Het verhaal achter Drink and Draw in Brussel

Tekst Diana Van Bergeijk – Foto’s Eric Rottée

Als ik op donderdagavond 25 april om half 8 het Belgisch Stripmuseum aan de Zandstraat in Brussel binnenstap, lijkt het alsof ik niet op de juiste plek ben. Het is stil in de hal van de verborgen parel in Art Deco stijl en het lijkt alsof het museum zoals op andere avonden gesloten is. Aan het onthaal is niemand aanwezig, maar bovenaan de trap die je direct bij binnenkomst ziet, zie ik toch wat beweging. Ik ga de trap op en heb al snel door dat het event Drink & Draw wel degelijk hier plaatsvindt. Op de eerste verdieping zitten rond de balustrade aan de vide zo’n 60 mensen voorovergebogen over hun tekenpapier, schetsblok of schrift en zijn geconcentreerd bezig met een tekening. Ik zie dat de tekenaars gebruikmaken van potloden, stiften en krijt van zichzelf, maar ook van wat er voor hen op tafel is gelegd.

Aan de zijkant van de ruimte staan wat tafels. Achter een tafel zit een DJ die tijdens het tekenen zorgt voor muziek in verschillende stijlen. Er is een kleine bar waar je doorlopend de ‘drinks’ kan kopen. Na een paar minuten stopt de muziek en begrijp ik de gang van zaken. Voor de tafels waaraan de DJ zit, staat organisator Leticia Sere klaar om de tekenaars een nieuwe opdracht te geven waar ze opnieuw een kwartier voor krijgen. De opdracht betreft de opwarming van de aarde en wordt geïllustreerd met een projectie op een scherm achter haar. Daarna is het de beurt aan de gast-illustratoren die voor deze avond zijn uitgenodigd. O.a. Charlotte Dumortier geeft een opdracht en gaat de tafels langs voor tips en bewondering.

Dit is het moment waarop Leticia zich even kan terugtrekken en ik haar wat vragen mag stellen. Veel moeite kost dit niet, want ze vertelt uit zichzelf het verhaal achter Drink and Draw.
Het idee van Drink and Draw is een internationaal concept. Het wordt georganiseerd in verschillende steden in de wereld en elke organisator vult het in op haar/zijn eigen manier. “Het is bedoeld om tekenaars uit te dagen vanuit hun eigen tekenwereld, hun eigen realiteit. Ik nodig professionele tekenaars uit, elke keer anderen en praat het programma aan elkaar. Het concept is altijd hetzelfde. Andere steden organiseren soms ook modeltekenen, in de stad gaan schetsen of zo, de zgn. urban sketchers. Bij ons zijn er altijd Belgische of internationale tekenaars die de sessies begeleiden. De maandelijkse avonden zijn telkens op een andere locatie. Vanavond dus in het Belgisch Stripmuseum en we waren bijvoorbeeld al op de boekenbeurs, in verschillende culturele centra en volgende maand zijn we in het Design museum.”

Op mijn vraag naar wat de drijfveer is van Leticia antwoordt ze dat ze zelf tekenaar en schilder is. “Ik geniet ervan om te tekenen, om met andere tekenaars een fijne avond te beleven, om andere mensen, vaak beginners, in contact te brengen met andere tekenaars. Er gaat een wereld voor ze open en dat is heel belangrijk. Er is geen druk, je hoeft niet goed kunnen tekenen, het is voor alle niveaus. Op het einde gooien we de tekeningen toch weg. Er is niets helemaal afgerond.”
Leticia organiseert de avonden al vier jaar. “De deelnemers zijn vooral vrouwen, maar ook mannen van alle leeftijden. Alle talen worden er gesproken en daarom spreken we Engels. Gemiddeld bezoeken rond de 80 personen de Drink and Draws.” Leticia geniet van zoveel enthousiaste mensen die aan het tekenen zijn. “Het is een activiteit die mindful is, maar ook sociaal. Je trakteert jezelf op een fijn moment. Als je tekent kom je in de ‘zone’ zoals wij dat noemen, je bent dan aan het creëren. Op deze avonden doe je dat in groep.”

De Drink and Draw avonden worden zonder extra financiering georganiseerd. Er is de samenwerking met de plek waar de avond georganiseerd wordt. “Uit de samenwerkingen, vloeien weer andere samenwerkingen, zoals tentoonstellingen. Voor het Anima Festival (het internationaal animatiefestival van Brussel) hebben we stills van tekenfilms uitgegeven als prenten. We willen toe naar partnerschappen waar iets nieuws uitvloeit.”
Het valt me op dat Leticia steeds over ‘we’ spreekt. Ze legt uit dat zij dit allemaal niet alleen doet. “Ik betrek graag andere kunstenaars in mijn avonturen. En we werken ook als illustratiestudio. Zo heb ik voor een opdracht van Cinema Palace 10 tekenaars gevraagd om samen filmposters te maken.”


Op mijn vraag waar zij zich als tekenaar op richt vertelt ze dat haar illustraties helemaal anders zijn dan haar schilderijen. De schilderijen zijn heel serieus en haar tekeningen juist heel vrolijk, kleurrijk. Leticia is van opleiding kunsthistorica. “Ik ben begonnen zonder opleiding in illustratie en heb me bijgeschoold aan de School of Arts in Londen. Ik wou in mijn leerproces ook anderen betrekken en ben daarom begonnen met de workshops.”

Kunst maken, Drink and Draws organiseren én er is de winkel Grafik in Schaarbeek. Leticia vertelt hierover: “Onze winkel is een klein paradijs voor illustratie liefhebbers. Je vindt er alles voor de illustrator. Het is er vol met boeken en prenten. We organiseren tentoonstellingen, workshops, kleine Drink and Draws voor de gemeenschap in Schaerbeek, … “Voor de winkel heb ik vanaf het begin een architect gevraagd om mee na te denken over een multifunctioneel gebruik van de ruimte om zowel projecties te kunnen doen, workshops te organiseren, en winkel te hebben. De winkel kan ik openhouden dankzij stagiaires. Ik begeleid studenten van verschillende kunstscholen met het opdoen van ervaring in de praktijk. Dat kan gaan van het organiseren van evenementen tot het maken van kunst, het ontdekken van technieken. Een vaste opdracht aan de studenten is om een sticker te ontwerpen voor de winkel die ik kan gebruiken voor het netwerken, dus als visitekaartje.”

Heb je dit allemaal met een vooropgesteld plan opgezet? “Veel komt door ervaring gaandeweg. Het is vanaf het begin een bewuste keuze geweest om voor kwaliteit te gaan. Maar het is wel een soort opoffering waar ik aan vast zit. Voor de winkel heb ik moeten investeren en een lening aangaan. Het is heel fijn, want er zijn geen andere mensen die dit aandurven. Mensen reageren heel positief. Ik heb aanvragen vanuit heel Europa. Laatst zelfs een bezoeker vanuit Maleisië.” Leticia beantwoordt nu mijn vraag van het begin: “Ik ben door passie en motivatie gedreven. Dat moet wel, anders lukt het niet.”
Ze zegt het soms ook best zwaar te vinden om zoveel te combineren. Naast de kunst heeft ze nog een halftijdse job, kinderen en moet ze ook nog de tijdrovende administratie doen die bij haar zelfstandige activiteiten komen kijken.  
Ze zegt chaotisch te zijn, maar ik trek dat in twijfel. Leticia zegt daarop dat het echt waar is, maar dat ze geleerd heeft om gestructureerd te werken. Ze moet met lijstjes werken. 

Ik kom nog even terug op de Drink and Draws en vraag wie de special guests van de Drink and Draws zijn. Leticia vertelt dat dit meestal kunstenaars zijn die professioneel met kunst bezig zijn. Het kunnen kennissen of vrienden zijn uit het circuit, maar er passeren ook internationale kunstenaars die ze niet kent. Het is niet dat ze elke keer dezelfde kunstenaars uitnodigt. Er zijn er al heel veel gepasseerd met alle stijlen uit alle landen. Het geeft ze weer kansen. Het is niet zeldzaam dat Leticia na zo’n avond een opdracht aan de gast-tekenaar kan doorgeven.

Ik sluit het interview af met de vraag wat ze graag nog zou willen vertellen. 

‘Wees niet bang om iets te proberen wat je nog nooit hebt gedaan. De meest originele tentoonstellingen kwamen uit probeersels. Zo hebben wij bijvoorbeeld ook eens behangpapier met illustratiewerk gemaakt met superresultaat. En een tentoonstelling met spiegels gedaan rond personages van videogames. Ik kan niet iemand bedenken die dat ook gedaan heeft.
En wat Leticia zeker nog gezegd wil hebben: “Welkom in de winkel Grafik in Schaarbeek!”

Als ik terugkom bij de tafel is mijn collega-reporter Eric geconcentreerd met zijn tekening bezig. Het tekenen roept herinneringen op aan zijn jonge jaren toen hij heel veel tekende. Tegenover ons zit een moeder met haar zoon. De zoon is vandaag 18 geworden en ze nemen samen deel aan de Drink & Draw om de verjaardag te vieren. De jongen vond tekenen altijd al wel leuk, maar is er sinds een jaar serieus mee bezig. En hij kan het. Met relatief simpele figuurtjes maakt hij een mooi verhaal.
En ook zijn moeder is getalenteerd. Vroeger maakte ze tekeningen voor haar kinderen, zodat zij die konden inkleuren. Nu is het iets wat ze voor zichzelf doet. 
Moeder en zoon genieten zichtbaar van het gezelschap met dezelfde interesse.

Rond half 10 roept Leticia op om nog een laatste drankje te gaan kopen omdat de bar nog maar een kwartiertje geopend zal zijn. De tekenaars maken af waarmee ze bezig zijn en babbelen nog wat na. Langzamerhand loopt de zaal leeg. De DJ begeleidt ons met zijn muziek naar buiten.

Ik heb vanavond kennisgemaakt met een zeer gedreven kunstenares met een prachtige missie en ontdekt dat ondanks de digitalisering van de maatschappij tekenen met potlood en krijt voor jong en oud nog altijd een fijne hobby is. 

https://www.grafik.brussels
https://www.instagram.com/grafik1030/
https://www.facebook.com/grafik1030

Tekst Diana Van Bergeijk  
Foto’s Eric Rottée

Jean-Paul van der Poorten: een woordkunstenaar die zich begeeft op het pad van de beeldende kunst

tekst Kathleen Ramboer

De stille grijze morgen brengt rust. In de woonkamer van kunstenaar Jean-Paul van der Poorten omarmen woord en beeld mij langzaam. Blij verwonderd ontdek ik een bakermat van vrolijke kunst, kunstige uitgaven, gedichten… De kunstenaar tovert een morgen lang deze ruimte om in een klein museum en jawel ook in een podium. Voor de welgevulde boekenkast met een aanzienlijk aantal persoonlijke uitgaven citeert hij met veel passie, voor de raap, de bril in de hand, enkele gedichten. Hier huist een theaterman, dichter, kunstenaar, organisator, uitgever… een artistieke duizendpoot.

Dichter en beeldend kunstenaar

Jean-Paul van der Poorten is een woordkunstenaar die zich begeeft op het pad van de beeldende kunst. De dichter leeft samen met de beeldende kunstenaar, ze vormen een hecht paar, hebben elkaar nodig, twee identiteiten in één. De kunstwerken zijn als zingende strofen met een kleurrijke regel voor en na. Verzen verbergen een kleurrijk en vrolijk beeld.

Het begon allemaal figuratief

De liefde voor woord en beeld was er al van bij de geboorte. Vader, Firmin van der Poorten, had een passie voor de letteren. Hij was jarenlang redactiesecretaris van het tijdschrift Nieuwe Stemmen*. Moeder, Philomena De Decker, was modiste en ontwierp hoeden.
Zoals de maskers en prullaria in het winkeltje van Ensors moeder een inspiratiebron bleken voor meesterlijke canvassen, zo inspireerden de hoeden, ontwerpen van de moeder van Jean-Paul de kunstenaar tot gekke, vrolijke, melancholische vrouwelijke portretten op papier. Later verdween het figuratieve en haalde abstract de bovenhand. Deze speelse, originele, abstracte werken wil ik graag in deze beschouwing een forum geven.

Techniek en formaat

Door de jaren heen heeft de kunstenaar een vrije, persoonlijke techniek ontwikkeld. Jean-Paul van der Poorten hanteert gewoonlijk een klein formaat (doorgaans 15 x 21 cm) en toch bezit zijn kunst een zekere monumentaliteit. Een afbeelding laat niet vermoeden hoe klein sommige werken wel zijn. Jean-Paul werkt bij voorkeur met ecoline op sterk zuigende papiervellen. Dat levert tevens een achterkant op die je kan bekoren zoals de goede muziek met minder hit potentieel op de B-kant van een vinyl single. De verso verbergt ongewild een tweede werk dat doet denken aan de aquarellen en werkwijze van Emile Nolde. Nolde liet de waterverf doordruppelen aan de keerzijde van het papier en bracht opnieuw verf aan op de al natte achterkant: nat in nat.

De werken van Jean-Paul van der Poorten verbergen een niet te achterhalen scheppingsverhaal. Ze zijn een raadsel in kleur. Misschien tast ook de kunstenaar in het duister? Jean-Paul is inventief in zijn materiaalkeuze. Een pipet bijvoorbeeld zorgt voor zwierige, kleurrijke lijnen die gezwind hun weg zoeken, op een pad dat er niet is, naar de randen van het vel papier om dan tijdig af te remmen; de compositie houdt het rustig.

Kleuren, vormen en lijnen

Zijn werk lijkt beheerste spielerei van een volwassene. Op zijn papier is er orde in de chaos, onrust die gaat liggen. Ik kijk als betoverd naar een geometrisch lijnenspel op een achtergrond van naar elkaar zoekende kleuren eindigend in een zachte omarming. Organische vormen tuimelen, buitelen en maken gekke sprongen, vakkundig een botsing ontwijkend, in een zwembad van kleuren. Ze zijn vrolijke figuranten op een malle draaimolen. De kleine vellen papier zijn een wervelend feest voor het oog, een poëtische dans van kleur, vorm en lijn.

Inspiratiebronnen, invloeden

Het bekijken van dit fascinerende werk brengt me in een melancholische bui en herinnert aan een magische kindertijd. De cobrabeweging schuilt in dit werk. Ik herken de schriftuur, de absolute vrijheid, het naïeve en het intuïtieve van de cobra. Met een snuifje Keith Haring street art er bovenop voel je perfect de sfeer aan van de kunst van Jean-Paul van der Poorten.

Ongetwijfeld houdt de kunstenaar ook van traditionele Afrikaanse kunst. De gedachte aan universeel ‘Afrikaans’ textiel dringt zich naar voor. ‘Afrikaanse’ prints, batiks, patronen voor stoffen…, ik zie dit allemaal op deze levendige vellen papier. Lijnen zingen een ‘Afrikaans’ lied, wriemelen druk over op en in elkaar, op het roodbruine, oranje met aardkleuren bedekte oppervlak.

De ziel

Jean-Paul van der Poorten heeft een grote bewondering voor Toon Hermans. Dat mag geen verrassing zijn. Hij creëert kunst zoals Toon Hermans schildert en schrijft, ongecompliceerd, eenvoudig en met een tikkeltje humor. Ik zie een vrolijk, blij mens al is er ook tristesse. Het attractieve oeuvre van de kunstenaar is authentiek en weerspiegelt de blije ziel van de kunstenaar.

Mijn verbeelding slaat op hol, mijn handen jeuken. Ondeugend wil ik zwarte bolletjes schilderen op de kleurrijke vellen, een hoekje omvouwen, randen scheuren, gaatjes prikken…  Ik volg de vlucht van een zwarte vogel langs de wirwar van lijnen en zie hem neerstrijken in de kleurrijke holtes van het donkere oppervlak. Of ik verbeeld me een fladderende vlinder dronken van kleur, één en al vrolijkheid. Zijn werk zet de fantasie van de toeschouwer aan het werk, wekt het kind in ons. Wie kan daar iets op tegen hebben?

* Tweemaandelijks literair tijdschrift Nieuwe Stemmen (1944-1978)
Directeur-hoofdredacteur: A. van den Daele

tekst Kathleen Ramboer
fotografie copyright Jean-Paul van der Poorten

Kunstalbum Schrifturen & vormen.
Lettering titel: Goedele Soetewey.

INFO kunstuitgave

Schrifturen & vormen
een kunstuitgave van
Jean-Paul van der Poorten
met een woord vooraf van Kathleen Ramboer

VOORSTELLING boek

galerij pi kwadraat in Erpe ter gelegenheid van hun 25 jarig bestaan
zondag 2 juni 2024 om 15 uur

TENTOONSTELLING
schrifturen & vormen

tekens & symbolen

met werk van
André Berner, Jos Bolle, André Bruylandt, Annette Defoort, Magali De Vlaeminck, Hans Droesbeke, Ronald Ergo, Linde Fobe, Christel Foncke, Lydia Liekens, MAIMAI, Achiel Pauwels, Marieke Pauwels, Goedele Soetewey, Lies Van Acker, Guy Van Assche, Patrick Van Craenenbroeck, Jan Van der Burght, Jean-Paul van der Poorten, Cathy Vijverman, Els Vos, Carry Wouters, Paul Yperman en Stijn Yperman

Opening
zondag 2 juni 2024 om 15 uur
Openingsuren
van 2 tot en met 23 juni
vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur en na afspraak.
vrije toegang

OUTSIDE IN festival

video Bert Vannoten


OUTSIDE IN festival

OUTSIDE IN, dat is genieten van try-outs en ‘work in progress’ van nieuwe makers die het experiment opzoeken in residentie bij RADAR. Zeven beeldende kunstenaars presenteren hun pril werk in De garage. Achter de schermen krijgen de makers artistieke coaching, technische ondersteuning en feedback van professionals. Als toeschouwer maak je deel uit van het maakproces en beleef je de creaties in hun puurste vorm.

Met werk van Jelle Annie Michiels, Peter Simon, Lieselotte Vloeberghs, Babette Cooijmans, Astrid Staes, Karen Hendrickx en Jef De Smet.

Jelle Annie Michiels
All these hands I have for you but will someone please hold mine.

In dit deelaspect van mijn onderzoek over het concept ´thuis´ bestudeer ik welke psychologische noden moeten vervuld worden zodat mensen zich thuis kunnen voelen. De behoefte aan sociale verbondenheid, liefde, acceptatie, de behoefte om gezien, gehoord en omarmd te worden als authentiek individu vormen het uitgangspunt voor deze tactiele sculpturen. Het werk gaat over de dwingende verwachtingen van de maatschappij alles van zichzelf te moeten geven zodat anderen zich op hun gemak kunnen voelen, geborgenheid ervaren. Terwijl men zelf tevergeefs blijft hopen, wachten  op handen die een veilige haven garanderen, die een helende hand toereiken. De werken trachten een nood te vervullen die mogelijk onbeantwoord is gebleven in de (eigen) zoektocht (van het publiek) naar deze plek. De werken mogen gemanipuleerd worden door de toeschouwer zodat ze zichzelf ook letterlijk kunnen omarmen, troosten, zodat ze kunnen thuiskomen.


Karen Hendrickx
Sketches of Emotion

Karen Hendrickx is een beeldend kunstenaar uit België. Sinds 2017 werkt ze aan een serie die schilderkunst, dans en beweging combineert, waarvoor ze samen met de Belgische choreografe Justine Copette de voorstelling Sketches of Emotion creëerde.Tijdens deze voorstelling gaan beide kunstenaars op een interdisciplinaire manier met elkaar in interactie, waarbij Karen werken maakt die in het moment ontstaan. Voor Karen is schilderen en tekenen meer dan het vastleggen van een beeld. Voor haar is het doek of het papier een blanco pagina van emoties, een ruimte waarin ze vrij kan verkennen en uiten. Elke lijn, elke verfstrook, is doordrenkt met de intense energie van het moment. Haar gestuele manier van schilderen wordt sterk beïnvloed door haar samenwerking met choreografe Justine Copette. Haar materiaalkeuze is divers, variërend van houtskool, krijt, Chinese inkt, bister, acryl tot olieverf, die ze op uiteenlopende ondergronden aanbrengt; papier, canvas, zelfs plexiglas. Toeval speelt een belangrijke rol in het werk van Karen, waarbij zij het doek of het papier eerder beschouwt als een arena waarbinnen de actie plaats vindt. Zo maakt zij tijdens het werken gebruik van haar hele lichaam, waarbij er een soort choreografie plaats vindt op het doek. Tijdens de performance maakt zij samen met Justine Copette een groot grondwerk, waarbij de danssporen deel gaan uitmaken van het kunstwerk. 

locatie

De garage
Onder den Toren bus 12A
Mechelen

https://www.karenhendrickx.be/
https://jc-choreography.weebly.com/
https://www.facebook.com/justine.copette/
https://www.facebook.com/RADAR.Mechelen/
https://www.mechelen.be/kunsthal


Videography: Bert VANNOTEN



LUC DE ROECK over schilderen en overschilderen

Tekst en fotografie Rik Guns

Luc De Roeck (1956) is een kunstenaar ‘pur sang’, die technisch talent heeft kunnen koppelen aan een verbluffende theoretische en praktische kennis van de schilderkunst. Maar in de eerste plaats is hij iemand met een onverzadigbare drang naar creëren. Zijn hele oeuvre – honderden doeken, duizenden studies – is een zoektocht, een spel van verrassen en verrast worden, van verschijnen en verdwijnen. Zijn doeken lezen als gelaagde verhalen, intrigerend en fascinerend. Maak kennis met een man die kunst ademt en geniet mee van enkele werken die zelden of nooit getoond zijn (gebruik een groot scherm).

MINIMAL CAR (2004-1989-1986-1985)

Ik kijk naar een schilderij in zijn woonkamer. Het dateert van 2004 maar heeft een rijke voorgeschiedenis. Het diepe maar subtiele coloriet doet denken aan colour field painting maar het beeld is onrustiger dan het contemplatieve bij Mark Rothko of Barnett Newman. Kleurenveld (colour field) past hier overigens letterlijk. Het beeld is geschilderd vanuit het perspectief van een vogel die hoog boven de Mojavewoestijn, in de Valley of Fire vliegt. Het vlak wordt doorbroken door een recht afgeplakte zwarte lijn van de autoweg die eindeloos eentonig door het landschap snijdt. Er rijdt een minuscuul zilverkleurig autootje op, met een stofwolk achter, het is de kunstenaar op zijn tocht, zich bewust van zijn nietigheid in dat onmetelijk panorama. De titel van het werk (Minimal Car) is ook een subtiele verwijzing naar minimal art. Het is heel gevoelig geschilderd, door een kunstenaar die zich terug in dat surreële landschap droomt en opgaat in de glooiende ongereptheid ervan. Zijn auto heeft hij pal op de gulden snede gecapteerd, kunstenaarsplezier, maar ook een teken van respect voor de indiaanse cultuur, waarin evenwicht van mens en natuur fundamenteel is. “Wij zijn het land, de aarde is de geest van de mensen, zoals wij de geest van de aarde zijn” schreef Paula Gunn Allen (Amerikaans dichteres, schrijfster, activiste…). Voor indianen is de aarde geen middel om te overleven, geen setting voor zaken, maar een onderdeel van ons zijn. De aarde, dat zijn wij. Luc is al heel zijn leven aangetrokken tot de indiaanse cultuur, hij vindt er essentie in terug.

Gefascineerd kijk ik naar het schilderij. Dan toont Luc me een grijze voorstudie uit 1985. “Picasso”, zeg ik spontaan. Hij lacht: “Dan is dit is mijn Guernica”. Ik herken een vogel linksboven, de indiaan op het paard in het midden, een hand en twee rode stippen in een groot centraal masker; rechts: een hoofd, gefragmenteerd in profiel en frontaal en verder overal indiaanse symboliek. Het geheel is geometrisch perfect in evenwicht. De punten boven-onder-links-rechts (NZOW) kregen extra aandacht. Ze creëren een ruimte, waarin je op ontdekking gaat en je jezelf verliest.

De voorstudie was de basis van een eerste schilderij (nu onderschildering) uit 1986: één en al kleur. De vogel linksboven is opgegaan in het landschap, de gemaskerde ruiter is verenigd tot een vogel (een raaf?), het paard is ook versmolten in het beeld maar kijkt ons nu frontaal aan, terwijl de gevederde indiaan rechts nu in driekwartzicht getoond wordt; de centrale indiaan met de bebloede hand komt uitdrukkelijker in beeld…. Vanop afstand blijf je de diagonale, horizontale en verticale verdeling herkennen, het evenwicht in de chaos.

Vier jaar later: het schilderij bestaat nog, maar het is verdwenen, overschilderd. “Het was niet af”, zegt de kunstenaar. “Ik vond de voorstelling te exotisch, te paradijselijk, terwijl de werkelijkheid toch wat anders was.” Hij heeft het o.a. over de conquista van Zuid-Amerika. In de overschildering laat hij in uitgespaarde contouren een schip voorbijvaren op de golven vanhet landschap dat met een roodbruine beits-glacislaag verzinkt in de aarde. Het nieuwe beeld verwijst zowel naar de kolonisatie als naar de zeevaartkennis van de indianen zelf.  “Schepen hebben een opdracht” luidt de titel van zijn tentoonstelling in 1989.

En nog is het werk niet af. Na reizen in o.a. Navajoland (VS) en Ecuador, overschildert Luc het verhaal een laatste keer, zoals hij zich toen voelde: nietig in dat onmetelijk landschap, onder de indruk van de indiaanse culturen, de kleuren, de geometrische patronen, de traditie en het respect voor de aarde.  Om de eindeloosheid nog meer in de verf te zetten heeft hij het werk platter afgesneden. Het resultaat is prachtig, gelaagd, rijk, kwetsbaar en mysterieus, zoals de geologische lagen van de grond waar het doek naar verwijst.

Hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer het me meevoert. Ik ga nu dichter staan en zoom in op details, eerst linksonder. Ik zie het plamuursel, een tactiele referentie aan de aarde (een knipoog naar Antoni Tàpies, vermoed ik, een schilder die hij ook bewondert). Ik geniet van het ritme, de complexe gelaagdheid, dat prachtig warm coloriet. Herken ik nu een zeilschip op de golven links? Of laat ik me meedrijven in een droom?

Dan verschuif ik mijn focus naar een fragment rechtsboven, naar het autootje dat door het stoffige landschap scheurt. Ik herken de bebloede hand in het midden en ik voel de confrontatie van de eenzame reiziger met dat onmetelijk landschap dat de geschiedenis van een volk in zich draagt. Beide fragmenten zijn kunstwerken op zich.

OVER SCHILDEREN

Luc De Roeck tekent en schildert al langer dan een halve eeuw. Vroeger combineerde hij drie carrières: een academische als docent; een commerciële, als illustrator in opdracht; en een carrière als kunstenaar. Op zijn 67ste wijdt hij zich enkel nog aan de kunst, zonder kan hij niet. Hij wordt oprecht gewaardeerd door collega’s en ex-studenten, maar daarbuiten is hij relatief onbekend. Hij zoekt de publiciteit niet op. Je vindt op het internet welgeteld één tentoonstelling over hem en hij blijft weg van de sociale media. “Er zijn te veel beelden”, zegt hij. Ik ben het met hem eens, er is te veel vluchtige beeldconsumptie, zeg maar visuele pollutie.

Ik ben benieuwd of hij zich tot een kunststroming rekent. Zijn antwoord is even kort als veelzeggend: “Kunst is een vrijstaat”. De kunstenaar laat zich graag beïnvloeden, hij bestudeert, analyseert, maar hij laat zich niet in een keurslijf dwingen. Hij is soeverein. Er staan meer dan 800 kunstboeken in zijn atelier, alfabetisch gerangschikt. Hij neemt er een uit, het volledige oeuvre van Mondriaan, hij doorbladert het samen met mij en becommentarieert: “Kijk naar al die werken: realisme… impressionisme… fauvisme… kubisme… pure abstractie… en uiteindelijk ‘De Stijl’ waarvan Mondriaan bekend is, maar kijk dan, een paar jaar later: het veel speelsere ‘Victory Boogiewoogie’, zonder die zwarte lijnen, zonder die grote vlakken en in een ruit, geen vierkant of rechthoek meer. Mondriaan bleef zoeken, evolueren, veranderen, enkel zijn dood kon hem stoppen. Tot welke stroming behoort hij dan?” Het is een retorische vraag. Luc heeft gelijk. Wat is de relevantie gecatalogeerd te worden tot een kunststroming?

Toch kan je niet om de tijdsgeest heen, we zijn allemaal kinderen van onze tijd, antwoord ik. Hij studeerde af eind de jaren ’70, in een periode van werkloosheid, onzekerheid, defaitisme. “De grote verhalen zijn dood” schreef de Franse filosoof Jean-François Lyotard over het postmodernisme: de maatschappij was niet maakbaar, universele waarden waren zinloos, het individu is allesbepalend. Ik vraag hem of die periode zijn kunst heeft beïnvloed. Hij weet het niet. We zijn het er beiden eens over dat Lyotards wereldbeeld bewaarheid is geworden als we naar het doorgeslagen individualisme van vandaag kijken. Misschien daarom dat ik geen fan ben van popart, antwoord ik, ik vind het vlugge consumeerkunst, zogezegd uit protest, maar in wezen is het conformistisch eigenbelang, gemaakt om te behagen. Luc is het niet met me eens. Hij toont hij me een boek van Jasper Johns. Ik moet mijn mening bijstellen: werken als ‘Alphabets’ (1957), ‘False Start’ (1959), ‘Racing Thoughts’ (1983) …zijn ongemeen knap in al hun eenvoud en eerlijkheid.

 “Als je een beeld wil maken, moet je in iets geloven” zegt hij, “zo niet trap je in het ijle”. Schilderen is voor hem een engagement, een zoektocht, een proces van ontdekken, van analyseren, van beleving en van communicatie. Hij is zich bewust van zijn technisch talent, waardoor hij zich ongehinderd kan uiten op doek, maar daarnaast gaat hij ook op zoek hoe hij verworven vaardigheden een hak kan zetten, kan loslaten, hoe hij de beheersing uit handen geeft om verrast te worden. Hij is een kunstenaar die graag de grenzen opzoekt, plezier vindt in de uitdaging. Het is alsof hij de creatieve onrust nodig heeft om tot rust te komen.

Vijftig jaar schetsen en schilderen, duizenden vellen papier en honderden doeken: zijn oeuvre is omvangrijk en divers. “Het wordt tijd dat ik mijn werk begin te inventariseren” zegt Luc, “nu ik me nog alles herinner. Ik zou het jammer vinden dat al die verhalen, al die processen, de kern van al dat werk vervagen of verloren gaan. Terwijl hij dit zegt bladert hij door een van zijn ontelbare schetsboeken. We houden halt bij een reeks portretten uit 1984, van bekende kunstenaars, geschetst in Oost-Indische inkt: Eugène Delacroix, Franz Mark, Paul Gaugain, Pablo Picasso, Juan Miró, Nicolas de Staël, Mark Rothko, stuk voor stuk prachtige beelden, met stijlelementen die kenmerkend waren voor elk van de betrokken kunstenaars. “Intussen heb ik vele andere, recentere kunstenaars leren kennen en appreciëren, ook tijdgenoten en mensen dichter bij huis”, zegt hij. Het typeert de kunstenaar die nooit ophoudt met zoeken en ontdekken.

Van Rothko maakte hij ook een geschilderd portret, buitengewoon mooi: die vastberaden blik, zacht verdwijnend in het canvas, contemplatief, maar geschilderd in verticale borstelstreken. Ik zet er een foto van Luc naast. Het is alsof Rothko, de man die twintig jaar lang enkel zachtjes rafelende horizontale kleurenvelden schilderde, hem aankijkt: “Did you do this”?  Typisch Luc De Roeck, denk ik: hij bewondert maar hij is geen slaaf. Hij aapt niet na.

FEEDBACK

Feedback” is een ‘work in progress’ van 16 schilderijen, elk 1,8 meter hoog met een reusachtige gitaar, niet meer dan dat. Een aantal doeken zijn klaar.  Als ze alle 16 af zijn zou de kunstenaar ze graag tentoonstellen als een galerij waartussen de bezoeker kan wandelen, als in een stroom van visueel geluid, oorverdovend stil. De beelden verwijzen naar gitaren van Neil Young, voor wie Luc een grote bewondering koestert.

De schilder voelt zich verwant met de muzikant die graag buiten de lijntjes kleurt en die nieuwe muzikale oorden blijft opzoeken. Young werd wereldberoemd met zijn rock en folk-ballades maar hij smeet zich met even veel overtuiging op country (“Old Ways”), blues (“This note’s for you”) en rockabilly (“Everybody’s rocking”); ooit omschreef hij zichzelf als “a maker of noise”; hij componeerde en speelde filmmuziek (“Dead Man”); hij omarmde techno (in “Trans”, waarin hij zich o.a. liet beïnvloeden door Kraftwerk) …  Minstens even baanbrekend is zijnactivisme: voor Farm Aid; tegen de Keystone XL pijpleidingen door indiaans gebied; tegen Spotify toen die weigerden een podcastcontract op te zeggen met een notoir covid-ontkenner (onlangs kwam dat contract ten einde en Young zit terug op Spotify); tegen Ticketmaster, dat grof geld verdient aan het opdrijven van ticketprijzen… Het hoeft niet te verwonderen dat een kunstenaar als Luc De Roeck inspiratie vindt bij een kunstenaar als Neil Young.

Eind 2009 zag Luc de legendarische film The Neil Young Trunk Show, een concert waarin demuzikant na het eerste deel met akoestische ballades en zachte songs onverwacht overschakelde naar een radicaal elektronische jamsessie, waarin hij, als in trance, met rauwe, oorverdovende grooves, in zijn ziel liet kijken, alsof hij een statement wilde maken: “Jullie dachten me te kennen? Fuck all! Hier ben ik!” Action painting op gitaar. Zo ging de muzikant op een bepaald moment op het podium in dialoog met de feedback van Old Black, zijn iconische 1953 elektrische Gibson Les Paul. Dat was een bron van inspiratie voor Luc voor een project waaraan hij nu al langer dan tien jaar werkt. Het concept erachter zou je animistisch kunnen noemen, het herkennen van een ziel in een voorwerp: de gitaar op het podium van Neil Young (die het instrument een naam geeft, een identiteit, waarmee hij communiceert) en de gitaar op canvas van Luc De Roeck.  Om de pret van de première niet te vergallen, toon ik in deze preview maar één van de zestien schilderijen volledig. Voor de rest beperk ik me tot een paar fragmenten.

Het is onbegonnen werk om de inhoud van elk doek te analyseren, daarvoor zou je in het hoofd van de kunstenaar moeten kunnen kruipen op het moment dat hij het schildert. Sommige schilderijen ogen turbulent en rauw, maar niet onbesuisd, de schilder kladt er niet gewoon op los. Alles is weldoordacht via studies en schetsen. Maar eens de schilder zich op het canvas gooit, laat hij zich leiden door gevoel, ritme en verrassing. (Ik herinner me een opmerking die hij maakte tijdens de lunch: “Jackson Pollock danste rond zijn canvas, hij liet zich verrassen door het resultaat van zijn bewegingen, maar hij wist wat hij deed, heel bewust”).

Ook in ‘Feedback’ valt de gelaagdheid op, de oude glaceertechniek. Lyrisch abstracte penseelstreken overschildert hij met strak geometrische vlakken. De onderwerpen daarvoor zijn gebaseerd op snapshots: een raam uit een kamer in Parijs, de binnenplaats van de Academie, een station in Praag, een kat op een ladder… banale beelden, die hij in schetsen synthetiseert tot een minimalistisch spel van lijnen en vlakken, van licht en donker, vooraleer ze kleur te geven op het canvas. Ik vraag hem: “Vanwaar die weerkerende geometrie in je werk?” Hij is gepassioneerd door de schoonheid van wiskunde, zegt hij, de gulden snede, Fibonacci, het evenwicht, de essentie.

Op, of beter ‘in’ de gitaren zie ik ook handen geschilderd, in heel expressieve vormen, soms als bovenste laag, soms onder een vlak. Hij heeft er een dik schetsboek aan besteed, tientallen bladzijden, alleen maar handen in alle mogelijke houdingen, eerst natuurgetrouw getekend en daarna gestileerd als bloem, blad, boom, dier… Bruikbare resultaten heeft hij boven zijn werktafel gehangen.

Ten slotte schildert hij alles wat zich rond de vorm van de gitaren bevindt weg, in een tint van wit, grijs of donker. Op sommige doeken brengt dat rust, op andere schemeren beelden door, een decor van ervaringen, met elkaar verweven maar vervaagd. Enkel de gitaren zijn niet gedempt, niet overschilderd, zij geven hun “feedback”, ongefilterd.  Zoals ‘Old Black’ met Neil Young communiceerde via de versterker, communiceert elk doek nu met de schilder via de gitaar. In beide gevallen is de toeschouwer een getuige die zich kan laten meevoeren door de ziel van het werk.

En zelfs daar stopt het creatief proces niet. De vorm van de gitaar heeft nog een betekenis. In een schetsboek zie ik dat Luc tekeningen gemaakt heeft van dogū (oervormen van moederfiguren, zoals de Jōmon Venus (3000-2000 v.C.). De contouren van de schetsen lijken op de rondingen van een gitaar. De suggestie is gemaakt: Luc laat de steel van elke gitaar eindigen in een vrouwenhoofd.

‘Feedback’ is een bizar en intrigerend schouwspel. Ik ben nu al benieuwd om ooit door die galerij van gitaren te wandelen. Wanneer? Dat weet de kunstenaar nog niet. Hij laat zich door niets of niemand opjagen. Kunst is een vrijstaat.

Rik Guns

27.03.2024

OPEN CALL voor kunstenaars 2024

Startende kunstenaars gezocht

Ben je een startende kunstenaar met professionele ambities? Stel je dan kandidaat voor de Open Call van Kunst in Huis. Samenwerken met Kunst in Huis bezorgt je zichtbaarheid onder een breed publiek van kunstliefhebbers en een select gezelschap van kunstprofessionals en kan je carrière een boost geven.

In 2024 organiseert Kunst in Huis 2 Open Calls met de deadlines 1 maart en 1 oktober

Kunst in Huis is voortdurend op zoek naar nieuwe kunstenaars om de collectie mee uit te breiden. Daarvoor wordt er actief gescout naar nieuw, opkomend talent door een externe jury van experten. Kunstenaars die zich zelf kandidaat willen stellen voor een samenwerking met Kunst in Huis kunnen deelnemen aan de Open Call. Meer gedetailleerde info over de indien – en selectieprocedure vind je hier.

Kunst in Huis streeft naar een kwalitatief hoogstaand, inhoudelijk sterk en visueel divers aanbod. We engageren ons voor de kunstenaars waar we een samenwerking mee aangaan. Daarom beoordelen we kunstenaars op hun oeuvre: op de ontwikkeling die is doorgemaakt in de afgelopen jaren en het potentieel dat we in iemand zien voor de toekomst. We zetten in op beginnende carrières van zowel jong als niet meer zo jong talent. We zijn vooral opzoek naar talent met een professionele ambitie in de beeldende kunsten. Bekijk hier de informatiebrochure voor kunstenaars.

Denk jij dat je in aanmerking komt voor een samenwerking met Kunst in Huis? Mail dan je digitale dossier (portfolio, cv en een voorstel van werken die voor uitleen in aanmerking komen) op uiterlijk 1 maart 2024 naar artistiek@kunstinhuis.be.

info aan Kunstpoort medegedeeld door Kunst in Huis

LEEN VEREECKEN de kunst is ze te maken, niet te bezitten

Haar atelier is niet groter dan 6 m2: een tafel in L-vorm met dozen ‘Rembrandt Soft Pastel’ krijt voor de heldere, felle kleuren, Faber-Castell potloden voor de zachtere nuances en een aantal gommen, “that’s it”. En papier, natuurlijk, of behang, want dat maakt van Leen Vereecken meer dan gewoon een goede tekenares.

Bij ons thuis hing er een Rembrandt aan de muur: een kleine ets, onmiskenbaar, want zijn handtekening stond er onder. (‘Stoefer’ zegt mijn vrouw als ik mijn openingszin voorlees – ik betrek ze bij alles – en ze heeft gelijk, maar intussen heb ik toch maar uw aandacht. Vasthouden nu). Vasthouden is ook wat ik zei tegen de donkere Christus die, zonder armen en zonder kruis, naast de kleine Rembrandt hing. Beide kwamen van mijn oom, een amateurantiquair die naast ons woonde. Christus had ik nog zien liggen in zijn atelier, een eiken beeldje van zo’n 70 cm, maar toen nog met één arm, de rechter, opgestoken aan dat denkbeeldig kruis. Het prachtig gebeeldhouwd hoofd met die doornenkroon keek omlaag, duidelijk lijdend, maar in het besef dat het nog een tijd zou duren voor het de geest zou geven, want het was van een atletisch gekruisigde, met fiere borst, last van een lordose en de billen van Tom Boonen. “Barok, 17e eeuw”, zei nonkel fier, niet blij met mijn goedbedoelde, kinderlijke reactie: “‘t Is precies een agent die ’t verkeer wil tegenhouden, nonkel. Wat is er met zijn linkerarm gebeurd?” Dat wist nonkel niet, maar toen ik een paar dagen later terug kwam kijken – ik zag hem graag bezig, lieve man – was Christus zijn linkerarm ook kwijt, afgebroken, onkundig geamputeerd en zag ik nonkel met een els gaatjes kloppen in de schouderholte. “Memelen” (houtworm) mompelde hij, waarna hij de barokke Christus, nu zonder armen en zonder kruis, in het donkerbruin beitste en voor een vriendenprijsje mijn vader aansmeerde, die hem, streng katholiek, aan de haak sloeg, naast de Rembrandt, zo ging dat in die dagen. Vasthouden, zei ik dus tegen Christus. Hij en Rembrandt moesten in hun buurt ook Rémy de Pillecyn tolereren, een kennis van mijn vader, een arme kunstenaar die, zoals Rik Wouters destijds, zijn vrouw en kinderen portretteerde met het weinige materiaal dat hij zich kon veroorloven. Het portret bij ons thuis was getekend in Soft Pastel. “Dat vind ik nu mooi” zei mijn vader over zijn de Pillecyn, zichtbaar aangedaan; over de twee andere werken zweeg hij vroom, maar hij was dan ook geen kenner, hij had het meer voor de kleine man.

Vóór we – Bip, de fotografe en ik – bij Leen Vereecken op bezoek gingen had ik haar website bekeken en ik moet toegeven dat ik twijfelde. “Not really my cup of tea” dacht ik, maar er zaten toch een paar sterke werken tussen, dus toch maar doen. Na het bezoek was ik blij: de twijfel had plaats geruimd voor respect. Leen is een gepassioneerde, gevoelige en bescheiden kunstenares. Ze evolueert nog in haar werk, het wordt vrijer, persoonlijker, assertiever. Ze tekent al haar leven lang, van toen ze zeven was, ganser dagen aan het kleuren; dan naar de academie en verschillende opleidingen van tekenen en schilderkunst; slechts korte tijd gestopt toen ze moeder werd om dan, een jaar of tien geleden, te herbeginnen: tekenen, op elk vrij moment, thuis, op vakantie … puur, uit liefde, uit passie.

“Ik teken voor mezelf”, zegt Leen. “Op die manier kan ik de dingen van me afzetten. Ik heb behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven, dat is privé, maar ik ben heel gevoelig voor stemmingswisselingen.” Ze ervaart momenten van grote eenzaamheid, zegt ze, soms diepe droefheid, ontgoocheling ook, afgewisseld met opwellingen van intense blijdschap. Tekenen is haar uitlaatklep, het geduld dat ze er moet voor opbrengen werkt kalmerend, het resultaat is emotie, beheerst, zacht en kwetsbaar. Ze toont een werk dat ze maakte tijdens de coronacrisis, een huilende vrouw gezeten in het hoekje van de douche. “Mensen spraken er mij op aan”, zegt ze, “vrouwen die misbruikt waren geweest, hoewel dat nooit de bedoeling was van mijn tekening. Maar emoties zijn nu eenmaal heel persoonlijk”.

Ze werkt ook veel in opdracht, wellicht door haar groot inlevingsvermogen. “Ik was eens op het strand bezig met het tekenen van een hond, toen er een mevrouw kwam vragen of ik er ook één wilde maken van die van haar. Dat doe ik dan, maar eerst nadat ik begrijp wie en hoe die persoon is. Bij een opdracht gaat het om de verwachting van een ander. De uitdaging dan is die verwachting juist in te schatten zonder dat ik mezelf verloochen. Ik kan vele stijlen aan, maar het moet wel een tekening blijven, met een eigen karakter en met iets van mezelf. Als ze het realistisch willen, dat ze dan een foto maken”.

Hyperrealistisch pastelwerk zoals van Francesco Ipsan of Clare Zhao moeten we van Leen Vereecken dus niet verwachten, hoewel ik er zeker van ben dat ze het zou kunnen. “Heb je een speciale affectie voor honden, katten of paarden?” wil ik weten, omdat veel van haar werk daarover gaat, “Neen” antwoordt ze, “dat zijn allemaal opdrachten”… Of toch bijna, er zitten twee honden bij die mijn sympathie wegdragen, door de manier waarop ze me aanstaren. De hond met de hoed op en een sigaret in de muil ziet er even vrolijk uit als Herman Brusselmans en de andere in clair-obscur spreekt Westvlaams: “Wuk?!” Dan valt mijn oog op een tekening van drie struisvogelkoppen. Ze doen me denken aan een confrontatie met die beesten in een natuurparkje twee jaar geleden. Daar stond een hok met een groot gat op een meter of 2 hoog. “Wat zou daar in zitten” hoor ik mezelf nog denken en een seconde later kwamen daar plots zo’n 3 domme koppen naar buiten piepen, net zoals op de tekening. Het zijn tekeningen die Leen uit zichzelf maakte, voor het plezier en dat is eraan te zien.

Totaal anders is het werk in zwartwit van vier mannen in gesprek. Ze tekende het snel, op basis van een kleurenfoto, op vraag van collega’s van een pas overleden man. Het lijkt wel een frame, geplukt uit een verhaal van Rinus Van de Velde. De verscheidenheid van haar werk is grenzeloos. ‘Meisje aan het raam’ en ‘Lonely bubble’ zijn heel subtiel, suggestief, breekbaar…vrouwelijk zou ik willen zeggen, als dat in tijden van woke-moraal en gendergelijkheid nog is toegelaten.

Hoe persoonlijker en hoe creatiever, hoe beter ze is. Haar beste werk tekent ze op een baan behangpapier. Dat doet ze meesterlijk. De twee portretten van Kasper, haar zoon en van Lea, haar lerares en mentor intrigeren door hun eenvoud, hun expressie, dat vleugje mystiek. De keuze van de achtergrond is telkens een schot in de roos. Het beeld krijgt iets bevreemdends moois. Leen Vereecken kan niet alleen goed tekenen, ze is empathisch, ze toont hoe ze zichzelf voelt en dat kan ze heel sereen overbrengen.

En hoe is het nu met de Rembrandt en de Christus afgelopen? De Rembrandt was voor mijn broer, als herinnering aan zijn peter, oom amateurantiquair. Rembrandtetsen zijn er overigens in overvloed. De grootmeester zelf maakte er 290 en van elk maakte hij slechts één afdruk, vooral als studiemateriaal. Maar omdat hij zo beroemd was, al in zijn tijd en meer nog in de eeuwen erna, hebben anderen zijn koperplaten zo veel hergebruikt en gekopieerd, dat je vandaag al Rembrandtetsen vindt voor een paar honderd tot een paar duizend euro. Vroeger moest je daar antiquair voor zijn, nu heb je het internet. Naar de donkere Christus heb ik het raden. Die zijn we kwijt en dat is geen verlies. Wie wil er vandaag de dag nog een verminkt, mismeesterd beeldje van een barokke Christus? Omdat het ‘antiek’ is en dus hopelijk waardevol? Een zielige gedachte. Geef mij dan maar de liefhebbers van Soft Pastel, van Rémy de Pillecyn, zoals mijn vader destijds, en van Leen Vereecken vandaag. Zij kopen kunst niet als belegging, niet als handelswaar of om er mee te pronken, maar omdat het werk hen raakt en uit bewondering, want diep van binnen benijden ze de kunstenaar. Die weet: de echte kunst is ze te maken, niet te bezitten.

INFO

www.leenvereecken.com
https://www.facebook.com/PortretatelierLeenVereec

Tekst Rik Guns
Fotografie Leen Vereecken (kunstwerken) en Bip Van de Velde (portret en studio)

De veelzijdige, multiculturele en persoonlijke kunst van Juan Jaureguiberry

Arte povera, recyclagekunst, ecologische kunst, poëzie, experimentele kunst, hedendaagse kunst, duurzame kunst, textielkunst, filosofie…. De kunst van Juan Jaureguiberry is het allemaal. Maar op de eerste plaats is het kunst die vanuit de ziel komt. Een middag lang kon ik me verdiepen in zijn fascinerende wereld waar verschillende culturen elkaar ontmoeten. Ons gesprek kende geen grenzen.

Kunstpoort Wanneer was de interesse voor kunst gewekt?  Heb je nog herinneringen aan je vroegste overweldigende kunstervaring?
Juan Jaureguiberry Kunst was voor mij een spel. Als kind bouwde ik huisjes met Argentijnse grond, aarde, in de tuin, op straat…
Kunstpoort Eenvoudig materiaal, Arte povera, sprak je blijkbaar toen al aan.
Juan Jaureguiberry Van mijn moeder kreeg ik stiften en een groot blad papier maar een muurtekening, graffiti leek me leuker.
Met die stiften tekende ik op de muur van mijn oma. Oma tekende een kader rond mijn creatie en zie mijn eerste kunstwerk was een feit. 

Kunstpoort Volgde je een kunstopleiding? Waar?
Juan Jaureguiberry In Argentinië volgde ik les bij een expressionistisch kunstenaar. De kunstenaar had een immense bibliotheek met boeken over het expressionisme die ik mocht raadplegen. Omdat mijn drang naar kennis groot is, maakte ik daar gretig gebruik van. Ik volgde ook nog schilderkunst aan Sint-Lucas, Gent en les aan de academie, Offerlaan, Gent. Nu bezoek ik het vierde jaar projectatelier aan Sint-Lucas, Gent. Toen ik in de Spaanse Pyreneeën woonde, deed ik vooral aan zelfstudie. In feite ben ik ook grotendeels een autodidact.

Maiko

Kunstpoort Vond je deze opleidingen noodzakelijk om te ontwerpen, te maken wat je nu doet?
Juan Jaureguiberry Door de opleidingen verkreeg ik enorm veel noodzakelijke technische vaardigheden en materiaalkennis. Kunstonderwijs heeft zo zijn positieve en negatieve kanten. Door mijn Zuid-Amerikaanse identiteit schilder ik vooral rebels kleurrijk. Dat ligt me goed. De leerkrachten stelden me voor meer met grijstinten, onverzadigde kleuren te werken. Waarom niet? Dit kan een uitdaging betekenen maar tevens verloochen je vaak je persoonlijkheid.
Schilderen op een groot formaat canvas is wat ik het liefste doe. De Vlaamse schilders werken volgens mij eerder op klein formaat, dat sluit aan bij de Middeleeuwse miniatuurkunst en de Vlaamse primitieven.
Kunstpoort Een voorbeeld van een kleurrijk groot formaat schilderij is het schilderij ‘Maiko’. Het verbeeldt de Japanse Maiko-dans. Zowel het kostuum als de beweging zijn een inspiratiebron voor dit werk.

Kunstpoort Ik bekeek je werk op Instagram. Het is ongelooflijk subtiel, teer en kwetsbaar, naar inhoud en materie. Wat is er eerst, het materiaal of het idee? Heb je een idee en ga je dan op zoek naar je materiaal of is het eerder omgekeerd? Of komen inhoud en vorm simultaan?
Juan Jaureguiberry Eerst een woordje over Instagram. Vroeger beschouwde ik Instagram als een ideaal middel om ideeën te sprokkelen. Dit heb ik achter me gelaten. Nu vind ik Instagram prima om mijn werk in the picture te plaatsen.

Ik verzamel enorm veel en divers materiaal. Dit kan om het even wat zijn, een netje waar citroenen in verpakt zitten, plastiek zakken, verdroogde planten, houtstokjes… Het materiaal inspireert me, zet me aan tot creëren. Ik maak een schets en dan pas kan een kunstwerk, assemblage, 2D of 3D, geboren worden. Het is een uitdaging om met het juiste materiaal, de juiste boodschap te brengen.
Ook uit bepaalde waarnemingen kan een kunstwerk voortvloeien. Het beeld van een vrouw, doornat van de regen, die aan de Dampoort te Gent haar bus miste, raakte me. Later ontstonden schetsen van deze situatie. Zo inspireerde een blad van een Ginkgo biloba me tot het creëren van een kunstwerk waarin gerecycleerd plastiek en draad verwerkt zijn. Fronsen op een voorhoofd vormen de aanleiding tot tekenen. Een tekening, op werk van de expressionist Egon Schiele geïnspireerd,  evolueert naar een creatie op bewerkt plastiek.
Mijn werk oogt fragiel maar is het niet, het is enorm stevig en kan tegen een stootje.

“Con” Recycled embroidered plastic

Kunstpoort De schets is er eerst en dan het object. Beschouw je de schets als een apart kunstwerk of een deel van het geheel?
Juan Jaureguiberry De schetsen, tekeningen zijn autonome kunstwerken. Zo beschouw ik mijn polaroids van transparanten die ik op elkaar leg ook als reële kunstwerken.

serie Ofrendas, C’hullu

Kunstpoort Je start altijd vanuit een reëel voorwerp, een bepaalde materie, is het een vereiste dat het bronvoorwerp of materiaal herkenbaar blijft?
Juan Jaureguiberry Helemaal niet! Voor mijn serie ‘Ofrendas’ maakte ik een schoenobject met bladeren van een plant, plastiek zak, wol en draad gerecycleerd uit een netzak. Het materiaal is onherkenbaar, om dit art object te bekijken en te beoordelen naar vorm en inhoud is het niet vereist het materiaal te onderscheiden.
Kunstpoort En toch is het boeiend om weten.

Kunstpoort De titels van je werken refereren naar de precolumbiaanse, Indiaanse culturen zoals die van de Inca’s. Titels* zoals:  ‘Ofrendas’ ‘Lacshahuarina’ ‘Chullo/Ch’ullu’ ‘Quipu’, laten me dat vermoeden. De Inca’s zijn blijkbaar een bron van inspiratie.
Vanwaar die interesse in de Inca’s?
*‘Lacshahuarina’, een berg in het Andesgebergte
‘Chullo/Ch’ullu’ Peruaanse muts met pompon
Quipu’s, combinaties van knopen in koordjes gebruikt om getallen aan te geven
Juan Jaureguiberry Vooral vanuit mijn educatie ontstond de interesse in de Inca cultuur. Reeds op vroege leeftijd wordt in Argentinië op school interesse gewekt voor Europese culturen en de Inca cultuur. Dit is logisch aangezien de Argentijnen op geboortegrond van de Inca’s wonen. Mijn kennis heb ik dan verder aangescherpt.

serie Ofrendas, Shoes
Assemblag, plastic bag, decorative plant, wool.
Bombilla, Mate

Kunstpoort Wat inspireert je nog?
Juan Jaureguiberry Het tuimelt in mijn hoofd. Diverse ideeën bieden zich onverwachts en gelijktijdig aan. Alles is inspiratie, van de biochemie, microscopie, microkosmos, natuur tot de diverse culturen. wetenschap, geschiedenis, het sociale en zelfs filosofie. Zo interesseer ik me voor de wijsheden van de filosofische ‘Upanishads’*, teksten die hun oorsprong vinden in het Hindoeïsme.
Het werk ‘Bicho canasto’ verwijst naar de cocon van een nachtvlinder en de takjes die de cocon beschermen.
Kunstobject ‘Bombilla’ refereert naar de Argentijnse infusie ‘maté’ en de eitjes van waterslakken, gezien onder de microscoop. Maté drinkt men met een bombilla, een theerietje, ook verwerkt in het object.
Ik pik uit verschillende wereldculturen en uit mijn herinneringen. Het werk Anosidactilas verwijst bijvoorbeeld naar de figuren Lilith en Eva, respectievelijk namen uit de Joodse mythologie en het scheppingsverhaal. In het object Anosidactilas herken je onder andere een boom. Een slang verleidde Eva om de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. Lilith heeft vogelpootjes. Papier porselein is de grondstof van het object.
Niet mijn inspiratie is belangrijk maar het resultaat. Vorm, inhoud, kleur en compositie moeten een mooi geheel vormen.
*Juan Jaureguiberry leest het boek ‘Upanishads voor deze tijd’ van Peter Van Lierde en Linda Brys.

Anisodactilas, papier porselein

Kunstpoort Kan je iets meer vertellen over je reeks ‘Ofrendas’?
Juan Jaureguiberry Het werk ‘Necklace’ is een assemblage vervaardigd van jute, gedroogde bladeren van een plant, plastiek voedselzakken… Dit kunstobject is biografisch. Mijn zus had een hersenprobleem. Het geweven deel van de halsketting symboliseert het ruggenmerg. In de bedels maak ik een voorstelling van de hersenhelften en de nekwervels. De Necklace staat symbool voor de offergaven van de Inca’s aan de goden met vraag om genezing.
Een ander object in de reeks ‘Shoes’ is een allusie op het offeren van kinderen. Bij de Inca’s betekende het een grote ‘eer’ om te worden geofferd. De kinderen waren immers uitverkoren om boodschappen van de Inca’s over te brengen aan de goden.

Serie Ofrendas, Necklace
Assemblage: Jute, decorative plant leaves, Plastic food bags.

Kunstpoort Is je kunst Europees met Zuid-Amerikaanse invloeden of eerder andersom? Of overlappen ze elkaar?
Juan Jaureguiberry Ik onderga verschillende invloeden, gebruik vele technieken en schep zo een nieuwe eigen werkelijkheid. Ik verwijs graag naar mimesis. In de kunstfilosofie verwijst de mimesistheorie of mimese naar de nabootsing van de werkelijkheid.

Kunstpoort De titels die je aan je werk toekent, zijn die belangrijk?
Juan Jaureguiberry Die zijn voor mij heel belangrijk vooral als je een werk inzendt voor een call, een selectie. Een titel kan een werk maken of kraken.

Kunstpoort Je werkt full time, heb je tijd genoeg om kunstenaar te zijn? Geeft kunst je energie of het tegendeel?
Juan Jaureguiberry Kunst geeft me energie, zo kan ik mijn gedachten loslaten, komt er rust in mijn hoofd, kan ik mediteren en me onderdompelen in een eigen universum. Het kind dat speelt komt in me naar boven. In mijn hoofd heerst er chaos, kunst maken brengt structuur.

Kunstpoort Vraag je kunstkenners en artlovers hun mening? Vele kunstenaars keuren het af als je hun werk bestempelt als mooi veeleer moet het boeiend of interessant zijn. Welke reactie is je het liefst?
Juan Jaureguiberry Om het even welke feedback is welkom. Als het kunstpubliek voelt dat mijn werk ziel gebonden is, mijn innerlijke reflecteert, dan is mijn boodschap geslaagd.
Je mag mijn werk mooi vinden en ervan genieten. Kunst is complex, de achtergrond kennen helpt om kunst, mijn werk, beter te begrijpen.

Kunstpoort Hou je je ver van maatschappijkritische kunst? Moet een kunstenaar zijn tijd en/of zijn eigen persoonlijkheid in vraag stellen?
Juan Jaureguiberry Maatschappijkritiek is belangrijk. Zo kan je het werk van de expressionist Otto Dix als een manifest beschouwen. Hij zocht naar een uitdrukkingsmiddel voor zijn verzet. Zijn werk was een aanklacht tegen het na-oorlogse militarisme. Warhol hekelde de consumptiemaatschappij.
De donkere abstract expressionistische schilderijen van Rothko zijn heel persoonlijk en filosofisch getint.

Kunstpoort Welke toekomstplannen heb je? Expo’s? Heb je ambitie?
Juan Jaureguiberry Welke kunstenaar heeft geen ambitie? Het is belangrijk tentoon te stellen. Ik woonde een lezing bij en daar beweerde iemand: ‘Een werk is pas af als het getoond wordt’. Dat kan ik alleen maar beamen. Gedurende de maand maart 2024 stel ik tentoon met het projectatelier te Gent. Mijn streven is iets nieuws te brengen, origineel en vooral authentiek. Ik wil op een primitieve en natuurlijke manier, zoals onze voorouders dat deden, emoties delen, verbinding maken en mijn zijn uitdrukken.

Kunstpoort Wat is het mooiste dat je meemaakte in je kunstenaars leven?
Juan Jaureguiberry Dat ik in 2012 op uitnodiging van de consul van Argentinië mocht tentoonstellen in het Vlaams parlement.

Kunstpoort Heb je zelf twijfels over je persoonlijk werk? Ben je zelf tevreden van het resultaat?
Juan Jaureguiberry Ik heb geen twijfels, ik wapen mezelf. Mijn werk is gestoeid op reële feiten, wetenschappelijk, geschiedkundig, sociologisch. Ik breng een correct verhaal.

instagram @jajaureguiberry https://www.instagram.com/jajaureguiberry/?hl=nl

Tekst Kathleen Ramboer
Foto’s Kathleen Ramboer en Juan Jaureguiberry

Lucas Van Parys… een leven doordrenkt van kunst als wapen tegen droefenis

Bij kunstenaar Lucas Van Parys komen de woorden vanzelf. Hij goochelt met namen van filosofen alsof het zijn vrienden zijn. Zij werden metgezellen op een lange reis, een zoektocht naar dé kunst die zijn ware ‘ik’ openbaart. Een namiddag samenvatten, eentje boordevol kunst en vragen, met al of niet filosofische antwoorden, is geen gemakkelijke taak. Laten we beginnen bij de jeugdjaren, daar was de interesse voor kunst al aan het kiemen.

Kunstpoort Hoe lang ben je al met kunst bezig? Volgde je een artistieke opleiding? Of ben je grotendeels autodidact? Je volgt nu een opleiding grafiek in Oudenaarde, wat is de drijfveer?
Lucas Van Parys De behoefte aan kunst was in mijn jeugdjaren latent aanwezig. Ik had interesse voor elke vorm van muzische expressie. Van jongs af was ik bekommerd om schoonheid. Mijn moeder had een artistieke ziel, vader toonde interesse voor alles wat ik deed. Bij zelfanalyse merk ik een steeds terugkerende nood tot artistieke expressie. Beeldende kunst is mijn communicatiemiddel bij uitstek. Wanneer ik iets moois creëer, dan overvalt me een hemels gevoel.
Ik volgde enkele tekenlessen maar ben toch grotendeels autodidact. Nu volg ik etsen aan de academie van Oudenaarde. Elk medium heeft zijn specifieke mogelijkheden. Ik ontdek nieuwe materialen, een stap naar wie weet andere en verrassende resultaten.

Kunstpoort Ergens las ik ‘Kunst is de vrijheid om te creëren’
Is het die aantrekkingskracht van die vrijheid die je aanzet tot kunst scheppen? Misschien is dit het enigste waar een mens ooit ongeremd vrij in kan zijn, in het maken van kunst? En heb je dergelijke vrijheid nodig om te kunnen leven?
Lucas Van Parys Kunst is als ademen, eten en drinken. Als gevoelige mens heb ik nood aan kunst. Er is zoveel chaos en ellende in  deze wereld. Elke vorm van lijden, in al zijn facetten, fysisch als psychisch maakt me triestig. Kunst, om het even welke vorm van kunstuiting, kan een antwoord en wapen zijn tegen deze droefenis.

Kunstpoort Verhalen je tekeningen, schilderijen… een eigen innerlijke wereld? Sluipen persoonlijke emoties je werk binnen of is kunst net een middel om die emoties buiten te sluiten?
Lucas Van Parys Tekenen geeft me een euforisch gevoel, het is als een drug waardoor het dreigend gevoel van onbehagen wegsluipt. De lijdende mens raakt mij, dit geldt evenzeer voor het lijden van dieren en de natuur. Ik probeer in woord en daad een goed mens te zijn. Veel steun vind ik bij filosofen zoals Epicurus, Michel de Montaigne, Arthur Schopenhauer, Albert Camus. Kunst laat me toe de immense tragiek in de wereld even opzij te zetten.

Kunstpoort Je denken valt niet los te koppelen van je kunst. Kunst is een tegengewicht voor alle ellende. Kunst en gesprekken over kunst staan centraal in de niet te stuiten zoektocht naar het wezenlijke. Wat is kunst voor je? Kan alles kunst zijn?
Lucas Van Parys Kunst is afhankelijk van de mate van de authenticiteit van het creëren. Kunst scheppen doe je vanuit een houding van puurheid, ver weg van elk streven naar bekendheid of berekening op materieel en financieel gewin. Wat betekent het beroemd zijn in een wereld, een oceaan van onnoemelijk menselijk leed,

Kunstpoort Mag ik je kunst figuratief of abstract noemen of is het iets tussenin?
Lucas Van Parys Het is balanceren tussen abstractie en figuratie.

Kunstpoort In het blogbericht – De spanning van de kromme lijn – Luca Dal Vignale
op Kunstflaneur.be*, in een tekst van Yves Joris, lees ik het volgende:
Wanneer je naar abstracte kunst kijkt, kun je jezelf onderdompelen in een wereld van verschillende sensaties, die ik gemakshalve omschrijf als de drie v’s. Een van de eerste emoties die abstracte kunst kan oproepen, is een gevoel van vrijheid... Abstracte kunst kan ook een gevoel van verwondering oproepen… Een ander opvallend aspect, nauw verwant aan verwondering, is de verrassing. 
*
https://kunstflaneur.be/2023/10/13/de-spanning-van-de-kromme-lijn-luca-dal-vignale/
Welke van de drie v’s haalt de bovenhand bij het kijken naar je werk? Of welke emotie wil je graag teweeg brengen?
Lucas Van Parys De V van Vrijheid heeft prioriteit. Die V is essentieel om mezelf te ontdekken als mens en als kunstenaar. Een onbevangen benadering van mezelf en de kijker acht ik toren hoog. Als de kijker je werk apprecieert, in alle vrijheid binnentreedt in je eigenste wereld, dan raakt je dat.

Kunstpoort Ik las een mooie omschrijving van je als kunstenaar
Hij dweept met Cobra en Art Brut als een schilderfilosoof van wie het werk niet beter begrepen kan worden met behulp van de gebruikelijke kunstkritiek. A-F Haelemeersch
Hoort je werk in een specifiek hokje thuis? En ben je bewust of onbewust beïnvloed door de Cobra en Art Brut beweging? Ik zie bijvoorbeeld een asterisk à la Miró op één van je werken.
Lucas Van Parys Ik heb een grote adoratie voor de spontaniteit, de overweldigende scheppingskracht van Joan Miró. Het is een diepzinnig kunstenaar die een mythische kijk heeft op de kosmos en de schepping. Daarin voel ik zeker verwantschap. Joan Miró heeft binnen zijn  biomorfische schilder- en beeldhouwkunst een unieke speelse en toch  emotioneel geladen beeldentaal ontwikkeld. Elke kunstliefhebber kent wel zijn asterisk. Bij hem kan alles aanleiding zijn tot creëren. Een simpele tak van een boom is voor hem een trigger om te gaan tekenen, de tak wordt een lijn, de lijn wordt… Tekenen is ook een spel van associaties. Dit is ook mijn manier van werken.
Ik hou ook heel veel van outsiderkunst. Het ‘ontbreken’ van teveel ‘beschaving’ bij deze mensen  biedt meer inzicht in de complexiteit van hun ziel, en van de mens in het algemeen. Die waarachtigheid ontroert me.

Kunstpoort Kunstcriticus Haelemeersch opperde dat je ook beïnvloed bent door andere niet-Europese culturen. Stoort het je niet dat er telkens opnieuw naar andere culturen, kunstenaars en stromingen gerefereerd wordt? De kijker probeert je in een hokje onder te brengen. Is dat niet wat vervelend?
Lucas Van Parys Etnische kunst, in het bijzonder de kunst van Midden-Afrika fascineert me. Invloeden van de Afrikaanse kunst zie je opduiken in mijn werken. Ik heb niet de pretentie mijn kunst als een compleet eigen vondst te propageren. Raveel beweerde ooit: Wie is niet beïnvloed in het leven? Picasso deelde zonder scrupules mede: als ik iets kan pikken dan doe ik het. Persoonlijk heb ik een open geest, ik ben een zoeker, wil me niet vastpinnen op één welbepaalde stijl. Vele kunstenaars zitten bij wijze van spreken in mij, maar ik ben en blijf mij. Na een intense queeste heb ik het punt bereikt dat ik kan zeggen dat is van mij, niet van Miró, Klee, Kandinsky… maar van mij.

Kunstpoort Je werk is kleurrijk, speels. Maakt kunst het kind in je wakker?
Lucas Van Parys Kunst hield me in veel periodes mentaal overeind. Veel kinderen zijn hypersensitief, worden gekwetst, zijn gehavend. Voor deze pijn is een tegengewicht nodig en dat kan fantasierijke kunst zijn. Kunst als therapie, jawel!

Kunstpoort Je maakt gebruik van vele technieken en diverse materialen. Je werkt op niet conventionele ondergronden zoals inpakpapier, muziekpartituren, kladpapiertjes, karton, agenda’s… Waarom? Omwille van het picturale van een ondergrond? Ervaar je recuperatie materiaal als een inspiratiebron of spelen ecologische redenen ook een rol? Mario De Brabandere beweert: Materiaal is de helft van het werk.
Lucas Van Parys Er is de angst voor het witte schone blad. Dat zet een rem op me. Maar een ‘vuile’ vlek op een drager brengt me op een idee en zie ik kan vertrekken naar mijn eigen universum waar ik mezelf kan zijn met mijn aquarelblokjes, kleurpotloden, pastelkrijtjes, Chinese inkt, gouache, acrylverf…. Werken met verschillende materialen genereert telkens andere expressiemogelijkheden.  Ik heb zelden of nooit tegenslagen. Een werk van me verwijs ik nooit naar de prullenbak. Een resultaat dat je niet voor ogen had, komt tot leven door erop verder te werken. Een tekening van me is als een eigen kind, dat werp je toch ook niet weg?

Kunstpoort Werk je snel en intuïtief? Kan je lang en geconcentreerd bezig zijn? Wanneer is een tekening af voor je?
Lucas Van Parys Concentratie is me niet vreemd. Ik werk spontaan, associatief, uit die ene lijn groeit een andere. Een tekening is nooit af en mag zelfs niet perfect zijn, dan is ze doods, niet interessant. Perfectie verhindert de mogelijkheid om de diepere inhoud te ontdekken.

Kunstpoort Is het maakproces, het plezier dat je beleeft bij de creatie van groter belang dan het ultieme resultaat?
Lucas Van Parys Het maakproces is een spel waar je op verkikkerd geraakt. Het is een mogelijkheid door middel van een eigen beeldentaal distantie van de wereld te nemen en daarom belangrijk. De vreugde van het maken is zalig maar… kortstondig. Dus, op naar een nieuwe creatie…

Kunstpoort Je bent al jaren bezig met het scheppen van kunst. Wat ervaar je bij het kijken naar je vroege werken? Verrassing? Trots? Voldoening?
Lucas Van Parys Wanneer ik mijn eigen werk aanschouw, levert dat veel voldoening op. In mijn schaarse tijd heb ik toch iets gerealiseerd. Ik wil verder gaan op het pad van mens worden en de rotzooi van buitenaf zoveel als mogelijk verbannen. Ik ben niet bekend, noch beroemd, mijn werk is wellicht ook niet betekenisvol voor het nageslacht. Maar ik ken kunstliefhebbers die met respect mijn werk waarderen en mijn eigen fantasiewereld ontdekken. Dat doet deugd.

Kunstpoort Heb je de behoefte om je werk tentoon te stellen?
Lucas Van Parys Ik heb niet de drive om mijn werk te presenteren aan diverse galeries. Mocht ik een gepast voorstel krijgen, ja graag.

Kunstpoort Deed je de laatste tijd een ontdekking onder de hedendaagse kunstenaars, voel je enige affiniteit met een kunstenaar van deze tijd, om het even welke discipline?
Lucas Van Parys Inhoudelijk voel ik een zekere verbondenheid met de kunst van Thierry De Cordier. Dit is intens diepzinnige kunst, letterlijk en figuurlijk ‘donkere’ kunst. Zijn kunsttaal staat ver van de mijne maar toch voel ik een innerlijke verwantschap, namelijk een bekommernis, een mededogen met de mens die moet leven in een absurde wereld. En elke kunstenaar tracht op zijn/haar manier daartegen verweer te vormen.

Kunstpoort Ik citeer Hans Willemse. Om de uitzichtloosheid van het bestaan te counteren, verbindt Thierry De Cordier zijn werk met een literaire context – via ironische titels en handgeschreven bijschriften – wat een nostalgische hunker naar rust, eenvoud en schoonheid aangeeft. In zijn teksten reflecteert hij over zijn wantrouwen in de huidige maatschappij en de onmogelijkheid om aan de vooruitgang te kunnen ontsnappen.
Bij Thierry De Cordier horen we een somber geluid. Lucas van Parys blijft zijn vrolijke en ironische zelve, ook al wantrouwt hij evenzeer deze wereld met zijn oorlogen en uitzichtloze ellende. 
Lucas Van Parys gaf één van zijn werken de titel ‘Au jardin des petits vagabonds’
Kunstpoort Mogen wij je, Lucas Van Parys; ‘un petit vagabond’ noemen?
Lucas Van Parys  met plezier!

Au jardin des petits vagabonds – Hommage á mon délicieux ami Jóan Miró

Tekst Kathleen Ramboer
Fotografie Kathleen Ramboer en Lucas Van Parys

Art meets Nature, voor het goede doel ronddwalen tussen kunst en natuur

Een dynamische Peter Trappeniers troont me gezwind mee doorheen het kasteel Bouchout, tot aan het dakterras, om me vol enthousiasme te laten kennis maken met het kasteel, één van de fantastische locaties van Art meets Nature. Zo kan ik torenhoog het park in me op nemen waar weldra kunst de natuur gezelschap houdt. Een weekend lang is één van de grootste en mooiste Plantentuinen van Europa, Meise, het decor van een kunsthappening. Het historische kasteel van Bouchout, de feeërieke tuinen, de groene grasvelden, de Vlaamse hoeve… doen het weekend van 23-24 september de kunst alle eer aan of is het omgekeerd?
Een 800tal kunstwerken van meer dan 60 kunstenaars palmen de plantentuin in.
Art meets Nature beleeft zijn 29ste editie en voor de derde maal in de plantentuin van Meise. Het is een kunstproject voor het goede doel van Kiwanis Club Zaventem Airport. De netto opbrengst van de tentoonstelling schenkt Kiwanis Zaventem Airport aan vaak kleinschalige projecten in eigen land die het welzijn van kinderen behartigen of kansarmoede onder kinderen bestrijden.
Op een zitbank voor het kasteel, in een aangename septemberzon, beantwoordt Peter Trappeniers, één van de organisatoren, met passie, animo en geestdrift mijn vragen.

   

Peter Trappeniers

Kunstpoort Kiwanis Zaventem Airport, wie zijn jullie? Wat doen jullie? Wie is er lid van Kiwanis?
Peter Trappeniers Het lidmaatschap staat open voor iedereen, beroepsbezigheden spelen bij ons geen rol. Onze club heeft 24 actieve leden. Kiwanis streeft er naar via duurzame vriendschappen aan fundraising te doen. We helpen organisaties die kinderen op het voorplan plaatsen.

Kunstpoort Ben je zelf een kunstliefhebber/kenner? Naar welke kunst gaat je voorkeur?
Peter Trappeniers Via en dank zij Art meets Nature ontdekte ik de kunstwereld, ik beleef nu kunst met plezier en overgave. De laatste 2 edities hielp ik mee aan de selectie. De atelierbezoeken, onder meer aan het atelier van Martine Vyvey, resulteerden in een grotere affiniteit voor kunst. Door een bezoek aan galerijen en tentoonstellingen stelde ik vast dat de kunstmarkt het kunstpubliek overspoelt met zwaar op de hand liggende zelfs depressieve kunst. Daarom gaan we resoluut voor het thema: ‘Plezier van het (her)leven’. Kunst die ons blij maakt, die een heerlijk gevoel opwekt, die doet glimlachen, dergelijke positieve kunst wil Art meets Nature tentoonstellen. Verder hebben we respect voor oude materialen. Vandaar het belang van het (her)leven van oogstrelende grondstoffen. Upcycling Art, ambachtelijke kunst, komt ook aan bod. Mag ik naar Sander Miesse en Mknives verwijzen?

Danse Macabre, Martine Vyvey

Kunstpoort Wanneer ben je de voorbereiding van Art meets Nature gestart?
Hoe groot is het team dat deze expo organiseert?
Peter Trappeniers Gedurende de maand maart startten de voorbereidingen. Elke dag vraagt dit project 2 tot 3 uur van mijn tijd plus nu een weekje verlof. We zijn met 3 organisatoren: Bob van Damme, ook kunstenaar en de grondlegger van het gebeuren, Henk Declercq en mezelf. We kunnen rekenen op een 40tal vrijwilligers om alles in goede banen te leiden.

Propslibelle, Panamarenko

Kunstpoort Hoe kon je grote namen, coryfeeën zoals Luc Tuymans, Michael Borremans… binnenhalen?
Peter Trappeniers We hebben de volle medewerking van Svanson Art. Svenson Art is een kunstgalerij met vestigingen te Knokke en Sint-Niklaas en een online kunstgalerij. Zij beschikken over werk van gevestigde waarden en zijn bereid deze tentoon te stellen en te verkopen tijdens Art meets Nature.
Werken van Tuymans, Kamagurka, Borremans, Corneille, Panamarenko, Philippe Vandenbergh, Pierre Alechinsky, Raoul De Keyser…. zijn echte publiekstrekkers. Via deze kunstenaars met internationale faam maakt het publiek kennis met minder gekende namen.

Kunstpoort Hoe gebeurde de selectie?
Peter Trappeniers Met drie curatoren, Bob van Damme, Henk Declercq en mezelf gingen we op zoek naar geschikte kunstenaars. We selecteerden op basis van diversiteit en persoonlijke voorkeur. We zochten werk voor zowel binnen als buiten. Textielkunst, schilderkunst, beeldhouwkunst, installaties, assemblages, fotografie…. alles kan en mag. Vaak ging een atelierbezoek vooraf aan de selectie.

Vibrations, Kim Vandaele

Kunstpoort De werken worden tentoongesteld in het Kasteel van Bouchout, de Vlaamse hoeve, de tuinen en grasvelden van de Plantentuin. Het aanbod is divers. Wie bepaalt wat waar komt? Dat lijkt me niet eenvoudig. Hoe gaan jullie tewerk?
Peter Trappeniers Ik zorgde persoonlijk voor de enscenering, de locatie van de werken.
(Kunstpoort: Peter Trappeniers somt op welke kunstenaar, welk werk op welke plaats terecht komt. Een spiekbriefje heeft hij niet nodig. De setting lijkt weldoodacht.)
De Vlaamse hoeve leent zich voor hedendaagse, moderne kunst, het kasteel vraagt om meer klassieke werken en lijkt me ideaal voor de gevestigde waarden die Svenson Art brengt. We hielden rekening met de grootte en stijl van de kunstwerken. Een match tussen kunstenaars die in eenzelfde ruimte tentoonstellen is wel noodzakelijk hoewel een confrontatie ook kan werken. De kunstenaars kregen medezeggenschap. Drie kijkdagen gingen vooraf.

Assemblage, Marc Mestdagh

Kunstpoort Jullie verwachten een massa bezoekers (vorige editie waren er 3500) in de plantentuin. Is zo’n massa wel goed voor de natuur in het park? Blijven de kijkers wel langs de aangelegde paden?
Peter Trappeniers Uit vorige edities leerden we dat het kunstpubliek gedisciplineerd is. Sommige sculpturen zoals die van Joachim Louis vragen ruimte. Zijn sculpturen zijn een eerbetoon aan de boom, aan de kracht van het jaren spaarzaam opgebouwde hout. Een ode aan de groei. We bezorgen deze beeldhouwwerken een grasveld dat mag betreden worden.

Sculptuur, Joachim Louis
Brochure

Kunstpoort Ongeveer 600 werken lijkt me immens veel om te ondergaan, om in je op te nemen.
Is er een brochure zodat de kijker weet wat waar te vinden is?
Peter Trappeniers We voorzien een cataloog waarin alle kustenaars voorgesteld worden, te verkrijgen voor de zachte prijs van € 5. Verder bezorgen we het publiek ook een plannetje met de kunstroute.

Kunstpoort Hoe zit het met de prijssetting?
Peter Trappeniers De kunstenaar beslist zelf over de verkoopprijs en is bereid een door ons bepaald percentage af te staan voor het goede doel.

Kunstpoort Wie is jullie doelgroep? Kunstliefhebbers? Komen er veel verzamelaars op af?
Peter Trappeniers Svenson Art mikt op de investeerder. Ook de modale kunstliefhebber bezoekt Art Meets Nature, niet altijd  met de intentie van te kopen. Vaak valt een werk in de smaak, laat de kijker zich verleiden en schaft een kunstwerk aan. Er is dan ook al kunst beschikbaar vanaf € 400 tot € 50.000.

Werk van Frie Jacobs

Peter Trappeniers Nog even dit. Sinds 2010 werken we samen met bekende champagnehuizen om aan de liefhebbers van champagne en aan verzamelaars van muselets, unieke flessen aan te bieden. Dit jaar hebben we terug 12 flessen champagne met afbeeldingen van kunstwerken op zowel capsule als etiket. Champagne Michel Littière is de leverancier van deze flessen, met werk van kunstenaars Veerle De Vos / Lisa-Marie Billiet / Christel Weyts / Tessy Willems / Bart Deglin / 3X Linde Ergo  / Sylvie De Meerleer / Francis Méan / Françoise Dragon /  Koen Van Nieuwenhuyze

Kunstpoort Is er al een bestemming voor de eventuele opbrengst?
Peter Trappeniers We krijgen diverse aanvragen, zo is er vraag naar voedselhulp voor kinderen, naar een snoezelruimte, naar sponsoring van borden voor niet talige kinderen in een kruidentuin…

Mirabile visu, Philippe Timmermans

Kunstpoort We hopen op een stralend weekend van 23 en 24 september.
Peter Trappeniers Liefst een weekend zonder storm.
Nog een tip: wie Art meets Nature bezoekt, raden we aan de auto zo veel mogelijk thuis te laten en een alternatief te zoeken. De parking rechtover de plantentuin is in aanbouw maar nog niet klaar.
Er zullen ook shuttlebusjes rijden om voetgangers op te pikken.

INFO

Plantentuin Meise
Nieuwelaan 38
1860 Meise

Vrijdag 22 september 2023
18u tot 23u
Zaterdag 23 September en Zondag 24 September 2023
10u tot 18u
Inkom tentoonstelling met gratis bezoek Plantentuin:
€5 i.p.v. €12
Bezoek met museumpas gratis
Brochure €5

https://www.artmeetsnature.be/

tekst Kathleen Ramboer
fotografie @de kunstenaars @Kiwanis Club Zaventem Airport @Kathleen Ramboer

Karel Mus

ESA Anderlecht: un monde de paix

“Tu me demandes un avis tranché mais je ne l’ai pas”. Diane is niet boos op Nathalie, absoluut niet. Ze twijfelt. Welke kunstwerken moet ze kiezen voor de tentoonstelling? Een heel jaar werk op een wand hangen. Alles speelt een rol: “Is het representatief? Vertellen de werken een verhaal? Is het kwaliteitsvol genoeg? Zijn het mijn favorieten?” Uiteindelijk worden er drie gekozen, heel verschillend maar toch met een gemeenschappelijke benadering.

“Tu n’a pas idée de ce que venir ici chaque semaine représente pour moi”. Ghislaine, gedurende de moeilijke oefening van het kiezen van kunstwerken, stort haar hart uit. Het is het einde van het schooljaar, er zijn geen wekelijkse ateliers meer tot begin september. De sessies zijn voor haar een belangrijke bron van ontspanning, waar ze zich van het dagelijkse leven afzondert. 

Voor Nathalie is het einde van het jaar heel vermoeiend. Eerst moet ze de leerlingen begeleiden naar het finaliseren van hun werken. Daarna ontwikkelt ze het concept van de tentoonstelling. De atelierruimte wordt leeggemaakt en ze moet gevuld worden met wanden om die kunstwerken op te hangen. Het moet een weg zijn waarop de bezoekers wandelen en zo de kunstwerken ontdekken. Er zullen twee kubussen zijn.

Paul, de directeur van de school: “Ik ben verbaasd en verrast over hoe de leraren de ruimte voor de tentoonstelling veranderd hebben.” “Ze hebben een wereld van vrede gecreëerd om het mooi te tonen.”

In de week voor de vernissage komt iedere leerling langs om hun keuze te maken. Het is het einde van een dialoog die een paar weken vroeger begon en die nu wordt afgerond. Het resultaat komt tevoorschijn.

Er zijn veel bezoekers op de vernissage. Vrienden en familie komen. Ook leerlingen van andere ateliers. De politici van Anderlecht zijn ook aanwezig, dat is een belangrijk signaal voor de school.

In het boek “Human Condition” van Hannah Arendt zijn er drie aspecten van de kunstenaar die in het begin besproken worden. De “means-ends” of het “zin-einde”. Lange tijd werden de resultaten van de kunstenaar niet als commercieel product uitgewisseld. De Griekse filosofen categoriseerden kunst als een hobby. Nochtans kan een opdracht zoals de Sixtijnse kapel als “Labor” of arbeid (gebruik van de kracht van de persoon) gezien worden. Hier in het atelier is er een duidelijke zingeving voor de leerlingen, meer dan enkel het eindproduct. Het tweede aspect is het product zelf. Het is niet zoals een tafel die gebruikt wordt. Toch kan het resultaat doorgegeven worden, een leerling verkocht zelfs een schilderij tijdens de tentoonstelling. Het beantwoordt de essentiële vraag over de eeuwigheid, niet die van de onsterfelijkheid. Dan komen we tot het derde aspect, dat even belangrijk is: “spoken”. Dus van de private omgeving (privaat realm) naar de publieke (public realm). Dat is wat er gebeurt dankzij de tentoonstelling op de school. U ziet het tijdens de vernissage, de leerlingen beschrijven aan hun vriend(en) hoe ze de kunst gemaakt hebben en vaak tonen ze de kunstwerken van de andere kunstenaars.

Na afloop van de tentoonstelling, op zondagavond, moeten de leerlingen hun kunstwerken komen ophalen. Dat doen ze niet op de dag van de finissage. Ze komen die ophalen doorheen de week, telkens op afspraak met Nathalie. De laatste woorden van het schooljaar worden uitgewisseld. Vreugde, verdriet en hoop.

Voor de auteur van deze paragrafen is het een dubbel gevoel. Een jaar lang de sessies bezoeken en proberen neer te schrijven en te fotograferen wat het pluridisciplinaire atelier vertegenwoordigt. Uit “Le Petit Prince” van Saint-Exupéry: “Les grandes personnes aiment les chiffres. Quand vous leur parlez d’un nouvel ami, elles ne vous questionnent jamais sur l’essentiel. Elles ne vous disent jamais: “Quel est le son de sa voix? Quels sont les jeux qu’il préfère? Est-ce qu’il collectionne les papillons?” Elles vous demandent: “Quel âge a-t-il? Combien a-t-il de frères? Combien pèse-t-il? Et combien gagne son père?” Alors seulement elles croient le connaître.” Het is op het einde van dit jaar dat je ervaart dat Nathalie, naast de kunstacademie, filosofie heeft gestudeerd. Daarom komen de vragen naar boven zoals: “Ken ik de leerlingen? Verzamelen ze vlinders? Hebben ze kinderen of kleinkinderen?” Het is niet de bedoeling van de blog om de mensen te portretteren als mens. Wel als leerling en als mens. Alsof men het verschil tussen de leerling en de persoon kan maken. Dus zou volgens u hun vooruitgang beschreven moeten worden zoals op de normale school met objectieve criteria of op basis van hun uitspraken en gedrag gedurende de sessies? Voor sommigen is het relatief gemakkelijk, voor anderen is het onmogelijk om zo goed te zijn als de kunstwerken aan het begin van het jaar. Is de auteur van deze paragrafen in zijn ambitie geslaagd? Er is geen examen behalve de beoordeling van de lezer.

Waar is de hoop? Die zit in de hoofden van de leerlingen. In de vorm van het uitzicht op het volgende jaar.
Er wordt op dit moment veel over nieuwe vormen van werken nagedacht, in het bijzonder het evenwicht privé/werk. Lieve lezer, indien u twijfelt om een kunstopleiding te starten of u kent iemand die hetzelfde voelt, ….

Spring! Durf! Viva de kunstacademies! 

Website: https://www.ecoledesartsdanderlecht.be
Facebook: https://www.facebook.com/profile.php?id=100054439241781
Instagram: https://www.instagram.com/eaanderlecht/

Eric Rottée tekst en foto’s