Warm theaterfestival Spots op West

Theaterfestival Westouter 9-12 juli 2026 

De wandeling

Wij starten om 11u met een theaterwandeling. Met een groep van zo’n 30 mensen worden we door twee gidsen begeleid tijdens de wandeling door het koele bos, in totaal zo’n drie km. Tijdens de wandeling zien we op drie verschillende locaties in de natuur korte voorstellingen. Ik maak een praatje met een aantal deelnemers. De bezoekers zijn met verschillende beweegredenen naar Westouter gekomen. Er is een koppel waarvan de man al voor de 10e keer op Spots op West is en de vrouw pas voor de 1e keer. Een andere man is hier met zijn toneelvereniging. 

Hij vertelt enthousiast over zijn vereniging en de stukken die ze spelen. Het theater is hem met de paplepel ingegeven, want zijn ouders speelden allebei. Zijn vader is er vandaag ook bij. Een andere vrouw vertelt me dat ze bij toeval hier aanwezig is. Ze was voor gisteren uitgenodigd voor een verjaardag in Poperingen. Ze vond de afstand van haar huis te groot om op een dag heen en weer te rijden en besloot een hotel te boeken. Toen ze vanmorgen in het hotel haar ontbijt nam, zag ze de folder van Spots op West en besliste dan een kijkje te gaan nemen. Ze is aangenaam verrast door het programma. 

Canterbury

Voor de eerste act stoppen we op een open plek in het bos in een soort van abri met zitbanken, de Kosmos, waar we voor de zon kunnen schuilen.

Daar wonen we een vertelling bij van een verhaal uit The Canterbury Tales (eind 14e eeuw) over dokter Vergilius en zijn verdriet dat te groot is voor tranen. Hilde Melckenbeeck is de verteller en doet dit op zeer boeiende wijze met veel expressie. 

Acroporté

Na een korte wandeling komen we bij een hoeve waar het publiek onder een zonnetent mag plaatsnemen. Voor ons is er schaduw, maar in de brandende zon, voeren Lente Pockelé en Jonathan Houck onder begeleiding van het vioolspel van Dorien Van de Wouwer een spel op waarin met veel expressie en acrobatie, of liever acroporté, uiting gegeven wordt aan verschillende gevoelens zoals angst. 

Acroporté is een circustheaterdiscipline waarbij de ene acrobaat de andere acrobaat ondersteunt in dynamische of statische poses. Het is een boeiend spel van aantrekken en afstoten. 

Oorlog dichtbij

Vlak voor het einde van de wandeling luisteren we naar Annelore Coffyn die op zeer inlevende wijze het hartverscheurende verhaal vertelt van een grootmoeder die in de oorlog haar dochter en kleindochter heeft verloren. Zij maakten een einde aan hun leven nadat ze vernederd en verkracht werden door soldaten. Na de voorstelling spreken we kort met actrice Annelore. Ze zegt ervan overtuigd te zijn dat het belangrijk is om deze verhalen te blijven vertellen. Dat we niet kunnen denken dat dit zolang geleden gebeurd is, maar moeten beseffen dat dit nu, in onze tijd, niet ver van ons huis de realiteit van de dag is. 

Tijdens zo’n dag op een festival mag er ook wat culinair genot zijn. We eten een heerlijke pasta en drinken een goed glas wijn. Daarna zijn we klaar voor de voorstelling Apartemensen gespeeld door deelnemers aan het OpenDoek-project Age on Stage in de regio West-Vlaanderen. Age on Stage wordt in alle Vlaamse provincies en in Brussel georganiseerd. Samen met een regisseur creëren en repeteren ingeschreven acteurs tot ze tevreden zijn en hebben dan een aantal toonmomenten. 

Op het toneel zien we een bijeenkomst van bewoners van een appartementsgebouw waaruit blijkt dat ze naast, boven en onder elkaar wonen, maar dat ze elkaar eigenlijk helemaal niet kennen.  Het is duidelijk dat de acteurs niet voor het eerst op het toneel staan. Hun houding, articulatie en expressie laat zien dat ze veel toneelervaring hebben. De balans tussen serieuze onderwerpen en humor is goed gebracht. Het is een prettige voorstelling om naar te kijken. 

Na de voorstelling ontmoeten we de regisseur Renate Laconte en de negen acteurs. We verzamelen achter de zaal Utendoale onder een boom in de welkome schaduw. De acteurs komen allemaal uit West-Vlaanderen of wonen in ieder geval aan de rand.  Ze hebben een passie voor theater en de meesten spelen al hun hele leven. 
Vijf van de negen acteurs hebben zelfs regisseurservaring. Er zijn deelnemers die zo goed als in elk project dat Age on Stage voorstelt, meespelen en er zijn ook altijd wel nieuwe gezichten. Bijzonder was deze keer dat er meer mannen dan vrouwen meespeelden. Het stuk wordt samen gemaakt. De repetities zijn op een vaste namiddag in de week. 
Dat wordt als voordeel opgemerkt omdat er een aantal deelnemers zijn die ook nog in andere toneelvereniging(en) meespelen op vaste avonden in de week. Voor Apartemensen zijn er zo’n 20 repetities geweest. 

Age on Stage richt zich op vijfenvijftigplussers, maar het is een feit dat als je nog niet met pensioen bent, het moeilijk is om op een weekdag in de namiddag aanwezig te zijn. Renate Laconte was de regisseur van dit project. Voor elk theaterproject stelt OpenDoek een andere regisseur voor. Voor Renate was het de eerste keer dat ze met deze leeftijd werkte. Tot nu toe werkte ze vooral met jongeren. De sfeer in de groep is goed. Dat het er tijdens de repetities ook gezellig aan toegaat blijkt uit de opmerking dat actrice Katia elke repetitie voor koffie en iets lekkers zorgt.  

Roeselare is de basis van deze groep maar ze treden op waar ze worden gevraagd. Door deelname van andere provincies aan Spots op West krijgen ze aandacht van andere groepen in het land.  
Het volgende toonmoment van een nieuw theaterstuk valt voor deze groep in september.
Op mijn laatste vraag: “Ben ik als Nederlandse welkom bij Age on Stage West-Vlaanderen?”  krijg ik een positief antwoord. Er wordt wel bij gezegd dat ik dan eerst lessen West-Vlaams en Frans moet volgen, want dat is wat de bevolking hier spreekt. Mooie uitdaging! 

Eric en ik blijven nog wat hangen op het terras voor de spiegeltent en drinken een glas onder het genot van folkmuziek die tijdens een jamsessie ten gehore wordt gebracht. Daarna rijden we tevreden terug naar het Pajottenland. Wat een mooi evenement wordt daar in Westouter jaarlijks georganiseerd. Een aanrader!

https://www.opendoek.be/en/experience/spots-op-west
https://www.opendoek.be
https://www.instagram.com/lentepockele/
https://www.instagram.com/jojohouck/
https://www.opendoek.be/en/meet/age-on-stage



De Andies: Een residentie en zijn/haar kamer

Tekst en foto’s Eric Rottée

De Villa Medicis in Rome is een residentie voor Franse kunstenaars die de zogenoemde Prix de Rome gewonnen hebben. De kunstenaars kunnen er tot een jaar verblijven. Een droomplaats voor een kunstenaar.


Meer bescheiden maar efficiënt zijn een aantal kunstinstellingen in België die een residentie voor kunstenaars aanbieden. Meer dan 100 zijn er in Vlaanderen en Brussel, zoals De Singel of Passa Porta. De residentie is dan het resultaat van een selectie via een open call. De duur van de residentie is heel variabel.

Kunstenaars worden door de ruimte en de architectuur van de locatie van de residentie, bijvoorbeeld de Villa Medicis, beïnvloed in hun werk. Een vermoeden. Denken we aan onze jeugdkamer als een positief of negatief experiment. Verschillend. Dit is wat Ineke Tavernier, de regisseur en theaterstuk schrijfster, wil tonen in haar theaterstuk Ruim te Ruim. Soms is onze slaapkamer een toevluchtsoord, soms een gevangenis. En we moeten eruit, zoals in het theaterstuk met de matras, een symbool van thuis zijn. Denk aan de overbevolking van de gevangenissen.

Voor we spreken over de residentie van De Andies bij Zinnema, moeten we eerst omschrijven wat die residentie inhoudt. De Andies is een ontmoeting van vier acteurs in Zinnema, het Open Talentenhuis in Brussel. Na een geslaagde samenwerking in het kader van de afstudeervoorstelling van Thibaut Princen aan de Toneelacademie Maastricht besloten ze om verder samen te werken. Dat was in 2021. Met z’n vieren richten ze het gezelschap op. Sindsdien brengen ze elk jaar een theatervoorstelling.

Elk jaar via een open call of via kennissen in de theaterwereld vraagt De Andies een regisseur**/**regisseuse of hij of zij met hen wil werken. Ze zoeken ook, afhankelijk van het theaterstuk, extra acteurs . Dit jaar zijn er vier. Ineke Tavernier, de regisseur van dit jaar, is ingenieur-architect en Ruim te ruim is haar afstudeervoorstelling binnen de opleiding Docent en Regie aan de Toneelacademie Maastricht.

Thibaut Princen: “We zijn al jaren kind aan huis in Zinnema; ik heb vroeger voorstellingen in Zinnema gespeeld.” “Voor elk gezelschap is ruimte of een zaal wat belangrijk is om te repeteren.” In de zomer is er meer vrije ruimte, die Zinnema dan ter beschikking stelt. “Wij zijn er als resident; de afspraak is dat wij om de twee jaar een voorstelling maken.”


“Wij krijgen ook technische ondersteuning, een klein productiebudget en 30 dagen repetitieruimte.” Zo’n engagement is fijn. “Elk jaar is er een begindag waarop je de andere residenten kunt leren kennen. Het is heel fijn om kennis te maken met wat ze bezig zijn. Er zijn mensen die we goed kennen, zoals Eline George en Elke Van Der Kelen van het theatergezelschap Tint . We praten veel met elkaar wat inspirerend is.”

Wat bijzonder is aan de voorstelling van Ineke en De Andies, is dat er interessante technieken worden gebruikt. Het decor bestaat uit een gesloten kubus in hout, een spiegel en een tafel met een stoel. Niet meer. Het is minimalistisch maar toch krachtig, waarbij de gesloten ruimte de jeugdkamer van Ineke simuleert. Twee elementen buiten de spelers voegen boodschappen toe: een voice-over en een personage dat plotseling verschijnt bovenop de kubus om instructies te geven. De matras die door de acteurs door de ruimte buiten de kubus wordt geduwd, stelt de behoefte aan reizen voor. Uit, uit! Is ons bed het huis van de slaapkamer? Even nadenken, misschien wel.

We kunnen spelen met het woord residentie: dit is waar wij wonen, een mooier woord voor huis, en voor kunstenaars een voorlopig thuis waar hun creativiteit gevraagd en gewenst is. Dit zijn welkome initiatieven van de kunstinstellingen.

https://www.zinnema.be
https://andies.be
https://www.instagram.com/de_andies_tg/
https://www.instagram.com/ineketavernier/

Tekst en Foto’s Eric Rottée

Kon.Toneelvereniging De Jonge Druivelaar – Taxi Taxi! Een blijspel in Hoeilaart

Als we om 13u de inkom voor de grote zaal in het gemeenschapscentrum Felix Sohie (Hoeilaart) binnenkomen, zijn er al wat mensen in de weer om voor de voorstelling van 15u alles rond de tickets in orde te brengen. We worden hartelijk onthaald door de energieke Isabelle Hardy een van de actrices van Koninklijke toneelvereniging De jonge druivelaar en een van de hoofdrolspelers in het blijspel dat we straks gaan zien, Taxi Taxi! Nadat Isabelle iedereen enthousiast begroet heeft, gaat ze ons voor de zaal in om daar te gaan zitten voor een kort interview. Een blik op het decor maakt direct duidelijk dat we het hier over een toneelgezelschap hebben dat kwaliteit hoog in het vaandel heeft.

We hoeven niet veel vragen te stellen. Isabelle begint met te vertellen dat ze zelf van Overijse is en daar 20 jaar geleden begon met toneelspelen bij de toneelvereniging Tros. Nu speelt ze 5 jaar bij de Jonge Druivelaar. Ze vertelt: “Het is een kleine vereniging met een warm hart. De laatste jaren komen er steeds meer leden bij en Jan van Assche, de vaste regisseur, is een fantastische man. Hij is heel creatief en een heel goede regisseur.”

Elk jaar in het laatste weekend van november speelt de Jonge Druivelaar een stuk in het gemeenschapscentrum Felix Sohie. De data voor volgend jaar liggen alweer vast. 

De keuze voor een stuk maken de spelers en de leden van het bestuur samen. Er wordt gekeken naar het aantal spelers dat mee wil doen en de verdeling mannen en vrouwen. Als de keuze gemaakt is, volgt er een eerste lezing en op basis daarvan kiest de regisseur wie welke rol zal spelen. Van dit stuk heeft Isabelle nooit een voorstelling gezien, wel hebben de spelers samen wat stukjes op YouTube gekeken, maar ze willen zich niet te veel laten beïnvloeden en zoveel mogelijk hun eigen versie maken. 

Taxi Taxi! gaat over een taxichauffeur die twee echtgenotes blijkt te hebben en Isabelle speelt een van de twee vrouwen, Marleen.

Isabelle zegt: “Ik was van het begin heel blij met deze rol. De taxichauffeur wordt gespeeld door Eric Stas en met hem speel ik al 20 jaar, ook in het andere gezelschap in Overijse. Eric is niet alleen tekstvast, maar hij speelt ook echt en daardoor is het fantastisch om met hem te spelen.” Ze heeft al dikwijls een rol gehad als zijn vrouw. 

Voor de zomer is het stuk gekozen, in augustus hebben de spelers het kunnen lezen en vanaf september zijn ze beginnen repeteren, twee keer per week, meestal op maandag en woensdagavond. Isabelle voegt toe: “Bijzonder was dat bij dit stuk iedereen bijna vanaf het begin kon spelen zonder tekst. Iedereen had heel snel door van waar hij moest opkomen en met welke rekwisieten.”

De drie voorstellingen, vrijdag-, zaterdagavond en zondagnamiddag zijn uitverkocht. Dat is de verdienste van de spelers en alle betrokkenen. Isabelle zelf heeft haar familie en vrienden gemobiliseerd en deze zondag zal een groep collega’s aanwezig zijn. Ze zegt: “Spelen voor een volle zaal is heel dankbaar. Het Hoeilaarts publiek ziet wel het liefst een blijspel zoals Taxi Taxi! Iets ‘shakespeareaans’ zou hier niet aanslaan”. Zelf heeft Isabelle wel ervaring met andere genres. 

Het blijft bij deze drie voorstellingen. Ze spelen niet in andere gemeenschapscentra of zalen. Daar zou niet voldoende belangstelling voor zijn, omdat er toch vooral lokaal publiek getrokken wordt. 

Isabelle geeft ons haar drie redenen waarom ze bij de Jonge Druivelaar speelt: “Het geeft mij ongelofelijk veel energie, ik vind de regisseur fantastisch; hij kan van iets op papier een heel leuk stuk maken. En de spelers zijn supertof. We creëren hier vriendschapsbanden.”

Over het decor vertelt ze nog dat ze pas sinds vorige zondag in het decor hebben kunnen spelen. Daarvoor oefenden ze in hun repetitiezaal met een paar stoelen en tape om een deur of zo aan te geven.

Isabelle moet zich haasten naar de schmink en wij gaan verder praten met de regisseur Jan Van Assche. Jan is pas geridderd in de Orde van het Gulden Masker (hoofddoel het steunen en promoten van het amateurtheater) en heeft al heel wat voorstellingen op zijn naam staan. Hij wordt een van de creatieve trekkers van de druivenstreek genoemd en niet alleen voor toneel, maar ook op het gebied van muziek.

Hij zegt eigenlijk vanaf zijn 15e al betrokken te zijn bij de Jonge Druivelaar. Het begon met schooltoneel en jeugdmissen en sinds 1987 is hij de vaste regisseur. Het liefst schrijft hij de stukken zelf. Zo heeft hij in 2019-2020 zijn eigen geschreven musical rond Felix Sohie mogen uitwerken met een cast van 500 man. Felix Sohie was de eerste druiventeler van Hoeilaart en stichtend lid van de harmonie De Jonge Druivelaar waar later de toneelvereniging uit voortgekomen is. 

Jan draagt De Jonge Druivelaar een warm hart toe. Het is de oudste culturele vereniging van Hoeilaart met een mooi archief. Jan heeft laatst ook een concert gemaakt met de harmoniemuziek en kluchtliederen van het einde vd 19e eeuw. 

Jan is tevreden over het gekozen stuk Taxi Taxi! en vindt de vertaling goed. Hij zegt er wel bij dat hij het stuk naar gelang de repetities vorderden, had willen herschrijven, rekening houdend met de acteurs. Hij vertelt: “Taxi, taxi is van de jaren 70. Het zou vandaag de dag niet meer geschreven worden. De humor is op het randje, maar het is hilarisch en het brengt heel rare herkenbare dingen samen. Het publiek kan ermee lachen.”

Het casten voor een gekozen stuk is moeilijk. Er is geen overschot aan acteurs. Jan vertelt: Je moet roeien met de riemen die je hebt. Jonge mensen zijn moeilijk te motiveren voor actieve kunsten, ook al is er veel talent en zou het goed zijn om dat talent te gebruiken in een omgeving als de toneelvereniging. Mensen zouden moeten inzien dat het op deze plek is dat je jezelf ontdekt, zelfzekerheid kweekt, dat je je weg vindt voor de toekomst.” 

Hij vult aan: “Met talent moet je het podium op, je moet het naar buiten brengen, anders kom je er niet. Onder de douche zingen is niet voldoende.” Jan vindt het jammer dat het nu vaak gebeurt dat jongeren tot hun 18e aan de academies zingen, muziek maken of toneel spelen en dat het stopt als ze eenmaal gaan studeren en op kot gaan wonen door een overschot aan activiteiten.

En dat is een probleem voor verenigingen als de Jonge Druivelaar. Toneelverenigingen hebben de neiging om oud te worden, als cast, bestuur en publiek. Oudere acteurs trekken ouder publiek, jonge acteurs trekken jong publiek. 

Jan denkt dat om publiek te trekken social media niet voldoen. Hij vraagt zich af of we niet terug moeten proberen de brievenbus te bereiken, ook al kost dat meer geld. 

Met het stuk voor volgend jaar is Jan nog niet bezig. Hij zou zelf wel iets willen schrijven, maar hij zou geen blijspel zoals dit kunnen schrijven. Hij zegt daarover: “Je moet een kronkel hebben die ik niet heb. Deze humor is ook niet de specialiteit van de Vlaming. Iets maken wat de mensen doet gieren van het lachen, kan ik niet. Als het geschiedkundig, origineel van benadering moet zijn, graag.”

Over het stuk zelf zegt hij: “Het is een moeilijk stuk, het verspringt constant, hoe sneller het gespeeld wordt hoe beter. De ene dag lacht het publiek wel om een grap en de andere niet. Waarom dat zo is, weet Jan niet. 

Om 15u begint de voorstelling. De zaal loopt vol, het publiek zoekt een plaats en voordat het gordijn opengaat, spreekt de voorzitter van de Jonge Druivelaar ons toe. “In de pauze is er een tombola, formuliertjes daarvoor vindt u daar en daar, …”

Het gordijn gaat open, de muziek begint en we kijken naar wat op het eerste gezicht één woonkamer lijkt, maar als je goed kijkt, zie je dat deze uit twee verschillende delen bestaat, de zetel is aan de ene kant wit en aan de andere kant beige. In het ene deel woont taxichauffeur John met Vera en in het andere deel met Marleen.

Isabelle, oftewel Marleen, opent het stuk en we zijn vertrokken voor bijna 2 uur toneel. Of het publiek lacht om dezelfde grappen als het publiek van gisteren kunnen wij niet beoordelen, maar gelachen wordt er. 

Links:
www.hoeilander.be
https://www.jongedruivelaar.be
https://www.facebook.com/profile.php?id=100054610922556
https://www.instagram.com/dejongedruivelaar/

Tekst Diana Van Bergeijk  
Foto’s Eric Rottée