open call

Open call voor artistieke laatbloeiers met ambitie (deadline: 1/4/2026)

Rizoom expo in deWeverij

Rizoom is op de eerste plaats een groepstentoonstelling voor beeldende kunst van kunstenaars tussen 50 en 67 jaar die nog beroepshalve actief zijn maar terzelfder tijd uitermate gedreven zijn om als kunstenaar alsnog het verschil te maken. (zie de uitgebreide omschrijving in de tekst onderaan deze pagina)

Rizoom is tegelijk ook bedoeld als lerend netwerk, waarbij er gewerkt wordt aan het kunstenaarschap door uitwisseling met de andere kunstenaars en door eventuele inbreng van externe expertise. Hiervoor worden in gezamenlijk overleg enkele extra bijeenkomsten georganiseerd.

Praktisch

Expodagen Rizoom: zondagen 3 mei, 17 mei en 7 juni 2026,
telkens van 10 tot 18u.
Locatie: deWeverij, Dellaertsdreef 9, 9940 Evergem (Sleidinge) – www.deweverij.be

Welke kunstenaars komen in aanmerking?

  • Je bent gedreven en intensief met kunst bezig – je hebt de juiste mindset (goesting en ambitie)
  • je bevindt je als kunstenaar in de ontwikkelingsfase zoals in de tekst hieronder beschreven
  • Je woont in Vlaanderen of Brussel
  • Je bent tussen de 50 en 67 jaar (dit is enkel richtinggevend, een baken, en geen harde muur)
  • Je bent beroepshalve geen kunstenaar of lesgever in het kunstonderwijs. Dit houdt geen waardeoordeel in, maar is enkel om net die andere doelgroep een kans te geven (zie tekst hierna)

Voor de selectie wordt gekeken naar de ontwikkelingsfase van de kunstenaar (heeft de kunstenaar baat bij een tentoonstelling en deelname aan een lerend netwerk?), de maturiteit van het werk (is het klaar om getoond en gezien te worden?) en de compatibiliteit met de andere kunstenaars (is er een zinvolle interactie en synergie met de andere kunstenaars mogelijk?).

Kandidaatstelling is gratis. Kostprijs voor deelname aan het traject zelf is 250 euro. Dit is voor praktische en organisatorische kosten, waaronder communicatie-acties.

Hoe deelnemen?

Stuur vóór 1 april 2026 een mail met info over jezelf, je kunstenaarschap, een duidelijke motivatie waarom je wil deelnemen en foto’s van max. 5 representatieve werken naar expo@deweverij.be.

Bedoeling is om een 8 à 10 kunstenaars met elk een 3 à 5 werken te weerhouden voor de tentoonstelling. Bekendmaking van geselecteerde deelnemers: 8 april 2026. (Opbouw 26 april 2026.)

Vanwaar de naam Rizoom?

Een rizoom of wortelstok is een ondergronds horizontaal lopende stengel die op het einde weer naar boven groeit. Op die manier krijg je een netwerk aan ondergrondse vertakkingen van waaruit nieuwe planten kunnen schieten. De kracht zit hem dus in de schijnbaar onzichtbare verbondenheid.

Waarom Rizoom?

Rizoom is een project van deWeverij voor kunstenaars tussen 50 en 67 jaar die nog beroepshalve actief zijn of een overstap naar de kunst overwegen, en tegelijkertijd uitermate gedreven zijn om als kunstenaar alsnog het verschil te maken. Het omvat een groepsexpositie met gelijkgestemden, maar ook een lerend netwerk traject waarbij er gewerkt wordt aan het kunstenaarschap door uitwisseling met andere kunstenaars en inbreng van externe expertise.

Het project biedt ondersteuning aan mensen die zich op een bepaald moment zo sterk aangetrokken voelen tot de kunst dat ze overwegen er hun job voor op te geven. In de praktijk lukt dat misschien niet direct, de goesting blijft onderhuids kriebelen. Sommigen hebben vroeger academie gedaan, anderen wringen zich nu nog wekelijks in een avondlijke sessie, en nog anderen hebben er nooit een voet binnengezet, maar weten als geen ander zichzelf te verrijken met allerlei technieken en materialen. De professionele achtergrond en de huidige dagjob is heel divers, en zorgt niet noodzakelijk voor een negatieve impact. Alleen, de lokroep van de kunst is sterker.

Dat kan zich vertalen in hard werken in de kelder, op zolder of vanuit een comfortabel atelier. Inspanningen die misschien door buitenstaanders als ontspoorde hobby bestempeld worden of als uitvlucht om geen andere dingen te moeten doen. Maar als kunstenaar is er wellicht geen andere keuze. En ondanks dat menig kunstenaar heel lang in een eigen cocon dreigt te blijven hangen, is er op een bepaald moment de noodzaak om de confrontatie met de buitenwereld aan te gaan. Misschien eerst aarzelend en binnen de veilige omgeving van family, friends and fools. Maar de zin om de deuren verder open te zetten laat niet lang op zich wachten. 

Voor galeries zijn deze laatbloeiers met ambitie niet meteen aantrekkelijk. Hoeveel tijd rest er nog om er iets van te maken? Hoe flexibel zijn de kunstenaars om mee te gaan in een ontwikkelingstraject van vallen en opstaan, onderhevig aan de frivoliteiten van de kunstwereld? Welk referentiekader brengt de kunstenaar mee vanuit zijn professionele achtergrond en is dat verzoenbaar met de specifieke wetmatigheden van de kunstmarkt? Zelf alles in handen nemen zou een oplossing kunnen zijn, maar dat vergt dan weer tijd. Tijd die niet aan het artistieke werk zelf besteed kan worden. En misschien zijn daar dan ook weer net niet de passende competenties als ‘ondernemer in de kunstwereld’ voorhanden.

Er komt nu eenmaal heel wat bij kijken, gaande van het regelen van het sociaal statuut van professioneel kunstenaar, over het vormgeven van een portfolio om de boer op te gaan tot het uitbouwen van een netwerk van mensen die de kunstenaar vooruit kunnen helpen. Om nog te zwijgen van het uitstippelen van een ontwikkelingstraject waarbij voldoende kwalitatief werk gemaakt kan worden als basis om de titel van kunstenaar waardig te zijn. En dat alles mits bewaking van de ambitie en goesting om een en ander haalbaar en duurzaam te maken.

Door het Rizoom-traject wordt de kennis en kracht van deze kunstenaars met elkaar verbonden en krijgt hun kunst de zichtbaarheid die zij verdient in deWeverij.

(Marc Mestdagh, 17 januari 2026)

Smeltende stiltes

Drie kunstenaars en vele ijsformaties

tekst en foto Kathleen Ramboer

deWeverij laat opnieuw van zich horen, dit maal met -Smeltende stiltes- een expo vol krachtige schilderijen van Brigitte De Vuyst, met een teder sculptuur van Mieke Smet en subtiele collages/assemblages van Marc Mestdagh.
Om 14u sta ik aan de deur van deWeverij. De opbouw is volop bezig, de toon is gezet en het resultaat laat zich raden. De sfeer van het hoge Noorden vult de daglicht vangende ruimte. Met een beetje verbeelding streelt een vleugje arctische lucht mijn wangen en sta ik langs de waterkant de magische fascinerende ijsschotsen gade te slaan. Het timmeren, nagels kloppen, draadjes spannen… kan even wachten. De kunstenaars maken graag wat tijd om met mij in dialoog te gaan.

Brigitte De Vuyst, Smeltende stiltes

Ik sta voor een immens canvas van Brigitte De Vuyst, bijna 4m breed. Het is een monumentaal schilderij, niet alleen het formaat maar ook het onderwerp, een drijvende ijsschots, imponeert. Het gebruik van een paletmes, de afwisselend driftige en gladde penseelstreken, de sporen van het vegen met de vingers, de donkerblauwe achtergrond en zachte ook harde blauwen verraden de passie waarmee dit doek het daglicht zag.

De vraag werpt zich op: wat was het prille begin van het project ‘Smeltende stiltes’?
Thuisgekomen na haar IJsland reis begint Brigitte, onder de indruk van zoveel schoonheid, zonder vooropgesteld plan onmiddellijk te tekenen in haar schetsboek. Ze wil de kleuren, structuren en vormen van die prachtige natuurlijke sculpturen aanvoelen tot haar vingers in staat zijn ze vlot tot leven te wekken. Een schetsboek biedt geen overzicht vandaar dat ze beslist op een groot schilderdoek (ook te zien op de expo) kleine werkjes te schilderen tot ze, eureka, de ultieme schets schildert. Die blijkt ideaal om op verder te werken, om haar IJsland verhaal aan de kijker te vertellen.
Ik vraag haar: ‘Kan een mooie foto ook eenzelfde magisch bijna mystiek gevoel oproepen, beroeren en ontroeren?’ Brigitte: ‘De ijsschots heb ik geïsoleerd, gecentreerd tegen een donkerblauwe achtergrond, een foto zou ik ongetwijfeld willen bewerken om hetzelfde effect te bereiken. Een schilderij is materie, één en al structuur, een foto vlak, bijgevolg voelt de kijker een fotografisch beeld automatisch anders aan.
Stilletjes hoop ik dat deze canvassen een wake up call vormen voor de mensheid. Ze confronteren de kunstliefhebber met de kwetsbaarheid en fragiliteit van de natuur, met onze onverantwoorde leefwijze, de noodzaak tot actie. Brigitte De Vuyst is zich zeker bewust van het in snel tempo verdwijnen van de ijsschotsen en de ijskap maar het is niet haar bedoeling een statement te maken, aandacht te vragen voor klimaatopwarming al dringt de gedachte aan de opwarming van de aarde zich wel op. Wat Brigitte De Vuyst nastreeft is het verbeelden van een persoonlijke intense ervaring, de verwondering, het stil worden, wat haar raakt. Die ervaring geeft ze graag door aan de kijker met als enige optie: ‘communiceren, raken en verbinden’.
Af en toe een werk op zij zettend om het later terug op te nemen, werkte Brigitte De Vuyst twee jaar lang aan de reeks. Schilderen vergt enorm veel concentratie, de kunstenaar kruipt in een schilderij, op een bepaald moment verslapt de aandacht en schuilt gevaar voor nonchalance dan is het volgens Brigitte De Vuyst tijd de borstel neer te leggen om later verder te werken. ‘Het valt me soms moeilijk de draad terug op te nemen. Met oliepastel teken ik dan de vorm op het canvas om terug op gang te komen.’ vertrouwt ze me toe. (kunstpoort: wie goed observeert, merkt zeker de sporen van oliepastel.)
Milieubewust is Brigitte De Vuyst ongetwijfeld. In de toekomst koopt de kunstenares geen nieuw materiaal en heeft ze de intentie oud academisch werk te recycleren, in toepasselijke woorden uitgedrukt, om andere horizonten op te zoeken. Zo is de cirkel rond, circulaire kunst is geen ijdel woord.

Mieke Smet, (im)maculata

De schilderijen van Brigitte De Vuyst spreken een beeldende, krachtige taal. (Im)maculata, het sculptuur van Mieke Smet fluistert zacht. Beide kunstenaars eren de natuur op een persoonlijke eigengereide manier. Voor deze tentoonstelling en locatie creëerde de kunstenares een object -(im)maculata-, bestaande uit een aantal sculpturen die samen één geheel vormen en het thema illustreren. Haar fragiele ijsschotsen, één en al poëzie, zachtjes wiegend in de ruimte, vervoeren me heel even naar het hoge Noorden, naar de natuur en de stilte.


De materie die de kunstenares gebruikt blijkt papier te zijn, papier in model gebracht door middel van geplooide randen. Wonderlijk dat je door bepaalde vouwtechnieken een blanco vel papier kunt omtoveren tot dergelijk fragiel sculptuur. Mieke werkt heel intuïtief en laat toeval een rol spelen. Ze houdt ervan werk in situ te maken zoals hier in deWeverij. Spelen met de ruimte maakt het voor haar extra boeiend. Hoe uniek is het beeld van de aan een zijden draadje zwevende sculpturen, bewegend op het ritme van schuivende ijsschotsen!
De titel van het werk (im)maculata spreekt voor zich. Mieke Smet verwijst naar een pure, onbevlekte witte ijsberg, vóór het tragisch smeltproces. De reusachtige ijsberg A23a heeft ze in gedachten, eens 3900 km², nu gefragmenteerd tot een 1000 tal km².
(Im)maculata is vervaardigd met een overschot aan papier, papier dat de kunstenares ook al gebruikte bij een project in Wallonië. De rol lag te verkommeren in de kelders van een museum. Circulaire kunst dat heeft bij Mieke Smet voorrang, een duurzaamheidsinsteek vindt ze, zoals Brigitte De Vuyst, prima.

Marc Mestdagh, Witboek

Wat is een ‘witboek’?
Een witboek verzamelt data, analyseert een probleem en zet lijnen uit voor acties aan de hand van objectieve data. Het Witboek ‘Smeltende stiltes’ van Marc Mestdagh verwijst naar de nefaste impact van de mens op de natuur. Het is een repliek op het werk van Brigitte en Mieke, een antwoord op hun lofzang over de ijsformaties van IJsland, schitterend in al hun pracht. Zijn ‘bijbel’ is gesloten, symbolisch voor de onmacht, het niet weten waarheen we gaan, welke acties te ondernemen.
Het weerwerk van Marc Mestdagh is driedelig, hij maakte drie reeksen die volgens mij het handelsmerk van de kunstenaar dragen namelijk: assemblages/collages, een tactiele materiaalkeuze, een zekere patine vertonend, vaak niet opdringerige kleuren… en een perfecte afwerking.


De eerste reeks symboliseert de feiten, de data, dossiers…
De tweede reeks vestigt de aandacht op framing, het kiezen van een denkraam om de boodschap te communiceren, hoe stellen we de feiten voor? Marc gebruikt het beeld van ijsblokjes met een gekleurde inhoud.
De derde reeks verbeeldt het thema expeditie: het tonen van de sporen van de mens, zijn ID, zijn paspoort. Hiermee verwijst hij naar een rode draad in zijn werk; het ID, het paspoort.

Misschien is zijn repliek, de drie reeksen, te mooi om echt een witboek te symboliseren? Het blijft kunst en kunst mag voor mij esthetisch zijn. Activisme is hier niet de bedoeling, mild ageren kan letterlijk en figuurlijk op een mooie manier.

‘Smeltende stiltes’ stemt tot nadenken, laat ons dromen van een leven middenin ongerepte natuur wetende dat onze wereld dat niet te bieden heeft. Kunst kan dat wel, met en door kunst kan je bij wijlen in alle eenvoud puur genieten van een mooie wereld zoals hier in deWeverij.
deWeverij – ruimte waar mensen en kunst met elkaar verweven raken
(quote te lezen op de site https://deweverij.be/)
Naast -mens en kunst-, zeker toepasselijk op deze expo plaats ik graag het woord ‘natuur’.

Tekst en foto Kathleen Ramboer 

INFO

Smeltende stiltes
Brigitte De Vuyst https://www.instagram.com/brigittedevuystart/
Mieke Smet https://www.instagram.com/studio_orimi/
Marc Mestdagh https://www.instagram.com/deweverij/

Zondag 1 februari en zondag 1 maart 2026
telkens van 10u tot 18u
gratis toegang – de kunstenaars zijn aanwezig

deWeverij
Dellaertsdreef 9
9940 Evergem (Sleidinge)
www.deweverij.be

De krasse stunt van TO KEEP GALLERY

tekst Kathleen Ramboer

TO KEEP GALLERY: stand 152 op de gerenommeerde kunstbeurs BRAFA ART FAIR – BRUSSELS EXPO!

Dries De Meutter, student KMO management,  en Nand Haegeman, een jonge kunstenaar/student, ontmoette  ik ongeveer een jaar geleden. Hun project TO KEEP GALLERY stond toen nog in de kinderschoenen. TO KEEP GALLERY wil jonge kunstenaars een duwtje in de rug geven door tentoonstellingen te organiseren in te koop gestelde panden, in samenwerking met een immokantoor.  

Wat gebeurde er sinds het prille begin?

Dries en Nand hebben zeker niet stil gezeten.
Hun vuurdoop was een samenwerking met het immokantoor  WAARDEVOL VASTGOED. In een nieuwbouw project te Machelen, drie woningen, cureerden ze een expo waar heel wat kandidaat kopers en kunstliefhebbers op af kwamen; een win/win situatie voor beide partijen.
Hun tweede project was een expo in een aantal nieuwbouw appartementen van de prachtige Residentie Van Simaey in Gavere, gehuisvest in een historische industriële site.
Vastgoed Huysewinkel stelde een huis te koop in de Forelstraat 89 te Gent. Als derde project vestigde TO KEEP GALLERY er een tijdelijke galerie.

De originele look, het management

Dries en Nand werken bewust aan hun imago. Fijne humor, subtiele ironie en een knipoog naar de kunstwereld zijn nooit veraf. Ze presenteren zich aan de kunstwereld als een jeugdige versie van Guilbert & George: ze zijn onberispelijk gekleed in twee gelijkende maatpakken met een stijlvol hemd plus das en aan de voeten perfect glanzende schoenen.

Volgens Nand is het een middel om te net-werken met de nadruk op NET. In maatpak transformeren ze naar een laagdrempelig aanspreekpunt. Dat stelde het duo vast op ART ANTWERP.  Ze bouwen bewust aan een unieke consistente branding . Nand zorgt voor het grafische deel, Dries voor het management.  TO KEEP GALLERY zoekt deskundige hulp door onder andere te rade te gaan bij GENTREPRENEUR, een organisatie voor student/ondernemers, onderzoekers en jongeren.
TO KEEP GALLERY startte spontaan vanuit een idee dat stilaan vorm kreeg en uiteindelijk een onderneming geworden is wat organisatorisch en administratief een pluspunt betekent.

Waarom doen ze het?

Nand aan het woord:  het commerciële is niet onze drijfveer. We willen de jonge kunstenaars het volgende bijbrengen: een toonaangevende galerie hoeft niet je betrachting te zijn, zoek eenvoudig weg een manier om met je werk naar buiten te komen, om de muren van je atelier te slopen. Vergeet alle romantiek van de eenzame schilder op een zolderkamer die bij toeval ontdekt wordt. De kunstscholen blijven hangen bij dit romantisch idee, voor hen primeert de zoektocht naar een eigen beeldtaal, naar authenticiteit. De leefbaarheid is bijkomstig. Wellicht is deze houding nog zo slecht niet, met vallen en opstaan het reilen en zeilen van de kunstwereld persoonlijk  ervaren kan de beste leerschool zijn. Persoonlijk leerde ik enorm veel door stage te lopen bij Galerie drie te Gent.

Hoe gaat TO KEEP GALLERY te werk?

Het beeldend werk van een kunstenaar kan schitterend zijn maar een klik met de kunstenaar is tevens hard nodig. Om die reden verkiest TO KEEP GALLERY met medestudenten te werken, de verstandhouding is meestal reeds aanwezig.
Als commissieloon vragen Dries en Nand een klein percentage. Nand: ‘Daar schrikken sommige kunstenaars van. Ze zijn in het ongewisse van wat een galerie kan en mag vragen als commissie’. TO KEEP GALLERY wil gewoon hun onderneming levend houden, de kunstenaars wat kunnen bieden, vandaar die vergoeding.
Dries en Nand organiseren de expo niet alleen maar samen met de kunstenaars. Nand: ‘Hoe meer zij zich engageren, hoe sterker de tentoonstelling wordt’.

TO KEEP GALLERY: stand 152 op de gerenommeerde kunstbeurs BRAFA ART FAIR – BRUSSELS EXPO!

Deelnemen aan kunstbeurzen leek voor hun bedrijfje niet haalbaar. Daarom neemt TO KEEP GALLERY één dag, 25 januari, op een ludieke wijze deel aan BRAFA ART FAIR. BRAFA is een prestigieuze kunstbeurs van exclusieve werken uit de oudheid tot de 21ste eeuw. Ze gaat door in Brussels Expo. Niet evident om een manier uit te dokteren om daar vertegenwoordigd te zijn. Een schaftwagen op de parking van Brussels expo is de oplossing. De schaftwagen doet dienst als exporuimte. De beurs telt 151 exposanten, Nand en Dries beschouwen hun schaftwagen als stand 152. Ze hebben geen kritiek op deze internationale beurs. Een protestactie is het niet. TO KEEP GALLERY wil enkel aandacht vragen voor jonge, startende kunstenaars, ze een kans geven hun werk zichtbaar te maken voor een kunstminnend publiek.
Zes kunstenaars tonen in Brussel elk één werk. TO KEEP GALLERY opteert uit praktische overwegingen voor schilderkunst.
25 januari om 11u gaat de deur van de schaftwagen open. Nand en Dries geven acte de présence in hun kenmerkende maatpak. Kunstenaars en sympathisanten, gehuld in een oranje overall met logo, zorgen voor wandelende reclame. Waarom een overall? Nand: ‘Om het weergeven van een werksfeer en de nadruk te leggen op OVERAL-L, op het feit dat we geen vaste locatie hebben voor onze expo’s, overal kunnen tentoonstellen’.

Kunstpoort duimt voor het slagen van deze actie.
Aan de bevoegde instanties, sleep aub de exposchaftwagen niet weg! Dries en Nand zijn jonge ondernemers met ontwapende initiatieven. Zichzelf niet te veel ‘au sérieux’ nemend maar toch hun project grondig aanpakkend verdienen zij een steuntje in de rug.

Zolang ze er plezier in hebben willen Dries en Nand hun project verder zetten. In naam van vele jonge kunstenaars hopen we dat hun maatpak niet te vlug in een muffe kast aan de kapstok hangt.

tekst Kathleen Ramboer

INFO

TO KEEP GALLERY

25 januari 11u
Keizerin Charlottelaan Brussels expo
parking Brussels expo
schaftwagen aan de rand van de beurs Brussels Art Fair
https://www.instagram.com/to_keep_gallery_/
https://www.instagram.com/dries_de_meutter/
https://www.instagram.com/drs_nandus/
https://www.brafa.art/nl/home

kunstenaars

Nand Haegeman https://www.instagram.com/nandhaegeman/
https://www.instagram.com/drs_nandus/
Alex Brassart https://www.instagram.com/alex.brassart/
Doina Mindrean https://www.instagram.com/mindreand/
Kaman Ackerman https://www.instagram.com/kaman_ackerman/
Emile Desweemer https://www.instagram.com/emiledesweemer/
London Gasparian https://www.instagram.com/london_gasparian/

Verstilde taal

Na de ‘sprekende’ expo RE-ASSEMBLED kiest Tale Art Gallery, met curators Christine Adam en Tanja Leys, dit maal voor een ‘stille’ tentoonstelling VERSTILDE TAAL.

Curator Christine Adam omschrijft de expo als volgt:

De prachtige titel van deze tentoonstelling, Verstilde taal, heeft in deze context geen taalkundige betekenis maar verwijst naar de beeldtaal die de vier kunstenaars hanteren.
Het is een taal die oproept, die suggestief en meditatief is. In het zoeken naar de essentie, naar het tijdloze, naar verstilling, elimineren de kunstenaars het overtollige. Alles wordt rust en ingetogenheid terwijl de toeschouwer gestimuleerd wordt aandachtig te kijken en de intensiteit te voelen die het kunstwerk weerspiegelt.
Christine Adam

Kunstenaars

MARNIX HOYS
BERNARD SERCU
REBECCA DUFOORT
ANNE DE MAESSCHALCK

De figuren van MARNIX HOYS hebben geen armen of armen die te kort zijn, staan ​​op stevige benen met voeten die veel te klein zijn, hebben inkepingen of ‘misvormingen’ in hun intens zwarte huid en hebben vaak geen ogen of slechts rudimentaire aanduidingen van een gezicht. Ze dragen bellen, ‘rugzakken’ of andere toevoegingen. Letterlijke en symbolische betekenis gaan hand in hand.
Het leven van Marnix Hoys is doordrenkt van keramiek. Gedurende zijn carrière was hij de drijvende kracht achter het keramiekatelier van Sint-Lucas Gent, waar hij zelf in de jaren 60 studeerde. Als kunstenaar heeft hij ook bijgedragen aan de moderne geschiedenis van de sculpturale keramiek in onze regio.
Zijn passie voor de menselijke figuur en de relatie ervan met de natuur is een integraal onderdeel van zijn oeuvre. Een andere doorslaggevende factor is ongetwijfeld zijn intense interesse in de technische kant van het ambacht, waarvoor hij nog steeds regelmatig naar Japan reist om zijn vaardigheden te verfijnen. Hij put ook inspiratie uit de Japanse cultuur voor de vele symbolen die zijn werk zo uniek maken.
tekst Gustaaf Vander Biest
website Tale Art Gallery https://taleartgallery.be/

Het werk van BERNARD SERCU is grotendeels verbonden met zijn onderzoek naar het materiaal van het medium dat hij gebruikt – hout, papier of canvas – en naar het ritme van inkepingen en markeringen. Op deze manier drukt hij perfect de diepe oorsprong van de iconoclastische vernietiging uit en gebruikt hij deze om een ​​nieuw beeld te creëren. In zijn visuele wereld roept vernietiging een daad van wederopbouw op.

De vervorming van het oppervlak van het medium is een permanent kenmerk van zijn oeuvre en de essentiële weg naar vernieuwing. De symboliek – cirkel, vierkant, lijn – is niet alleen een fundamentele ingreep, maar ook een uitdrukking. Het is ingebed in een overwegend geometrisch abstracte structuur waarin herhaling een opmerkelijke rol speelt en een duidelijke, herhalende inkeping een ritme impliceert dat een fundamenteel idee weerspiegelt.
tekst website Tale Art Gallery https://www.instagram.com/taleartgallery.be/

REBECCA DUFOORT werkt binnen een abstract-minimalistische, constructivistische beeldtaal, waarin schilderkunst een onderzoek wordt naar vorm, lijn, kleur en ritme.
Fragmenten van landschap en architectuur worden vertaald naar heldere structuren van vlakken en banden, waarin ritme, balans en stilte centraal staan. Olieverf wordt gecombineerd met matte acryl, waardoor subtiele variaties in glans het oppervlak laten reageren op licht en diepte creëren binnen aangrenzende of overlappende kleuren. Het gebruik van diverse dragers geeft bepaalde werken een sculpturale kwaliteit, waardoor hun relatie met de ruimte wordt versterkt en ze uitnodigen tot langzaam, aandachtig kijken.
In mijn werk zoek ik steeds naar de spanning tussen orde en intuïtie. Terwijl de constructieve logica van lijnen en vlakken een zekere strengheid oproept, brengen kleine verschuivingen, onregelmatigheden en nuances in toets en glans een menselijke maat aan. Zo ontstaat een stille kracht, een verstilde intensiteit die de blik vertraagt en ruimte laat voor reflectie. Mijn werk nodigt uit tot aandachtig kijken, tot het ervaren van evenwicht, adem en stilte — een zeldzaam tegengewicht voor de snelheid van onze tijd.
info Instagram account https://www.instagram.com/taleartgallery.be/

ANNE DE MAESSCHALCK Een “leesbaar” landschap werd de voorbije jaren extreem vereenvoudigd. Wat overbleef was de impressie ervan: stilte en rust. Nu vertrek ik vanuit vormen die naar verhouding toe zo evenwichtig mogelijk zijn en vaak vanuit een gelaagdheid tevoorschijn komen. Ze hebben op zich geen betekenis, bestaan soms op zichzelf of worden onlogisch verbonden. Ze willen een persoonlijke invulling mogelijk maken maar het belangrijkste is dat ze een moment van rust en stilte veroorzaken en aanbieden. De materiaalkeuze moet hiervan ten dienste staan.
info Instagram account https://www.instagram.com/taleartgallery.be/

INFO

Expo “VERSTILDE TAAL”
25 JANUARI > 22 FEBRUARI 2026

Open
vr-za 14>18u
zo 11>17u

MARNIX HOYS https://www.instagram.com/marnixhoys/
BERNARD SERCU https://www.instagram.com/bernardsercu/
REBECCA DUFOORT https://www.instagram.com/rebeccadufoort/
ANNE DE MAESSCHALCK https://www.instagram.com/annedemaesschalck/

▪ VERNISSAGE & RECEPTIE
zondag 25/01 van 11u > 18u
Introductie kunstenaars om 15u door CHRISTINE ADAM, kunsthistorica

▪ APEROCONCERT
zondag 08/02 11u >12u
Yohrind Naidu
solorecital  
van Dowland’s polyfone weefsels tot Merz’s rhapsodies over 5 eeuwen (klassieke gitaar)

▪ FINISSAGE
zondag 22/02 11u > 18u
de kunstenaars zijn aanwezig vanaf 14u

▪ LOCATIE
TaLe Art Gallery – Vlierzeledorp 12A – 9520 Vlierzele
+32 476504952
info@taleartgallery.be

Safier Theater: het onzichtbare zichtbaar

Tekst en Foto’s Eric Rottée

Het gebouw is grijs, gelegen tussen de parking van een tennisclub en die van een basisschool.
“Ik voel hier een community”, zegt Diana, een van onze reporters. Er worden sweatshirts verdeeld met de naam van elk groepslid erop. Bijna iedereen trekt die meteen aan, om te tonen dat ze bij de groep horen. De groep is een toneelgroep die in 1968 werd opgericht. De oprichters zouden de grootouders van de huidige leden kunnen zijn. 
Vanavond is de generale.

Op een van de repetities.
Na een paar scènes gespeeld te hebben, zitten de acteurs en de regisseur samen voor een debriefing en worden er soms aanpassingen voorgesteld voor de manier van spelen en bewegen. “De repetitie en de debriefing zijn belangrijk. Je voelt echt hoe (en wie)  je bent en hoe je dat personage kunt (moet) spelen.” zegt Femke, een van de actrices. De acteurs kennen de tekst. 30 repetities van twee uur waren er nodig om na drie maanden op dit punt te komen.  En daarnaast moesten de acteurs de tekst apart leren. Soms als ze een scène moeten herspelen en herbeginnen op een bepaald moment, vergeten de acteurs het begin van de tekst. Arlette, de souffleuse helpt om de draad terug op te nemen.

Zelfs de sleutel op de deur van de bergruimte werkt! “Zo moet het zijn” zegt Piet-Paul, de architect van het decor. Hij heeft tekeningen van elk stuk apart gemaakt. In deze multifunctionele zaal staat normaal gesproken geen podium. Dus geen keuze, er wordt een podium gebouwd volgens de geldende eisen voor veiligheid. Zwart moet zwart zijn: aan beide kanten sluiten hoge zwarte planken het decor af. Het was in de jaren negentig dat de Harvard Business Review aantoonde dat vrijwillige organisaties efficiënter zijn dan ondernemingen of publieke instellingen. De redenen zijn zin en motivatie. Er zijn minstens tien mensen betrokken bij de decorbouw, tijdens het weekend, op 11 november – een vrije dag en ’s avonds, noodzakelijk vanwege de vertraging. Knutselen, verven… sommigen hebben een speciale taak, zoals Jan voor de techniek.

‘Run Harry Run’ in het Engels, ‘handige Harry’ in het Nederlands, is door de Engelse Catherine Muschamp (vertaling Catrien Hermans) in de jaren vijftig geschreven. Harry gelooft dat hij met vrouwen goed kan omgaan. Het is hem gelukt om niet enkel één, niet twee, maar drie vrouwen te verleiden. Harry is op de vlucht. Hij zou die avond het vliegtuig nemen met twee miljoen euro in cash die hij van zijn tweede vrouw gestolen heeft. Het is niet duidelijk of hij met zijn verloofde wil weggaan. Het lijkt er niet op en hij gebruikt zijn eerste vrouw om de twee anderen te ontvluchten. Ze heeft hem wel door en op het einde van het verhaal weet ze de twee miljoen euro te bemachtigen. Inderdaad, als man zou je beter vrouwen niet voor dom houden en niet onderschatten.

Wie schuilen er achter deze twee voornamen; de regisseur en één van de spelers, respectievelijk 37 en 28 jaar actief in de theaterwereld. We duiken erin voor een interviews met Kor en Kris.
Met zoveel ervaring in de theaterwereld zitten beiden in de leesclub van Safier.

Voor de zomer lezen ze samen met de andere leden van de vereniging meerdere stukken met doel het theaterstuk voor november te kiezen. “Soms wordt heel gericht samen gelezen, soms lukraak”. Dan volgt de keuze van de acteurs. “Wie is er allemaal kandidaat?”. “Meestal kunnen wij de kandidaten een rol toewijzen”. “Onze voorkeur gaat uit naar mensen die willen spelen meer nog dan dat ze kunnen spelen” zegt Kor. “Dit is de eerste keer dat ik regisseer en daarom ben ik nerveus voor de generale” zegt Kor. “In alle bescheidenheid”, zegt Chris “eigenlijk is mijn rol meer één voor Kor. Ik ben de Leo van Gaston en Leo. Ik ben meer de man van de taal. Dit was een echte uitdaging”. Chris: “We hadden drie maanden om het theaterstuk in te studeren”. Kor: “Als regisseur zijn het proces en de repetities minder intensief dan als acteur. Vanavond is de generale, ik moet leren loslaten”. Kor en Chris hebben de indruk dat de laatste repetitie (de avond voor de generale) heel goed was.

Kor voegt nog toe dat ze bijna altijd een komedie spelen want in alle bescheidenheid zegt Kor we kunnen het goed en merken dat het publiek erom vraagt. “We willen gewoon plezier maken en ik denk dat dit het geheim is van ons succes. De mensen zien dat we ons amuseren en daardoor amuseren zij zich op hun beurt ook” zegt Chris.

Volgende voorstellingen in maart: https://www.facebook.com/photo?fbid=1756077942468743&set=a.753431172733430

Op Facebook: https://www.facebook.com/profile.php?id=100041996631146
op Instagram: https://www.instagram.com/toneelgroep_safier/

Tekst en Foto’s Eric Rottée

Tussen de lijnen

een symbiose tussen ambacht en kunst

tekst Kathleen Ramboer

Galerie drie bewijst dat een kleine, wat de ruimte betreft, galerie groot en ook groots kan zijn. De galerie imponeert door het jaarlijks organiseren van een groot aantal kwalitatieve expo’s. Vele kunstenaars, al of niet gevestigde waarden, passeerden er de voorbije twee jaar de revue. Bovendien stellen de galeriehouders Wendy en Guy vaak ongewone technieken in de kijker. Ze durven het aan in de galerie ambachtelijke technieken als kunst te presenteren. Waar ligt ‘de lijn’ tussen ambacht en kunst? Creativiteit kent geen grenzen. Terecht stelt een kunstliefhebber zich de vraag: ‘Waar ligt de grens tussen ambacht, folklore en kunst? Waar ligt de grens tussen een werk van Joseph Beuys, een kaarsgieterij en elektrische nepkaarsen vóór een heiligenbeeld?’ vraag gelezen in OKV 1982 nr. 2
Je kan de vraag ook omdraaien: Kan kunst beschouwd worden als ambacht? Misschien vind je hierop een antwoord door de expo TUSSEN DE LIJNEN te bezoeken.

De tentoonstelling TUSSEN DE LIJNEN brengt drie kunstenaars samen die werken met ambachtelijke technieken waarin licht, beweging en/of materie een belangrijke rol spelen. ‘Lijnen’ zijn de rode draad in de tentoonstelling. Sarah De Grauwe vertrekt van drijvende lijnen, Alexis Remacle gebruikt 3D prints met kenmerkende laaglijnen en Niels Dene voorziet zijn messen van schitterende patronen.

Sarah De Grauwe

Bij de literatuur- en/of geschiedenis liefhebber zal de naam Sarah De Grauwe zeker een belletje doen rinkelen. ‘De amazone van de Franse Revolutie’ en ‘Gaasbeekse vertellingen’ maakten indruk op haar lezerspubliek. Haar zalig klinkende woorden ruimen nu plaats voor inkt, drijvende lijnen vervangen tekstregels. Voor haar kunst hanteert ze de suminagashi-techniek, wat letterlijk ‘drijvende inkt’ betekent. Mij lijkt het een magische Japanse marmer techniek.

Ik laat Sarah de Grauwe zelf aan het woord: Het is een oude techniek die oorspronkelijk werd beoefend door monniken in kloosters. Zij beschouwden het niet alleen als een beeldende praktijk, maar ook als een vorm van orakelkunst. In de rimpels van de inkt op het water zouden boodschappen van de kami, natuurgeesten, zichtbaar worden. Suminagashi is een meditatieve kunstvorm. Het proces vraagt aandacht en vertraging, en laat slechts beperkte controle toe. De afdrukken die hier te zien zijn, zijn mono prints: elke afdruk registreert één moment en is niet reproduceerbaar. Wat ontstaat, is het resultaat van een specifieke combinatie van water, inkt, beweging en tijd.
Ik werk met handgeschept Kitakata- en Kozopapier, maar ook met oude boekomslagen en verweerd papier. Dat materiaalgebruik benadrukt de ambachtelijkheid van het proces en voegt een bestaande geschiedenis toe aan het werk. Ook de inkt wordt zelf aangemaakt, met een traditionele suzuri – een inktsteen – en een inktstaaf van lampenroet.

In inktwater
drijft stilte zonder vorm –
een ademtocht.
Hand beweegt, tijd kringt uiteen,
het moment kiest zijn patroon.
Sarah De Grauwe

Alexis Remacle

Alexis Remacle werkt met de lithofaan-techniek: een methode om een foto om te zetten in een 3D-reliëf. Het reliëf is enkel zichtbaar wanneer het licht er doorheen schijnt en is afhankelijk van de intensiteit van het licht dat erop valt. De lichte gedeelten zijn erg dun, waardoor er meer licht doorheen kan, terwijl de dikkere delen donkerder lijken.
Alexis Remacle brengt een 19de -eeuwse techniek terug tot leven door het gebruik van een 3D printer en speciale software. Zijn werk beweegt zich op de grens tussen beeld en licht, tussen aanwezigheid en verdwijnen. Het is tegelijk magisch en poëtisch.
De kunstenaar weet ons ook te verrassen met sculpturen in brons. Ook hier vertrekt hij van een 3D-print, de gebruikelijke was maakt plaats voor materialen waarmee een 3D print vervaardigd wordt. Ongetwijfeld is Alexis Remacle niet alleen kunstenaar maar ook een vak- en ambachtsman. 3D printen en brons gieten doet hij eigenhandig.

Niels Dene

Ook Niels Dene is ongetwijfeld een vakman puur sang. Hij bezit niet alleen ervaring met metaalbewerking en mechanica maar bovendien heeft hij één grote passie: het smeden van messen.
Hij specialiseerde zich in damasttechnieken. Ongetwijfeld denk je bij het horen van ‘damast’ aan een bepaald soort textiel. Het smeden van damaststaal loopt parallel met het weven van damast wat werkwijze en resultaat betreft. In beide gevallen ontstaan complexe visueel aantrekkelijke en gelaagde patronen door het combineren van verschillende materialen en/of lagen. In Galerie drie presenteert Niels Dene zijn ‘kunstige’ messen.

We hopen dat deze drie kunstenaars de bezoekers weten warm te maken voor deze oude technieken zodat dit ‘erfgoed’ niet in een vergeetput terecht komt. Deze kunstenaars verzoenen oud met nieuw, geven een hedendaagse twist aan oude technieken. Ze zetten lijnen uit voor meer diversiteit in het hedendaags en hopelijk ook toekomstig kunst landschap.

tekst Kathleen Ramboer

INFO

Tussen de lijnen
Groepstentoonstelling met werk van Sarah De Grauwe, Alexis Remacle en Niels Dene
16.01 tot 01.02.2026
Vernissage: Vrijdag 16 januari om 19u
Vrijdag, zaterdag van 9u tot 18u
Zondag van 9u tot 14u
Sint-Amelbergastraat 3A, Gent

https://www.instagram.com/galeriedrie/
https://www.instagram.com/sarah_de_grauwe/
https://www.instagram.com/alexis.remacle.3/
https://www.facebook.com/niels.dene/

Magritte. La ligne de vie

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

een review door gastreporter Max Van Hemel

tekst en foto Max Van Hemel

In 1938 geeft René Magritte een lezing in het KMSKA over zijn visie op de werkelijkheid. Hij bespreekt er de oorsprong en ontwikkeling van zijn kunst, en de geschiedenis van de surrealistische beweging in België. Onder de titel ‘La ligne de vie’ was deze lezing de belangrijkste die Magritte ooit over zijn werk heeft gehouden.

Aldus wordt de expo geïntroduceerd op de website van het KMSKA
https://kmska.be/nl
Als Magritte-fan kon ik deze expo niet links laten liggen en ging er zo snel mogelijk naartoe.

Om al maar meteen een open deur in te trappen: laat u niet (mis)leiden door de AI-versie van Magritte om deze expo zeker te gaan bekijken. Het experiment is zo surrealistisch als Magritte zelve. De audio-commentaren zijn doorheen de expo te horen via luidsprekers in de wanden. Dat is wat spijtig want van de expo is een app-guide met audiogeluid alwaar de tekst op de wand wordt voorgelezen…maar niet door Magritte. De app-gids  – downloaden – toont ook alle werken van de expo met een woordje geschreven uitleg.

Een expo bezoek je echter omdat je meer wil ervaren, ‘the Magritte-experience’, dan op een klein schermpje. Een werk in het echt zien blijft toch nog altijd anders… De expo loopt door de hele carrière van Magritte. De eerste jaren onder invloed van toen actuele en opkomende kunststromen, de zoektocht naar een eigen identiteit, de frustraties, de moeilijke jaren tot – laat ons niet bescheiden zijn – de keizer van het surrealisme te worden.

Natuurlijk wordt, zoals in de reeks
https://nl.wikipedia.org/wiki/This_is_not_a_murder_mystery
met een knipoog verwezen naar de andere grote surrealisten al blijft de focus wel op Magritte.

Wat mij snel opviel (en waardoor ik begon heen-en-weer door de expo te lopen) was dat Magritte al heel vroeg zijn bekende figuren ontwikkelde: de hoed, de pijp, de boom, het spelen met woorden. Verder zijn er geen grote verrassingen te vinden op de expo. Wie echter – net als ik – helemaal into Magritte is, is dit een zeer interessante expo omwille van de vele werken die momenteel in privébezit zijn en dus anders niet tot nooit te zien zijn.

De AI-Magritte komt op het einde van expo helemaal uit de kast. Daar krijg je een behoorlijk lange powerpoint te zien waar M-AI-gritte vertelt over zijn werken en hoe deze tot stand zijn gekomen of hoe je ze (ook) zou kunnen lezen/bekijken. De lezing is voor de nerdies zeer interessant. Voor wie Magritte naast Rubens, Van Eyck, Bruegel, Van Dyck,… op het schaf zet, zal deze video allicht een leuke gimmick zijn maar hou je ’t allicht niet de hele lezing vol. De AI is en blijft (herhaling) een goede poging om de stem van Magritte tot leven te brengen. Toch mis ik die typische “r” en de rookstiltes in de lezing.

Mijn conclusie: een interessante expo die het overzicht geeft van de kunstcarrière van Magritte. Ben je niet helemaal “diep” into Magritte, ga dan naar het Magritte Museum in Brussel. 
https://musee-magritte-museum.be/nl
Het overzicht daar is vollediger en de audiogids is beter. Maar wacht best nog even tot na de KMSKA-expo zodat de werken terug op hun plek hangen. Wie wél into Magritte is en een “anthology” van de grootmeester wil zien mag deze expo zeker niet missen.

De expo is gratis te bezoeken met de Museumpas. Je moet wel een uurslot reserveren (ook met de pas). Kan je op werkdagen gaan, het zal er allicht wel rustiger zijn dan in ’t weekend. Nog tot 22 februari 2026. In de museumshop zijn allerhande prullen te koop maar ook een boek met het totaaloverzicht van deze expo.

Tekst en foto Max Van Hemel
https://maxvanhemel.wordpress.com/

INFO

Magritte. La ligne de vie
KMSKA
Leopold de Waelplaats
2000 Antwerpen.
15 november 2025 tot 22 februari 2026
https://kmska.be/nl
tickets
https://tickets.kmska.be/nl/magritte/tickets

My Grandfather’s House

Een nostalgische foto-expo in Het Objectief

tekst Kathleen Ramboer

Vind je het zalig om rond te dwalen op een kerstmarkt, hou je van de eindejaarssfeer in het centrum van Gent en aan de rand? En heb je bovendien interesse voor fotografie? Dan heb ik een tip voor dit totaalpakket. Van 4 tot 27 december 2025 kan je naast alle drukte in Het Objectief genieten van een artist pop-up expo ‘My Grandfather’s House’, een realisatie van ‘Dekimpe_Maes’. Marieke Selhorst, bezieler van Het Objectief weet telkens opnieuw te charmeren met ongewone expo’s, expo’s met een verhaal, met foto’s die getuigen van een ongewone visie, gefotografeerd door gepassioneerde fotografen, jonge en iets oudere, kortom, ze brengt een diversiteit waar we van houden.

Het bezoek aan de expo

Misschien is het van mij geen goed idee deze review te schrijven, te vertellen over het hoe en waarom van “My Grandfather’s House”? Een goede raad: bekijk eerst enkele foto’s en sla de tekstbordjes met context over. Bestudeer die later. Zo kan je zonder voorkennis ongeremd raden en gissen wat je ziet en heerlijk verwonderd zijn. Laat de inhoud van de foto’s een tijdje sudderen op een laag pitje en geniet van intieme taferelen, feeëriek in beeld gebracht door Robbe Maes. De foto’s zijn bevreemdend, mysterieus en een tikje surrealistisch. Ongetwijfeld intrigeren ze. In deze expo ben je kijker en tevens wandelaar, stappend van het ene filmdecor naar het andere, dromend van een verleden waarin jezelf de hoofdrol speelt.

De maquettebouwer

Reynout Dekimpe reconstrueerde in een maquette het oervlaamse huis van zijn grootvader, een inventieve knutselaar/hobbyist. De maquette verbeeldt een huis met vele bijgebouwen waar de geest van zijn grootvader stilletjes schuilt in ieder hoekje, waar het kruisbeeld de keuken domineert, de tuinkabouter je vriendelijk toelacht en de maria grot devoot staat te wezen. Instinctief dwalen mijn gedachten af naar het poppenhuisje dat mijn broers voor me knutselden en de sint bracht. Maar deze maquette is geen speelobject, ze leeft en is een vat vol universele herinneringen. Het is een hommage aan alle doe-het-zelvers van weleer.

De fotograaf

De maquette is filmisch gefotografeerd door Robbe Maes. Met aangepaste verlichting en stemmige stralende kleuren vervoert Robbe Maes de kijker naar een andere wereld waar de herinnering aan het kind in je naar boven komt. Het kleine formaat van de meeste foto’s past wonderwel bij het onderwerp, de kader tovert de foto om tot een miniatuurwereld met diepte.

Reynout Dekimpe en Robbe Maes vormen een magisch duo, een duo dat een nostalgisch verleden weet op te roepen, te verbeelden en vast te leggen. Als publiek kan je, kijkend naar de toekomst, het verleden opnieuw beleven. De bijzondere fotografische blik van Robbe Maes brengt ons de blues, veroorzaakt weemoed en nostalgie, maar haalt ook in ons naar boven, de acteur die zachtjes droomt van een volgende hoofdrol.

links Robbe Maes, rechts Reynout Dekimpe – fotografie Robbe Maes

Buiten wacht een eindejaarssfeer, ben je klaar om met de smartphone of iPhone tastbare herinneringen te schieten? Fotograferen kan maar hoeft niet altijd een doel te hebben maar brengt uiteindelijk altijd een verhaal.

Tekst Kathleen Ramboer
Foto Kathleen Ramboer en Robbe Maes

INFO

fotografie Robbe Maes

Het Objectief
Blekerijstraat 75, Gent,

4 dec tot 27 december 2025

Di & Woe → 09:00 – 13:00
Do & Vrij → 14:00 – 19:00
Za → 13:00 – 17:00

https://www.instagram.com/dekimpe_maes/

https://www.instagram.com/reynoutdekimpe/

https://www.instagram.com/robbe.maes/

https://www.instagram.com/hetobjectief/

www.dekimpe-maes.com

https://www.hetobjectief.com/

Mechelse Platenhoezen


videograaf Bert Vannoten

Mechelse Platenhoezen

Bart Pepermans en Jeroen Van der Auwera

Laat mij misschien starten met een uitleg wat aan de basis van deze tentoonstelling ligt. Ik ben een fervent verzamelaar van kunstwerken of kunstuitingen van in de eerste plaats Mechelse kunstenaars of kunstenaars die iets over Mechelen hebben gemaakt. Ik heb zo mijn favorieten, met op de eerste plaats Ray Gilles. Van deze kunstenaar wist ik dat hij voor Eufoda, indertijd het platenlabel van het Davidsfonds, 3 hoezen heeft ontworpen. Hij heeft ook voor een schoolkoor uit Brugge twee singels van een tekening voorzien. Uiteraard kan je nagenoeg alles op Discogs terugvinden, een gigantische databank én wereldwijde verkooplaats, maar rommelmarkten en kringwinkels afschuimen is wat mij betreft veel leuker. Het moet een zoektocht en een jacht blijven. Uiteraard zijn de kringwinkels niet zo goed georganiseerd als platenwinkels en dien ik mij elke keer door tientallen tot honderden platen te wrochten op zoek naar die ‘Ray Gilles’ hoezen. Ik kan de accordeonmuziek, muzette, Neil Diamonds en Nana Mouskouris niet meer aanzien … Maar toch, om de zoveel keer kom ik een ‘Ray Gilles’ tegen. Maar door deze zoektocht kwam en kom ik ook andere platenhoezen tegen die mij kunnen bekoren. Soms voor de muziek, maar veelal voor “The Artwork” zoals dat dan mooi omschreven wordt. Want op zich is een grappig en bijzonder gegeven dat je in platenbakken gaat snuisteren en het visuele beeld je al dan niet doet besluiten een album te kopen, zonder die ook maar beluisterd te hebben.

Beetje bij beetje vond ik platen die een “Mechels” tintje hebben. de Sint-Romboutstoren of de beiaard, jeugdnostalgie met het stadspoppentheater, … zolang het maar een link met Mechelen heeft op één of andere manier … en dat vat ik ruim op. Als ik ergens niet zeker over was, of wat meer duiding wou, dan kon en kan ik beroep doen op Bart Pepermans, wat Vlaamse muziek en wat specifiek de Mechelse scène betreft een wandelende encyclopedie, getuige ook zijn vlogs op youtube en zijn medewerking aan verschillende lokale radioprogramma’s.

Zo begon ook het plan te rijpen of er misschien niet een bescheiden tentoonstelling in zat rond “Mechelse” platenhoezen. Marc Van Camp, het Paradijs en het VOC waren bereid logistiek te ondersteunen, Bart en ik konden inhoudelijk onze gangen gaan ….

Albumhoezen, die we tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen, gaan terug tot de jaren dertig. Tot eind jaren ‘30 werden platen aangeboden en verkocht zonder gedrukte omslag, in een typische bruine hoes. In het midden was een cirkel uitgesneden, waardoor men het label op de plaat kon zien. In een volgende stadium werden de bruine hoezen bedrukt met louter de informatie van de platenmaatschappij. His Master’s Voice, Decca, enz. Als je een plaat ging kopen vroeg je in de winkel naar een bepaalde uitvoering, je ging niet zoals nu snuisteren in platenbakken.

Als we aan Mechelse plaatjes denken dan kunnen we alvast niet buiten de Sint-Romboutstoren.

Een voorbeeld vinden we in de getekende toren door een onbekende kunstenaar op de hoes van het Angelakoor. Dit koor werd opgericht in 1954 in de Ursulinen Mechelen onde leiding van Madeleine Jacobs. Wat begin als een gelegenheidskoor groeide uit tot succeskoor dat in 1960 onder meer de hoofdprijs won in de prestigieuse wedstrijd “Radioschoolkoor”. Ze wonnen een vleugelpianio die nog steeds in de school staat.

Bij Eufoda, het platenlabel van het Davidsfonds werd begin jaren ’70 een beiaardplaat uitgebracht. Volgens de info op de plaat werd de tekening verzorgd door “Grafiek Whaest”, maar we konden hierover geen info vinden. Piet Van den Broek daarentegen, was de enige Nederlander die zich ooit stadsbeiaardier mocht noemen. Afgestudeerd aan het Lemmensinstituut en de Beiaardschool, werd hij in 1965 de opvolger van Staf Nees als stafsbeiaardier en directeur van de beiaardschool. Hij overleed in 2008 op 92-jarige leeftijd.

Als we over de beiaard spreken kunnen we bijna niet anders dan Jo Haazen vernoemen met één van zijn platen “Jo Haazen bespeelt de beiaard van Mechelen”. De plaat dateert uit begin jaren ’80, is duidelijk ook bestemd voor de Japanse markt én is voorzien van een beiaard van de hand van de Nederlander Anton Pieck. Die is vooral bekend geworden om zijn romantische tekeningen met levendige taferelen uit een geïdealiseerd nostalgisch verleden. Maar vooral ook om zijn sprookjesbos in de Efteling.

Bij de Maneblussers is zo’n Mechels hebbeding. 12 liedjes voor liefhebbers van voetbal, basketbal, volkse leute en eigen schoon. De tekenaar van de toren is ons niet bekend, de uitvoerders onder leiding van Mechelaar Marcel Sterckx uiteraard wel.

Van het Angelakoor van daarnet naar het O-L-Vrouwkoor. Dit koor werd opgericht in 1955 door pastoor Bob Peeraer en in de loop der tijd brachten ze een vijtigtal platen uit. Eentje ervan sprong in het oog met een tekening van Rik Daze. Rik had zijn studies genoten aan het Gentse Sint Lucasinstituut en heeft vooral als zelfstandig fotigraaf en vormgever gewerkt, onder meer voor Chiro, Broederlijk Delen etc. Medewerker aan deze plaat is ook Francis Bay met zijn orkest. Het is exact 20 jaar geleden dat Francis Bay, of Frans Bayetz bij geboorte, overleden is. Hij studeerde aan het Mechelse muziekconservatorium en maakte deel uit van verschillende dansorkesten en timmerde aan een eigen orkest dat begin jaren ‘50 aan de BRT verbonden was. Freddy Sunder en Jo Leemans waren bekende medewerkers. Vanaf de Expo van 1958 gaat het Francis Bay voor de wind: hij sloot een platencontract met het Omega-label die zijn elpees in Engeland en Amerika ging verdelen. Vooral zijn Latijns-Amerikaans getinte elpees deden het in het buitenland ontzettend goed en hij durfde zich gerust te meten met orkesten als die van Edmundo Ros en vooral Perez Prado. In 1958 produceerde Francis Bay zo maar liefst 22 elpees, waaronder de allereerste stereo-opname in Europa.
Vanaf 1959 duikt Francis Bay op als dirigent van de BRT-deelnames aan het Eurovisiesongfestival. Hij zal trouwens vanaf 1961 ook de Cansonissima-preselecties begeleiden. Bay blijft dat volhouden tot aan zijn pensioen wanneer hij in 1979 samen met Micha Marah naar Jeruzalem gaat.

Hula Hoop: Francis Bay and his orchestra (Philips)
Charleston: Francis Bay and the Boone City Blowers
Vlaamse Kermis: Francis Bay
Trekkersliederen: Francis Bay

Jan De Winter, schilder uit de Hanswijkenhoek, verleende zijn medewerking aan een plaat van de Kadullen, een volksmuziekgroep, dat uit de startblokken schiet eind jaren ’60. Jan De Winter is niet de enige Mechelse link, Sjarel Van den Bergh en Bobo Van de Voorde waren dat ook.

Bobo Van de Voorde verzorgde voor een van de 4 LP’s die ze uitbrachten het ontwerp.

Een kunstenaar die mijn persoonlijke voorkeur wegdraagt is Ray Gilles. Een begaafd schilder, maar die door zijn grafisch werk en cartoon in zeer specifieke stijl erg bekend werd vanaf de jaren ’60 tot midden jaren ’80. Van zijn hand zijn – voor zover ik weet – 3 vinylplaten en 2 singles. 1 ervan is nochtans met een foto, maar in een typische Ray Gilles lay-out. Theo Mertens is in Mechelen ook geen onbekende. Hij was verbonden aan het conservatorium.

Mechelaar Ray maakte er ook de prachtige tekening voor liefdespoëzie door Tine Ruysschaert. Die liet me inderijd per mail weten dat ze het een prachtige cover vond, maar dat het de keuze van het label was en ze er niets in de pap te brokken had.

Om bij koren te blijven… Ray verzorgde ook twee singels voor ‘Ons Dorado’, een jeugdkoor verbonden aan het Sint Lodewijkscollege in Brugge. Ray Gilles had verschillende boeken geillustreerd, waardonder pedagogische muziekboekjes voor de lagere school bij een ondertussen teloorgegane uitgeverij in Brugge. Waarschijnlijk is hij zo in contact gebracht met Ons Dorado.

Een tweede single Ons Dorado.

Zoals ik aanhaalde is Ray Gilles vanaf de jaren ’60 een bekende cartoonist geworden. Hij is evenwel niet de enige cartoonist/graficus die zijn medewerking verleende aan albumhoezen. Wies Peleman, geboren Mechelaar, maar overleden in Willebroek, heeft naast zijn boekillustraties, cartoons en later keramiek en juweelontwerp ook enkele mooie platen gemaakt. In de jaren ’50 maakte hij enkele mooie exemplaren voor Buck Clayton en Francis Bay. Hij liet zich inspireren door anderen die vooral in de Jazzplaten hun artistiek kunnen wensten te etaleren. Hij heeft ook ontwerpen gemaakt die niet zijn uitgegeven.

In de jaren ’70 versierde hij nog een plaat van Concordia Tisselt in zijn typische cartoonstijl.

Nu we toch even buiten Mechelen zijn. Gommar Timmermans, zoon van, maar als cartoonist beter bekend als GOTT heeft ook een pareltje gemaakt. ‘Vertellingen voor de jeugd”. Het is de enige plaat die we zowel laten zien in de tentoonstelling aan de voor- en achterkant. Het platenlabel is de Nederlandse pocketplaat. In tegenstelling wat je zou denken betreft het wel degelijk een Belgisch label gesticht in 1960 door Jo Van Eetvelde met vooral aandacht voor Nederlandstalige kleinkunst en poëzie. Jo Van Eetvelde spreekt zelf de teksten in.

Datzelfde label wist ook Marc Sleen te strikken voor Jef Burm en Denise De Weerdt zingen liedjes uit Allo Sjoe. De Mechelse link is Denise De Weerdt, geboren Mecheles en oud-leerling van Pitzemburg.

Een laatste cartoonist die we vanavond aanhalen is Hugoké, pseudoniem voor Hugo De Kempeneer, geboren in Vilvoorde, gestorven in Oostende. Hij heeft op alle grote cartoonfestivals tentoongesteld, boeken geïllustreerd en hij wordt beschouwd als één van de grote cartoonisten die België heeft gekend. Wat minder bekend was is dat hij ook albumhoezen heeft ontworpen. 1 exposeren we hier, één van de Mechelse sjansonié, Kor Van der Goten. Toeval of niet, maar het betreft hier ook weer een album van de Nederlandse pocketplaat. Jo Van Eetvelde wist naast Kor Van der Goten ook Hugo Raspoet te strikken. Beiden gaven meerdere LP’s uit. Het kleine label had daarmee ook de verdienste grote platenlaatschappijen tegen de schenen te stampen en de aandacht voor Nederladstalige muziek aan te scherpen.

Als we Kor Van der Goten vernoemen, kunnen we niet anders dan Louis Neefs erbij nemen. Een waar stadsicoon. Drie bijzondere plaatjes presenteren we. Bij Eufoda verscheen een album rond Tijl Uilenspiegel, waar Louis Neefs 13 luisterliedjes voor inzong. De expressieve tekening is van Frans Ivo Vandamme uit Merksem. Hij studeerde af aan de Antwerpse Academie en specialiseerde zich in allerlei druktechnieken: ets, lino, houtsnede en in het bijzonder ex-librissen.

Louis Neefs verleende ook zijn medewerking aan de sportbienale 70. De singel heeft vooraan en achteraan een cartooneske tekening. De ontwerper hebben we jammer genoeg niet kunnen achterhalen.

Een laatste singeltje van Louis Neefs is in combinatie met een speech van Jos De Saegher, minister van openbare werken begin jaren 70. Een leuke cover maar de tekenaar hebben we niet kunnen achtehalen.

In het rijtje “ik verleen mijn stem aan een plaat …” komen we uit bij de Voetbalplaat van Zjef Vanuytsel. Niet direct een link met Mechelen, ware het niet dat Mechelaar en Pitzemburger Rik De Saedeleer erop te horen is. De mooie sleef van de hand van de voor mij illustere onbekende Jan Van den Bergh. Zijn stijl doet evenwel wel heel erg denken aan de Klare Lijn zoals ze gehanteerd wordt door Ever Meulen en de Nederlander Joost Swarte.

Onder het moto “nodig ook eens een onbekende uit” presenteren we hier Expo58, een plaat uit midden jaren ’80 van de Mechelaar Luc Vanlaere. Theo Mertens heeft er ook trompet op gespeeld. De pasteltekening is van Wim de Bruyne, voor mij ook een nobele onbekende.

Als we dan toch kleinkunst aanboren, dan komen we uit bij Bert De Coninck. Mechelaar die de laatste 30 jaar zich terugtrok in Portugal en exact 1 jaar geleden overleed. Bekend van het prachtige nummer Evelyn, wat eigenlijk een lied is over … overspel. Zijn tweede plaat is getiteld Carpule De Luxe uitgebracht samen met de Brugse zangeres Fran. Gitarist Jean Marie Aerts en toestenist Serge Feys, beiden later doorgebroken met TC Matic van Arno speelden mee. De zus van Fran, Lieve De Geyter, een artieste afgestudeerd aan de academie van Breda maakte de hoes. Voor ik het vergeet, Bert was oud-leerling van Pitzemburg. Binnen twee weken op 13 december wordt er hulde aan hem gebracht in de stadsschouwburg …

Wie ongetwijfeld ook daar veel op het podium heeft gestaan met de warmste stem van Vlaanderen is Francis Verdoodt. Ook hij heeft talloze platen uitgegeven. Twee presenteren we hier: “Pa er zit een dichter in mijn boom”

4 platen en x aantal singels

Hiermee zijn we aanbeland bij het einde van onze albumhoezen.
Jeroen Van der Auwera


Videograaf: Bert VANNOTEN

INFO

MECHELSE PLATENHOEZEN-TENTOONSTELLING
VC De Schakel
Steenweg 32
Mechelen
Gratis te bezoeken: iedere zaterdag van 10u00 tot 14u00 tot en met 13 december 2025

RE-ASSEMBLED

Tekst en foto Kathleen Ramboer

Een groepsexpo naar aanleiding van drie jaar Tale Art Gallery

Tanja Leys, bezieler van Tale Art Gallery, zei in 2022 haar loopbaan als ingenieur in de farmawereld vaarwel om haar passie voor kunst te volgen. Ze opende een kunstgalerie in het kleine dorp Vlierzele, wat een sprong in het ongewisse betekende. Nu drie jaar later organiseert Tanja Leys een expo met 11 kunstenaars van het eerste uur, kunstenaars die deelnamen aan haar eerste tentoonstellingen. Heel nieuwsgierig aanvaard ik de uitnodiging tot een preview.

Eenmaal de deur geopend, valt mijn blik op een explosief kleurrijk werk van Manon De Craene, geflankeerd door een sculptuur van Hilde Van de Walle. Beide houden de belofte in van een kleurrijke, feestelijke expo. De inkomhal en de opvallende benedenruimte, geschilderd in een gewaagd diepblauw gelijkend op Yves Kleins ‘International Klein Bleu’, verwelkomen me met werk van Anne Vanoutryve, Manon De Craene, Hilde Van de Walle, Inge Dompas, Hervé Martijn, Chris Vanderschaeghe. We zijn benieuwd naar wat Tale Art Gallery nog te bieden heeft en nemen de trap naar boven om het werk van nog meer kunstenaars te ontdekken: Johan Clarysse, Kathleen Ramboer, Inge Dompas, Stephanie Gildemyn en Philippe Badert. Daar knoop ik een gesprek aan met Tanja Leys over de voorbije drie jaar en de nieuwe expo RE-ASSEMBLED.

Het gesprek

Kunstpoort Je galerie bestaat drie jaar. Is je kijk op de kunstwereld gedurende deze drie jaren veranderd? Dacht je een andere wereld aan te treffen?
Tanja Leys Aanvankelijk focuste ik me vooral op gevestigde waarden, kunstenaars die reeds hun sporen verdiend hebben in de wereld van de kunst. Ik werkte ook af en toe samen met andere galeries. Nu ga ik liever zelf op ontdekking, op zoek naar originele, unieke talenten waarmee ik mijn publiek kan verrassen. Jong talent heeft nood aan aanmoediging, moet en mag een kans krijgen. Om die reden bezoek ik regelmatig het atelier van jonge, pas afgestudeerde kunstenaars. Zij krijgen soms moeilijk de kans tentoon te stellen in een galerie.
Op de sociale media presenteert kunst zich in een stroom van afbeeldingen. Deze nieuwe platformen zijn voor mij een unieke mogelijkheid om intrigerende kunstenaars te ontdekken.

Kunstpoort Heb je kunstvormen, kunstenaars, kunstwerken, stijlen… leren appreciëren waar je vroeger minder voor openstond?
Tanja Leys Ik sta nu meer open voor abstracte kunst, vooral poëtisch abstract, en conceptuele kunst, kunst buiten een traditionele context. Christine Adam introduceerde me bij een aantal kunstenaars die kiezen voor eenvoud, minimale uitgepuurde kunst, voor een eerlijke abstractie. In de galerie kon het afgelopen jaar de kunstliefhebber abstracte kunst beschouwen.

Kunstpoort De expo RE-ASSEMBLED toont vooral figuratieve kunst. Is dit een bewuste keuze?
Tanja Leys Ik vind het belangrijk diverse stijlen te brengen. Een coup de coeur kan mij overkomen bij zowel figuratieve als bij abstracte kunst. Graag wil ik beide vertegenwoordigen.

Kunstpoort Het is ongelooflijk welke boeiende kunstenaars je bracht, kijk je tevreden terug op de voorbije drie jaar?
Tanja Leys Absoluut, ik betreur mijn beslissing een galerie te starten zeker niet! Trots ben ik op de 16 expo’s die de revue passeerden, fier op de kunstenaars die ik kon presenteren aan een geïnteresseerd kunstpubliek. Dankbaar kijk ik terug op het vertrouwen dat ik van de kunstenaars kreeg, nodig om knappe, originele tentoonstellingen op te bouwen. Ze lieten me binnen in hun passionele wereld met vele verhalen over inspiratie, technieken, verleden en toekomst.

Kunstpoort Een curator werkt soms mee aan een tentoonstelling, heb je dan het laatste woord? Aanvaard je zijn keuze onvoorwaardelijk?
Tanja Leys Ik verkoos 5X met een curator samen te werken. We zochten samen een thema, ook de selectie gebeurde in samenspraak. Het is gewoon fijn met zijn tweetjes een expo te realiseren, visies te delen, feedback te ontvangen. Samenwerken met een curator helpt mij nog beter de taal van de kunst te begrijpen, dat is voor mij een boeiend leerproces.
Bij de meeste expo’s nodig ik een spreker uit voor de introductie en het schrijven van een korte tekst over de expo. Dit kan zowel een curator, kunstcriticus of kunstminnend persoon zijn.

Kunstpoort Voor de tentoonstelling RE-ASSEMBLED ben je zelf curator. Het zijn niet alleen 11 kunstenaars die je nauw aan het hart liggen maar ook kunstenaars die sterk uiteen liggen wat stijl en techniek betreft. Een moeilijke opgave?
Tanja Leys Ongetwijfeld, de opstelling bleek een uitdaging. Het resultaat mag er zijn. De expo weet te verrassen. Verwondering, bevreemding, verrassing… schuilt om elke hoek.
RE-ASSEMBLED is dan ook bewust gekozen. De expo is een dynamische tentoonstelling, een ontmoeting tussen diverse kunstenaars die me gesteund hebben, een assemblage van stijlen en kunstvormen. RE-ASSEMBLED is een expo van gelijkgestemden die niet alleen goede kunst creëren maar ook kunstenaars zijn met een warm hart.

De preview

Wat valt me op bij een eerste kijk op de expo?
Ontelbare indrukken komen op me af. RE-ASSEMBLED brengt vooral tijdloze kunst.
Is de expo een staalkaart van wat er in de kunstwereld te zien en te beleven is? Enigszins wel. Ik ontdek een magische combinatie van stijlen en kunstenaars. Deze mix wil ik laten bezinken om later, bij een tweede bezoek, de draad terug op te nemen.
Bij de ene kunstenaar staat de mens centraal, bij de andere de natuur. En ergens ontstaat er een match made in heaven, toepasselijk bij het koningsblauw van de ruimte bij het binnenkomen.


De kunstenaars

Hervé Martijn

Zijn schilderijen ogen esthetisch, verhullend en onthullend. Ze hebben de kracht om te behagen. ‘Het meisje’ op het canvas intrigeert en ontlokt een innerlijke vraag: ‘Wat wil de kunstenaar ons vertellen?’ Als toeschouwer mag jezelf een verhaal bedenken.
De blauwen van de intimistische schilderijen zijn mysterieus en sereen, de roden warm oranje. Rood en blauw contrasteren niet maar vullen elkaar aan in de bedachtzaam geschilderde werken. Als ik kijk laat ik de schoonheid binnen in mijn ziel.

Philippe Badert

Het benadrukken van silhouetten, het compositorisch afbakenen met warm gele lijnen blijft me bij, telkens ik werk van de kunstenaar aanschouw. Hij beklemtoont niet alleen het specifieke van een houding maar het is ook een picturaal aspect dat vrolijk stemt. Dit opvallende gebruik laat hij achterwege in enkele recente schilderijen. De nadruk ligt meer op de inhoud dan op de vorm. Hij onderzoekt de invloed van de sociale media op de mens en specifiek op de kunstenaar. De kunstenaar die wil gezien worden en toch zijn gevoelens, emoties niet wil te grabbel gooien. Hij doet dat met ongekunstelde, gestileerde figuren en gezichten vermomd als pixels.

Chris Vanderschaeghe

Chris Vanderschaeghe schildert zijn mysterieuze ingetogen omfloerste portretten in zachte, poëtische pastel kleuren. De portretten kijken niet vrank en vrij de wereld tegemoet, alsof ze niet recht in de lens durven te kijken. Vaak maakt hij het perfecte plaatje op een zachte stijlvolle manier lichtjes onherkenbaar net of de geportretteerden hun ware gezicht niet willen tonen aan de kijker. Misschien toont niemand zijn ware ik aan de buitenwereld?

Anne Vanoutryve

Anne Vanoutryve interpreteert de natuur expressief, zonder rem op borstel en verf. In haar werk bruist de natuur van leven, voel je de buitenlucht, de wind waaien, de zon branden. Hier schildert een kunstenaar die de natuur en de verf liefheeft. Bekijk daarbij de penseelstreken veroorzaakt door een fors gebaar van de borstel en je moet er geen verhaal bij vertellen. Het is puur genieten.

Johan Clarysse

De werken van Johan Clarysse zijn narratief, hij bekijkt de wereld, schildert de mens, gaat in op sociale issues die de wereld raken. Vaak geven de schilderijen van Johan Clarysse een onaffe indruk. Het werkproces, de onderschildering blijft zichtbaar aanwezig. Zo wint zijn werk aan picturaliteit en gelaagdheid. Zijn tekeningen verwijzen vaak naar de schilderijen. Wat was er eerst, de tekening of het schilderij? Het speelt geen rol, het zijn aparte pareltjes die je los van elkaar kunt zien maar ook samen. Zien we een geschilderde tekening of een getekend schilderij?

Inge Dompas

Inge Dompas observeert en registreert. Ze schildert de stad in al zijn facetten: een vluchtig moment, een weerspiegeling, een reflectie. Ze borstelt dromerig een realiteit, ziet de bizarre schoonheid van een drukke stad. Vaak gebruikt de kunstenaar vogelperspectief waardoor ze afstand neemt van haar onderwerp en de compositie een speelse allure bezorgt.

Stephanie Gildemyn

Stephanie Gildemyn verdiept zich in de mythologie en verwerkt een oeroude beeldtaal in een persoonlijk werkproces. Het resultaat is werk dat de verbeelding prikkelt. De blauwen vallen op en zijn intens. Het werk dat ze hier toont doet me verlangen om nog ander werk van haar te ontdekken.

Anouk Thys

Anouk Thys zorgt voor afwisseling in de expo. Vindingrijke kleine keramieken sieren de witte muur en brengen stilte en rust middenin de kleurenovermacht van de andere kunstenaars. Het is alsof haar wandsculpturen mediteren en samen overleggen luid te roepen: ‘hier zijn we!’ Dit is helemaal overbodig, haar werk dwingt de toeschouwer dichtbij te kijken naar de fijne structuren, speciale natuurlijke kleuren en het gebruikt materiaal. Ik wil ze aanraken maar blijf er toch wijselijk af.

Manon De Craene

Manon De Craene schildert explosief met warme kleuren die elkaar dreigen te verdringen maar toch samen hun eigen plaats veroveren op het canvas. Op haar doeken vind ik een geordende chaos terug. Ik zie vormen en kleuren samen op reis naar een bestemming, het definitieve schilderij. Haar schilderijen lijken me intuïtief en spontaan in één ruk geschilderd. Maar zoals zo vaak het geval is, misschien sla ik de bal volledig mis en schildert ze bedachtzaam, vlak na vlak, streep na streep.

Kathleen Ramboer

Kathleen Ramboer houdt van de natuur en dat merk je in al haar werken. Maakt ze foto’s, schilderijen of tekeningen, alles gebeurt in de buiten lucht, en plein air, zonder vooropgesteld plan. Bomen blijken door de jaren heen haar belangrijkste inspiratiebron. Bomen in het bos, in het park, op de wei, op foto, op doek, op papier, op karton…, getekend met potlood, geschilderd met acrylverf.. in alle seizoenen, onder diverse hemels…  het kan allemaal.
De kunstenaar schuwt het experiment, noch mislukkingen, dat houdt de drang om te creëren levendig. Haar reeks ‘Grenzeloos’ is daar het levendig bewijs van.

Hilde Van de Walle

Ook Hilde Van de Walle zorgt voor diversiteit. Haar beeldend werk omvat sculpturen in brons en composiet. Blauwgrijze en aardkleurige figuren vullen sierlijk de ruimte, zijn discreet aanwezig. Haar grootse zorg is niet de juiste anatomie nastreven maar door weglaten van lichaamsdelen een boeiende vorm scheppen met een sterke uitstraling. Enkele sculpturen groeien vanuit een bol- of peervorm, alsof de beelden balanceren op de rand van de wereld, op de grens tussen droom en daad. Onbewust maken ze, zonder armen, een evenwichtsoefening die ze met glans doorstaan.

Het is geen uitgesproken stille tentoonstelling. Enkele werken roepen luidop en kleurrijk, andere fluisteren zacht. Ik raad de bezoeker aan zijn intuïtie te volgen, vaak op zijn stappen terug te keren, open te staan voor wat op je afkomt, te genieten van RE-ASSEMBLED met de ogen wijd open maar ze ook even te sluiten  om weg te dromen en een verhaal te verzinnen want tenslotte ben je in Tale Art Gallery.

Tekst en foto Kathleen Ramboer

INFO EXPO

Expo ‘RE-ASSEMBLED’
TaLe Art Gallery
Vlierzeledorp 12A, 9520 Vlierzele
+32 476 50 49 52
21nov tot 21 dec
https://taleartgallery.be/expo-21-11-2025-21-12-2025/

Open
vrijdag . zaterdag 14>18h
zondag 11>17h

Hervé Martijn
Anne Vanoutryve
Chris Vanderschaeghe
Anne Vanoutryve
Johan Clarysse
Philippe Badert
Stephanie Gildemyn
Annouk Thys
Manon De Craene
Inge Dompas
Hilde Van De Walle

opening en receptie
vrijdag 21.11 18h > 22h
de kunstenaars zijn aanwezig

INFO KUNSTENAARS

curator @tanja_leys
@kramboer
@hervemartijn
@philippe.badert
@chrisvanderschaeghe
@anne.vanoutryve
@johanclarysse.art
@ingedompas
@stephanie_gildemyn
@annoukthys
@manon.de.craene
@hilde_van_de_walle