Aan de rechterkant van het kanaal staan kopers en verkopers van tweedehands auto’s. Aan de linkerkant, tegen het gebouw, verhuren ze materiaal voor trouwfeesten. Daarnaast is er een feestzaal, hoofdzakelijk voor Marokkaanse trouwfeesten. Aan de overkant van de straat staat een modern gebouw, een lagere school. De balkons van het moderne flatgebouw achteraan geven een uitzicht op de kunstateliers via de grote ramen.
Oude Fabriek van Margarine
De transformatie van steden gaat in vele gevallen via de renovatie van oude fabrieksgebouwen. L’abeille Blanche, het onderwerp van dit artikel, is daarvan een typisch voorbeeld. Het gebouw dateert van 1895. Hier werd margarine geproduceerd. De stad Molenbeek heeft het gebouw geklasseerd. De ingang is groot en hoog. Daar bevinden zich de keuken en de toiletten, ook tafels en banken. Een paar fietsen geven aan dat er kunstenaars aanwezig zijn. Boven stapelen schilderijen, tekeningen, kledij, kleine beeldhouwwerken, tapisserieën, foto’s, potterie zich op. Het zicht doorheen de verdieping is vrij, er is geen muur.
Diversiteit , een sleutelwoord en het handvest
Tachtig ateliers op twee verdiepingen vormen het hart van L’abeille Blanche. Dat betekent tachtig kunstenaars/ kunstenaressen. Er zijn geen muren, elke kunstenaar laat zijn kunstwerken en zijn materiaal achter in het atelier. Er heerst een totaal vertrouwen tussen de kunstenaars. Iedereen is zich bewust van het handvest en dat speelt een cruciale rol in de keuze door de kunstenaars voor L’Abeille Blanche. Het handvest benadrukt de diversiteit, die is bijzonder belangrijk.
“Je crée et respecte un environnement inclusif pour tous; que ce soit sur le sexe, le genre, la couleur, les convictions religieuses, un handicap ou une caractéristique physique, l’âge et l’orientation sexuelle.”
Het ontstaan en de zoektocht van de kunstenaar
“Na covid hebben we gezien hoe moeilijk de kunstenaars het hadden”, zegt Marcus, één van de stichters. Zeker om een atelier te vinden. “We hebben gewoon een gebouw gezocht op het internet, veel bezocht en gekozen”. Kunstenaars moeten soms hun oude atelier plotseling verlaten, of ze komen in België aan of hebben hun studie afgewerkt. In de zoektocht naar een betaalbaar atelier moeten ze in alle richtingen zoeken. In dit geval is Facebook/ Instagram een goed pad. De meeste van de kunstenaars deden het zo. Bij L’Abeille Blanche is de oppervlakte van het atelier relatief flexibel. Dus behoefte en financiën komen goed overeen.
Wandelen door de ateliers
Voor wie van kunst houdt is L’Abeille Blanche de grot van Ali Baba: daar een realistisch schilderij, ginder een strip tekening, ach nee, niets van waarde, nog wat oude posters van films, abstracte schilderijen, een weefmachine, oneindig veel… een leuk feest voor het oog.
De stichters en de kunstenaars
Marcus, één van de twee stichters, is zelf illustrator en tattoo artiest. Het sociaal engagement deelt hij met Jonathan, de tweede stichter. Die gaat verder dan de ateliers. Zo hebben ze een winkel en tattoo studio geopend in de Marollen in Brussel. Daar worden kunstwerken van lokale kunstenaars verkocht. En de kunstenaars? Daarover kan je lezen in de volgende artikels.
Als we om 13u de inkom voor de grote zaal in het gemeenschapscentrum Felix Sohie (Hoeilaart) binnenkomen, zijn er al wat mensen in de weer om voor de voorstelling van 15u alles rond de tickets in orde te brengen. We worden hartelijk onthaald door de energieke Isabelle Hardy een van de actrices van Koninklijke toneelvereniging De jonge druivelaar en een van de hoofdrolspelers in het blijspel dat we straks gaan zien, Taxi Taxi! Nadat Isabelle iedereen enthousiast begroet heeft, gaat ze ons voor de zaal in om daar te gaan zitten voor een kort interview. Een blik op het decor maakt direct duidelijk dat we het hier over een toneelgezelschap hebben dat kwaliteit hoog in het vaandel heeft.
Spelen bij de Jonge Druivelaar
We hoeven niet veel vragen te stellen. Isabelle begint met te vertellen dat ze zelf van Overijse is en daar 20 jaar geleden begon met toneelspelen bij de toneelvereniging Tros. Nu speelt ze 5 jaar bij de Jonge Druivelaar. Ze vertelt: “Het is een kleine vereniging met een warm hart. De laatste jaren komen er steeds meer leden bij en Jan van Assche, de vaste regisseur, is een fantastische man. Hij is heel creatief en een heel goede regisseur.”
Elk jaar in het laatste weekend van november speelt de Jonge Druivelaar een stuk in het gemeenschapscentrum Felix Sohie. De data voor volgend jaar liggen alweer vast.
De keuze voor een stuk maken de spelers en de leden van het bestuur samen. Er wordt gekeken naar het aantal spelers dat mee wil doen en de verdeling mannen en vrouwen. Als de keuze gemaakt is, volgt er een eerste lezing en op basis daarvan kiest de regisseur wie welke rol zal spelen. Van dit stuk heeft Isabelle nooit een voorstelling gezien, wel hebben de spelers samen wat stukjes op YouTube gekeken, maar ze willen zich niet te veel laten beïnvloeden en zoveel mogelijk hun eigen versie maken.
Taxi Taxi!
Taxi Taxi! gaat over een taxichauffeur die twee echtgenotes blijkt te hebben en Isabelle speelt een van de twee vrouwen, Marleen.
Isabelle zegt: “Ik was van het begin heel blij met deze rol. De taxichauffeur wordt gespeeld door Eric Stas en met hem speel ik al 20 jaar, ook in het andere gezelschap in Overijse. Eric is niet alleen tekstvast, maar hij speelt ook echt en daardoor is het fantastisch om met hem te spelen.” Ze heeft al dikwijls een rol gehad als zijn vrouw.
Voor de zomer is het stuk gekozen, in augustus hebben de spelers het kunnen lezen en vanaf september zijn ze beginnen repeteren, twee keer per week, meestal op maandag en woensdagavond. Isabelle voegt toe: “Bijzonder was dat bij dit stuk iedereen bijna vanaf het begin kon spelen zonder tekst. Iedereen had heel snel door van waar hij moest opkomen en met welke rekwisieten.”
De drie voorstellingen, vrijdag-, zaterdagavond en zondagnamiddag zijn uitverkocht. Dat is de verdienste van de spelers en alle betrokkenen. Isabelle zelf heeft haar familie en vrienden gemobiliseerd en deze zondag zal een groep collega’s aanwezig zijn. Ze zegt: “Spelen voor een volle zaal is heel dankbaar. Het Hoeilaarts publiek ziet wel het liefst een blijspel zoals Taxi Taxi! Iets ‘shakespeareaans’ zou hier niet aanslaan”. Zelf heeft Isabelle wel ervaring met andere genres.
Het blijft bij deze drie voorstellingen. Ze spelen niet in andere gemeenschapscentra of zalen. Daar zou niet voldoende belangstelling voor zijn, omdat er toch vooral lokaal publiek getrokken wordt.
Waarom spelen bij de Jonge Druivelaar
Isabelle geeft ons haar drie redenen waarom ze bij de Jonge Druivelaar speelt: “Het geeft mij ongelofelijk veel energie, ik vind de regisseur fantastisch; hij kan van iets op papier een heel leuk stuk maken. En de spelers zijn supertof. We creëren hier vriendschapsbanden.”
Over het decor vertelt ze nog dat ze pas sinds vorige zondag in het decor hebben kunnen spelen. Daarvoor oefenden ze in hun repetitiezaal met een paar stoelen en tape om een deur of zo aan te geven.
De regisseur
Isabelle moet zich haasten naar de schmink en wij gaan verder praten met de regisseur Jan Van Assche. Jan is pas geridderd in de Orde van het Gulden Masker (hoofddoel het steunen en promoten van het amateurtheater) en heeft al heel wat voorstellingen op zijn naam staan. Hij wordt een van de creatieve trekkers van de druivenstreek genoemd en niet alleen voor toneel, maar ook op het gebied van muziek.
Hij zegt eigenlijk vanaf zijn 15e al betrokken te zijn bij de Jonge Druivelaar. Het begon met schooltoneel en jeugdmissen en sinds 1987 is hij de vaste regisseur. Het liefst schrijft hij de stukken zelf. Zo heeft hij in 2019-2020 zijn eigen geschreven musical rond Felix Sohie mogen uitwerken met een cast van 500 man. Felix Sohie was de eerste druiventeler van Hoeilaart en stichtend lid van de harmonie De Jonge Druivelaar waar later de toneelvereniging uit voortgekomen is.
Jan draagt De Jonge Druivelaar een warm hart toe. Het is de oudste culturele vereniging van Hoeilaart met een mooi archief. Jan heeft laatst ook een concert gemaakt met de harmoniemuziek en kluchtliederen van het einde vd 19e eeuw.
De cast
Jan is tevreden over het gekozen stuk Taxi Taxi! en vindt de vertaling goed. Hij zegt er wel bij dat hij het stuk naar gelang de repetities vorderden, had willen herschrijven, rekening houdend met de acteurs. Hij vertelt: “Taxi, taxi is van de jaren 70. Het zou vandaag de dag niet meer geschreven worden. De humor is op het randje, maar het is hilarisch en het brengt heel rare herkenbare dingen samen. Het publiek kan ermee lachen.”
Het casten voor een gekozen stuk is moeilijk. Er is geen overschot aan acteurs. Jan vertelt: Je moet roeien met de riemen die je hebt. Jonge mensen zijn moeilijk te motiveren voor actieve kunsten, ook al is er veel talent en zou het goed zijn om dat talent te gebruiken in een omgeving als de toneelvereniging. Mensen zouden moeten inzien dat het op deze plek is dat je jezelf ontdekt, zelfzekerheid kweekt, dat je je weg vindt voor de toekomst.”
Hij vult aan: “Met talent moet je het podium op, je moet het naar buiten brengen, anders kom je er niet. Onder de douche zingen is niet voldoende.” Jan vindt het jammer dat het nu vaak gebeurt dat jongeren tot hun 18e aan de academies zingen, muziek maken of toneel spelen en dat het stopt als ze eenmaal gaan studeren en op kot gaan wonen door een overschot aan activiteiten.
En dat is een probleem voor verenigingen als de Jonge Druivelaar. Toneelverenigingen hebben de neiging om oud te worden, als cast, bestuur en publiek. Oudere acteurs trekken ouder publiek, jonge acteurs trekken jong publiek.
Jan denkt dat om publiek te trekken social media niet voldoen. Hij vraagt zich af of we niet terug moeten proberen de brievenbus te bereiken, ook al kost dat meer geld.
Volgend jaar
Met het stuk voor volgend jaar is Jan nog niet bezig. Hij zou zelf wel iets willen schrijven, maar hij zou geen blijspel zoals dit kunnen schrijven. Hij zegt daarover: “Je moet een kronkel hebben die ik niet heb. Deze humor is ook niet de specialiteit van de Vlaming. Iets maken wat de mensen doet gieren van het lachen, kan ik niet. Als het geschiedkundig, origineel van benadering moet zijn, graag.”
Over het stuk zelf zegt hij: “Het is een moeilijk stuk, het verspringt constant, hoe sneller het gespeeld wordt hoe beter. De ene dag lacht het publiek wel om een grap en de andere niet. Waarom dat zo is, weet Jan niet.
De voorstelling
Om 15u begint de voorstelling. De zaal loopt vol, het publiek zoekt een plaats en voordat het gordijn opengaat, spreekt de voorzitter van de Jonge Druivelaar ons toe. “In de pauze is er een tombola, formuliertjes daarvoor vindt u daar en daar, …”
Het gordijn gaat open, de muziek begint en we kijken naar wat op het eerste gezicht één woonkamer lijkt, maar als je goed kijkt, zie je dat deze uit twee verschillende delen bestaat, de zetel is aan de ene kant wit en aan de andere kant beige. In het ene deel woont taxichauffeur John met Vera en in het andere deel met Marleen.
Isabelle, oftewel Marleen, opent het stuk en we zijn vertrokken voor bijna 2 uur toneel. Of het publiek lacht om dezelfde grappen als het publiek van gisteren kunnen wij niet beoordelen, maar gelachen wordt er.
Op een regenachtige en frisse herfstdag rijden we naar Asse, parkeren we achter het imposante gemeentehuis van Samson en Gert en staan we voor een groen woonhuis met in grote letters ’t Smiske erop. Aan die letters en de ingang van het huis zie je dat dit huis geen gewone woning is.
Een oude smidse
We gaan door de voordeur en komen op een soort binnenplaats tussen het huis en een gebouw dat er wel uitziet als een plek van samenkomst. Toch gaan we daar niet naar binnen, want we worden vanuit de verbindende ruimte tussen het woonhuis en de zaal geroepen door een man die Reinout blijkt te zijn. Van Reinout weten we dat hij de coördinator is van alles wat er in ’t Smiske plaatsvindt, maar we zijn hier vandaag om eens verder te horen wie hij is, wat hij doet, wat ’t Smiske is en wat daar allemaal gebeurt. We zijn benieuwd.
We voelen dat Reinout het jammer vindt dat we niet direct in de zaal terecht kunnen. De zaal is immers daar waar het gebeurt! Er is op dit moment een samenkomst van een groep gepensioneerden en blijkbaar babbelen ze daar nog wat na. Reinout vraagt ons om in de tussenliggende ruimte plaats te nemen. De ruimte is een doorgang, smal met een tafel een zetel en van alles en nog wat. Dat muziek hier belangrijk is, zie je aan de wand die volledig ingenomen wordt door planken met CD’s. Reinout vertelt dat hier Den Appel was, een CD-winkel met de grootste verzameling folk- en volksmuziek van Europa, maar dat ze de CD’s nu allemaal verkopen. Het is immers het einde van het CD-tijdperk.
Folk en Breughel
Het verhaal van het ’t Smiske zoals het nu is, is 23 jaar geleden begonnen. De ideeën voor de uitbating vinden o.a. hun oorsprong in Gooik, daar waar allerlei initiatieven en stages rond folk georganiseerd werden. Reinout vertelt: “De folkscene is daar terug opgestart. In Gooik kon je op allerlei oude instrumenten leren spelen, het hele folk repertoire werd daar opgevoerd, in een heel familiale sfeer, ons kent ons en de groep muzikanten breidde alsmaar uit. Alle folkies kwamen daar bij wijze van spreken uit de catacomben bij elkaar, uit het ondergrondse milieu. Daarvoor werd bij folk eerder aan Angelsaksische folk gedacht terwijl o.a. op Dranouter bleek dat er eigen streekgebonden Vlaamse muziek was met een eigen timbre en eigenheid”. Reinout verwijst naar de schilderijen van Breughel. Reinout leerde in Gooik op zijn 15e doedelzak spelen en al snel was hij de beste doedelzakspeler van Asse. Hij zegt zelf: “Dat was niet zo moeilijk, want er waren geen anderen.”
Ontstaan van het ‘t Smiske
Naar aanleiding van zijn ervaringen in Gooik bedacht Reinout dat hij meer wilde doen met folk. Hij zegt hierover: “Folk heeft zijn eigen ecologisch getinte filosofie van tradities, vanwaar komen we, hoe groeien we, wat geven we door aan volgende generaties, samen muziek maken, samen dansen, bewegen en beleven.” Hij kreeg een soort visioen over ’t Smiske als ontmoetingsplek. Vier tot vijf jaar lang bleef het bij fantaseren, vaak met anderen, tot diep in de nacht op café. Met een groep vrijwilligers, ‘de bende van Asse’, begon hij de smidse op te ruimen en tot concertzaal om te bouwen. In 2000 begonnen ze met de eerste concerten. Sindsdien waren er twee, soms drie concerten per weekend. In de loop der jaren is de link met folk gebleven, maar ook alle akoestische Nederlandstalige muziek is welkom. Het gebeurt wel eens dat er bijvoorbeeld een heavy metal concert plaatsvindt, maar daar wordt geen promotie rond gemaakt. Er is een brede gemeenschapswerking; gepensioneerden, kinderen in een talentenstage, de appelmoesband (rock ’n roll op kindermaat, Appelmoesband), werkelijk voor alle leeftijden. Café Combinne, een praatcafé waar Nederlandstaligen en anderstaligen elkaar ontmoeten (https://avansa-hallevilvoorde.be/cafe-combinne) is hier ontstaan. Nu is het over heel Vlaams-Brabant verspreid en is de organisatie overgenomen door Avansa. Er is het ‘desdagcafé’ op dinsdagvoormiddag voor allen die de dinsdagmarkt bezoeken, het woensdag- en het zondagcafé.
Oltid Olsan, muziekband uit West-Vlaanderen
Een scene voor muzikanten
Reinout is eigenaar (samen met zijn vader, broer en zus), oprichter, coördinator, maar vooral programmator van ’t Smiske. Zijn netwerk bestaat vooral uit muzikanten. In ’t Smiske zijn dan ook al zo’n 1000 concerten georganiseerd. Reinout vertelt: “Muzikanten kennen het. We betalen niet veel, maar ze komen hier graag voor een try-out of gewoon omdat ze een intiem concert willen. Beginnende muzikanten, waar pareltjes tussen zitten, kunnen vaak niet terecht
in het cultureel centrum, omdat het een grote zaal moet vullen. Hier zijn ze altijd welkom. Spelen voor zo’n intiem publiek is voor muzikanten hevig, intenser. Plankenkoorts is vaak groter.” Om optredens te selecteren zou Reinout graag pro-actief handelen, maar er is te veel vraag naar try-outs en kleine optredens.
Er zijn nu, meer dan 20 jaar geleden, veel meer technisch goede muzikanten die ervan dromen iets meer met muziek te kunnen doen, maar er zijn te weinig locaties en er is te weinig luisterpubliek voor het aanbod. Het zou fijn zijn als samen muziek spelen voor iedereen laagdrempelig zou zijn. Vroeger kon dat. Je pakte een muziekinstrument, probeerde te spelen, ging samenspelen en al doende leerde men. Nu wordt er al op heel jonge leeftijd gestart met opleidingen, waardoor het niveau zo hoog is, dat spontaan muziek maken er niet meer bij is. Reinout: “Programmeren betekent ook blijven volgen. In bepaalde genres doe ik dat niet meer, toch niet heel intensief meer. Er zijn trucs. We organiseren bijvoorbeeld elke laatste zondag van de maand het Kettingbal. De groep die speelt laten we de volgende groep voor de volgende maand programmeren. Zo blijven we goede groepen houden.”
Samenwerking om de toekomst te garanderen
Er is veel samenwerking met lokale verenigingen die ‘t Smiske gebruiken. ’t Smiske maakt reclame voor hen en omgekeerd. Sinds een jaar is er een formele samenwerking met de muziekacademie van Asse. Vroeger was er een aantal heel geëngageerde jazzmuzikanten die leerkracht geworden zijn in de muziekschool. Elke laatste vrijdag van de maand was er jazzcafé. De leerkrachten nodigden jazzmuzikanten uit de omgeving uit, waar heel goede muzikanten bij zitten. De leerkrachten nodigden ook hun leerlingen uit en er werd dan gejamd.
Oorwurm project met Jozefien Vercruysse
Later kwam er de uitnodiging van de muziekschool om hun volwassenenconcert te organiseren. Nu wordt alles geformaliseerd en heeft ‘t Smiske subsidies gekregen waarmee Reinout zijn loon betaald wordt. Reinout is sceptisch. “In de professionele sector zijn steeds meer zaken geformaliseerd. Ik ben bang dat dat te traag gaat, maar misschien is dat nu doordat we in opstart zijn. De jazzmuzikanten kennen hun weg hier, komen zelfstandig binnen, dus die informele sfeer blijft wel. Als we die sfeer kunnen doorzetten naar de anderen binnen de muziekacademie dan komen we er wel. Het moet zelfstandig kunnen draaien.” Reinout vult aan: “Samenwerking met andere kleine locaties is er wel, ook wel met hen die subsidies hebben. Vroeger was dat veel intenser, één groot folkveld. Nu ligt er meer nadruk op de splitsing tussen professionelen en amateurs. Wij zitten er nu wat tussen. Dat is jammer. Niet dat de professionelen niets doen voor de amateurs. Ze vergaderen onderling, maar het is een ander jargon. Ze zijn veel met hun dossiers bezig en versterken vooral elkaar door verwijzingen en samenwerkingen om hun subsidiedossiers te verantwoorden .”
Vrijwilligers aan de basis
Het is over het activeren van vrijwilligers dat Reinout niet zo positief is. De tijdgeest is anders. De vrijwilligers die nu actief zijn in ’t Smiske zijn van alle leeftijden. Het is gemakkelijker om met de ouderen te plannen, omdat zij een maand vooruit hun beurten in ’t Smiske plannen. De jongere generatie leeft meer in het nu en plant soms maar voor de dag zelf.
Opvolging
Reinout
Reinout zoekt opvolging, maar niet in een bepaalde persoon. Hij zou meer en meer betrokkenheid van de vrijwilligers willen, zodat hij het ’t Smiske kan overlaten. Hij streeft naar gedeelde verantwoordelijkheid en zou het samen willen laten beheren. Daarvoor heb je veel vrijwilligers nodig en gewoontes. Op gewoontes kan je bouwen. Terugkomende activiteiten zoals het ‘desdagcafé’, het woensdagcafé, het zondagcafé.
Op deze mooie zonnige dag zijn alle stoelen op het terras van cc De Markten bezet. Vooraan staat het podium klaar. Niet alle gasten komen voor het Feest!, maar als er een optreden is, geniet iedereen daar met volle teugen van.
Het Feest! is het jaarlijkse slotfeest van cc De Markten waar een overzicht gegeven wordt van wat er gedurende het werkjaar allemaal in het cultureel centrum gebeurt. Wij komen voor Majoretteketet, maar voorafgaand genieten we van een optreden van de dansgroep Watan Watan Dabke.
We verwachten de danseressen van Majoretteketet om 14u. Het eerste wat we aan voorbereidingen te zien krijgen, zijn de muzikanten van Café Marché die zich klaarmaken. Café Marché is een Brussels fanfareorkest van een twintigtal muzikanten (violen, saxen, trompetten, trommels, enz.) die sinds 4 of 5 jaar de vaste begeleiders zijn van Majoretteketet. Het is een gezellige groep uitgedost in opvallende outfits. Ze stellen zich op het podium op. Van Majoretteketet zien we nog niets, maar als Café Marché eenmaal begint met een vrolijke beat zien we zeven dames in majorettekostuums met witte botjes, hoedjes, rood gestifte lippen en een baton naar voren marcheren. Het is een swingend gebeuren waarbij het publiek, jong en oud, enthousiast meedanst. Er wordt muziek gespeeld als ‘Living in a material world’ en ‘Hit the road Jack’. Na een paar nummers wordt de baton ingewisseld voor een rode pompon.
Na het optreden hebben wij het genoegen om met Barbara Luypaert en Nele Vandenbempt van Majoretteketet te spreken en ze wat vragen te stellen.
Hoe is Majoretteketet ontstaan?
We bestaan 15 jaar. 15 jaar geleden hadden de vrouwen van het eerste uur gesprekken op café over de majorettes van vroeger die in elk dorp of stad wel aanwezig waren. Ze leken onbereikbaar, want niemand mocht erbij van haar papa of mama. De wereld van de majorettes stond veraf. Toen ontstond het idee: ‘waarom starten we niet een eigen dans- en majorette groep?’ En zo geschiedde. We gingen op zoek naar een fanfare en omdat niemand ‘majorette-onderlegd’ was, hadden we hulp nodig van ervaren majorettes. We hebben contact gezocht met de majorettegroep van de Marollen, de Mignonettes, die al zo’n vijftig jaar bestaat. We hebben les gekregen van ‘echte oud-majorettes’.
De fanfare die ons de eerste jaren begeleidde was Fanfare Les Fanfoireux. Een Brusselse professionele fanfare die fanfaremuziek maakt met een twist. Toentertijd speelden zij met alleen maar mannen en één vrouw en waren ze Franstalig terwijl wij met alleen vrouwen en één man waren en juist Nederlandstalig zijn. Door cc De Markten hebben we Café Marché leren kennen en treden we nu bijna altijd met hen op. Het is een fanfare die past bij ons als majorettegroep, met ook een hoek af, met een twist in alles wat ze doen.
We hebben ondertussen les gehad in veel verschillende disciplines zoals tapdans, salsa, breakdance, burlesque, theater, straattheater, hedendaagse dans, allemaal om onze eigen dansen te beïnvloeden. We bestaan dus al vijftien jaar en Nele en ik zijn er van jaar twee bij. De mensen van jaar één dansen niet meer mee, maar waren er vandaag wel. Ze stonden in het publiek. Vanaf het begin heeft cc De Marketen ons ondersteund en konden we beschikken over repetitieruimte.
Hoe vaak repeteren jullie en doen jullie veel optredens?
We repeteren elke week hier in De Markten en bij mooi weer op straat. Door de jaren heen zijn wij overal geweest voor optredens, bij veel verschillende gelegenheden. We waren bijvoorbeeld bij de klimaatmars in Parijs en zijn tot in Vietnam geraakt. Een hele belevenis. Meestal treden we gewoon op straat op. Dat zijn de mooiste optredens. Zo waren we in Aalst, Charleroi, en dus Brussel, Parijs,… overal waar we gevraagd worden. We bereiden ons voor op een optreden met repetities en workshops, zoals een workshop haar en schminken. Voor vandaag hadden we ook repetities met de fanfare.
Wat kan je vertellen over jullie kleding?
We hebben al een tijdje hetzelfde kostuum. Dit is ons derde. We hebben al eens meegemaakt dat onze kostuums gestolen waren uit een auto. We hebben toen een crowdfundingactie gedaan met kaartjes en daarvan gelukkig nieuwe kostuums kunnen kopen. Er is een ex-majorette die de kostuums maakt en die al heel veel voor ons gedaan heeft. We hebben door de jaren heen een groot majorettenetwerk om ons heen gekregen van mensen die betrokken zijn en die ons helpen met allerlei zaken. Dat is zeer waardevol.
Wie maakt de choreografieën?
De choreografieën maken we meestal samen en er is iemand die ons daarbij helpt. We leggen de ideeën samen, kiezen het thema en gaan daarop verder. Er zijn een paar trekkers onder de nieuwe generatie majorettes. Die heb je nodig. Iemand die zegt: ‘oké, we doen het zo’.
Hebben jullie een missie?
Jazeker, maar, even denken, wat zijn de belangrijkste elementen: witte botjes, rode onderbroeken, baton, Brussel, dans met een hoek af, twist, verrassing, mensen doen lachen, de straat, interactie met publiek, mensen moeten er blij van worden, een ander contact met de mensen, positiviteit, … ‘Die ‘hoek af heeft mij ook overtuigd’, vertel Barbara. ‘Mijn man had Majoretteketet zien dansen op autoloze zondag met in plaats van een baton een fietspomp. Nele en ik hebben dan een cursus gevolgd en zijn direct daarna lid geworden. De leeftijden van de dansers zijn uiteenlopend. En terwijl ze zwaait naar een jonge vrouw die vertrekt, vertelt ze dat die vrouw de jongste danseres is. Ze is komen dansen in haar pauze tijdens het studeren. Dat kan omdat ze maar op 10 minuten afstand woont. De dansers zijn allemaal van Brussel of omgeving. In ieder geval hebben ze altijd wel een band met Brussel.
Peter Pype van Café Marché komt naar onze tafel. In gesprek met Barbara en Nele bevestigt hij dat ze al vijf jaar samen optreden. Hij vindt het een heel fijne combinatie en zegt: “Voor ons is het visuele een mooie aanvulling en voor hen de live muziek. Het is een win-win.
Kan je iets zeggen over de financiering?
Wij proberen een minimaal aantal optredens te doen om van de opbrengst de kostuums, een weekend, allerlei kosten te betalen. Niemand betaalt lidgeld, maar iedereen staat altijd klaar. We werken alleen met vrijwilligers. Nele merkt nog op: “We merken de besparingen in de culturele sector. Heel jammer. We worden wel geboekt voor Pukkelopo, maar de culturele centra hebben het duidelijk moeilijk.
Wat wil je zelf nog aanvullen?
Iedereen die ons wil boeken, die ons wil uitnodigen voor een straatfeest, stuur een mail. We komen met heel veel enthousiasme jullie straatfeest, festival opluisteren. E-mail: majoretteketet@gmail.com
En dat geloven wij helemaal. Weinig mensen die bij het zien van Majoretteketet kunnen blijven stilzitten op hun stoel. Het is een feest om Majoretteketet bezig te zien en met een optreden is succes van straatfeest of festival verzekerd.
Ware het niet dat mijn collega een voorstel had gelanceerd, ik zou keuzestress beleefd hebben bij het selecteren van één of meerdere te bezoeken kunstenaars die dit jaar deelnamen aan Open Atelier. Het werd Binnenwerk in de Lindenstraat te Sint-Niklaas… wat een verrassing!
Tinne Drieghe, grafisch vormgever van opleiding
Tinne is de drijvende kracht achter het initiatief dat de naam Binnenwerk kreeg. Zij kocht rond 2017 een volledig fabriekspand, ooit een textielfabriek en later een groothandel carrosserie-onderdelen, waarvan ze destijds een bestaand appartement bewoonde. De vraag stelde zich direct wat aan te vangen met de enorme ruimte op de eerste verdieping. Zelf had ze daar achteraan al een klein atelier ingericht maar ze merkte dat er nog mensen op zoek waren naar een eigen ruimte om dingen te creëren. Zo ontstond het idee om de bovenste verdieping van het gebouw volledig te hertekenen en in te delen in meerdere ateliers waar mensen elkaar zouden kunnen ontmoeten en inspireren. Met de hulp van een architectenbureau en van haar vader en broer, kreeg Binnenwerk vorm. Naast zes individuele ateliers vind je er ook een grote expositieruimte met bar en een ontvangstruimte. Alles wat was achtergebleven uit de periode van de textielfabriek en carrosseriehandel en dat herbruikbaar was, kreeg een plaats in het interieur. Delen van een enorme schuifdeur werden tot meerdere kleine schuifdeuren herleid om de ateliers af te sluiten, maar wel met een duidelijke visie: isolatie tegengaan en interactie bevorderen. De onderste stukken van een ander deel van die enorme schuifdeur werden verwerkt in het barmeubel, raamframes belandden aan het plafond om er de verlichting aan te bevestigen. Aan de bar in de expositieruimte werden koplampen van een auto verwerkt.
Binnenwerk bestaat nu één jaar en Tinne is tevreden met het resultaat. Het leven van een kunstenaar is in vele gevallen een eenzaam bestaan maar door dit concept kunnen de houders van een atelier elkaar ontmoeten en ook inspireren. Zo ontstaat een zekere kruisbestuiving. Het sociale aspect – naast en samen met anderen – komt hier echt tot leven. Er is ook een mooie mix van jonge en minder jonge kunstenaars en dat komt de sfeer ten goede, een aspect dat bij de toewijzing van een atelier met de nodige aandacht bekeken wordt. Een nieuwe invulling moet een klik geven met de reeds aanwezige artiesten. Ook mogelijke samenwerking is een aandachtspunt. Achteraan het gebouw heeft ook een muziekgroep zijn stek. Die kan onbeperkt oefenen zonder de anderen te storen.
Manon Engels, fotograaf met oog voor het vrouwelijke in al zijn aspecten
Manon was een van de eerste bewoners van het atelier. Op website Kunstwerkt zag ze dat er een ruimte met ateliers te huur stond. Een eigen stek hebben was een droom die zo werkelijkheid werd. Door de verschillende disciplines hier aanwezig kunnen kunstenaars elkaar inspireren.
Na een periode van voornamelijk buitenfotografie begon Manon haar eigen stijl te ontdekken en ontwikkelen. Haar aandacht gaat naar vrouwen: jong, oud, zwanger, met kinderen of alleen. Ze wil via haar werk de vrouwelijkheid op een unieke en modieuze manier in beeld brengen. Ze probeert de fashionvibe in haar werk te verweven. Haar portretfotografie samengevat in één woord bestempelt ze als ‘glamour’, … een veelgevraagde stijl maar weinig beoefend door fotografen. En aan klanten geen gebrek. Via mond-aan-mond reclame en met de hulp van de social media komt ze in contact met geïnteresseerden. Ze werkt enkel met niet-professionele modellen. Meestal vindt eerst een videogesprek plaats om de verwachtingen qua kledij, kleuren, achtergrond, … duidelijk te krijgen. Ook probeert Manon rekening te houden met aspecten waar de klant zich onzeker over voelt. Waarmee staat het model mooi qua stijl, kledij, kleuren, … welke achtergrond heeft de voorkeur? Bij het studiobezoek zorgt een professionele make-up artist voor de gepaste look. Dit neemt makkelijk een volledig uur in beslag. Dan volgt de fotoshoot die meestal anderhalf uur duurt. Het resultaat wordt met de klant bekeken en besproken, pas daarna volgt de nabewerking.
Dit type portretfotografie dient rekening te houden met een aantal zaken om tot een mooi resultaat te komen. De klant moet zich namelijk makkelijk voelen en in sommige gevallen ‘loskomen’. Daarom probeert Manon een vriendschappelijke band te creëren met de klant door te vragen naar wat men leuk vindt, naar de familiale situatie, door wat over zichzelf te vertellen, .. kortom door de klant op een open manier te verwelkomen. En dit leidt soms tot aangename feedback waaruit blijkt dat vrouwen fier zijn over wie ze zijn en naast de rol van bv. mama met daaraan gerelateerd al het ploeterwerk, een moment voor zichzelf genomen te hebben. Verandert dit het leven van een mens? Het is in ieder geval de bedoeling dat die vrouwen buiten stappen met een wauw-gevoel: “ja, ook dat glamour-aspect is een deel van mij”.
Manon is naast het fotograferen ook bekwaam in het ontwerpen van decors. Wanneer geen van de beschikbare achtergronden passen of in de smaak vallen, gaat ze zelf aan de slag om een handgeschilderde achtergrond te maken, afhankelijk van wat de klant verkiest. Dat gebeurt meestal met acrylverf op canvasdoek… een leuke afwisseling naast fotografie.
Momenteel heeft ze nog een aantal shoots gepland maar op dit moment van het jaar gaat veel tijd en aandacht naar Huwelijksfotografie. Ook hier probeert ze haar accent te leggen: de connectie tussen het koppel en ook de mensen die erbij zijn in de foto’s benadrukken.
Kristel Herwege, gespecialiseerd in conservatie van papier
Veel nieuwsgierige bezoekers komen een kijkje nemen in dit atelier waar een activiteit plaatsvindt die voor de meeste mensen een onbekende is.
Kristel restaureert en conserveert vlakke objecten en kunstwerken op papier. Bedoeling is om beschadigde of in verval geraakte objecten beter te wapenen voor de toekomst. Ze behandelt naast kunstwerken op papier vooral archiefstukken, tekeningen en aquarellen, alsook grafiek, affiches en historisch behangpapier. Ook is de restauratie van bijvoorbeeld een waaier op papier mogelijk. Er is slechts één criterium waaraan het werk dient te voldoen: het object moet uit papier bestaan en dan liefst vlak papier. De behandeling van een ingebonden boek bijvoorbeeld behoort tot een andere specialisatie.
Bij alle gebruikte technieken die nodig zijn bij de conservatie of restauratie wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke ‘reversibiliteit’. Dit betekent dat alles wat er wordt uitgevoerd aan het te behandelen object, ongedaan moet kunnen gemaakt worden. Het afgeleverde werk wordt vergezeld van een dossier waarin alle uitgevoerde stappen beschreven zijn. Er wordt ook op toegezien om te werken met zuurvrije, stabiele materialen. Papier verzuurt immers en tast zo de sterkte van het materiaal aan. Zuurvrije materialen garanderen de houdbaarheid van het gerestaureerde object. Zo heb je Japans papier dat gebruikt wordt bij het herstellen van scheuren omdat het soepel en licht is waardoor het de bewegingen van het object mooi volgt.
In dit atelier worden veel kleine objecten behandeld. Ook grotere formaten zoals een kadasterkaart zijn mogelijk. Het klantenbestand bestaat uit particulieren, musea, archieven en de overheid. Deze komen voornamelijk in contact met Kristel door haar bekendheid in de branche. Haar grote uitdaging blijft kwaliteitsvolle, verantwoorde ingrepen uitvoeren en mee bijdragen aan het behoud van originele (kunst-)werken.
Kristel volgde de kunstopleiding Toegepaste grafiek en Illustratie in het Sint-Lucasinstituut en specialiseerde zich verder in Papierrestauratie in de academie te Antwerpen. Ze heeft haar werkplek in Binnenwerk sinds oktober 2021 en apprecieert in het bijzonder de sociale interactie tussen de verschillende collega’s die er gevestigd zijn en ook de warme karaktervolle omgeving.
Dit uiterst interessante bezoek wordt afgerond met een gesmaakt kopje koffie in de ontvangstruimte, waarbij we nog tal van weetjes meekrijgen over de verbouwingswerken en inrichting die uiteindelijk resulteerden in deze prachtige locatie.
Bij binnenkomst in het mooie stadstheater in Sint-Niklaas voelen we direct de spanning en de opwinding die we eind maart ook voelden toen we in Lebbeke een wedstrijd van de Dance Waves Competition bijwoonden. Deelnemers zoeken hun weg naar de kleedkamers, supporters gaan de zaal in en zeer vriendelijke vrijwilligers staan iedereen geduldig te woord. Wij melden ons aan de kassa om de oprichtster van de Dance Waves Competition, Tine Peters, te spreken. Tijdens een van de weinige korte pauzes in het dagprogramma (van 10u30 tot 20u30) kan ze zich 20 minuten vrijmaken voor ons.
Hieronder een verslag van het gesprek met een zeer gedreven en enthousiaste organisator.
Ter herinnering: Dance Waves Competition is de grootste danswedstrijd in België en Nederland samen en gaat door in mooie theaterzalen met professionele belichting, juryleden en fotografen. De wedstrijd is toegankelijk voor dansers van alle niveaus en alle leeftijden in de dansstijlen hip hop, modern, hedendaags, jazz en klassiek ballet. Begin maart maakten we een eerste reportage over de danswedstrijden.
Kunstpoort Hoe is het idee voor deze wedstrijden ontstaan? Tine Als kind danste ik zelf veel en wilde ik graag aan wedstrijden meedoen. Mijn mama antwoordde dan altijd dat er geen wedstrijden bestonden. Toen ik een vaste job had, wilde ik proberen zo’n wedstrijd te organiseren. Ik ben toen ergens gaan kijken, maar dat was helemaal niet wat ik bedoelde. De wedstrijd werd gehouden in een sporthal met een heel andere sfeer dan ik voor ogen had. Na dat gezien te hebben, besloot ik om voor de fun een theater af te huren en dansgroepen aan te schrijven. De wedstrijd zat onmiddellijk vol met deelnemers van over heel België. Dat heb ik een paar keer gedaan en het gevolg was dat ik naast mijn vaste job tot diep in de nacht zat te werken voor de wedstrijden. Toen ik zag dat er veel interesse bleef en het initiatief succes had, heb ik mijn vaste job opgezegd en ben ik me helemaal op de wedstrijden gaan richten. De eerste wedstrijd was in 2015. Sindsdien is het aantal deelnemers elk jaar alleen maar gegroeid. De wedstrijd in Sint-Niklaas is een van de 46 wedstrijden van het jaar (een jaar loopt van oktober t/m juni). Er zijn elke zaterdag en zondag wedstrijden in Nederland, door heel België en soms in Parijs. Het is meer dan fulltime werken. Ik werk eigenlijk 7 dagen per week met nog een andere fulltime kracht.
Kunstpoort Wat houdt de organisatie van een wedstrijd in? Tine We zijn al een jaar op voorhand bezig met het bepalen van de planning van de wedstrijden en om de zalen vast te leggen. In de zomer passen we de website aan met voor elke wedstrijd een eigen webpagina, maken we een nieuwe affiche, maken we reclame en ontwerpen we de kledinglijn. Maanden op voorhand zijn we druk met de inschrijvingen, het beantwoorden van vragen en het uurrooster opstellen. We huren een theater en de techniekers van het theater, maar verder moeten we zelf zorgen voor bijvoorbeeld de fotograaf en de juryleden. Wij werken vooral met vrijwilligers. Omdat we acht wedstrijden per maand organiseren, hebben we veel mensen nodig . De vrijwilligers blijven jaren meehelpen en wij vinden het belangrijk dat het team het leuk heeft. Daarom organiseren we ook regelmatig een teambuilding. .
Kunstpoort Hoe worden de wedstrijden gefinancierd? Tine De dansers betalen inschrijvingsgeld, de bezoekers inkom en verder hebben we inkomsten uit de verkoop van de kleding. Met de opbrengst kunnen we twee fulltimekrachten financieren. We hebben een paar jaar geleden geïnvesteerd in de automatisering van bepaalde processen, zodat het werk te doen is voor ons.
Kunstpoort Wanneer is een wedstrijd voor jou geslaagd? Tine Als ik veel blije gezichten zie. Ik organiseer super graag evenementen, maar bij een wedstrijd zijn er jammer genoeg ook mensen die niet winnen. Als ik al eens een teleurgestelde deelnemer zie, probeer ik die te overtuigen van het feit dat het om meer dan winnen gaat. Je doet mee om andere jonge, getalenteerde dansers en choreografen te ontmoeten, van elkaar te leren terwijl je podiumervaring opdoet en je houdt er prachtige foto’s aan over. Als je 6e bent geworden, wil dat niet zeggen dat je slecht bent, maar dat degenen die hoger geëindigd zijn net nog iets beter waren. Ergens blijft dans toch altijd een beetje subjectief, maar daarom werken we zoveel mogelijk met een ander juryteam op elke wedstrijdzodat ze niet telkens door dezelfde mensen worden beoordeeld en krijgen alle deelnemers de maandag na de wedstrijd jurycommentaren met positieve punten en werkpunten te zien zodat iedereen ervan kan bijleren en kan blijven groeien.
Kunstpoort Over die jury. het moet toch heel zwaar zijn om de hele dag in zo’n sneltempo alle dansen te moeten beoordelen? TineJa, maar in het algemeen werken ze in blokken voor de verschillende stijlen en blijven ze een halve dag. Heel soms is er een jurylid dat alle stijlen doet, maar die ziet het dan zitten om er een lange dag van te maken.
Kunstpoort Op wie richten jullie je communicatie? Tine Het is vooral via sociale media dat we de dansers bereiken, zowel de dansscholen als dansers die niet via een dansschool deelnemen.Er zijn nog steeds erg weinig mannelijke deelnemers, maar die zijn uiteraard zeer welkom.
Kunstpoort Over de dansen zelf: zijn er verplichte oefeningen? Tine Nee, er is alleen een tijdslimiet. Verder zijn de deelnemers vrij om te doen wat ze willen binnen de stijl. We moeten ons wel aan een tijdslimiet houden om het programma op een dag te kunnen doen. Als je weet dat we voor vandaag honderden deelnemers op de wachtlijst hadden, begrijp je waarom.
Kunstpoort Je bent zo enthousiast … Tine Ja, maar door de moeilijke jaren tijdens corona en doordat ik mama geworden ben, voelt het wel anders dan 8 jaar geleden. Ik moet meer mijn evenwicht zoeken en proberen bepaalde taken over te dragen en los te laten. Dat is niet gemakkelijk.
En weg is ze. Tine bedankt ons voor het interview en vliegt er weer in. Terug de zaal in waar ze naast de jury aan de jurytafel zit en zoveel mogelijk dansen op video vastlegt.
Wij mengen ons onder de wachtende supporters in het cafetaria. Er hangt een gezellige sfeer, mensen kennen elkaar van andere wedstrijddagen en iedereen lijkt met iedereen te praten. We vragen aan twee groepjes familieleden wat zij van de wedstrijden van de Dance Waves Competition vinden. We horen eensluidend: goede organisatie, mooie locaties, met altijd de mogelijkheid voor de ouders om wat te drinken en te eten, strakke planning, duidelijk schema, rust op het podium en achter de schermen. Kortom: het is duidelijk dat Tine de organisatie strak en professioneel leidt.
Iedereen treedt aan, zet zijn tas, rugzak, plastiek zak, handtas, op de stoel naast de tekentafel. Daarna hangen ze de jas aan de kapstok. “Goeie avond”. Het is stil. De leerlingen gaan naar de kast waarin de kunstwerken worden bewaard, halen het nodige materiaal eruit en zetten zich aan de tafel. Uitpakken en beginnen.
Het is late namiddag. Nathalie, de lerares, verwelkomt de leerlingen met een kort woordje. Het blijft stil.
De leerlingen beginnen te werken. Niet allemaal. Dan komt Nathalie in actie. Ze herneemt het onderwerp van de vorige sessie, als een soort continuïteit. Ze verwijst naar een boek, of een idee waarop leerlingen kunnen bouwen.
Nathalie spreekt vervolgens met anderen, die hun huidig onderwerp verder uitwerken. De gespreksonderwerpen zijn heel verschillend. Het gaat van het vetpotlood tot de reflectie op een glas of over bepaalde objecten ineen schilderij, over een specifieke kleur. Heel divers.
Wij zitten in een grote ruimte vol tekentafels. Deze bevindt zich in het gebouw van de Ecole des Arts in Anderlecht. In “L’atelier multidisciplinaire” komen de beginners in aanraking met verschillenden technieken voor beeldende kunst. Het kunnen ook ervaren leerlingen zijn op zoek naar andere disciplines die ze willen proberen. Het potlood, de kleur, het materiaal komt aan bod.
De autonomie. Op het einde van het jaar moeten de beginnende leerlingen autonoom kunnen werken. De autonomie is de vrijheid van de kunstenaar. Nathalie: “De eerste twee weken leren de leerlingen de basis door te werken op grote formaten. Ze ontdekken wat ze graag doen. Autonoom zijn op het einde van het jaar betekent dat ze projecten, met karakter,kunnen presenteren. Ze moeten het beste materiaal kiezen en zich comfortabel voelen met de opbouw. Ze leren ook om met hun kunstwerken en materiaal zorgvuldig om te gaan.”
Het is een gepersonaliseerde begeleiding. Eén leerling is niet zo geïnteresseerd in het resultaat. Ze weet niet waar te beginnen dus moet ze een onderwerp leren bepalen. Een andere leerling leert de grens overschrijden en zoekt door te werken met verschillende stukken. En op een bepaald moment komt alles samen om waarachtig een kunstwerk te worden. Nathalie kan over de benadering van elke leerling vertellen. Nathalie: “Ze zullen zichzelf ontdekken.”
Twee sessies per week. De opleiding is een cyclus van negen jaar. Elke jaar beslist een jury over de projecten. De leerling kan, maar moet niet, zijn werk presenteren en verdedigen. Alle leerlingen werken naar de opbouw van de eindejaar tentoonstelling. Dat behoort tot het leerproces.
Rond kwart voor negen staan Diane, Sandrine, Evelyne, Maria, Johan en Pierre op en beginnen op te ruimen. Een ritueel met een kort woordjeaan Nathalie. De chaos der kunst afsluiten. Tot de volgende keer.
Al bij binnenkomst in CC de Biekorf voelen we dat de 17e kwalificatiewedstrijd van de Dance Waves Competition in Lebbeke niet zomaar een wedstrijd is. In de inkomhal staan groepjes dansers met hun begeleiders zich mentaal voor te bereiden op hun optreden voordat ze zich gaan klaarmaken in de kleedkamers. Andere dansers praten na over het resultaat dat ze vandaag hebben behaald en weten wat ze tijdens een volgende wedstrijd beter moeten doen om zich te kwalificeren voor het Belgisch of Nederlands kampioenschap.
“Dance Waves Competition is de grootste danswedstrijd in België en Nederland samen en gaat door in mooie theaterzalen met professionele belichting, juryleden en fotografen. De wedstrijd is toegankelijk voor dansers van alle niveaus en alle leeftijden in de dansstijlen hip hop, modern, hedendaags, jazz en klassiek ballet.”
In de grote zaal van CC De Biekorf wonen we solo- en groepsdansen van de Teens in categorie Modern, Hedendaags & Jazz bij. Op verschillende muziekstijlen worden de mooiste choreografieën uitgevoerd onder het toeziend oog van een driekoppige jury. De dansen volgen elkaar snel op, enkel een professionele jury kan deze snelheid aan. Het deelnemersveld is internationaal. Naast Belgische zijn er o.a. Duitse en Franse dansers. Aan het einde van het blok worden alle kandidaten op het podium gevraagd en volgt de prijsuitreiking. De winnaars ontvangen een medaille en/of beker. De sfeer is hartelijk.
In de pauze spreken we met Laura Van de Voorde, verantwoordelijke van de dag. Ze vertelt dat Tine Peters de oprichtster is van de Dance Waves Competition. De wedstrijd wordt sinds 2015 georganiseerd. Het seizoen loopt van het laatste weekend van oktober tot en met het eerste weekend van juli.
“Het doel is om jonge, getalenteerde dansers samen te brengen waardoor ze met elkaar in contact kunnen komen en van elkaar leren terwijl ze podiumervaring opdoen. Promotie van de winnaars gebeurt via YouTube, Facebook, Instagram, enz. Het is de ideale manier om je als danser in de kijker te zetten. Iedereen kan inschrijven: dansscholen, dansgroepen en individuele dansers (duo’s, trio’s en solo’s).”
De dansers verdienen op alle kwalificatiewedstrijden punten. De punten van hun beste drie wedstrijden zullen meetellen voor de selectie van het Belgisch Kampioenschap. De Juryleden zijn grote namen uit de danswereld. Op zo’n dag als vandaag zijn er zo’n 12 vrijwilligers betrokken bij de organisatie van de wedstrijd.
Ook spreken we met de choreografe van GDK Ministars uit Kluisbergen. Ze is voor het eerst als choreografe mee met het competitieteam van de dansgroep en is tevreden over het resultaat (5e plaats). Dit seizoen zullen ze de dans nog drie keer presenteren, o.a in Asse en Tielt.
Bij Pirouette Juniors in Beersel danst een jongen in de groep. Hij vertelt blij te zijn met de vierde plaats, want ze hebben het vandaag beter gedaan dan in de vorige wedstrijd. Dat hij één van de weinige mannelijke dansers is vandaag lijkt hem niet te deren. Hij is het duidelijk gewoon. Ook in hun dansschool dansen er niet veel jongens.
In het café heerst een gezellige sfeer. Groepen mensen die bij een dansschool of danser betrokken zijn, zitten gezellig met elkaar te babbelen en herkennen mensen van andere groepen. Van competitie is hier weinig te merken. Het is duidelijk dat een van de doelen van de Dance Waves Competition, het met elkaar in contact komen en van elkaar leren, voorop staat.
Wellicht zien ze elkaar weer op een van de volgende wedstrijddagen, op 25 maart in Bierbeek, op 1 april in Koksijde of op 8 april in Deinze. Wij zullen dan proberen de drijvende kracht achter de Dance Waves Competition, Tine Peters, te interviewen. Wordt vervolgd dus.
“Ici il y a l’oeil gauche, juste à côté l’oeil droit, en dessous tu peux voir la bouche” Om eerlijk te zijn heb ik het moeilijk met de schilderijen van Picasso. Maar via bovenstaande uitleg kom je langzaam binnen in het werk en gedachten van de kunstenaar. Voor Jacques is Christian Zervos dé referentie om in de kunst van Picasso binnen te stappen. Christian was de vriend van Picasso. Hij is ook uitgever en filosoof. Dertig volumes had hij nodig om het volledige oeuvre van Picasso te omschrijven. Een fragment van de tekst die de periode beschrijft van het beeld hiernaast. “Il convient plutôt de s’attacher à découvrir la trame d’une existence affectée à la pourrsuite des secrets de l’art, à retracer l’essentiel de son talent, à scruter le développement interne de ses représentations et les mettre en juste perspective, à relater les moments décisifs de ses expériences, le sentiment dont celles-ci procèdent, la volonté toujours entière l’artiste de forcer le sort de la peinture, la totalité de ses émotions.” Niet zo gemakkelijk om te begrijpen.
Dit bovenstaande citaat geeft een idee van de link tussen taal en kunstwerk. Dit is één van Jacques’ favoriete onderwerpen. Volgens hem wordt er te veel over de kunst, het kunstwerk en de kunstenaar gesproken, te veel en te oppervlakkig. De verschillende kunsten hebben hun eigen taal, hun eigen “code sémantique” zegt Jacques. Wij moeten deze talen hun eigen leven laten leiden. Vooral wanneer de kunstwerken naar abstractie neigen.
Op zijn laatste tentoonstelling in november wisselde Jacques van gedachten met drie gesprekspartners. Dus mijn vraag naar hem luidt: “hou je van dergelijke dialogen?” “De dialoog is nodig om zich te verdedigen, om zich te beschermen” is zijn antwoord.
Deze uitleg vond plaats op de derde verdieping van zijn huis. In het verleden publiceerden wij op onze kunstpoort-blog diverse artikelen over atelierbezoeken. In het geval van Jacques is het atelier ook de plek waar hij woont en leeft: drie verdiepingen, drie ruimtes van een klein huis op een binnenplaats in de Marollen, achter rijhuizen, in het hart van Brussel. Op de kleine binnenplaats staan al enkele kunstwerken. Het gelijkvloers is de leefruimte, de eerste verdieping herbergt het atelier waar kunst wordt gemaakt. “La cave d’Ali Baba” bevindt zich op de derde verdieping. Duizenden aquarellen, schilderijen en tekeningen zijn daar gestockeerd.
Bij het bereiken van de tweede verdieping vraag ik aan Jacques, terwijl hij opstaat, of hij weet wat voor kunst hij gaat maken. Vandaag is hij begonnen met het schilderen van drie rode driehoeken. Het lijkt op een fakkel. “Te politiek, wat zal ik ermee doen?” vraagt hij zich af. “Het zijn bizarre vormen, het lijkt op een wolf of een vlag, het is niet af.” Om de dominante vorm te verzachten, heeft hij een mes gebruikt en de olieverf lichtjes afgekrabd. Hij gebruikt het tafelblad om met basis ingrediënten tot de gewenste olieverf kleuren te komen.
De titels van de kunstwerken hebben een gemeenschappelijk karakter. Bijvoorbeeld “Insoumis”. “De titel komt na het afwerken, het is een indicatie.”
Het leven van een kunstenaar is niet beperkt tot de kunst. Hij moet zichtbaar zijn voor de potentiële koper, tentoonstellingen organiseren, zijn kunstwerken bewaren. Dat laatste wordt moeilijk, de huizen, waarachter zijn atelier gevestigd is, worden verkocht en de onderhandeling voor de huur met de nieuwe eigenaar wordt niet gemakkelijk, zegt Jacques.
En elke morgen weet hij helemaal niet over welk kunstwerk hij zich die dag zal buigen.
Er was eens… een klein dorp aan de zee in Kroatië met rotsen en bomen. Onder de bomen staan mobilhomes en tenten. Op de camping wandelen mensen die gelijken op de personnages uit de film Wally. Om tegen de overheersende sfeer van luiheid te vechten, rijden wij op onze elektrische paarden naar de oude kern van het dorp. Daar pronkt de kerk. Wanneer we de ingang benaderen fluistert een. mooi pianodeuntje door de deur. De hoofdingang is op slot. Net als een prins in een sprookje zoeken we een achterpoortje om binnen te raken.
Geslaagd! Voor het altaar zit een blonde prinses achter een piano. Wij luisteren gecharmeerd. het is een repetitie. Er wordt herhaald, opgenomen, besproken. Het zachte daglicht door de ramen geeft een rustgevend gevoel. De affiche kondigt aan dat er de volgende avond een concert zal plaatsvinden. We zullen er zijn.
Die bewuste avond is er geen lege stoel meer te vinden in de kerk. De twee solisten verschijnen en starten onmiddellijk, er wordt niet gesproken. Het begint met Debussy. De noten vullen de kerk. Het diverse publiek zit heel stil. Het publiek wordt wakker bij iedere beëindiging van een muziekstuk. Het slot met een polonaise nodigt uit om te dansen of ten minste met een goed humeur de kerk te verlaten. Dat laatste wordt versterkt door een zachte zomernacht met de maan, stralend over de kerktuin en ingang.
En dan komt het moment om de prinses pianiste te ontmoeten, er volgt een warm gesprek, een uitwisseling van persoonsgegevens en de belofte een artikel te schrijven dat u nu aan het lezen bent. De vragen komen later en dan heb jij geen andere keuze dan deze via mail te stellen. Dat, lieve lezer, kunt u nu ervaren.
Kunstpoort Hoe lang speel jij met Edi Siliak, de violist? Melita Salek Een aantal jaren, we speelden meerdere concerten in het buitenland als trio (viool, cello, piano). Sinds een paar jaren spelen wij in duo, viool-piano.
Kunstpoort Wanneer begon jij te denken aan een carrière in de muziekwereld? Melita Salek Die gedachte kwam op de middelbare school. Ik heb die beslissing nooit betreurd. Mijn studie was zwaar maar het bracht me veel plezier.
Kunstpoort Is het de gewoonte om een carrière als concertpianist en als academica te combineren? Melita Salek Ja. het loopt vaak zo, omdat het moeilijk is om te leven van concerten.
Kunstpoort Waarom heb jij in Parijs gestudeerd en wat heeft het jou gebracht? Melita Salek Ik ben naar Parijs gegaan vanwege mijn professor Eugen Indijc. Ik heb met hem op interpretatie en uitvoering gewerkt. Het was een toffe ervaring en de opportuniteit om volop te genieten van de Parijse Joie de vivre.
Kunstpoort Krijg je opportuniteiten om buiten Kroatië te spelen? Melita Salek Ja, ik heb in vele landen gespeeld zoals Amerika, Australië, Brazilië, overal in Europa, Oostenrijk, Duitsland, Poland, Italië, Slovenië, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Servië…
Kunstpoort Hoe kan je het plezier dat je voelt tijdens het concert beschrijven? Melita Salek Wanneer ik voor een publiek speel ga ik voluit. Ik probeer mijn gevoelens en emoties tot uiting te brengen. Tijdens het concert denk ik enkel aan de muziek. Ik hou van de blijdschap die het brengt.
Kunstpoort Heb je een droom als concertpianiste? Melita Salek Eén van mijn dromen is met een orkest te spelen.
Kunstpoort Hoe beleef je de rol van muzieklerares? Melita Salek Ik hou van onderwijzen. Pianolerares zijn op de universiteit, studenten onderwijzen, hen opleiden om professionele muzikanten te worden… het geef me allemaal veel plezier en voldoening. Ik hou ervan om mijn pedagogische- en praktijkervaring te delen. Ik onderwijs niet alleen maar ben ook directeur van de “School of performing Arts”. Die functie is mijn hoofdactiviteit en neemt veel energie en tijd in beslag. Het is niet gemakkelijk om al die activiteiten te combineren maar uiteindelijk brengt het me enthousiasme, vreugde en succes.