Mieke Tambuyzer
De liefde voor kunst is begonnen in Zuid-Afrika waar ik met mijn gezin verbleef in de jaren 80. Terug
in België ben ik aan de academie in Vilvoorde gestart en volgde ik 8 jaar schilderkunst onder leiding
van Walter Goossens.
Het vierkante formaat heeft lang mijn voorkeur genoten. Ik werkte met olie en acryl.
Mijn verblijf in China bracht me de liefde voor Oost-Indische inkt en de theepot. Later ben ik meer kleur gaan
gebruiken en daar hebben zeker onze reizen naar Istanboel toe bijgedragen.
Theepotten heb ik vaak geschilderd omdat ze voor mij symbool staan voor gezelligheid en de warmte van het nest.
De laatste 6 jaar ben ik me aan het verdiepen in het werken met 3D-pen. Het gebruik van dit medium
stelt me in staat om zowel tweedimensionaal als driedimensionaal te werken. Het proces van het
creëren brengt vaak leuke verrassingen met zich mee. Effecten zijn leuk maar de diepgang is toch
belangrijker.
Het mysterie moet blijven daarom geef ik niet graag titels aan mijn werk. Mijn verhaal
ken ik maar iedereen mag zijn eigen verhaal hebben. Zoals ik reeds zei is de mens die zoekt naar zijn
plaats in de wereld meestal aanwezig. We zijn allemaal verbonden. Positieve energieën die je pas
kruisen laten je vliegen en anderen halen je neer. Dit alles probeer ik uit te drukken in sfeervol werk.
Tekst: Mieke Tambuyzer voor ABC Hedendaagse Belgische en Nederlandse kunstenaars 2022
INFO
http://www.mieketambuyzer.be
https://www.facebook.com/mieke.tambuyzer.39/
Tentoonstelling
in Mechelen op de Korenmarkt
Galerie M.E.R.G.E.D.
Van 17 februari tot 25 maart
https://www.merged.be/kopie-van-expo
Openingstijden
vrijdag: 13u tot 18uz
zaterdag: 13u tot 18u
Op andere dagen is een afspraak bij Merged mogelijk
0468 33 01 61 – m.e.r.g.e.d@hotmail.com
Videograaf: Bert VANNOTEN
Jaar: 2023
Kunst maakt vrienden
Expositie Acadisten in het Oud Hospitaal te Oudenaarde
De Acadisten zijn een informele vriendengroep met een gemeenschappelijke passie voor Kunst. Wat ruim vijf jaar geleden op de Koninklijke Academie Beeldende Kunst van Oudenaarde begon met een bemoedigend knikje, een vriendelijke aansporing en een enthousiaste belangstelling voor het werk van een “medestudent”, groeide uit tot een hechte vriendschap buiten de muren van de Academie.
Samen kijken naar kunst en tentoonstellingen bezoeken in binnen- en buitenland zorgt voor artistieke ontdekkingen, nieuwe inzichten, ideeën en esthetische ervaringen.
Hoewel de Acadisten samen optrekken, behouden ze elk hun eigen stijl door de aard van de verschillende disciplines: schilderen, tekenen, beeldhouwen, keramiek, grafisch werk, textiel, fotografie en nature art. Wat bindt is de belangstelling voor kunst en bovenal de passie voor het maken van eigen werk, zowel realistisch, experimenteel als fantasierijk.
Met deze eerste groepstentoonstelling willen de Acadisten laten zien dat creativiteit nooit stopt en willen ze graag hun enthousiasme met de bezoekers delen.
INFO
expositie Oud Hospitaal Oudenaarde
St Walburgstraat
17-18-19 maart
24-25-26 maart
open van 11u tot 18u
tekst Mieke Bailleul
Poëzie in beweging
Interview met Anne Provoost – Alja Spaan
een uitwisseling met MEANDERmagazine
MEANDERmagazine is een blog van onze noorderburen. Toevallig ontdekte één van de recensenten onze blog KUNSTPOORT. MEANDER contacteerde ons en dat resulteerde in een uitwisseling van een publicatie. Graag plaatsen wij het interview met Anne Provoost van MEANDER in de kijker en op hun beurt publiceren zij het KUNSTPOORT interview met dichter Rob Van de Zande.
https://kunstpoort.com/2022/01/25/dichter-rob-van-de-zande-een-romanticus-pur-sang/
MEANDER is een literair e-magazine over poëzie en heeft tot doel literatuur onder de aandacht te brengen van een breed publiek, gebruikmakend van de mogelijkheden van het internet. Ze besteden vooral aandacht aan aankomende dichters, publiceren elke dag beschouwingen, recensies, columns, interviews, hebben verschillende series lopen en nemen ingekomen kopij serieus.
Voor meer info https://meandermagazine.nl/
Wekelijks stuurt meandermagazine een nieuwsbrief naar een ieder die interesse heeft in poëzie. Gratis en voor niks.
INTERVIEW ANNE PROVOOST
‘De dichtkunst drukt het onvermogen uit om ons diepste zelf te verwoorden.’
interviewer Alja Spaan
Anne Provoost schrijft romans, essays, korte verhalen en sinds kort ook poëzie. Ze is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zij won met haar werk de Gouden Uil, de LIBRIS Woutertje Pieterseprijs, twee keer een Zilveren Griffel, twee keer de Gouden Zoen. Haar roman –Vallen- werd verfilmd. Voor -In de zon kijken- kreeg ze de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap, dat is de voormalige Staatsprijs voor Literatuur. Haar werk is in twintig talen vertaald.
Alja Spaan Onlangs verscheen je eerste gedichtenbundel Krop, gefeliciteerd daarmee. Waarom koos je na alle romans, kinder- en jeugdboeken en essays nu voor een gedichtenbundel?
Anne Provoost Ik werk al meer dan tien jaar aan het oorlogsverhaal van mijn grootmoeder in de Belgische Westhoek. Zij werd als klein meisje per trein weggevoerd uit de frontstreek in het jaar 1915 omdat in haar dorp aan het Ieperleekanaal de Duitsers de eerste grote aanval met gifgas inzetten. Onze overheid heeft na die inbreuk op de Conventie van Den Haag vier jaar lang kinderen weggehaald uit de gevarenzone. Ik wist nagenoeg niets van die grootscheepse evacuatie tot de VRT me vroeg om hier samen met Rita Mosselmans een documentaire over te maken voor Canvas. Ik dacht dat het bij die docu zou blijven, maar op een of andere manier heb ik zonder het goed te beseffen dat verhaal vervolgens geïnternaliseerd. Vooral het feit dat de kinderen – het waren er bijna 20.000 – met treinen werden weggebracht zette zich vast in mijn hoofd. De cadans van de stampers van de locomotief en het slaan van de ijzeren wielen op de bielzen werden ineens hoorbaar in mijn zinnen. Ik begon met een dreun te schrijven, alsof ik spoken word maakte, of misschien was het mitrailleurvuur. De dieperliggende reden was allicht dat ik best wel verbijsterd was over de wreedheid van wat zich in mijn geboortestreek heeft voorgedaan zonder dat iemand me er ooit over heeft verteld: kinderen die werden verminkt door granaatscherven, kinderen met een handicap die spoorloos verdwenen, familieleden die stierven. De nadruk op ritme ging zo ver dat ik de inhoud van mijn verhaal begon te wijzigen, in functie van versvoeten, en dat in een prozatekst. Zeker in een roman die op werkelijke feiten is gebaseerd is dat natuurlijk niet de bedoeling. Ik wilde van die cadansstress af, die hang naar klankmaat moest uit mijn systeem, en zo kwamen de gedichten.
Alja Spaan Recensent Herbert Mouwen, Meander, gelooft niet in ‘het gescheiden houden van de verschillende schrijfgenres waarvan een auteur zich bedient.’ Jij wel?
Anne Provoost Voor mij is het onderscheid heel scherp. In een journalistieke tekst is er een obligate één op één verhouding met de werkelijkheid. In een fictietekst wordt die verhouding minder stringent, maar hij is er nog steeds, want dubbelzinnigheid leidt ook daar tot misverstanden. Poëzie doet het omgekeerde. Betekenis is niet langer de essentie. Er gebeuren interessantere dingen in een gedicht dan het overbrengen van beduidenis.
Appelflauwte
Opgedragen aan Herman de Coninck
Degenen die er zo zeker van zijn dat het leven
van hen is mogen over mijn geboortewond praten
terwijl ik nog een beetje drink
Zoals we gedichten niet begrijpen omdat ze
in onze ogen schijnen, blijft alles wat hier staat
behoorlijk geslepen, want Nederlands is mijn
tweede taal en de film van mijn vroege beschaving
kan breken
Mijn heldere gedachten botsen als platen
want een letterlijke vertaling dobbert
als een meerboei in een plas
Mijn oude iconen zijn door Scheideggers geratel
al lang van de plank
hun zuivere intenties tot proppen gedraaid
met hun roep om meer klaarheid
Van dat beeld kan ik niet slapen, ook al
dwaalt er in iedere controverse een waarheid
dus houd ik mijn zachte meesters tussen mijn regels
als tussen smetteloos witte lakens en val regelmatig flauw
maar laat het niet zien
Alja Spaan Waarin verschilt het schrijven van poëzie met al je voorgaande werk?
Anne Provoost Je veroorzaakt een sensatie, eerst bij jezelf, later wellicht ook bij je lezer. Gedichten laten deurtjes in de hersenen openklappen. Je zet al het cognitieve opzij, je haalt de letterlijkheid weg, je hijst de witte vlag en geeft toe dat betekenis meestal tekortschiet, en dat je dus andere middelen zult inzetten om een indruk of een gevoel of een toestand van een zender naar een ontvanger te laten gaan. Meer hermetische verzen invoegen is een manier om net dat aan de lezer duidelijk te maken. Je zegt eigenlijk: ik ben vrij en jij ook, dus laat je meevoeren, kom in mijn krochten, geef je weerstand op, misschien ontmoeten we elkaar dan wel.
Alja Spaan Mouwen haalt uit een radio-interview van je dat ‘het een kwestie was van iets dat eruit moest, het zat opgekropt.’ Is het schrijven noodzakelijk (geweest) voor jezelf of wilde je een algemeen gevoel verwoorden?
Anne Provoost Die gedichten schrijven was voor mij in ieder geval geen hobby. Het voelde meer als een kuur. Ik moet wanneer ik schrijf altijd wel iets kwijt, maar ik moet het daarom niet altijd kwijt aan een publiek. In eerste instantie deelde ik mijn gedichten met intimi, onder meer met kunstenares Annabel Keijzer in Amsterdam, die er dan telkens een heel kleurrijk schilderij bij maakte. Gedichten gaan voor mij om het spel, om de dans, het slaan van de hakken. Ik hoop oprecht dat de lezer van mijn bundel de uitbundigheid voelt van een vrouw van 57 die als een kind de mogelijkheden ontdekt van het dichten.
Alja Spaan Uit dat interview spreekt ook dat je denkt aan de lezer terwijl je schrijft – je wilt ‘de woorden en hun mogelijke betekenissen samen onderzoeken’. Is de taal van de poëzie rijker? Heeft het de interactie met de lezer nodig? Is juist niet bij poëzie de taal omgebogen tot een duidelijke vorm?
Anne Provoost Een schrijver is allicht op zoek naar een lezer, maar hij is ook zijn eigen lezer. Elk menselijk brein heeft altijd wel schizofrene potentie, vermoed ik, en dus kun je als schrijver ook de ontvanger zijn van je eigen gedicht. Gedichten worden de hoogste vorm van taalgebruik genoemd, en dat zijn ze ook. Maar poëzie is daarom nog geen hogere kracht. De dichtkunst drukt het onvermogen uit om ons diepste zelf te verwoorden. Vaak maakt die dus gewoon duidelijk dat we helemaal niet in staat zijn om die woorden ook echt te vinden. We botsen op het onzegbare, en we zoeken er metaforen voor, maar dat betekent niet dat we daarmee een stap dichter bij het onzegbare zijn gekomen, laat staan dat we het hebben geïnterpreteerd of verklaard. Onze geest is nu eenmaal sterk begrensd, onze harde schijf te klein voor een hoop fundamentele inzichten. Poëzie kan daar niet veel aan veranderen. De dichter bezweert zijn gedachten door ze door op papier te zetten, meer niet. Om te leven en te overleven is de wetenschap nuttiger dan de poëzie. Van zodra men poëzie omschrijft als iets esoterisch – ik denk bijvoorbeeld concreet aan de beweringen van Mathias Desmet die nu in Vlaanderen ineens actueel zijn – haak ik af. Een duidelijke vorm? Ik zou zeggen, er is vorm, maar hij is niet altijd duidelijk.
Alja Spaan Mouwen zegt dat hij ‘soms vastloopt in de stapeling van beelden’. Is dat erg?
Anne Provoost Het gedicht lijkt een organisme, maar is het niet. Een organisme groeit uit zichzelf, en een gedicht wordt door een dichter gemaakt. Op een gedicht kun je ingrijpen. Al kan dat ingrijpen ook tegenvallen. Soms probeer ik twintig wijzigingen uit, om dan weer uit te komen bij de allereerste versie. Ik kan zelf ook niet goed tegen stapelingen van beelden. Je moet nooit proberen alle hoeken van de kamer ineens te laten zien. Ik dacht dat ik mijn beelden strak in de hand had, want elk gedicht baken ik af met mentale strepen in het zand. Vanuit één basiskleur vertrekken, en enkel afwijken om te contrasteren, niet om te variëren, is voor mij een belangrijke vuistregel. Maar ik zal vast niet de enige zijn die dichterlijke principes beter kan belijden dan ze in de praktijk omzetten.
Alja Spaan Je dicht over alledaagse dingen, stelt hij. Hoe ga je te werk?
Anne Provoost Het is de cadans die het voortouw neemt. De woorden echoën in mijn hoofd tot ik ze neerschrijf. Ik zoek naar wat woorden in nieuwe combinaties verluiden, en hoe ze dat doen. En ik stel verluiden hier bewust tegenover verbeelden. Beelden zijn maar beelden. In een crisis is naar mijn ervaring het eerste wat je wil doen taal vinden zodat je het overweldigende ervan kunt saucissoneren. Daarzonder ben je in vrije val. Taal is ons meest menselijke houvast. Als de crisis toeslaat vind je de werkelijkheid niet terug, maar je vindt er misschien wel enige taal voor. Het gebeurt dan dat we een gedicht of een dichter iets universeels ‘toedichten’, maar dat is er volgens mij enkel door projectie. Misschien is dat wat Mouwen bedoelt met die ‘alledaagsheid’. Als aan mijn gedichten allerlei universele waarden zouden worden toegekend, dan zou ik me daarvan distantiëren, denk ik. Elk gedicht blijft voor mij anekdotisch. Het is geschreven doordat mij iets is overkomen of opgevallen, niet iemand anders. Een vrouw die dood wordt binnengebracht op de spoedafdeling in Gujrat in Pakistan omdat ze een abortus heeft ondergaan, mijn betovergrootmoeder die werd gedwongen met haar twintig jaar oudere schoonbroer te trouwen nadat haar zus in het kraambed stierf, mijn neef die verongelukte op zijn fiets, mijn ouders die voor het eerst hun achterkleinkind ontmoeten als het al maanden oud is omdat ze het niet hebben mogen zien vanwege Covid, twee vrouwen in Frankrijk die worden vrijgesproken nadat ze hun man hebben vermoord, … de alledaagsheid van leven en dood inderdaad. Ik wilde geen ingesloten of symbolische wijsheden in mijn gedichten stoppen. Anderen mogen dat doen, maar ik ga die interpretaties beamen noch ontkennen. Ik verkoop geen wijsheid. Ik zou veel te ongerust zijn om als betweterig over te komen, of om een aanbieder te zijn van tegelwijsheden. Enkel de wetenschappen zijn een goed kompas als je wijsheid zoekt, want de wetenschap is onze echte gedeelde werkelijkheid. Kunst is zoals de liefde, beide zijn fantastisch om te hebben, maar de poëzie moet niet willen fungeren als een parallelle wereld om dingen op te lossen. Gedichten kunnen misschien een mens genezen, maar ze kunnen de wereld niet genezen. Wie het laatste veronderstelt leeft in een delusie.
Pik-pik-pik
Het einde begint als na een winter van monocultuur kauwen boven het meer
zweven als marionetten aan draden, zich verspreiden in een hoek van de
afbeelding en zich keren tot het straatparlement dat erin slaagt de hele schepping
in één gewichtloze lengte te dragen: ze bijten een hoekworm in helften.
We krijgen koude en broze voeten op deze weg van oud koraal, want we hebben
een kwestie over het hoofd gezien, we zijn in de atlas van broedvogels gaan staan,
apen en andere grondbewerkers hebben de meer realistische kijk gehad: zij
trokken zich terug in de wereld die dan toch niet vergaat zoals aangekondigd in
dat andere gedicht.
De machine die onze leeftijd kan raden verlaat het station als een sneltrein, een
aandeel terug voor elke minuut dat hij is vertraagd, de vooruitgang ebt weg,
het lied van de zangers van diverse pluimage raakt ons met een snavel, drukt ons
verlangen over de rand waar wij lijken te –
Alja Spaan Ook noemt hij dat het voor je prozawerk kenmerkend is dat je pijnlijke kwesties verzwijgt. Je gedichten daarentegen zijn heel direct. Geeft poëzie je daarmee meer kansen dan proza?
Anne Provoost De gedichten zijn een uitlaatklep voor mijn bezorgdheid over onder meer liefdes die groter worden naarmate je beseft dat je ze kunt verliezen. Ze opschrijven voelde echt als het lossen van een ventiel. Het genre was gewoon geschikter dan proza om de totale ontreddering te beschrijven die opsteekt als je èn in een pandemie zit, èn in een klimaatcrisis, èn je daarbij ook nog eens vaststelt dat je in een razend tempo veroudert. Ik kan er niets aan doen, maar dan ga ik op zoek naar handvatten om situaties vast te pakken en te beheersen. De handvatten zitten in het verwoorden, met cynisme en relativering, en in de esthetische ervaring die je krijgt als een versregel goed bolt. Dat laatste altijd onder voorbehoud. In crisistijd wordt de poëzie vanzelf een stuk minder lyrisch.
Zoals je nog zei toen ik stierf
Zoals je nog zei toen ik stierf waren we gewoon
lichamen bezorgd om de wind, chimaera’s
van vreugde en blijheid. We ademden en zuchtten
met de regelmaat van vallende appels.
Ons licht startte in ramen. We moesten
absoluut de klokken verslaan, want er zat geen geluid
in het gerucht. De zon werd een vuurvogel en
we leefden om het antwoord te horen, maar
het probleem werd niet opgemerkt door God de Vader.
Alles is rakelings voorbijgegaan behalve het vergeet-me-niet.
Het ga-niet-weg werd zo gewichtig als de steen
op een graf.
Er stond een boom in het bos met een gat in de bast,
daar woonden internettrollen, ze hadden gebochelde
ruggen en een slavencomplex. We lieten ze slapen, we wilden
niet een heel persoon de oven in duwen, het wordt zo ook
wel donker als een ongeschilde aubergine. De beek raakte lek
en de koeien werden vlekken, en hoogten en diepten hielden
slechts met lijm nog contact.
Dus scheld me nu maar uit met je laatste woorden, want
er is tussen ons iets enorms aan de gang. Maak me
jaloers op mezelf. De herfst heeft een koude ziekte, maar
wij hebben de kinderen, er branden waxinekaarsen
in de palm van hun hand.
Alja Spaan Hoe belangrijk is het fysieke element in je gedichten? Mouwen noemt het soms ‘de erotische laag’.
Anne Provoost De beslissing om poëzie aan te bieden aan de lezer is aan de liefdesdaad verwant. Je mompelt iets onverstaanbaars, en je probeert de ontvanger te verleiden om mee te gaan tot het eind. Dat is voor beide partijen zowel betoverend en beangstigend. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Een gedicht kan je veranderen. Die liefdesdaad mag je heel breed opvatten. Zinnen formuleren impliceert bijna altijd uitreiken naar iemand anders, meerdere individuen samenbrengen rondom iets wat potentieel kan worden gehoord en begrepen, en dus gemeenschappelijk wordt.
Alja Spaan Kun je je herinneren wat het eerste gedicht was dat je las?
Anne Provoost Toen ik veertien jaar oud was beantwoordde ik een oproep in de krant. Een zanger vroeg naar teksten om te toonzetten, en ik zond mijn pubergedichten in. Ik kreeg een heel lange brief terug, handgeschreven, want zo ging dat in die tijd. De zanger had boven mijn gedichten streepjes en boogjes gezet. Hij legde uit dat versvoeten noodzakelijk waren als je van een tekst een lied wilde maken. Sindsdien weet ik dat gedichten alles met muziek te maken hebben. Veel jonge mensen vandaag hebben dat veel eerder dan ik begrepen. Ze maken van poëzie een collectieve ritmische bezwerende beweging in plaats van in te zetten op verstilling.
Ik denk overigens dat die hang naar dansmaat en fonetische nadruk eigen is aan een maatschappij onder spanning.
Alja Spaan Op Wikipedia staat dat je begon met schrijven toen je vier was maar dat nog niet echt kon en daarom de verhalen aan je moeder dicteerde. Wat een heerlijke start. Heeft je moeder je altijd gelezen?
Anne Provoost Ze leest me inderdaad nog steeds. Ze leest ook alle recensies. Laatst was haar reactie: ‘Hmm, die begrijpt het denk ik of… de auteur heeft het nog anders bedoeld! Laat ze maar gissen.’ Ze heeft door dat wat dubbelzinnig is, of triple-zinnig of quadruple-zinnig, in even grote mate wordt veroorzaakt door de lezer als door de schrijver. De schuifjes zijn open gegaan, de lezer is aan het ‘verlezen’, in mijn dialect betekent dat sorteren wat nuttig voor je is, en zo hoort het.
De gedichten in dit interview komen uit de bundel Krop.
RHAPSODY
EXPO “ RHAPSODY ” Tale Art Gallery
‘Finding harmony within the differences’
“Een rapsodie is een gedicht of een muziekstuk dat qua onderwerp of stijl bestaat uit contrasterende
gedeelten wat betreft stijl/stemming, die ondanks de vrije vorm toch een eenheid vormen, vaak met
een op volksmelodieën gebaseerde gemeenschappelijk, of in verschillende vormen terugkerend
thema. De rapsodie was vooral tijdens de romantiek een populaire vorm, vanwege de air van
spontane inspiratie en de grote variatie aan stemmingen die mogelijk is”
TaLe Art Gallery brengt u een afwisselende collectie hedendaagse schilderkunst en keramiek
sculpturen van 5 kunstenaars:
JONAS CALLAERT
MARTINE THOELEN
STEPHANIE GILDEMYN
INE LAMMERS
MANON DE CRAENE
Expo van 17 februari tot 19 maart, 2023
Open:
DO-ZA 14-18U
ZONDAG 11-17U
Locatie:
TaLe Art Gallery
nieuwe kunstgalerie in een oude textielfabriek
Vlierzeledorp 12A I 9520 Vlierzele
+32 476 50 49 52 I info@taleartgallery.be
www.taleartgallery.be
https://www.facebook.com/taleartgallery.be/
Videograaf: Bert VANNOTEN
Schilderijen van Johan Clarysse zeggen meer dan woorden.
Kunstenaar Johan Clarysse troont me mee naar zijn atelier. Vol verwachting en met enige schroom klim ik de trappen op naar een ruimte waar zachte blauwen en aardetinten elkaar op het canvas omarmen. Het atelier baadt in een winterzonlicht, een licht dat de soms ‘donkere’ zwaarmoedige gedachten die zweven rond zijn werk verjaagt. De kunstenaar laat mijn blik dwalen over een groot deel van zijn oeuvre. Zoveel indrukken, zoveel bespiegelingen dringen zich aan me op. Zonder vragen te stellen krijg ik antwoord op prangende vragen die ik voor de kunstenaar klaar had. Terug ‘down to earth’ kan het werkelijke interview beginnen.
Kunstpoort Ik lees dat je voor je naar de academie trok een opleiding filosofie en agogiek genoot. Zijn je werken filosofische bespiegelingen? Zit je opleiding er voor iets tussen dat je begon te schilderen? En wat je schildert?
Johan Clarysse Via taal de werkelijkheid benaderen gaf me geen voldoening. Daarom volgde ik tijdens mijn studies aan de universiteit lessen aan de academie. De taal van het beeld graaft dieper, is genuanceerder. ‘Verf is huid én gedachte. Via het tastbare wordt iets ontastbaars opgeroepen.’
(Parijse notities Johan Clarysse, deel 1,2 en 3)
Kunstpoort Is het mogelijk dat een auteur door middel van een zorgvuldig gekozen taalgebruik kunst beschrijft of omschrijft? Laat het geschilderde beeld niet meer over aan de verbeelding? Niets is zoals het eruit ziet. Ervaar je het als een pluspunt als iemand over je werk schrijft?
Johan Clarysse De essentie van schilderijen is moeilijk te vatten in een tekst, niet in een alledaagse noch in een wetenschappelijke taal. Tegenwoordig schrijft een auteur in eerder filosofische termen over kunst. Kunstrecensies zetten de deur op een kier. Het is aan de lezer/kijker om die deur open te stoten en te verdwalen in een werk. Beschouwingen over kunst triggeren om zich te verdiepen in die kunst. Voorwaarde: een werk moet de kracht in zich hebben om erover te schrijven. Als een recensent dan over een schilderij van mij schrijft dan kan ik het alleen maar toejuichen. Een quote van Willem Elias, filosoof, docent en publicist, is me wat dat betreft altijd bijgebleven: ‘Hoe interessanter de kijker, hoe interessanter het werk.’
Kunstpoort Zijn er bepaalde gebeurtenissen in je leven die je werk/schilderkunst getekend hebben, een evolutie teweeg brachten of een kleine revolutie?
Johan Clarysse Een bezoek aan de concentratiekampen van Dachau deed me grijpen naar de figuratieve kunst. Ik zat vast in een abstracte beeldtaal. Bacon had het bij het rechte eind wanneer hij zei: ‘Ik schilder geen abstract werk want abstracte schilderijen kunnen niet wreed zijn.’ Vanaf toen begon ik naast figuratieve en geometrische elementen, woordbeelden te plaatsen in mijn werk zoals in mijn reeks Lentebeelden, geïnspireerd op Japanse erotische prenten.
Kunstpoort Wat is de bron van je inspiratie? Wanneer komt die, onder welke omstandigheden?
En ga je dan onmiddellijk aan het werk of laat je gewoon die indrukken eerst bezinken?
Johan Clarysse Ik neem notities, verzamel foto’s in een beeldarchief, dat kunnen foto’s van het internet zijn, eigen foto’s, filmstills… Ik vertrek soms ook van een tekening die ik maakte. Aangezien ik rond thema’s werk, in reeksen, is er niet enkel sprake van inspiratie in het hier en nu. Een schilderij moet je opbouwen, is gelaagd, is een proces in de tijd. Een tekening daarentegen kan wel in een impuls geboren worden.
Inspiratie haalde ik uit suggesties van mijn leraars, bijvoorbeeld: ‘een goed schilderij is een overwinning op zijn eigen onderwerp’ of ‘breng eenheid in je variaties en variaties in je eenheid’. Dat probeer ik nog altijd toe te passen. In een schilderij moet je ondanks de variatie het handschrift van de kunstenaar herkennen.
De kunstgeschiedenis is voor mij een vat vol inspiratie: Goya, Piero della francesca, (ooit volgde ik een route met locaties die hij frequenteerde) Gerhard Richter, dichter bij ons Spilliaert die een meester is in sfeerscheppen… beïnvloeden onbewust mijn werk.
Een residentie in Parijs was door de vele bezoeken aan het Louvre belangrijk voor mijn kunst. Ik verdiepte me er in de 18de en 19de -eeuwse kunst. Het hondje en de twee personen op de achtergrond van mijn schilderij Les charmes discrets du pouvoir, the balcony, 2016 is een knipoog naar Le Balcon van Manet (1868-69).
Tenslotte draagt iedere kunstenaar een eigen rugzak met zich mee. Ervaringen zoals het sterven van mijn vader, liefdes, interesses, (ik ben een filmfreak) houden zich schuil in mijn werk.
Kunstpoort Wat brengen je schilderijen teweeg bij het publiek, troost, emotie, bewondering…
Johan Clarysse Kunst zie ik als een nooit ophoudende dialoog met onze eindigheid. Kunst doorprikt de illusie van het volmaakte, heeft oog voor de niet rationele duistere kanten van ons bestaan.
Schilderijen kan je door verschillende brillen bekijken, hoe meer brillen, hoe interessanter.
Eerst heb je de zintuiglijke, receptieve bril die bij de kijker een onmiddellijke respons losmaakt, die voor ontroering zorgt maar evengoed afkeer of onverschilligheid kan uitlokken.
Kunst kan je ook aanschouwen met een plastische bril, de bril van een kunstenaar waardoor een spanningsveld tussen uitvoering en inhoud ontstaat. Hoe gaat de schilder om met verf, textuur, kleur, compositie, ritme? Hoe organiseert hij zijn verf op het tweedimensionale vlak dat een schilderij is? Ook niet kunstenaars kunnen deze manier van kijken ontwikkelen.
Verder zijn er nog de filosofische en kunsthistorische bril. Deze diverse brillen samen maken een werk alleen maar rijker.
Kunstpoort Het woord ‘suspicious’ komt vaak voor in titels van werken en thema’s van expo’s. Kan je wat meer uitleg geven over het gebruik van dit woord, het waarom?
Johan Clarysse ‘Suspicious’ heeft meerdere betekenissen voor mij. Ik begrijp het als suggestief, dubbelzinnig, meerduidig, vreemd, ambetant, ongemakkelijk… Mijn werk is sowieso gelaagd. Ik plaats de artistieke taal tegenover de wetenschappelijke of alledaagse taal die eenduidigheid nastreeft.
Kunstpoort Je laatste werk is onder andere volgens mij sacraal geïnspireerd, een piëta, een kruisafneming… dat zie ik er toch in, of sla ik de bal helemaal mis? Of mag iedereen je schilderkunst vrij interpreteren?
Johan Clarysse Deze schilderijen refereren naar theater- en hedendaagse dansvoorstellingen die geïnspireerd zijn op de werken van Caravaggio. En deze mag je inderdaad vrij interpreteren.
Kunstpoort Vroeger voegde je tekst toe op of aan je werk zie onder andere ‘suspicious landscapes’. De tekst had niet altijd betrekking op de inhoud. Nu zie ik grafische vormen toegevoegd aan een portret van Sigmund Freud, aan het schilderij Dance for forgiveness. Dance for forgiveness is feeëriek, behaagt het publiek niet alleen door zijn kleur maar ook door de grafische bolletjes/ovalen. Op de eerste plaats verleiden die vormen het publiek, ze zijn visueel aantrekkelijk maar hebben ze ook een functie? En welke?
Johan Clarysse In mijn schilderijen ontdek je een letterlijke en figuurlijke gelaagdheid. Beeld, lijntekeningen en taal zijn ambigu, verhinderen een eenduidige interpretatie. Voor mijn komende expo schilderde ik portretten van beeldende kunstenaars, schrijvers, wetenschappers… die me fascineren. De grafische elementen ontstonden in mijn hoofd tijdens het schilderproces. Bij het schilderen van het portret van Courbet zag ik het toen provocerende schilderij L’origine du monde voor ogen. De eigenaar, een Turkse diplomaat Khalil-Bey, onttrok het schilderij aan het oog van het publiek door een groen gordijntje – de kleur van de islam- er voor te hangen. Uitsluitend voor genodigden opende hij het gordijn. Het gordijn, getekend op het portret van Courbet, uit een kunsthistorische context gejat, wekt bevreemding op. De vloeiende, zachte penseelstreken van het portret contrasterend met de grafische lijnen van het gordijn verlenen het schilderij een speelse dubbelzinnigheid en zorgen in mijn ogen voor frictie en spanning.
Kunstpoort Je werk pendelt tussen het voltooide en het onaffe. Vaak zie je het werkproces, de zoektocht nog op je schilderijen. Je laat de aanzettekening gewoon staan, je moffelt die niet weg. Wat is de bedoeling? Wat beoog je hiermee?
Johan Clarysse Een aanzet, een onderschildering blijft zichtbaar. Zo wint mijn werk aan picturaliteit en gelaagdheid. De haas, die een belangrijke rol speelt in de wereld van Joseph Beuys, schetste ik op het schilderij. Later maakte de haas een sprongetje, kwam en face met Joseph Beuys. Zo won het schilderij aan kracht en lijkt de haas in dialoog te gaan met de kunstenaar.
Kunstpoort Je maakt schilderijen als een wereldbeschouwer. Je schildert de mens in zijn omgeving met zijn emoties, gezichtsuitdrukkingen die verraden wat erin hem omgaat. Ben je een schilder die de wereld op afstand bekijkt, weergeeft en schildert of een kunstenaar die empathisch is en een gamma aan emoties en verlangen schildert?
Johan Clarysse Het is een en/en verhaal. Ik bekijk de wereld op afstand en schilder met gecontroleerde empathie. Het lijden van de mens houdt me bezig, ik hou van kunst geankerd in het leven, de mooie en duistere kanten van de mens. Door onder meer gebruik te maken van tekst en symbolen creëer ik afstand, verhinder ik dat empathie omslaat in overdreven sentiment.
Kunstpoort Tekeningen laten de kunstenaar ‘pur sang’ zien, daarom hou ik ook zo van je tekeningen. Zijn dit studies voor je schilderijen? Beschouw je ze als een vorm van inlevingsoefening voor je schilderkunst? Hebben ze eenzelfde thema als je schilderijen? Ben je als je tekent gefocust op het thema van je schilderkunst?
Johan Clarysse De tekeningen staan op zich, ze zijn niet bedoeld als voorstudie. Sommige monden uit in een schilderij. Net als in mijn schilderijen gaan ze over onze condition humaine, de ambiguïteit van onze menselijke verlangens, drijfveren, emoties.
Kunstpoort Heb je ooit zelfportretten geschilderd?
Johan Clarysse Ja, niet het klassieke zelfportret maar met ingrepen. Ik stelde ze niet tentoon. Ooit verkocht ik wel een zelfportret.
Kunstpoort Je hebt een heel speciaal kleurenpalet, geen felle, noch zuivere kleuren. Wil je met dit ingehouden kleurgebruik een intimistische sfeer scheppen? Denk je na over je kleurgebruik of groeit je kleurenpalet spontaan?
Johan Clarysse Ik gebruik mijn kleuren intuïtief. Felle kleuren zoals ik die aanwendde in mijn vroegere abstract werk zouden de ingetogen sfeer verstoren, uitbundige kleuren sluiten niet aan bij mijn thema’s. Ik ben een tonalist, gebruik diverse nuances in eenzelfde palet. De aardekleur die mijn abstract werk van begin de jaren negentig ondersteunde, is wel een constante.
Kunstpoort Met welke kunstenaar: schilder, beeldhouwer, muzikant, choreograaf, schrijver… voel je een verwantschap?
Johan Clarysse Ik kan daar niet één naam uitpikken. Kunstgeschiedenis, literatuur, filosofie, muziek… het boeit en inspireert mij allemaal. Tegelijk ben je als kunstenaar ook een kind van je tijd. Stromingen, groepen, manifesten… zijn niet meer aan de orde in deze postmoderne tijd. We leven in het tijdperk van de post avantgarde. Zeker wat schilderkunst betreft is in de eerste helft van de vorige eeuw bijna alles uitgeprobeerd. Tegenwoordig heeft elke kunstenaar zijn eigen menu. Vandaag de dag zijn kunstenaars meer individuen die in het beste geval hun eigen mythologie, iconografie of universum creëren. In vroegere tijden kon kunst nog subversief zijn, zich afzetten tegen de burgerlijke waarden en normen. Vandaag de dag is dit veel minder het geval. Kunst heeft nu nog weinig politieke impact. Teleurstellend hoe de kunst vermarkt is en object van speculatie werd, op het perverse af.
Kunstpoort Je werken vind ik tijdloos wat techniek en inhoud betreft.
Zou je het fijn vinden als men over pakweg 200 jaar nog over je kunst spreekt? Schilder je voor de eeuwigheid of zegt dat je niet veel?
Johan Clarysse Ik ben daar niet mee bezig. Ik ben geen grensverlegger, heb een fascinatie voor de grote meesters. Ik schilder klassiek en eigentijds. Ik breng graag frictie in mijn schilderijen door bijvoorbeeld de ongebruikelijke combinatie van tekst, symbolen of grafische voorstellingen met het figuratieve beeld.
Kunstpoort Wat heeft schilderkunst tegenwoordig nog te betekenen? Het belang van schilderkunst vervaagde door de opkomst van de fotografie. Het digitale tijdperk, een overvloed aan beelden, conceptuele kunst… duwen het schilderij in een hoek. Toch overleeft de schilderkunst en is vooral de figuratieve schilderkunst zoals jij die creëert in opmars. Wat is voor jou de reden hiervan?
Johan Clarysse Schilderkunst is menig maal dood verklaard maar herrijst altijd opnieuw als een feniks uit de as. Waarom? Het is een oermedium. De kunstwereld dacht over het beroemdste en meest kenmerkend suprematistische schilderij het Zwart vierkant van de Russische avant-gardistische schilder Kazimir Malevitsj, dit is het einde. Het Zwart vierkant is de vormgeving van de absolute nul. Maar de kunstenaar vindt de schilderkunst telkens opnieuw uit, geeft schilderkunst een nieuwe moderne invulling.
Kunstpoort Wat drijft je om te blijven schilderen?
Johan Clarysse Schilderen is voor mij een daad van zelfbevestiging: ik schilder, dus ik besta. Het heeft iets driftmatigs, op het dwangmatige af. Het is voor mij ook een manier om -al schilderend- meer greep te krijgen op de werkelijkheid rondom mij en in mezelf. De schrijver en essayist Julian Barnes maakt, misschien iets te kort door de bocht, een interessant onderscheid tussen twee types kunstenaars. Het type Picasso en Lucian Freud, het meer extravagante type, ze trekken de aandacht op zichzelf en hun stijl. Het zijn zij die eerst moeten vernietigen om iets nieuws te creëren. Dat zie je ook in hun ietwat verwoestende houding tegenover vrouwen. Daartegenover plaatst hij het type Bonnard, Matisse, Vuillard, de ‘stillere’ kunstenaars die er nood aan hebben de wereld voor te stellen op een interessante manier, die de wereld niet heruitvinden maar wel beter begrijpen door hem te schilderen, dag na dag. Ik vermoed eerder tot die tweede groep te behoren.
Kunstpoort Wat brengt de toekomst volgens je? Schilder je op dezelfde manier verder? Dezelfde thema’s, de mens met zijn duistere kantjes, zijn drijfveren… Of heb je zin om andere disciplines uit te testen? Zoek je naar een vernieuwing, evolutie in je techniek, of zeg je wat komt, komt?
Johan Clarysse De tekeningen met collages die ik nu creëer betekenen een verruiming van mijn schilderkunst. 3D sluit ik niet uit. En wie weet grijp ik ooit opnieuw naar het abstracte? Een kunstenaar zoekt naar de beste manier om zich uit te drukken, om te vertellen wat in hem leeft.
Kunstpoort Heb je tentoonstellingen in het vooruitzicht, zijn er andere plannen?
Johan Clarysse Kortbij is er de tentoonstelling ‘Suspicious minds’ bij galerie S. & H. De Buck. De tentoonstelling is tweeledig. Enerzijds stel ik er portretten tentoon van kunstenaars, wetenschappers, schrijvers, filosofen… die me fascineren, anderzijds schilderijen die een dynamiek en beweging uitstralen: taferelen van straattheater, dans…
In april volgt een expo in o-68 Art Gallery in Arnhem, in dialoog met het fotografische werk van Wanda Tuerlinckx.
In mei volgt de voorstelling van mijn nieuwe monografie ‘This obscure object’, uitgegeven bij MER/Borgerhoff&Lamberigts.
In het najaar volgen nog twee individuele tentoonstellingen: in galerie Pinsart te Brugge en galerie GNG in Parijs.
INFO
https://www.instagram.com/johanclarysse.art/
https://www.facebook.com/johan.clarysse.9
expo ‘Suspicious minds’
galerie s & h de buck
Zuidstationsstraat 25
9000 Gent
5 maart tot 1 april 2023
opening 5 maart 15u door Hoogleraar Ignaas Devisch
monografie
‘This obscure object’
Borgerhoff & Lamberigts
tekst Kathleen Ramboer
foto @Johan Clarysse en Kathleen Ramboer
Jacques Crahay
Een Picasso-eske ontmoeting
“Ici il y a l’oeil gauche, juste à côté l’oeil droit, en dessous tu peux voir la bouche” Om eerlijk te zijn heb ik het moeilijk met de schilderijen van Picasso. Maar via bovenstaande uitleg kom je langzaam binnen in het werk en gedachten van de kunstenaar. Voor Jacques is Christian Zervos dé referentie om in de kunst van Picasso binnen te stappen. Christian was de vriend van Picasso. Hij is ook uitgever en filosoof. Dertig volumes had hij nodig om het volledige oeuvre van Picasso te omschrijven. Een fragment van de tekst die de periode beschrijft van het beeld hiernaast. “Il convient plutôt de s’attacher à découvrir la trame d’une existence affectée à la pourrsuite des secrets de l’art, à retracer l’essentiel de son talent, à scruter le développement interne de ses représentations et les mettre en juste perspective, à relater les moments décisifs de ses expériences, le sentiment dont celles-ci procèdent, la volonté toujours entière l’artiste de forcer le sort de la peinture, la totalité de ses émotions.” Niet zo gemakkelijk om te begrijpen.
Dit bovenstaande citaat geeft een idee van de link tussen taal en kunstwerk. Dit is één van Jacques’ favoriete onderwerpen. Volgens hem wordt er te veel over de kunst, het kunstwerk en de kunstenaar gesproken, te veel en te oppervlakkig. De verschillende kunsten hebben hun eigen taal, hun eigen “code sémantique” zegt Jacques. Wij moeten deze talen hun eigen leven laten leiden. Vooral wanneer de kunstwerken naar abstractie neigen.
Op zijn laatste tentoonstelling in november wisselde Jacques van gedachten met drie gesprekspartners. Dus mijn vraag naar hem luidt: “hou je van dergelijke dialogen?” “De dialoog is nodig om zich te verdedigen, om zich te beschermen” is zijn antwoord.
Deze uitleg vond plaats op de derde verdieping van zijn huis. In het verleden publiceerden wij op onze kunstpoort-blog diverse artikelen over atelierbezoeken. In het geval van Jacques is het atelier ook de plek waar hij woont en leeft: drie verdiepingen, drie ruimtes van een klein huis op een binnenplaats in de Marollen, achter rijhuizen, in het hart van Brussel. Op de kleine binnenplaats staan al enkele kunstwerken. Het gelijkvloers is de leefruimte, de eerste verdieping herbergt het atelier waar kunst wordt gemaakt. “La cave d’Ali Baba” bevindt zich op de derde verdieping. Duizenden aquarellen, schilderijen en tekeningen zijn daar gestockeerd.
Bij het bereiken van de tweede verdieping vraag ik aan Jacques, terwijl hij opstaat, of hij weet wat voor kunst hij gaat maken. Vandaag is hij begonnen met het schilderen van drie rode driehoeken. Het lijkt op een fakkel. “Te politiek, wat zal ik ermee doen?” vraagt hij zich af. “Het zijn bizarre vormen, het lijkt op een wolf of een vlag, het is niet af.” Om de dominante vorm te verzachten, heeft hij een mes gebruikt en de olieverf lichtjes afgekrabd. Hij gebruikt het tafelblad om met basis ingrediënten tot de gewenste olieverf kleuren te komen.
De titels van de kunstwerken hebben een gemeenschappelijk karakter. Bijvoorbeeld “Insoumis”. “De titel komt na het afwerken, het is een indicatie.”
Het leven van een kunstenaar is niet beperkt tot de kunst. Hij moet zichtbaar zijn voor de potentiële koper, tentoonstellingen organiseren, zijn kunstwerken bewaren. Dat laatste wordt moeilijk, de huizen, waarachter zijn atelier gevestigd is, worden verkocht en de onderhandeling voor de huur met de nieuwe eigenaar wordt niet gemakkelijk, zegt Jacques.
En elke morgen weet hij helemaal niet over welk kunstwerk hij zich die dag zal buigen.
Jacques Crahay | Peintre-sculpteur
Eric Rottée Tekst & Foto’s
Gallery ARTMUT presents…
Gallery ARTMUT presents
Harald Calle … Maakte tijdens Corona een volledig nieuwe reeks schilderijen … fragiel en met een zweem van eenzaamheid …
Lin Van Den Broeck creëert vrouwelijke, verfijnde en fragiele bronzen beelden met een uitzonderlijke elegantie … ze doen soms denken aan het werk van Alberto Giacometti
http://www.facebook.com/people/ArtMut/100024740245158/
https://artmut.be/
http://www.facebook.com/harald.calle/
Videograaf: Bert Vannoten
KLEUR IS POËZIE
TOVERZICHT(EN)
Kunstenaar Adi Steurbaut timmert al geruime tijd aan de weg van het constructivisme met af en toe een zijsprongetje bezaaid met action painting en geestige, ludieke droedels.
Kleurige, stijlvol uitgegeven kunstcatalogen houden van tijd tot tijd de kunstliefhebber op de hoogte van de evolutie in zijn werk.
Flirten met de zon 2001, De man die de wolken kleurt 2007, Weg van kleur 2012, Adiagonaal 2018 zijn vrolijke titels die een ongeremd kunstenaarschap illustreren. Adi Steurbaut weet zijn titels te kiezen, de vlag dekt de lading.
Zijn jongste boek KLEUR IS POËZIE – TOVERZICHT(TEN) bied je een selectie werken van 1984 tot 2022.
De ondertitel is er eentje met dubbele bodem:
HET OVERZICHT
’T OVERZCIHT
TOVERZICHT(EN)
‘TOVERZICHT’ betekent zowel een breed maar volledig overzicht als een referentie naar de ‘TOVERZCHTen’ die door Adi Steurbaut in de loop der jaren werden gefantaseerd en op doek gezet. (citaat uit boek pagina 6)
Diverse auteurs / kunstkenners zorgden voor een begeleidende tekst; een persoonlijke visie op de kunst van Adi Steurbaut. Het boek werd voorgesteld op 21 december in de inkomhal van Meubelen MAKRI te Ronse. Schepen van cultuur Joris Vandenhoucke verzorgde graag de inleiding.
Kunstpoortreporter Kathleen Ramboer kreeg de vraag een tekst te leveren voor zijn jongste kunstcataloog KLEUR IS POËZIE.
een greep uit haar tekst – Toverzicht, toveren met kleur, betoveren – naar aanleiding van een atelierbezoek
Het is een jong ogende Adi Steurbaut die voor mij de deur openzet naar zijn schatkamer volgestouwd met kleurrijke persoonlijke kunst. De benedenverdieping van het -stijl- volle huis met de gele ramen is zijn domein, een paradijselijke ‘yellow submarine’ om kunst veilig te bergen. Zijn atelier binnentreden is gelijk aan een Mondriaanse wereld ontdekken, kleuren op je netvlies laten vallen en beseffen hoe harmonieus de wereld van de schilderijen van Adi Steurbaut is. Het is een wereld die ongetwijfeld refereert aan het constructivisme van De Stijl. ….
Primaire kleuren, blauw, rood, geel, plus niet gemengde zuivere kleuren en zogenaamde niet kleuren zwart en grijs vormen belangrijke grondstoffen voor zijn universum. Adi is een homo ludens die schildert met eigen gemaakte spelregels en zichzelf tot winnaar uitroept als hij echt en waarachtig tevreden is over zijn kunst. De Burgerlijk ingenieur-architect in hem speelt technisch nauwkeurig en op gevoel. Voorstudies zijn er niet. Lijnen en vlakken dollen over het canvas en fluiten naar rood, geel en blauw tot ze in de armen van een cirkel vallen. De mogelijkheden zijn onuitputtelijk. De kunstenaar spreekt de taal van de kleur, kleuren die leiden en verleiden. Een fotograaf schildert met licht, Adi Steurbaut tovert licht en vooral zonlicht op het canvas. …
Een rood schilderij is voor de kunstenaar een ‘Hungarian Rhapsody’, een blauw ‘Rhapsody in Blue’, een geel ‘Yellow Symphony’. Door de manier waarop hij kleuren tegenover elkaar afweegt en ritmisch herhaalt, ontstaan geluidloze, beeldende partituren. Het canvas, een melodieus feest voor het oog, brengt muziek voor een warme zomerdag, een vleugje Vivaldi. De klank van zijn schilderijen is pure poëzie, haiku’s op doek. (serie: The Rhytm of the Haiku) Met deze beeldende universele poëtische taal neemt hij een optie op de eeuwigheid want poëzie is eeuwig en is er altijd geweest zoals de natuur, de lucht en de aarde. …
Na al die jaren sluipt langzaam een evolutie over zijn canvas. De romantiek van wolken, water, regenbogen, bloemen, zon… verdwijnt. Wat overblijft zijn vlakken lijnen, cirkels. Het frivole kleurlint, dat bewust verdween tijdens de pandemie, is terug. De composities zijn verstilder, eenvoudiger, minimalistisch, zelfs contemplatief. En de kleur? Die blijft zegevieren als de rode draad in zijn werk. Zijn schilderijen roepen tegenstellingen op. Er is niet alleen extase door een overweldigend kleurgebruik maar ook rust door minimalistische composities. Er is niet alleen de stilte maar ook een suggestie van muziek. Er is niet alleen de poëzie maar ook een verhaal. De recente canvassen vragen van de toeschouwer enkele moeite, fantasie en kennis. Kijken naar de huidige werken van Adi Steurbaut is een oefening in kunst kijken. …
Tekst: Kathleen Ramboer, juli 2022
Lucas Van Parys leverde een opmerkelijke bijdrage voor de catalogus van Adi Steurbaut met verwijzingen naar de groten der aarde zoals Kazimir Malevich , Plato, Alexej von Jawlensky, Ursula K. Le Guin. Het is een waardige afsluiter voor deze mooie stijlvolle uitgave.
Een greep uit zijn tekst – About a child who loves colors and shapes… –
Met woorden de creaties van een kunstenaar belichten blijft een moeilijke oefening. Want hoe omschrijf je, hoe benader je schilderijen zonder in algemeenheden te vervallen? Belangrijk is voor ogen te houden dat, schrijvend over de scheppingen van een kunstenaar, je niet kan verhinderen dat je facetten van diens persoonlijk leven aan de openbaarheid prijsgeeft. Hierbij zijn respect én voorzichtigheid geboden.
Kazimir Malevich en Adi Steurbaut
Malevich: ‘Als je bezig bent de kosmos te veroveren, waarom zou je dan nog een bos chrysanten schilderen’
Na decennia werken is het duidelijk dat de innerlijke gesteldheid van Adi het best een expressie vindt bij de geometrische abstractie. De door hem bewonderde Kazimir Malevich is één van de toonaangevende vertolkers van deze kunstrichting waarmee hij een zielsverwantschap koestert. In een volgehouden inspanning vertaalt Adi zijn innerlijke belevingswereld door een streven naar orde, evenwicht en steeds verder uitzuiveren (‘Less is more’), maar – niet te veronachtzamen ! – ook een drang tot lichtvoetigheid.
Plato en Adi Steurbaut
Adi’s weg naar ‘vervolmaking’, brengt mij bij een belangrijke gedachte van de Griekse wijsgeer Plato (ca. 427 – 347 vr. Chr.). Zo schrijft deze leerling van Socrates het volgende:
“Onder schoonheid versta ik niet de schoonheid van mensen, landschappen en dieren, maar de schoonheid van rechte lijnen, cirkels en planimetrische en geometrische figuren die daaruit gevormd kunnen worden; want deze bevatten niet alleen een betrekkelijke schoonheid maar een eeuwige en absolute.”
Met een beperkt plastisch alfabet: cirkel, vierkant, driehoek en rechte lijn, troont Adi ons mee te verwijlen in zijn innerlijke wereld. Via vormen en kleuren – ‘Kleur is poëzie’ – maken wij kennis met een picturaal evenwichtskunstenaar.
Met een beetje goede wil kunnen we Plato’s woorden als een voortijdige apologie beschouwen van wat Adi in ‘onze tijd’ concretiseert. Wat zou het mooi zijn, én een blijk van respect, mocht de beschouwer met déze ‘wetenschap’ bereid zijn Adi’s kunst te benaderen. Heel eventjes de eigen ‘zekerheden’ verbannen én aandachtig schouwen…
Ursula K. Le Guin en Adi Steurbaut
Van deze Amerikaanse schrijfster (1929 – 2018) kwam mij volgend citaat toegewaaid: “The creative adult is the child who survided’.
Elke psychiater die titulatuur waard, zal dit citaat onderschrijven! Adi is een kunstenaar die het innerlijke kind wist te handhaven. Het is geen toeval dat iemand met een niet geringe wetenschappelijk opleiding ook de weg bewandelt en steeds bewandeld heeft die naar Schoonheid voert. En in die schoonheidsdrang is het spelende kind met zijn nog reine psyche een protagonist. Adi, mens én kunstenaar, herbergt ernst en spel in een begerenswaardig mentaal evenwicht! De sensibele mens die nood heeft aan schoonheid in een steeds onheilspellender tijdsgewricht.
Tekst: Lucas Van Parys, september 2022
INFO
Adi Steurbaut
adi.steurbaut@gmail.com
www.adisteurbaut.be
https://www.instagram.com/adisteurbaut/
https://www.facebook.com/adi14mar
tekst Kathleen Ramboer – Lucas Van Parys
foto @Adi Steurbaut – Kathleen Ramboer
Melita, een artistieke ontmoeting

Er was eens… een klein dorp aan de zee in Kroatië met rotsen en bomen. Onder de bomen staan mobilhomes en tenten. Op de camping wandelen mensen die gelijken op de personnages uit de film Wally. Om tegen de overheersende sfeer van luiheid te vechten, rijden wij op onze elektrische paarden naar de oude kern van het dorp. Daar pronkt de kerk. Wanneer we de ingang benaderen fluistert een. mooi pianodeuntje door de deur. De hoofdingang is op slot. Net als een prins in een sprookje zoeken we een achterpoortje om binnen te raken.
Geslaagd! Voor het altaar zit een blonde prinses achter een piano. Wij luisteren gecharmeerd. het is een repetitie. Er wordt herhaald, opgenomen, besproken. Het zachte daglicht door de ramen geeft een rustgevend gevoel. De affiche kondigt aan dat er de volgende avond een concert zal plaatsvinden. We zullen er zijn.

Die bewuste avond is er geen lege stoel meer te vinden in de kerk. De twee solisten verschijnen en starten onmiddellijk, er wordt niet gesproken. Het begint met Debussy. De noten vullen de kerk. Het diverse publiek zit heel stil. Het publiek wordt wakker bij iedere beëindiging van een muziekstuk. Het slot met een polonaise nodigt uit om te dansen of ten minste met een goed humeur de kerk te verlaten. Dat laatste wordt versterkt door een zachte zomernacht met de maan, stralend over de kerktuin en ingang.

En dan komt het moment om de prinses pianiste te ontmoeten, er volgt een warm gesprek, een uitwisseling van persoonsgegevens en de belofte een artikel te schrijven dat u nu aan het lezen bent. De vragen komen later en dan heb jij geen andere keuze dan deze via mail te stellen. Dat, lieve lezer, kunt u nu ervaren.
Kunstpoort Hoe lang speel jij met Edi Siliak, de violist?
Melita Salek Een aantal jaren, we speelden meerdere concerten in het buitenland als trio (viool, cello, piano). Sinds een paar jaren spelen wij in duo, viool-piano.
Kunstpoort Wanneer begon jij te denken aan een carrière in de muziekwereld?
Melita Salek Die gedachte kwam op de middelbare school. Ik heb die beslissing nooit betreurd. Mijn studie was zwaar maar het bracht me veel plezier.
Kunstpoort Is het de gewoonte om een carrière als concertpianist en als academica te combineren?
Melita Salek Ja. het loopt vaak zo, omdat het moeilijk is om te leven van concerten.
Kunstpoort Waarom heb jij in Parijs gestudeerd en wat heeft het jou gebracht?
Melita Salek Ik ben naar Parijs gegaan vanwege mijn professor Eugen Indijc. Ik heb met hem op interpretatie en uitvoering gewerkt. Het was een toffe ervaring en de opportuniteit om volop te genieten van de Parijse Joie de vivre.


Kunstpoort Krijg je opportuniteiten om buiten Kroatië te spelen?
Melita Salek Ja, ik heb in vele landen gespeeld zoals Amerika, Australië, Brazilië, overal in Europa, Oostenrijk, Duitsland, Poland, Italië, Slovenië, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Servië…
Kunstpoort Hoe kan je het plezier dat je voelt tijdens het concert beschrijven?
Melita Salek Wanneer ik voor een publiek speel ga ik voluit. Ik probeer mijn gevoelens en emoties tot uiting te brengen. Tijdens het concert denk ik enkel aan de muziek. Ik hou van de blijdschap die het brengt.
Kunstpoort Heb je een droom als concertpianiste?
Melita Salek Eén van mijn dromen is met een orkest te spelen.
Kunstpoort Hoe beleef je de rol van muzieklerares?
Melita Salek Ik hou van onderwijzen. Pianolerares zijn op de universiteit, studenten onderwijzen, hen opleiden om professionele muzikanten te worden… het geef me allemaal veel plezier en voldoening. Ik hou ervan om mijn pedagogische- en praktijkervaring te delen. Ik onderwijs niet alleen maar ben ook directeur van de “School of performing Arts”. Die functie is mijn hoofdactiviteit en neemt veel energie en tijd in beslag. Het is niet gemakkelijk om al die activiteiten te combineren maar uiteindelijk brengt het me enthousiasme, vreugde en succes.
Gegevens:
Facebook: https://www.facebook.com/melita.lasek
Instagram: https://www.instagram.com/melita.ls/?hl=de
Facebook: https://www.facebook.com/edi.siljak.3
Youtube: https://www.youtube.com/results?search_query=melita+lasek+satterwhite
Tekst en Foto’s Eric Rottée































