Pivovarov, Rubinstein, Komar & Melamid… de grote namen uit het Moscow-conceptualisme.

In 2005 trad hij nog een keer uit de schaduw, samen met zijn dochter Christina, voor de installatie ‘Womb of a Dream’ in een Russische galerie.  Daarna werd het definitief stil rond Sven Gundlach. Hij trok zich terug op het platteland en hield zich voornamelijk bezig met een online encyclopedie over de cultuurgeschiedenis van zijn geliefde Rusland.

De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in een kleine parochie op 130 km van Moskou, waar hij de priester van de plaatselijke kerk bijstond, weg van het openbare leven, onthecht, op zoek naar innerlijke rust. In 2020 raakte hij besmet met het covidvirus. Sven Guidovich overleed op 14 december als Simeon Egorovich, ongetwijfeld met een Gundlach op de mond.

Als je graag meer weet over deze merkwaardige kunstenaar en een idee krijgt van zijn werk, dan kan je de pdf van 19 blz downloaden, zie onderaan deze reportage. Het is een flinke boterham maar de moeite van het half uurtje lezen meer dan waard.

Veel plezier.

Rik  Guns