Ik wilde weten wie die ‘Sven 87’ was van een schilderij dat al 32 jaar in onze gang hangt. Het werd een ontdekking van de avant-gardekunst in de laatste jaren van de Sovjet-Unie aan de hand van een kunstenaar die hier totaal onbekend is, maar in Rusland gelauwerd en gevreesd werd, een echte cultfiguur.
Sven Gundlach werd geboren op 25 mei 1959. Nauwelijks twintig jaar jong, was hij een belangrijke speler in de underground-scene en een frontman van de artistieke rebellie in zijn land. Als lid van de kunstgroep ‘Mukhomor’ (Russisch voor ‘vliegenzwam’) confronteerde hij de highbrow conceptuele kunstenaars van Moskou met een actie door een schuttingswoord te vormen van lichamen in de sneeuw. Bij een andere actie, een parodie op de “collectieve acties” van Monastyrski en Kabakov (twee ‘concept’-goeroes) liet hij zich levend begraven in een kist in een park in Moskou. Videodocumentatie van de gebeurtenis toont een bebrilde Gundlach die op wonderbaarlijke wijze uit de grond tevoorschijn komt nadat hij bijna was gestikt. Kort nadien pakt de groep weer uit met een actie, deze keer een schijnexecutie, gevolgd door een strenge verbale veroordeling van hun eigen optreden.
Gundlach was non-conformistisch, met zijn vrienden schopte hij graag tegen de schenen van de ‘gevestigde orde’, of dat nu de Sovjetoverheid betrof of de gevestigde namen van de onofficiële kunst, dat maakte niet uit. Hij lachte met alles en iedereen (ook met zichzelf), onschuldig maar messcherp, niet met goedkope kritiek vanuit de marge, maar door zelf voluit te gaan met acties, performances, installaties, schilderijen, gedichten en optredens. De Vliegenzwammen waren een combinatie van Monty Python, Banksy en Pussy Riot in één. Ze aanvaardden geen enkele grens in artistieke expressie, niet vanzelfsprekend in een land dat gebukt ging onder een harde repressie. Door hun kunstacties, die een ruim publiek bereikten, waren ze een bepalende factor in de deconstructie van de oude Sovjet-Unie.
Gundlach stond wantrouwig tegen elke vorm van gezag, ook van kunstgezag. Hij weigerde een kunstenaar te zien als de eenzame, verheven creatieve geest. Hij ervoer de jaren ’70, zo vertelde hij achteraf als een crisis, “… beginnend met de neiging om kunst om te vormen tot een pseudoreligieuze praktijk en eindigend met de emigratie-epidemie”. Veel zijn collega’s, emigreerden inderdaad tussen 1978 en 1988 en maakten naam in het Westen. Gundlach bleef in Moskou.
Hij nam deel aan hij clandestiene performances en installaties in appartementen (APTART), waar honderden nieuwsgierigen op afkwamen. In 1982 maakte hij met Mukhomor een ‘Gouden Plaat’: 40 erotische, absurdistische, blasfemische gedichten, gerapt op een achtergrond van fragmenten uit klassieke muziek, rock, jazz en popsongs (officieel verboden muziek), maar ook op Arabische klanken, restaurant- en liftmuziek en zelfs de Kremlinbeiaard. De plaat werd zo populair in Moskou dat Gundlach opgepakt werd voor opruiing en antisovjet agitatie en verplicht werd tot een legerdienst op het eiland Sakhalin, 6500 km van zijn vrouw en hun tweejarige dochter.
Hij kon terugkeren dankzij de perestrojka, maar hij was allesbehalve gekalmeerd. Hij stichtte een rockband van ‘simulatieve’ (playback) muziek, ‘een coöperatieve voor de productie van songs, gemaakt met de afval van sovjetmuziek’ zoals hij het zelf noemde. Daarmee surfte hij mee op de nieuwe rage van de rock, nu die eindelijk toegelaten was, maar tegelijk stak hij de draak met al die grote geesten die nu de grote alternatievelingen aan het spelen waren, maar gisteren nog braaf in het gareel liepen. Met zijn groep ‘Central Russian Upland’ (Het Centraal Russisch Plateau) gaf hij een legendarisch optreden in Kuznetsky Most (de tempel van mode en kunst in Moskou) dat door Artemy Troitsky, volgens de New York Times toen dé specialist van de Russische rock-scene, bestempeld werd als het beste wat ooit door een Russische rockband was gedaan. Het waren geen mooie liedjes, ook geen boze punk, maar poëzie vol politieke satire over de Sovjettijd, literaire avant-garde.
Intussen bleef Gundlach tekenen, schilderen en installaties maken. Door de perestrojka verwierf hij internationale bekendheid en vanaf 1987 begon hij te reizen voor groeps- en solotentoonstellingen, naar Duitsland, Engeland, Zweden, Hongarije, Nederland, de VS, Australië… Hij werkte met deed alles: acryl op papier, op hout, olie op doek, zeefdruk… En plots, even snel als het succes, stopte hij met kunst. Hij had er genoeg van: de platte commercie, de copy-cats, de ‘behagers’ zonder inhoud, hij was het beu.
Hij ging in zaken, verdiende goed geld en trok zich totaal terug uit de kunstwereld. Veel van zijn werken gingen verloren, een aantal gooide hij zelf weg, veel werd verkocht door galerieën en op veilingen (voor aardige sommen). Sven Gundlach zelf had geen enkele ambitie om als kunstenaar voort te leven in de toekomst, in tegenstelling tot de grote Kabakov. Die lag er wakker van, zoals in zijn wereldberoemde installatie ‘Not Everybody Will Be Taken Into the Future’. Mocht Gundlach hebben kunnen antwoorden, hij had wellicht gezegd: “Who cares?” En dus werd hij niet ‘wereldberoemd’. Hij trok het zich niet aan. Maar zijn naam mag gerust in een adem genoemd worden met Kabakov, Monastyrski, Prigov, Bulatov, Zakharov, Nakhova, Alekseev, Pivovarov, Rubinstein, Komar & Melamid… de grote namen uit het Moscow-conceptualisme.
In 2005 trad hij nog een keer uit de schaduw, samen met zijn dochter Christina, voor de installatie ‘Womb of a Dream’ in een Russische galerie. Daarna werd het definitief stil rond Sven Gundlach. Hij trok zich terug op het platteland en hield zich voornamelijk bezig met een online encyclopedie over de cultuurgeschiedenis van zijn geliefde Rusland.
De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in een kleine parochie op 130 km van Moskou, waar hij de priester van de plaatselijke kerk bijstond, weg van het openbare leven, onthecht, op zoek naar innerlijke rust. In 2020 raakte hij besmet met het covidvirus. Sven Guidovich overleed op 14 december als Simeon Egorovich, ongetwijfeld met een Gundlach op de mond.
Als je graag meer weet over deze merkwaardige kunstenaar en een idee krijgt van zijn werk, dan kan je de pdf van 19 blz downloaden, zie onderaan deze reportage. Het is een flinke boterham maar de moeite van het half uurtje lezen meer dan waard.
tekst Kathleen Ramboer fotografie Kathleen Ramboer en copy right P.H.Jen
P.H.Jen, alter ego voor Philippe Vereenooghe, blijft al jaren onder de radar van de kunstwereld. Jaren, maanden, dagen, uren… werkt hij in zijn landelijk atelier, enkele werkruimtes, verborgen in het groen. Hier is zijn thuis, voelt hij zich thuis ver van alle culturele drukte. Op een middag in de lente mag ik mij urenlang verliezen in de verborgen kamers van zijn kleurrijk, poëtisch universum. Ik ontmoet er vreemde, doorleefde voorwerpen met patine uit een vaag verleden, een feest voor het oog.
Ontelbare canvassen, groot en klein, beschilderd en blanco, ingepakt of niet… getuigen van een ontembare drang zijn verbeelding aan het doek toe te vertrouwen. In dit ‘pakhuis’ voor kunst met kunst en tot kunst verheven voorwerpen laat ik me vervoeren. Deze droom met P.H. Jen als reisgezel zal ik me blijvend herinneren. Hopelijk blijft dit ‘heiligdom’ goed afgeschermd voor vreemde ‘elementen’, opdringerige bezoekers, die het eigenzinnig karakter van zijn werk kunnen of willen beïnvloeden. De canvassen en 3D werk van P.H.Jen reizen geregeld naar zijn galerie te Knokke-Heist en andere locaties om ze bloot te stellen aan het oog van het kunstpubliek.
HET AUTHENTIEKE KARAKTER VAN DE KUNST VAN P.H.JEN
Goût du Bonheur, copy right P.H.Jen
In een tijd waarin AI de wereld verovert, omarmt de kunstliefhebber in mij de authenticiteit van P.H.Jen. Zijn werkt roept reminiscenties op aan Picasso, Art brut, Corneille, Lucebert, diverse Cobra kunstenaars. Kunst brengt nieuwere kunst voort. Om het even uit welk vat P.H.Jen tapt, zijn schilderijen en installaties blijken onvervalst eerlijk. Ze zijn mentale, emotionele, poëtische selfies en etaleren een universum waarin de kunstenaar de hoofdrol speelt en waarin een ‘Goût du Bonheur’1 zich van het canvas meester maakt. P.H.Jen blijft stoïcijns doof voor de roep van de massamedia, voor een verstikkende beeldcultuur. Hij gaat zijn eigen weg, schildert een persoonlijk iconische wereld. Als toeschouwer laat ik de canvassen verhalen vertellen, communiceer met de figuranten op het kleurrijke doek en ontdek een wereld die ik tot de mijne maak. Avontuurlijk kijken naar deze canvassen, dat raad ik elke kijker aan. Stap in het imaginair karretje voor een ‘Voyage vers le futur’2.
Voyage vers le futur, copy right P.H.Jen
HOE ZIJN KUNSTGENAARSLOOPBAAN BEGON
Reeds vroeg groeit het besef niet geschikt te zijn voor een loopbaan in onze competitieve, harde maatschappij. De run naar commercieel succes is niet aan hem besteed. Phillippe Vereenooghe is muzikaal begaafd maar in het leven moet je keuzes maken en P.H.JEN kiest resoluut voor de schilderkunst, voor de academie: het KASK te Gent. Hij krijgt er les van kunstenaars als Karel Dierickx, Roger Wittewrongel … Jean Bilquin ontdekt de poëet in hem. Via deze ‘meesters’ leert hij het metier, dat steekt hij niet onder stoelen of banken. Zijn muzikale jaren, 7 jaar viool en 4 jaar piano laten ook sporen na, dit getuigen de vroege schilderijen met vloeiende kleurvlakken als melodieën en assemblages met repetitieve elementen3. De canvassen van de laatste vier jaar hebben iets jazzy, speels, improvisatorisch en experimenteel. Zijn oeuvre is een visuele symfonie. Luister naar zijn werk en je vangt echo’s op van emotionele demonen, je ontmoet een boeiende persoonlijkheid.
DE ASSEMBLAGES, INSTALLATIES, de meeste gemaakt vóór 2013
Er zijn van die kunstenaars waar je van de ene verbazing in de andere valt. P.H.Jen is er zo één. Zijn creativiteit is zonder grenzen. Zoals een strandjutter materiaal bijeenraapt na de storm, zo struint P.H.Jen graag rond in kringloopwinkels, rommelmarkten, vintage winkels. Zijn fantasie slaat op hol bij een onderdeel van een propeller, een deel van een straaljagervleugel, een oude pop, hoefijzers, pingpongballetjes3… Het materiaal spreekt tot hem, betekent inspiratie. Noem het ‘gevonden composities’ die uitdagen tot een fysieke fantasierijke interactie, gedoemd om verder te leven. Wegwerpartikelen geeft P.H.Jen een ziel, tastbaar in het ‘pakhuis’ van zijn dromen, zijn universum.
HET SPEL
Het creëren van 3D kunst is voor de kunstenaar een spel en de kijker… die geniet mee. Zijn installatie‘Raket’4 prikkelt de zintuigen, nodigt uit tot interactie. Het rotatieve element maakt het kind in ons wakker en verbindt de kunstenaar met zijn publiek. De gelakte pingpongballetjes op de garagepoort5, getransformeerd tot kunst, zijn van een speelse schoonheid, een spiele-rei, een spel op een rij. Het 3D werk ‘Oneindigheid’6 verraadt uren geconcentreerd werken. Het lijkt eenvoudig toch is hier over nagedacht. Aan het kunstwerk gingen repetitieve, meditatieve handelingen vooraf, wellicht neigend naar het spirituele. Uit een schijnbaar zinloze activiteit groeit kunst.
Raket
Kleinstructuur • Garagepoort, gelakte pingpong balletjes, copy right P.H.Jen
Afrikaans relikwie copy right P.H.Jen
GASTON CHAISSAC – ART BRUT – OUTSIDER KUNST
In het werk van P.H.Jen herken ik de intuïtieve stijl, uitbundige creativiteit, de oerkunst van Gaston Chaissac. Voor deze aan Cobra verwante kunstenaar heeft hij een tomeloze bewondering. Het gebruik van een Afrikaans masker, ‘Afrikaans relikwie’7 , verraadt eenzelfde zoektocht naar een oerkracht in de kunst en schepping, een zoektocht naar het spirituele. ‘Kunst is religie’, beweerde ooit Thomas Mann. De kunst van P.H.Jen is verwant aan het primitieve van de Art Brut kunstenaars. Niet beïnvloed door een stroming, in totale isolatie, scheppen zij pure onbezoedelde kunst. Een installatie zoals ‘Anatomie van het geheel’8 refereert naar deze authenticiteit.
VROEGE SCHILDERIJEN vóór 2013
Talrijke kunstenaars schilderen oorspronkelijk figuratief om abstract te eindigen. Bij P.H.Jen is het net andersom. Kleurrijke vlakken als uitdeinende waterplassen9 verdringen meer timide vlakken. Ze leunen tegen elkaar aan, zoekend naar evenwicht in de chaos. Kronkelende, kolkende lijnen spelen een spel tot ze een evenwicht bereiken. Een oogverblindende witte onderlaag versterkt de kleuren. Welke verf gebruikt de kunstenaar voor dit specifieke wit? Daar wil P.H.Jen niets over kwijt. Zoals vele kunstbeschouwers bega ik de fout een dubbele bodem te zoeken, een verborgen betekenis. Beweeglijke kleurvlakken als water dat een uitweg zoekt, staan die niet symbool voor het individu dat zich een weg baant in een constant evoluerende wereld? Bij onze kennismaking waarschuwde de kunstenaar me niet naar dubbele bodems te zoeken. Titels aan deze schilderijen geeft hij niet, die zijn te bepalend en verhinderen de toeschouwer een eigen invulling aan het werk te geven. Het is een oproep mee te denken met de kunstenaar.
LATERE SCHILDERIJEN, 2013-2024
La Magicienne, copy right P.H.Jen
De lyrisch zwemmende kleurvlakken evolueren stilaan naar een narratieve vitale kunst. Op deze doeken zegeviert de vrijheid, het bestaansrecht van de kunstenaar. De natuur, prominent aanwezig rondom woon- en werkomgeving, ontbreekt op het doek. De uitbundigheid en het ontembare van die natuur maakt zich integendeel wel meester van het canvas. P.H.Jen schildert spontaan, in een creatieve roes, alsof elke inspanning hem vreemd is. De verfborstel fungeert als magische toverstof die exuberante, vreemde, kleurrijke figuren op het canvas laat dansen en feesten. ‘La magicienne’10 is een bondgenoot. Het zijn ‘cobraneske’ doeken, de cobra kunststroming daar houdt P.H.Jen van. Op de canvassen koketteren zeemeerminnen, nestelen vogels, vertoont de kat sterallures, racet een cartooneske bolide het onbezorgde leven, een ‘vie insouciante’11, tegemoet. Als volwassene kijk ik met het plezier van een kind dat nog in sprookjes gelooft. Aan de titels die P.H.Jen de canvassen geeft, (h)erken ik een creatieve kunstenaar met fijne humor, ironie, fantasie… Ik word er instant vrolijk van. En toch, is het leven enkel rozengeur en maneschijn?
RECENT WERK
Pierrot, copy right P.H.Jen
Zijn recente schilderijen laten vermoeden dat er nog een andere kunstenaar in hem huist. De kleuren zijn minder verzadigd, valer. Er is spanning tussen abstractie en figuratie. Ogen staren je aan en vragen onderzoek. De werken zijn van een bedrieglijke eenvoud. De canvassen met één figuur, één hoofd, vertolken eenzaamheid, het zwaarmoedige. Het leven is niet één en al feest. Zoals ieder mens kent kunstenaar P.H.Jen zijn ups en downs. Zelf spreekt P.H.Jen van rijper, krachtiger, gelaagder en persoonlijker werk. Hij waagt zich aan experimenten met het doek, laat delen onbeschilderd wat het picturale ten goede komt. De Pierrot12, bij P.H.Jen een vrouw met ronde, grappige lippen, rode mond, geometrische neus en ogen,… is doordachter en met een knipoog geschilderd. Betekent dit het afscheid van de vrolijke, imaginaire droomwereld, een vaarwel aan een rijke beeldtaal?Persoonlijk hopen we op een evenwicht tussen het blijmoedige en de ernst.
Op de site https://www.phjen.com/ valt deze quote te lezen ‘lopen over het water zonder ooit de horizon te bereiken’ Creëert P.H.Jen ooit het ultieme meesterwerk dat zijn complete oeuvre overbodig maakt? En heb ik woorden gezocht voor woorden die niet nodig zijn? De fijngevoelige, poëtische en subtiele kunst van P.H.Jen zal ook in de toekomst voor zich spreken. Dit zijn de woorden van P.H.Jen: ‘Mijn werk heeft eigenlijk niets van betekenis… ik doe maar wat.’ Alsof hij zeggen wil: ‘Kijk er naar en geniet pretentieloos’.
Tekst Kathleen Ramboer Juni 2024
1 Goût du Bonheur • Acryl op papier – 114 x 175 cm 2 Voyage vers le futur • Acryl op papier – 114 x 159 cm 3 Kleinstructuur • Garagepoort, gelakte pingpong balletjes – 193 x 235 x 4,5 cm 4 Raket, 2022 • Assemblage van verschillende elementen, materialen: metaal & hout 5 Kleinstructuur • Garagepoort, gelakte pingpong balletjes – 193 x 235 x 4,5 cm 6 Oneindigheid • Lak en plakband op MDF-paneel – 245 x 122 cm 7 Afrikaans relikwie • Afrikaans masker en kunststofpaneel in houten kist met deur 8 Anatomie van het geheel • Assemblage van verschillende elementen (hout, bewerkt koper) – 216 x 71 x 71 cm 9 abstracte werken zonder titel • Olie op canvas? diverse formaten, vóór 2013 – afgebeeld schilderij 70 x 90 cm 10 La magicienne • Aquarel op papier – 60 x 80 cm 11 Vie insouciante • Acryl, zwarte inkt en aquarel op papier – 114 x 158 cm 12 Pierrot • Olie op doek – 50 x 60 cm
Schilderes en keramiste Energieke en gepassioneerde dame Met haar 91 lentes is ze het levende bewijs dat er op creëren geen leeftijd of grens staat.
Toen ze in 1988 op 55-jarige leeftijd als docente voedingsleer met pensioen ging, zegden haar zoons: ‘Mama hoe ga jij die zee van vrije tijd opvullen? Wij geven je een raad: je tekent graag, schrijf je in aan de Academie!’. Haar echtgenoot was dezelfde mening toegedaan en zo geschiedde. 7 jaren volgde ze les aan de Academie van Wetteren, haar woonplaats: te beginnen bij tekenen over schilderen tot uiteindelijk keramiek. Het vergde moed en volharding want de leraren destijds geloofden niet in de creatieve capaciteiten van een oudere dame (toen pas 55!) en richtten hun aandacht liever naar hun jongere leerlingen. Zij voelde zich vaak gepasseerd, ‘quantité négligeable‘ als het ware. Maar Betty zette door. En hoe! Ondanks de tegenwerking studeerde ze cum laude af. Naderhand hebben directeur en leraren zich bij haar verontschuldigd omdat ze haar verkeerd hadden ingeschat en onheus behandeld. Betty ontvangt me bij haar thuis waar ook haar atelier is. Ze vertelt hoe haar creaties tot stand komen, hoeveel vreugde haar kunst haar verschaft, hoe het haar jong en actief houdt zowel naar geest als naar lichaam. Dat alles straalt ze ook uit. 91 is ze nu, onvoorstelbaar energiek is ze!
Vooreerst toont ze me de werken die in haar living staan en hangen. Het zijn deze die haar het nauwst aan het hart liggen en het beste passen bij haar interieur. Zo is er een driehoekige vaas, haar lievelingsvaas, een uitdaging om die te maken, het kostte energie en tijd, maar het resultaat mag er zijn en daarom zal ze er nooit afstand van doen. Al haar creaties hebben een verhaal. Iets in haar omgeving treft, intrigeert of triggert haar, ze gaat er in gedachten mee spelen, geeft er een twist aan en maakt die tastbaar in een werk. Zo is er het verhaal van de knoop op een winterjas. Die knoop had een diepte. Zij heeft die knoop uitvergroot. Zij dacht: dat is iets om in te kruipen, ik zet er een figuurtje bij, deze kan op de rand zitten of erin tuimelen. Figuurlijk betekent dat dan: in de put zitten en er weer uitkruipen.
Maak je een voorontwerp? vraag ik haar. Min of meer. Ze krijgt een ingeving, maakt een vlugge schets en gaat ermee aan de slag. Terwijl ze bezig is kan het idee veranderen en iets totaal anders worden als wat ze oorspronkelijk in gedachten had. Er komen stukken bij of af. Soms wordt iets omvangrijks later een mini kunstwerkje of andersom. Elk kunstwerk bevat een kiem voor een volgende en soms komen ideeën samen in een nieuwe creatie.
Voorontwerpen met bijgekleefde foto’s van het afgewerkt product
Ze werkt graag abstract. Spelen met lijnen en vormen. Onconventionele vormen, zeker geen alledaagse. Zo maakt ze driehoekige serveerkommetjes i.p.v. van ronde en tekent ze geen bloemetjes, ‘die kunnen beter groeien en bloeien in ’t echt dan op een afbeelding’
Van de living troont ze me mee naar een bijgebouwtje waar haar computergestuurde keramiekoven staat en het nodige materiaal om klei te bewerken en te kleuren. Ze leert me wat ‘engobe’ en wat een ‘mirette’ is.
Bokalen met engobe en 2 mirettes
Betty werkt met natuurklei en wil dat men de ruwe klei, die staat voor ‘binding met de aarde‘, kan voelen en zien. Daarom combineert ze vaak in haar werkjes gepolijste en blinkende keramiek met ruwe gedeeltes.
Een ruwe kop in een geglazuurde krans en daarachter een schilderij
Resultaten van een les model en waarnemingstekenen aan de academie
Betty wil nog kwijt dat ze seriewerk haat, 100 keer hetzelfde maken is niet aan haar besteedt. Al haar werken zijn uniek. En nog dit : keramiek maken is een ambacht. Men moet dit ambacht onder de knie hebben om een kunstwerk te kunnen maken maar niet elke ambachtsman is kunstenaar en niet elke kunstenaar is het ambacht machtig. Van het tuinhuis gaan we terug het huis binnen, de trap op naar de zolder. Daar schildert ze en stelt ze haar werken tentoon. Het huis had vroeger een plat dak maar wegens de nood aan meer ruimte werd een puntdak geplaatst. Hier bewaart ze tekeningen en schilderijtjes uit haar academietijd maar ook recente schilderijen en keramieken.
Haar eerste schilderijtjes waren in olieverf, later schakelde ze over op acryl.
Ik zie een grote variatie in het tentoongestelde werk. Vele kunstenaars kennen verschillende periodes, elk gekenmerkt door een andere vormgeving, interpretatie, kleurgebruik, enz… zo ook bij Betty.
2 schilderijen, in gezelschap van keramieken kunstwerkjes
Na het bezoek aan de zolder babbelen we nog wat na in de living en aanpalende ruimtes. Ze toont me de map met voorontwerpen en notities. In de hall het schilderij waar Betty bij poseert (zie bij de inleiding van dit artikel) Ook: 2 zware koppen, bedoeld als steunen voor grote boeken, met daarboven een schilderij van een zeelandschap. Alles made by Betty.
Een map met recensies en foto’s van gemaakte werken waaronder de foto van een baby op een schelp, in opdracht gemaakt. De schelp als attribuut om de baby op te presenteren op het geboortekaartje.
Tot hier mijn bezoek aan deze bijzondere kunstenares en warme persoonlijkheid.
KUNSTBIËNNALE INFO BETTY GLORIEUX
Betty is sinds 2 jaar lid van Lakart, een collectief van kunstenaars uit Laarne, Kalken en Wetteren. Deze vereniging viert op 15-16 juni 2024 haar 10-jarig bestaan met een Kunstbiennale onder de noemer ‘Project X’ zaal Skala Colmanstraat 51 Laarne 34 leden/kunstenaars waaronder Betty nemen eraan deel. Zaterdag 15 juni van 13 tot 19 uur, zondag 16 juni van 11 tot 18uur
tekst Kathleen Ramboer fotografie Kathleen Ramboer en Wim Baes
De canvassen van Wim Baes kan je door hun eenvoudige heldere taal ‘lezen’ als het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de Dingen’ van Paul Van Ostaijen. Ze kijken je aan, stemmen je vrolijk, klaar om de dag tegemoet te treden.
Dag oranje vlekje op het roze canvas Dag zwart streepje naast de boom Dag bloempot op het blauwe oppervlak Dag cactus met de groene stekels
HET VERLEDEN OP DOEK
De kleine Wim is sterk aanwezig op de meeste doeken: de jongen die ronddwaalde in de bloemenwinkel van grootvader en later in het tuincenter van zijn pa. De canvassen tonen een wereld waar hij nog geen afscheid van nam. De kunstenaar tuiniert op het doek: vrolijke bloemen in sterk gestileerde, eenvoudige potten sieren het canvas, kleurvlakken blijken voedzame grond voor de tot hemel reikende bomen, boomstronken, bomen zonder blad, bomen zonder top…
De schilderijen lijken intuïtief, kinderlijk spontaan, toch is over elk vlekje, streepje, vlak, tekening nagedacht. De zwarte forse lijntekeningen, in een stijl verwant aan de cartoon, staan rotsvast verankerd op de perfecte plaats.
TERUG NAAR DE ABSTRACTIE?
De camera van Wim staat niet altijd op scherp, letterlijk en figuurlijk. Soms dwaalt hij af, laat de blik los, gebruikt het penseel als een onbestuurbaar projectiel, vecht met spuitbussen, oliepastels… niet bevreesd voor wanorde op het witte doek. Deze werkwijze werkt helend en veroorzaakt op het canvas een bom van expressie. Een haast kinderlijk geweld maakt zich meester van het oppervlak: amorfe vormen in felle kleuren domineren het canvas.
collage
Er is ook een ‘Fuck Balance’ reeks waarin de verwondering om de schoonheid van de kleine dingen zoek is. Wim Baes is een expressief schilder. Zijn doeken zijn dragers van een gemoedstoestand, leggen de ziel van de kunstenaar bloot. Ze zijn een open boek, een spiegel voor de diverse periodes in zijn leven. De liefde voor kleur evenals de ontwapende eenvoudige stillevens, potjes, vazen, cactussen, bomen, boomstronken, de schijnbaar oppervlakkige werken… misleiden de kijker. Het leven lacht hem niet altijd toe. In moedeloze tijden blijkt in het kunstenaarsleven de balans op vlucht. Dan stopt de zoektocht naar het ‘mooie’, naar de perfecte compositie, naar treffende kleurcontrasten en het vakkundige gebruik van licht en donker. Dan werpt hij alle klassieke schoonheidsnormen over boord en opteert niet alleen voor ‘lelijke’ (bestaat ‘lelijke’ kunst?) maar vooral voor bevrijdende kunst. ‘FUCK BALANCE’ is dé gepaste titel voor een heftige reeks die ondanks het negeren van alle esthetiek een bepaald publiek weet te bekoren en te charmeren. Wellicht is dit niet de bekommernis van Wim Baes. Deze FUCK BALANCE brengt bevrijding, geeft de kunstenaar de kracht schoon schip te maken en geeft hem de kans om opnieuw aan de slag te gaan met oog voor esthetiek. Dan maakt hij gebruik van graffiti voor een vernieuwde queeste naar schoonheid. De spuitbus met verf is een uitlaatklep om orde te scheppen in de chaos, om de onrust te doven die ronddwaalt in zijn hoofd. Net zoals het tuinieren tussen zijn geliefde planten, dan pas komt zijn ziel helemaal tot rust.
WERKWIJZE
De kunstenaar is een artistieke reiziger, hij vindt, in de wereld van de schilderkunst, zijn weg tussen diverse technieken en werkwijzen. ‘Schilderen is ploeteren, het juiste evenwicht vinden’ ‘is werken in volle concentratie’ vertrouwt hij me toe. Uit onvrede met het resultaat maakt Wim Baes nu en dan onverstoord tabula rasa en overschildert resoluut bepaalde delen of het volledige doek. Zoals na het optrekken van de mist, de natuur zich schoorvoetend in volle glorie openbaart, zo komt een schilderij van Wim, na acties als vegen, schrapen….. opnieuw tot leven. Hij ontbloot de onderschildering. In dit creatief proces omarmt Wim het onvoorspelbare, de toevalsfactor en schuwt het onvolmaakte niet: een vlek, veeg, streep maakt zijn canvas uitermate boeiend. Wim experimenteert graag met zelf geproduceerde verf bestaande uit pigment en acrylhars. Met deze persoonlijke verf verschijnen penseelstreken zichtbaarder op het doek. Ze verlenen het canvas een doorleefd gevoel. Het is aan de beschouwer de ontstaansgeschiedenis al of niet te doorgronden.
De werken van de kunstenaar zijn instinctief, rechtuit, zonder plan. Schilderen is voor hem een spel. Kleuren tuimelen over en in elkaar zoekend naar evenwicht. In die bonte wereld spelen eenvoudige voorwerpen op de rand van het banale… de hoofdrol. Wim Baes schuwt gemakkelijke kunst. Na een tijdje gaat dit spel de kunstenaar vervelen, het spontane neemt de vlucht, onrust overmant de kunstenaar, het is tijd voor een nieuwe uitdaging. Hij treedt graag uit zijn comfortzone, verlaat de veilige weg en bewandelt met graagte het pad van de visuele uitdaging.
copy right Wim Baes
Dan ruilt hij het penseel voor een paletmes, dan spuit kleur zwierig uit een bus en knipt hij bonte vormen. Graffiti en collage overmeesteren het spel als schilderen met verf hem niet meer prikkelt. In zijn collages kan Wim Baes emoties en treurnis kwijt. De knipsels brengen een hommage aan zijn overleden pa. Zoals zijn pa natuur verwerkte tot kunstige bloemstukken, zo verknipt, schikt en lijmt de kunstenaar restanten van vorig werk tot een nieuw planten en stilleven universum, tot zelfstandige kunstwerken, parallel aan zijn schilderkunst. Sluit als kijker ook hier niet je ogen voor toevallige imperfectie zoals lijmvlekjes, het gevolg van plakkerige handen, of een kleine veeg… Schoonheid vind je niet alleen in het kleurrijke voorplan maar ook in het onvolmaakte op de achtergrond.
KLEUR
Wim studeerde glaskunst. Is dit de oorzaak dat kleur een hoofdrol rol speelt in zijn oeuvre? De bewondering voor de expressionisten en Matisse zindert door in zijn werk. Hij debuteerde met abstracte landschappen en portretten in een coloriet dat doet denken aan werk van Der Blaue Reiter kunstenaar Alexej von Jawlenksky. Hij wilde abstraheren maar de dood van zijn pa bracht een ommezwaai naar stillevens met zich mee. Tot op vandaag schildert hij alledaagse voorwerpen en botanische vormen in wervelende kleuren waarin je de echo van zijn vader hoort.
Eerst waren er stillevens zoals de Matissiaanse rode kannen met tas gepositioneerd op een blauwe/groene ondergrond, nu is er vegetatie op een hoofdzakelijk roze achtergrond. Het huidige onderwerp, de boom, de boomstronk herhaalt zich in subtiele en vaak opmerkelijk wilde variaties en fotografische composities waarbij een deel van een boomstronk buiten het beeld valt. Warhol gebruikte voor zijn zeefdrukken graag flashy, fluo kleuren. Ook Wim Baes durft voor deze rebelse kleuren kiezen. Fluo oranje, citroengeel, cyaan, magenta, biljartgroen… dringen zich in zijn tegenwoordig werk aan elkaar op en/of zoeken hun evenwicht op een roze vlak. Wim Baes, de kunstenaar die niet in series werkt, schildert nu onbewust een ‘la vie en rose’ reeks als antwoord op een onverbiddelijke, harde maatschappij. Hij borstelt heftig de Barbie roze verf op het canvas tot de storm komt te liggen.
EVOLUTIE
Wim Baes vindt het boeiend terug te blikken en diverse werken met elkaar te confronteren. Gevoelige abstractie plaatst hij, als broer en zus, naast vrolijk figuratief, focus verbindt hij met unfocus. Alle canvassen zijn verbonden door een gemeenschappelijke zoektocht naar hetzelfde volmaakte beeld. Ze tonen momentopnames van de ziel, verschillende vonken van creativiteit puttend uit één en dezelfde inspiratiebron, zijn leven, zijn geschiedenis, de voorwerpen die hem omringen. Daarom beweert de kunstenaar geen evolutie in zijn werk te zien. Wie kan hem ongelijk geven?
Is de kunst van Wim Baes een spel? Is het spel van Wim Baes kunst? De verbeelding slaat bij beide, op hol, beide impliceren het onverwachte. Wim zoekt niet maar vindt op een jongensachtige manier spelenderwijs alle ingrediënten voor een krachtig doek. Zijn authentieke canvassen vieren feest, beloven een heerlijke wereld die donkere nachten verjaagt, waar iedere kunstliefhebber een warm gevoel van krijgt. Zijn kunst kent geen grenzen. De luchten zijn zwanger van grijze wolken, toch blijft de kleurenpracht van Wim Baes op mijn netvlies hangen. Ze houden de belofte in van een groene lente. Die kleuren, ik vergeet ze nooit.
Tekst Kathleen Ramboer maart 2024
INFO BOEK
The poetic beauty of Flowers & Art World & Works of Wim Baes
Als reporter van kunstpoort is het een feest in dialoog te gaan met Ann Bonne, een kunstenaar die het goed weet te verwoorden en haar uitgebreide kennis graag deelt. Als kunstenaar heeft ze veel metier en dat is zeldzaam in een hedendaags kunstklimaat dat vooral gericht is op concept en minder op creatie. Als leerkracht tekenkunst weet ze ongetwijfeld haar studenten te begeesteren en een balans aan te kaarten tussen inhoud, vorm en functie.
Kunstpoort Groeide je op in een gezin met liefde voor de kunst? Ann Bonne Kunst zit in de genen die ik via moeders zijde meekreeg. Ik ben de achterkleindochter van kunstschilder Leo Steel, toen een befaamd portrettist. Ook zijn zonen Georges, Albert en Etienne (mijn grootnonkels) waren kunstenaar. Toch stootte ik op verzet van thuis toen ik een kunstrichting uit wou. Na een jaar rechten aan de universiteit, ben ik toch vrije grafiek gestart. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik wilde tekenen en dat is mijn leven lang een constante.
Kunstpoort Was je studietijd aan de Sint-Lucas Hogeschool bepalend voor je manier van werken van nu? Zijn er leerkrachten die je kunst beïnvloed hebben, die je veel hebben bijgebracht? Ann Bonne Leerkracht Dirk De Bruycker was mijn mentor. Hij verlegde grenzen in mijn hoofd. Hij besteedde niet alleen aandacht aan figuratie maar ook aan abstractie.
Kunstpoort Ben je na je studies onmiddellijk beginnen les geven? Ann Bonne Inderdaad, ik heb het al doende geleerd.
Kunstpoort Kunnen de leerlingen je ook iets bijbrengen. Is er een wisselwerking? Ann Bonne Er is een dialoog. Mijn studenten, met minder academische vorming, hebben een onbevangen blik waar ik voor open sta. Persoonlijk probeer ik hen een balans tussen concept, vorm, materiaal en techniek mee te geven.
Kunstpoort Twijfel je aan je kunst of ben je overtuigd, wat ik maak is goed. Ann Bonne Als kunstenaar moet je zoals een wetenschapper geloven in je onderzoek.
Kunstpoort Wat zijn je inspiratiebronnen? Natuur? Muziek? Oude meesters? Het onderbewuste? De Nederlandse licht installatie kunstenaar Jan Van Munster zegt: ‘Als kunstenaar kom je sowieso niet verder dan je eigen biografie.’ Klopt dat voor je? Ben je ook zo een kunstenaar of kijk je verder dan je eigen leefwereld? Ann Bonne Natuur, muziek, literatuur… kan me inspireren. Mijn werk is niet biografisch wel omgevingsgericht. Een 17de -eeuwse lievelingsdreef en een liederlijke beek ook daterende van de 17de eeuw zijn dicht bij huis mijn geliefkoosde tekenlocaties. Tekenen is de vorm maar er is ook de bevrijding, het wandelen in de geest. Als kunstenaar moet je indringen in de tijd. Verstilling, de tijd nemen om te kijken en naar de kern gaan, de essentie verbeelden is belangrijk; een luxe, zeldzaam in deze jachtige tijden. Ook de beschouwer vraag ik die attitude. Ik heb nood aan mentale vernieuwing. Om de 15 jaar vernietig ik werk. Een mentaal archief helpt me verder te gaan. Mijn motto is een tekst van Thomas Mann. “Ook persoonlijk beschouwd is de kunst immers een geïntensiveerde vorm van leven. Zij maakt dieper gelukkig, zij doet sneller opbranden. Zij kerft in het gezicht van wie haar dienen de sporen van geestelijke avonturen, en zij veroorzaakt, zelfs als het uiterlijk bestaan kloosterachtig stil is, op de duur een verwendheid, oververfijning, afmatting en geprikkeldheid van de zenuwen zoals een leven vol uitspattingen van hartstocht en genot ze vrijwel nooit teweeg kan brengen.” Uit ‘De dood in Venetië’
Kunstpoort Je ‘Waterschappen’ zijn suggestief, niet echt figuratief te noemen. Hoe noem je ze abstract of figuratief, abstract/figuratief? Mochten deze werken geen titel hebben, dan zou ik stilletjes wegdromen, mijn fantasie laten spreken. Waardeer je het als de beschouwer een eigen interpretatie geeft aan je ‘Waterschappen’?
oud werk: schilderijen met onderwerp: de opaalkust
Ann Bonne Voor mijn reeks ‘Waterschappen’ zoek ik een evenwicht tussen figuratie en abstractie. Kunstpoort Dit schrijft Ann Bonne over haar reeks ‘Waterschappen’: “De lichtstralen worden avontuurlijke kringelende draden, abstracte draden, wervelende krabbels waaruit het licht tevoorschijn komt.” Ann Bonne Deze houding is me niet vreemd. Mijn eerste schilderijen met onderwerp de opaal kust, tonen vereenvoudiging, leggen de essentie van een waarneming bloot. Ik probeerde de rust van de zee te vatten, de typische kleur, de transparantie. Het verhaal mag niet primeren. Een persoonlijke interpretatie van de kijker is zeker welkom.
Kunstpoort Ik veronderstel dat je belang hecht aan techniek, dat je onderzoek doet naar een tekenproces dat het best bij je werk past. Je ‘Waterschappen’ zijn zilvertekeningen. Wat moet ik me daar bij voorstellen? Welk materiaal gebruik je?
zilverpennen
Ann Bonne Met mijn grondstoffen ga ik creatief om, probeer die naar mijn hand te zetten. Voor ik start met de tekening heb ik al wat werk verricht. Het papier, Zerkall aqua- en etspapier, prepareer ik met een kalklaag. Onder de kalklaag maak ik eerst een houtskooltekening. Op de kalklaag teken ik met een zilverpen. Door het gebruik van de zilverpen treedt een bijtende chemische reactie op en komt bij blootstelling aan de lucht, de tekening zichtbaar. Het zilver oxideert. Als bij magie komt de tekening tevoorschijn, eerst zacht, dan donkerder en donkerder tot ze de grens van donkerbruin bereikt.
Kunstpoort Je volgde vrije grafiek daarom heb ik een stil vermoeden dat tekenen met zilverpen verwant is aan het etsen. Ann Bonne Vergelijk het met droge naald. Met een zilverpen kan je geen contrasten leggen. Zoals bij de droge naald techniek, verkrijg ik door arcering nuances van donker en licht. Het ritme en dynamiek van het vrije arceren vind je terug in mijn oudere droge naald werken.
links WATERSCAPE III 1 2023 zilverpen, krijt op aqua Zerkall 35,4 x 38 cm rechts WATERSCAPE III 2 2023 zilverpen, krijt op aqua Zerkall 35,6 x 38 cm
Kunstpoort Je werken zijn teer, kwetsbaar, letterlijk en figuurlijk. Fixeer je de tekeningen? Ann Bonne Ik verpak mijn werk in pergamijn (kristalpapier), vervaardigd op basis van zuurvrije, zuivere cellulose.
Kunstpoort Na het zien op je website van je reeks ‘Mani di Milano’ heb ik het gevoel dat je geboeid bent door de oude meesters. Bestudeer je hun manier van werken, hun techniek? Wie is je grote voorbeeld? Welke oude meester bewonder je? Ann Bonne Ik kijk op naar Leonardo da Vinci en beschouw hem als een leermeester. Gefascineerd door ‘Het Laatste Avondmaal’ een olieverfschilderij op de pleistermuur van het klooster Santa Maria della Grazie in Milaan, maakte ik een uitgebreide, vergaande studie over de handen voorkomend op het eind 15de -eeuwse muurschilderij. Diverse handen blijken ook op andere schilderijen van Leonardo da Vinci voor te komen, vaak in spiegelbeeld.
mani di GIOVANNI ‘in pettine’ 40 x 48 cm zilver, houtskool, pastel, gesso op kalei-paneel
Ann aan het werk in de abdij van Tongerlo
Kunstpoort Over die handen geeft Anne Bonne een toelichting: De handen van Johannes brengt ‘het rustig in zichzelf gekeerd zijn’, de ‘stille smart’ tot uitdrukking. Da Vinci bereikt met deze handen, de vingers ineenstrengelend, een verstillend moment. Het is deze verstilling die mij ontroerde en inspireerde. Anne Bonne De handen, de houding, bevatten een onderliggende betekenis. Zo drukken de handen van Petrus verontwaardiging uit. Ik tekende 26 handen, ware grootte, op 24 panelen, de eerste in 2015, de laatste in 2023. Als voorbereiding voor de reeks ‘Mani di Milano’ bestudeerde ik, juli 2015, uitgebreid een kopie in de Norbertijnen abdij van Tongerlo. Daar bevindt zich de wellicht meest getrouwe en ook mooiste replica van ‘Het Laatste Avondmaal’ van Leonardo da Vinci. Het doek is 8,80 meter op 4,60 meter, geschilderd door een lid van de ‘Leonardeschi’ in opdracht van de toenmalige Franse koning, Louis XII. Deskundigen onderzoeken nu of Andrea Solario het doek geschilderd heeft en of Leonardo da Vinci enkele delen voor zijn rekening nam, onder andere het hoofd van Christus. In de abdij onderzocht en bestudeerde ik de renaissancistische maten en verhoudingen met behulp van metingen en fotografie. De reeks ‘Mani di Milano’ bestaat zoals ‘Waterschappen’ ook uit zilvertekeningen. Dit maal is gebruikt gemaakt van geprepareerde panelen. Ik kies ervoor; de geschiedenis, de sporen van het tekenproces te laten meespelen in een gelaagde tekening. De zichtbaar onderliggende lagen versterken het expressieve karakter van de doorleefde handen. De lijnvoering en arceringen zorgen voor tonaliteit, tenslotte komt door oxidatie zoals bij ‘Waterschappen’ een warm timbre naar voren.
mano di GIUDA destra 40 x 40 cm zilver, houtskool, gesso op kalei-paneel
Kunstpoort Je reeks ‘Klankschappen’ ook gezien op je site, vertoont volgens mij een meer expressieve vorm van tekenen, je potlood bereikt op zeker ogenblik een hoogtepunt zoals het Italiaans crescendo, het geleidelijk aanzwellen van de muziek. Anne Bonne Inderdaad, zoals bij ‘Waterschappen’ is de gestiek, de lijnvoering, de schriftuur belangrijk, het materiaal is expressiever en zet ik naar mijn hand. De partituren waarop ik teken zijn bewust gekozen, ze zijn de dragers waarop maat, ritme, kleur en ruimte samenkomen. De partituren ondergaan een technisch proces dat, interessant voor de beleving, zichtbare sporen nalaat. Zo werk ik met houtskool, plakkaatverf, gesso… op bladmuziek gemaroufleerd op Japans papier. De vooraf geprepareerde dragers neem ik mee op locatie. De tekeningen vertalen de muziek die ik in mijn hoofd hoor en waar ik zo van hou, liederen van Franz Schubert, mijn lievelingscomponist. Ik tekende op partituren van Der Wanderer D493 Schubert Ich komme vom Gebirge her, Es dampft das Tal, es braust das Meer.
70 x 100 cm, 8 partituurbladen, gouache en houtskool, marouflage op Japans papier
Wohin? opus 25, D 795 Die schöne Müllerin Schubert
70 x 100 cm, 8 partituurbladen, gouache en houtskool, marouflage op Japans papier
Kunstpoort Beoefen je naast de tekenkunst nog andere kunstdisciplines? Ann Bonne Door een ongeval ben ik toch wel beperkt in mijn keuze. Zo was ik genoodzaakt het beeldhouwen stop te zetten.
Kunstpoort Wat is en wat betekent kunst voor je? Ann Bonne Kunst is een bewustzijnsversneller. Kunst zet kunstenaar en kunstbeschouwer aan tot nadenken, tot dieper ingaan op de inhoud, tot interpreteren, tot intenser leven. Kunst bant oppervlakkigheid uit je leven. Goethe beweert: ‘Wie kunst heeft, heeft religie. Wie geen kunst heeft, heeft religie nodig.’ Een kunstenaar heeft een eigen religie, iets bovenzintuiglijk. Ben ik aan het werk, dan hoor ik niets, ruik niets… bepaalde zintuigen vallen uit. In opperste concentratie vergeet ik de wereld om me heen. Graag werk ik gestructureerd, volgens schema, op vaste uren. Eenmaal in mijn atelier, heb ik geen besef van tijd, daarom is het op die ogenblikken raadzaam een wekker op te diepen.
Kunstpoort Ik vind online weinig over je. Ik zie geen werk van je op sociale media. Vind je het niet belangrijk je werk te tonen? Heb je geen ambitie? Of werk je liever in de luwte? Ann Bonne Ik hou niet van het vluchtige, oppervlakkige van de sociale media. Mijn tekeningen zijn het resultaat van intens werk, zijn doorleefd, daarom hou ik er niet van dat de surfer die in één oogopslag, snapshot, beoordeelt, kan ‘like-n’ of ‘niet like-n’. Weinig tentoonstellen is een bewuste keuze.
Kunstpoort Wat bewonder je bij andere kunstenaars? Ann Bonne Zoals bij een wetenschapper blijkt voor een kunstenaar het onderzoekvermogen van intens belang, bij een kunstenaar is dat het beeldend onderzoekvermogen naar inhoud en vorm. Dat maakt het verschil met wat we noemen een ‘zondagsschilder’. Ik waardeer een kunstenaar die zijn kunst steevast heruitvindt. Dit kan alleen in financiële vrijheid.
Kunstpoort Kan je wat meer vertellen over de expo ‘waarschijn – de stilte van het licht’ licht beeldende zilvertekeningen in dialoog met het namiddagatelier tekenkunst SLA Ann Bonne Mijn studenten stel ik de vraag: ‘Wat betekent inhoudelijk en formeel water voor je?’ ‘Hoe verbeeld je water 2D?’ Ik gaf hen de opdracht thuis te werken, los van alle invloeden. Het leren werken buiten de les, eigen oplossingen zoeken, is betekenisvol. Enkele vertrokken vanuit inhoud, andere vanuit de vorm. Ik gaf iedereen een boekomslag waarmee ze aan de slag gingen. Door dit project maken de leerlingen kennis met het proces van tentoonstellen, met alles wat ermee gepaard gaat.
‘aquaria’ van de leerlingen van het ‘namiddagatelier Tekenkunst Sint-Lucas Academie-Gent’
Kunstpoort Wat zijn je toekomstplannen? Verder les geven? Ann Bonne Na 42 jaar les geven, werk ik verder in mijn atelier. Als leerkracht wil ik graag mijn kennis doorgeven. Misschien organiseer ik workshops toegespitst op materiaal en techniek, wie weet ook zomercursussen tekenen ‘en plein air’. Tuin, interieur, kleur zijn ook uitlaatkleppen voor mijn creativiteit. Drie tuinontwerpen zijn van mijn hand.
Kunstpoort Van welke kunstenaar, hedendaags, oude meester, bekend of niet… zou je graag een schilderij in je atelier of woonkamer ophangen zodat je er uren kan naar kijken? Ann Bonne Ik ga voor een abstract, minder toegankelijk werk. Waarom geen Rothko?
atelier en studies
Kunstpoort Een verrassende keuze voor iemand met een fascinatie voor oude meesters. Of toch niet? Een groene oase, een levend natuur-schilderij, omringt de leefruimte en het atelier van Ann. Mogelijk is hierdoor nood aan abstractie. Schilderijen van Rothko staan buiten de tijd en voelen aan als een wandeling in een stil bos. Bovendien kan je Rothko’s kleurvlakken beschouwen als geabstraheerde landschappen, een raakpunt met de verstilde, geabstraheerde ‘Waterschappen’ van Ann. We hopen niet alleen dat die stilte verder deel uitmaakt van haar kunst maar ook dat de poorten van de kunstwereld voorzichtig openen voor deze tijdloze zilver- en andere tekeningen.
INFO expo
Ann Bonne waarschijn – de stilte van het licht licht beeldende zilvertekeningen
Het namiddagatelier tekenkunst Sint-Lucasacademie Gent aquaria
stellen tentoon in de Sint-Amanduskapel n.a.v. Ann’s 40 jarig jubileum tekenkunst SLA
Opbouw van de expo waarschijn-stilte van het licht – Ann Bonne Aquaria – namiddagatelier tekenkunst SLA
Campo Santo Sint-Amanduskapel Joannes Roegierspad Sint-Amandsberg
Open 24-25-26 mei 2024 31mei-01-02 juni 2024 14 – 18 u
Barbara Van Dromme wordt als schilder aangetrokken tot onze natuur en nodigt de toeschouwer uit om te onthaasten en stil te staan bij het bedreigde wonder. De natuur, tegelijkertijd krachtig en kwetsbaar, blijft fascineren. We moeten haar eren en haar toestaan ons te helen.
Vanuit herinneringen laat Barbara op metersbrede doeken een bos het licht zien. Via de vier elementen water, aarde, lucht en vuur schildert deze Mechelse kunstenares landschappen, waarbij ze samplet uit zelfgenomen of verzamelde foto’s. In de horizontale speelruimte van het doek, krijgt het verticale gewicht, zodat de compositie draagvlak vormt voor het spel van licht en ritme. De mens die het kind in zichzelf kan horen, wilt spelen. Hij heeft een veilige plek van heelheid nodig, waar ruimte is voor vrijstelling en spel. Door een bos binnen te wandelen, wandel je eigenlijk binnen bij jezelf. Na een opleiding audio-visuele beeldende kunsten aan Sint-Lucas , heeft Barbara genoten van een specialisatie schilderkunst aan de academie van Mechelen bij Stefan Annerel. Ze is leraar artistieke vakken aan Ursulinen Mechelen.
De stille grijze morgen brengt rust. In de woonkamer van kunstenaar Jean-Paul van der Poorten omarmen woord en beeld mij langzaam. Blij verwonderd ontdek ik een bakermat van vrolijke kunst, kunstige uitgaven, gedichten… De kunstenaar tovert een morgen lang deze ruimte om in een klein museum en jawel ook in een podium. Voor de welgevulde boekenkast met een aanzienlijk aantal persoonlijke uitgaven citeert hij met veel passie, voor de raap, de bril in de hand, enkele gedichten. Hier huist een theaterman, dichter, kunstenaar, organisator, uitgever… een artistieke duizendpoot.
Dichter en beeldend kunstenaar
Jean-Paul van der Poorten is een woordkunstenaar die zich begeeft op het pad van de beeldende kunst. De dichter leeft samen met de beeldende kunstenaar, ze vormen een hecht paar, hebben elkaar nodig, twee identiteiten in één. De kunstwerken zijn als zingende strofen met een kleurrijke regel voor en na. Verzen verbergen een kleurrijk en vrolijk beeld.
Het begon allemaal figuratief
De liefde voor woord en beeld was er al van bij de geboorte. Vader, Firmin van der Poorten, had een passie voor de letteren. Hij was jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift Nieuwe Stemmen*. Moeder, Philomena De Decker, was modiste en ontwierp hoeden. Zoals de maskers en prullaria in het winkeltje van Ensors moeder een inspiratiebron bleken voor meesterlijke canvassen, zo inspireerden de hoeden, ontwerpen van de moeder van Jean-Paul de kunstenaar tot gekke, vrolijke, melancholische vrouwelijke portretten op papier. Later verdween het figuratieve en haalde abstract de bovenhand. Deze speelse, originele, abstracte werken wil ik graag in deze beschouwing een forum geven.
Techniek en formaat
Door de jaren heen heeft de kunstenaar een vrije, persoonlijke techniek ontwikkeld. Jean-Paul van der Poorten hanteert gewoonlijk een klein formaat (doorgaans 15 x 21 cm) en toch bezit zijn kunst een zekere monumentaliteit. Een afbeelding laat niet vermoeden hoe klein sommige werken wel zijn. Jean-Paul werkt bij voorkeur met ecoline op sterk zuigende papiervellen. Dat levert tevens een achterkant op die je kan bekoren zoals de goede muziek met minder hit potentieel op de B-kant van een vinyl single. De verso verbergt ongewild een tweede werk dat doet denken aan de aquarellen en werkwijze van Emile Nolde. Nolde liet de waterverf doordruppelen aan de keerzijde van het papier en bracht opnieuw verf aan op de al natte achterkant: nat in nat.
De werken van Jean-Paul van der Poorten verbergen een niet te achterhalen scheppingsverhaal. Ze zijn een raadsel in kleur. Misschien tast ook de kunstenaar in het duister? Jean-Paul is inventief in zijn materiaalkeuze. Een pipet bijvoorbeeld zorgt voor zwierige, kleurrijke lijnen die gezwind hun weg zoeken, op een pad dat er niet is, naar de randen van het vel papier om dan tijdig af te remmen; de compositie houdt het rustig.
Kleuren, vormen en lijnen
Zijn werk lijkt beheerste spielerei van een volwassene. Op zijn papier is er orde in de chaos, onrust die gaat liggen. Ik kijk als betoverd naar een geometrisch lijnenspel op een achtergrond van naar elkaar zoekende kleuren eindigend in een zachte omarming. Organische vormen tuimelen, buitelen en maken gekke sprongen, vakkundig een botsing ontwijkend, in een zwembad van kleuren. Ze zijn vrolijke figuranten op een malle draaimolen. De kleine vellen papier zijn een wervelend feest voor het oog, een poëtische dans van kleur, vorm en lijn.
Inspiratiebronnen, invloeden
Het bekijken van dit fascinerende werk brengt me in een melancholische bui en herinnert aan een magische kindertijd. De cobrabeweging schuilt in dit werk. Ik herken de schriftuur, de absolute vrijheid, het naïeve en het intuïtieve van de cobra. Met een snuifje Keith Haring street art er bovenop voel je perfect de sfeer aan van de kunst van Jean-Paul van der Poorten.
Ongetwijfeld houdt de kunstenaar ook van traditionele Afrikaanse kunst. De gedachte aan universeel ‘Afrikaans’ textiel dringt zich naar voor. ‘Afrikaanse’ prints, batiks, patronen voor stoffen…, ik zie dit allemaal op deze levendige vellen papier. Lijnen zingen een ‘Afrikaans’ lied, wriemelen druk over op en in elkaar, op het roodbruine, oranje met aardkleuren bedekte oppervlak.
De ziel
Jean-Paul van der Poorten heeft een grote bewondering voor Toon Hermans. Dat mag geen verrassing zijn. Hij creëert kunst zoals Toon Hermans schildert en schrijft, ongecompliceerd, eenvoudig en met een tikkeltje humor. Ik zie een vrolijk, blij mens al is er ook tristesse. Het attractieve oeuvre van de kunstenaar is authentiek en weerspiegelt de blije ziel van de kunstenaar.
Mijn verbeelding slaat op hol, mijn handen jeuken. Ondeugend wil ik zwarte bolletjes schilderen op de kleurrijke vellen, een hoekje omvouwen, randen scheuren, gaatjes prikken… Ik volg de vlucht van een zwarte vogel langs de wirwar van lijnen en zie hem neerstrijken in de kleurrijke holtes van het donkere oppervlak. Of ik verbeeld me een fladderende vlinder dronken van kleur, één en al vrolijkheid. Zijn werk zet de fantasie van de toeschouwer aan het werk, wekt het kind in ons. Wie kan daar iets op tegen hebben?
* Tweemaandelijks literair tijdschrift Nieuwe Stemmen (1944-1978) Directeur-hoofdredacteur: A. van den Daele
tekst Kathleen Ramboer fotografie copyright Jean-Paul van der Poorten
met werk van André Berner, Jos Bolle, André Bruylandt, Annette Defoort, Magali De Vlaeminck, Hans Droesbeke, Ronald Ergo, Linde Fobe, Christel Foncke, Lydia Liekens, MAIMAI, Achiel Pauwels, Marieke Pauwels, Goedele Soetewey, Lies Van Acker, Guy Van Assche, Patrick Van Craenenbroeck, Jan Van der Burght, Jean-Paul van der Poorten, Cathy Vijverman, Els Vos, Carry Wouters, Paul Yperman en Stijn Yperman
Opening zondag 2 juni 2024 om 15 uur Openingsuren van 2 tot en met 23 juni vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur en na afspraak. vrije toegang
Manon kampt op dit moment met een inspiratiepanne. Of te veel inspiratie. Ze heeft juist een “hexaptique”(serie van zes schilderijen) afgewerkt. Ze is foto’s aan het bekijken. Er staat een schilderij op haar schilderezel. Ze is er niet tevreden mee. Het schilderij vertelt een levensmoment. Manon was op vakantie in Mexico. Ze nam deel aan een bootexcursie en op de boot voor haar zat een dikke man met een te kleine t-shirt voor zijn lichaam. Ze vindt dat de zee te aanwezig is en het lichaam niet genoeg. Ze wil het opnieuw maken.
Covid als katalysator voor iets nieuw
Manon heeft Object Design in Doornik gestudeerd. Ze studeerde juist af toen de Covid pandemie begon. Er was niets te doen, ze had geen toegang tot ateliers. Voor het design en zeker voor de bouw van objecten heb je speciale ateliers nodig en veel materiaal. Dus begon ze met schilderen en ze is niet meer gestopt. Naast haar werk als cultuurcoördinator bij het OCMW schildert ze uitsluitend.
Dialoog over kunstwerken
Vraag aan een kunstenaar, in dit geval een kunstenares, naar haar kunstwerken en u zal begrijpen dat het niet zo evident is. Het is een soort “Déjeuner sur l’herbe” dat we bespreken. “Waarom heb jij voor dit licht gekozen?” “De inspiratiebron was donker of lichter, ja het was lichter. Ja het is moeilijk te verklaren waarom ik dit licht gekozen heb” “Waarom heb je deze persoon geschilderd, in de rechterhoek, die naar het toilet gaat?” “Dit soort van scène wordt altijd idealistisch geschilderd. Maar in de realiteit is één van de uitdagingen, naar het toilet gaan.” “En ik wilde een realiteit tonen waarmee iedereen geconfronteerd wordt”.
Zoete herinneringen
Manon heeft een “hexaptique” geschilderd. Elk schilderij toont een ruimte van de woning van haar grootouders aan de Franse kust. Een paar jaar geleden kwam ze met haar vriend in die woning. Het was een mooi moment, vol nostalgie. Het was een tijdje geleden dat ze was langsgegaan. Op dat moment kwamen veel herinneringen naar boven en heeft ze beslist dat dit moment gedocumenteerd moest worden: de keuken, de eetzaal, de badkamer. En ze zien er oud uit. Er wordt niet gerenoveerd. Het schilderij over de eetzaal heeft ze aan haar grootmoeder gegeven. Ze is er heel blij mee, ze is ook heel blij dat Manon schildert. Ze schildert zelf ook, maar als amateur dan. “Heb je het exact geschilderd zoals het is?” “Ja en nee. De lamp in de hoek staat er niet meer. Ik wilde die op het schilderij want er was een soort crimi verhaal getekend op de lampenkap. Het maakte me bang vroeger. Jezus boven op de deur heb ik weggelaten. “Ik wilde geen religieuze tekens.”
Kunstenaarsblok II
Een week na het interview staat het schilderij nog steeds op de schildersezel. Wijzigingen zijn zichtbaar.
Kunstenaar Christophe Annys is ontroerd en beroerd door de wereld om zich heen. Met zijn kunst weet hij woordeloos de kijker te treffen, een ervaring mee te geven en een poëtische vinger op de wonden van onze maatschappij te leggen. De werken van Christophe Annys zijn als puzzelstukken die in elkaar passen met als rode draad de kwetsbaarheid van mens, natuur en maatschappij. Toch staat hij positief in het leven. Spreken over kunst, over zijn beeldhouwkunst, brengt een risico met zich mee. Door erover te praten gaat de poëzie van een werk vaak verloren. Zijn werk heeft het overleefd. Zijn kunst ‘is een boek dat nog niet af is’ dixit Christophe Annys De kunstenaar verhaalde me hoe het allemaal begon en evolueerde. Tijdens het interview maakte ik kennis met een kunstenaar ‘pur sang’.
Kunstpoort Door welk voorval ben je kunstenaar geworden? Christophe Annys Een goede student was ik niet, ik wilde naar de kunstschool Sint-Lucas te Gent maar stootte op een neen van mijn ouders. Gent dat was te ver van Brugge. Ik behaalde het diploma van drukker maar dat beroep was niet mijn ding. Per toeval ontmoette ikPieter Boudens en leerde bij hem 2 jaar lang het ambacht van letterkapper. Als freelancer werkte ik af en toe bij de beeldhouwer Karel Van Roy van Beernem. Voor mij is hij heel belangrijk geweest. Door hem werd mijn kennis over stenen en technieken aangescherpt. Ik verhuisde naar Gent en startte een eigen zaak als letterkapper. Dat deed ik 25 jaar lang maar de laatste 10 jaar was de fut eruit.
KunstpoortBij een gebrek aan uitdagingen? Christophe Annys Neen dat was het probleem niet. Ik hunkerde naar meer dan alleen het ambachtelijke. Ruimtelijk denken is mij aangeboren, waarom zou ik geen beeldhouwer worden? Mijn job liet ik achter me en ik koos resoluut voor de kunstwereld. Met enthousiasme besloot ik les te volgen aan de academie van Gent, het volwassenen onderwijs, in de Offerlaan. Kunst moet je leren. Sommige krijgen gevoel voor kunst mee van hun ouders die ook kunstenaar zijn, bij anderen stond hun wieg in een kunstminnend nest. Ik verlangde mijn hele leven lang al naar het kunstenaarschap. Pas in de academie leerde ik wat kunst is of kunstenaar zijn betekent.
Kunstpoort Aanvankelijk werkte je figuratief, sculpturen, hoofden… denk je ooit nog terug te keren naar het figuratieve of blijf je bij je installaties, assemblages, eerder conceptuele kunst? Christophe Annys Ambachtelijk werken dat wou ik achter mij laten. Ik stortte me op de ruwe handelingen van de beeldhouwkunst. Het mocht woest en rauw zijn. Werken met een slijpschijf, sporen nalaten, vechten met steen, ik hield ervan. In de academie creëerde ik 2 figuren met onder meer betonijzer, 2 destructieve figuren in een gevecht verwikkeld. Of ik ooit nog figuratief zal werken, daar heb ik geen idee van, wie weet?
Kunstpoort Van waar komt de liefde voor carrara marmer? Waar haal je die marmer vandaan? Zoek je die persoonlijk uit? Ik weet dat kunstenaars vaak zelf naar Italië trekken om marmer uit te kiezen. Christophe Annys Het is een logisch gevolg van mijn tegenwoordige job. Ik werk drie dagen in de week bij een firma die stenen tabletten voor keukens vervaardigt. Ik zit dus aan de bron, zo kan ik me industrieel marmer aanschaffen. Het is een job zonder mentale verplichtingen of bekommernissen die me in staat stelt mijn geest vrij houden voor het creatieve proces in mijn werkplaats.
Kunstpoort Je tekent en schildert ook op marmer: ‘painted landscapes’. Had je een landschap voor ogen als je deze werken maakte? Christophe Annys Eerst waren er de ruimtelijke tekeningen op marmer later de schilderijen. Vorig jaar maakten we een reis door Laos. We trokken door fantastische berglandschappen, de drang om in mijn atelier te werken overviel me. Eenmaal thuis, kreeg ik de ets drukinkt van mijn dochter in het vizier en ging geestdriftig aan de slag. Mijn foto’s inspireerden me. Voor de duurzaamheid fixeer ik de inkt.
‘painted landscapes’
KunstpoortIs het schilderen op marmer een zijsprong of iets waar je verder mee wil? Christophe Annys Geen idee.
Kunstpoort Je vervaardigde ook een werk voor een openbare ruimte, voor een kinderdagverblijf te Deurne. Vaak is publiek werk moeilijk omdat je rekening moet houden met de ruimte, voorbijgangers, bezoekers, klimaatomstandigheden, duurzaamheid… Hou je van dergelijke uitdaging? Christophe Annys Dit werk in de openbare ruimte is een buitenbeentje. Ik diende een voorstel in en men keurde het goed. De ruimte vulde ik met keien in diverse volumes en materialen zoals inox, marmer, steen… en daarnaast kwamen een viertal stapstenen. Op die manier creëerde ik een tactiele omgeving die aanzet tot interactie. De keien en stapstenen prikkelen en stimuleren het kind tot een spel van glijden, klimmen, springen, vallen en opnieuw opstaan.
Kunstpoort Het gebruik van keien doet me denken aan een installatie van je: de iglotenten waar een kei in geborgen ligt. Deze was opgesteld bij IJsberg, Damme voor ‘niemand is een eiland’ Christophe Annys Dit werk was oorspronkelijk niet bedoeld als een blijvend kunstwerk. Het is eerder een therapeutisch werk dat deel uitmaakt van een verwerkingsproces. Na een bezoek aan de vluchtelingen kampen aan de noord Franse kust was ik enorm geëmotioneerd. Als persoonlijk verwerkingsproces drapeerde ik een gouden deken, vervaardigd van survivaldekens, over een bunker, ooit een onderdeel van de Atlantikwall en nu een stille getuige van een donker verleden. Enerzijds houdt een survival deken onderkoelde mensen, mensen in nood warm, anderzijds heb je daar ook die gouden glans, goud een symbool van onze rijke westerse wereld. Ik ontwierp ook kleine tentjes van plastic boodschappentassen, die symbool staan voor een wegwerp- en kapitalistische maatschappij die de ongelijkheid in stand houdt. In de tent deponeerde ik een kei van de stranden waar de vluchtelingen hun kampen opslaan. link naar video van de installatie https://www.christopheannys.be/?18 Later kwam een tent op grotere schaal voor Damme.
‘ataraxia’
Kunstpoort In je sculpturen van marmer integreer je telkens opnieuw het survival deken. Zo is er het fragiele kaartenhuis in carrara marmer dat je op een survival deken presenteert. Valt onze wereld uit elkaar zoals een kaartenhuisje? Een rijke grondstof zoals carrara marmer, plaats je tegenover het survivaldeken, een redmiddel om te overleven. Je werken zijn eyeopeners. Kan kunst bijdragen tot een bewustwording van de problemen in deze wereld? Is je kunst sociaal bewogen? Christophe AnnysIk ben geen rebel, ik sta niet op de barricades. Het is wel de plicht van een kunstenaar de tijd waarin hij leeft mee te nemen in zijn werk. Mijn sculpturen en installaties zijn eerder beschouwend, niet hoogdravend, stellen de wereld van vandaag in vraag.
‘we build this world’
Kunstpoort Op je website lees ik bij ‘fragments’ het volgende Naast het maatschappelijk thema waarrond ‘fragments’ draait, legt dit werk een verrassend dilemma bloot: maken of kraken? Als kunstenaar ben ik ervan overtuigd dat ik hier iets creëer. Het landschap dat spontaan ontstaat wanneer de steen de grond raakt. Als niet-kunstenaar zie ik een steen vallen en breken. Iets wat wij, jongens, zo geweldig vinden 🙂 Waarom is dit werk en ook wel deze performance, kunst voor jou? Is deze actie niet veeleer destructief, het vernietigen van schoonheid? Christophe Annys Het gebroken marmer is een ingreep van een kunstenaar, het resultaat van een performance. De stukken marmer verbeelden de Noordpool met zijn smeltende en gebroken ijskappen, veroorzaakt door menselijke gedragingen, hier het resultaat van een performance. Er is ook nog ‘reconstructing’, de gebroken plaat puzzelde ik terug in elkaar, de stukken schuurde ik glad als kussentjes en kleefde die op een survival deken.
‘reconstructing’ vervolg op ‘fragments’
KunstpoortIn het geheel van je verhaal zie ik sporen van fatalisme en optimisme. Wat haalt de bovenhand? Christophe Annys Ik ben heel zeker niet fatalistisch en toon kunst in een context.
Kunstpoort Wanneer ik je website en de sociale media raadpleegde, vielen me enkele werken op: ‘are we still OK?’, ‘The other side of the window’ plus ‘ataraxia’ de installatie met iglotenten in recup materiaal. Ze stralen niet alleen kwetsbaarheid uit maar zijn ook heel poëtisch. Vind je zelf je kunst poëtisch? Christophe Annys Ik probeer poëtische kunst te creëren die op zijn minst aanspreekt, aantrekkelijk en verrassend is. ‘borderless perspective’, een gouden zeil zwevend doorheen de ruimte van de ontwijde kerk van Meulestede, Gent, bracht mijn levendige fantasie aan het dagdromen. In mijn creatieve verbeelding zie ik een immens, 50m lang gouden zeil opbollen, de hoogte in zwiepen, wiegen op het ritme van de wind, en het publiek in een lyrische vervoering brengen. Misschien vind ik ooit een geschikte, voldoende grote locatie. Nu concipieer ik om praktische redenen kleiner werk.
“are we still OK?
Kunstpoort Hoe wordt een idee, een concept, geboren? Ben je geïnspireerd door een ervaring, een foto, een gebeurtenis… ? Christophe Annys Alles en iedereen kan me, meestal onbewust, inspireren. Onze reizen voeden een interesse voor andere culturen, een belangstelling die ik met mijn vrouw die modeontwerpster is, deel. Zo waren we ooit op reis in Japan en ik kreeg als geschenk een workshop kalligrafie bij Hiroshi Ueta. zie account @hiroshi_ueta op instagram Toen ik voorstudies aan het maken was, ontdekte ik plots de vlekken van de Japanse kunstenaar. Ik heb een zwak voor de suggestieve kunst van Sarah Sze. Wie weet sluipt gedachteloos haar kunst in mijn werk. Bij sommige werken speelt emotie een rol zoals bij het visualiseren van het vluchtelingenprobleem. Ervaringen op reis, foto’s kunnen een rol spelen.
Kunstpoort Prikkelt Gent, je thuishaven, je tot het voortbrengen van kunst? Christophe Annys Niet echt. Op reis kom je in een andere sfeer terecht, weg van het alledaagse, buiten de werksfeer. Dat maakt je ontvankelijker voor creativiteit.
Kunstpoort Als een beeld af is, wat voel je dan? Tevreden? Twijfel? Ben je in je hoofd al bezig met een volgend werk of project? Christophe Annys Meestal ben ik overtuigd en wanneer niet dan herwerk ik het werk of maak ik een andere versie. Wanneer ik ontevreden ben over een schilderij op marmer, dan kan ik gewoon de inkt afschuren en opnieuw beginnen.
Kunstpoort Vind je het belangrijk om tentoon te stellen? Christophe Annys Ik werk graag aan mijn kunst en heb behoefte om tentoon te stellen, dat ben ik aan mijn werken verplicht.
Kunstpoort Wat is echte kunst? Heb jij daar een visie op? Christophe Annys Niemand heeft daar een sluitend antwoord op. Kunst moet je in zijn context zien en vraagt integratie in de maatschappij. Er is ook de vraag, kan je elementen van kunst die horen tot de cultuur van een minderheid zoals de Inuit, de Native Americans of de eerste bewoners van het Australisch continent… aanwenden buiten zijn origineel kader? Culturele toe-eigening kan dat? Wanneer ben je geïnspireerd en wanneer eigen je je iets toe? Kunst moet in hoofdzaak weten te ontroeren, je raken.
Kunstpoort Antony Gormley, antropoloog en beeldhouwer, beweert ‘Eigenlijk is kunst onze manier om de tijd die alsmaar doorgaat stil te zetten. Via kunst zetten we iets in de wereld dat ons als het ware vereeuwigt. Dat ‘iets’ zegt: ‘Dit ben ik, ik ben hier geweest en dit laat ik hier achter om te tonen dat de mens de tijd toch kan stilzetten.’ Kan je je hierin vinden? Christophe Annys Ongetwijfeld. Mijn drang is groot om iets achter te laten, om wat te betekenen voor iemand. Bevestiging opzoeken zoals zovele kunstenaars op sociale media, ga ik niet doen.
Kunstpoort TOT SLOT Mocht je één dagje mogen samenwerken met een kunstenaar om een gezamenlijk kunstwerk te scheppen, aan welke kunstenaar denk je dan? Christophe Annys Ik weet het echt niet. Veel kunstenaars zijn ego trippers dus makkelijk zou dat niet worden, misschien een kunstenaar met een andere discipline? Een performer lijkt me het meest geschikt omdat een performance niet blijvend is en vluchtig, als een soort tegengewicht voor mijn beeldhouwwerk.
Bij het verlaten van het atelier van kunstenaar Christophe Annys besluipt me deze gedachte. Veel kunst van nu en van vandaag zal vergeten worden. Niet omdat het slechte kunst is, maar omdat niemand erbij stilstaat. Hier woont een kunstenaar die werkt aan een oeuvre waarin alle werken in relatie staan tot elkaar. Het is een coherent geheel, het ene werk wekt associaties op aan een ander, wat vorm, materiaal en vooral wat inhoud betreft. Hier woont een kunstenaar met visie en betrokkenheid tot de maatschappij, een kunstenaar van deze tijd. In de luwte werkt hij verder, verlangend om zijn werk te tonen. Wie weet laat hij kunst na, om het met de woorden van Antony Gormley te zeggen, ‘die aantoont dat de mens toch de tijd weet stil te zetten’. Ik wens hem een oeuvre dat niet verdwijnt op de bodem van de geschiedenis, een oeuvre dat hem vereeuwigt. Zijn kunst houdt in elk geval deze gedachte levendig.
Luc De Roeck (1956) is een kunstenaar ‘pur sang’, die technisch talent heeft kunnen koppelen aan een verbluffende theoretische en praktische kennis van de schilderkunst. Maar in de eerste plaats is hij iemand met een onverzadigbare drang naar creëren. Zijn hele oeuvre – honderden doeken, duizenden studies – is een zoektocht, een spel van verrassen en verrast worden, van verschijnen en verdwijnen. Zijn doeken lezen als gelaagde verhalen, intrigerend en fascinerend. Maak kennis met een man die kunst ademt en geniet mee van enkele werken die zelden of nooit getoond zijn (gebruik een groot scherm).
MINIMAL CAR (2004-1989-1986-1985)
Ik kijk naar een schilderij in zijn woonkamer. Het dateert van 2004 maar heeft een rijke voorgeschiedenis. Het diepe maar subtiele coloriet doet denken aan colour field painting maar het beeld is onrustiger dan het contemplatieve bij MarkRothko of BarnettNewman. Kleurenveld (colour field) past hier overigens letterlijk. Het beeld is geschilderd vanuit het perspectief van een vogel die hoog boven de Mojavewoestijn, in de Valley of Fire vliegt. Het vlak wordt doorbroken door een recht afgeplakte zwarte lijn van de autoweg die eindeloos eentonig door het landschap snijdt. Er rijdt een minuscuul zilverkleurig autootje op, met een stofwolk achter, het is de kunstenaar op zijn tocht, zich bewust van zijn nietigheid in dat onmetelijk panorama. De titel van het werk (Minimal Car) is ook een subtiele verwijzing naar minimal art. Het is heel gevoelig geschilderd, door een kunstenaar die zich terug in dat surreële landschap droomt en opgaat in de glooiende ongereptheid ervan. Zijn auto heeft hij pal op de gulden snede gecapteerd, kunstenaarsplezier, maar ook een teken van respect voor de indiaanse cultuur, waarin evenwicht van mens en natuur fundamenteel is. “Wij zijn het land, de aarde is de geest van de mensen, zoals wij de geest van de aarde zijn” schreef Paula Gunn Allen (Amerikaans dichteres, schrijfster, activiste…). Voor indianen is de aarde geen middel om te overleven, geen setting voor zaken, maar een onderdeel van ons zijn. De aarde, dat zijn wij. Luc is al heel zijn leven aangetrokken tot de indiaanse cultuur, hij vindt er essentie in terug.
Gefascineerd kijk ik naar het schilderij. Dan toont Luc me een grijze voorstudie uit 1985. “Picasso”, zeg ik spontaan. Hij lacht: “Dan is dit is mijn Guernica”. Ik herken een vogel linksboven, de indiaan op het paard in het midden, een hand en twee rode stippen in een groot centraal masker; rechts: een hoofd, gefragmenteerd in profiel en frontaal en verder overal indiaanse symboliek. Het geheel is geometrisch perfect in evenwicht. De punten boven-onder-links-rechts (NZOW) kregen extra aandacht. Ze creëren een ruimte, waarin je op ontdekking gaat en je jezelf verliest.
De voorstudie was de basis van een eerste schilderij (nu onderschildering) uit 1986: één en al kleur. De vogel linksboven is opgegaan in het landschap, de gemaskerde ruiter is verenigd tot een vogel (een raaf?), het paard is ook versmolten in het beeld maar kijkt ons nu frontaal aan, terwijl de gevederde indiaan rechts nu in driekwartzicht getoond wordt; de centrale indiaan met de bebloede hand komt uitdrukkelijker in beeld…. Vanop afstand blijf je de diagonale, horizontale en verticale verdeling herkennen, het evenwicht in de chaos.
Vier jaar later: het schilderij bestaat nog, maar het is verdwenen, overschilderd. “Het was niet af”, zegt de kunstenaar. “Ik vond de voorstelling te exotisch, te paradijselijk, terwijl de werkelijkheid toch wat anders was.” Hij heeft het o.a. over de conquista van Zuid-Amerika. In de overschildering laat hij in uitgespaarde contouren een schip voorbijvaren op de golven vanhet landschap dat met een roodbruine beits-glacislaag verzinkt in de aarde. Het nieuwe beeld verwijst zowel naar de kolonisatie als naar de zeevaartkennis van de indianen zelf. “Schepen hebben een opdracht” luidt de titel van zijn tentoonstelling in 1989.
En nog is het werk niet af. Na reizen in o.a. Navajoland (VS) en Ecuador, overschildert Luc het verhaal een laatste keer, zoals hij zich toen voelde: nietig in dat onmetelijk landschap, onder de indruk van de indiaanse culturen, de kleuren, de geometrische patronen, de traditie en het respect voor de aarde. Om de eindeloosheid nog meer in de verf te zetten heeft hij het werk platter afgesneden. Het resultaat is prachtig, gelaagd, rijk, kwetsbaar en mysterieus, zoals de geologische lagen van de grond waar het doek naar verwijst.
Hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer het me meevoert. Ik ga nu dichter staan en zoom in op details, eerst linksonder. Ik zie het plamuursel, een tactiele referentie aan de aarde (een knipoog naar AntoniTàpies, vermoed ik, een schilder die hij ook bewondert). Ik geniet van het ritme, de complexe gelaagdheid, dat prachtig warm coloriet. Herken ik nu een zeilschip op de golven links? Of laat ik me meedrijven in een droom?
Dan verschuif ik mijn focus naar een fragment rechtsboven, naar het autootje dat door het stoffige landschap scheurt. Ik herken de bebloede hand in het midden en ik voel de confrontatie van de eenzame reiziger met dat onmetelijk landschap dat de geschiedenis van een volk in zich draagt. Beide fragmenten zijn kunstwerken op zich.
OVER SCHILDEREN
Luc De Roeck tekent en schildert al langer dan een halve eeuw. Vroeger combineerde hij drie carrières: een academische als docent; een commerciële, als illustrator in opdracht; en een carrière als kunstenaar. Op zijn 67ste wijdt hij zich enkel nog aan de kunst, zonder kan hij niet. Hij wordt oprecht gewaardeerd door collega’s en ex-studenten, maar daarbuiten is hij relatief onbekend. Hij zoekt de publiciteit niet op. Je vindt op het internet welgeteld één tentoonstelling over hem en hij blijft weg van de sociale media. “Er zijn te veel beelden”, zegt hij. Ik ben het met hem eens, er is te veel vluchtige beeldconsumptie, zeg maar visuele pollutie.
Ik ben benieuwd of hij zich tot een kunststroming rekent. Zijn antwoord is even kort als veelzeggend: “Kunst is een vrijstaat”. De kunstenaar laat zich graag beïnvloeden, hij bestudeert, analyseert, maar hij laat zich niet in een keurslijf dwingen. Hij is soeverein. Er staan meer dan 800 kunstboeken in zijn atelier, alfabetisch gerangschikt. Hij neemt er een uit, het volledige oeuvre van Mondriaan, hij doorbladert het samen met mij en becommentarieert: “Kijk naar al die werken: realisme… impressionisme… fauvisme… kubisme… pure abstractie… en uiteindelijk ‘De Stijl’ waarvan Mondriaan bekend is, maar kijk dan, een paar jaar later: het veel speelsere ‘Victory Boogiewoogie’, zonder die zwarte lijnen, zonder die grote vlakken en in een ruit, geen vierkant of rechthoek meer. Mondriaan bleef zoeken, evolueren, veranderen, enkel zijn dood kon hem stoppen. Tot welke stroming behoort hij dan?” Het is een retorische vraag. Luc heeft gelijk. Wat is de relevantie gecatalogeerd te worden tot een kunststroming?
Toch kan je niet om de tijdsgeest heen, we zijn allemaal kinderen van onze tijd, antwoord ik. Hij studeerde af eind de jaren ’70, in een periode van werkloosheid, onzekerheid, defaitisme. “De grote verhalen zijn dood” schreef de Franse filosoof Jean-François Lyotard over het postmodernisme: de maatschappij was niet maakbaar, universele waarden waren zinloos, het individu is allesbepalend. Ik vraag hem of die periode zijn kunst heeft beïnvloed. Hij weet het niet. We zijn het er beiden eens over dat Lyotards wereldbeeld bewaarheid is geworden als we naar het doorgeslagen individualisme van vandaag kijken. Misschien daarom dat ik geen fan ben van popart, antwoord ik, ik vind het vlugge consumeerkunst, zogezegd uit protest, maar in wezen is het conformistisch eigenbelang, gemaakt om te behagen. Luc is het niet met me eens. Hij toont hij me een boek van Jasper Johns. Ik moet mijn mening bijstellen: werken als ‘Alphabets’ (1957), ‘False Start’ (1959), ‘RacingThoughts’ (1983) …zijn ongemeen knap in al hun eenvoud en eerlijkheid.
“Als je een beeld wil maken, moet je in iets geloven” zegt hij, “zo niet trap je in het ijle”. Schilderen is voor hem een engagement, een zoektocht, een proces van ontdekken, van analyseren, van beleving en van communicatie. Hij is zich bewust van zijn technisch talent, waardoor hij zich ongehinderd kan uiten op doek, maar daarnaast gaat hij ook op zoek hoe hij verworven vaardigheden een hak kan zetten, kan loslaten, hoe hij de beheersing uit handen geeft om verrast te worden. Hij is een kunstenaar die graag de grenzen opzoekt, plezier vindt in de uitdaging. Het is alsof hij de creatieve onrust nodig heeft om tot rust te komen.
Vijftig jaar schetsen en schilderen, duizenden vellen papier en honderden doeken: zijn oeuvre is omvangrijk en divers. “Het wordt tijd dat ik mijn werk begin te inventariseren” zegt Luc, “nu ik me nog alles herinner. Ik zou het jammer vinden dat al die verhalen, al die processen, de kern van al dat werk vervagen of verloren gaan. Terwijl hij dit zegt bladert hij door een van zijn ontelbare schetsboeken. We houden halt bij een reeks portretten uit 1984, van bekende kunstenaars, geschetst in Oost-Indische inkt: Eugène Delacroix, Franz Mark, Paul Gaugain, Pablo Picasso, Juan Miró, Nicolas de Staël, Mark Rothko, stuk voor stuk prachtige beelden, met stijlelementen die kenmerkend waren voor elk van de betrokken kunstenaars. “Intussen heb ik vele andere, recentere kunstenaars leren kennen en appreciëren, ook tijdgenoten en mensen dichter bij huis”, zegt hij. Het typeert de kunstenaar die nooit ophoudt met zoeken en ontdekken.
Van Rothko maakte hij ook een geschilderd portret, buitengewoon mooi: die vastberaden blik, zacht verdwijnend in het canvas, contemplatief, maar geschilderd in verticale borstelstreken. Ik zet er een foto van Luc naast. Het is alsof Rothko, de man die twintig jaar lang enkel zachtjes rafelende horizontale kleurenvelden schilderde, hem aankijkt: “Did you do this”? Typisch Luc De Roeck, denk ik: hij bewondert maar hij is geen slaaf. Hij aapt niet na.
FEEDBACK
“Feedback” is een ‘work in progress’ van 16 schilderijen, elk 1,8 meter hoog met een reusachtige gitaar, niet meer dan dat. Een aantal doeken zijn klaar. Als ze alle 16 af zijn zou de kunstenaar ze graag tentoonstellen als een galerij waartussen de bezoeker kan wandelen, als in een stroom van visueel geluid, oorverdovend stil. De beelden verwijzen naar gitaren van Neil Young, voor wie Luc een grote bewondering koestert.
De schilder voelt zich verwant met de muzikant die graag buiten de lijntjes kleurt en die nieuwe muzikale oorden blijft opzoeken. Young werd wereldberoemd met zijn rock en folk-ballades maar hij smeet zich met even veel overtuiging op country (“Old Ways”), blues (“This note’s for you”) en rockabilly (“Everybody’srocking”); ooit omschreef hij zichzelf als “a maker of noise”; hij componeerde en speelde filmmuziek (“Dead Man”); hij omarmde techno (in “Trans”, waarin hij zich o.a. liet beïnvloeden door Kraftwerk) … Minstens even baanbrekend is zijnactivisme: voor Farm Aid; tegen de Keystone XL pijpleidingen door indiaans gebied; tegen Spotify toen die weigerden een podcastcontract op te zeggen met een notoir covid-ontkenner (onlangs kwam dat contract ten einde en Young zit terug op Spotify); tegen Ticketmaster, dat grof geld verdient aan het opdrijven van ticketprijzen… Het hoeft niet te verwonderen dat een kunstenaar als Luc De Roeck inspiratie vindt bij een kunstenaar als Neil Young.
Eind 2009 zag Luc de legendarische film TheNeil Young Trunk Show, een concert waarin demuzikant na het eerste deel met akoestische ballades en zachte songs onverwacht overschakelde naar een radicaal elektronische jamsessie, waarin hij, als in trance, met rauwe, oorverdovende grooves, in zijn ziel liet kijken, alsof hij een statement wilde maken: “Jullie dachten me te kennen? Fuck all! Hier ben ik!” Action painting op gitaar. Zo ging de muzikant op een bepaald moment op het podium in dialoog met de feedback van Old Black, zijn iconische 1953 elektrische Gibson Les Paul. Dat was een bron van inspiratie voor Luc voor een project waaraan hij nu al langer dan tien jaar werkt. Het concept erachter zou je animistisch kunnen noemen, het herkennen van een ziel in een voorwerp: de gitaar op het podium van Neil Young (die het instrument een naam geeft, een identiteit, waarmee hij communiceert) en de gitaar op canvas van Luc De Roeck. Om de pret van de première niet te vergallen, toon ik in deze preview maar één van de zestien schilderijen volledig. Voor de rest beperk ik me tot een paar fragmenten.
Het is onbegonnen werk om de inhoud van elk doek te analyseren, daarvoor zou je in het hoofd van de kunstenaar moeten kunnen kruipen op het moment dat hij het schildert. Sommige schilderijen ogen turbulent en rauw, maar niet onbesuisd, de schilder kladt er niet gewoon op los. Alles is weldoordacht via studies en schetsen. Maar eens de schilder zich op het canvas gooit, laat hij zich leiden door gevoel, ritme en verrassing. (Ik herinner me een opmerking die hij maakte tijdens de lunch: “Jackson Pollock danste rond zijn canvas, hij liet zich verrassen door het resultaat van zijn bewegingen, maar hij wist wat hij deed, heel bewust”).
Ook in ‘Feedback’ valt de gelaagdheid op, de oude glaceertechniek. Lyrisch abstracte penseelstreken overschildert hij met strak geometrische vlakken. De onderwerpen daarvoor zijn gebaseerd op snapshots: een raam uit een kamer in Parijs, de binnenplaats van de Academie, een station in Praag, een kat op een ladder… banale beelden, die hij in schetsen synthetiseert tot een minimalistisch spel van lijnen en vlakken, van licht en donker, vooraleer ze kleur te geven op het canvas. Ik vraag hem: “Vanwaar die weerkerende geometrie in je werk?” Hij is gepassioneerd door de schoonheid van wiskunde, zegt hij, de gulden snede, Fibonacci, het evenwicht, de essentie.
Op, of beter ‘in’ de gitaren zie ik ook handen geschilderd, in heel expressieve vormen, soms als bovenste laag, soms onder een vlak. Hij heeft er een dik schetsboek aan besteed, tientallen bladzijden, alleen maar handen in alle mogelijke houdingen, eerst natuurgetrouw getekend en daarna gestileerd als bloem, blad, boom, dier… Bruikbare resultaten heeft hij boven zijn werktafel gehangen.
Ten slotte schildert hij alles wat zich rond de vorm van de gitaren bevindt weg, in een tint van wit, grijs of donker. Op sommige doeken brengt dat rust, op andere schemeren beelden door, een decor van ervaringen, met elkaar verweven maar vervaagd. Enkel de gitaren zijn niet gedempt, niet overschilderd, zij geven hun “feedback”, ongefilterd. Zoals ‘Old Black’ met Neil Young communiceerde via de versterker, communiceert elk doek nu met de schilder via de gitaar. In beide gevallen is de toeschouwer een getuige die zich kan laten meevoeren door de ziel van het werk.
En zelfs daar stopt het creatief proces niet. De vorm van de gitaar heeft nog een betekenis. In een schetsboek zie ik dat Luc tekeningen gemaakt heeft van dogū (oervormen van moederfiguren, zoals de Jōmon Venus (3000-2000 v.C.). De contouren van de schetsen lijken op de rondingen van een gitaar. De suggestie is gemaakt: Luc laat de steel van elke gitaar eindigen in een vrouwenhoofd.
‘Feedback’ is een bizar en intrigerend schouwspel. Ik ben nu al benieuwd om ooit door die galerij van gitaren te wandelen. Wanneer? Dat weet de kunstenaar nog niet. Hij laat zich door niets of niemand opjagen. Kunst is een vrijstaat.