TEGENDRAADS

videograaf Bert Vannoten

Miss Pelters eerste expo: “Brengen meer leven in de brouwerij”

Afgelopen vrijdagavond 4 oktober 2024 opende in de Sint-Katelijnestraat ‘Tegendraads’, een eerste expo in de nieuwe Gallery Miss Pelters in de Sint-Katelijnestraat. Het Paradijs toont er werk van Wies Dehert, Mieke Drossaert en Erna Cool. Voor de eigenaar, architectuurbureau dmvA, is het nog maar een begin. “We willen hier mensen bijeenbrengen rond architectuur en kunst”, zegt vennoot Tom Verschueren.

Gallery Miss Pelters is de bekende winkel in kantoorbenodigdheden die in 2019 na zowat zeventig jaar de deuren sloot. Het pand werd na de sluiting omgetoverd tot een prachtig thuis voor een architectenbureau dmvA dat in augustus vorig jaar zijn intrek nam.

De expo vindt plaats in de multifunctionele ruimte en de onderliggende kelder. “Het is toevallig gekomen. Via via hoorden we dat dmvA plannen had met dit pand en dan zijn we gaan praten”, vertelt Henk Van Nieuwenhove van Het Paradijs. “Het resultaat is deze primeur: het is de eerste keer dat hier een tentoonstelling plaatsvindt.”

Het concept is ontstaan bij ons eerste bezoek aan het atelier van Mieke Drossaert in Oostende waar de kunstenares in primeur haar twaalfdelige serie ‘Mille Caresses’ toonde, herinterpretaties van schilderijen van bekende meesters, van Rubens tot Botero.” Drossaert is afkomstig uit Willebroek en werkte lang in Mechelen en studeerde er aan de Academie.

“Ik wilde mijn werk al een paar jaar tentoonstellen in Mechelen, maar vond nooit de geschikte plaats, tot ik het Paradijs tegenkwam. Aanvankelijk zou ik exposeren in mARTa, met mijn naakten op de kruisweg. Maar hier is het liefde op het eerste gezicht”, vertelt de kunstenares.

Bij een deel van haar werk hangt een QR-code. Op die manier kan je een bijhorend gedicht van Erna Cool beluisteren. “We waren vroeger buurmeisjes, maar verloren elkaar uit het oog. Tot ik haar veertig jaar geleden verraste op een tentoonstelling. Ik schrijf al heel lang poëzie – ik noem het de betere communicatie met mijzelf.” Bij een van de schilderijen: een handtas in de vorm van een kat. De link was snel gelegd met Wies Dehert, bekend van de Mechelse accessoire winkel Awardt met dochter Els.

Ze is bekend van handtassen en hoeden, maar laat tijdens de expo een heel ander facet zien. Sinds dit jaar maakt ze porselein en dat is eigenlijk een terugkeer naar een oude liefde. Nog lang voor er sprake was van mode maakte ze keramiek. Het leverde haar in 1982 nog de belangrijkste keramiekprijs ter wereld op, de ‘Premio della Regione Emilia-Romagna’. “Maar de keramiek gaf frustraties omdat dit altijd brak.” Na het overlijden van zoon Ward koos ze voor hoeden. “Een soepel materiaal. Het verschil kon niet groter zijn. Het heeft mij toen gered.”

Architectencafés

De expo loopt tot en met 27 oktober en is op zaterdagen en zondagen geopend van 11 tot 18 uur. Het was de eerste, maar zeker niet de laatste activiteit in Gallery Miss Pelters.

In de toekomst zullen er nog meer expo’s rond kunst en architectuur plaatsvinden, maar ook architectencafés
In de 19de eeuw was hier trouwens Brouwerij Simmerdans gevestigd.


https://www.facebook.com/hetparadijs/
https://www.paradijsmechelen.be/

Videograaf: Bert VANNOTEN

Breuk-Lijn

Tekst Kathleen Ramboer Fotografie copyright RoBie Van Outryve

Zondag 29 september woonden we de opening bij van Breuk-Lijn, een expo met werk van RoBie Van Outryve.
RoBie Van Outryve is een stille kunstenaar. Hij werkt in de luwte, ver weg van alle sociale media. In Diksmuide toont hij recent werk in zijn eigen atelier. De voormalige galerie montanus5, een mooie witgeschilderde industriële ruimte, doet de mix van schilderijen, collages en tekeningen alle eer aan.

Kunstcriticus Daan Rau, die een interessante toelichting gaf over zijn leven en werk, merkte gevat op dat ondanks de herfst de werken een kleurrijke zomerse uitstraling hebben. Lichtvoetig en speels kijken ze me aan. De ene keer schildert de kunstenaar transparant, een ander maal meer dekkend.

links ‘Witte morgen’ olie op doek 200 x 200 cm – rechts ‘Éclat’ olie/doek 170 x 200 cm

RoBie Van Outryve maakt het zichzelf niet gemakkelijk door vaak te kiezen voor niet kant- en klare verf. Hij verlangt immers naar een eenheid tussen inhoud, vorm en materiaal. Zowel voor zijn olieverfschilderijen als gouaches prepareerde hij zelf kleuren met pigmentpoeder en olie. Nog meer,  om het ‘juiste’ wit te bekomen voor zijn witte tekeningen en bewerkte collages vermaalt de kunstenaar het krijt van de krijtrotsen, krijt gevonden in de omgeving van Ault (Côte Picarde

RoBie Van Outryve is één van die kunstenaars die  zichzelf blijven vernieuwen. Zijn echtgenote toont me vroegere donkere expressieve materie werken. Niets doet vermoeden dat de nu tentoongestelde kleurrijke schilderijen van dezelfde kunstenaar zijn. De materie werken doen me eerder denken aan dochter/kunstenaar Anne Vanoutryve. Haar schilderijen roepen bij mij reminiscenties op aan vroegere werken met heel veel structuur van haar pa. De canvassen van Anne Vanoutryve staan los van de kunst van haar vader. Zij werkt in Gent aan een veelbelovende carrière als kunstenaar. Haar kunst is authentiek in een persoonlijke, pasteuze, herkenbare stijl.

De collages van RoBie Van Outryve  zijn sober van kleur. Een evenwichtige compositie; in een breed gamma aan papiersoorten; biedt de beschouwer rust. Gebogen en rechte lijnen, verticale en horizontale, verraden een interesse voor architectuur. Verder zijn er ook nog zwart-wit tekeningen/gouaches. Deze blijken een impressie van de krijtrotsen te zijn. De grillige vormen doorklieven het tekenblad, waaieren vrolijk uit over de complete oppervlakte van het blad.

Ook de minimalistische sobere schilderijen op papier zijn merkwaardig.  Ze kijken me aan als abstracte universele landschappen die veel aan de fantasie overlaten. Uitgestrekte lijnen en vlakken verbeelden voor me de rust van een stille zee. Ze maken mijn hoofd leeg, brengen me in vervoering, weg van een hectische buitenwereld.

De kunstwerken ademen de sfeer van zijn verblijf aan La Côte d’Opale en La Côte Picarde waar kleuren bepaald worden door het absorberende licht ongenadig spelend op de krijtrotsen en door het zachte licht glijdend over opwaaiend zand.

De canvassen van RoBie Van Outryve spreken de taal van een dichter, van een kunstenaar die zijn emoties vertolkt op doek of papier en ze op een ingetogen manier aan de wereld toevertrouwt.

INFO

Breuk-Lijn
Montanusstraat 5
8600 Diksmuide

Van zondag 29 september tot 20 oktober 2024
Zaterdag en zondag van 14u tot 18u

Montanus.5@skynet.be

Tekst Kathleen Ramboer

CASANOVA aan de DIJLE

videograaf Bert Vannoten

Een complexe en mysterieuze persoonlijkheid

Flamboyante meesterspion en geldbelegger in dienst van de Franse koning, oplichter, gokker, briljant causeur met onder meer Mozart, Voltaire en tsarina Catharina II, … Na een avontuur in Londen in de goot, nooit echt rijk, nooit lang zonder geld om een welgevuld leven te leiden en de hoogste middens te frequenteren, maar nooit vermogend genoeg om een vrouw van standing te trouwen.

Vrijdenker, libertijn, sociaal vaardige en gevaarlijk charmante man met een complexe en mysterieuze persoonlijkheid, vrouwenverleider, en nog zo veel meer.

Overvloedige diners, uitbundige feesten met dans en barokmuziek. En ja… 132 amoureuze avonturen. Behoorlijk vermoeiend, vindt hij zelf ook en hij besluit in te treden in een Zwitsers klooster.  Hilarisch, want na twee weken al bezwijkt hij bij de aanblik van een voorbijkomende dame in ruiterstenue.  Hij beleeft twee grote, passionele liefdes die op dramatische wijze eindigen voor hem. Hij staat zelfs even met zijn handen op de leuning van de brug over de Theems. ‘Dove sei amato bene’ – ‘waar ben je, mijn liefste’… tot de volgende verovering dan.

Casanova’s Europese zwerftocht

Europa aan de vooravond van de Franse Revolutie, de ideeën van de Verlichting waren rond in de salons van de intellectuelen. De rechtstaat is nog onbestaande en de Venetiaan Giacomo Casanova ondervindt dit aan den lijve. Hij belandt in de beruchte Piombi-gevangenis naast het Dogenpaleis. Aanklacht? Bezit van een verboden boek. Proces? Overbodig, het oordeel van het Tribunaal is onfeilbaar. Duur van het gevangenschap? Onbekend. gevangenen kan je maar beter in de illusie laten dat ze morgen misschien al vrijkomen.

Zijn ontsnapping uit de Piombi is een thriller van de bovenste plank en geeft het startsignaal voor zijn decennia durende vlucht langs verschillende Europese steden.

Het verhaal van mijn leven

In het verhaal van mijn leven vertelt Casanova in vierduizend bladzijden zijn turbulente levenswandel. Hij schetst een prachtig beeld van het Europa van de hogere middens aan de vooravond van de Franse revolutie.

https://www.facebook.com/Casanova.aan.de.dijle/
https://www.decamerone.be/casanova-casanova/

Videograaf: Bert VANNOTEN



10 jaar Art from Love BREDENE

videograaf Bert Vannoten

10 jaar Art from Love BREDENE

“Art From Love” werd geboren tijdens het weekend van Buren Bij Kunstenaars op het einde van 2014, het is een idee van enkele gedreven kunstenaars. Al gauw werd een eerste activiteit op punt gezet: een kunstroute bij de lokale handelaars te Bredene met een puzzelwedstrijd onder het motto “De kleine artiest”. Een thema uit De Week van de Amateurkunsten.

Onze website werd geboren en online gezet, de oproep naar web-leden kreeg gehoor, de pagina’s werden ingevuld met biografie en werken van de betrokken kunstenaars.

“Buren bij kunstenaars” in groep werd onze tweede activiteit, met succes. 

Een nieuwskrantje werd opgestart voor onze web-leden en sympathisanten met weetjes, activiteiten en uitnodigingen.

Een openbare facebookgroep kon niet achterblijven, hier kunnen al onze leden hun individuele expo’s plaatsen.

Andere activiteiten

Het opstarten van de Workshops basistekenen voor volwassenen verdeeld onder 2 x 2 sessies per jaar (maandagnamiddag).

Het “vrij atelier” waar ieder zijn kunnen kan uitoefenen in een los en ongedwongen samenzijn, (donderdag namiddag) blijkt een nagel op de kop.

Ook onze kunst- en praatcafés iedere 3de zondagmorgen van de maand waren een succes. Deze zijn  stilgelegd door Corona.

Wij streefden naar meer, naar erkenning bij dienst cultuur in eigen gemeente. Onze inspanning werd dan ook beloond in 2016 met de verdienstelijke cultuurprijs die wij in handen mochten nemen. Zo werden wij triomfantelijk erkend als volwaardige feitelijke vereniging in Bredene door de toenmalige Schepen van Cultuur De Heer Eddy Gryson.

Tot op vandaag gaan wij steeds verder met dezelfde intenties, met veel inspanning en geborgenheid tegenover onze groep.
Art from love.
Zij weten als geen ander welke weg het bestuur van Art From Love heeft afgelegd om een kunstgroep te verkrijgen tot wat wij vandaag zijn. Zonder de inspanning van derden was ons dit zeker nooit gelukt.
Waarvoor onze dank, het bestuur.
tekst site artfromlove
https://www.artfromlove.be/historiek

https://www.facebook.com/groups/artfromlove/
https://www.artfromlove.be/progamma-24

Videograaf: Bert VANNOTEN

Kidmie IV

Kunstenaars in dialoog met industrie en erfgoed in Schellebelle

Tekst en fotografie Bip Van de Velde

Kidmie is stilaan een vaste waarde in het kunstlandschap in Vlaanderen.
De vierde editie van Kidmie, een hedendaagse kunsttentoonstelling in Schellebelle, zoekt dit jaar ook andere locaties op dan de oude Velba-fabriek. In de Velba fabriek, op het Dorpsplein van de gemeente, in de oude Pastorie en in de kerk tonen 40 kunstenaars hun werk gedurende vier weekends.

8 – 15 – 22 – 29 september 2024
van 10u tot 18u

info https://www.kidmie.be/

Reporter van Kunstpoort, Bernadette Van de Velde, keerde enthousiast terug van haar bezoek aan KIDMIE en besloot zelfs een tweede maal naar het kunstevent af te zakken.
Ze noteerde enkele beschouwingen bij kunstwerken die haar aanspraken.
Fotograferen is haar passie, de kunstwerken fotografeerde ze met de gedrevenheid van een beroepsfotograaf. Ziehier een neerslag van haar kunstbeleving.

Ik heb een grote bewondering voor de fantasie, de creativiteit en de daadkracht van de 40 kunstenaars die deelnemen aan  Kidmie, ook voor hun vermogen om de beelden in hun hoofd om te zetten tot iets tastbaar, vaak iets wonderlijk mooi.
Ik apprecieer ten volle de prestatie van de 2 curatoren Tom Verhoeven en Patrick Meulenijzer. Zovele kunstenaars een locatie geven waar hun werk optimaal tot zijn recht komt, is geen sinecure. Bovendien zijn het plekjes waar je anders als leek nooit komt: de kelder, de zolder en de woonruimtes van de pastorij, het nog niet afgebroken deel van de Velba fabriek, de villa van de bazen… onder andere plaatsen waar in geen 20 jaar bezoekers zijn geweest. In de kerk vallen nu andere dingen te beleven dan in een doorsnee misviering.
Ik geraak niet uitgekeken. Ik liep 2 maal het traject en heb nog niet alles ten gronde gezien of gehoord.

De ‘Tree Of Joy’: te zien op het dorpsplein in Schellebelle, een kleurrijk en monumentaal werk van Marc De Ridder uit Laarne.
‘Bomen vertegenwoordigen en symboliseren het leven zelf. Het is een werk vol vrolijke kleuren maar helaas viel de kruin van de boom. Zo gaat het soms ook in het leven. Soms valt de vreugde en de vrolijkheid door bepaalde gebeurtenissen weg. Maar de stam heeft nieuwe scheuten en bewijst dat de vreugde altijd terugkeert’ zegt de kunstenaar over zijn werk.

De expo-stand van Veerle Verbeke tijdens Kidmie P(art) IV in de kerk van Schellebelle heeft me aangegrepen. Een kerk lijkt mij een geschikte plaats om de vrouw in the picture te zetten. De vrouw in de katholieke wereld krijgt nog steeds een onderdanige rol. De samenwerking en samenvloeiing van de werken van Veerle met die van haar man Jan  De Proost vind ik erg geslaagd.

Hoe mooi kan een mosselschelp zijn… de kleuren en het spel van het licht op het parelmoer! Patrick Meulenijzer redt ze van de vuilnisbak en maakt er kunstige composities mee. Hij bezet de pilaren van de oude fabriek met mosselschelpen. Mij doet het denken aan het keverplafond van Jan Fabre, voor Patrick is het een knipoog naar de mosselpot van Marcel Broodthaers. Toppie en heel erg leuk!
Te zien in de oude Velbafabriek.

Het werk van Vincent Braeckman is toch mijn favoriet. Het is een sprookjesachtig werk, een beuk die mensen knuffelt. Hier zie je kunst één met de natuur, intens en menselijk. Te zien in de Pastorijtuin.

Wie weet ga ik nog eens terug naar Kidmie. In elk geval hoop ik op een Kidmie V

Tekst en fotografie Bip Van de Velde

Murmures épars – Louise Limontas

Nelson Mandela plein – Sint-Lambrechts-Woluwe

Tekst Diana Van Bergeijk Foto Eric Rottée

Als je van het Woluwe shopping center richting de ring rijdt, kan je er niet omheen kijken. De 8 panelen in graffiti stijl fleuren het fraai aangelegde plein Nelson Mandela op. Je denkt dat het graffiti is, maar als je dichterbij komt, blijkt dat de panelen bekleed zijn met touw, een deel geknoopt (macramé) en een ander deel geweven. 

Geïntrigeerd door het bijzondere gebruik van textiel en de oude technieken voor een kunstwerk dat ook nog eens buiten staat, zoeken we de kunstenares op in haar atelier in Anderlecht. Louise Limontas ontvangt ons daar hartelijk.
In haar atelier, dat Louise deelt met andere kunstenaars, valt ons meteen op hoe netjes en ordelijk alles is. Met voorbeelden van verschillende technieken en materialen laat ze zien wat ze allemaal kan en doet. Er hangt zelfs een werkje dat met kantklossen is gemaakt, een techniek die we tegenkomen in de kantwinkeltjes op de Grote Markt in Brussel, of die je kent van je overgrootmoeder. 

Louise laat ons haar machine zien waarmee ze zelf touw maakt door verschillende diktes en soorten touw met elkaar te combineren. Het touw dat ze verwerkt, koopt ze in bij een leverancier die voornamelijk gerecycleerd materiaal gebruikt. 

Het is vooral het maakproces dat Louise interesseert en het experimenteren met verschillende combinaties en dichtheden. Het is voor haar een uitdaging om technische details en technisch design op een artistieke manier te gebruiken. De koorden waarmee geweven werd in het kunstwerk Murmures Épars heeft ze ook zelf gemaakt. 

Bij haar weefgetouw toont ze hoe micro ze normaalgesproken werkt. Dit in tegenstelling tot het project in Woluwe. Dat is dan ook helemaal met de hand gebeurd. Ze werkte direct op het kader dat er speciaal voor gemaakt werd. 

Op de vraag hoe haar interesse voor textiel is ontstaan, antwoordt Louise: “Ik wist altijd al dat ik iets met mode wilde doen. Ik volgde ontwerpers die conceptueel werkten, zoals Hussein Chalayam, die zijn kleren begraven heeft om te zien wat er gebeurde met de materie.” Zelf heeft ze mode en textiel gestudeerd. Daarbij vond ze de zoektocht naar de materie het meest interessant, meer dan de kleding zelf, alhoewel ze het ook interessant vond om rond het lichaam te werken, de ruimte, het thema van het huis, alledaagse rituelen.

“Zo’n tien jaar geleden deed ik het afstudeerproject van mijn studie textiel rond Litouwse rituelen. Mijn grootvader was een Litouwer. Ik ben een jaar terug naar mijn roots in Litouwen gegaan. Ik vind de paganistische cultuur daar heel interessant. Ik hertekende Litouwse dekens, drapeerde de motieven en maakte daaruit nieuwe stoffen.”

“Ik vind bijvoorbeeld de stof van een dekbed of een canapé in een huis heel boeiend en hoe die vorm krijgt rond het lichaam. Hoe dat een aanwezigheid kan creëren zonder dat er iets onder is. Het contrast tussen aanwezigheid en afwezigheid van iets, gelinkt met de dood. Wat blijft erachter, de sporen die mensen achterlaten via objecten, via stoffen. Zo kreeg ik ook de gelegenheid om langere tijd in het huis van mijn oma te verblijven dat was leeggemaakt. Er bleven matrassen achter. Wat is daar allemaal mee gebeurd? Dat is een thema dat bij mij veel terugkomt.”

Sinds 2019 doet Louise projecten  waarbij ze bij mensen verhalen ophaalt. Die integreert en verwerkt ze vervolgens in een kunstwerk. Ze was drie maanden in Daon in Frankrijk en had daar een atelier met een groot weefgetouw ter beschikking. Ze ging bij de mensen langs voor verhalen, indrukken en objecten en verwerkte die in haar weefgetouw. Ze laat een foto zien van een abstract werk van een nummerplaat van een oude doodsauto.  Een beeldhouwer reed daarmee rond en af en toe sliep hij er zelfs in. Hij vertelde veel over wat hij allemaal had meegemaakt. 

In Woluwe heeft ze er ook voor gekozen om een participatief project te doen. Ze heeft drie maanden ateliers en workshops georganiseerd met groepen inwoners van Sint-Lambrechts-Woluwe. De vraag was steeds: ‘Wat is vrijheid?’.  Als voorbeeld geeft ze dat ze met een groep jongeren van het Franstalig atheneum rond graffiti werkte. “We hebben woorden gezocht en uitgetekend en samen geweven om zo deeltjes van iedereen in het kunstwerk verwerkt te hebben in de hoop dat ze ook fier zijn op het werk. De ateliers hadden ook de bedoeling om de mensen met textiel en vergeten technieken in aanraking te brengen.” Voor de ateliers had ze meerdere weefgetouwen in gebruik gekregen en resten touw van haar leverancier in koorden.

Louise heeft zichzelf die vergeten technieken aangeleerd. Ze had er altijd al een fascinatie voor: “Processen die veel tijd nemen ook half-mechanische technieken, die aan de basis van industriële processen liggen. De link met de industrie vind ik interessant. We leven in een wereld waar alles zo snel gaat. Waar het moeilijk is om tijd te nemen voor iets. Ik heb het idealistische idee dat alles wat ik draag of in mijn huis heb, zelfgemaakt zou moeten zijn. Ik vind het belangrijk dat we weten hoe iets gemaakt wordt. Dat er respect is voor objecten, voor alles, voor materiaal, om iets bij te houden. Ik bewaar en ook mijn familie bewaart veel van het verleden. Er is niet altijd een reden voor, maar er zit veel emotie in. Ook in de dingen die ik maak zit veel emotie en verhalen, van mezelf en van anderen.”

Over de keuze van de vorm van het kunstwerk in Sint-Lambrechts-Woluwe zegt Louise: “Ik vind het interessant om te spelen met de ruimte. Iets wat gemeenschappelijk is. Graffiti, is een kunst op zich. Het gaat hierbij om jezelf te uiten, maar ook om het innemen van de publieke ruimte. Iets heel persoonlijks en intiems zet je op een muur die niet van jou is, open en bloot. Met de graffiti muur in gedachten maakten we met 8 panelen een soort waaier. Op de tekening die ik als basis voor het kunstwerk maakte, had ik vooral groenachtige en bruinachtige kleuren met een paar kleuraccenten gekozen. Die kleurkeuze gebeurt vaak intuïtief. Ik ben gebonden aan ongeveer 10 kleuren van mijn kleurenkaart. Omdat het kunstwerk buiten staat, moest ik ook rekening houden met wat het licht doet met kleur. Daarom zit er geen rood in, want dat verbleekt snel. Het viel sommigen op dat er geen geel verwerkt was, maar dat is niet opzettelijk. Wit en zwart zijn het belangrijkste. Dit is ook weer gebaseerd op graffiti waar de vormen door wit en zwart afgebakend worden.” Aan het weven en knopen heeft Louise zes maanden gewerkt. Het weven deed ze alleen. Voor het macramé had ze drie maanden hulp.

“Ik voelde me een soort projectmanager. Het was moeilijk om iemand te vinden die de omkadering kon maken en ook kon plaatsen. Je moet er dan ook wel op kunnen vertrouwen dat het op tijd in orde komt. Het  laten passen van de tekening in de kaders was heel spannend. De installatie gaf veel stress door slecht weer.” 

Het Nelson Mandela plein met het kunstwerk Murmures Épars is officieel geïnaugureerd op 11 juni in het bijzijn van de Zuid-Afrikaanse ambassadrice. Over die officiële ceremonie zegt Louise: “De ambassadrice gaf een heel mooie speech. Er waren verrassend veel mensen aanwezig. Het is goed dat er zoveel aandacht voor was. Ik ben blij met het resultaat en vind het kunstwerk zelfs mooier dan ik van tevoren had gedacht. Het is geslaagd door de diversiteit, door de verschillende talen. Dat waar Nelson Mandela voor stond, komt naar voren in het werk. Samen met de mensen heb ik altijd rond Nelson Mandela en het thema vrijheid gewerkt. Ook met de jongeren die ik dan vroeg of ze Nelson Mandela kenden. Toen we startten met de ateliers was net de oorlog in Oekraïne begonnen, dus het onderwerp was heel actueel. De geschiedenis blijft zich herhalen en we leren er niet uit. Het is belangrijk om daar iets mee te doen. Brussel is heel multicultureel. Ik als Brusselse vind dat een pluspunt. Ik vind het belangrijk om dat positief te benaderen, al die verschillende talen en culturen. Ik vind dat inspirerend. In het kunstwerk staat dan ook bijvoorbeeld een Hindisch woord, een Russisch, een Perzisch, … 

De naam Murmures Épars heeft Louise zelf bedacht. Murmures staan voor de fluisteringen tussen de mensen in de workshops en mij. Dingen die ik op een bepaalde manier verwerkt heb. Het zijn ‘onverhalen’. Het is intiem. Het is als een geheime code. Je hebt de tekening ernaast, maar dan nog zijn er woorden in vreemde talen gecombineerd met die graffiti stijl en de gebruikte techniek die niet goed leesbaar is. Het is een beetje flou. Épars betekent verspreid, maar die vertaling is eigenlijk niet poëtisch genoeg. MurMures – spelen met muur, omdat het een soort muur is. Épars staat dan voor geen heel dichte muur.

“Ik heb meerdere dromen. Als ik fulltime verder kan doen wat ik nu doe, zou ik al superblij zijn. Dat zou ideaal zijn. Ik heb zin om naar plekken te gaan waar technieken gebruikt worden die amper meer gedaan worden. Ik hoop ooit nog in Litouwen projecten te kunnen gaan doen. Ik heb daar een jaar gewoond, ik heb contacten en ik spreek de taal. Het land ligt me nauw aan het hart. Wat ik ook heel leuk vind zijn de workshops die ik met mensen doe. Projecten met menselijke en collectieve aspecten. Daar wil ik naartoe. Alleen al een textielatelier samen met de mensen uit de buurt en ze laten ontdekken wat er mogelijk is, vind ik heel fijn.  Daarom ga ik ook in op de vraag van vzw’s of gemeenschapscentra om ateliers te organiseren.”

Het is duidelijk dat we nog wel een en ander mogen verwachten van Louise. Inspiratie genoeg en de ‘vergeten’ technieken worden door haar op een heel bijzondere manier weer modern. 

https://www.louiselimontas.com
https://www.facebook.com/louise.limontas
https://www.instagram.com/louiselimontas/

Tekst Diana Van Bergeijk
Foto’s Eric Rottée

Feest op ’t erf-Zemst

Videograaf Bert Vannoten

Beleefboerderij

Hof van Beieren is een project van en voor Zemstenaars en voor iedereen die dit mooie plekje kan waarderen.

De oude, indrukwekkende schuur van het Hof van Beieren, vroegere boerderij van Leon van de Prost, werd omgebouwd tot een ‘beleefboerderij’ inclusief moestuin en avonturenpad.

Het is een ontmoetingsplaats voor jong en oud(er); je kan er heerlijk lunchen of dineren in de aanpalende bistro, er genieten van een pannenkoek na een fiets- of wandeltochtje.

Lokaal en duurzaam winkelen kan er op de wekelijkse buurderij en/of streek-en boerenmarkt. Twee ruimtes kunnen gehuurd worden voor vergaderingen, familiefeestjes of voor de organisatie van events.

Tevens liep er voor de gelegenheid een kunstexpo in de oude schuur van het gebouw ” Hof van Beieren” van 2 locale kunstenaars: Viviane De Greef en Louisa De Ron

https://www.facebook.com/hofvanbeieren/
https://hofvanbeieren.be/
https://beeld.be/nl/kunstenaars/viviane-de-greef


Videograaf: Bert VANNOTEN

Eddy Toté… een artistiek Fenomeen?

Tekst Magda Verberckmoes Fotografie Eric Rottée

Van 9 juni tot 7 juli 2024 stelde Eddy Toté tentoon in de Zolderzaal van café Den Trol in Schoten. Sinds 10 juli en dit tot eind september is zijn werk nog te bezichtigen in de foyer van het CC Schoten. Hier volgt het verhaal van een atypisch kunstenaar en zijn bijzondere creaties.

Eddy ziet het levenslicht in een traditioneel arbeidersgezin waar hij als jongste opgroeit, samen met zijn broer Henri en zus Lydia. Op vijftienjarige leeftijd raakt hij in de ban van tekenen. Hij begint schetsen te maken op gewoon papier. De resultaten zijn geïnspireerd door Bijbelse mythen.

Van opleiding is Eddy technieker en zo kwam hij terecht in een groot energiebedrijf waar hij als piloot van een centrale een verantwoordelijke taak had. Door het shiftsysteem belandde hij hierdoor in een situatie die hem sociaal wat isoleerde. Op een gegeven ogenblik schreef hij zich in voor een cursus tekenen, maar snel moest hij vaststellen dat de helft van de lessen aan hem voorbij ging vanwege zijn professionele activiteit. Na een half jaar hield hij het voor bekeken op de tekenschool. Maar dit betekende niet het einde van zijn hobby. Hij tekende verder, voornamelijk met potlood en papier.

Tijdens een cafébezoek gebeurde het dat hij een bierviltje nam, een balpen tevoorschijn haalde en zijn inspiratie de vrije loop liet. Tot zijn eigen verbazing leidde dit tot bijzondere resultaten. Het werd uiteindelijk iets wat op een obsessie begon te lijken. Overal waar hij kwam, was er de behoefte om te tekenen, alles wat in zijn handen terechtkwam en geschikt was om ‘bewerkt’ te worden, kreeg de inspiratie van Eddy mee. Het ontging de andere klanten niet. Soms legde iemand een bierkaartje voor zijn neus en begon hij spontaan te tekenen. Naast het plezier van het creëren, begon Eddy ook het groeiende sociaal contact te ervaren en waarderen.

Zo ging het jaren verder, tot zijn broer, Henri, hem de vraag stelde of hij zijn werk niet wou veilig stellen voor de toekomst. Bierviltjes en andere dragers werden immers meegenomen door mensen die het mooi vonden, zonder dat er voor Eddy een spoor van overbleef. Het idee ontstond om een tentoonstelling te organiseren. Henri nam de taak van manager op zich en ruimde alle obstakels weg om het doel te bereiken.

Het werd een huzarenstuk om Eddy’s werken te verzamelen. Naast de stukken die hij zelf had bijgehouden, werden mensen die ooit een werk van Eddy hadden bekomen, benaderd met de vraag of ze het betreffende werk wilden uitlenen voor de tentoonstelling. Deze vraag kende een wisselend succes, vandaar dat sommige creaties enkel op foto’s te zien zijn.

Naast potlood en bic, waagt Eddy zich ook aan verf. Naast papier en bierviltjes, komen andere dragers aan bod. Alles wat in Eddy’s vizier komt maakt kans om een schilderij of tekening van hem ‘op te lopen’, werkelijk alles: sigarettenblaadjes, papieren tafellopers, meubelen, muren, zelfs handen en vingernagels, deze laatsten echter enkel op aanvraag van de eigenaar.

Bierviltjes en balpen hebben een bijzondere plek in het hart van Eddy en maken ongeveer 90% van zijn werk uit. De textuur van deze kaartjes – vooral die van Duvel – is heel fijn, indrukbaar maar ook sterk. Op de vraag waarom hij overwegend met balpen tekent, gaf hij het verrassende antwoord dat gommen hiermee niet mogelijk is. 

Het resultaat van zo’n tekening – meestal na een drietal uur – is onverwacht verwonderlijk, de details verbluffend.

Op enkele uitzonderingen na, is alles wat Eddy tekent of schildert het resultaat van zijn verbeelding. Maar één enkele keer stond een kennis als model voor een schets met kleurpotloden. 
De tekening met zicht op de stad Luxemburg kwam tot stand door ter plaatse de contouren van de stad en gebouwen te schetsen. De details werden thuis verder ingevuld en betreffen pure  improvisatie.

Vanwaar die rijke inspiratie? Die ligt, wat Eddy betreft, overal voor het rapen. Een vlek op de grond is genoeg om hem naar het potlood of bic te doen grijpen. In de foto van banale zaken ziet hij een rijkdom aan mogelijkheden om er iets origineels uit te puren.
Eddy heeft geen atelier waar hij zich terugtrekt om te werken. De wereld is bij wijze van spreken zijn werkplek. Hij hoeft geen schildersezel en een tafel waarop het materiaal is uitgespreid. Waar hij komt en getroffen wordt door wat zijn oog heeft opgemerkt, zet hij zich aan het werk met wat hij op dat ogenblik voorhanden heeft.

Als Eddy nu zijn leven overschouwt, geeft hij graag toe dat de tentoonstelling iets in gang heeft gezet. Daar waar hij vroeger veel op zijn eentje tekende om bezig te zijn, wordt hij nu in Schoten door vele mensen herkend en aangesproken. Er werden artikels over hem gepubliceerd en hij kwam op TV met zijn werk. Zijn broer Henri zorgde tevens voor een fotoboek “Ballpoint” met daarin een selectie bijzonder werken van Eddy. Globaal gezien een leuke ontwikkeling, alhoewel die overrompelende aandacht niet altijd gemakkelijk aanvoelt.

Vermoedelijk zal zijn leven en tevens zijn artistieke bezigheid niet veel veranderen. Eddy is en blijft Eddy. Hij is niet commercieel ingesteld en zal zelf geen actie ondernemen om zijn werken meer onder de aandacht te brengen. Een nieuwe tentoonstelling ligt dus volledig in handen van zijn broer Henri. Maar Eddy zelf, die blijft zich verder verwonderen over de vele dingen die ons omringen en gebruikt ze om zijn doel te bereiken: al tekenend scheppen.

Tekst Magda Verberckmoes
Fotografie Eric Rottée

De poëtische schoonheid van bloemen en kunst. Expo Wim Baes.

Tekst Kathleen Ramboer Fotografie copyright Wim Baes

Genieten van de zee en verwonderd kijken naar kunst dat kan in Oostduinkerke.
Donderdag 22 augustus 2024 woonde ik de opening bij van de expo ‘de poëtische schoonheid van bloemen en kunst’ van kunstenaar Wim Baes.
De tentoonstelling gaat door in Galerie Welnis, dienst toerisme, te Oostdunkerke.
De vlag dekt de lading. Wim Baes tovert de muren van de witte ruimte om tot aantrekkelijke, kleurrijke, florale, dromerige wanden die de zon naar binnen roepen. Alle werken zijn even kleurrijk maar niet altijd van eenzelfde vrolijkheid. ‘Fuck balance’ is een hint naar een rebels en ietwat moedeloos kantje van de kunstenaar.
En de bloemen op het canvas? Ik zou ze zo willen plukken maar zoals bij een beleving in de natuur laat je ze best ongemoeid op de plaats van waarneming. Hier aan de wand in de galerie oogt de kunstige flora dit ogenblik op zijn best. De afgeknotte bomen op het pink oppervlak, ondertussen een waarmerk van de kunstenaar, mochten op het appel niet ontbreken en schitteren tussen al het bloemengeweld. Beschilderde takken verbinden de werken onderling en maken het plaatje compleet.

Wim Baes is een rasechte schilder maar dit maal waagt hij zich met bravoure aan de fotografie, meer bepaald aan een oud procedé: de cyanotypie, in de volksmond blauwdruk genoemd. Zoek niet naar de typische cyanotypie blauwen bij het kijken naar zijn doeken. Wim Baes goochelt op stof prachtige, diepe zeegroenen die charmeren en je in vervoering brengen. Beïnvloedde de Oostkust, het Knokke van zijn jeugd, zijn kleurgebruik? De Oostkust ontmoet hier de Westkust. Zo verwoordde de schepen van Cultuur en Erfgoed,  Stéphanie Anseeuw, het fijntjes in haar inleiding.
Niet alleen de mysterieuze zeegroenen, de locatie, roepen herinneringen op aan zijn jeugd, ook de onderwerpen, de bloemen, de bomen… wortelen in zijn jonge jaren. Tussen de planten van het tuincenter van zijn pa voelde hij zich thuis. De inspiratie lag voor het grijpen… Illustraties uit de boeken van zijn pa, vormen vandaag de dag een basis voor zijn cyanotypes.
Het intrigerende zeeblauwgroen is het resultaat van werken op en met groene stof, chemicaliën en het zonlicht van Gent, Gent waar de kunstenaar nu woont. Ongetwijfeld ging hier een tijdrovende zoektocht aan vooraf. Het resultaat is grandioos. Ook het formaat is imposant. Deze grootformaat cyanotypes creëerde hij speciaal voor deze galerij. 

De canvassen verraden een kunstenaar die ook het tekenen in de vingers heeft. Dikke expressieve lijnen doorkruisen felle kleurvlakken op zoek naar evenwicht op het doek. Het cartoongehalte is nooit veraf. Niet alleen met het penseel vertolkt Wim zijn gevoelens ook de spuitbus helpt hem af en toe een hand. 

Wim heeft de gave wel doordacht schilderijen uit diverse periodes te combineren. Hij weet een tentoonstelling op te bouwen, de aandacht te wekken en te verplaatsen. Ik genoot van dit gevarieerd samenhangend geheel. Deze kunstwerken schrijven samen een gedicht over een persoonlijk verleden. Het schilderen verzoent hem met het heden. Zijn kunst laat niemand onberoerd, daar ben ik van overtuigd. Met de cyanotypes volgt de kunstenaar een nieuwe weg. Is dit een eenmalig experiment, een zijsprongetje? Persoonlijk hoop ik op een vervolg.

Tekst Kathleen Ramboer
Fotografie copyright Wim Baes

INFO EXPO

dienst Toerisme Oostduinkerke
Galerie Welnis
Astridplein
8670 Oostduinkerke (Koksijde)

van 23/08/2024 tot 15/09/2024

open ma – di – woe – do – vrij – za
van 10u tot 12u
en van 13u30 tot 17u
zondag van 13u30 tot 17u

https://www.koksijde.be/nl/de-poetische-schoonheid-van-bloemen-en-kunst-wim-baes

INFO WIM BAES

https://www.instagram.com/wim_baes_atelier/

recente publicaties

boek
The poetic beauty of Flowers & Art
World & Works of Wim Baes
soft cover 92 pagina’s
verkrijgbaar (5,95 euro) in de slegte

de slegte Voldersstraat 7 Gent
of via webshop de slegte
zie link
https://www.deslegte.com/the-poetic-beauty-of-flowers-art-3556895/
wimbaes@hotmail.com

Wim Baes is één van de kunstenaars van de salontafelalmanak Tussen Kunst & Quatsch 2025
dinsdag 8 april 2025
voor meer info zie https://www.tussenkunstenquatsch.be/webshop

meer over Wim Baes op kunstpoort
CANVASSEN MET EEN GESCHIEDENIS
https://kunstpoort.com/2024/06/11/canvassen-met-een-geschiedenis/

De Biënnale van Venetië 2024 – Deel 3

tekst en foto Rik Guns

Deel 3 – POLEN ZIEN EN STERVEN – ANDRZEJ WRÓBLEWSKI

‘In the First Person’
Nog tot 24 november 2024
Collaterale tentoonstelling in: Procuratie Vecchie, Piazza San Marco, 139-153
Organisatie: Starak Family Foundation.

Chauffeur blauw – 1948, olie op canvas, 89 x 120 cm

Andrzej Wróblewski werd net geen 30 jaar oud, maar hij behoort tot de grootste naoorlogse Poolse kunstenaars. In 10 jaar tijd, van 1948 tot 1957, maakte hij niet minder dan 140 olieverfschilderijen, 1400 tekeningen, gouaches, aquarellen; hij schreef ook 80 essays over kunst. In zijn land is hij een begrip, daarbuiten nauwelijks bekend. Zijn eerste buitenlandse solotentoonstelling kreeg hij pas in 2010; Luc Tuymans is een fan van zijn werk. Het was dus een ‘must’ voor mij toen ik las dat 80 van zijn werken te zien zijn op de Biënnale van Venetië. Ik baande mij een weg door de meute op het San Marcoplein, naar een bescheiden appartement, waar ik een stille getuige werd van leven en lijden in Polen, tijdens en na de oorlog, 70 jaar geleden.

Hoewel zijn werk duidelijk herkenbaar is, kan Wróblewski niet op een stijl vastgepind worden. Hij bleef continu op zoek naar nieuwe manieren om de realiteit weer te geven… zijn realiteit, zoals hij die zag, zonder franjes, dikwijls brutaal en wreed, soms kritisch, sarcastisch, soms mysterieus, soms vol liefde en bewondering. Hij maakte in zijn jonge leven zoveel drama mee, dat hij het nooit nodig heeft gevonden andere thema’s dan zijn eigen leefwereld in beeld te brengen. Hij tekende en schilderde die met zo een gevoel dat ik bij sommige van zijn werken de krop in de keel krijg.

links: Zelfportret op gele achtergrond – 1949 – olie op canvas – 92 x 62 cm
rechts: Beul, executie met een Gestapo-man – 1949 – olie op canvas – 118 x 89 cm

links: Executie VII – 1949 – olie op canvas – 120 x 90 cm
rechts: Liquidatie van het getto – 1949 – olie op canvas – 120 x 89 cm

Een zelfportret uit 1949 – Wroblewski was toen 22 – doet me denken aan een fotootje van mijn vader. (Beiden mannen waren ongeveer even oud, beiden verloren ze hun vader tijdens de oorlog, ik weet welke impact dat naliet op mijn papa). Wróblewski was nauwelijks 14 toen hij zijn vader zag sterven aan een hartaanval bij een razzia van de Gestapo in hun huis in Vilnius (Litouwen). Weggejaagd, opgejaagd vond zijn moeder uiteindelijk een onderkomen in Krakau (Polen), waar de jongeman getuige werd van nog meer verschrikkingen door het naziregime. Na de oorlog heeft hij die verwerkt in acht schilderijen. In de reeks ‘Executies’ toont hij hoe onschuldige, verbaasde mannen voor zijn ogen koelbloedig werden neergemaaid. Het is een meedogenloze confrontatie met de realiteit: mannen met verstarde blikken, aan stukken geschoten door een gevoelloze soldaat. Wróblewski toont ze als vervormde figuren in koude tinten – blauw, voor lichamen waar het leven al uit weg is.

‘Liquidatie van het getto’, een ander werk uit 1949, is zo mogelijk nog intenser: de compositie, de diepte, het dramatisch licht, de beweging, de berusting, de pijn… om stil van te worden. Je zou het werk in zijn echte omvang moeten zien. Het is slechts 1,20 m bij 90 cm groot, maar het liet een grotere indruk op mij na dan veel van het theatrale gedoe op de Biënnale.

links: Groepsscène – ongedateerd – houtskool, inkt, gouache, karton – 50,3 x 70,5 cm
rechts: Een schilderij over de verschrikkingen van de oorlog (Vissen zonder hoofd) – 1948 – olie op canvas – 71,5 x 119,5 cm

Dat hij een uitzonderlijk tekentalent was, bewijst de jonge Wróblewski met een schets, zoals in ‘Groepsscene’. Zo heeft hij er honderden gemaakt. In het begin van zijn carrière experimenteert hij ook met (een soort) surrealisme.  ‘Vissen zonder kop, een schilderij over de verschikkingen van de oorlog’,laat alles aan de verbeelding over. Met die harde, expliciete kleuren, die brutale, platte vormen is het bijna lithografisch, abstract. Het onderwerp is rauw, onverbloemd, maar de compositie evenwichtig mooi. De negatieve ruimte, de achtergrond tussen de groene vissen, is cruciaal voor de juiste beleving van het schilderij. Ik vind het prachtig.

links: Abstracte compositie in zwart, wit en blauw – ongedateerd – gouache, inkt, papier – 125 x 89 cm
rechts: Geometrische abstractie – 1948 – olie op canvas – 79 x 59,5 cm

Andere werken kan ik helemaal niet thuisbrengen: geometrische abstracte composities, de ene in zwart, wit en blauw, de andere in opzichtige kleuren. Ze blijven me uitdagen zonder dat ik er een antwoord op heb; misschien net daarom blijven ze me intrigeren.

 ‘Chauffeur’ (olie op canvas) dateert van 1948, maar het is een thema dat vanaf 1954 vaak terugkomt.  Het gaat telkens over een eenzame buschauffeur, meestal rugwaarts, soms frontaal geportretteerd. In het eerste werk, dat van 1948, toont hij de chauffeur brutaal realistisch in een bijna geometrisch abstracte omgeving, met een eindeloze horizon. Het onderwerp baadt in een blauw dat niet van deze wereld lijkt, terwijl de horizon er herkenbaar maar mysterieus uitziet. Aanlokkelijk? Of gevaarlijk? De chauffeur rijdt er resoluut heen, het avontuur of een onzekere toekomst tegemoet. Herkent de schilder zich in zijn onderwerp? Een schilderij dat vragen oproept is interessanter dan een dat antwoorden biedt. De compositie is een plezier om naar te kijken.

boven links: Hij en zij (figuratieve compositie n° 869) – ongedateerd – gouache, papier – 29,5 x 41,8 cm
boven midden De wachtrij blijft – 1956 – gouache, aquarel, papier – 99,6 x 150,8
boven rechts: Meneer de president – 1955 – aquarel, papier – 29,5 x 41,6 cm
onder: Hinkend  (figuratieve compositie n° 601) – ongedateerd – inkt, papier, 29,6 x 41,7 cm

Tussen 1950 en 1955 probeert Wróblewski zich te verzoenen met het socialistisch realisme, zoals ‘kameraad’ Stalin dat had gedicteerd. Maar zijn oversten, noch hijzelf zijn tevreden met het resultaat. Hij wil wel realistische composities maken, maar weigert gewone mensen af te beelden als stachanovistische helden. De leugen is aan hem niet besteed. Liever schildert hij ze tijdens een rustpauze (‘Pauze tussen het werk’ uit 1954). In die periode maakt hij ook taferelen waarin vrouwen de hoofdrol vertolken – hij bewondert hen voor hun onvoorwaardelijke liefde, hun kracht en hun zelfopoffering. De schilderijen over zijn gezin – hij huwt in 1953, hun zoontje wordt een jaar later geboren en een dochter in 1956 – tonen een zorgeloze tijd, een korte periode van geluk.

Vanaf 1955 raakt Wróblewski meer een meer gefrustreerd door de mislukking van het communistisch ideaal; hij zet zich ronduit af tegen het verstikkende socialistisch realisme. Hij begint sarcastische werken te maken, zoals ‘Meneer de president’, van het kleine mannetje dat zijn troepen schouwt; of ‘Hinkend’, van een hoogwaardigheidsbekleder die theatraal vanuit de hoogte de trap afdaalt; ‘Stoelen’- een reeks tekeningen en schilderijen, van mensen van alle slag, die verveeld, het verstand op nul en de blik op oneindig, achter elkaar op stoelen zitten te wachten… op Godot wellicht. (Ik ben ooit nog in Rusland geweest ten tijde van de ‘stagnatie’, in 1975 en ik herinner me die ellenlange rijen voor de winkels nog levendig).

Wróblewski schildert vanaf dan veel vrijer, hij maakt o.a. figuratief-abstracte illustraties en tekeningen op het werk van Apollinaire (die een Poolse moeder had); zijn werk wordt steeds vreemder, creatiever, suggestiever.

Schaduw van Hiroshima – 1957 – olie, houtskool op canvas – 133 x 100 cm

Eén zo een doek is ‘Schaduw van Hiroshima’ uit 1957. Het is een silhouet van wat ooit een mens was, maar nu ontmenselijkt, een monochromatisch vlak, half doorschijnend op een dode achtergrond, een contour die verdwijnt in een eindeloze leegte. Als je wil weten hoe het leven er na een kernbom uitziet, kijk dan naar dit schilderij.

Andrzej Wróblewski sterft tijdens een wandeling in het Tatragebergte, op 23 maart 1957, wellicht na een aanval van epilepsie, 29 jaar oud. Hij was vanuit Litouwen naar Polen gekomen om kunstenaar te worden. Hij kreeg er slechts tien jaar de tijd voor. Hij was een scherpzinnig waarnemer, een gevoelsmens, maar tegelijk een meedogenloos verteller. Als je ooit een tentoonstelling van hem kunt zien, twijfel niet, maar verwacht geen gemakkelijke, leuke plaatjes.

Het laatste woord is voor Andrzej Wajda, zijn beste vriend, die in 1956 zijn eerste solotentoonstelling organiseerde en die later, als kineast, veelvuldig gelauwerd zou worden op het Festival van Cannes:

The hour when I first saw one of Wróblewski’s ‘Executions’ may well have been the most important moment of my life. It may have been then that I gave up painting and decided to seek another path for myself. It may have been then that I understood that our generation was a generation of sons who had to recount the fate of their fathers because the dead could no longer speak. Andrzej Wróblewski was a continuator of the great line of Polish Romantic artists, those who are sent to us by the dead.”

Tekst en foto Rik Guns