Conny Verellen staat bekend om haar levendige en kleurrijke schilderijen, waarbij ze zich laat inspireren door de vrouw, beweging en mode. Haar werk weerspiegelt de dynamiek van de modewereld, zoals ze zelf zegt: “Het kleurenpalet van een vrouwenkleerkast volgt het coloriet van de Parijse catwalks als een volleerde kameleon. Altijd in beweging. De modewereld stopt nooit. Influencers, vloggers en bloggers dragen het nieuwe ‘cool’ de wereld rond. Hoekige, strakke lijnen hebben de Rubensiaanse rondingen verdrongen in het ideaaldenken van dit momentum. De mode als inspiratie stuurt de lijnen van mijn penseel, en draagt opbouw en sfeer van mijn werken.”
“Ik droom in zomerse frisse kleuren en hou van zachte pastelbeelden. Maar op het einde zorgt mijn interactie met het doek meestal voor felgekleurde uitingen van temperament”.
Het atelier bezoeken van Stien Mignauw is één groot avontuur. Al staat de deur op een kier, in een fractie van een seconde vang je een glimp op van haar immens oeuvre. Haar huis, van onder tot boven, bergt schatten die je niet voor mogelijk houdt. Ze vragen om ontdekt te worden. Dat doe ik dan ook 2 uur lang en val van de ene verbazing in de andere. Ondertussen volgt de kater ons aandachtig. Hij is een stille goedkeurende getuige van de kunstminnende verhalen op de achtergrond. Haar huis blijkt een betoverend pakhuis in een veilige haven met een zee van kunst. ‘Een zee van kunst’ is hier zeker op zijn plaats want de kunstenaar houdt van de opaalkust en die zit veilig verborgen in haar werk. Niet alleen de zee ook bergen, planten, mensen vinden een schuilplaats in haar schilderijen.
SCHILDEREN GEEFT BETEKENIS AAN HAAR LEVEN.
Stien Mignauw: ‘Eenmaal ik er niet meer ben, dan zijn mijn schilderijen waardevolle getuigen van wie ik was, stille getuigen van mijn zijn.’ Ieder werk, dat niet bij een nieuwe eigenaar thuishoort, bewaart de kunstenaar want zegt Stien Mignauw: ‘Ze spreken geschiedenis.’ Schilderen blaast ook alle eenzaamheid naar buiten. Bij een eerste oogopslag laat niets je vermoeden dat hier een gevoelige, intieme wereld nestelt onder de vele picturale niet figuratieve lagen. Kruip in het schilderij, worstel je doorheen rasters, lijnen, kleurvlakken… en je bent klaar om thema, inhoud en de betekenis van het canvas te ontdekken. Onder iedere laag schuilt een bijna onzichtbaar verhaal. Haar dochter met een meloen, ma met de kat, bergen, planten… ze verbergen zich onder de rebellie van de voorgrond als een verleden dat verdwijnt in de mist. De toeschouwer kan het oeuvre van Stien Mignauw op 2 manieren benaderen. Je kan haar werk in één oogopslag ‘mooi’ vinden of je gaat op zoek naar de weg die is afgelegd, naar het onzichtbare, het onuitsprekelijke. Interpretatie en verbeelding gaan hand in hand. Ze houdt van feedback daarom omarmt Stien Mignauw elke creatieve commentaar als een geschenk. Opteren voor een aandachtgerichte kijkwijze is een must.
HOE HET ALLEMAAL BEGON
Stien Mignauw beheerst een persoonlijk, onnavolgbaar schilderproces. Het verhaal begon met op papier geborstelde stillevens, later kwam het landschap en ook de mens kreeg een plaats op het doek. Nu levert het figuratieve een gevecht met kleurvlakken, met stevige lijnen die het doek doorklieven, kordate drippings zoeken hun weg. Vanwaar komt die stijlbreuk? Is het een uiting van onvrede, een wolk van protest of een rebelse reactie, een ageren op de mening van een toeschouwer? Stien Mignauw bracht me het antwoord. Ik kreeg kritiek op enkele slierten verf die over mijn doek slingerden. Een kijker opperde: ‘dit lijkt me zonder meer een goedkoop trucje. Teleurgesteld en uit protest drip en drupte ik verder, van links naar rechts, van boven naar onder, het canvas draaiend in het rond, uren lang tot de compositie goed zat. De techniek heb ik verfijnd. Stilaan verdwijnen ook de achtergrondverhalen.
@ Stien Mignauw
SCHILDEREN IS EEN UITBUNDIG PLOETEREN
@ Stien Mignauw
De atelierliving (of is het livingatelier?) is vrij klein maar Stien Mignauw denkt graag groots. Fysisch schilderen is voor haar cruciaal. Ze schuwt het grote gebaar op het witte canvas niet. Aanzienlijke doeken zijn de norm. Is het profileerdrang omwille van haar kleine gestalte? Voelt het aan als action painting dit te lijf gaan van het grote doek? Ze schildert, zonder voorstudies, snel en ongedwongen, vanuit de pols met een vinnig bewegend penseel. Wie weet brengt een nog grotere ruimte, atelier, de speelvogel in haar naar boven en gaat ze een intens gevecht aan met het doek bij het nemen van buitengewone risico’s? Op een voor haar minder geslaagd schilderij zwoegt ze verder tot het resultaat haar bevrijding brengt. Vaak start ze figuratief, een foto van de zee, de bergen… inspireren haar. Later goochelt de kunstenaar het herkenbare weg tot een mysterieus doek verschijnt. Ze kruipt in haar schilderij, ploetert, zoekt en vindt, geeft er nooit de brui aan. Krassen, vegen, schrapen, wegverven, vegen, frotteren… zijn handelingen die het schilderij maken tot wat het is, doorwerkt en doorleefd. Ze verkiest vaak acryl verf boven olieverf omdat die snel droogt en uiterst geschikt is voor haar manier van werken: intuïtief en geconcentreerd. Stien Mignauw erkent en herkent de complexiteit van het abstract schilderen, orde scheppen in de chaos is een doel. De kunstenaar streeft niet naar de perfectie van de oude meesters die met hun techniek tot op het bot gingen. Ze wil niet behagen maar wel vernieuwen, haar grenzen verleggen. De kunstenaar bewijst dat je met abstract werk ook de kijker kan beroeren. Vaak schildert Stien Mignauw synchroon aan meer dan één werk. Zo ontstaat eenheid in methodiek en kleur.
MUZIKALE, THEATRALE SCHILDERIJEN
Stien Mignauw genoot een theater opleiding, bewegingstheater. Dat verklaart het fysisch schilderen en de grote formaten. Haar kijk op de wereld en op de kunst veranderde door deze opleiding, deelt ze mee. ‘Le seul, le vrai, l’unique voyage, c’est de changer de regard’ Marcel Proust, staat op haar site te lezen. Zonder deze opleiding zou haar werk een andere richting uitgegaan zijn. Een andere opleiding, een muzikale, zorgt voor melodie in haar schilderijen. Zoals een muzikant muziek componeert en speelt, zo werkt Stien Mignauw. Ze schildert ritmisch en repetitief. De klank van kleur klinkt vaak heftig op haar doeken om dan later weer te gaan liggen.
# Stien Mignauw
ABSTRACT EXPRESSIONISME
Haar schilderijen verraden haar liefde voor het abstracte expressionisme. Drippings, zoals die Jackson Pollock introduceerde, vinden hun weg op het canvas. Kopieergedrag is het zeker niet. Haar picturale lijnen hebben een andere functie, ze vervagen het figuratieve. Net als bij Mark Rothko en Barnett Newman springt kleur naar voor in haar canvassen. Onbewust is Stien Mignauw beïnvloed door kunststromingen en kunstenaars. Is iedere kunstenaar dat niet? Ja, kijk daar ontdek ik blauw/geel/rode Mondriaan kleurvlakjes op het doek.
ALLES IS INSPIRATIE
Alles kan Stien Mignauw inspireren: het poëtisch beeld van een fiets gezien door het beregend glas van een bushokje, de ontmoeting van ex-president Donald Trump met de Noord-Koreaanse president Kim Jong-un, museumbezoekers bewonderend voor een schilderij van Rik Wouters, het hartverwarmend beeld van het huppelend geëvacueerd Afghaans meisje met gele broek op de Belgische luchthaven … Ze schildert dit op een abstraherende manier waarin het onderwerp niet uitdrukkelijk naar voren treedt.
De passie laait op tot de onrust komt te liggen. Compositie wint het van de chaos. Abstractie dwingt het figuratieve de dieperik in. Wat mogen we nog verwachten van deze kunstenaar met een ziel die een voet heeft in het verleden en huppelt naar de toekomst?
Katrien Nijs leeft en werkt in Mechelen. Ze studeerde af als Master in de Beeldende Kunsten aan de Koninklijke Academie van Antwerpen in 2022 en als interieurarchitecte aan de U Hasselt in 1998.
‘Warriors of beauty’ is de overkoepelende titel van 2 reeksenschilderijen, gebaseerd op collages en uitgewerkt in acrylverf op canvas.
De kunstenaar vertelt hier een hoogstpersoonlijk verhaal en neemt je mee in haar fascinatie voor theatrale en extravagante kostuums. Tijdens haar onderzoek op klein formaat goochelt Katrien graag met verschillende referenties uit de kostuumgeschiedenis. Ze mixt knipsels van tijdschriften, posters en brochures met afbeeldingen van historische kostuums. Ze scheurt, plakt en spiegelt tot er een nieuw figuur verschijnt dat haar interessant lijkt om tot leven te wekken onder de vorm van een schilderij. De enige regel waar ze zich aan houdt is: overdaad schaadt niet.
In een eerste reeks krijgen we 6 levensgrote figuren te zien met identieke egale achtergrond- kleur en afmetingen. Hun eclectische outfit bevat steeds een onderdeel van de jurken in Empirestijl van Josephine Bonaparte, tegendraads en vernieuwend voor haar tijd. Door de hoofden te verbergen achter de motorhelmen wil de kunstenaar hun stoere rebelse karakter letterlijk in de verf zetten. Deze 6 werken krijgen een eigennaam toe bedeeld die refereert naar sterke fuguren uit de Oudheid die ieder op hun eigen manier archetypes van vrouwelijke kracht geworden zijn.
Voor de 2e reeks liet Katrien zich inspireren door de specifieke langwerpige exporuimte van ’t Blikveld. Ze ontwierp barokke figuren op candy-kleurige achtergronden die met veel bravoure in een bonte stoet paraderen als op een catwalk. In verschillende werken komen dezelfde herkenbare elementen terug zoals de typische 4-vingerige handschoenen en gestrikte muiltjes van minnie mouse, de antropomorfe muis waar de kunstenaar heel haar jeugd dol op was.
Tijdens het onderzoek naar een nieuw beeld maakt Katrien zich bedenkingen zoals: ’Hoe kan ik oude en hedendaagse modebeelden mij eigen maken zonder te kopiëren? Waarom trekt dit mijn aandacht, wat laat ik weg, wat kan ik toevoegen aan de geschiedenis en waar blijf ik beter vanaf? Wat doet dit nieuwe beeld met mij en past het bij de persoon wie ik ben? IN wie kan ik mezelf de dag nog herkennen’. Met deze ‘Warriors of beauty’ wil Katrien geen antwoord bieden op deze vragen, integendeel, ze gooit de vraag op het canvas.
INFO
EXPO KATRIEN NIJS warriors of beauty
GC ’T BLIKVELD Jacques Morrensplein 2 2820 Bonheiden
ZA 24 FEBRUARI ’24 11.00 UUR TOT ZO 28 APRIL ’24 18.00 UUR
Ben je een startende kunstenaar met professionele ambities? Stel je dan kandidaat voor de Open Call van Kunst in Huis. Samenwerken met Kunst in Huis bezorgt je zichtbaarheid onder een breed publiek van kunstliefhebbers en een select gezelschap van kunstprofessionals en kan je carrière een boost geven.
In 2024 organiseert Kunst in Huis 2 Open Calls met de deadlines 1 maart en 1 oktober
Kunst in Huis is voortdurend op zoek naar nieuwe kunstenaars om de collectie mee uit te breiden. Daarvoor wordt er actief gescout naar nieuw, opkomend talent door een externe jury van experten. Kunstenaars die zich zelf kandidaat willen stellen voor een samenwerking met Kunst in Huis kunnen deelnemen aan de Open Call. Meer gedetailleerde info over de indien – en selectieprocedure vind je hier.
Kunst in Huis streeft naar een kwalitatief hoogstaand, inhoudelijk sterk en visueel divers aanbod. We engageren ons voor de kunstenaars waar we een samenwerking mee aangaan. Daarom beoordelen we kunstenaars op hun oeuvre: op de ontwikkeling die is doorgemaakt in de afgelopen jaren en het potentieel dat we in iemand zien voor de toekomst. We zetten in op beginnende carrières van zowel jong als niet meer zo jong talent. We zijn vooral opzoek naar talent met een professionele ambitie in de beeldende kunsten. Bekijk hier de informatiebrochure voor kunstenaars.
Denk jij dat je in aanmerking komt voor een samenwerking met Kunst in Huis? Mail dan je digitale dossier (portfolio, cv en een voorstel van werken die voor uitleen in aanmerking komen) op uiterlijk 1 maart 2024 naar artistiek@kunstinhuis.be.
info aan Kunstpoort medegedeeld door Kunst in Huis
Ze studeerde cum laude af aan St Lucas in 2018. Tussen bachelor en master in Gent volgde ze 2 jaar les aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. St Lucas koos ze voor de artistieke begeleiding, Leipzig meer om het ambacht onder de knie te krijgen. Ruth straalt warmte en passie uit, passie voor haar vak. Zij zou best zonder dat kacheltje in haar atelier kunnen, zo hoog laait het vuur in haar. Ze leeft voor haar kunst. Geen dag zonder creëren, geen dag zonder haar atelier. Haar kunst is eigenzinnig, niet voor een breed publiek, zeker niet voor de aanhangers van het realisme. Nochtans kan zij dat, realistisch tekenen en schilderen. Zij bezit de kunde en de techniek daartoe, maar het is niet haar ding. Ze wil in de eerste plaats uiting geven aan haar gevoelens en gedachten, aan haar dromen en verlangens en doet dat op haar eigen compromisloze manier, vrij en gedurfd en op het moment dat ze zich aandienen.
Haar oeuvre is divers. Ze maakt tekeningen, schilderijen en constructies. Ondanks die visuele diversiteit gaat het altijd over de mensheid in relatie tot zijn omgeving. Ze verbeeldt de problematische verhouding van de mens tot zichzelf, de andere en het andere.
Haar werken zijn gelaagd op verschillende vlakken: In tijd en ruimte: soms wachten ze op een af- of herwerking, soms komt er op het doek iets bij of gaat er weer iets af. Eren wat was, vermengen met wat is, zorgt ook voor een laag. De doeken hebben een voor, een achterkant en een binnenwerk. Alle delen zijn belangrijk, net zoals dat in het echte organische leven het geval is
Om haar werken kleur en gestalte te geven zijn alle materialen goed: aarde, gruis, lappen stof, draad, alle soorten verf, zaken die anderen weggooien. Ze is tegen de consumptie- en wegwerpmaatschappij. Als stadsjutter gebruikt ze wat mensen niet meer waarderen en verwerkt dat tot de gelaagde en geleefde drager van haar werk.
In haar nog jonge carrière nam ze aan talrijke exposities deel. De expo waar ze het meest voldoening en de beste herinnering aan heeft is aan de recente groepstentoonstelling in de Black Swan Gallery in Brugge. Kristof Tillieu, de galerijhouder, wil vooral bezielde kunst brengen en mensen andere dingen laten zien dan wat ze gewoonlijk te zien krijgen. Hij is oprecht geïnteresseerd in de kunstenaar met wie hij samenwerkt, bezoekt meerdere malen diens atelier, geeft raad, een richting, volgt op, zonder dwang. Zijn expo’s hebben steeds een thema. Het thema waar Ruth aan deelnam was ‘Skin in the game’. Echt iets voor Ruth en dat had de galeriehouder goed gezien in haar.
Ik bezocht Ruth in haar atelier en bracht volgende fotografische impressie mee:
gelaagd: verknipt, aan elkaar genaaid, doorkliefd, geverfd
tekst Rik Guns I fotografie Bip Van de Velde – Lena Dewaegenaere
Ken je die van die Amerikaanse toerist op bezoek in Brugge die vroeg hoe laat het museum sloot? Hij bedoelde het stadscentrum. We waren onlangs ook op bezoek, maar dan in Brussel, dat is boeiender dan Brugge. Brussel is geen museum. Het is een installatie, aan het Brouckèreplein toch: 40.000 m2 beton, ijzer en staal van wat ooit gebouwen waren en waarvan alleen de gevels nog recht staan, want voor de façade doen we het in België. Het leek op Oekraïne of Gaza, maar met een positieve inslag: hier wordt ook heropgebouwd. We mochten tussen het strijdgewoel fotograferen en toen een van de bouwvakkers mij aansprak met: “Cinq euro!” dacht ik aan een performance. Maar het was dus een installatie. Achter de bouwwerf, in de Lakensestraat, botsten we op het Banksy museum, een instelling waarmee Banksy niets te maken wil hebben maar waarin zijn street-art gereproduceerd werd voor een permanente tentoonstelling. Pure fake, dus; een aanrader voor wie eens een boodschap met betekenis op een muur wil zien, een valse muur weliswaar, maar ’t is ’t gedacht dat telt. Je kunt er ook souveniertjes kopen, zoals verwacht in een toeristenval: een poster voor nog geen 7 euro, dat is tien- of honderdduizend keer minder dan een schilderijtje van Banksy op BRAFA, al dan niet gecertificeerd, voor mensen die vinden dat hij de grootste kunstenaar is van zijn tijd. Gelukkig gaat de tijd voorbij…
… En belden we precies op het afgesproken uur aan bij het tot-op-de-draad-versleten herenhuis van ‘Au Kalme’, het atelier van Lena Dewaegenaere en elf andere kunstenaars. Ze ontving ons hartelijk in een knus ingericht salon met spullen die dankbaar waren dat ze nog een bestemming hadden gekregen. Haar studio was de kamer ernaast. Binnenkort gaat de sloophamer in het huis om er een installatie van te maken, op zijn Brussels, tot op de grond dus, op de façade na. Je kunt het oude pand nog een laatste keer bewonderen voor de tentoonstelling van Lena van 15 tot 18 februari. Niet twijfelen. Daarna verhuist Au Kalme naar een nieuwe locatie, het beroemde Glazen Huis (het oud bondsgebouw) op de Houba de Strooperlaan in Laken. Banksy zou jaloers zijn.
Foto’s: Bip Van de Velde
Haar werk laat zich niet zo gemakkelijk vatten als dat van hem, het verschil tussen een gedicht en een slagroomtaart in je gezicht. Lena’s werk is poëzie. In “Are you where you want to be”, een reeks schilderijen uit 2018, stelt de kunstenares zich de vraag wat ‘thuishoren’ betekent. Is het een fysieke plek of een gemoedsrust, een gevoel van geluk en verbondenheid? Is zich thuisvoelen überhaupt bereikbaar en moeten we ernaar streven of het aan het toeval overlaten? Ze beeldt de vragen uit met mildheid en finesse. Schilderen is een keuze van licht en donker, van kleur en nuance. Lena doet dat subtiel, helder, met oog voor detail en geen spatje redundantie. Het is dromen in kleur. Je kunt ernaar blijven kijken. Kunst waar je naar wil blijven kijken maakt het leven mooier.
“I was waiting for the right time” (123 x 163 cm, acryl en olie op canvas), 2018
“Islands”, 32 kleine werkjes (14 x 20 cm) uit 2019, begon als een studie op canvas dat op hout was gelijmd. Na een aantal van die schilderijtjes raakte de kunstenares geïntrigeerd door de verlijming. Als ze het canvas van de drager stripte, kwamen resten mee van het hout en ontstond er een nieuw beeld op de achterkant van het canvas: eilandjes, verborgen plekken waar men zich thuis kan voelen?
In 2020 en 2021 sloeg corona toe, maar voor Lena was dat geen tijd van kommer en kwel, wel om het gemis van vrienden en geliefden om te zetten in positieve energie. “Take me out” uit 2020 zijn 61 kunstwerkjes van 14,8 x 21 cm, acryl op papier, één per dag, waarin ze haar gemoedstoestand van die dag van zich af schilderde. De beelden zijn een plezier voor het oog, grafisch mooi, om blij van te worden, ook al druipt het gevoel van eenzaamheid, opsluiting en afsluiting er in sommige beelden van af. Men zou er corona haast dankbaar voor moeten zijn. In “Take me out II” van 2021 gaat ze verder met nog eens 27 beelden. Gewoon prachtig, die vormen, dat licht, die kleuren. Heerlijk. Ik dacht even aan Folon, aan Magritte, maar Lena Dewaegenaere heeft een heel eigen verhaalstijl ontwikkeld, beheerst, spannend, assertief.
Uit “Take me out” en “Take me out II” (14,8 x 21 cm, acryl op papier), 2020 en 2021
In 2022 sloeg ze een totaal andere weg in met werk dat toch duidelijk haar stempel draagt. In From what I remember, 11 vierkante schilderijen, stelt de kunstenares zich de vraag hoe ons geheugen onze herinneringen filtert, hoe subjectief beeldvorming is en hoe die verandert in de tijd. Ze interpreteerde oude foto’s van een familiefeest. De toeschouwer wordt als het ware uitgenodigd op het feest om er een eigen verhaal over te maken. Ik geniet van de harmonische kleuren, de spannende vlakverdeling, de expressieve eenvoud.
Uit “From what I remember” (110 x 110 cm, acryl en olie op canvas), 2022
En nu presenteert de kunstenares dus haar nieuwste project: “If only we could see the shore”, waarvan we een beperkte ‘preview’ kregen. Het is weer totaal wat anders en toch zit er een evolutie in haar werk. De zoektocht van vroeger heeft plaats geruimd voor verlangen. De beelden worden nog stiller precies, warm maar gedempt, afstandelijk en toch speels, met die heldere lijn, de grafische vlakken die rust en spanning creëren, het zachte licht, de gestileerde schaduw, het verwrongen perspectief… Soms zijn ze heel concreet, soms abstract. Mijn oog valt op een paar kleine abstracte werkjes. Ik vraag haar of de witte vlakken iets betekenen. “Niets en daarom alles” zegt ze, “ze beelden niets tastbaars uit maar ze betekenen wel heel veel.” Ze schildert het ‘stiltepunt’: de gemoedstoestand die we ervaren als we ons niet meer naar de toekomst haasten, als we tot rust zijn gekomen in het huidige moment.
Foto’s: Bip Van de Velde
Toen ik de beelden op haar website voor het eerst snel bekeek dacht ik spontaan aan Spiliaert (‘de duizeling’, ‘de dijk’, ‘vuurtoren en dijk’…) en aan het onvertaalbare begrip ‘Sehnsucht’. Nu denk ik aan Lena De Waegenaere en aan het verlangen.
Doe jezelf een plezier en ga haar tentoonstelling bekijken. De wandeling van Brussel Centraal naar de Boudewijnlaan is een ontdekking op zich. Misschien moet ik er eens een fotoreeks over maken: “Het lot van Brussel. Achter de façade.” Boeiender dan Brugge. Zelfs zonder Banksy en BRAFA.
INFO
tentoonstelling
IF ONLY WE COULD SEE THE SHORE
Donderdag 15 februari, van 17 tot 22 uur (opening) Vrijdag 16 tot zondag 18 februari, van 11 tot 20 uur “Au Kalme” – Boudewijnlaan 19 – 1000 Brussel
TaLe Art Gallery in Vlierzele is stilaan een vaste waarde in de kunstwereld. Telkens opnieuw brengt galeriehoudster Tanja Leys verrassende groepsexpo’s. Deze zijn enorm divers wat thema, stijl, discipline en kunstenaars betreft. Op zeker spelen doet ze helemaal niet. Het siert de galeriehoudster dat ze zich niet wil vastpinnen op een genre. Vele kunstliefhebbers komen er graag terug.
Dit maal presenteert ze vrolijke, kleurrijke schilderkunst onder de toepasselijke titel ‘Kaleidoscoop’. De vier mannelijke kunstenaars tonen een persoonlijk, feeëriek universum waarbij je heerlijk kunt wegdromen en de fantasie laten werken. Ik ervaar een mengeling van Matisse, Kamagurka en, nu we toch in het Ensor jaar zijn, een vleugje Ensor. Door met grote namen te goochelen doe ik echter afbreuk aan de eigenheid van elk van de kunstenaars. Daarom zet ik ze hier graag op een rijtje.
Geert Koekoeckx °1983
Als natuurliefhebber bestudeer ik met grote belangstelling zijn fauna en flora op het doek. Of hij de natuur in zijn hart draagt, daar heb ik geen weet van, ik heb wel een vermoeden. De kunstenaar wilde archeologie studeren, heeft een passie voor alles wat verweerd is, dat verklaart volgens Geert Koekoeckx zijn basislaag die pasteus en oneffen is. Giraffen met een takken-gewei, lachende walvissen, vreemde wezens buitelen in hallucinante landschappen over een hobbelig canvas. Ik vermoed een cartoonist in de schilder maar ik sla de bal compleet mis. Tekenen doet de kunstenaar niet, zelfs geen voortekening op het doek. Met het penseel in de aanslag voert hij onmiddellijk kleurrijke gevechten met de beestjes op het doek.
@ Geert Koekoeckx
Laurent Dierckx °1976
Zijn werk lijkt één grote chaos, een chaos van kleuren en organische vormen die de kunstenaar weet te temmen op het canvas en tot orde te roepen. De onrust leidt tot introspectie. Schijnbaar onmogelijke kleurencombinaties weet hij om te toveren tot een wervelend kleurenpalet dat ons oog zeker geen geweld aan doet. En tussen al die rebelse kleuren, ontdek ik een man, een vrouw en exotische flora die me doen wegdromen en hopen op een revival van de natuur. Klimaatonrust lijkt plots ver af.
@ Laurent Dierckx
Wim Baes °1977
Misschien doe ik onrecht aan zijn totale oeuvre als ik schrijf dat zijn pink schilderijen me het meeste bijblijven. Na de Barbie revival is deze kleur hot en heb ik een excuus. Eenvoudige lijntekeningen sieren een met appelblauwzeegroene tinten doorspekte roze canvas. Heerlijk! La vie en rose! Het rijk der planten, eenvoudige bloempotten en vazen zijn voor deze kunstenaar een bron van inspiratie en tevens een eerbetoon aan grootvader en vader. Beide waren kunstzinnige bloemisten. Ze schilderden graag, het kunstvirus zit in de genen. Ik hou van de eenvoudige dikke donkere geabstraheerde bloemen en objecten die stil staan wezen op een blauwe, roze achtergrond met gekleurde vlekken (of zijn het vlakken?). De donkere dikke contouren komen telkens terug en doorklieven het canvas met een sprekende soberheid en stabiliteit. De cactussen zijn zachtaardig, prikken niet maar prikkelen en nodigen uit om deze kunst lief te hebben.
@ Wim Baes
Matthieu Claus °1977
Wat Matthieu gemeen heeft met de andere kunstenaars is het gebruik van uitbundige kleuren. Blauwen en groenen verraden dat de kunstenaar een landschap verbeeldt. Rasters en strakke lijnen doen me denken aan een stedelijk industrieel landschap. Matthieu Claus ploetert op het canvas, is niet tevreden met één enkele laag. Zijn werk vraagt om introspectie. De kunstenaar is niet alleen een schilder maar ook een bouwvakker die construeert, laag na laag, soms aarzelend en vaak trefzeker tot een doorwrocht resultaat uit de verf naar voor treedt en het canvas klaar is voor bewonderende en vragende blikken van de toeschouwer. Plots zie ik een wolk, is het wel een wolk? Mijn verbeelding slaat op hol. En dit is terug wat Matthieu Claus met de andere kunstenaars gemeen heeft, hij doet beroep op de creativiteit van de toeschouwer.
@ Matthieu Claus
Graag vermeld ik dit nog: de galerie biedt de bezoeker een brochure aan waarin kunstrecensent Yves Joris elke kunstenaar belicht. blog van Yves Joris https://kunstflaneur.be/
Haar atelier is niet groter dan 6 m2: een tafel in L-vorm met dozen ‘Rembrandt Soft Pastel’ krijt voor de heldere, felle kleuren, Faber-Castell potloden voor de zachtere nuances en een aantal gommen, “that’s it”. En papier, natuurlijk, of behang, want dat maakt van Leen Vereecken meer dan gewoon een goede tekenares.
Bij ons thuis hing er een Rembrandt aan de muur: een kleine ets, onmiskenbaar, want zijn handtekening stond er onder. (‘Stoefer’ zegt mijn vrouw als ik mijn openingszin voorlees – ik betrek ze bij alles – en ze heeft gelijk, maar intussen heb ik toch maar uw aandacht. Vasthouden nu). Vasthouden is ook wat ik zei tegen de donkere Christus die, zonder armen en zonder kruis, naast de kleine Rembrandt hing. Beide kwamen van mijn oom, een amateurantiquair die naast ons woonde. Christus had ik nog zien liggen in zijn atelier, een eiken beeldje van zo’n 70 cm, maar toen nog met één arm, de rechter, opgestoken aan dat denkbeeldig kruis. Het prachtig gebeeldhouwd hoofd met die doornenkroon keek omlaag, duidelijk lijdend, maar in het besef dat het nog een tijd zou duren voor het de geest zou geven, want het was van een atletisch gekruisigde, met fiere borst, last van een lordose en de billen van Tom Boonen. “Barok, 17e eeuw”, zei nonkel fier, niet blij met mijn goedbedoelde, kinderlijke reactie: “‘t Is precies een agent die ’t verkeer wil tegenhouden, nonkel. Wat is er met zijn linkerarm gebeurd?” Dat wist nonkel niet, maar toen ik een paar dagen later terug kwam kijken – ik zag hem graag bezig, lieve man – was Christus zijn linkerarm ook kwijt, afgebroken, onkundig geamputeerd en zag ik nonkel met een els gaatjes kloppen in de schouderholte. “Memelen” (houtworm) mompelde hij, waarna hij de barokke Christus, nu zonder armen en zonder kruis, in het donkerbruin beitste en voor een vriendenprijsje mijn vader aansmeerde, die hem, streng katholiek, aan de haak sloeg, naast de Rembrandt, zo ging dat in die dagen. Vasthouden, zei ik dus tegen Christus. Hij en Rembrandt moesten in hun buurt ook Rémy de Pillecyn tolereren, een kennis van mijn vader, een arme kunstenaar die, zoals Rik Wouters destijds, zijn vrouw en kinderen portretteerde met het weinige materiaal dat hij zich kon veroorloven. Het portret bij ons thuis was getekend in Soft Pastel. “Dat vind ik nu mooi” zei mijn vader over zijn de Pillecyn, zichtbaar aangedaan; over de twee andere werken zweeg hij vroom, maar hij was dan ook geen kenner, hij had het meer voor de kleine man.
Vóór we – Bip, de fotografe en ik – bij Leen Vereecken op bezoek gingen had ik haar website bekeken en ik moet toegeven dat ik twijfelde. “Not really my cup of tea” dacht ik, maar er zaten toch een paar sterke werken tussen, dus toch maar doen. Na het bezoek was ik blij: de twijfel had plaats geruimd voor respect. Leen is een gepassioneerde, gevoelige en bescheiden kunstenares. Ze evolueert nog in haar werk, het wordt vrijer, persoonlijker, assertiever. Ze tekent al haar leven lang, van toen ze zeven was, ganser dagen aan het kleuren; dan naar de academie en verschillende opleidingen van tekenen en schilderkunst; slechts korte tijd gestopt toen ze moeder werd om dan, een jaar of tien geleden, te herbeginnen: tekenen, op elk vrij moment, thuis, op vakantie … puur, uit liefde, uit passie.
“Ik teken voor mezelf”, zegt Leen. “Op die manier kan ik de dingen van me afzetten. Ik heb behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven, dat is privé, maar ik ben heel gevoelig voor stemmingswisselingen.” Ze ervaart momenten van grote eenzaamheid, zegt ze, soms diepe droefheid, ontgoocheling ook, afgewisseld met opwellingen van intense blijdschap. Tekenen is haar uitlaatklep, het geduld dat ze er moet voor opbrengen werkt kalmerend, het resultaat is emotie, beheerst, zacht en kwetsbaar. Ze toont een werk dat ze maakte tijdens de coronacrisis, een huilende vrouw gezeten in het hoekje van de douche. “Mensen spraken er mij op aan”, zegt ze, “vrouwen die misbruikt waren geweest, hoewel dat nooit de bedoeling was van mijn tekening. Maar emoties zijn nu eenmaal heel persoonlijk”.
Ze werkt ook veel in opdracht, wellicht door haar groot inlevingsvermogen. “Ik was eens op het strand bezig met het tekenen van een hond, toen er een mevrouw kwam vragen of ik er ook één wilde maken van die van haar. Dat doe ik dan, maar eerst nadat ik begrijp wie en hoe die persoon is. Bij een opdracht gaat het om de verwachting van een ander. De uitdaging dan is die verwachting juist in te schatten zonder dat ik mezelf verloochen. Ik kan vele stijlen aan, maar het moet wel een tekening blijven, met een eigen karakter en met iets van mezelf. Als ze het realistisch willen, dat ze dan een foto maken”.
Hyperrealistisch pastelwerk zoals van Francesco Ipsan of Clare Zhao moeten we van Leen Vereecken dus niet verwachten, hoewel ik er zeker van ben dat ze het zou kunnen. “Heb je een speciale affectie voor honden, katten of paarden?” wil ik weten, omdat veel van haar werk daarover gaat, “Neen” antwoordt ze, “dat zijn allemaal opdrachten”… Of toch bijna, er zitten twee honden bij die mijn sympathie wegdragen, door de manier waarop ze me aanstaren. De hond met de hoed op en een sigaret in de muil ziet er even vrolijk uit als Herman Brusselmans en de andere in clair-obscur spreekt Westvlaams: “Wuk?!” Dan valt mijn oog op een tekening van drie struisvogelkoppen. Ze doen me denken aan een confrontatie met die beesten in een natuurparkje twee jaar geleden. Daar stond een hok met een groot gat op een meter of 2 hoog. “Wat zou daar in zitten” hoor ik mezelf nog denken en een seconde later kwamen daar plots zo’n 3 domme koppen naar buiten piepen, net zoals op de tekening. Het zijn tekeningen die Leen uit zichzelf maakte, voor het plezier en dat is eraan te zien.
Totaal anders is het werk in zwartwit van vier mannen in gesprek. Ze tekende het snel, op basis van een kleurenfoto, op vraag van collega’s van een pas overleden man. Het lijkt wel een frame, geplukt uit een verhaal van Rinus Van de Velde. De verscheidenheid van haar werk is grenzeloos. ‘Meisje aan het raam’ en ‘Lonely bubble’ zijn heel subtiel, suggestief, breekbaar…vrouwelijk zou ik willen zeggen, als dat in tijden van woke-moraal en gendergelijkheid nog is toegelaten.
Hoe persoonlijker en hoe creatiever, hoe beter ze is. Haar beste werk tekent ze op een baan behangpapier. Dat doet ze meesterlijk. De twee portretten van Kasper, haar zoon en van Lea, haar lerares en mentor intrigeren door hun eenvoud, hun expressie, dat vleugje mystiek. De keuze van de achtergrond is telkens een schot in de roos. Het beeld krijgt iets bevreemdends moois. Leen Vereecken kan niet alleen goed tekenen, ze is empathisch, ze toont hoe ze zichzelf voelt en dat kan ze heel sereen overbrengen.
En hoe is het nu met de Rembrandt en de Christus afgelopen? De Rembrandt was voor mijn broer, als herinnering aan zijn peter, oom amateurantiquair. Rembrandtetsen zijn er overigens in overvloed. De grootmeester zelf maakte er 290 en van elk maakte hij slechts één afdruk, vooral als studiemateriaal. Maar omdat hij zo beroemd was, al in zijn tijd en meer nog in de eeuwen erna, hebben anderen zijn koperplaten zo veel hergebruikt en gekopieerd, dat je vandaag al Rembrandtetsen vindt voor een paar honderd tot een paar duizend euro. Vroeger moest je daar antiquair voor zijn, nu heb je het internet. Naar de donkere Christus heb ik het raden. Die zijn we kwijt en dat is geen verlies. Wie wil er vandaag de dag nog een verminkt, mismeesterd beeldje van een barokke Christus? Omdat het ‘antiek’ is en dus hopelijk waardevol? Een zielige gedachte. Geef mij dan maar de liefhebbers van Soft Pastel, van Rémy de Pillecyn, zoals mijn vader destijds, en van Leen Vereecken vandaag. Zij kopen kunst niet als belegging, niet als handelswaar of om er mee te pronken, maar omdat het werk hen raakt en uit bewondering, want diep van binnen benijden ze de kunstenaar. Die weet: de echte kunst is ze te maken, niet te bezitten.
In deze tentoonstelling onderzoekt de Mechelse multimediale kunstenaar Jo Op de Beeck (°1955) zijn positie zowel als mens alsook als kunstenaar.
Op de Beeck, van opleiding graficus en fotograaf, werkt in deze expo deze vraagstelling uit via drie sleutelwerken/momenten.
Deze werken fungeren als rode draad doorheen de expo.
De andere werken flankeren de positie als hedendaags kunstenaar, met een 40-jarige achtergrond als beeldend kunstdocent.
De corona periode heeft voor Op de Beeck een contemplatieve bezinningsperiode gebracht waarvan deze 30 werken getuigen zijn.
In dit werk omhelst en gebruikt hij schilderkunst, fotografie en installaties als beeldend middel en boodschap drager.
Jo Op de Beeck focust in deze tentoonstelling op het creatieve wordings-en zijn-proces, met humor en respect voor de Kunst.
INFO
IKA Instituut voor Kunst en Ambacht Veemarkt 39 2800 Mechelen Tel: 015/20 14 44 Expo is open in het weekend, zat & zon, van 14 tot 18 u, in de week op afspraak.
Za: 13/01- 20/01 en 27/01 Zo: 14/01- 21/01 en 28/01
een expo met schilderijen van kunstenaar Walter Dermul
Na een drukke stresserende treinrit en een overvolle verstikkende tram is het een verademing binnen te stappen in de wereld van Walter Dermul ‘Introspection-Retrospection’, Galerij Martin Van Blerk te Antwerpen. De kunstenaar Walter Dermul is toevallig geanimeerd aan het praten (over kunst?) met kunstrecensent Kunstflaneur.be. Wat een fijne verrassing Yves Joris de man achter de boeiende kunstenaarsinterviews hier te ontmoeten.
links op de foto Yves Joris, rechts Walter Dermul
De ophanging is heerlijk overladen, doet denken aan de Parijse Salons van de 19de eeuw, geen plekje is onbenut gelaten. De enige discrepantie is deze: de ophanging blijkt niet chaotisch noch beklemmend druk maar is stijlvol en rustgevend. Daar zitten ook de schilderijen van de kunstenaar voor iets tussen: zijn taferelen baden in onverzadigde ingetogen kleuren en de personages zorgen voor vervreemding. Ze doorkruisen het canvas in een decorum van vroegere tijden, de jaren 60? Walter Dermul brengt deze wandelende, springende, zwemmende personen tot stilstand, bevriest de beweging waardoor een zekere melancholie de kijker overvalt. Bij de aanblik, droom ik eventjes weg in het verleden, Ik word er zowaar lyrisch van. Of zit de tijd van het jaar er voor iets tussen?
De meeste van de canvassen zijn bevolkt. Slechts enkele lijken verlaten. En net die kunnen me mateloos bekoren: een blauwige (ziekte)kamer, een leeg (school?)lokaal… Ze zijn puur en geschilderd in een teder blauw kleurpalet. De suggestie van een verhaal ontbreekt, een betekenisvolle leegte overheerst. Alle macht aan de verbeelding.
Walter Dermul vertrouwt me eerlijk toe: ‘ik ben geen goede tekenaar’. Dat verwondert me, de anatomie zit goed. Het gebruik van foto’s verklaart veel. De kunstenaar knipt en plakt tot hij een geschikte collage bekomt, klaar om aan de slag te gaan. Mag ik Walter Dermul een suggestie doen? Verwissel voor één maal penseel met potlood en wie weet verrast dat potlood je en ontdek je nieuwe horizonten en maak je een verrassende creatieve reis door het kunstlandschap. Ik geloof dat in de kunstenaar/schilder een tekenaar zich schuilhoudt.
Als toemaatje hangen naast de schilderijen gedichten van zijn partner Marjan De Boeck
Ik herkauw mijn gedachten, ze zitten in een loop.
Ik letterschrijf mijn woorden, zoek zuurstof in de poel.
Het doolhof blijft gesloten, ’t is lopen zonder doel.
‘Nooit minder mens’ copyright Marjan De Boeck 2022, uitgeverij Boekscout
Het oeuvre van Walter Dermul zullen kunstliefhebbers meestal smaken. Hij werpt geen heilige huisjes omver, is geen wereldverbeteraar maar schept wel een nostalgische poëtische wereld waar het fijn vertoeven is. Deze expo is nog toegankelijk tot 7 januari. Een mooie afsluiter of begin van een nieuw jaar voor de kunstenaar, galeriehouder en hopelijk het grote publiek.
Tekst en foto Kathleen Ramboer
INFO
21 december 2023 tot 7 januari 2024 Vrijdag, zaterdag, zondag van 14u tot 18u
Galerij Martin Van Blerk Mechelse steenweg 28 2018 Antwerpen