LUC DE ROECK over schilderen en overschilderen

Tekst en fotografie Rik Guns

Luc De Roeck (1956) is een kunstenaar ‘pur sang’, die technisch talent heeft kunnen koppelen aan een verbluffende theoretische en praktische kennis van de schilderkunst. Maar in de eerste plaats is hij iemand met een onverzadigbare drang naar creëren. Zijn hele oeuvre – honderden doeken, duizenden studies – is een zoektocht, een spel van verrassen en verrast worden, van verschijnen en verdwijnen. Zijn doeken lezen als gelaagde verhalen, intrigerend en fascinerend. Maak kennis met een man die kunst ademt en geniet mee van enkele werken die zelden of nooit getoond zijn (gebruik een groot scherm).

MINIMAL CAR (2004-1989-1986-1985)

Ik kijk naar een schilderij in zijn woonkamer. Het dateert van 2004 maar heeft een rijke voorgeschiedenis. Het diepe maar subtiele coloriet doet denken aan colour field painting maar het beeld is onrustiger dan het contemplatieve bij Mark Rothko of Barnett Newman. Kleurenveld (colour field) past hier overigens letterlijk. Het beeld is geschilderd vanuit het perspectief van een vogel die hoog boven de Mojavewoestijn, in de Valley of Fire vliegt. Het vlak wordt doorbroken door een recht afgeplakte zwarte lijn van de autoweg die eindeloos eentonig door het landschap snijdt. Er rijdt een minuscuul zilverkleurig autootje op, met een stofwolk achter, het is de kunstenaar op zijn tocht, zich bewust van zijn nietigheid in dat onmetelijk panorama. De titel van het werk (Minimal Car) is ook een subtiele verwijzing naar minimal art. Het is heel gevoelig geschilderd, door een kunstenaar die zich terug in dat surreële landschap droomt en opgaat in de glooiende ongereptheid ervan. Zijn auto heeft hij pal op de gulden snede gecapteerd, kunstenaarsplezier, maar ook een teken van respect voor de indiaanse cultuur, waarin evenwicht van mens en natuur fundamenteel is. “Wij zijn het land, de aarde is de geest van de mensen, zoals wij de geest van de aarde zijn” schreef Paula Gunn Allen (Amerikaans dichteres, schrijfster, activiste…). Voor indianen is de aarde geen middel om te overleven, geen setting voor zaken, maar een onderdeel van ons zijn. De aarde, dat zijn wij. Luc is al heel zijn leven aangetrokken tot de indiaanse cultuur, hij vindt er essentie in terug.

Gefascineerd kijk ik naar het schilderij. Dan toont Luc me een grijze voorstudie uit 1985. “Picasso”, zeg ik spontaan. Hij lacht: “Dan is dit is mijn Guernica”. Ik herken een vogel linksboven, de indiaan op het paard in het midden, een hand en twee rode stippen in een groot centraal masker; rechts: een hoofd, gefragmenteerd in profiel en frontaal en verder overal indiaanse symboliek. Het geheel is geometrisch perfect in evenwicht. De punten boven-onder-links-rechts (NZOW) kregen extra aandacht. Ze creëren een ruimte, waarin je op ontdekking gaat en je jezelf verliest.

De voorstudie was de basis van een eerste schilderij (nu onderschildering) uit 1986: één en al kleur. De vogel linksboven is opgegaan in het landschap, de gemaskerde ruiter is verenigd tot een vogel (een raaf?), het paard is ook versmolten in het beeld maar kijkt ons nu frontaal aan, terwijl de gevederde indiaan rechts nu in driekwartzicht getoond wordt; de centrale indiaan met de bebloede hand komt uitdrukkelijker in beeld…. Vanop afstand blijf je de diagonale, horizontale en verticale verdeling herkennen, het evenwicht in de chaos.

Vier jaar later: het schilderij bestaat nog, maar het is verdwenen, overschilderd. “Het was niet af”, zegt de kunstenaar. “Ik vond de voorstelling te exotisch, te paradijselijk, terwijl de werkelijkheid toch wat anders was.” Hij heeft het o.a. over de conquista van Zuid-Amerika. In de overschildering laat hij in uitgespaarde contouren een schip voorbijvaren op de golven vanhet landschap dat met een roodbruine beits-glacislaag verzinkt in de aarde. Het nieuwe beeld verwijst zowel naar de kolonisatie als naar de zeevaartkennis van de indianen zelf.  “Schepen hebben een opdracht” luidt de titel van zijn tentoonstelling in 1989.

En nog is het werk niet af. Na reizen in o.a. Navajoland (VS) en Ecuador, overschildert Luc het verhaal een laatste keer, zoals hij zich toen voelde: nietig in dat onmetelijk landschap, onder de indruk van de indiaanse culturen, de kleuren, de geometrische patronen, de traditie en het respect voor de aarde.  Om de eindeloosheid nog meer in de verf te zetten heeft hij het werk platter afgesneden. Het resultaat is prachtig, gelaagd, rijk, kwetsbaar en mysterieus, zoals de geologische lagen van de grond waar het doek naar verwijst.

Hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer het me meevoert. Ik ga nu dichter staan en zoom in op details, eerst linksonder. Ik zie het plamuursel, een tactiele referentie aan de aarde (een knipoog naar Antoni Tàpies, vermoed ik, een schilder die hij ook bewondert). Ik geniet van het ritme, de complexe gelaagdheid, dat prachtig warm coloriet. Herken ik nu een zeilschip op de golven links? Of laat ik me meedrijven in een droom?

Dan verschuif ik mijn focus naar een fragment rechtsboven, naar het autootje dat door het stoffige landschap scheurt. Ik herken de bebloede hand in het midden en ik voel de confrontatie van de eenzame reiziger met dat onmetelijk landschap dat de geschiedenis van een volk in zich draagt. Beide fragmenten zijn kunstwerken op zich.

OVER SCHILDEREN

Luc De Roeck tekent en schildert al langer dan een halve eeuw. Vroeger combineerde hij drie carrières: een academische als docent; een commerciële, als illustrator in opdracht; en een carrière als kunstenaar. Op zijn 67ste wijdt hij zich enkel nog aan de kunst, zonder kan hij niet. Hij wordt oprecht gewaardeerd door collega’s en ex-studenten, maar daarbuiten is hij relatief onbekend. Hij zoekt de publiciteit niet op. Je vindt op het internet welgeteld één tentoonstelling over hem en hij blijft weg van de sociale media. “Er zijn te veel beelden”, zegt hij. Ik ben het met hem eens, er is te veel vluchtige beeldconsumptie, zeg maar visuele pollutie.

Ik ben benieuwd of hij zich tot een kunststroming rekent. Zijn antwoord is even kort als veelzeggend: “Kunst is een vrijstaat”. De kunstenaar laat zich graag beïnvloeden, hij bestudeert, analyseert, maar hij laat zich niet in een keurslijf dwingen. Hij is soeverein. Er staan meer dan 800 kunstboeken in zijn atelier, alfabetisch gerangschikt. Hij neemt er een uit, het volledige oeuvre van Mondriaan, hij doorbladert het samen met mij en becommentarieert: “Kijk naar al die werken: realisme… impressionisme… fauvisme… kubisme… pure abstractie… en uiteindelijk ‘De Stijl’ waarvan Mondriaan bekend is, maar kijk dan, een paar jaar later: het veel speelsere ‘Victory Boogiewoogie’, zonder die zwarte lijnen, zonder die grote vlakken en in een ruit, geen vierkant of rechthoek meer. Mondriaan bleef zoeken, evolueren, veranderen, enkel zijn dood kon hem stoppen. Tot welke stroming behoort hij dan?” Het is een retorische vraag. Luc heeft gelijk. Wat is de relevantie gecatalogeerd te worden tot een kunststroming?

Toch kan je niet om de tijdsgeest heen, we zijn allemaal kinderen van onze tijd, antwoord ik. Hij studeerde af eind de jaren ’70, in een periode van werkloosheid, onzekerheid, defaitisme. “De grote verhalen zijn dood” schreef de Franse filosoof Jean-François Lyotard over het postmodernisme: de maatschappij was niet maakbaar, universele waarden waren zinloos, het individu is allesbepalend. Ik vraag hem of die periode zijn kunst heeft beïnvloed. Hij weet het niet. We zijn het er beiden eens over dat Lyotards wereldbeeld bewaarheid is geworden als we naar het doorgeslagen individualisme van vandaag kijken. Misschien daarom dat ik geen fan ben van popart, antwoord ik, ik vind het vlugge consumeerkunst, zogezegd uit protest, maar in wezen is het conformistisch eigenbelang, gemaakt om te behagen. Luc is het niet met me eens. Hij toont hij me een boek van Jasper Johns. Ik moet mijn mening bijstellen: werken als ‘Alphabets’ (1957), ‘False Start’ (1959), ‘Racing Thoughts’ (1983) …zijn ongemeen knap in al hun eenvoud en eerlijkheid.

 “Als je een beeld wil maken, moet je in iets geloven” zegt hij, “zo niet trap je in het ijle”. Schilderen is voor hem een engagement, een zoektocht, een proces van ontdekken, van analyseren, van beleving en van communicatie. Hij is zich bewust van zijn technisch talent, waardoor hij zich ongehinderd kan uiten op doek, maar daarnaast gaat hij ook op zoek hoe hij verworven vaardigheden een hak kan zetten, kan loslaten, hoe hij de beheersing uit handen geeft om verrast te worden. Hij is een kunstenaar die graag de grenzen opzoekt, plezier vindt in de uitdaging. Het is alsof hij de creatieve onrust nodig heeft om tot rust te komen.

Vijftig jaar schetsen en schilderen, duizenden vellen papier en honderden doeken: zijn oeuvre is omvangrijk en divers. “Het wordt tijd dat ik mijn werk begin te inventariseren” zegt Luc, “nu ik me nog alles herinner. Ik zou het jammer vinden dat al die verhalen, al die processen, de kern van al dat werk vervagen of verloren gaan. Terwijl hij dit zegt bladert hij door een van zijn ontelbare schetsboeken. We houden halt bij een reeks portretten uit 1984, van bekende kunstenaars, geschetst in Oost-Indische inkt: Eugène Delacroix, Franz Mark, Paul Gaugain, Pablo Picasso, Juan Miró, Nicolas de Staël, Mark Rothko, stuk voor stuk prachtige beelden, met stijlelementen die kenmerkend waren voor elk van de betrokken kunstenaars. “Intussen heb ik vele andere, recentere kunstenaars leren kennen en appreciëren, ook tijdgenoten en mensen dichter bij huis”, zegt hij. Het typeert de kunstenaar die nooit ophoudt met zoeken en ontdekken.

Van Rothko maakte hij ook een geschilderd portret, buitengewoon mooi: die vastberaden blik, zacht verdwijnend in het canvas, contemplatief, maar geschilderd in verticale borstelstreken. Ik zet er een foto van Luc naast. Het is alsof Rothko, de man die twintig jaar lang enkel zachtjes rafelende horizontale kleurenvelden schilderde, hem aankijkt: “Did you do this”?  Typisch Luc De Roeck, denk ik: hij bewondert maar hij is geen slaaf. Hij aapt niet na.

FEEDBACK

Feedback” is een ‘work in progress’ van 16 schilderijen, elk 1,8 meter hoog met een reusachtige gitaar, niet meer dan dat. Een aantal doeken zijn klaar.  Als ze alle 16 af zijn zou de kunstenaar ze graag tentoonstellen als een galerij waartussen de bezoeker kan wandelen, als in een stroom van visueel geluid, oorverdovend stil. De beelden verwijzen naar gitaren van Neil Young, voor wie Luc een grote bewondering koestert.

De schilder voelt zich verwant met de muzikant die graag buiten de lijntjes kleurt en die nieuwe muzikale oorden blijft opzoeken. Young werd wereldberoemd met zijn rock en folk-ballades maar hij smeet zich met even veel overtuiging op country (“Old Ways”), blues (“This note’s for you”) en rockabilly (“Everybody’s rocking”); ooit omschreef hij zichzelf als “a maker of noise”; hij componeerde en speelde filmmuziek (“Dead Man”); hij omarmde techno (in “Trans”, waarin hij zich o.a. liet beïnvloeden door Kraftwerk) …  Minstens even baanbrekend is zijnactivisme: voor Farm Aid; tegen de Keystone XL pijpleidingen door indiaans gebied; tegen Spotify toen die weigerden een podcastcontract op te zeggen met een notoir covid-ontkenner (onlangs kwam dat contract ten einde en Young zit terug op Spotify); tegen Ticketmaster, dat grof geld verdient aan het opdrijven van ticketprijzen… Het hoeft niet te verwonderen dat een kunstenaar als Luc De Roeck inspiratie vindt bij een kunstenaar als Neil Young.

Eind 2009 zag Luc de legendarische film The Neil Young Trunk Show, een concert waarin demuzikant na het eerste deel met akoestische ballades en zachte songs onverwacht overschakelde naar een radicaal elektronische jamsessie, waarin hij, als in trance, met rauwe, oorverdovende grooves, in zijn ziel liet kijken, alsof hij een statement wilde maken: “Jullie dachten me te kennen? Fuck all! Hier ben ik!” Action painting op gitaar. Zo ging de muzikant op een bepaald moment op het podium in dialoog met de feedback van Old Black, zijn iconische 1953 elektrische Gibson Les Paul. Dat was een bron van inspiratie voor Luc voor een project waaraan hij nu al langer dan tien jaar werkt. Het concept erachter zou je animistisch kunnen noemen, het herkennen van een ziel in een voorwerp: de gitaar op het podium van Neil Young (die het instrument een naam geeft, een identiteit, waarmee hij communiceert) en de gitaar op canvas van Luc De Roeck.  Om de pret van de première niet te vergallen, toon ik in deze preview maar één van de zestien schilderijen volledig. Voor de rest beperk ik me tot een paar fragmenten.

Het is onbegonnen werk om de inhoud van elk doek te analyseren, daarvoor zou je in het hoofd van de kunstenaar moeten kunnen kruipen op het moment dat hij het schildert. Sommige schilderijen ogen turbulent en rauw, maar niet onbesuisd, de schilder kladt er niet gewoon op los. Alles is weldoordacht via studies en schetsen. Maar eens de schilder zich op het canvas gooit, laat hij zich leiden door gevoel, ritme en verrassing. (Ik herinner me een opmerking die hij maakte tijdens de lunch: “Jackson Pollock danste rond zijn canvas, hij liet zich verrassen door het resultaat van zijn bewegingen, maar hij wist wat hij deed, heel bewust”).

Ook in ‘Feedback’ valt de gelaagdheid op, de oude glaceertechniek. Lyrisch abstracte penseelstreken overschildert hij met strak geometrische vlakken. De onderwerpen daarvoor zijn gebaseerd op snapshots: een raam uit een kamer in Parijs, de binnenplaats van de Academie, een station in Praag, een kat op een ladder… banale beelden, die hij in schetsen synthetiseert tot een minimalistisch spel van lijnen en vlakken, van licht en donker, vooraleer ze kleur te geven op het canvas. Ik vraag hem: “Vanwaar die weerkerende geometrie in je werk?” Hij is gepassioneerd door de schoonheid van wiskunde, zegt hij, de gulden snede, Fibonacci, het evenwicht, de essentie.

Op, of beter ‘in’ de gitaren zie ik ook handen geschilderd, in heel expressieve vormen, soms als bovenste laag, soms onder een vlak. Hij heeft er een dik schetsboek aan besteed, tientallen bladzijden, alleen maar handen in alle mogelijke houdingen, eerst natuurgetrouw getekend en daarna gestileerd als bloem, blad, boom, dier… Bruikbare resultaten heeft hij boven zijn werktafel gehangen.

Ten slotte schildert hij alles wat zich rond de vorm van de gitaren bevindt weg, in een tint van wit, grijs of donker. Op sommige doeken brengt dat rust, op andere schemeren beelden door, een decor van ervaringen, met elkaar verweven maar vervaagd. Enkel de gitaren zijn niet gedempt, niet overschilderd, zij geven hun “feedback”, ongefilterd.  Zoals ‘Old Black’ met Neil Young communiceerde via de versterker, communiceert elk doek nu met de schilder via de gitaar. In beide gevallen is de toeschouwer een getuige die zich kan laten meevoeren door de ziel van het werk.

En zelfs daar stopt het creatief proces niet. De vorm van de gitaar heeft nog een betekenis. In een schetsboek zie ik dat Luc tekeningen gemaakt heeft van dogū (oervormen van moederfiguren, zoals de Jōmon Venus (3000-2000 v.C.). De contouren van de schetsen lijken op de rondingen van een gitaar. De suggestie is gemaakt: Luc laat de steel van elke gitaar eindigen in een vrouwenhoofd.

‘Feedback’ is een bizar en intrigerend schouwspel. Ik ben nu al benieuwd om ooit door die galerij van gitaren te wandelen. Wanneer? Dat weet de kunstenaar nog niet. Hij laat zich door niets of niemand opjagen. Kunst is een vrijstaat.

Rik Guns

27.03.2024

STIEN MIGNAUW en ORDE IN DE CHAOS

Tekst en fotografie Kathleen Ramboer

Het atelier bezoeken van Stien Mignauw is één groot avontuur. Al staat de deur op een kier, in een fractie van een seconde vang je een glimp op van haar immens oeuvre. Haar huis, van onder tot boven, bergt schatten die je niet voor mogelijk houdt. Ze vragen om ontdekt te worden. Dat doe ik dan ook 2 uur lang en val van de ene verbazing in de andere. Ondertussen volgt de kater ons aandachtig. Hij is een stille goedkeurende getuige van de kunstminnende verhalen op de achtergrond.
Haar huis blijkt een betoverend pakhuis in een veilige haven met een zee van kunst. ‘Een zee van kunst’ is hier zeker op zijn plaats want de kunstenaar houdt van de opaalkust en die zit veilig verborgen in haar werk. Niet alleen de zee ook bergen, planten, mensen vinden een schuilplaats in haar schilderijen.

SCHILDEREN GEEFT BETEKENIS AAN HAAR LEVEN.

Stien Mignauw: ‘Eenmaal ik er niet meer ben, dan zijn mijn schilderijen waardevolle getuigen van wie ik was, stille getuigen van mijn zijn.’ Ieder werk, dat niet bij een nieuwe eigenaar thuishoort, bewaart de kunstenaar want zegt Stien Mignauw: ‘Ze spreken geschiedenis.’ Schilderen blaast ook alle eenzaamheid naar buiten.
Bij een eerste oogopslag laat niets je vermoeden dat hier een gevoelige, intieme wereld nestelt  onder de vele picturale niet figuratieve lagen. Kruip in het schilderij, worstel je doorheen rasters, lijnen, kleurvlakken… en je bent klaar om thema, inhoud en de betekenis van het canvas te ontdekken. Onder iedere laag schuilt een bijna onzichtbaar verhaal. Haar dochter met een meloen, ma met de kat, bergen, planten… ze verbergen zich onder de rebellie van de voorgrond als een verleden dat verdwijnt in de mist.
De toeschouwer kan het oeuvre van Stien Mignauw op 2 manieren benaderen.
Je kan haar werk in één oogopslag ‘mooi’ vinden of je gaat op zoek naar de weg die is afgelegd, naar het onzichtbare, het onuitsprekelijke. Interpretatie en verbeelding gaan hand in hand. Ze houdt van feedback daarom omarmt Stien Mignauw elke creatieve commentaar als een geschenk. Opteren voor een aandachtgerichte kijkwijze is een must.


HOE HET ALLEMAAL BEGON

Stien Mignauw beheerst een persoonlijk, onnavolgbaar schilderproces. Het verhaal begon met op papier geborstelde stillevens, later kwam het landschap en ook de mens kreeg een plaats op het doek. Nu levert het figuratieve een gevecht met kleurvlakken, met stevige lijnen die het doek doorklieven, kordate drippings zoeken hun weg. Vanwaar komt die stijlbreuk? Is het een uiting van onvrede, een wolk van protest of een rebelse reactie, een ageren op de mening van een toeschouwer? Stien Mignauw bracht me het antwoord.
Ik kreeg kritiek op enkele slierten verf die over mijn doek slingerden. Een kijker opperde: ‘dit lijkt me zonder meer een goedkoop trucje. Teleurgesteld en uit protest drip en drupte ik verder, van links naar rechts, van boven naar onder, het canvas draaiend in het rond, uren lang tot de compositie goed zat. De techniek heb ik verfijnd. Stilaan verdwijnen ook de achtergrondverhalen.

@ Stien Mignauw

SCHILDEREN IS EEN UITBUNDIG PLOETEREN

@ Stien Mignauw

De atelierliving (of is het livingatelier?) is vrij klein maar Stien Mignauw denkt graag groots. Fysisch schilderen is voor haar cruciaal. Ze schuwt het grote gebaar op het witte canvas niet. Aanzienlijke doeken zijn de norm. Is het profileerdrang omwille van haar kleine gestalte? Voelt het aan als action painting dit te lijf gaan van het grote doek? Ze schildert, zonder voorstudies, snel en ongedwongen, vanuit de pols met een vinnig bewegend penseel. Wie weet brengt een nog grotere ruimte, atelier, de speelvogel in haar naar boven en gaat ze een intens gevecht aan met het doek bij het nemen van buitengewone risico’s? Op een voor haar minder geslaagd schilderij zwoegt ze verder tot het resultaat haar bevrijding brengt. Vaak start ze figuratief, een foto van de zee, de bergen… inspireren haar. Later goochelt de kunstenaar het herkenbare weg tot een mysterieus doek verschijnt. Ze kruipt in haar schilderij, ploetert, zoekt en vindt, geeft er nooit de brui aan. Krassen, vegen, schrapen, wegverven, vegen, frotteren… zijn handelingen die het schilderij maken tot wat het is, doorwerkt en doorleefd. Ze verkiest vaak acryl verf boven olieverf omdat die snel droogt en uiterst geschikt is voor haar manier van werken: intuïtief en geconcentreerd. Stien Mignauw erkent en herkent de complexiteit van het abstract schilderen, orde scheppen in de chaos is een doel. De kunstenaar streeft niet naar de perfectie van de oude meesters die met hun techniek tot op het bot gingen. Ze wil niet behagen maar wel vernieuwen, haar grenzen verleggen. De kunstenaar bewijst dat je met abstract werk ook de kijker kan beroeren.
Vaak schildert Stien Mignauw synchroon aan meer dan één werk. Zo ontstaat eenheid in methodiek en kleur.

MUZIKALE, THEATRALE SCHILDERIJEN

Stien Mignauw genoot een theater opleiding, bewegingstheater. Dat verklaart het fysisch schilderen en de grote formaten. Haar kijk op de wereld en op de kunst veranderde door deze opleiding, deelt ze mee. ‘Le seul, le vrai, l’unique voyage, c’est de changer de regard’ Marcel Proust, staat op haar site te lezen. Zonder deze opleiding zou haar werk een andere richting uitgegaan zijn.
Een andere opleiding, een muzikale, zorgt voor melodie in haar schilderijen. Zoals een muzikant muziek componeert en speelt, zo werkt Stien Mignauw. Ze schildert ritmisch en repetitief. De klank van kleur klinkt vaak heftig op haar doeken om dan later weer te gaan liggen. 

# Stien Mignauw

ABSTRACT EXPRESSIONISME

Haar schilderijen verraden haar liefde voor het abstracte expressionisme. Drippings, zoals die Jackson Pollock introduceerde, vinden hun weg op het canvas. Kopieergedrag is het zeker niet. Haar picturale lijnen hebben een andere functie, ze vervagen het figuratieve. Net als bij Mark Rothko en Barnett Newman springt kleur naar voor in haar canvassen. Onbewust is Stien Mignauw beïnvloed door kunststromingen en kunstenaars. Is iedere kunstenaar dat niet? Ja, kijk daar ontdek ik blauw/geel/rode Mondriaan kleurvlakjes op het doek.

ALLES IS INSPIRATIE

Alles kan Stien Mignauw inspireren: het poëtisch beeld van een fiets gezien door het beregend glas van een bushokje, de ontmoeting van ex-president Donald Trump met de Noord-Koreaanse president Kim Jong-un, museumbezoekers bewonderend voor een schilderij van Rik Wouters, het hartverwarmend beeld van het huppelend geëvacueerd Afghaans meisje met gele broek op de Belgische luchthaven … Ze schildert dit op een abstraherende manier waarin het onderwerp niet uitdrukkelijk naar voren treedt.

De passie laait op tot de onrust komt te liggen. Compositie wint het van de chaos. Abstractie dwingt het figuratieve de dieperik in. Wat mogen we nog verwachten van deze kunstenaar met een ziel die een voet heeft in het verleden en huppelt naar de toekomst?

INFO Stien Mignauw

https://www.facebook.com/stien.mignauw
https://www.instagram.com/mindjow/?hl=nl
https://stienmignauw.com/

INFO expo

EXPO SINT – LUCAS ACADEMIE
HEDWIG THYS
INGRID VAN KERKHOVE
JUAN JAUREGUIBERRY zie interview op kunstpoort
https://kunstpoort.com/2023/12/03/de-veelzijdige-multiculturele-en-persoonlijke-kunst-van-juan-jaureguiberry/
MARLIES VAN GELDER zie reportage op kunstpoort
https://kunstpoort.com/2024/02/27/een-ode-aan-de-natuur-in-zwart-wit/
SANDRA TROTTEYN
STIEN MIGNAUW

Vernissage
vrijdag 8 maart 2024
van 19.00 tot 22.00 u
expo
09/10/16/17 maart 2024 van 14.00 tot 18.00 uur
Ijskelderstraat 62 A
9000 Gent

Tekst en fotografie Kathleen Ramboer

Warriors of Beauty

video Bert Vannoten

Warriors of beauty

Katrien Nijs leeft en werkt in Mechelen.
Ze studeerde af als Master in de Beeldende Kunsten aan de Koninklijke Academie van Antwerpen in 2022 en als interieurarchitecte aan de U Hasselt in 1998.

‘Warriors of beauty’ is de overkoepelende titel van 2 reeksenschilderijen, gebaseerd op collages en uitgewerkt in acrylverf op canvas.

De kunstenaar vertelt hier een hoogstpersoonlijk verhaal en neemt je mee in haar fascinatie voor theatrale en extravagante kostuums. Tijdens haar onderzoek op klein formaat goochelt Katrien graag met verschillende referenties uit de kostuumgeschiedenis. Ze mixt knipsels
van tijdschriften, posters en brochures met afbeeldingen van historische kostuums.
Ze scheurt, plakt en spiegelt tot er een nieuw figuur verschijnt dat haar interessant lijkt
om tot leven te wekken onder de vorm van een schilderij.
De enige regel waar ze zich aan houdt is: overdaad schaadt niet.

In een eerste reeks krijgen we 6 levensgrote figuren te zien met identieke egale achtergrond-
kleur en afmetingen. Hun eclectische outfit bevat steeds een onderdeel van de jurken in Empirestijl van Josephine Bonaparte, tegendraads en vernieuwend voor haar tijd.
Door de hoofden te verbergen achter de motorhelmen wil de kunstenaar hun stoere rebelse
karakter letterlijk in de verf zetten.
Deze 6 werken krijgen een eigennaam toe bedeeld die refereert naar sterke fuguren uit de Oudheid  die ieder op hun eigen manier archetypes van vrouwelijke kracht geworden zijn.

Voor de 2e reeks liet Katrien zich inspireren door de specifieke langwerpige exporuimte van ’t Blikveld. Ze ontwierp barokke figuren op candy-kleurige achtergronden die met veel bravoure in een bonte stoet paraderen als op een catwalk. In verschillende werken komen dezelfde herkenbare elementen terug zoals de typische 4-vingerige handschoenen en gestrikte muiltjes van minnie mouse, de antropomorfe muis waar de kunstenaar heel haar jeugd dol op was.

Tijdens het onderzoek naar een nieuw beeld maakt Katrien zich bedenkingen zoals: ’Hoe kan ik oude en hedendaagse modebeelden mij eigen maken zonder te kopiëren? Waarom trekt dit mijn aandacht, wat laat ik weg, wat kan ik toevoegen aan de geschiedenis en waar blijf ik beter vanaf? Wat doet dit nieuwe beeld met mij en past het bij de persoon wie ik ben? IN wie kan ik mezelf de dag nog herkennen’.
Met deze ‘Warriors of beauty’ wil Katrien geen antwoord bieden op deze vragen, integendeel, ze gooit de vraag op het canvas.

INFO

EXPO KATRIEN NIJS
warriors of beauty

GC ’T BLIKVELD
Jacques Morrensplein 2
2820 Bonheiden

ZA 24 FEBRUARI ’24 11.00 UUR TOT ZO 28 APRIL ’24 18.00 UUR


www.katriennijs.be
https://www.facebook.com/katrien.nijs/
https://www.blikveld.be/expo-katrien-nijs


Videography: Bert Vannoten

OPEN CALL voor kunstenaars 2024

Startende kunstenaars gezocht

Ben je een startende kunstenaar met professionele ambities? Stel je dan kandidaat voor de Open Call van Kunst in Huis. Samenwerken met Kunst in Huis bezorgt je zichtbaarheid onder een breed publiek van kunstliefhebbers en een select gezelschap van kunstprofessionals en kan je carrière een boost geven.

In 2024 organiseert Kunst in Huis 2 Open Calls met de deadlines 1 maart en 1 oktober

Kunst in Huis is voortdurend op zoek naar nieuwe kunstenaars om de collectie mee uit te breiden. Daarvoor wordt er actief gescout naar nieuw, opkomend talent door een externe jury van experten. Kunstenaars die zich zelf kandidaat willen stellen voor een samenwerking met Kunst in Huis kunnen deelnemen aan de Open Call. Meer gedetailleerde info over de indien – en selectieprocedure vind je hier.

Kunst in Huis streeft naar een kwalitatief hoogstaand, inhoudelijk sterk en visueel divers aanbod. We engageren ons voor de kunstenaars waar we een samenwerking mee aangaan. Daarom beoordelen we kunstenaars op hun oeuvre: op de ontwikkeling die is doorgemaakt in de afgelopen jaren en het potentieel dat we in iemand zien voor de toekomst. We zetten in op beginnende carrières van zowel jong als niet meer zo jong talent. We zijn vooral opzoek naar talent met een professionele ambitie in de beeldende kunsten. Bekijk hier de informatiebrochure voor kunstenaars.

Denk jij dat je in aanmerking komt voor een samenwerking met Kunst in Huis? Mail dan je digitale dossier (portfolio, cv en een voorstel van werken die voor uitleen in aanmerking komen) op uiterlijk 1 maart 2024 naar artistiek@kunstinhuis.be.

info aan Kunstpoort medegedeeld door Kunst in Huis

Ruth Devriendt: een rusteloze ziel, een energieke spring in het veld, met een onvermoeibare drang om te creëren

Tekst en fotografie Bernadette Van de Velde

Ruth Devriendt (° 1991 Brugge)

Ze studeerde cum laude af aan St Lucas in 2018. Tussen bachelor en master in Gent volgde ze 2 jaar les aan de  Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. St Lucas koos ze voor de artistieke begeleiding, Leipzig meer om het ambacht onder de knie te krijgen.
Ruth straalt warmte en passie uit, passie voor haar vak. Zij zou best zonder dat kacheltje in haar atelier kunnen, zo hoog laait het vuur in haar. Ze leeft voor haar kunst. Geen dag zonder creëren, geen dag zonder haar atelier.
Haar kunst is eigenzinnig, niet voor een breed publiek, zeker niet voor de aanhangers van het realisme. Nochtans kan zij dat, realistisch tekenen en schilderen. Zij bezit de kunde en de techniek daartoe, maar het is niet haar ding. Ze wil in de eerste plaats uiting geven aan haar gevoelens en gedachten, aan haar dromen en verlangens en doet dat op haar eigen compromisloze manier, vrij en gedurfd en op het moment dat ze zich aandienen.

Haar oeuvre is divers. Ze maakt tekeningen, schilderijen en constructies. Ondanks die visuele diversiteit gaat het altijd over de mensheid in relatie tot zijn omgeving. Ze verbeeldt de problematische verhouding van de mens tot zichzelf, de andere en het andere.

Haar werken zijn gelaagd op verschillende vlakken:
In tijd en ruimte: soms wachten ze op een af- of herwerking, soms komt er op het doek iets bij of gaat er weer iets af.
Eren wat was, vermengen met wat is, zorgt ook voor een laag.
De doeken hebben een voor, een achterkant en een binnenwerk. Alle delen zijn belangrijk, net zoals dat in het echte organische leven het geval is

Om haar werken kleur en gestalte te geven zijn alle materialen goed: aarde, gruis, lappen stof, draad, alle soorten verf, zaken die anderen weggooien. Ze is tegen de consumptie- en wegwerpmaatschappij.  Als stadsjutter gebruikt ze wat mensen niet meer waarderen en verwerkt dat tot de gelaagde en geleefde drager van haar werk.

In haar nog jonge carrière nam ze aan talrijke exposities deel. De expo waar ze het meest voldoening en de beste herinnering aan heeft is aan de recente groepstentoonstelling in de Black Swan Gallery in Brugge. Kristof Tillieu, de galerijhouder, wil vooral bezielde kunst brengen en mensen andere dingen laten zien dan wat ze gewoonlijk te zien krijgen. Hij is oprecht geïnteresseerd in de kunstenaar met wie hij samenwerkt, bezoekt meerdere malen diens atelier, geeft raad, een richting, volgt op, zonder dwang. Zijn expo’s hebben steeds een thema. Het thema waar Ruth aan deelnam was ‘Skin in the game’. Echt iets voor Ruth en dat had de galeriehouder goed gezien in haar.

Ik bezocht Ruth in haar atelier en bracht volgende fotografische impressie mee:

gelaagd: verknipt, aan elkaar genaaid, doorkliefd, geverfd

voorkant

binnenkant en achterkant, alles is belangrijk

  

INFO

www.ruthdevriendt.com
https://www.instagram.com/ruthdevriendt/?hl=nl

TOEKOMSTIGE EXPO’S

Groepsexpo CAS, Oostende ‘Ensor en sortie’
van 17 februari tot 10 maart 2024
https://cas-zo.be/

Groepsexpo Verduyn Gallery, Moregem, ‘Infamia’
van 10 maart tot 28 april 2024
https://verduyngallery.com/upcomingexhibitions

Tekst en fotografie Bernadette Van de Velde


LENA DEWAEGENAERE het verlangen

tekst Rik Guns I fotografie Bip Van de Velde – Lena Dewaegenaere

Ken je die van die Amerikaanse toerist op bezoek in Brugge die vroeg hoe laat het museum sloot? Hij bedoelde het stadscentrum. We waren onlangs ook op bezoek, maar dan in Brussel, dat is boeiender dan Brugge. Brussel is geen museum. Het is een installatie, aan het Brouckèreplein toch: 40.000 m2 beton, ijzer en staal van wat ooit gebouwen waren en waarvan alleen de gevels nog recht staan, want voor de façade doen we het in België. Het leek op Oekraïne of Gaza, maar met een positieve inslag: hier wordt ook heropgebouwd. We mochten tussen het strijdgewoel fotograferen en toen een van de bouwvakkers mij aansprak met:  “Cinq euro!” dacht ik aan een performance. Maar het was dus een installatie. Achter de bouwwerf, in de Lakensestraat, botsten we op het Banksy museum, een instelling waarmee Banksy niets te maken wil hebben maar waarin zijn street-art gereproduceerd werd voor een permanente tentoonstelling. Pure fake, dus; een aanrader voor wie eens een boodschap met betekenis op een muur wil zien, een valse muur weliswaar, maar ’t is ’t gedacht dat telt. Je kunt er ook souveniertjes kopen, zoals verwacht in een toeristenval: een poster voor nog geen 7 euro, dat is tien- of honderdduizend keer minder dan een schilderijtje van Banksy op BRAFA, al dan niet gecertificeerd, voor mensen die vinden dat hij de grootste kunstenaar is van zijn tijd. Gelukkig gaat de tijd voorbij…

… En belden we precies op het afgesproken uur aan bij het tot-op-de-draad-versleten herenhuis van ‘Au Kalme’, het atelier van Lena Dewaegenaere en elf andere kunstenaars. Ze ontving ons hartelijk in een knus ingericht salon met spullen die dankbaar waren dat ze nog een bestemming hadden gekregen. Haar studio was de kamer ernaast. Binnenkort gaat de sloophamer in het huis om er een installatie van te maken, op zijn Brussels, tot op de grond dus, op de façade na. Je kunt het oude pand nog een laatste keer bewonderen voor de tentoonstelling van Lena van 15 tot 18 februari. Niet twijfelen. Daarna verhuist Au Kalme naar een nieuwe locatie, het beroemde Glazen Huis (het oud bondsgebouw) op de Houba de Strooperlaan in Laken. Banksy zou jaloers zijn.

Foto’s: Bip Van de Velde

Haar werk laat zich niet zo gemakkelijk vatten als dat van hem,  het verschil tussen een gedicht en een slagroomtaart in je gezicht. Lena’s werk is poëzie. In “Are you where you want to be”, een reeks schilderijen uit 2018,  stelt de kunstenares zich de vraag wat ‘thuishoren’ betekent. Is het een fysieke plek of een gemoedsrust, een gevoel van geluk en verbondenheid? Is zich thuisvoelen überhaupt bereikbaar en moeten we ernaar streven of het aan het toeval overlaten? Ze beeldt de vragen uit met mildheid en finesse. Schilderen is een keuze van licht en donker, van kleur en nuance. Lena doet dat subtiel, helder, met oog voor detail en geen spatje redundantie. Het is dromen in kleur. Je kunt ernaar blijven kijken. Kunst waar je naar wil blijven kijken maakt het leven mooier.

“I was waiting for the right time” (123 x 163 cm, acryl en olie op canvas), 2018

“Islands”, 32 kleine werkjes (14 x 20 cm) uit 2019, begon als een studie op canvas dat op hout was gelijmd. Na een aantal van die schilderijtjes raakte de kunstenares geïntrigeerd door de verlijming. Als ze het canvas van de drager stripte, kwamen resten mee van het hout en ontstond er een nieuw beeld op de achterkant van het canvas: eilandjes, verborgen plekken waar men zich thuis kan voelen?

In 2020 en 2021 sloeg corona toe, maar voor Lena was dat geen tijd van kommer en kwel, wel om het gemis van vrienden en geliefden om te zetten in positieve energie. “Take me out” uit 2020 zijn 61 kunstwerkjes van 14,8 x 21 cm, acryl op papier, één per dag, waarin ze haar gemoedstoestand van die dag van zich af schilderde. De beelden zijn een plezier voor het oog, grafisch mooi, om blij van te worden, ook al druipt het gevoel van eenzaamheid, opsluiting en afsluiting er in sommige beelden van af. Men zou er corona haast dankbaar voor moeten zijn. In “Take me out II” van 2021 gaat ze verder met nog eens 27 beelden. Gewoon prachtig, die vormen, dat licht, die kleuren. Heerlijk. Ik dacht even aan Folon, aan Magritte, maar Lena Dewaegenaere heeft een heel eigen verhaalstijl ontwikkeld, beheerst, spannend, assertief.

Uit “Take me out” en “Take me out II” (14,8 x 21 cm, acryl op papier), 2020 en 2021

In 2022 sloeg ze een totaal andere weg in met werk dat toch duidelijk haar stempel draagt. In From what I remember, 11 vierkante schilderijen, stelt de kunstenares zich de vraag hoe ons geheugen onze herinneringen filtert, hoe subjectief beeldvorming is en hoe die verandert in de tijd. Ze interpreteerde oude foto’s van een familiefeest. De toeschouwer wordt als het ware uitgenodigd op het feest om er een eigen verhaal over te maken. Ik geniet van de harmonische kleuren, de spannende vlakverdeling, de expressieve eenvoud.

Uit “From what I remember” (110 x 110 cm, acryl en olie op canvas), 2022

En nu presenteert de kunstenares dus haar nieuwste project: “If only we could see the shore”, waarvan we een beperkte ‘preview’ kregen. Het is weer totaal wat anders en toch zit er een evolutie in haar werk. De zoektocht van vroeger heeft plaats geruimd voor verlangen.  De beelden worden nog stiller precies, warm maar gedempt, afstandelijk en toch speels, met die heldere lijn, de grafische vlakken die rust en spanning creëren, het zachte licht, de gestileerde schaduw,  het verwrongen perspectief… Soms zijn ze heel concreet, soms abstract. Mijn oog valt op een paar kleine abstracte werkjes. Ik vraag haar of de witte vlakken iets betekenen. “Niets en daarom alles” zegt ze, “ze beelden niets tastbaars uit maar ze betekenen wel heel veel.”  Ze schildert het  ‘stiltepunt’: de gemoedstoestand die we ervaren als we ons niet meer naar de toekomst haasten, als we tot rust zijn gekomen in het huidige moment.

Foto’s: Bip Van de Velde

Toen ik de beelden op haar website voor het eerst snel bekeek dacht ik spontaan aan Spiliaert (‘de duizeling’, ‘de dijk’, ‘vuurtoren en dijk’…) en aan het onvertaalbare begrip ‘Sehnsucht’. Nu denk ik aan Lena De Waegenaere en aan het verlangen.

Doe jezelf een plezier en ga haar tentoonstelling bekijken. De wandeling van Brussel Centraal naar de Boudewijnlaan is een ontdekking op zich. Misschien moet ik er eens een fotoreeks over maken: “Het lot van Brussel. Achter de façade.” Boeiender dan Brugge. Zelfs zonder Banksy en BRAFA.

INFO

tentoonstelling

IF ONLY WE COULD SEE THE SHORE

Donderdag 15 februari, van 17 tot 22 uur (opening)
Vrijdag 16 tot zondag 18 februari, van 11 tot 20 uur
“Au Kalme” – Boudewijnlaan 19 – 1000 Brussel

https://www.lenadw.com

https://www.instagram.com/lena__dw/?hl=nl

tekst Rik Guns
fotografie Bip Van de Velde en @Lena Dewaegenaere

De Kaleidoscoop van Tale Art Gallery

TaLe Art Gallery in Vlierzele is stilaan een vaste waarde in de kunstwereld. Telkens opnieuw brengt galeriehoudster Tanja Leys verrassende groepsexpo’s. Deze zijn enorm divers wat thema, stijl, discipline en kunstenaars betreft. Op zeker spelen doet ze helemaal niet. Het siert de galeriehoudster dat ze zich niet wil vastpinnen op een genre. Vele kunstliefhebbers komen er graag terug.

Dit maal presenteert ze vrolijke, kleurrijke schilderkunst onder de toepasselijke titel ‘Kaleidoscoop’.
De vier mannelijke kunstenaars tonen een persoonlijk, feeëriek universum waarbij je heerlijk kunt wegdromen en de fantasie laten werken. Ik ervaar een mengeling van Matisse, Kamagurka en, nu we toch in het Ensor jaar zijn, een vleugje Ensor. Door met grote namen te goochelen doe ik echter afbreuk aan de eigenheid van elk van de kunstenaars. Daarom zet ik ze hier graag op een rijtje.

Geert Koekoeckx °1983

Als natuurliefhebber bestudeer ik met grote belangstelling zijn fauna en flora op het doek. Of hij de natuur in zijn hart draagt, daar heb ik geen weet van, ik heb wel een vermoeden. De kunstenaar wilde archeologie studeren, heeft een passie voor alles wat verweerd is, dat verklaart volgens Geert Koekoeckx zijn basislaag die pasteus en oneffen is. Giraffen met een takken-gewei, lachende walvissen, vreemde wezens buitelen in hallucinante landschappen over een hobbelig canvas. Ik vermoed een cartoonist in de schilder maar ik sla de bal compleet mis. Tekenen doet de kunstenaar niet, zelfs geen voortekening op het doek. Met het penseel in de aanslag voert hij onmiddellijk kleurrijke gevechten met de beestjes op het doek.

@ Geert Koekoeckx

Laurent Dierckx °1976

Zijn werk lijkt één grote chaos, een chaos van kleuren en organische vormen die de kunstenaar weet te temmen op het canvas en tot orde te roepen. De onrust leidt tot introspectie. Schijnbaar onmogelijke kleurencombinaties weet hij om te toveren tot een wervelend kleurenpalet dat ons oog zeker geen geweld aan doet. En tussen al die rebelse kleuren, ontdek ik een man, een vrouw en exotische flora die me doen wegdromen en hopen op een revival van de natuur. Klimaatonrust lijkt plots ver af.

@ Laurent Dierckx

Wim Baes °1977

Misschien doe ik onrecht aan zijn totale oeuvre als ik schrijf dat zijn pink schilderijen me het meeste bijblijven. Na de Barbie revival is deze kleur hot en heb ik een excuus. Eenvoudige lijntekeningen sieren een met appelblauwzeegroene tinten doorspekte roze canvas. Heerlijk! La vie en rose!
Het rijk der planten, eenvoudige bloempotten en vazen zijn voor deze kunstenaar een bron van inspiratie en tevens een eerbetoon aan grootvader en vader. Beide waren kunstzinnige bloemisten. Ze schilderden graag, het kunstvirus zit in de genen. Ik hou van de eenvoudige dikke donkere geabstraheerde bloemen en objecten die stil staan wezen op een blauwe, roze achtergrond met gekleurde vlekken (of zijn het vlakken?). De donkere dikke contouren komen telkens terug en doorklieven het canvas met een sprekende soberheid en stabiliteit. De cactussen zijn zachtaardig, prikken niet maar prikkelen en nodigen uit om deze kunst lief te hebben.

@ Wim Baes

Matthieu Claus °1977

Wat Matthieu gemeen heeft met de andere kunstenaars is het gebruik van uitbundige kleuren. Blauwen en groenen verraden dat de kunstenaar een landschap verbeeldt. Rasters en strakke lijnen doen me denken aan een stedelijk industrieel landschap. Matthieu Claus ploetert op het canvas, is niet tevreden met één enkele laag. Zijn werk vraagt om introspectie. De kunstenaar is niet alleen een schilder maar ook een bouwvakker die construeert, laag na laag, soms aarzelend en vaak trefzeker tot een doorwrocht resultaat uit de verf naar voor treedt en het canvas klaar is voor bewonderende en vragende blikken van de toeschouwer.
Plots zie ik een wolk, is het wel een wolk? Mijn verbeelding slaat op hol. En dit is terug wat Matthieu Claus met de andere kunstenaars gemeen heeft, hij doet beroep op de creativiteit van de toeschouwer.

@ Matthieu Claus

Graag vermeld ik dit nog: de galerie biedt de bezoeker een brochure aan waarin kunstrecensent Yves Joris elke kunstenaar belicht.
blog van Yves Joris https://kunstflaneur.be/

@ TaLe Art Gallery

INFO

Tale Art Gallery
Vlierzeledorp 12/A
9520 Sint-Lievens-Houtem
www.taleartgallery.be

van 2 februari tot 25 februari 2024
Vrijdag-zaterdag: 14u > 18u
Zondag: 11u > 17u

zie ook https://kunstpoort.com/tentoonstellingen/
met tekst van kunstrecensent Yves Joris

Tekst Kathleen Ramboer

LEEN VEREECKEN de kunst is ze te maken, niet te bezitten

Haar atelier is niet groter dan 6 m2: een tafel in L-vorm met dozen ‘Rembrandt Soft Pastel’ krijt voor de heldere, felle kleuren, Faber-Castell potloden voor de zachtere nuances en een aantal gommen, “that’s it”. En papier, natuurlijk, of behang, want dat maakt van Leen Vereecken meer dan gewoon een goede tekenares.

Bij ons thuis hing er een Rembrandt aan de muur: een kleine ets, onmiskenbaar, want zijn handtekening stond er onder. (‘Stoefer’ zegt mijn vrouw als ik mijn openingszin voorlees – ik betrek ze bij alles – en ze heeft gelijk, maar intussen heb ik toch maar uw aandacht. Vasthouden nu). Vasthouden is ook wat ik zei tegen de donkere Christus die, zonder armen en zonder kruis, naast de kleine Rembrandt hing. Beide kwamen van mijn oom, een amateurantiquair die naast ons woonde. Christus had ik nog zien liggen in zijn atelier, een eiken beeldje van zo’n 70 cm, maar toen nog met één arm, de rechter, opgestoken aan dat denkbeeldig kruis. Het prachtig gebeeldhouwd hoofd met die doornenkroon keek omlaag, duidelijk lijdend, maar in het besef dat het nog een tijd zou duren voor het de geest zou geven, want het was van een atletisch gekruisigde, met fiere borst, last van een lordose en de billen van Tom Boonen. “Barok, 17e eeuw”, zei nonkel fier, niet blij met mijn goedbedoelde, kinderlijke reactie: “‘t Is precies een agent die ’t verkeer wil tegenhouden, nonkel. Wat is er met zijn linkerarm gebeurd?” Dat wist nonkel niet, maar toen ik een paar dagen later terug kwam kijken – ik zag hem graag bezig, lieve man – was Christus zijn linkerarm ook kwijt, afgebroken, onkundig geamputeerd en zag ik nonkel met een els gaatjes kloppen in de schouderholte. “Memelen” (houtworm) mompelde hij, waarna hij de barokke Christus, nu zonder armen en zonder kruis, in het donkerbruin beitste en voor een vriendenprijsje mijn vader aansmeerde, die hem, streng katholiek, aan de haak sloeg, naast de Rembrandt, zo ging dat in die dagen. Vasthouden, zei ik dus tegen Christus. Hij en Rembrandt moesten in hun buurt ook Rémy de Pillecyn tolereren, een kennis van mijn vader, een arme kunstenaar die, zoals Rik Wouters destijds, zijn vrouw en kinderen portretteerde met het weinige materiaal dat hij zich kon veroorloven. Het portret bij ons thuis was getekend in Soft Pastel. “Dat vind ik nu mooi” zei mijn vader over zijn de Pillecyn, zichtbaar aangedaan; over de twee andere werken zweeg hij vroom, maar hij was dan ook geen kenner, hij had het meer voor de kleine man.

Vóór we – Bip, de fotografe en ik – bij Leen Vereecken op bezoek gingen had ik haar website bekeken en ik moet toegeven dat ik twijfelde. “Not really my cup of tea” dacht ik, maar er zaten toch een paar sterke werken tussen, dus toch maar doen. Na het bezoek was ik blij: de twijfel had plaats geruimd voor respect. Leen is een gepassioneerde, gevoelige en bescheiden kunstenares. Ze evolueert nog in haar werk, het wordt vrijer, persoonlijker, assertiever. Ze tekent al haar leven lang, van toen ze zeven was, ganser dagen aan het kleuren; dan naar de academie en verschillende opleidingen van tekenen en schilderkunst; slechts korte tijd gestopt toen ze moeder werd om dan, een jaar of tien geleden, te herbeginnen: tekenen, op elk vrij moment, thuis, op vakantie … puur, uit liefde, uit passie.

“Ik teken voor mezelf”, zegt Leen. “Op die manier kan ik de dingen van me afzetten. Ik heb behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven, dat is privé, maar ik ben heel gevoelig voor stemmingswisselingen.” Ze ervaart momenten van grote eenzaamheid, zegt ze, soms diepe droefheid, ontgoocheling ook, afgewisseld met opwellingen van intense blijdschap. Tekenen is haar uitlaatklep, het geduld dat ze er moet voor opbrengen werkt kalmerend, het resultaat is emotie, beheerst, zacht en kwetsbaar. Ze toont een werk dat ze maakte tijdens de coronacrisis, een huilende vrouw gezeten in het hoekje van de douche. “Mensen spraken er mij op aan”, zegt ze, “vrouwen die misbruikt waren geweest, hoewel dat nooit de bedoeling was van mijn tekening. Maar emoties zijn nu eenmaal heel persoonlijk”.

Ze werkt ook veel in opdracht, wellicht door haar groot inlevingsvermogen. “Ik was eens op het strand bezig met het tekenen van een hond, toen er een mevrouw kwam vragen of ik er ook één wilde maken van die van haar. Dat doe ik dan, maar eerst nadat ik begrijp wie en hoe die persoon is. Bij een opdracht gaat het om de verwachting van een ander. De uitdaging dan is die verwachting juist in te schatten zonder dat ik mezelf verloochen. Ik kan vele stijlen aan, maar het moet wel een tekening blijven, met een eigen karakter en met iets van mezelf. Als ze het realistisch willen, dat ze dan een foto maken”.

Hyperrealistisch pastelwerk zoals van Francesco Ipsan of Clare Zhao moeten we van Leen Vereecken dus niet verwachten, hoewel ik er zeker van ben dat ze het zou kunnen. “Heb je een speciale affectie voor honden, katten of paarden?” wil ik weten, omdat veel van haar werk daarover gaat, “Neen” antwoordt ze, “dat zijn allemaal opdrachten”… Of toch bijna, er zitten twee honden bij die mijn sympathie wegdragen, door de manier waarop ze me aanstaren. De hond met de hoed op en een sigaret in de muil ziet er even vrolijk uit als Herman Brusselmans en de andere in clair-obscur spreekt Westvlaams: “Wuk?!” Dan valt mijn oog op een tekening van drie struisvogelkoppen. Ze doen me denken aan een confrontatie met die beesten in een natuurparkje twee jaar geleden. Daar stond een hok met een groot gat op een meter of 2 hoog. “Wat zou daar in zitten” hoor ik mezelf nog denken en een seconde later kwamen daar plots zo’n 3 domme koppen naar buiten piepen, net zoals op de tekening. Het zijn tekeningen die Leen uit zichzelf maakte, voor het plezier en dat is eraan te zien.

Totaal anders is het werk in zwartwit van vier mannen in gesprek. Ze tekende het snel, op basis van een kleurenfoto, op vraag van collega’s van een pas overleden man. Het lijkt wel een frame, geplukt uit een verhaal van Rinus Van de Velde. De verscheidenheid van haar werk is grenzeloos. ‘Meisje aan het raam’ en ‘Lonely bubble’ zijn heel subtiel, suggestief, breekbaar…vrouwelijk zou ik willen zeggen, als dat in tijden van woke-moraal en gendergelijkheid nog is toegelaten.

Hoe persoonlijker en hoe creatiever, hoe beter ze is. Haar beste werk tekent ze op een baan behangpapier. Dat doet ze meesterlijk. De twee portretten van Kasper, haar zoon en van Lea, haar lerares en mentor intrigeren door hun eenvoud, hun expressie, dat vleugje mystiek. De keuze van de achtergrond is telkens een schot in de roos. Het beeld krijgt iets bevreemdends moois. Leen Vereecken kan niet alleen goed tekenen, ze is empathisch, ze toont hoe ze zichzelf voelt en dat kan ze heel sereen overbrengen.

En hoe is het nu met de Rembrandt en de Christus afgelopen? De Rembrandt was voor mijn broer, als herinnering aan zijn peter, oom amateurantiquair. Rembrandtetsen zijn er overigens in overvloed. De grootmeester zelf maakte er 290 en van elk maakte hij slechts één afdruk, vooral als studiemateriaal. Maar omdat hij zo beroemd was, al in zijn tijd en meer nog in de eeuwen erna, hebben anderen zijn koperplaten zo veel hergebruikt en gekopieerd, dat je vandaag al Rembrandtetsen vindt voor een paar honderd tot een paar duizend euro. Vroeger moest je daar antiquair voor zijn, nu heb je het internet. Naar de donkere Christus heb ik het raden. Die zijn we kwijt en dat is geen verlies. Wie wil er vandaag de dag nog een verminkt, mismeesterd beeldje van een barokke Christus? Omdat het ‘antiek’ is en dus hopelijk waardevol? Een zielige gedachte. Geef mij dan maar de liefhebbers van Soft Pastel, van Rémy de Pillecyn, zoals mijn vader destijds, en van Leen Vereecken vandaag. Zij kopen kunst niet als belegging, niet als handelswaar of om er mee te pronken, maar omdat het werk hen raakt en uit bewondering, want diep van binnen benijden ze de kunstenaar. Die weet: de echte kunst is ze te maken, niet te bezitten.

INFO

www.leenvereecken.com
https://www.facebook.com/PortretatelierLeenVereec

Tekst Rik Guns
Fotografie Leen Vereecken (kunstwerken) en Bip Van de Velde (portret en studio)

‘Ik Wou, Ik Was’

Tentoonstelling Jo Op de Beeck

IKA Mechelen
13/01 tot 28/01/2024

In deze tentoonstelling onderzoekt de Mechelse multimediale kunstenaar Jo Op de Beeck (°1955) zijn  positie zowel als mens alsook als kunstenaar.

Op de Beeck, van opleiding graficus en fotograaf, werkt in deze expo deze vraagstelling uit via drie sleutelwerken/momenten.

Deze werken fungeren als rode draad doorheen de expo.

De andere werken flankeren de positie als hedendaags kunstenaar, met een 40-jarige achtergrond als beeldend kunstdocent.

De corona periode heeft voor Op de Beeck een contemplatieve bezinningsperiode gebracht waarvan deze 30 werken getuigen zijn.

In dit werk omhelst en gebruikt hij schilderkunst, fotografie en installaties als beeldend middel en boodschap drager.

Jo Op de Beeck focust in deze tentoonstelling op het creatieve wordings-en zijn-proces, met humor en respect voor de Kunst.

INFO

IKA     Instituut voor Kunst en Ambacht
Veemarkt 39
2800 Mechelen
Tel: 015/20 14 44
Expo is open in het weekend, zat & zon,  van 14 tot 18 u, in de week op afspraak.

Za: 13/01- 20/01 en 27/01
Zo: 14/01- 21/01 en 28/01

https://www.facebook.com/opdebeeckjo55
https://www.facebook.com/ikamechelen0/

Videograaf: Bert VANNOTEN

De grenzeloze verbeelding van Aykan Umut

Artificiële intelligentie is voor Aykan Umut de tool bij uitstek om een bevreemdende ‘fantasy’ wereld op te roepen. AI lijkt hem op het lijf geschreven. Vergis je niet, makkelijk is het niet, achter die boeiende vreemde beelden gaan heel wat uren werk, ervaring en passie schuil. Niet alleen het werk van Aykan Umut heeft een futuristisch kantje, ook de kunstenaar is toekomst gericht. Dat werd me stilaan duidelijk tijdens het verloop van ons interview. Het is pittig als interviewer een nieuwe wereld te ontdekken, kennis op te doen, opgenomen te worden in het verhaal van een kunstenaar. Zijn  artificiële wereld ervaarde ik als een nieuwe werkelijkheid. Ik mocht genieten van zijn scheppingsverhaal. Hoe boeiend kan een donderdagmorgen zijn! 

Kunstpoort Hoe lang ben je al bezig met fotografie? Heb je nog analoog gewerkt?
Aykan Umut Ik ben geen fotograaf. Ik volgde animatie aan het KASK te Gent. Film en animatie behoren tot mijn skills. Het begon kleinschalig. Ik volgde bij Pixar, het eerste bedrijf dat een volledige 3D-animatiefilm maakte, een workshop. Samen met drie ex mede studenten huurde ik een studio, kocht een computer en we gingen aan de slag. De laatste 10 jaar kon ik mijn creativiteit botvieren bij straat cultuur- en muziek gerelateerde merken.. Ik werkte als art director bij diverse firma’s. Partners waar ik mee samenwerkte waren onder meer Glenfiddich*, Moncler Genius, Swizz beatz, Nike en Samsung.

Na corona waren de budgetten kleiner. Om die reden focus ik me nu vooral op een carrière als kunstenaar. Mijn autonome AI beelden verraden mijn filmisch verleden. Ze zijn futuristisch, magisch realistisch en verwijzen naar vooral de zwarte muziek, afro, beat. Misschien zien mijn personages er wat futuristisch uit maar het zijn geen aliens wel mensen van vlees en bloed. Mijn autonoom werk lijkt vrolijk maar vergis je niet, er is ook een donker kantje. Ze baden in een duistere tristesse. Daaraan herken je mijn foto’s. Dat is mijn signatuur of waarmerk.

*Geïnspireerd door de wereld van Glenfiddich heeft Aykan Umut AI gebruikt om een kunstwerk te ontwerpen dat zichtbaar zal zijn in een fysieke en digitale postercampagne. Zijn poëtische werk siert nu de straten van Brussel en Antwerpen. Het is geïnspireerd door de wereld van Glenfiddich en werd digitaal gegenereerd met behulp van een systeem van trefwoorden (de technologie MidJourney). De campagne gaat nog een stapje verder door het werk te voorzien van een QR-code die nieuwsgierige voorbijgangers kunnen scannen om de poster tot leven te brengen. Dit originele evenement werd georganiseerd in samenwerking met twee kunstgalerijen: PLUS-ONE Gallery in Antwerpen en Gaggarin bij IndianDribble in Brussel. (Trends, november 2023)

Kunstpoort Ben je al geruime tijd gefascineerd door AI?
Aykan Umut Ik gebruik nu een jaar AI als tool. Ik werk met het toegankelijke programma Midjourney.

Kunstpoort Ik merk dat je op een Apple computer werkt, is dat een vereiste?
Aykan Umut Helemaal niet want ik werk via Google chrome.

Kunstpoort Doe je ook aan postproductie?
Aykan Umut Voor de postproductie gebruik ik een ander programma dan Midjourney. Hiermee leg ik andere kleuraccenten, vergroot het contrast en maak de foto’s scherper.

Kunstpoort Een AI beeld verwerkt talrijke tags of prompts. Kan je die terugvinden?
Aykan Umut Door een goede hacker zijn die ongetwijfeld te achterhalen.

Kunstpoort Het beeld dat je krijgt door PROMTOGRAFIE, prompts, tags, is onvoorspelbaar. Is dat niet vervelend en tijdrovend of vind je dat net boeiend? Trekt de spanning je aan?
Aykan Umut Nu tovert AI vaak gekke resultaten op je scherm. Een hand met zeven vingers als resultaat behoort tot de mogelijkheden. De programma’s evolueren stilaan naar meer controleerbare beelden. Ik hou wel van die gekke verrassingen. Ze maken van het creëren van AI beelden een feest. Het is fun.
Voor commerciële doeleinden zijn die vreemde resultaten natuurlijk een min punt.

Kunstpoort Volgens fotograaf Marseille zullen de beelden saaier worden naargelang de software verbetert. Juist?
Aykan Umut Ongetwijfeld, maar je hebt toch de mogelijkheid om terug te keren naar een vroegere versie? Er is ook de knop waardoor je het percentage voorspelbaarheid kunt vastleggen. Er is een waaier van mogelijkheden, je kan alle kanten op.

Kunstpoort AI analyseert en verwerkt telkens opnieuw een databank van beelden op het net. Kan je auteursrechten claimen op je AI foto’s?
Aykan Umut Officieel niet, wel op de tags.

Kunstpoort Boris Eldersen won een Sony World Award en weigerde die. De fotograaf had aangegeven dat zijn foto gecreëerd werd via AI. Persoonlijk is hij van mening dat Ai beelden in een wedstrijd niet mogen concurreren met gewone beelden. Met die weigering wilde Eldersen de discussie op gang brengen. Is er transparantie nodig. Is het wenselijk bij foto’s te vermelden dat de creatie tot stand kwam via artificiële intelligentie?
Aykan Umut Neen, helemaal niet. AI is en blijft een creatieve tool. Vergelijk het met fotoshop. Je vermeldt toch ook niet dat je een beeld ‘gefotoshopt’ hebt of welke effecten je toepaste?

Kunstpoort Gebruik je ook je eigen foto’s of zelfs tekeningen bij AI?
Aykan Umut Een doodgewone zelfs slechte foto, gefotografeerd met de camera van mijn smartphone, kan aan mijn AI beeld een andere twist geven. AI is magie. Een eenvoudige, simplistische tekening kan je beeld transporteren naar een ander tijdperk, universum of transformeren in een niet alledaags zelfs futuristisch beeld afhankelijk van welke sfeer je wil oproepen of welke uitstraling je op het oog hebt. AI is grenzeloos voor een creatief brein.

Kunstpoort AI productie van beelden hebben veel gemeen met schilderkunst. In de surrealistische schilderkunst laat men ook niet alleen de werkelijkheid zien maar zet men die om in droombeelden zie Dali. Beelden uit het collectief geheugen worden verwerkt, opnieuw samengesteld in nieuwe droombeelden. AI genereert beelden, maakt een collage van beelden, een droombeeld. (vrij naar het magzine Profesionele fotografie) Zie je ook die verwantschap? Mag je AI als kunst beschouwen?
Aykan Umut Ai beelden zijn kunst. De kunstenaar creëert een eigen, persoonlijke wereld met AI als creatief werkinstrument. Het is een proces van trial en error, creëren en opnieuw creëren om zo artistiek, esthetisch aantrekkelijke werken in het leven te roepen. Stories die te complex zijn om in de fysieke wereld te realiseren, kunnen eindelijk tot leven worden gebracht met behulp van nieuwe open-source tools. Er is toch ook geen discussie over het kunstgehalte van de hyperrealistische schilderkunst, gestoeld op technische vaardigheden?

Kunstpoort Wat denk je over het te koop aanbieden van je beelden op de NFT marketplace?
Aykan Umut Ik bekijk het positief. Je werk wordt voorzien van een echtheidscertificaat. NFT is volgens mij vooral geschikt voor foto’s, illustraties en film.

Kunstpoort Hoe zie je AI verder evolueren? Zal de traditionele fotografie verdwijnen? Digitale fotografen grijpen nu vaak terug naar analoge fotografie, polaroids. Er is een soort revival. Denk je dat er een mogelijkheid is dat ze alle takken van de fotografie naast elkaar zullen blijven bestaan?
Aykan Umut Digitale fotografie zal zeker nog verder evolueren. Persoonlijk hoop ik dat ik in de toekomst met AI ook bewegende beelden zal kunnen regenereren. De verschillende disciplines zullen wel naast elkaar blijven voortbestaan.

Kunstpoort Welke zijn je toekomstplannen?
Aykan Umut Mijn werk zou ik graag tonen in galeries onder andere via schermen. In de nabije toekomst ga ik tentoonstellen bij Inge Gelaude, een nieuwe toonruimte aan het Sint-Pietersstation te Gent.
Nu focus ik me vooral op mijn tentoonstelling ‘100% polyester’ in de exporuimte van Het Objectief te Gent. Opening op 18 november. Het concept is drieledig.
– Ik toon er een serie beelden voorzien van subtitels uit legendarische, iconische films. Zo wil ik een conversatie tot stand brengen tussen de figuranten op mijn beeld: een bevreemdend personage en een figuur met masker. De beelden brengen telkens opnieuw een zelfstandig verhaal. Een relatie tussen de diverse stories is er niet. De ondertiteling is een meerwaarde voor mijn beeld, De ondertitels brengen een zekere gelaagdheid teweeg.
– Mijn AI creaties kan je in Het Objectief ook via schermen bekijken.
– Mijn beelden lenen zich ook voor textielprojecten. Foulards en vlaggen met prints maken ook deel uit van de tentoonstelling.

Kunstpoort Kan je wat meer uitleg geven omtrent het thema ‘100% polyester’?
Aykan Umut De expo geeft niet alleen een kijk op de toekomst maar keert ook terug naar het verleden. 100% polyester is 100% fake, geen katoen, geen zijde, geen linnen, geen natuurlijk product maar 100% artificieel.
Kunstpoort We eindigen met een doordenkertje.

INFO

https://www.instagram.com/ai_kanumut/

Solo Expo 100% polyester

18 januari 2024 tot 3 februari 2024
donderdag, vrijdag, zaterdag van 14u tot 18u
Het Objectief
Oude houtlei 144
9000 Gent
https://www.hetobjectief.com/

Opening
donderdag 18 januari
19u tem 21u

Tekst Kathleen Ramboer
Fotografie copyright Aykan Umut