Jeugdige ondernemingslust, daar heeft kunstpoort een boontje voor. Toen Dries en Nand me een interview voorstelden, aarzelde ik niet. Dries De Meutter, student KMO management en Nand Haegeman, een jonge kunstenaar/student, willen kunst aan immo koppelen. Met dit voor ogen riepen ze TO KEEP gallery in het leven. De bedoeling is eendaags tentoonstellingen te organiseren in te koop gestelde panden en dit in samenwerking met een immokantoor.
links Dries en rechts Nand, oprichters van TO KEEP Gallery
Dries en Nand verkozen LUCA, School of arts, als plaats van afspraak. Melancholie overvalt me, vele jaren geleden droomde ik hier van een toekomst in de reclame- en grafische sector. We lopen door de beeldentuin (1878) in het oudste deel van het complex. De rommelige charmante tuin met erfgoedrelicten, architecturaal belangrijke stukken, zuilen, kapitelen, doopvonten… is nu gerenoveerd tot een strakke, geordende tuin zonder ziel. Gelukkig, het atelier waar later de fotosessie doorgaat, blijkt allesbehalve zielloos, de artistieke chaos vormt een geschikt decor voor wat foto’s. In de chaos schuilt creativiteit.
Kunstpoort Van waar komt het idee immo te koppelen aan kunst? Nand We kennen elkaar van onze humanioratijd, verloren elkaar uit het oog en plots kwamen we elkaar weer op het spoor. Ik dacht toen al aan het organiseren van tentoonstellingen voor jonge kunstenaars. Dries Het idee van TO KEEP gallery groeide bij een babbel op café. Recht tegenover het café stond een pand te koop. We dachten, hoe cool zou dat niet zijn om daar een expo te organiseren. We besloten immokantoren te contacteren en ons project, immo en kunst, voor te stellen aan vastgoed kantoren.
Kunstpoort Was er veel interesse? Dries We hebben enorm veel immokantoren opgebeld. Enkele toonden interesse en waren tevens geïnteresseerd in kunst. Nand Interesse in kunst was onze eerste vereiste om met een immokantoor in zee te gaan. Een naam vinden was een volgende stap. ‘TO KEEP gallery’ klinkt vast-goed als allusie op ‘Te koop’, om (van) te houden. Terwijl het pand leegstaat krijgt het door ‘TO KEEP’ toch nog een opvulling.
Kunstpoort Het logo is sterk, spreekt aan, door de vormgeving leg je onmiddellijk de link met immo. Nand Het is herkenbaar
Kunstpoort Is het de bedoeling om kunst te verkopen, zien jullie het commercieel of is tentoonstellen de enige optie? Nand Als testcase starten we een expo met mijn werk. Het is de bedoeling jonge kunstenaars een kans te geven. Dries Het is zeker ook de bedoeling te verkopen. Dries en Nand Voor de kunstenaar houden we het low-budget. We willen het minder prijzig houden dan tentoonstellen in een galerij. Winst maken is wel onze bedoeling, wie weet kunnen we later met dit project in ons levensonderhoud voorzien.
Kunstpoort Blijft het bij één immokantoor? Dries en Nand Voorlopig wel, het is een test, we zien hoe het loopt en evalueren dan ons eerste event. Het kantoor waar we nu mee samenwerken is WAARDEVOL VASTGOED
Kunstpoort Heb je een voorkeur voor een bepaalde locatie? Een luxe vastgoed? Een fabriekspand? Een villa? Dries en Nand Niet echt. Het is de bedoeling dé geschikte werken te vinden bij een bepaalde locatie. Nu heeft het immokantoor een spiksplinternieuw pand voorgesteld, clean, witte muren, strak, hedendaags… Nand De expo heeft de naam HUIS ARTS een tentoonstelling met doctor Nandus. Je snapt onmiddellijk de verwijzing naar immo en art. Doctor Nandus is dan weer een allusie op doctorandus, iemand die nog studeert.
Kunstpoort Welke discipline, techniek verkiezen jullie of is er geen beperking? Beeldende kunst, sculptuur, fotografie….? Dries We kijken al vooruit naar de zomer. Sculpturen in de tuin… zou dat niet schitterend zijn? De woning die we nu toegewezen kregen is een nieuw bouw. De volgende keer kan het huis een volledig andere sfeer uitstralen. We zoeken kunst die het karakter van de woning versterkt.
Kunstpoort Het is een ééndaags tentoonstelling. Denk je dat velen misschien zullen afhaken omdat de expo slechts één dag lang plaats vindt? Is het niet vervelend grote inspanningen te leveren voor enkel één dag? Dries en Nand We hebben geen andere mogelijkheid. Het voordeel is dat je in één daag alle geïnteresseerden over de vloer krijgt.
Kunstpoort Wat denk je? Komt de kijker enkel voor de locatie, het immo aspect, en ziet hij de kunst als toemaatje. Of komen anderen ook echt voor de kunst? Dries en Nand Ons publiek komt ongetwijfeld voor de kunst. Iedereen kent wel iemand die een huis zal willen kopen of je wil bijvoorbeeld later er zelf één kopen, dan is de stap naar die ene immo zaak vlug gezet, dat vastgoed kantoor van die expo…. Het is een WIN-WIN situatie. We maken nu zo veel als mogelijk promo op instagram, bouwen een community op van mensen die TO KEEP volgen en op regelmatige basis naar locaties komen, nu eens in Gent, een ander maal in Deinze, in Zulte…
Kunstpoort Jullie beperken zich tot Oost-Vlaanderen? Nand Inderdaad, als het goed loopt, wie weet, kan het ook buiten Oost-Vlaanderen, in Brussel…
Kunstpoort Jullie studeren beide nog, is dat te combineren? Dries Het voordeel is dat er maar één kijkdag is, dat lukt wel. Een complete week permanent aanwezig zijn, is voor ons niet haalbaar. Nand Er kruipt heel wat tijd in, dat hebben we gemerkt tijdens de ‘blok’. Het was best pittig examens combineren met mailverkeer voor het project. Het is wel fijn om het project op punt te stellen. De mooie reacties die we krijgen, dat is ongelooflijk. We bezochten Brafa en konden van gedachten wisselen met Sofie Van de Velde. Ze vindt ‘TO KEEP’ een goed format en volgt ons nu. Het stimuleert, voelt goed wanneer grote namen de ondernemingszin van de jeugd toejuicht.
Kunstpoort Welke selectieprocedure volg je, ga je kunstenaars bezoeken in hun atelier, tentoonstellingen volgen…online zoeken? Nand we dachten voornamelijk te rekruteren op school maar zijn verbaasd door de talrijke reacties van kunstenaars via Instagram. Social media zal zeker een rol spelen. We namen ook contact op met galerijen. Die hebben vaak een overaanbod aan kunstenaars. Namen mogen ze ons altijd doorspelen.
Kunstpoort Spoor je hoofdzakelijk jonge kunstenaars op? Dries en Nand De focus ligt op jong. Wij geven de jeugd de mogelijkheid om tentoon te stellen. Het is dé kans om samen op onderzoek te gaan, mogelijkheden af te tasten. De drempelvrees naar een galerij is groot, de stap naar een samenwerking met ons is heel wat kleiner. Een expo organiseren in diverse panden, dat trekt me enorm aan. Maar wie weet hebben we in de toekomst zelf een galerij op een vaste locatie.
Kunstpoort Dat kan wellicht als je een vast publiek, een community opbouwt. Kan je wat meer info bezorgen over het waar en wanneer van jullie eerste project? Nand Alles is te vinden op instagram.*
Kunstpoort Geef je ook achtergrondinformatie over de kunstenaar, zijn stijl, zijn invloeden. Leg je eventueel de culturele context van het kunstwerk uit wat kan helpen de betekenis en het belang ervan te begrijpen? Nand Tijdens de kijkdag geven we uitleg om 14 u over het project en de kunstenaar. Dries en mezelf zin er zeker aanwezig en staan klaar om wat duiding te geven. Het ontwerpen van affiches en flyers is nu de volgende stap, die gaan we 2 tot 3 weken op voorhand verspreiden.
Kunstpoort Hebben jullie al ervaring in tentoonstellen, kunstevenementen…. Dries in mijn laatste jaar middelbare school net voor ik de studies KMO management aanvatte, had ik een kleinschalig project om kunst van mijn nicht te verkopen. Ik vond het zo wijs dat ik het nu durf te wagen op een hoger niveau. Nand Zoals elke student zoek ik mogelijkheden om tentoon te stellen. Mijn werken hingen in een het cultureel café in Wetteren, in een coffeebar…
Kunstpoort Is de school op de hoogte? Nand Ja, ze staan achter het idee.
Kunstpoort Wat is jullie droompand waar je werken wil tentoonstellen? Dries en Nand Een gebouw met karakter is wel een uitdaging of een echt volledige ruwbouw. Het leuke is dat de setting varieert en een diverse aanpak vraagt. Een galerij blijft gebonden aan zijn eigen specifieke ruimte en lichtomstandigheden. Een groepsexpo is ook een mogelijkheid bij een groot pand. Dries Ik droom maar verder. Wie weet vinden we een omgeving waar diverse huizen te koop staan. Zo kunnen we een soort kunst/immo route in het leven roepen, per huis de kijker laten kennis maken met een kunstenaar.
Kunstpoort Ga je ook de koper adviseren wat ophanging, installatie betreft? Suggesties geven zoals een interieurarchitect dat doet? Nand De mogelijkheid zit erin. We kunnen de werken ook presenteren in de gewenste ruimte. Dries Voor mij is Nand een jonge kunstenaar met veel potentieel, niet veel starten een eigen galerij op. J
Kunstpoort Je neemt geen grote risico’s door jullie project te starten met eigen werk, dat is als starter zeker een pluspunt. Hopelijk voert het immokantoor ook wat promo met en voor jullie. Dries en Nand Op iedere post vermelden we het kantoor. Het kantoor zelf deelt zo’n 3000tal folders uit, dus dat zit goed.
Kunstpoort Om te eindigen verwijs ik graag naar Sofie Van de Velde. In haar boek ‘Expeditie kunst’ schrijft ze: ‘Als al mijn collega’s en ikzelf- onszelf ‘ondernemers in kunst’ noemen, dan is dat omdat we onszelf niet enkel als galeristen zien. Dit zou een te beperkte omschrijving zijn van hoe we ons in de kunstwereld begeven…. Zo werken we soms samen met architecten, zodat kunst ook in de openbare ruimte kan gebracht worden….’ Dries en Nand noem ik graag zoals Sofie Van de Velde het zo mooi uitdrukt jonge ‘Ondernemers in kunst’ maar het zijn ook avonturiers, ze reizen het onbekende tegemoet om te leren met vallen en opstaan. We wensen beide een gouden toekomst, liefst in de kunstwereld.
DeWeverij is een industriële ruimte omgetoverd tot mensenruimte. Marc Mestdagh brengt er mensen samen, hij steunt en helpt kunstenaars contacten te leggen. Kunstenaars die werken rond een bepaald thema geeft hij een forum. Dit maal staat de natuur centraal, specifiek ‘Nature Morte’.
mensenruimte deWeverij tijdens de opbouw expo N A T U R E M O R T E
‘Stilleven’ is een genre dat door de eeuwen heen haar plaats veroverde in de kunstgeschiedenis. In de Romaanse talen spreekt men van ‘Nature Morte’ of dode natuur. Oorspronkelijk was het stilleven bedoeld als een virtuoze studie van roerloze voorwerpen en als ode aan de wonderen van de natuur. Vandaag visualiseert een hedendaags kunstenaar een ‘Nature Morte’ veeleer om de relatie en band van mens en natuur in vraag te stellen. In de 21ste eeuw dragen ondoordachte, egoïstische acties van de mens bij tot vergankelijkheid, zelfs vernietiging van de natuur. Nature Morte… het begrip krijgt stilaan een duistere donkere betekenis. Voor de vier deelnemende kunstenaars is de ‘Nature Morte’ helemaal geen donkere dode materie maar natuur in beweging, natuur die leeft. Elke kunstenaar benadert deze op een eigen persoonlijke plastische wijze, in een breed visueel veld. De 4 kunstenaars in deWeverij nemen je mee op een tocht doorheen de wonderen van de natuur, ze roepen emoties op en stellen vragen en vooral… ze overvallen de toeschouwer met de krachtige schoonheid die een inspirerende natuur ons te bieden heeft.
Mieke Van Den Ouweland heeft vooral oog voor de kleur van vogels. Geen enkel kleur in de natuur is overbodig of in disharmonie. Elke vogel heeft een scala aan kleuren die hij nodig heeft om te overleven, een mannetje vaak om te behagen. Zo zorgen donkere kleuren voor meer efficiëntie tijdens het vliegen of ze bieden bescherming tegen uv-stralen… er zijn tal van voorbeelden. Mieke aan het woord: ‘In mijn kunstwerken laat ik meer en meer de vorm verdwijnen zodat enkel kleur overblijft. Dit is mijn zoektocht om kleur te eren en om te zetten naar emotie.’ Subtiele mixed media werken met ronkende vogelnamen als ‘Ciconia nigra’ ‘Picus viridis’ ‘Fringilla coelebs’… zijn hier een voorbeeld van. Zonder een vogel te visualiseren geeft ze de essentie van het dier weer. Bij het bekijken van haar kunst, neem ik beweging waar, droom ik me een poëtische vlucht in gezelschap van een kleurrijke vrije vogel. Haar interesse voor de natuur is breed. Die bezorgdheid voor de achteruitgang van de egel in Vlaanderen vertaalt zich in enkele werken. Het steeds veranderende lichtinval op de stekels zijn voor haar een dankbare inspiratiebron.
Bij Werner Van Lierde zit kunst in alledaagse dingen. De kunstenaar zoekt geen onderwerpen, hij vindt ze, in de tuin, de keuken, op straat…. in zijn eigen leefmilieu. Een stukje bloemkool, een groente, een takje… isoleert Werner Van Lierde en presenteert hij op een neutrale achtergrond, vaak een wit vlak nu en dan een zwart. De kunstenaar speelt met het alledaagse en verheft een banaal voorwerp tot kunst door het met een gericht fotografisch oog uit zijn context te halen. Photoshop trucjes komen er niet aan te pas, minieme ingrepen zoals verhogen van contrasten verlenen het onderwerp meer zeggingskracht. De verbeelding van de toeschouwer doet de rest, die kan en mag er een eigen interpretatie aan geven.
Katleen Van der Gucht trekt aan de alarmbel door in haar werk het crashen van de biodiversiteit centraal te stellen. Onze natuur doet het slecht, dit betekent een immens probleem voor de mensheid, voor voedsel- en water voorziening, kortom voor het overleven. Katleen Van der Gucht wil specifiek planten een podium geven. Een persoonlijk herbarium is voor haar niet alleen een studieobject maar ook een middel om te communiceren omtrent de extreme bedreigingen van het milieu. Het is een hulde aan de biodiversiteit. Dit eerbetoon bestaat uit een reeks kleine olieverfschilderijen (12,5 x 12,5 cm) met gedroogd plantenmateriaal in verwerkt. Elk schilderij vertegenwoordigt een soort. De installatie vertoont enkele hiaten, witte vlakken. Deze vertegenwoordigen de snelheid van uitsterven van soorten. Sinds 1900 zijn er gemiddeld elke drie jaar meer dan acht plantensoorten verdwenen. Een andere reeks ‘Fading landscapes’ illustreert niet alleen haar verdriet om de, door de klimaatcrisis, verschraling van het landschap maar toont de kijker eveneens de schoonheid en fragiliteit van moeder aarde. Haar reeksen stemmen me melancholisch. Heel eventjes verlies ik me in een wereld van dagdromen over vroegere tijden en denk ik na over een onzekere toekomst.
Kathleen Ramboer eert in haar foto’s hoofdzakelijk het Vlaamse landschap meestal bevolkt met bomen. Haar fotografisch oog is picturaal. De benaming van haar reeks verklaart veel: ‘Wanneer fotografie de schilderkunst ontmoet’ Voor haar is natuurfotografie meer dan het schieten van mooie plaatjes, meer dan een optelsom van pixels. Ze vraagt anders waar te nemen, te observeren wat zachtjes fluistert: het kleine, het onbekende, de vergeten kunst in de natuur. ‘Nature Morte’ vindt ze dé gelegenheid bij uitstek om een kleine installatie, een verzameling van vruchten, tentoon te stellen. Hiermee sluit ze aan bij haar collega Katleen Van der Gucht. Vruchten betekenen een schatkist aan zaden die zich verspreiden en helpen de biodiversiteit in stand te houden. Haar weckpotten met vruchten staan symbool voor het bewaren van die soorten rijkdom. Kunst als wake up call voor de mensheid.
De expo ‘Nature Morte’ laat je niet alleen heerlijk genieten van natuurschoon maar ook bang nadenken over ons zorgeloos omspringen en lichtzinnig omgaan met al die schoonheid.
Reeks RIZOOM
Naast ‘Nature Morte’ kan je ook nieuw werk van Marc Mestdagh bekijken. Het nieuw werk bestaat uit een 20-tal werken uit de reeks Rizoom die als baseline meekreeg: ‘Niet verlangen naar een hard nieuw begin, maar vertrouwen op de kracht van diversiteit en verbinding die breed verspreid en onderhuids tot nieuwe kiemen leidt.’ https://marcmestdagh.be/
INFO
NATURE MORTE zondag 2 februari en zondag 2 maart telkens van 10u tot 18u gratis toegang – de kunstenaars zijn beide dagen aanwezig
Het Internationaal Comité (IC) viert op zaterdag 11 januari 2025 met trots zijn 35-jarig jubileum in het Cultureel Centrum van Mechelen
Tijdens dit feest ligt de focus op de schoonheid en waarde van amateurkunsten. Het IC werkt al 35 jaar nauw samen met zijn verenigingen en partnerorganisaties om deze diversiteit en gemeenschapszin te versterken.
De artiesten en groepen die optreden, weerspiegelen de verscheidenheid en rijkdom van het cultuurveld. Elk optreden draagt bij aan het behoud van culturele tradities en het samenbrengen van gemeenschappen.
tentoonstelling in Tale Art Gallery te Vlierzele 19/01/25 > 16/02/25
Joke Raes I Marja Kennis I Thibo Moreels I Mireille Robbe I Stephanie Leblon I Jonas Vansteenkiste
Curator: JONAS VANSTEENKISTE
De tentoonstelling Rose is a Rose is a Rose ontleent zijn titel aan de iconische zin van de modernistische schrijfster en dichteres Gertrude Stein. De zin, die voor het eerst verscheen in haar gedicht Sacred Emily (1913), weerspiegelt Stein’s onderzoek naar taal, herhaling en het symbolische gewicht van alledaagse voorwerpen. Door de roos te ontdoen van vooropgezette betekenissen en terug te brengen tot haar taalkundige essentie, vierde Stein zowel de eenvoud als de complexiteit van woorden en nodigde ze lezers uit om hun ritme en resonantie opnieuw te ervaren. De zin werd emblematisch voor de focus van modernistische kunst op perceptie en de ritmische herhaling ervan onderstreept Stein’s innovatieve benadering van poëzie.
In deze tentoonstelling reageren de kunstenaars Joke Raes, Marja Kennis, Thibo Moreels, Mireille Robbe, Stephanie Leblon en Jonas Vansteenkiste op het metaforisch potentieel van bloemmotieven. Hun werken putten uit bloemen en planten en hun veelvoud aan betekenissen – schoonheid, breekbaarheid, vergankelijkheid en romantiek – en transformeren die tot een visuele metafoor. Door middel van schilderkunst, beeldhouwkunst en gemengde techniek houden ze zich bezig met het ritme en de symboliek van bloemen, waarbij ze het poëtische ritme van Stein laten terugkomen in hun visuele composities.
Elke kunstenaar brengt een uniek perspectief: Joke Raes met haar organische vormen, Marja Kennis met haar ingewikkelde patronen, Thibo Moreels romantische schilderijen, Mireille Robbe met haar etherische beelden, Stephanie Leblon met haar gelaagde schilderijen en Vansteenkiste met zijn conceptuele installaties onderzoeken allemaal hoe florale beelden hun oppervlakkige schoonheid overstijgen om een vat te worden voor diepere emotionele en culturele verhalen.
De tentoonstelling creëert een weelderige, metaforische tuin, waar de universele symboliek van planten en bloemen samenkomt met de subjectieve visie van elke kunstenaar, en viert de blijvende echo van Steins woorden in de hedendaagse kunst.
tekst JONAS VANSTEENKISTE, curator
kunstenaars
Jonas Vansteenkiste (°1984, Kortrijk, België) is een multidisciplinair kunstenaar, afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent en St. Lucas in Antwerpen. Zijn praktijk omvat architecturale installaties, waarbij de grenzen van de ruimte oplossen in psychologische intimiteit. Door site-specific interventies werkt Vansteenkiste samen met de ruimte zelf, waarbij hij zich overgeeft aan een proces dat de controle uit handen geeft. Architectuur, met haar inherente regels voor interventie, wordt een vat dat luistert en collectieve deelname ontrafelt. Zijn verkenning van controle en vergankelijkheid ontvouwt zich als een poëtische reflectie op verlies, herinnering en vergankelijkheid.
Vansteenkiste herconfigureert de statische aard van de ruimte tot een dynamische plek voor transformatie. Deze benadering weerspiegelt de cyclische aard van A Rose is a Rose is a Rose, waar nieuwe betekenislagen worden ontdekt, maar betekenis zelf een actief potentieel blijft.
Vansteenkiste heeft residenties voltooid in Parijs en Berlijn en heeft internationaal geëxposeerd.
Marja Kennis (1965, Nederland) is een Nederlandse kunstenaar uit Almere, die de vormen van planten opnieuw vormgeeft. Kennis verzamelt en beeldhouwt bladeren, bloemblaadjes en takken en transformeert ze in keramiek dat even delicaat als duurzaam is. Elk artefact weerspiegelt de vergankelijkheid van organisch leven terwijl het de paradox vastlegt van het proberen te behouden wat onvermijdelijk vergankelijk is. Haar technische proces weerspiegelt zowel haar intieme betrokkenheid bij de natuur als onze collectieve verantwoordelijkheid in wat we laten groeien of weggooien. Kennis’ toewijding aan herhaalde vormen geeft elke plant een symbolisch gewicht; een echo van de paradox van A rose is a Rose is a Rose – waar het behoud zelf de confrontatie aangaat met de vergankelijke metaforen.
Het werk van Kennis is tentoongesteld in Galerie Franzis Engels in Amsterdam en in heel Nederland. Opvallende tentoonstellingen zijn High Fired (2022) en Message from Nature (2021). Haar werken maken deel uit van Museum Prinsenhof in Delft.
Joke Raes (°1983, België) is een Belgische kunstenares, afgestudeerd aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK) in Gent. Haar keramische sculpturen en installaties getuigen van de complexe spanningen tussen natuur en mens, vooral in het samenspel van groei en verval. Deze fragiele ecosystemen nodigen uit tot langdurige reflectie. Haar werken, omschreven als doordrenkt met “liefdeswater” of zwevend tussen handelingen van “onthullen en verbergen”, roepen een weelderige, raadselachtige wereld op. Terwijl hun organische vormen natuurlijk lijken te ontstaan, onthult nadere inspectie oppervlakken die worden gekenmerkt door een obsessieve aandacht voor detail – een bewijs van haar technisch meesterschap en esthetische precisie. Raes’ generatieve proces loopt parallel aan de bevraging van de perceptie in de tentoonstelling, waarbij ze keramische vormen transformeert om de grens tussen natuurlijke groei en een romantische, nauwgezette constructie te destabiliseren.
Raes internationale carrière omvat onderzoek naar biodiversiteit, onderlinge afhankelijkheid en milieuveranderingen tijdens residenties in het Amazonegebied van Peru en de Rode Zee, en tentoonstellingen in het Van Abbemuseum (Nederland) en Kyoto Art Center (Japan).
Thibo Moreels (°1986, Tielt, België) is een autodidactisch kunstenaar wiens werk zich beweegt tussen de grenzen van schilderkunst en beeldhouwkunst, gebaseerd op een instinctief engagement met materialiteit. Op zoek naar huisvuil – zolders, kringloopwinkels en garages – hergebruikt Moreels objets trouvés in composities die ironie met romantiek vermengen. Zijn precieze en subversieve gevoeligheid transformeert bekende objecten en herdefinieert het gewone als een plek van alchemie en heruitvinding.
Geïnformeerd door de sublieme esthetiek van de Hudson River School en een geest van experiment, speelt toeval een cruciale rol in Moreels’ studioproces. Hij beschrijft zijn werken als een “symbiose van wederzijdsheid”, waarbij het latente verlangen van een object vervulling vindt door onverwachte nevenschikkingen en interacties. Net als de thema’s die in A Rose is a Rose worden verkend, vragen zijn werken de kijkers om hun eigen verbindingen te maken, waardoor ze worden ondergedompeld in de autonomie van een buitenaards denkbeeldig verhaal.
Moreels heeft onder andere geëxposeerd bij Frock Gallery en samengewerkt met ontwerper Oskar Zieta.
Mireille Robbe (°1962, Brussel, België) is een kunstenares die werkt met sculpturen, installaties en tekeningen, waarbij natuurlijke materialen zowel als bron als gereedschap dienen. Ze volgt nauwgezet de filosofische en psychologische zoektocht om een brug te slaan tussen het leven en de natuur. Robbe is afgestudeerd aan Sint-Lucas in Brussel en de kunstacademie in Leuven. In haar meditatieve proces combineert ze intuïtie, ervaring en lezen, en kanaliseert ze ingebedde inspiraties in een caleidoscopische verkenning van alchemistische dimensies.
Omdat haar onderzoek ligt op het fragiele snijvlak van het tastbare en het imaginaire, onthullen haar werken verborgen verhalen en psychologische symboliek, zoals in A Rose is a Rose is a Rose. Door ruimtes waar natuur en geschiedenis samenkomen, nodigt Robbe’s praktijk uit tot contemplatie van onze gedeelde onderlinge verbondenheid, gevormd door een romantische toewijding aan het ongeziene – een resonantie die zich openbaart na een langere blik.
Robbe’s werk is tentoongesteld bij Perspective Galerie en Galerie Sofie Van den Bussche.
Stéphanie Leblon (°1970, Ieper, België) behaalde een diploma Monumentale Kunst/schilderen aan de Sint-Lukas Hogeschool in Gent en een postgraduaat aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (HISK). Leblons multidisciplinaire praktijk omvat wandsculpturen, werken op papier en schilderijen en verkent de materialiteit van bloemen door de wisselwerking van licht, gebaar en textuur. Vervaagde transparanties en gelaagde composities creëren visuele ritmes die de grenzen van perceptie uitdagen. We vragen ons af: hoe onthult licht een tactiele vorm? Hoe kan een fotografisch beeld zijn statische oorsprong overstijgen? Leblon’s praktijk onthult een nieuwsgierigheid naar hoe materialen percepties vormgeven en creëert werken die een brug slaan tussen abstractie en verhaal. Door haar herhaalde motief van een bloem vermengt Leblon de materialiteit ervan met symbolische resonantie, terwijl het aardse landschap vervaagt in meditatieve abstracties – een echo van de gelaagde verhalen die worden onderzocht in A Rose is a Rose is a Rose.
Opmerkelijke tentoonstellingen van Leblon zijn GROWFLOW (2023) en “BRAINBLOSSOM” (2022) in Art Gallery De Wael 15 en “FADING” (2009) in het Musée d’Elsene in Brussel.
tekst Isabelle BERGMANN, januari 2025
INFO
Tale Art Gallery Vlierzeledorp 12A Vlierzele
19/01/25 > 16/02/25
opening zondag 19/01 vanaf 11u tot 18u met intro kunstenaars om 15u door de curator JONAS VANSTEENKISTE
Reporter van kunstpoort Bernadette Van de Velde bezocht de IN MEMORIAM expo Fons Roggeman en kwam terug met enkele interessante foto’s die het werk en leefwereld van kunstenaar Fons Roggeman weerspiegelen. Als inleiding publiceren we enkele citaten, gelezen op de site https://www.fons-roggeman.be/
FONS ROGGEMAN Voortrekker van een generatie figuratieve kunstschilders in Vlaanderen Aalst 16 juni 1939 – Deurle, 24 december 2024
Fons Roggeman overleed, recent, tijdens de kerstnacht van 2024. Als hommage aan haar man stelt Flora van Leeuwen in hun huis te Deurle de werken van haar man tentoon. Zij zelf geeft tekst en uitleg aan de geïnteresseerde bezoeker. Het verhaal achter het schilderij. Interessant en beklijvend. In het atelier van de kunstenaar kan je bekijken hoe hij op 20 december 2024 met laatste kracht de laatste hand legt aan zijn allerlaatste schilderij. Pakkend !
Kunstpoort hoopt in 2025 op hetzelfde elan verder te gaan en boeiende reportages, video en tekst, te brengen over diverse kunstdisciplines. Verder houden we jullie via ons FB account en Instagram account graag ook in 2025 op de hoogte van expo’s en evenementen die niet altijd de volle aandacht krijgen in de geschreven pers en/of op sociale media. Op onze tentoonstellingspagina geven we vaak wat meer uitleg. FB https://www.facebook.com/profile.php?id=100063526032284 Instagram https://www.instagram.com/kunstpoort/
Het voorbije jaar publiceerde het Kunstpoort team (Bert, Bip, Diana, Erik, Kathleen, Magda, Rik) 67 reportages. We zetten graag, volgens de statistieken, de tien succesrijkste posts/pagina’s op een rijtje. Zijn dit onze beste reportages? Daarom niet; naambekendheid, toeval, zoektermen, algoritmen … zorgen voor meer of minder lezers. Oordeel zelf of je het bericht al of niet boeiend vindt.
1 Homepage Alle nieuwe reportages komen op de Homepagina terecht. www.kunstpoort.com
6 Videoreportage TEGENDRAADS naar aanleiding van ‘Tegendraads’, een eerste expo in de nieuwe Gallery Miss Pelters in de Sint-Katelijnestraat te Mechelen. https://kunstpoort.com/2024/10/09/tegendraads/
Tekst Kathleen Ramboer – foto’s copyright Johan Clarysse
Johan Clarysse is niet alleen een poëet op het canvas maar ook met de pen. Zijn eerste gedichtenbundel HET GEDULD VAN WATER is vers van de pers. Het mysterieuze schilderij op de cover, een Johan Clarysse, laat veel aan de verbeelding over, ook zijn gedichten kan je als lezer zelf een invulling geven. Zijn poëzie lezen is als kijken naar stillevens. Het is de kunst van het alledaagse, een viering van het leven van elke dag, contemplatief.
De bundel kan ik ontelbare malen lezen. Door het kleurrijke taalgebruik, de metaforen, de zinspelingen, de vindingrijke beeldspraak en de verbeelding van de dichter blijft de verrassing overeind. Lezend droom ik me schilderijen, verbeeld me herinneringen, ga op ontdekkingsreis in de wereld van de dichter en beleef opnieuw een stukje uit een ver verleden. HET GEDULD VAN WATER geeft me de kans een dichter te ontmoeten die beeldend schrijft en poëtisch schildert. Tijdens het interview voor kunstpoort leer ik een tedere kunstenaar kennen met een menselijke blik en klare taal.
Kunstpoort HET GEDULD VAN WATER Kan je me de titel verklaren? Wat is de onderliggende gedachte? Johan Clarysse Er zijn veel titels de revue gepasseerd. Dit vond ik een goede, een tikje mysterieus. De titel verwijst ook naar een stukje uit het gedicht Voorschot op geluk– pg 38
Laten we twijfels van elkaars lippen lurken, geloven in de zachte leugens van de kunst, het boek dat spreekt, de feniks, de kat, het kind, in het geduld van water.
In de bundel zijn er een vijftal verwijzingen naar WATER. Water zie ik als een metafoor voor het leven. Water kan zuiverend en positief zijn (de mens en de aarde bestaan grotendeels uit water) maar water kan ook aan de lippen staan, het is dubbel. Bij GEDULD van water denk ik aan een rivier die vanaf de bron geduldig op zoek gaat naar zijn eindpunt, die kronkelt, het landschap voorbij slingert, soms traag stromend, soms met watervallen, tot de monding in zicht is. Het is een titel die veel openheid laat.
Kunstpoort Waarom precies dat schilderij op de cover? Johan ClarysseHet schilderij komt uit de reeks ‘Looking for the invisible’. Ik wou een sterk beeld, het beeld heeft een zekere ambiguïteit in zich. Het gezicht laat een spanningsveld raden tussen de buitenwereld en de binnenwereld, een spanningsveld dat ook in de bundel aanwezig is. Het schilderij roept voor mij vragen op over onze condition humaine, wat is de mens?
KunstpoortWaarom publiceer je nu pas je dichtbundel, na al die jaren schrijven? Johan Clarysse Ik ben een laatbloeier die misschien iets in te halen heeft. In mijn studententijd en later schreef ik gedichten, publiceerde nu en dan. Daarna heb ik mij vooral in mijn beeldende kunst geëngageerd. Door de combinatie van mijn schildersloopbaan, mijn halftijdse job en het vaderschap, bleef er weinig tijd over voor de poëzie. De schrijver in mij heb ik een tijd verwaarloosd. De laatste vijf jaar heeft de oude passie een nieuw elan gekregen. De tijd was rijp voor een dichtbundel.
Kunstpoort Is er een wederzijdse beïnvloeding tussen je schilderkunst en poëzie, zie je verwantschappen. Is de taal van de dichter dezelfde als die van de schilder? Johan ClarysseEr zijn zeker verwantschappen. Ik citeer graag Simonides, een Griekse filosoof en schrijver, 540 voor Christus: ‘Schilderkunst is stomme poëzie en poëzie is sprekende schilderkunst’. Bij beide disciplines vertrek je vanuit de verwondering, de observatie, je stelt je eigen wereld en die rondom je in vraag. Zowel schilderkunst als poëzie brengen een beeldend verhaal: in de schilderkunst met verf en kleur, in de poëzie met taal. Er zijn ook gedichten in de bundel die refereren naar schilderkunst.
Fragment uit Zelfhulpgedicht – pg41
Drink een espresso in gezelschap van de baadsters van Bonnard.
Adem buiten de lijntjes, zorg voor baldadigheid
Kunstpoort Je schrijft de taal van een schilder: je verwijst naar kleuren, schrijft beeldend, filmisch… Bij het lezen van je poëzie verbeeld ik me een schilderij, een tafereel met specifieke, gedempte onverzadigde kleuren. Persoonlijk lees ik je gedichten zoals ik stillevens bekijk, met verbeelding, met emotie en herkenning. Ik zie een tafereel uit mijn kindertijd, herken een alledaagse realiteit, zoom in op de werkelijkheid. Soms besluipt me de gedachte: het gedicht kon evengoed een schilderij zijn. Mocht je geen schilder zijn, zou je dan in eenzelfde stijl, op eenzelfde beeldende manier schrijven? Johan ClarysseIk denk visueel, in de poëzie vertaalt dat zich in beelden. Beelden zijn opener dan begrippen of beschrijvende taal. Je kan ze invullen, ze maken diverse interpretaties mogelijk. Bij schrijvers/dichters is dit een gouden regel: ‘Show, don’t tell’. Het visuele is van kapitaal belang.
Kunstpoort Een schilderij kon een gedicht geworden zijn en omgekeerd. Wat doet je grijpen naar taal en wat naar het penseel? Johan ClarysseSoms grijp ik naar het medium schrijven, naast poëzie schrijf ik ook dagboekfragmenten, of ik kies voor het schilderen. Wat me naar het ene drijft en wat naar het andere is moeilijk te verklaren. Het gebeurt. Ik weet alleen maar als ik schilder, kriebelt het om te schrijven, als ik schrijf bekruipt me de lust om te schilderen. Door mijn fragiele gezondheidstoestand en het eindigheidsbesef dat ermee samenhangt is dat nog versterkt. Ik wil vele zaken simultaan aanvatten: en schrijven, en tekenen, en collages maken, en schilderen…
Kunstpoort Deze bewering doet me denken aan een andere vraag: ben je in je hoofd altijd aan het schrijven of schilderen? Kan je je hoofd nog leeg maken? En is dat niet vermoeiend? Johan Clarysse Wellicht kom ik over als een rustig persoon maar binnen in is het een en al activiteit en onrust. Ik ben zoals het een goede schilder en dichter past, altijd aan het observeren en creëren. Zonder meer in het nu zijn is voor mij een uitdaging. Maar ik vind het anderzijds fantastisch dat je mensen kan raken door wat je creëert en dat die dan bereid zijn in je universum te treden.
Kunstpoort Door je poëzie stel je je kwetsbaar op, leg je gevoelens bloot. Vind je het niet vervelend dat de lezer gist naar je persoonlijke leven en ervaringen, zich voorstellingen maakt over jouw leven en wie weet de bal compleet misslaat?
The big conversation, 70x90cm, 2022
Johan ClarysseHet lyrische IKvalt nooit 100 procent samen met dat van de schrijver. Ik put uit reële autobiografische ervaringen. Dat is het beginpunt maar niet het eindpunt. In mijn bundel zie je vaak het thema opduiken van het samensmelten van aanwezigheid en afwezigheid; de sterke tegenwoordigheid van een persoon die fysiek afwezig is door een breuk of door de dood. Maar als ik dat zo formuleer, zegt dat weinig, daarom schrijf ik er gedichten over. Sinds het overlijden van mijn vader X aantal jaren geleden is de nooit stoppende dialoog met onze eindigheid nog meer een voedingsbodem geworden voor zowel mijn schilderijen als mijn gedichten. Dat ik mij daar soms kwetsbaar bij opstel, vind ik ok. Je voldoende kwetsbaar opstellen in je werk – dat niet gaan etaleren maar ook niet verbergen achter allerlei poëtische trucs, het wapen van de ironie, of hermetische omschrijvingen – dat laat juist de mooiste dingen ontstaan.
Fragment uit Rechter en vriend – pg 10 I Nog steeds bewaar ik jouw gezicht, je voortvarende handen, de witte stoel waarop je zelden rustte.
Handig was je in dingen, onhandig in verdriet. Je hield niet van languit liggen in het gras. Het jaar door plantte je lente.
Je leerde me de hoogste vliegers maken, cirkels in staalblauwe lucht, de klakkebus die het luidst knalde.
Dat wit een optelsom van kleuren is en een omweg ons naar verder leidt.
Al kan ik nooit je hand nog schudden, ik houd je lichaam wakker. In je botten kom ik langzaam thuis.
Fragment uit Breuklijn – pg 48
Toch ben je er nog: als je voorbij fietst vermomd als vreemdeling, als ik de paaslelies in mijn tuin met je vingers verwar.
Gisteren zag ik je in aarde woelen, praten tegen de kat, kijken in de spiegel die ik voor je was.
Je kwam de kamer binnen als een raam waaruit het uitzicht is verdwenen.
Kunstpoort Bij het lezen van poëzie willen mensen geraakt worden. Kan een gedicht helpen om emoties te verwerken, troost te vinden, bij de schrijver of bij de lezer? Johan ClarysseDat denk ik wel, dat geldt alvast voor mezelf. Bij het lezen van een gedicht kan herkenning optreden, waardoor al dan niet sluimerende emoties bestaansrecht krijgen, soms ook gevoelens waar je zelf nauwelijks bewust van bent. Als jonge student was ik sterk politiek geëngageerd. Ik had een naïef geloof in een nieuwe betere wereld, een nieuwe mens. Op een bepaald moment heeft dat geloof flinke deuken gekregen. Een verlies van idealen gaat gepaard met rouwen, maar ik negeerde dat. Een gedicht van Herman De Coninck die daarop alludeerde opende mijn ogen. Een rake verwoording zorgde voor een gevoel van herkenning en dat werkte troostend. Maar poëzie is natuurlijk meer dan herkenning of troost bieden. Poëzie lezen maakt je blik scherper. Het reikt andere, soms onverwachte perspectieven aan en laat je kennismaken met andere invalshoeken.
Kunstpoort Ik hou van je gedichten niet alleen door de inhoud maar vooral om de schoonheid van de taal, de metaforen, de beeldspraak, het filmisch schrijven, het visuele. Johan ClarysseNatuurlijk, de omgang en het spelen met taal is het belangrijkste maar om poëzie te schrijven heb ik nood aan een inhoud zoals ik die ook nodig heb om gedreven te kunnen schilderen. Gedichten gaan vaak over thema’s die duizenden jaren oud zijn: liefde, geluk, dood, leven, afscheid, verbinding. Maar waar het vooral omdraait is de vormkracht. De inhoud is in zekere zin secundair. Alles is al geschreven maar hopelijk niet op mijn manier. Daar moet je ergens van overtuigd zijn, anders begin je er niet aan.
Kunstpoort Schrijf je intuïtief? Hoe ontstaat de beeldspraak, een metafoor? Schrijf je vlot of pieker je over het juiste woord, de juiste zin? Is er een lange afstand afgelegd tussen het denken en de hand die schrijft? Johan ClarysseEen gedicht schrijven is een werkproces. Het start meestal met een beeld dat zich opdringt, een startregel, maar het eindpunt is niet gekend en verloopt volgens een grotendeels oncontroleerbaar proces.Het ene beeld roept het andere op, genereert associaties, de opeenvolgende beelden stuwen elkaar voort. Het is een mythe te denken dat een schrijver een onverwachte ingeving in één ruk omzet tot een gedicht. Tien of meer versies gaan het eindproduct vooraf. Eerst zijn er mijn aantekeningen, de ongefilterde versie van die keten van associaties. Dan begint het grote werk, het schrappen, het zoeken naar variaties, het uitzuiveren van beelden, het zoeken naar het meest geschikte woord, naar een gepast ritme. Een gedicht schrijven betekent lezen en herlezen, vaak laat ik het ook lezen door iemand anders.
Kunstpoort Wanneer weet je als een gedicht af is? Je schilderijen geven de indruk ‘onaf’ te zijn, Geven je gedichten tevens een onvoltooide indruk? Johan Clarysse Een gedicht is af als ik de beste versie heb gevonden, als de puzzelstukken in elkaar vallen en het geheel kloppend maken. Dat betekent dat het beantwoordt aan de regels en wetmatigheden die ik – inderdaad grotendeels intuïtief – voor mezelf heb ontworpen voor wat een goed gedicht hoort te zijn. Je kan de gedichten ‘onvoltooid’ noemen in die zin dat hun betekenis niet vastligt en kan verschuiven. De lezer moet zelf de gaten invullen. Meerdere lezingen zijn mogelijk. Zoals in mijn schilderkunst is er ook dat eeuwige spanningsveld tussen helderheid en mysterie. Ik haal hier graag de quote aan van T.S. Eliot: ‘A good poem communicates before It Is understood’. Je hoeft niet alles onmiddellijk te begrijpen.
Kunstpoort Je gedichten zijn toegankelijk voor het grote publiek. Johan Clarysse Ik hou niet van hermetische poëzie maar een gedicht mag ook niet te toegankelijk zijn. Een goed gedicht is voor mij helder en duister tegelijkertijd. Het is per definitie meerduidig en suggestief. In zowel mijn schilderijen als in mijn dichtkunst hou ik van gelaagdheid. Maar er moet wel een inrijpoort zijn. Ik zet graag de deur op een kier. Aan de lezer of de kijker om binnen te treden in het gedicht of schilderij, erin rond te wandelen en liefst ook wat in te verdwalen.
KunstpoortIs gedichten schrijven als gesprekken voeren met iemand die je niet kent en je geen antwoord geeft? Johan Clarysse Je schrijft een gedicht. Je laat het los op de wereld maar weet niet waar het landt. Het is een zekere vorm van gulheid ook.
Kunstpoort Bij het lezen van je gedichten treedt vooral bij oudere lezers een gevoel van herkenning op, het herkennen van bepaalde levenssituaties. Je graaft hoogst waarschijnlijk in je eigen leven. Schrijf je over persoonlijke herinneringen die ook universeel zijn? Denk je dat jongere jeugdige lezers ook deze poëzie zullen smaken? Heb je een idee wie je lezerspubliek is?
Fragment uit Afscheid – pg 7 III Haar kamer, een boekdeel dat nog geschreven moet worden. We praten over appeltaart, de kunst van het ontvlekken, roze bietenmousse en in de boze wereld buiten: schaliegas, wir schaffen das, oorlogsgedruis.
Johan ClarysseHET GEDULD VAN WATER is geen persoonlijk document, zoals ik al zei. Ik put wel uit persoonlijke ervaringen en herinneringen maar probeer het particuliere van die ervaringen te overstijgen en er een meer universele, algemeen menselijke dimensie in te brengen. Het gaat niet over mijn gemis, maar over Het Gemis. Het gaat niet over mijn verlangen, mijn vader enz. maar over Het verlangen of De Vader, telkens met hoofdletter. Thema’s zoals eindigheid, verlies… zijn niet aan leeftijd gebonden. Ook de jeugd kan de weg vinden naar mijn poëzie. Het geeft voldoening te weten dat je gedichten gelezen worden. Gedichten schrijven is tenslotte een vorm van communicatie, zij het dan communicatie via een omweg, precies omdat het de dingen gelaagder en complexer maakt…
KunstpoortWat is het verschil tussen taal en verf? Laat de taal minder vrijheid toe door zijn traditie, zijn wetten en regels? Beperkt taal de creativiteit? Legt taal de creativiteit aan banden? Johan Clarysse Je kan ook vrij creatief omgaan met taal door het gebruik van metaforen en beeldspraak, het zoeken naar ritme, een specifieke klank… Bij experimentele dichters komt taal los van zijn betekenis en daar kan je heel ver in gaan. Paul Van Ostaijen en later de Vijftigers zijn daar mooie voorbeelden van. En bovendien: schilderkunst heeft ook zijn wetmatigheden…
KunstpoortOnze maatschappij heeft een beeldcultuur, wordt overspoeld door vooral dan digitale beelden. Denk je dat poëzie zorgt voor wat tegenwicht? Wordt poëzie niet in een hoekje gedreven of geloof je dat poëzie blijft overleven? Johan ClarysseBij de opmars van de fotografie beweerde men ook dat dit de dood was van de schilderkunst en kijk de schilderkunst bloeit als nooit tevoren. Poëzie zit in het DNA van de mensheid en gaat niet verdwijnen. De Grieken gingen ons voor, de leerdichten op rijm gaven kennis door. Ook in de Middeleeuwen was poëzie een belangrijke bron van kennis. Jammer, in onze samenleving maken we een verpretparking van de kunst mee, consumentisme is primair, dat duwt zaken als poëzie weg. Wat verstilling, vertraging en introspectie vraagt, verdwijnt naar de achtergrond. Poëzie is een niche. Het onderwijs kan een belangrijke rol spelen om daar verandering in te brengen. Of een Paul Snoek, Claus, Lucebert, Hans Andreus, Paul Van Ostaijen nog aan bod komen, weet ik niet. Songteksten, teksten die verwijzen naar de leefwereld van de jeugd met een poëtisch sausje er bovenop komen nu veeleer aan bod. Jammer, ik stel vast dat de poëzie waarmee ik kennis maakte tijdens mijn studies, nog altijd voor mij een inspiratiebron is, daar ben ik mijn leraars nog steeds dankbaar voor.
KunstpoortDenk je dat AI al in zwang is bij het dichten met gevolg heel wat vervlakking van de taal, minder nuances, minder diepgang? Johan ClarysseIk probeerde AI zelf uit met de vraag: schrijf een gedicht over een eik op het dorpsplein bv of over Brugge. Het resultaat was een verzameling van clichés. Een gedicht dat ik zelf neerpende, liet ik ook los op Chat GTP met de opdracht: maak hier een beter gedicht van. Interessant was de omzetting niet. Het kan misschien wel van nut zijn bij het zoeken naar een synoniem of een andere formulering. Hoe specifieker de vraag, hoe bruikbaarder het antwoord. Maar ik geloof er niet echt in. Moderne technieken kunnen soms een hulp zijn als je ze verstandig weet aan te wenden. Nogal wat hedendaagse kunstenaars gebruiken foto’s en projectie bij de opbouw van een schilderij, ook grote namen als Luc Tuymans en Michaël Borremans deden of doen dat. Alles kan van mij als je er inderdaad niet aan vastzit en het eindresultaat maar een sterk schilderij is De valkuil is dat de kunstenaar niet loskomt van het oorspronkelijk beeld en teveel invullend gaat schilderen, waardoor het toeval en het proces van het schilderen zelf in het gedrang komt. Iets analoogs geldt bij het schrijven van gedichten. Kunstpoort Magnumfotograaf Carl De Keyzer durfde het aan een boek te publiceren met uitsluitend AI beelden. Hij heeft ontelbare malen Rusland doorkruist en beweert: mocht ik Rusland niet kennen dan zou ik zo geen AI beelden kunnen creëren. Johan Clarysse Tenslotte moet je nog altijd een input geven. Op zich is het al boeiend dat de kijker zichzelf de vraag stelt: is dit een AI beeld of een ‘echte’ foto? Alleen het eindresultaat telt voor me. Kunst is per definitie ‘kunstmatig’. Je grijpt in op en geeft een extra dimensie aan een werkelijkheid waardoor die kunst wordt.
Kunstpoort Bij de aanvang van je carrière integreerde je wel eens teksten in je schilderijen, in een vorig interview met kunstpoort noemde je ze WOORDBEELDEN. Die teksten hebben geen directe relatie met de inhoud, ze zijn in eerste instantie een beeldende ingreep. Is het in de toekomst mogelijk dat een tekst, een fragment uit een gedicht, op het canvas wel verwijst naar thema en onderwerp en zo het schilderij gelaagder maakt, er iets aan toevoegt? Of hou je het liefst schilderkunst en poëzie gescheiden?
Suspicious landscapes – Ich bin ein Berliner, 150×140-cm, 2012
Johan Clarysse In mijn dichtbundel komen er bewust geen beelden voor, wie weet een volgende keer wel? Ik ga graag voor een weerbarstige relatie tussen woord en beeld, los van het illustratieve. Een expliciete tekst in een schilderij neigt al vlug naar kitsch. In vroeger werk zorgde de contradictie tussen de krachtige, strenge typografie van de tekst en het organisch, emotioneel geladen beeld, voor een interne spanning in het schilderij, daar hield ik van.
Kunstpoort Waarom dicht een schilder? Of je kan het ook andersom citeren: waarom schildert een dichter? Johan Clarysse Poëzie en schilderkunst zijn 2 media waarmee je greep probeert te krijgen op je eigen werkelijkheid en de werkelijkheid om je heen, die ons voor een deel altijd ontsnapt, zelfs in de intiemste relaties. Dat erkennen en omarmen is één van de drijfveren voor poëzie en schilderkunst. Wie zich perfect gelukkig voelt, geen vragen stelt, de wereld alleen maar toelacht, maakt zelden kunst.
To agree or disagree that isn’t the question, 100X80cm, 2016
Ontevredenheid met jezelf of de wereld waarin je leeft, is een motor voor kunst. Kunst draagt subtiel protest in zich. De poëzie heeft vele kamers. Bij mij ontstaan gedichten vanuit een soort emotionele urgentie, maar dat hoeft niet zo te zijn. Je kan ook een sterk gedicht maken over alledaagse objecten. Kijk maar naar de bundel van Geert van Istendael ‘Het geduld van de dingen (1996)’. Hierin schrijft Van Istendael vol overtuiging over schijnbaar banale voorwerpen als een rode bloempot of een lepel. Een gedicht kan ook louter gestoeld zijn op muzikaliteit. Tegenwoordig schrijven jongere dichters vaak prozaïsch met lange uitdeinende zinnen. Ik hou meer van verdichting, een minimaal aantal woorden voor een maximaal effect, met voldoende witregels die de stilte binnenbrengen.
Kunstpoort Hoe ben je bij ‘uitgeverij P’ terechtgekomen? Johan Clarysse Veel keuze is er niet. Ik heb mijn bundel gewoon opgestuurd. Uitgeverij P is de belangrijkste poëzieuitgeverij in Vlaanderen. In Nederland zijn er grotere maar die werken dan meer met reeds bekende namen en slechts af en toe komt daar een debutant bij.
Kunstpoort Je eindigt met het gedicht IN BLESSURETIJD Het is een pakkende afsluiter. Hoop je nog het ultieme schilderij te maken, een schilderij dat alle andere overtreft, dat de kijker naast kijken ook laat ZIEN en hoop je nog het gedicht dat alles zegt wat je wou zeggen, je opus magnum, te schrijven? Johan Clarysse Mocht het ultieme schilderij bestaan, geen enkele kunstenaar zou nog schilderen. Ook het ultieme gedicht bestaat niet. Een gedicht is altijd voorlopig, ook als het af is. Dwangmatig herbegin ik telkens opnieuw.
15 december 15 u Bundelvoorstelling Johan Clarysse Galerie S & H De Buck Zuidstationsstraat 25 – 9000 Gent
Verwelkoming + Johan leest enkele gedichten uit de bundel.
Interview door Jan Timmerman (filosoof en poëzieminnaar)
Vier bevriende actoren uit de wereld van de beeldende kunst brengen hun voorkeursgedicht en lichten kort toe waarom: Hermine De Groeve (galeriste), Joannes Késenne (kunstcriticus), Rob Loosveldt (kunstliefhebber) en Frederik Van Laere (curator).
Muzikale intermezzi Wout Clarysse
TENTOONSTELLING
er is werk te zien van Johan Clarysse in de groepstentoonstelling
“ Het naakt – Le nu -The nude ” deel II
29 november tot 29 december 2024 Galerie S & H De Buck Zuidstationstraat 25 – 9000 Gent
Tekst Kathleen Ramboer – foto’s copyright Johan Clarysse
Interview naar aanleiding van de expo ‘Les Wallons reviennent’ Rohan Graëffly and Guests
Tekst Kathleen Ramboer – Fotografie Kathleen Ramboer en Rohan Graëffly
kunstenaar Rohan Graëffly
Wendy Van Driessche en Guy De Dapper, de bezielers van Galerie Drie, hebben de bijzondere gave kunstenaars die buiten de lijntjes kleuren, kunstenaars met dat ietsje meer, op te sporen en een forum te bieden. Kunstenaars die opteren voor ongewone, niet voor de hand liggende materialen en disciplines zoals marmer, textiel, experimentele fotografie… passeerden er de revue. Van 6 december tot 5 januari is het de beurt aan de non-conformistische Waalse Rohan Graëffly en gasten. Galerie Drie brengt een stukje Waalse kunstscène naar Gent. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. Rohan Graëffly leeft en werkt in Arlon, Belgisch Luxemburg. De kunstenaar legt zichzelf geen grenzen op, gebruikt sterk uiteenlopende materialen en technieken om het kunstpubliek te verrassen met absurd, kritisch en ironisch werk. Zijn werk is schatplichtig aan Marcel Duchamp, Marcel Broodhaerts, Wim Delvoye… om maar enkele bekende namen te noemen. De kunstenaar kopieert niet maar creëert werk in de geest van deze beroemde voorgangers.
Het was zalig het prille begin van de expo opbouw mee te maken. Het blijft boeiend een lege ruimte stilaan te zien veranderen in chaos om later, omgetoverd, te kunnen bewonderen als een geordend geheel. Het neerpoten van twee immense witte zakken met 2000 half opgepeuzelde appels, in hout gebeiteld, was een performance op zich. Jammer, sneeuwwitje en de zeven dwergen ontbraken op het ‘appel’ om de vele in plastiek zakjes verpakte appels uit te pakken. Een gemoedelijke gezellige no-nonsense sfeer, passend bij het werk van Rohan Graëffly, vulde de galerie. Het interview kon aanvangen.
Kunstpoort Om te starten, een klassieke doodgewone vraag: wanneer besliste je om ‘kunstenaar’ te worden. Volgde je een kunstopleiding? Rohan Graëffly Ik dacht er niet aan te kiezen voor een leven als kunstenaar. Ik zag me eerder als dokter, psychiater, zelfs archeoloog. Toen ik fotografie studeerde in ‘La Cambre’ te Brussel viel alles op zijn plaats en besefte ik dat kunstenaar zijn voor mij was weggelegd. In mijn masterjaar ‘Photographie & recherches paraphotographiques’ verkende ik andere disciplines en technieken als schilderkunst, tekenkunst, beeldhouwkunst… Ik maak gebruik van sterk uiteenlopende technieken, geen enkele specialisatie draagt mijn voorkeur weg. Ik kies materialen en procedés die het best passen bij een specifiek kunstwerk.
Kunstpoort Hoe kwam je in contact met Galerie Drie? Rohan Graëffly Galerie Drie ontdekte mijn account op instagram en volgt me op sociale media. De eerste maal dat we elkaar ontmoetten was in Gallery Klotz in het Rivoli-gebouw te Brussel. Deze galerie representeert me als kunstenaar. https://www.instagram.com/klotzshows/ www.klotzshows.com
Kunstpoort Stel je veel tentoon in Vlaanderen? Rohan Graëffly In het verleden zeker. Galerij Jan Colle te Gent, een voormalige houtdroogplaats uit de jaren 30 verbouwd tot galerie voor hedendaagse kunst, vertegenwoordigde mijn werk. Ik stelde er twee maal per jaar tentoon. De galerie is ondertussen verkocht. Gent leerde ik in die periode beter kennen.
Fading Broodhaerts-2024 @Rohan Graëffly
Kunstpoort Je werk is typisch ‘Belgisch’. Je behoort tot de kunstenaars die we onmiddellijk associëren met surrealisme, dadaïsme, cynisme en rebellie, dat alles overspoeld met een vleugje humor. Het surrealisme van Magritte, de jongensachtige durf van Wim Delvoye, de ironie van Broodhaerts… je werken hebben het in zich. Ben je het daar mee eens? Rohan Graëffly Kunstenaars laten zich bewust of onbewust beïnvloeden door andere kunstenaars. Mijn grote voorbeelden zijn Marcel Duchamp, Marcel Mariën, Marcel Broodthaers.
Kunstpoort Een werk van je ‘Fading Broodhaerts-2024’ verwijst naar de kunstenaar. Je hebt hetzelfde gevoel voor humor. Rohan Graëffly Wat een fijne opmerking! Een mooi compliment.
Kunstpoort Ik wou je net vragen: ‘Wat is het mooiste compliment dat je ooit kreeg over je werk.’ Ik denk dat ik het antwoord weet. Rohan Graëffly Lachje
KunstpoortCreëerde je speciaal voor deze expo nieuw werk? Rohan Graëffly Niet echt, het meeste werk dat ik tentoonstel is recent en dateert van 2024. Het is de eerste maal dat ik canvassen uit de reeks ‘Serie Swiss’ in zo een groot aantal exposeer. De werken zijn geschilderd op recup materiaal, op onder andere vodden die ik in mijn atelier terugvond. Enkel de installatie “The foundation of Babel” ooit tentoongesteld in de St-Loup Church – Namur, dateert van 2013.
Serie Swiss, Acrylic on vintage rag on wood,, Variables Dimensions, 2024
The foundation of Babel
Kunstpoort Het werk “The foundation of Babel”, de in hout vervaardigde appels, intrigeert, wekt verwondering, bewondering, verrast en zet aan tot reflectie. Het werk is ook esthetisch gezien, een pareltje. Kan je me wat meer vertellen over de installatie met de 2000 appels “The foundation of Babel”? Rohan Graëffly Het begon allemaal met Eva die van de verboden appel at. Taal werd geboren, een dialoog kwam op gang, zo ligt de appel aan de basis van de toren van Babel en de spraakverwarring. Verdere uitleg is onnodig, toch?
Kunstpoort Waar haal je de inspiratie vandaan? Wat zet je aan tot kunst; een gevonden voorwerp, een politiek probleem of sociale hangijzers? Wereldproblemen? Rohan Graëffly Het leven van elke dag is mijn grote inspiratiebron. Plots is daar die aha-erlebnis, dat ene briljante idee. Het is moeilijk uit te leggen. Zaken, gebeurtenissen, woorden, objecten… komen samen, het is als elektriciteit die plots vonken geeft. It just happens.
links Coitus interruptus – 2013, Objet, copyright Rohan Graëffly rechts My Dear – 2014 Readymade, serre-joint / lettres à frapper – acier / bois, 25/9/2 cm, copyright Rohan Graëffly
Kunstpoort Wat wil je met je werk teweeg brengen; een glimlach, diepzinnige gedachten omtrent wereldproblemen en de samenleving? Rohan Graëffly Op zijn minst verwacht ik emotie. Om het even welke reactie, goed of slecht, als er maar een zekere terugkoppeling is, dan is mijn opzet geslaagd. Geen reactie is alleen maar saai.
Kunstpoort Is het wenselijk dat de kijker de essentie van je werk begrijpt? Rohan Graëffly Mijn werk brengt geen boodschap, begrijpen is niet het juiste woord. Mijn kunst wekt veeleer een gevoel op.
Kunstpoort Kunstliefhebbers hebben de neiging werken in een bepaald hokje onder te brengen. Bij welke kunststroming en/of –isme hoort jou werk? Heb je suggesties: minimal art, conceptual art, arte povera.. ? Rohan Graëffly Niemand stelde me ooit deze vraag. Omdat ik vertrek vanuit een idee, een concept creëer ik eerder conceptuele kunst. Is mijn kunst surrealistisch, dadaïstisch of om het even wat, ik weet het echt niet. Het is wat het is, it doesn’t matter, het maakt niet uit.
Kunstpoort Sta je stil bij het commerciële aspect van je kunst? Denk je na over het feit of je werk verkoopbaar is? Rohan Graëffly Dat is niet mijn probleem eerder dat van de galerist.
Kunstpoort De galerie in Brussel waar je aan verbonden bent, bieden ze conceptuele kunst, figuratieve kunst, hedendaagse kunst…? Rohan Graëffly Ze vertegenwoordigen in elk geval hedendaagse kunst, niet figuratief, enkel abstracte kunst.
Kunstpoort Wanneer startte de samenwerking met de galerie? Rohan Graëffly Het is het tweede jaar dat we samenwerken. De galerie bevindt zich in het Rivoli-gebouw op de grens van Elsene met Ukkel. Het is een hotspot voor hedendaagse beeldende kunst. In een voormalig somber afgeleefd shoppingcenter, wel met een bijzondere architectuur, vinden nu vele galeries een onderdak.
Kunstpoort Meestal nieuwe galeries? Rohan Graëffly Er zijn slechts een tweetal nieuwe galeries, gevestigde waarden uit het Brusselse verenigden zich en namen er hun intrek.
Photo by Sarah Cascone.
Kunstpoort Omdat het concept bij jou belangrijk is, had ik graag je mening over het kunstwerk ‘Comedian’ de banaan met de Duck tape van Maurizio Catellan. Het is een absurd werk, een satire, een parodie op de kunst. Is het een sterk werk? In je werk zie ik eenzelfde visie, zin voor humor en ironie. Rohan Graëffly Ik noem het een ‘funny work’ en ‘funny’ dat hij een banaan op de kunstmarkt brengt. Het is een feit dat niemand het hem voordeed. Je kan het vergelijken met de voor het eerst vertoonde readymade, de urinoir, ‘The fountain’ van Marcel Duchamp. We kunnen voor het ogenblik nog niet inschatten of ‘Comedian’ een icoon van de beeldende kunst van de 21ste eeuw wordt of verdwijnt naar de achtergrond. Ik beschouw het kunstwerk als een op de kunstmarkt gebrachte ‘pure joke’. De banaan voegt niets toe aan wat al bestaat. Het valt me moeilijk een standpunt in te nemen. Een sterk werk is het niet maar wel een ‘strong joke’.
Kunstpoort ‘Comedian’ ligt in de lijn van wat jij realiseert. Misschien kan je ook voor opschudding zorgen met conceptueel werk badend in een absurde humor, ideaal om een bepaald kunstpubliek en koper voor je kar te spannen? Rohan Graëffly Ja maar dit soort werk is reeds op de markt. Er is slechts één persoon op de wereld die tot zo iets in staat is en dat is Catellan.
Kunstpoort Ken je het oeuvre van Catellan? Heeft al zijn werk dezelfde spirit? Rohan Graëffly Inderdaad, Maurizio Cattelan wordt vereerd om zijn vaak satirische, subversieve, controversiële werken. ik vergelijk hem met Wim Delvoye. Het zijn 2 gelijkaardige kunstenaars. Het verbaasde me niet dat hij de wereld verblijdde met een werk als ‘Comedian’. Ik hou wel van zijn oeuvre.
Kunstpoort Vaak integreer je het kruis, een religieus symbool, in je werk. Is kunst voor je de nieuwe religie. Geeft kunst betekenis aan je leven, is kunst een noodzaak voor je? Rohan Graëffly Ik ben een overtuigd atheïst en ga graag in dialoog met religie, het christendom. Ik ben van mening dat ik de christelijke godsdienst mag bekritiseren, ik ken die religie en maak er toch ook deel van uit. Vooral extremen zoals godsdienstgemeenschappen in de USA zijn het onderwerp van mijn persoonlijke spot. Het jodendom en de islam behoren niet tot mijn wereld. Ik voel me dan ook niet geroepen om die godsdiensten van repliek te dienen en te hekelen.
Kunstpoort Vier andere kunstenaars uit Wallonië stellen hier met je tentoon. Jij stelde die voor aan Galerie Drie. Wat waren de vereisten, de criteria? Rohan Graëffly Criteria waren er niet. De verklaring is heel eenvoudig: Vorig jaar was ik curator en kunstenaar van de expo ‘Les Wallons sont là’ in het Kunstenhuis te Harelbeke. Enkele mede exposanten van toen stellen nu ook tentoon in Galerie Drie vandaar de passende titel ‘Les Wallons reviennent’. Martin Coiffier, Christine Mawet en Nicolas Tourte wonen in Wallonië. Messieurs Delmotte woont in Antwerpen, hij volgde de liefde.
Kunstpoort Tot slot nog een hypothetische vraag: je mag een originele en/of exclusieve locatie kiezen om tentoon te stellen, om het even waar, in een museum, een industrieel gebouw, een bekende galerie, in New-York, Parijs, Dubai… om het even waar, een plaats die je niet voor mogelijk acht, waar je niet durft van dromen. Wat stel je voor? Rohan Graëffly Dergelijke droom heb ik nooit gehad. Beroemd zijn laat me koud. Wie nu goed in de markt ligt kan binnen 100 jaar vergeten zijn en omgekeerd. Kunnen tentoonstellen in een galerie die mijn werk weet te verkopen, mijn kunst die het goed doet op de kunstmarkt, dat is voor mij het grootste geschenk. Professioneel kunstenaar zijn is mijn persoonlijk geluk.
Tot slot citeer ik graag deze gedachte van Maurizio Cattelan, passend bij het oeuvre van Rohan Graëffly Every work of art is a great promise of escape and, therefore, like an open invitation.
22 jongeren stranden op een luchthaven. Ze komen uit allerlei windstreken, spreken diverse talen, maar begrijpen allemaal het Engels van de omroepster. Eerst lijkt het alleen om een vertraging van het vliegtuig te gaan. Later worden alle vluchten geannuleerd. Wat doe je dan? Boosheid, frustratie, berusting. Aan alle emoties wordt uiting gegeven, maar dan lijkt er een oplossing. Met materiaal dat ze vinden op de luchthaven maken ze met z’n allen een soort vliegmachine en vliegen alsnog naar hun bestemming.
Dat is het resultaat van 4 dagen jongerenstage in de Tinnenpot in Gent. De stage werd van zaterdag 26 t/m dinsdag 29 oktober 2024 georganiseerd door JongDOEK, de jongerenafdeling van OPENDOEK, tijdens het Landjuweelfestival*. De stage wordt jaarlijks georganiseerd met ca. 15 jongeren. Dit jaar nemen er zelfs 22 acteurs deel aan de stage doordat het Oekraïense theatergezelschap Kalambur aangesloten is.
Het eerste gesprek is met de coördinator van JongDOEK, Hannah Baudouin. “JongDOEK bestaat al zo’n 8 jaar. Wij organiseren van alles voor jongeren tussen de 13 en 26 jaar en ook regelmatig jongerenstages. De deelnemers van deze stage zijn leden van toneelgezelschappen die een voorstelling hebben ingestuurd voor het Landjuweelfestival, maar als vereniging niet geselecteerd zijn. Ons doel is kruisbestuiving. De Oekraïense groep is betrokken voor ultieme kruisbestuiving.” Volgens Hannah zijn er best veel jongeren en jongerenverenigingen. Er is wel een soort tussenleeftijd, rond de 30, die wegvalt.
We spreken met 5 spelers over hun ervaringen. Ze vertellen dat ze vooral zin hebben om te spelen. De een vertelt dat ze tot haar studie veel aan theater heeft gedaan, via de academie woord en in een toneelgezelschap, maar dat ze sinds haar studie aan het hoger onderwijs niet veel meer heeft gespeeld. Drie speelsters komen uit Lot waar ze zelfs drie afdelingen met jongeren hebben. Er is iemand die zich afvraagt of ze theater wil studeren en gebruikt de stage om haar beslissing te kunnen nemen. Allemaal vonden ze het heel spannend om hieraan mee te doen. “Je kent niemand. Komt hier alleen. Maar direct de eerste dag, zelfs de eerste 10 minuten, was dat over.
Het zijn allemaal toffe mensen.” Wat het vooral spannend maakte was het gaan spelen met de Oekraïners. De Vlaamse acteurs zagen de taal als een barrière en vroegen zich af of ze wel spontaan zouden kunnen acteren. Dat gevoel waren ze eigenlijk al heel snel kwijt. “We begonnen met twee groepen, maar geleidelijk gingen de groepen in elkaar over. We verstonden elkaar ook al spraken we niet allemaal even goed Engels. De regisseurs hebben ons daarin super enthousiast begeleid.” De vier dagen waren intensief met van 10 tot 16u repetitie, vooral improvisatie en ’s avonds twee voorstellingen van het Landjuweelfestival. Ze hebben veel ideeën kunnen opdoen voor hun eigen vereniging. En iedereen is het erover eens dat ze veel van de Oekraïners hebben geleerd. “Zij doen dat mooi en goed. We willen allemaal terugkomen.”
Ten slotte spreken we met twee van de drie regisseurs Niels Nijs en Silke Claessens. Silke heeft de regie na twee dagen overgenomen van Elisa Goossens. Niels en Silke vertellen dat ze zich bij het begin heel bewust waren dat de groep Oekraïners in hun eigen land al samen in een gezelschap speelden en de Vlamingen zo goed als niet. De eerste dag hebben ze iedereen samengezet en een soort kennismakingsoefeningen gedaan. “We hebben ingezet op verbinding, samenspelen om op die manier dichter tot elkaar te komen en niet de verschillen speciaal in de verf zetten. De Oekraïners hebben hun verhaal verteld, maar voor hen was het vooral belangrijk om in een veilige omgeving te mogen spelen en met het theatervak, waar ze heel veel van houden, bezig te zijn.”
“De groep functioneerde eigenlijk zoals in het begin met elke andere groep: in de pauzes apart, maar op de vloer was er snel contact. Dag na dag groeide het groepsgevoel. Vanaf dag drie was de groep één geheel. Toen zag je ze ineens samenzitten in de pauzes, telefoonnummers uitwisselen, filmpjes delen. De Vlaamse spelers werd een Oekraïens nummer aangeleerd. Het op zondagavond zien spelen van de Oekraïense groep in het programma van het Landjuweelfestival met de voorstelling ‘Because it’s my home‘ was ook belangrijk om de dynamiek verder te ontwikkelen.” Silke: “De kracht die deze jongeren binnenbrachten, zullen de Vlaamse jongeren ook zeker hebben gevoeld. We zijn onder de indruk. We moeten hier een week van bijkomen. Er is geen nieuwsartikel dat harder binnenkomt dan de verhalen hier.”
Over het stuk zelf vertelt Niels: “We hadden een ideeënconcept: veel mensen hebben het inherente verlangen om te kunnen vliegen. Hiervan hebben we elke dag een ander facet verkent. Welke personages kunnen we opvoeren, welke taal spreken ze, … Elke dag gaven we een improvisatieopdracht en specifieke maakopdrachten, zoals ‘Bouw eens een machine. Welk lied zouden jullie zingen om die machine in gang te krijgen.’ Het raamwerk hebben wij gebouwd, maar de inrichting, alle planken, alle meubels, alle glazen hebben zij in elkaar gezet. De inhoud hebben zij gedaan. Silke en ik hebben alleen maar gekeken hoe het dan geworden was.”
Het resultaat hebben ze al snel losgelaten. Silke: “Als theatermakers ben je altijd benieuwd naar het resultaat. Hier was het resultaat van ondergeschikt belang. Het gevoel overheerste dat wat er is, wat er bestaat, zal wel overeind blijven. Het is een groep met zeer veel kwaliteiten. De spelers hebben elke seconde alles gegeven wat ervoor zorgde dat we er vertrouwen in hadden. We hadden het gevoel ‘het zal er wel staan.’” Niels: “Het feit dat zij vier dagen hebben kunnen spelen, was voor hen een groter cadeau dan dat er allerlei lof zou komen over de voorstelling. Het gaat om wat ze hier hebben meegemaakt, de mensen die ze hebben leren kennen, de ervaring waar ze mee vertrekken.”
Complimenten over samenwerking, het ritme, nemen beide regisseurs dankbaar in ontvangst. Op de vraag of ze nog iets toe te voegen hebben, antwoorden ze samen: “Ongelofelijk straf dat Landjuweel de voorstelling van de Oekraïense groep ‘Because it’s my home’ heeft geprogrammeerd en we zijn zeer dankbaar dat we met die groep hebben mogen werken. Het was waanzinnig.” Niels: “Ik hoop met gans mijn hart dat hun voorstelling nog in andere theaters in gans België en zelfs daarbuiten mag spelen. Alleen al zodat die groep terug samenkomt. Iedereen moet dit gezien hebben. Hoe zij hun verhaal vertellen, matuur, met nog steeds een optimistische open houding.” Silke: “Ze hebben zoveel meegemaakt en toch geven ze geen enkel moment het gevoel dat ze je niet vertrouwen. Ze blijven maar geven. Geef deze mensen opnieuw een podium! Ik heb dat nog nooit zo sterk gevoeld als nu.”
Twee van zijn vijf broers kookten graag en goed en dus begonnen ze elk hun een eigen restaurant, hartje Antwerpen, hoewel geen van beiden een koksopleiding had genoten. Binnen de kortste keren haalden zowel De Matelote (later Gin Fish) als Zeste een Michelinster. Het zegt veel over de genen van de familie Garnich.
Jef was geen geboren kok. Hij studeerde lang geleden ‘publiciteit’ – nu zou dat grafisch ontwerp heten – daarna werd hij boekhouder, ‘om den brode’. Hij werkte nagenoeg zijn hele leven voor Cobelfret, een groot maritiem familiebedrijf dat vrachtvervoer in bulk organiseert, maar hij bleef tekenen en schilderen voor het plezier. Jef werd een vertrouwenspersoon van de eigenaars en vóór zijn pensioen mocht hij nog even zijn creativiteit de vrije loop laten. Hij maakte een wandschilderij van een containerdeur. Omdat hij niet over een atelier beschikt, schilderde hij het in een aanpalend magazijn, onverwarmd, dagelijks 4 uur, twee maanden lang. Van hyperrealisten wordt gezegd dat ze bewust elke expressie vermijden, enkel koele precisie nastreven zonder emotie. Dat gaat niet op voor dit werk, dat slechts kon ontstaan door de passie en de innige band tussen de kunstenaar en zijn werkgever. Ook de locatie doet ertoe: een vergaderruimte, niet publiek toegankelijk, waar je hooguit een flip-chart, een scherm en een magneetbord verwacht, maar geen op maat gemaakt kunstwerk. Mij grijpt het aan. Ik vind het mooi, een kwinkslag ook van de nuchtere boekhouder die hiermee letterlijk zijn stempel heeft gedrukt op zijn bedrijf.
Jef Garnich – “Containerdeur” – 2,6m x 2,3 m – olieverf op canvas (2014) – privécollectie
Jef noemt zichzelf een ‘fijnschilder’. Dat is in oorsprong een benaming voor Hollandse kunstschilders uit de gouden (late 17e) eeuw, die een zo natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid nastreefden. De extreme zin voor detail deelden ze nog met meesters als Rembrandt, maar fijnschilders als GerritDou, een leerling van Rembrandt, gingen nog verder: bij hem is het een hopeloos zoeken naar borstelstreken. Wat dat betreft leunt zijn techniek dichter aan bij Van Eyck dan bij zijn leermeester. Vandaag liggen fijnschilders niet goed in de markt van het Grote Kunstmilieu, met uitzondering misschien voor de paar ‘hyperrealisten’ uit de jaren ‘60 en ‘70, maar zij lijken meer een modeverschijnsel dan een nieuwe richting.
Het zal Jef worst wezen. Hij schildert voor het plezier en voor de pure uitdaging, al heel zijn leven lang, zonder eigen atelier, zonder projectie, zonder gesofisticeerde hulpmiddelen, zonder airbrush, gewoon met potlood, kwasten en olieverf op MDF of canvas, maar met de precisie van de boekhouder voor wie slechts één regel geldt: het moet juist zijn. Voor de containerdeur begon hij met een grondlaag blauw. Op basis van een fotootje bracht hij alle contouren nauwgezet op schaal aan, de letters tekende hij uit met een witte stift. Hij geniet van de trompe-l’oeil. De bezoeker die het werk voor het eerst ziet is verwonderd dat de kamer rechtstreeks toegang verschaft tot een container. “Dit is wat we doen, neem eens een kijkje binnen”.
Een tweede werk voor Cobelfret valt op door de combinatie monochroom-kleur in twee panelen. Het is beschrijvend van aard, haast een striptekening in de klare stijl van Edgar P. Jacobs. Ik zag er slechts een kleine afbeelding van, in het echt moet het behoorlijk indrukwekkend zijn.
Jef Garnich – “Vroeger en nu” – 2 x 1,10m x 0,90m – olieverf op canvas (1998) – privécollectie
Jef schildert meestal uit eigen initiatief, als het technische uitdagend genoeg is, sporadisch in opdracht. Hij mijdt geen enkel onderwerp. Veel van zijn werk valt op door de (bedrieglijk) kinderlijke eenvoud, de compositie, de aandacht voor licht, contrast, kleur en vooral de grafische lijn. In drie kleinere werken valt me op hoe gefascineerd hij is door de materie van zijn onderwerpen. Rode pepers zien eruit zoals ze zijn, blikken dozen zijn van echt metaal, een draagtas uit Latijns-Amerika wil je zo meenemen. Reflecties, absorptie, schaduwen, booglichten, contrasten, glans- en mateffecten, hij beheerst het allemaal. En de kwinkslag is ook niet ver weg: het rechthoekig blikje links onderaan is van het merk J. Garnich. Klasse!
Jef Garnich – 3 werken: “Pepers” – 0,90m x 0,60m – olieverf op canvas (2016) – privécollectie “Draagtas” – 0,60m x 0,40m – olieverf op MDF (2018) – privécollectie “Blikken” – 0,80m x 0,80m – olieverf op canvas (2012) – privécollectie
Vooral de manier waarop hij textiel schildert is buitengewoon. Het is een beetje jammer van de te lage fotoresolutie, maar ik heb de drie portretten van “Before they pass away” van dichtbij kunnen bekijken; de textuur van de kledij deed me bijna denken aan die van het tapijt op het van der Paele schilderij van Jan Van Eyck in het Groeningemuseum: je kan de stof bijna voelen, gewoon door ernaar te kijken. Onderwerp en stijl zijn een kwestie van smaak, maar dat Jef Garnich kan schilderen staat buiten kijf. De titel van het werk komt overigens van een fotoboek van Jimmy Nelson, waaruit Jef drie foto’s heeft nageschilderd, weliswaar met een eigen coloriet, zodat de drie portretten een eenheid vormen.
Jef schilderde ze op een ongewone manier, van donker naar licht, met veel gradatie. Daardoor bereikt hij zowel de uitgesproken contrasten als de finesse in de plooien, slierten en schaduwen. De gezichten zijn daarom ook vlakker en tonen harder, duidelijk geschilderd maar daardoor wordt het geheel suggestiever. Dit is geen foto van exotische mannen. Het zijn zij die jou in de ogen kijken, fier en zelfbewust.
Jef Garnich – “Before they pass away”, naar J. Nelson – 0,80m x 0,65m – olieverf op canvas (2015) – privécollectie
Soms heeft zijn werk iets bevreemdends naïef. Een kat met een muts op en een meesje dat er naar kijkt met dezelfde muts: banaal, ‘tongue-in-cheek’, maar erg goed gedaan, hoe die pels, de sjaal en muts, en vooral hoe de reflecties in de ogen zijn geschilderd. “Het verweerde tuinhek van mijn vader” is er nog zo een. Jef had een heel diepe band met zijn vader, die zelf een begenadigd landschapsschilder was. Hij borstelt vaders tuinhek lijntje per lijntje, amuseert zich met de minuscule amuletten van de honden en beleeft plezier aan de oude affiche van de ‘Ford Truck in goede staat’. Ook hier weer duikt het geliefde meesje op, terwijl de schaduwen en de geschilderde kram in de denkbeeldige muur de trompe l’oeil verzekeren.
“Het tuinhek van mijn vader” – olieverf op canvas (2015) – privécollectie Jef Garnich – “Kat met muts”- 0,55m x 0,55m – olieverf op MDF (2019) – privécollectie
Van de tientallen werken die ik samen met Jef overliep wens ik er nog eentje te belichten, omdat het zich van de rest onderscheidt. “Zicht op zee” wenst geen fotorealistische afbeelding te zijn maar een schilderij. Het doet me aan Hopper denken. Het heeft diezelfde dromerige sfeer, maar het is veel zachter, met prachtig pastel, heerlijke schaduwen vol kleur en een schitterende diepgang, dankzij die open ramen en vooral de geschilderde lijst met bovenaan zelfs de donkere schaduw van een denkbeeldige verlichting. Dit is knap werk.
Jef Garnich – “Zicht op zee” – 1,10m x 0,80m – olieverf op canvas (2017) – privécollectie
In een tijd waarin kunstenaars uit alle macht proberen om het realisme te vermijden en het te vervangen door andere -ismes, waarin zelfs fotoclubs uitblinken in het toch maar niet tonen van de werkelijkheid, waarin vakmanschap de plaats moet ruimen voor kunstig doen, zijn er nog uitzonderingen die hun eigen weg blijven gaan. Jef Garnich is zo iemand. Vele tientallen schilderijen heeft hij gemaakt, van alle mogelijke onderwerpen. De meeste vonden vanzelf een afnemer, via een paar succesvolle tentoonstellingen en mond-tot-mondreclame. Jef heeft zichzelf nooit de markt in moeten prijzen. Soms maakt hij een werk op vraag van familie of vrienden om hen een plezier te doen en met zijn 82 lentes is hij nog lang niet uitgezongen. Het was een voorrecht deze charmante, typische Antwerpenaar te mogen interviewen over zijn leven en zijn werk. In galerieën zal je het niet tegenkomen. Het meeste hangt ergens in kamers of kantoren. Jef heeft er alleen foto’s van gemaakt. Misschien komt het ooit tot een overzichtstentoonstelling, intussen is er Kunstpoort.
Tentoonstellingen
1995 Cercle Munster – Luxemburg stad 1996 Salons Centenaire – Antwerpen Groepstentoonstellingen in Huis Hellemans – Edegem