“Een foto wordt na jaren misschien sterker”

De passie van de straatfotograaf

In een vorig leven was Dirk Wollaert (62) HR-manager bij BP. Hij werkte tien jaar in overheidsdienst, ook een tijdlang voor Gazet van Antwerpen. Toen werd straatfotografie zijn passie. “Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien.”
Hij kreeg in 1992 een aanbod van BP om bij hen te komen werken, en dat was de start voor een internationale carrière. Maar hij werd al vroeger fataal gebeten door de fotomicrobe. Zijn favoriete camera is een professionele Canon, met een joekel van een Tamron-lens.

 

Hoe komt iemand met jouw achtergrond in de fotografie terecht?

“Ik was altijd enorm geïnteresseerd in fotografie, ook vanuit mijn familiale achtergrond. Er was een beetje competitie tussen mijn broer, nonkels en neven om de mooiste foto’s te maken en die ook te presenteren.”
“Op mijn achttiende heb ik mijn eerste fotowedstrijd gewonnen. Het ging over natuur en natuurbehoud, een lokale wedstrijd in Merelbeke. Toen kreeg ik het idee: er zit iets in mijn foto’s.”
“Ik was nogal veel op pad met mijn elf jaar jongere broer. Hij kreeg de smaak te pakken en ging fotografie studeren aan het Narafi in Brussel.  Zelf heb ik nooit fotografie gestudeerd. Ik ben selfmade.”
“ Mijn elf jaar jongere broer is op zijn negentiende verongelukt, waarna ik de fotografie aan de kant geschoven heb, ik kon geen foto’s meer zien. Ik had daar een schuldgevoel bij.”
“Toen heeft de fotografie lang stilgelegen maar ik heb altijd het idee gehad, ooit pik ik de draad weer op. En dat is gebeurd, halfweg de jaren negentig.”
“Het idee was, als ik mijn job kan afsluiten – prestaties, altijd maar prestaties maar de creativiteit was ver weg –  en op mijn vijfenvijftig zat ik na een zwaar project dicht tegen een burn-out, ik was op. En toen heb ik gezegd: ik wil opnieuw mijn fotografie oppikken en toen heb ik mij ingeschreven aan het KISP. Ik wilde goede foto’s maken, mijn toestel leren kennen en zo kreeg ik de smaak weer te pakken en het raakte weer in een stroomversnelling. Ik kreeg dan een paar aanbiedingen voor reportages, onder meer voor VTM.”
“Ik had altijd reportage in het achterhoofd, dat ligt mij en ik wilde zo snel mogelijk mijn weg daarin vinden.”

Zou je het aanraden om cursussen te volgen?

“Zeker. Neem nu de module foto-analyse die ik gevolgd heb aan het KISP. Ik dacht: dit zal saai zijn maar op dat moment is bij mij het idee gegroeid: ik wil hier meer mee doen. En toen is de smaak voor fotografie  opgeflakkerd. Raar, want ik had daar heel andere verwachtingen van. Mijn eindwerk ging over Vivian Maier. Zij is voor mij eigenlijk de trigger geweest.”

Straatfotografie, dat is jouw ding, eigenlijk. Waarom?

“Ik ben niet de creatieveling voor pakweg huwelijksreportages. Composities, aansturen, fotoplakboeken enzovoort, dat is niets voor mij. Straatfotografie, reportages, dat leunt sterk bij elkaar aan. Je eigen emoties in foto’s steken.”

Leg dat eens uit?

“Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien. Je neemt honderden foto’s en dan zijn er een paar waarvan je zegt: dat is het, dat is de expressie van emotie die ik zoek, en dan heb je de foto’s die dat gevoel weergeven.”

Straatfotografie, dat is toch ‘point-and-shoot’?

“Je bent in een bepaalde mood en in die vijver ga je vissen. Je ziet honderd en een dingen maar je gaat alleen vastleggen wat aansluit bij jouw emotie van dat moment, of van de emotie die je wil uiten.”

Je weet ook: als je iemand portretteert moet je toestemming vragen.

“Klopt, maar geen enkele straatfotograaf doet dat. Daar zijn risico’s aan verbonden Op een van mijn foto’s staan twee agenten die undercover bezig waren. En dan kom een agent naar mijn tentoonstelling en die ziet die twee staan en die zegt: een collega en een baas van mij.”
“En op bepaalde momenten voel je de spanning bij de mensen die je aan het fotograferen bent, en dan krijg je wel eens onder je voeten.”

Waar ga je liefst fotograferen?

“Ik heb vaak in Brussel rondgelopen maar ik ben ook in Antwerpen op jacht geweest, zeg maar location hunting, dat is ook heel dankbaar voor straatfotografie, denk maar aan al die culturen die daar rondlopen. Parijs, Londen en Rotterdam, die staan nog op mijn lijst. Ik heb trouwens altijd mijn plooifiets in de koffer van mijn auto liggen.”

Soms hoor je: fotografie is geschiedenis vastleggen.

“Zeker straatfotografie. Dat is in zekere zin een teletijdmachine. Een foto wordt na jaren misschien sterker, vergelijk het met wijn. De sterkste foto’s zijn misschien wel uit de jaren vijftig.”

Wat maakt van een foto een icoon? Denk aan het Viëtnamese meisje op de vlucht na een napalmbombardement op haar dorp, of die Chinese man die op het Rode Plein in zijn eentje een tank probeerde tegen te houden?

“Twee dingen. Het gaat om ‘le moment décisif’ (Cartier Bresson, red.) en dat geldt zowel voor straatfotografie als voor reportagefotografie, maar een tweede punt is de pers. Een iconische foto zonder pers, dat bestaat niet want het is door de pers dat die iconische foto verspreid wordt.”

Sommige mensen zeggen: zonder beeld is er geen nieuws.

“Kijk naar het journaal. Ook al is er geen nieuws, dan wordt ingezoomd op een reporter die zegt dat er geen nieuws is. Dat is toch ver overdreven, dat zegt niets.”
“Of nieuws foto’s nodig heeft? Tja, foto’s blijven langer op ons netvlies gebrand, daar ben ik van overtuigd.”

Kan een foto dominant zijn tegenover de tekst?

“Misschien wel.”

Het cliché is: een foto zegt meer dan duizend woorden.
“Ik twijfel daaraan. Een goed boek of een artikel kan ook beelden oproepen, net zoals een foto. Maar een foto blijft meestal toch langer hangen dan een tekst.”

Denk je dat fotografie de wereld kan veranderen?

“Neen, dat is wat vergezocht.”

Sommigen zeggen: die foto van dat Viëtnamees meisje heeft het einde van die oorlog helpen bespoedigen…

“Het heeft zeker invloed, denk aan de foto’s van uitgemergelde kinderen in Afrika. Maar mijn straatfoto’s zullen waarschijnlijk nooit de wereld bereiken. Heeft Cartier Bresson met zijn idee van ‘le moment décisif’’ de wereld beïnvloed? Ik denk het niet.”

Waar ligt de grens tussen straatfotografie en reportage?
“Zodra het anekdotisch wordt, is het reportage. Een reportagefotograaf kan een foto sturen. Zoomen of niet zoomen bijvoorbeeld.”

“Denk aan Zaventem, en die militair die met een slachtoffer naar buiten komt gestrompeld. Ik vind dat een sprekende foto. En waarom is die niet iconisch geworden, en die foto van die vrouwen op die bank wel? Ik weet het niet.”
“Ik heb ooit een workshop gegeven aan jonge gasten met als opdracht ‘neem drie foto’s’. Een jongen, een Iraakse vluchteling van een jaar of tien-twaalf, daar was één foto bij, die blik in die ogen, dat vertelt heel het verhaal van die vluchtelingen. Zo’n foto is voor mij iconisch, zeker als je die kunt koppelen aan een sterk verhaal. Je ziet op straat blikken en interacties waar je echt iets kunt in zien.”

Ik vind, als ik de kranten en tijdschriften bekijk, dat er ontzettend veel slechte foto’s gepubliceerd worden.

“Ik kan mij daar steendood aan ergeren, soms is het echt afgrijselijk. Ik heb de indruk dat er vandaag de dag geen redactie meer tussen zit.  Zeker lokaal kan iedereen foto’s dumpen. Het is van klik en doorsturen. Toegegeven, het is aan het verbeteren.”

©Dirk Wollaert

Meer info: http://www.lakart.be/dirk-wollaert/

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto: Bernadette Van de Velde

 

 

NAFT voor WOORD 2016-2017

 

Naft voor Woord is een txt-on-stage-wedstrijd voor alle 18 tot 30-jarigen uit de provincie Antwerpen met een hart voor de geschreven en gesproken woordkunst. Een wedstrijd die een springplank kan betekenen naar het professioneel literaire circuit.

De jury met uitgever Rudy Vanschoonbeek, Europees Kampioene Poetry Slam Carmien Michels en Peter Briers, journalist bij GvA, selecteerde 40 jongeren. Tijdens een intensief workshopweekend stoomde de kandidaten zich klaar voor één van de vier voorrondes.

De winnaars van Naft voor Woord krijgen publicatiekansen, optredens op evenementen en een prijzenpot van minstens 1000 euro.

Selfmade Man Jan De Winter

 

Van 25 maart t/m 9 april 2017 wordt de Mechelse kunstenaar JAN DE WINTER (nu 80) in  Galerie M in de kijker gezet.
Jan De Winter is één van de grootste en belangrijkste Mechelse kunstenaars van zijn generatie.
Het werk van Jan De Winter is heel herkenbaar. Het blijft uitmunten in verrassend, origineel, tegendraads maatschappijkritisch en soms erg humoristisch, verhalend werk. Het is werk dat menig kunstminnaar steeds opnieuw kan verblijden.
Voor de tentoonstelling SELFMADE MAN maakte hij samen met Marc Van Camp een eigenzinnige selectie uit zijn zowel bekend  als onbekend werk.
Dit resulteert in een exclusieve tentoonstelling die elke kunstminnaar moet gezien hebben.
Twee jaar geleden verscheen er een boek  ‘Man onderweg’. .Een prachtig boek waarin de levenswandel en het kunst palmares van Jan wordt beschreven.
Jan is een succesvol kunstenaar maar is de laatste jaren uit de spotlights gebleven omwille van de zorg voor zijn echtgenote.
Tijd dus om hem terug in de kijker te zetten !

De zin van je leven

De schrijfdag 2017, een literaire hoogdag voor en door schrijvers.

Een 300 tal personen met een passie voor schrijven woonden de schrijfdag 2017 bij. Deze wordt jaarlijks georganiseerd door CREATIEF SCHRIJVEN en ging dit jaar door in het Felix Pakhuis te Antwerpen. Op het programma stonden workshops, lezingen en infosessies. Er was mogelijkheid tot feedback op eigen teksten of een pitch bij een uitgever. Meer dan 50 auteurs en vakspecialisten gaven er hun schrijfgeheimen prijs; onder wie Jeroen Olyslaegers, Kristien Hemmerechts, Malin-Sarah Gozin en Guillaume Van der Stighelen. Een must voor iedereen met schrijfplannen.

 

EEN INTERVIEW MET ANNELEEN WINTEN

KUNSTPOORT had een gesprek met Anneleen Winten die de schrijfdag in goede banen leidde en toch wat tijd maakte voor ons.

KUNSTPOORT: Ik zie hier een enorm divers publiek, welke is precies jullie doelgroep?
Anneleen Winten: Inderdaad een jong en een wat ouder publiek is hier aanwezig. De belangstelling is zeer divers. Amateurs, debutanten, mensen die reeds gepubliceerd hebben zijn hier aanwezig. Vooral de mogelijkheid tot netwerken is voor aspirant schrijvers en schrijvers een pluspunt.
KUNSTPOORT: Van waar jullie slogan De zin van je leven?
Anneleen Winten: Voor de tiende editie van de Schrijfdag lanceerde Creatief Schrijven vzw ‘De zin van je leven’. Met filmpjes waarin bekende auteurs als Joke Van Leeuwen, Gerda Dendooven en Lize Spit hun favoriete zin verklappen, riep de organisatie op om een zelfgeschreven zin in te sturen. Een vakjury met Stijn Vranken, Gerda Dendooven en Tom De Cock selecteerde uit meer dan 300 inzendingen de tien mooiste zinnen. Vandaag wordt tijdens het slotmoment de winnende zin onthuld. Je kan ook de 10 mooiste zinnen op je arm laten tatoeëren. Wat we ons geen 2x lieten zeggen.

Leny Moerkens tatoeëerde met schwung onze favoriete zin: PRIVACY IN ZIJN BLOOTJE BURNOUT IN THE CLOUD

site van Leny Moerkens www.faar.nu

Nota van KUNSTPOORT. Ondertussen is de winnende zin bekend: Ik hou ervan hoe jouw adem de bril beslaat waarmee ik naar het leven kijk. Auteur Kevin Amse
KUNSTPOORT: Waarom is Antwerpen de stad van de schrijfdag 2017?
Anneleen Winten: We zijn aan onze tiende editie toe en telkens organiseren we de schrijfdag in een andere provincie, ditmaal dus Antwerpen. Zo hebben we telkens een ander publiek.
KUNSTPOORT: Er staat hier ook improvisatietheater geprogrammeerd, waarom?
Anneleen Winten: We zien het heel breed. Van Intro tot impro is oa bedoeld voor NT2 studenten.
KUNSTPOORT: Een beetje uitleg graag
Anneleen Winten: NT2 studenten zijn studenten waarvan Nederlands hun tweede taal is. De 2 workshops zijn speciaal voor hen en passen in het kader van een multicultureel Antwerpen.
KUNSTPOORT: Staat bij Creatief schrijven spelling, woordenschat en grammatica voorop of jullie naam doet zoiets vermoeden is het creatieve belangrijkst?
Anneleen Winten: Wij hebben 2 luiken, enerzijds het Creatief schrijven met o.a.  theater, poëzie, anderzijds het zakelijk schrijven. De coördinator is Ariane D’Hondt. Bij het zakelijk schrijven spitsen we ons toe op juist schrijven. Bij een schriftelijke sollicitatie is dit bijvoorbeeld vereist.
KUNSTPOORT: Heb je zelf ook schrijfaspiraties?
Anneleen Winten: Zoals iedereen bij Creatief Schrijven heb ik ook een passie voor schrijven.
Zelf schrijf ik poëzie.
Ondertussen merk ik dat iemand ongeduldig op Anneleen Winten staat te wachten.
Dank voor je tijd Anneleen.

WE WOONDEN ENKELE WORKSHOPS EN LEZINGEN BIJ

BLOGGEN IN STIJL met Barbara De Munnynck


één van de initiatiefneemsters van boekenblog “This is How We Read” Pretblog van drie professionele boekenmeisjes
http://thisishowweread.be/

Barbara De Munnynck geeft bloggers in spe en bloggers talrijke tips om de juiste woorden en toon te vinden zodat een boodschap helder overkomt.
Enkele tips van Barbara die me zijn bijgebleven:

  • Deel je tekst in blokken en voeg ‘eye candy’ toe. Foto’s, sfeerbeelden, covers, logo’s.. geven schwung aan je tekst.
  • Publiceer originele eigen foto’s, geen stockfoto’s, die zijn zo onpersoonlijk en weinig authentiek.
  • Plaats in iedere paragraaf een hint naar de volgende paragraaf. Verleid de lezer om verder te lezen.
  • Je mag persoonlijk schrijven maar argumenteer je persoonlijke gevoelens.
  • Je kan op voorhand je tekst laten lezen door de geïnterviewde, het schept een vertrouwensband.

Enkele boekentips van Barbara:

  • Kelly Deriemaeker Het blogboek
    De 2de editie wordt verwacht op 5 april 2017
  • Renate Dorrestein Het geheim van de schrijver

Enkele vraagjes aan Barbara De Munnynck
KUNSTPOORT: Hoe begon het allemaal?
Barbara De Munnynck: Ik ben in 2015 gestart samen met 2 vriendinnen booklovers en journalistes: Eveline en Katrien. Op deze blog doen we aan ‘literatuur na de uren’.
KUNSTPOORT: Waarom blog je?
Barbara De Munnynck: Ik ben journalist en tekstschrijver. Als journalist ben je afhankelijk van de redactie. Ik had zin zelf een forum te creëren. Mijn interesse voor Oost-Europese schrijvers, die niet vaak in de media komen, kon ik hier kwijt. Een aanrader is bijvoorbeeld het boek van de Hongaarse schrijver Gyorgy Dragoman – De witte koning
Een blog kan je ook voortdurend bijsturen. Journalistiek is mijn werk, bloggen mijn passie.

Barbara De Munnynck schreef  haar eigen schrijfdag tijdlijn neer in haar blog, zie link
http://thisishowweread.be/schrijfdag-2017/

VAN INTRO TOT IMPRO met Anke Sengier

Na veel trappen bereikten we het lokaal waar Anke Sengier een 15 tal personen liet genieten van een actieve sessie improviseren. De deelnemers hadden er duidelijk zin in. Ze legden er ongedwongen associaties, namen verrassende houdingen aan, bevroren een beweging en leerden onmogelijke linken leggen. Heb jij al eens een link gelegd tussen brood en een microvezeldoek? Tussen een WC ontstopper en een exotisch eiland? Hier gebeurde het allemaal met heel veel fantasie en plezier. Met deze sessie leert Anke Sengier je losser in je lijf zitten, minder te denken, meer te voelen en te vertrouwen op je impuls. De workshop is bedoeld voor personen die de Nederlandse taal net leren, NT2 studenten
en voor moedertaalsprekers.

 

AKSIDENT: humor met stijl

Aksident vrolijkte ‘de boel’ op met originele acts. Er was een leuke tafelanimatie. Het mannelijk duo bekroonde lunchende schrijfdag deelnemers met een unieke ludieke prijs. Na een kort en geestig juryrapport kregen de winnaars, onder applaus van tafelgenoten, een prijsbutton officieel opgespeld.

KUNSTPOORT reporter Eric kreeg de ludieke prijs en button NUCHTERSTE NACHTRAAF opgespeld.

Aksident trakteerde de op de lift wachtenden, dalers en stijgers op een gezellig moment. Aksident declameerde amusante gedichten oa van Frie Jacobs en deelde wattenstaafjes om de knotsgekke gedichten beter te horen of niet te horen? http://aksident.be/

 

 

 

 

DEBUTANTENBAL met schrijfsters Katrijn Van Bouwel, Annemie Heselmans en Meltem Halaceli, moderator Anne-Marie Segers

Anne-Marie Segers

Anne-Marie Segers liet de drie debuterende schrijfsters aan het woord. Katrijn debuteerde in 2016 met De muze en het meisje, een zintuiglijke ode aan het menselijk lichaam, aan de liefde en aan de eeuwigheid. Annemie schreef het autobiografisch boek Het leven loopt op wieltjes. Meltem verwerkte haar familiegeschiedenis in het lijvige debuut De vergeten geschiedenis van mijn grootvader Sulayman Hadj Ali.

Anne-Marie Segers liet deze drie straffe madammen terugblikken op hun debuut en bestookte hen met allerlei vragen nuttig voor alle toehoorders in de zaal met schrijf- en publiceer ambities.

Meltem Halaceli:

Een greep uit enkele opmerkelijke verhalen, anekdotes, opmerkingen en advies van de drie debutanten.
Wanneer? Waar? Hoe?
Katrijn Van Bouwel: Ik wou al boeken schrijven voor ik kon schrijven. Ik heb gespaard om vrij te nemen op mijn werk. Het boek betekende een opdracht aan mezelf, een engagementsverklaring. Ik schreef in een huisje aan zee, in een omgeving vrij van prikkels. Daar was enkel de zee en het boek.
Annemie Heselmans: Ik schrijf op het moment dat het komt. Ik kan mijn werk zelf regelen. Voor mij vormt dat geen enkel probleem.
Meltem Halaceli: Ik woon in Amsterdam maar daar is het me te druk. Na veelvuldig veldonderzoek in onder andere Turkije sloot ik me drie maanden op in Twente. Schrijven was niet hartstikke leuk, het was lijden!

Nalezen noodzakelijk?
Katrijn Van Bouwel: Ik liet enkel de uitgever mijn boek nalezen.
Meltem Halaceli: Ik liet een goede vriendin mijn boek nalezen maar dat was niet zo een best idee. Ze was superkritisch en lette op allerhande pietluttigheden ook geschiedkundige feiten werden gecontroleerd. Het resultaat: mijn boek bevat weinig onwaarheden. Ik raad toch iedereen aan het geen vrienden te laten nalezen.

Hoe zoek je een uitgever?
Katrijn Van Bouwel: Bekijk je boekenrek. De hamvraag is: Van welke uitgever heb ik de meeste boeken? Contacteer die dan.
Annemie Heselmans: Zoek via internet gelijkaardige boeken op en zoek contact met die uitgeverijen.

Katrijn Van Bouwel

Contracten?
Meltem Halaceli: Ik heb mijn contract goed bestudeerd. Laat je contract nakijken door de auteursbond. Dit is vooral belangrijk als je boek later vertaald of gefilmd wordt. Auteursrechten moeten veilig gesteld worden.
Katrijn Van Bouwel: Voor het geld hoef je geen boek te schrijven. Op een boek van 20 euro krijg je 10 % dat betekent 2 euro per boek. Vraag een voorschot op royalty’s.
Annemie Heselmans: Ik ben veel te naïef geweest. Je bent supergelukkig dat je boek uitgegeven wordt maar onderhandel toch maar voor je contract.

Wat vindt een uitgeverij belangrijk?
Katrijn Van Bouwel: Een uitgeverij zorgt ervoor dat het boek in de media komt, zo stijgen verkoopcijfers eenmaal dat de auteur op televisie is geweest. Omdat er weinig literaire programma’s zijn dagen auteurs op in talrijke amusementsprogramma’s. Een uitgeverij zal van een debutant verlangen dat ze of hij mediageniek is, niet dichtslaat voor een camera en goed kan praten. Te vlot zijn is ook veelal niet goed. Naast je boek spelen andere factoren een rol.

Annemie Heselmans

E-book?
Katrijn Van Bouwel: Van mijn boek komt er geen.
Annemie Heselmans: Ik vond het een must en vanzelfsprekend.

Nog dromen?
Meltem Halaceli: Ik droom van nog een boek. Ik ben bezig met een nieuw project, een TV reeks. Een TV reeks is moeilijker, over een boek heb je controle, een scenarist heeft er geen.

 

Na het inspannende Debutantenbal hadden we nood aan iets meer ontspanning en gingen op ontdekking in

het boekbindenatelier RE-DO


Grafisch ontwerpers Tille Lingier en Linde Luyten vormen samen RE-DO. Ze schuimen drukkerijen af op zoek naar papieroverschotten, eerste drukken, misdrukken waar ze vervolgens boekjes, agenda’s en allerhande leuke voorwerpen in papier meemaken. Oud campagnemateriaal zoals van de Opera van Vlaaanderen wordt in hun handen totaal iets nieuws. Hun ecologische unieke producten zijn op verschillende verkooppunten te verkrijgen. De bezoekers van de schrijfdag leerden boekjes maken met heel eenvoudig materiaal zoals gerecycleerd papier, een kleine pers en lijm. www.redopapers.com

 

 

Het programma van de schrijfdag was zeer divers, voor elk wat wils. Zo vermeld ik nog graag de pitch bij een uitgever en het literair spreekuur met mogelijkheid tot feedback op eigen poëzie, proza, theatertekst of non-fictie werk.
Wie zijn boek liever in eigen beheer wil uitgeven kon voor info terecht bij SKRIBIS die de schrijver graag professioneel en persoonlijk begeleidt. www.skribis.be

Deze dag is voor ons reporters van KUNSTPOORT voorbij gevlogen. We werden ondergedompeld in een overvol schrijfbad. Dit verslag is slechts een weerspiegeling van een dag met veel info,  workshops, lezingen, gesprekken. Een dag waarop door schrijvers en aspirant schrijvers genetwerkt werd, contacten gelegd en perspectieven werden geopend voor de toekomst. Hopelijk komt er voor schrijvend Vlaanderen nog een 11de editie.

Organisatie: Creatief Schrijven
http://creatiefschrijven.be/
Waalsekaai 15
2000 Antwerpen
03 229 09 90
info@creatiefschrijven.be

Tekst: Kathleen Ramboer
Fotografie: Bernadette Van de Velde

 

Schrijfdag

 

Workshops

In een groep met maximaal 20 deelnemers spit je samen met een vakspecialist een bepaald onderwerp dieper uit en klim je vervolgens in je pen om een nieuw fragment te schrijven en mogelijk ook te delen met de groep. A little less conversation, a little more action.

Lezingen

Gerenommeerde schrijvers scherpen je praktijkkennis aan. Minstens 2 uur focus je op een bepaald onderwerp en neemt een auteur of deskundige je mee in zijn verhaal en overlaadt je met een stapel praktisch schrijfadvies.

Infosessies

Kort, krachtig en to the point word je 1 uur ondergedompeld in een bepaald thema. Een infosessie kun je uitstekend combineren met een literair spreekuur, je pitch bij een uitgever of even rustig pennen in de Literaire Lounge.

Feedback

Wil je weten wat je werk waard is? Op de Schrijfdag geven auteurs en schrijfdocenten je graag feedback op een vooraf ingestuurde tekst. Is je manuscript klaar? Heb je een synopsis en wil je jezelf graag verkopen aan een uitgever? Schrijf je dan in voor een pitch bij een uitgever

KUNSTBENDE voorrondes CC Mechelen

 

Een boeiend Voortraject maakt Kunstbende ervaring in Mechelen onvergetelijk. Geniet van GRATIS workshops en train je creatieve denkspier! De deuren van H30 staan wagenwijd open.

Maar er is meer! Kunstbende laat je na de workshops niet los. Heb je een plan en weet je wat je wil? Dan coachen wij jou met plezier tot aan de Voorronde, zodat jij zorgeloos kunt deelnemen. Een professionele, artistieke coach begeleid je in jouw zoektocht tot het beste resultaat. In H30 spreek je af met een specialist in jouw discipline tijdens de krokusvakantie van 27 februari tem 5 maart. Dat is net op tijd voor de Voorronde!

Heb je enkel nood aan een goede werkruimte, materiaal of advies dan kan je bij H30 / Kunstbende ook terecht. In februari en maart kan je op afspraak één keer per week werken. Kunstbende Mechelen wilt je helpen tot je project af is. Zeg nu eerlijk, niets houd je nog tegen!

 Een goed kunstwerk vergt goede voorbereiding. Daarom geven wij jou (en je groep) de kans om langs te komen in het CC van Mechelen voor de Voorronde. Dit noemen wij START UP.

Dit alles is wat aan deze voorrondes vooraf ging.

 

“Ik ben een beetje een buitenbeen”

Harpist Jacques Vandevelde wil bruggen bouwen tussen culturen

Aan het conservatorium in Gent studeerde Jacques Vandevelde (68) piano. Later reisde hij de wereld af. In Paraguay, Venezuela en andere landen werd hij gebeten door de harp-microbe. Nu bouwt hij ze zelf. “Muziek moet een expressiemiddel zijn. Harp doet dat voor mij.”

“Aan het conservatorium vond ik eigenlijk mijn plaats niet, te veel klassiek gedoe. Ik ontdekte dat de harp honderd keer meer verspreid was, onder meer in Zuid-Amerika. En uiteindelijk ben ik naar ginds gegaan.”

“De harp is in Zuid-Amerika een gewoon, volks instrument. In Ierland is dat ook een beetje zo.”

Ik dacht dat de harp Keltische roots heeft. Klopt dat?
“Neen, dat klopt niet. Historici twijfelen nog over Mesopotamië of Afrika, maar in de Afrikaanse cultuur vind ik ontelbare soorten harpen. In feite zijn dat dezelfde harpen als hier: een driehoek met snaren. Maar ga eens naar het Louvre in Parijs. Daar zie je sarcofagen met afbeeldingen van harpen, soms van tweeduizend of drieduizend voor Christus. Uit Heraklion op Kreta zijn afbeeldingen bekend van harpen, van drieduizend voor Christus.”

“Ook de druïden gebruikten harpen. Er is ooit een harp ontdekt van duizend jaar oud, een soort tafelharp die de druïden gebruikten. Die kleine harp heeft een zachte klank en heeft nog altijd veel succes, ook bij ons. Ik heb ook zo’n kleintje.”

“Er zijn ook instrumenten die verwant zijn aan de harp, denk aan de citer of de Japanse koto. Eigenlijk alles wat verticaal op een klankbord staat is harp.”

“Je hebt de Ierse harp, de Venezolaanse harp, de Peruviaanse harp, naar nationaliteit heeft iedereen zijn eigen stijl. Neem nu Mexico, daar is in Vera Cruz maar één soort harp, die heeft een andere vorm en de manier van bouwen is anders.”

Een ‘diatonische harp’, wat is dat?
“Dat betekent eigenlijk toon-na-toon. Do-re-mi-fa-sol enzovoort. Dat heeft dus niets de maken met akkoorden Een chromatische harp heeft halve noten erbij, bijvoorbeeld do-kruis. Dat is een harp met pedalen en die geeft een andere klank. Je hebt dan ook een tweeënzeventigsnarige harp met alle tonen ertussen.”

“Je kan het een beetje vergelijken met piano, maar omgekeerd spelen. Op piano begint je met de duim, op een harp speel je met de ringvinger en de pink gebruik je niet. Hoewel: bij Italiaanse harpen ( Arpa Dopia ) gebruik je de pink dan weer wel.”

Kortom: hoeveel soorten harpen bestaan er eigenlijk?
“Moeilijk te zeggen. Je hebt bijvoorbeeld de kora in Senegal, in Guinee-Bisau is er ook een harp met een dubbele rij snaren, maar dat heet dan weer anders (de Kora ). Er is de Franse harp, de Spaanse harp, de Keltische harp, de Bretoense harp enzovoort”.

“Ruw geschat zijn er een vijftigtal verschillende soorten. Een aantal soorten komen uit de Keltische traditie, maar lang niet allemaal.”

“Vergeet niet dat harpen ooit deel uitmaakten van de adellijke traditie, en dan vooral de vrouwelijke adel. Maar in Afrika  en Zuid-Amerika bijvoorbeeld is het puur macho.”

Even technisch: wat is een haakjesharp?
“Dat is een  beweegbaar ijzertje, bovenaan de snaar waarmee je een halve toon hoger kan spelen. Met andere woorden, je kan met halve tonen spelen. Het biedt meer mogelijkheden qua tonaliteit, maar het betekent ook dat je je linkerhand niet kan gebruiken voor de begeleiding. Anderzijds kan je je beter afstemmen op de stem van een zangeres, bijvoorbeeld. Maar als je professioneel wil werken, moet je een pedaalharp hebben.” Die maakt kruisen en bemols.

Snaren op een harp hebben vaak verschillende kleuren. Waarom?
“Zouden die kleuren daar niet zijn, dan kijk je je daar scheel op, want alles trilt. Die kleuren zijn echt wel nodig. Het zijn herkenningspunten. Maar ook hier heb je verschillen. In Europa is de do bijvoorbeeld rood en de fa zwart. In Zuid-Amerika is de do zwart en de fa rood. Ik ben vaak in Zuid-Amerika geweest en als ik dan terug hier kom moet ik weer switchen. Die kleurenverschillen maken het soms moeilijk.”

Zijn harpsnaren in nylon?
“Ja, of carbon. Men dweept nog altijd met kattendarmen voor klassieke instrumenten ( maar in feite zijn dat geitendarmen ). Die darmen zijn ijzersterk, je kan er een auto mee voorttrekken. Geitendarmen klinken gevelouteerd, nylon is harder van klank.”

“Ook: met een harp met geitendarmen kun je moeilijk buiten spelen, die is meteen ontstemd. Ik hou het dus bij carbon en nylon.”

“Ik maak mijn snaren zelf, in mijn eigen atelier. Daardoor kan ik zelf de trilling en de klank van de snaar bepalen.”

Bestaan er ook elektronische harpen?
“Jazeker, maar de klank van een houten klankkast is toch onvergelijkbaar.”

Een harp in een concert, valt niet zo erg op…
“Meestal staat een harp in een orkest links, een beetje achteraan. Het orkest dempt dan eigenlijk die harp. Maar vergeet niet, een harp is geen begeleidingsinstrument. Het is een solo-instrument, net zo goed als een piano of een gitaar.”

Zijn er specifieke componisten voor harp?
“Glinka, Mozart, raar maar waar, en denk aan Händel, zijn concerto in si-bemol majeur, maar ook Wagner heeft heel veel gecomponeerd voor harp. In Zuid-Amerika zijn er veel componisten die muziek voor harp geschreven hebben, denk aan Digno Garcia van hier bij ons, Alain Stivell, veel Italianen, Spanjaarden…”

Wat kost een harp eigenlijk?
“Een professionele pedaalharp, alles erop en eraan, die gaat tussen dertienduizend en dertigduizend euro, afhankelijk van de afwerking.  Een diatonische harp tussen vijftienhonderd en vierduizendhonderd euro.”

U bouwt ze zelf?
“Ik bouw ze zelf, want als ik naar anderen luister, vind ik vaak dat ik het beter kan.”

“Ik kan akoestisch spelen voor vijftig mensen of zelfs honderd, zeg maar in een kerk, maar het moet klinken. Kerken hebben meestal een goede akoestiek, maar zalen, dat is iets anders. Het resultaat is niet altijd aangenaam.”

“Mijn doel is, als muzikant bruggen bouwen tussen culturen.”

Lukt dat?
“Ja, dat lukt. Ik begin in de Middeleeuwen, dan de Gregorianen, dan de Ierse muziek. In feite is het muzikale patrimonium wereldwijd constant verhuisd.”

“In Zuid-Amerika is de harp een soort volks statussymbool, iedereen heeft een harp, in Venezuela bijvoorbeeld staat in het meest schamele huisje een harp.

“Kun je je voorstellen, boeren die de hele dag met de kippen en de koeien bezig geweest zijn en dan aan de harp gaan zitten? Ik heb dat meegemaakt, dat is toch ongelooflijk? Ze verheerlijken wat ze overdag hebben meegemaakt. Het is zeer aards, en dat voedt mij.”

Harp spelen, gebeurt dat op partituur, is het improvisatie…?
“In Europa is de partituur zeer dominant. Dat heeft veel te maken met de speelwijze die de componist heeft opgelegd. Stel dat ik het oude, Engelse volksliedje Greensleeves zou spelen, daar bestaan partituren van. Ik kan dat uit het hoofd spelen, maar als ik het echt zou willen spelen zoals het was, dan moet ik de partituur volgen.”

“In Zuid-Amerika is de overlevering veel sterker. Van vader op zoon bij wijze van spreken, zonder noten, niks. Aan een vijfjarige harp leren, zo gaat dat daar. En zo leren ze liedjes spelen die soms overbekend zijn. Ik heb daar, in Zuid-Amerika, geen enkele partituur gezien.”

U bouwt zelf instrumenten. Hoe is dat zo gekomen?
“Mijn papa was leraar dwarsfluit, mijn mama was pianiste en op een gegeven moment is mijn papa instrumentenbouwer geworden. Hij verbood mij om aan die machines te werken, maar ik ben toch begonnen harpen te bouwen.”

Waar haalt u het hout?
“Gewoon dennenhout, je kan niet beter hebben. Dennenhout is sterk, het is licht en makkelijk hanteerbaar. Ik heb geleerd hoe je dat moet doen en toen ik het beethad, ben ik blijven bouwen. Ik heb er zowat dertig gebouwd. Ik heb er verkocht, maar daar ben ik mee gestopt. Ik had te veel hartzeer als ik er een verkocht.”

“Ik ben een beetje een buitenbeen op de harp. Ik probeer mensen te laten genieten van iets alledaags, muziek van vandaag op de harp.”

“Ik speel alles, klassiek of modern. Ik moet in de eerste plaats jong blijven. Hoe doe je dat? Door mee te gaan met de tijd. En ik krijg daar dank voor. Op een huwelijk vragen mensen mij ‘speel eens dit’ of ‘speel eens dat’, maar die harp moet dat aankunnen en dat bewijs ik graag. Ik deins voor niets terug.”

“Stel: : de Bolero van Ravel of de Carmina Burana van Carl Orff, op harp klinkt dat fantastisch.”

 Hebt u ook voeling met jazz?
“Ik vind jazz zeer boeiend, jazz is de expressie van het moment. Ik hou vooral van klassieke jazz, neem nu Take Five van Dave Brubeck, ik vind dat heel hoogstaande muziek of Night and Day van Cole Porter of Desafinado van João Gilberto, da’s toch wel de moeite.”

“Ook blues, dat is heerlijk op harp. En dat is zo tof, als mensen daar op reageren. Ze verwachten dat niet van een harp.”

“De jeugd van tegenwoordig wordt misschien wat te veel ondergedompeld in massaspektakels genre Tomorrowland, en dan sta ik daar als harpist in een zaal van pakweg honderd mensen. De verschillen zijn groot geworden, het is nu altijd meer van boem-boem-boem.”

“Wat de trend is vandaag? ze nemen repetitieve akkoorden-patronen zoals do-la-re-sol. Let wel: Johann Pachelbel deed dat ook, patronen repeteren. Maar wat je vandaag de dag hoort zijn bijna allemaal zulke patroontjes, want dat is gemakkelijk.”

Ik denk: jonge muzikanten kunnen geen noten meer lezen
“Neen, ze drukken op een knop en daar komt dingeling-tingeling uit. En op een andere knop is het weer van tingeling-tingeling pling-pling. Ze doen dat thuis en ’s avonds staat dat op de radio. Dat is geen goede muziek.”

Is er een kloof aan het groeien tussen de tieners-twintigers van vandaag en wat men ‘klassieke muziek’ noemt?
“Daar ligt een belangrijke taak voor het onderwijs, meer en meer. Bach, waar hoor je dat nog? Schumann, Schubert, Smetana, Chopin, kennen die jonge gasten die muziek nog?”

Meer info:
www.jacquesvandevelde.be
mail: jacques.vandevelde@pandora.be

Tekst: Gerrit De Clercq
Foto’s: Bernadette Van de Velde

DOEWAP

Enige tijd geleden was ik te gast in de basisscholen van Hove en Edegem, om een video-
verslag te maken van een zeer leuk gegeven.
Er werden in beide scholen koorliedjes aangeleerd en gezongen door de leerlingen
van het 6de leerjaar.
Dit onder begeleiding van 2 ervaren muziekdocenten.
Het organiseren van deze 2 zeer leuke zangnamiddagen kwam er van Koor&Stem.

SHAKEN NOT STIRRED

Een dansproject van FAMEUS

“May we present you our cocktail menu, created to fulfill all your needs.

This cocktail menu is a beautiful marriage between classics like West Side Story, Romeo & Juliette and our crazy invented mixtures”

Waar staat Fameus voor?

Fameus vzw is een professionele organisatie die alle socioculturele organisaties en amateurkunstenaars, ongeacht hun achtergrond in Antwerpen en districten wil inspireren, stimuleren én ondersteunen. Fameus staat open voor een brede waaier aan kunstdisciplines en is een absolute must voor de vele amateurkunstenaars van grootstad Antwerpen. Hun welluidende slogan FAMEUS! EEN BROEDPLAATS VOOR AMATEURKUNSTEN is zeker toepasselijk.

Shaken not stirred, een woordje uitleg.

Fameus verzocht drie professionele choreografen 21 dansers 4 maanden lang  te coachen en toe te werken naar een poëtische voorstelling waarin verschillende stijlen aan bod komen: van cabaret naar burlesk, van afro en hip hop naar hedendaagse dans…

De drie choreografen/coaches Kim Bui (Urban – Let’s go urban), Fanny Heuten (Afrikaans – Stage Rumours) en Philine Janssens (hedendaags – Dans!Apen) selecteerden de dansers via een auditie. De groep van 21 dansers is heel verscheiden: ervaren en minder ervaren, urban en klassiek, geschoold en niet geschoold.

De drie choreografen: Kim Bui, Philine Janssens en Fanny Heuten

Fameus http://www.fameus.be/
Let’s go urban http://www.lguacademy.be/
Stage Rumours http://www.stagerumours.be/index.php/nl/
Dans!Apen http://dansapen.be/

Het relaas van een repetitie

Wij, reporters van KUNSTPOORT, mochten woensdag 15 maart een kijkje nemen achter de schermen en de vierde Shaken not stirred repetitie bijwonen in de Stedelijke Basisschool De Evenaar te Antwerpen. Stille lege gangen en trappen leiden ons naar een turnzaal waar gezellige drukte heerst. Hier wordt gedanst tussen turnrekken, touwen en gymtoestellen, ver weg van schijnwerpers en podia. Burlesque kledij, hoeden, hoge hakken verraden dat er hier fel geoefend wordt voor een wervelende dansvoorstelling met showallures.

 


Kim Bui houdt vooral de passen van de eerste choreo, een cabareteske openingsscène, in de gaten en telt luidop 1 2 3 4 5 6 7 8 …
Het lied Non je ne regrette rien van Edith Piaf begeleidt de tweede choreo, die van de wereld achter de scène. Fanny Heuten vraagt vooral emotie en expressie te tonen. Girls, let’s have fun! Je moet alles geven, laat je gaan! Verzorg je mimiek! Iedere danser speelt een rol, een karakter. Wij (de drie choreografen) kunnen jullie ideeën, tips geven, motiveren, helpen, begeleiden maar jullie dansers moeten het doen! Belangrijk is dat je elkaar aanvoelt en samen meegaat in het verhaal. Onversaagd, ontelbare keren worden de scènes opnieuw gedanst, perfectie moet er zijn.
Fanny Heuten legt de nadruk op 2 aandachtspuntjes: op tijd zijn voor de repetitie en niets achterlaten na de repetitie. Discipline moet er zijn om tot een goed resultaat te komen.

 

In gesprek met choreografe Kim Bui

Kunstpoort: Hoe verliep de auditie? Op welke eigenschappen werden de dansers geselecteerd?
Kim Bui: We hebben de dansers een stukje choreografie voorgelegd. Belangrijk voor ons was dat de kandidaat dansers de passen konden volgen. Fanny had aandacht voor mimiek, emotie en improvisatie.
Kunstpoort: Valt het niet moeilijk de drie stijlen waar jullie 3 choreografen voorstaan te combineren?
Kim Bui: Er is constant overleg tussen ons drie. We letten niet alleen op de choreografie maar ook op het acteren. We brengen een Shakespeareaans Rome & Juliette verhaal. Voor de gevechtsscènes inspireren we ons op de Afrikaanse dans. Bij de liefdesscènes overheerst meer de hedendaagse, moderne dans.
Kunstpoort: De samenstelling van het gezelschap is zeer divers, is dit moeilijk werken?
Kim Bui: Sommige dansers volgen les, andere geven les. Nog andere dansen gewoon weg graag. We werken met het potentieel dat we zien. Niet iedereen kan Urban dansen. Het zit in je lichaam, dat kan je niet leren. Er is niveauverschil maar het werkt, het klikt tussen de dansers onderling.
Kunstpoort: Ik merk op dat de dansers in toepasselijke cabareteske outfits dansen. Waarom?
Kim Bui: Dit geeft een zekere zelfzekerheid die ze nodig hebben. Zo kunnen ze beter hun ‘rol’ spelen.
Kunstpoort: Er zijn slechts 3 mannelijke dansers. Is dat niet spijtig?
Kim Bui: Ja zeker. Er waren 10 mannelijke dansers ingeschreven voor auditie, 6 kwamen er opdagen, drie werden geselecteerd.
Kunstpoort: Een persoonlijke vraag. Ben je constant met dansen bezig en heb je voldoende vrije tijd voor hobby’s, vrienden…?
Kim Bui: Ik geef dansles en dans zelf bij Let’s go Urban. Overdag heb ik wel wat tijd voor mezelf.

In gesprek met danseres Eline

KUNSTPOORT: Waarom heb je aan de audities deelgenomen?
Eline: Ik volg nog maar een jaar dansles en dit bij de choreografe Fanny. Voor mij is dit een uitdaging. Dansen is confronterend, het is uw eigen vinden in de dans. De verschillende dansstijlen vind ik interessant. Door bepaalde stijlen te dansen ontdek je hoe het moet, leer je techniek.
KUNSTPOORT: Zou je graag van dansen je beroep maken?
Eline: Ik ben te laat dans beginnen volgen om het professioneel waar te maken. Telkens ik een dansvoorstelling zie denk ik bij mezelf: Dat zou ik ook graag kunnen. Ik heb altijd de behoefte om het beter te doen. Dansen moet je graag doen en is persoonlijk.
KUNSTPOORT: Is er ruimte voor improvisatie?
Eline: Ja vooral in de tweede scène een scène op het liedje van Edith Piaf. Het leven achter de scène wordt weergegeven. Iedereen vertolkt een eigen karakter en gaat zo op zoek naar zijn eigenheid, zijn eigen verhaal.
KUNSTPOORT: Weet je waar de choreografen naartoe willen? Ken je het complete verhaal?
Eline: Nee, het is een verrassing en dat vind ik keitof en spannend.

Wij zijn ook benieuwd naar de uiteindelijke voorstelling Shaken not stirred,
te zien op zaterdag 27 mei om20u30 in CC Berchem en wensen dit Fameus team enthousiaste creatievelingen een overrompelend succes!
Tickets 6 euro te verkrijgen via http://www.ccberchem.be/nl/event/35303/shaken-not-stirred

 

tekst: Kathleen Ramboer
fotografie: Bernadette Van de Velde

 

BLIND CHOICES

een tentoonstelling met 2 tekeningen

In de tentoonstellingsruimte van Nucleo, BLANCO, gaat tegenwoordig een tentoonstelling door met een experimentele vorm van presentatie. Twee kunstenaars, Conrad Willems en Joan Hus, tonen een selectie tekeningen en beeldend werk. De tekeningen krijg  je niet onmiddellijk te zien. Ze staan genummerd opgesteld met de rug naar het publiek. Bezoekers worden uitgenodigd een nummer te trekken uit 2 stapels kaarten. Een nummer van de ene stapel correspondeert met een tekening van Joan Hus, een nummer van de andere stapel verwijst naar een tekening van Conrad Willems. Deze 2 werken worden omgedraaid en opgehangen aan een witte lege muur.

links: tekening Joan Hus, rechts: Conrad Willems
kleindetail1000834
detail tekening Joan Hus

Telkens is het resultaat van deze ‘loterij’ een unieke, persoonlijke tentoonstelling met slechts 2 werken die met elkaar in dialoog gaan. De 2 geïsoleerde werken confronteren de toeschouwer met een andere manier van kijken, ze vragen expliciet om aandacht. De 2 uitgelichte werken communiceren onvermijdelijk met elkaar en met de toeschouwer.
Elke bezoeker heeft recht op één trekking.

Raakvlakken zijn er ongetwijfeld tussen de tekeningen van beide kunstenaars maar ze ontstaan vanuit een andere visie of standpunt.

Zowel bij Joan Hus als bij Conrad Willems is de manier van tekenen onomkeerbaar.  Beide werken met inkt, lineair, op papier, zonder voorstudies, intuïtief. Het repetitieve, ritmische speelt bij de twee kunstenaars een grote rol. De fysieke daad is belangrijk. Vergelijk hen niet met een Jackson Pollock. Joan Hus zegt zelf: ‘Wij zijn geen egotrippers en doen niet aan egodripping’.

Conrad Willems is van opleiding beeldhouwer. Na zijn studies had hij niet onmiddellijk een atelier ter beschikking daarom is hij beginnen te tekenen. Nu loopt tekenen en beeldhouwen door elkaar, het ene sluit het andere niet uit. Conrad Willems tekent alsof hij een ruimte wil veroveren. Zijn tekeningen zijn architecturaal. Tekenen werd door de jaren heen een automatisme. Was hij dan niet liever architect geworden? ‘Neen, als beeldhouwer heb ik veel meer vrijheid’ is het antwoord van de kunstenaar.

links: tekening Joan Hus, rechts: Conrad Willems

Joan Hus tekent vanuit een bepaalde filosofie. Volgens haar is er een overproductie aan kunst vandaar haar ‘Slow Art’. Aan sommige tekeningen werkt ze drie maanden. Het is het zichtbaar maken van de tijd. Het thema is niet De Tijd maar het gaat hier over het materialiseren van De Tijd.
Haar werk kopiëren is onmogelijk, deze uniciteit is voor haar belangrijk. Het materiaal, papier en inkt is ook een bewuste keuze, Joan Hus wil met zo weinig mogelijk middelen, papier en inkt, kunst maken. In feite zou je kunst telkens moeten, kunnen en mogen recycleren, is haar visie.

Naast de tentoonstelling van telkens 2 werken is er ook permanent beeldhouwwerk van Conrad Willems te zien. Bij Conrad Willems is het spelelement nooit ver weg. Hij blijft trouw aan de blokkendoos van zijn jeugd. Zijn beeldhouwwerken bestaan uit enorm veel blokken die los gestapeld worden tot een bepaalde architecturale vorm. Zijn bouwstenen kunnen zowel ambachtelijke gevelstenen zijn als blokken in travertin, beton…

klein1000816a
beeldend werk Conrad Willems

klein1000843

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook performances ziet hij als een spel, spelen met het publiek en met zijn materiaal is zijn ding.
Onlangs was er een performance aan het gebouw Gerard de Duivelsteen te Gent.
De video van de performance is te bekijken via https://vimeo.com/200324463

Gedurende de tentoonstelling zullen beide kunstenaars de Blanco-ruimte als atelier gebruiken. Hun werktafels worden naast elkaar opgesteld en ze starten er met nieuw werk. Op 5 maart worden de resultaten tijdens de finissage tentoongesteld, dit maal zonder de andere genummerde tekeningen.

collagekleinConrad Willems aan het werk
klein1000867abeeldend werk Conrad Willems
klein1000873
Joan Hus

Voor wie interesse heeft in een nieuwe vorm van tentoonstellen los van de gebruikelijke presentatie in galeries en musea is Blind Choices een must. Wie houdt van eerlijke tekenkunst waar muziek in zit zakt best af naar BLANCO, Coupure Rechts 308, 9000 Gent.

 

 

 

 

INFO: van 22/02 tot 05/03
van 11u tot 18u
Gesloten op maandag en dinsdag
Finissage op 05/03 van 10u tot 18u

Beide kunstenaars zijn te beluisteren in een interview met TUMULT FM
Cultuurplatform van Urgent.fm en cultuur- en onderwijspartners van de stad Gent
http://tumult.fm/onair

Voor nieuws over de ruimte BLANCO van NUCLEO en de tentoonstelling zie
https://www.nucleo.be/blanco

Conrad Willems: http://www.conradwillems.com/
Joan Hus: http://www.artslant.com/global/artists/show/285785-joan-hus

Tekst en foto: Kathleen Ramboer