Katrien Nijs leeft en werkt in Mechelen. Ze studeerde af als Master in de Beeldende Kunsten aan de Koninklijke Academie van Antwerpen in 2022 en als interieurarchitecte aan de U Hasselt in 1998.
‘Warriors of beauty’ is de overkoepelende titel van 2 reeksenschilderijen, gebaseerd op collages en uitgewerkt in acrylverf op canvas.
De kunstenaar vertelt hier een hoogstpersoonlijk verhaal en neemt je mee in haar fascinatie voor theatrale en extravagante kostuums. Tijdens haar onderzoek op klein formaat goochelt Katrien graag met verschillende referenties uit de kostuumgeschiedenis. Ze mixt knipsels van tijdschriften, posters en brochures met afbeeldingen van historische kostuums. Ze scheurt, plakt en spiegelt tot er een nieuw figuur verschijnt dat haar interessant lijkt om tot leven te wekken onder de vorm van een schilderij. De enige regel waar ze zich aan houdt is: overdaad schaadt niet.
In een eerste reeks krijgen we 6 levensgrote figuren te zien met identieke egale achtergrond- kleur en afmetingen. Hun eclectische outfit bevat steeds een onderdeel van de jurken in Empirestijl van Josephine Bonaparte, tegendraads en vernieuwend voor haar tijd. Door de hoofden te verbergen achter de motorhelmen wil de kunstenaar hun stoere rebelse karakter letterlijk in de verf zetten. Deze 6 werken krijgen een eigennaam toe bedeeld die refereert naar sterke fuguren uit de Oudheid die ieder op hun eigen manier archetypes van vrouwelijke kracht geworden zijn.
Voor de 2e reeks liet Katrien zich inspireren door de specifieke langwerpige exporuimte van ’t Blikveld. Ze ontwierp barokke figuren op candy-kleurige achtergronden die met veel bravoure in een bonte stoet paraderen als op een catwalk. In verschillende werken komen dezelfde herkenbare elementen terug zoals de typische 4-vingerige handschoenen en gestrikte muiltjes van minnie mouse, de antropomorfe muis waar de kunstenaar heel haar jeugd dol op was.
Tijdens het onderzoek naar een nieuw beeld maakt Katrien zich bedenkingen zoals: ’Hoe kan ik oude en hedendaagse modebeelden mij eigen maken zonder te kopiëren? Waarom trekt dit mijn aandacht, wat laat ik weg, wat kan ik toevoegen aan de geschiedenis en waar blijf ik beter vanaf? Wat doet dit nieuwe beeld met mij en past het bij de persoon wie ik ben? IN wie kan ik mezelf de dag nog herkennen’. Met deze ‘Warriors of beauty’ wil Katrien geen antwoord bieden op deze vragen, integendeel, ze gooit de vraag op het canvas.
INFO
EXPO KATRIEN NIJS warriors of beauty
GC ’T BLIKVELD Jacques Morrensplein 2 2820 Bonheiden
ZA 24 FEBRUARI ’24 11.00 UUR TOT ZO 28 APRIL ’24 18.00 UUR
Mag je Marlies Van Gelder een ‘natuur’ fotograaf noemen? Volgens mij wel maar in de bredere zin van het woord. Fotograferen van landschappen, planten, flora… is voor haar niet de werkelijkheid kopiëren wel een ervaring vastleggen, de ervaring van het wandelen. Haar trektocht is slechts geslaagd als ze haar persoonlijke beleving van de natuur kan vastleggen. Ze neemt de kijker mee op een fascinerende reis doorheen weiden, bossen, meren, dalen…
Te midden van de wildgroei van digitale beelden in ons digitale tijdperk nodigt Marlies ons uit om ‘haar’ kostbare analoge herinneringen te omarmen, de stilte in haar foto’s langzaam te ontdekken en te beleven. Haar foto’s wijzen op een noodzaak om af en toe de vrije natuur op te zoeken voor er nog meer ongereptheid verdwijnt. Probeert Marlies de natuur te doorgronden? Ik weet er geen antwoord op. Door haar fotografie kan ze wellicht doordringen in diepe, mystieke geheimen van een bos, de samenhang tussen de fauna, de flora en de klimaatomstandigheden aanvoelen.
HOE HET ALLEMAAL BEGON
Het begon allemaal met haar vader, amateur/fotograaf, als voorbeeldfiguur. Zijn donkere kamer in de kelder was tot haar grote spijt voor haar verboden terrein. Dit doka verbod wekte ongetwijfeld haar nieuwsgierigheid en sluimerende interesse voor de fotografie. Als haar vader sterft probeert ze tijdens een workshop ‘Stilte’ zijn dood te verwerken in kleurfoto’s. Na de dood van haar vader biedt fotografie troost en wordt een bondgenoot, een hulp bij het verwerkingsproces. Het is een manier waarop Marlies haar gedachten, gevoelens en ideeën uit en deelt. Met haar drie kinderen bezoekt ze na het overlijden van haar vader drie maal het ouderlijk huis. Ze besluit haar kinderen, zijn kleinkinderen, te portretteren om drie emoties bij een overlijden te belichten: ongeloof, verwerking en verdriet. De foto’s creëren een emotionele en fysieke verbinding tussen de personen die hem lief waren. Het werden fotografische zwart/wit portretten met een emotionele kracht. Opdoemend uit de witte achtergrond wekken ze een beeld op van intense droefenis.
@ Marlies Van Gelder
coverfoto: @ Marlies Van Gelder
HUMAN INTEREST FOTOGRAFIE
Deze drie innemende portretten vormen een begin van human interest fotografie. Marlies volgt meerdere personen uit haar omgeving die een pijnproces doorstaan. Met doorleefde digitale foto’s vereeuwigt ze lijden, pijn, wanhoop en moed. Haar foto’s van het lief en leed van buurvrouw Krista Bracke, ex presentator en producer bij Radio 1, in 2009 getroffen door een immuunziekte, getuigen van een immens inlevingsvermogen. Zelf noemt Marlies deze projecten emotionele fotografie. Marlies is trouwens de fotograaf van de cover van het boek ‘Mijn leven op stelten’ van Krista Bracke, en maker van twee foto’s in het boek zelf.
HET FOTOGRAFEREN VAN DE NATUUR
Het pad van de digitale human interest foto’s verlaat Marlies Van Gelder voor een avontuurlijke tocht doorheen de analoge fotografie. ‘Ik wilde de geportretteerde maximaal tevredenstellen, verloor mijn eigen identiteit. Mensen verwachten teveel van je, het was tijd voor fotografie waardoor ik meer mezelf kon zijn.’ ‘Graag vertel ik mijn eigen verhaal in beelden, dat ligt me meer dan spreken.’ deelt ze me vertrouwelijk mee. De natuur biedt haar die mogelijkheid. Dat besefte ze voor het eerst toen ze met haar vader in het jaar 2000 Thailand doorkruiste. In een breed scala van grijstinten toont ze bomen, plassen, struiken, wolken… alles wat een wandelaar vaak achteloos aan voorbijloopt. Haar poëtische blik neemt grijstinten waar, veegt kleur weg tot de natuur haar gemoed beroert. Ondanks het kleine afdruk formaat zijn haar zwart/wit beelden magistraal en benemen ze de aandachtige kijker de adem.
@ Marlies Van Gelder
WAAROM ZWART/WIT FOTOGRAFIE?
In een tijd dat AI de fotografie binnensluipt, kiest Marlies Van Gelder voor ongecompliceerde, analoge zwart/wit beelden. De computer is niet haar grootste vriend, voor haar analoge fotografie is hij overbodig. Digitale fotografie doodt volgens haar de verbeelding. Ze houdt niet van instant resultaat en laat zich liever verrassen. Zeg nu zelf, een belicht filmrolletje na 3 maanden ontwikkelen houdt toch de verwondering levendig? Marlies Van Gelder: ‘Kleur foto’s zijn vermoeiend om naar te kijken.’ ‘Met zwart/wit fotografie kan ik meer focussen op mijn onderwerp’ ‘Zwart/wit foto’s zijn rustgevend.’ ‘Zwart/wit foto’s zijn delicater, verfijnder’. Dit kan ik alleen maar beamen.
DE DONKERE KAMER
Marlies Van Gelder legde een lange weg af. Via talrijke opleidingen kent ze de geheimen van de fotografie en in het bijzonder van de donkere kamer. Ze keert terug naar de oorsprong van de fotografie, naar het manuele, het ambachtelijke. Zo kan je letterlijk en figuurlijk de foto’s naar je hand zetten. Ontwikkelen en afdrukken, daar houdt ze van. De doka brengt haar rust, stilte en tijd voor zichzelf. In het rode of gele licht lijkt de tijd stil te staan. Ze is er alleen maar niet eenzaam. Het experiment schuwt ze niet: een ontwikkelbad blijkt een vat vol bevreemding; nabelichten, doordrukken… Ze doet het gecontroleerd en nauwkeurig, op zoek naar exacte nuances, sfeer en gemoed, naar het artistieke laagje dat haar foto’s speciaal maakt.
HET ONTBREKEN VAN MENS EN DIER
Wat me opvalt bij het bekijken van haar natuur foto’s is het ontbreken van mens en dier. Misschien zouden levende wezens het landschap beschadigen? Het ontbreken van elke referentie biedt een archetypische blik op de natuur. Met haar universele bossen kan ze meer mensen bereiken dan met een anekdotische foto waar mens en dier als figurant ronddwalen.
@ Marlies Van Gelder
WERKWIJZE
Marlies Van Gelder kiest niet voor geënsceneerde fotografie wel voor eerlijke fotografie. Technische perfectie streeft ze niet na wel het overbrengen van emotie bij het zien van wat groeit en bloeit, bij het horen van geluiden, van kabbelend of stromend water, van fluitende vogels of van een ruisende wind. Ze fotografeert intuïtief, wat haar ontroert en legt daarbij het innerlijke bloot. Kadrage en licht, twee sterk beïnvloedende factors, neemt ze in één oogopslag waar voor ze de knop indrukt. Daarin volgt ze Sally Mann, de Amerikaanse fotografe voor wie ze een grenzeloze bewondering heeft.
Bij het bekijken van de zwart/wit fotografie van Marlies Van Gelder merk je een dankbaarheid voor alles wat mooi en goed is. Haar foto’s zijn niet alleen een ode aan het leven maar stralen ook een grote bezorgdheid uit.
Marlies Van Gelder neemt deel aan de expo van het projectatelier van de Sint-Lucas academie DKO Ijskelderstraat 62A, Gent Vernissage vrijdag 8 maart 2024 van 19:00 tot 22;00 09/10//16/17 maart 2024 van 14:00 tot 18:00
Tekst Kathleen Ramboer Fotografie Marlies Van Gelder, Kathleen Ramboer
Ben je een startende kunstenaar met professionele ambities? Stel je dan kandidaat voor de Open Call van Kunst in Huis. Samenwerken met Kunst in Huis bezorgt je zichtbaarheid onder een breed publiek van kunstliefhebbers en een select gezelschap van kunstprofessionals en kan je carrière een boost geven.
In 2024 organiseert Kunst in Huis 2 Open Calls met de deadlines 1 maart en 1 oktober
Kunst in Huis is voortdurend op zoek naar nieuwe kunstenaars om de collectie mee uit te breiden. Daarvoor wordt er actief gescout naar nieuw, opkomend talent door een externe jury van experten. Kunstenaars die zich zelf kandidaat willen stellen voor een samenwerking met Kunst in Huis kunnen deelnemen aan de Open Call. Meer gedetailleerde info over de indien – en selectieprocedure vind je hier.
Kunst in Huis streeft naar een kwalitatief hoogstaand, inhoudelijk sterk en visueel divers aanbod. We engageren ons voor de kunstenaars waar we een samenwerking mee aangaan. Daarom beoordelen we kunstenaars op hun oeuvre: op de ontwikkeling die is doorgemaakt in de afgelopen jaren en het potentieel dat we in iemand zien voor de toekomst. We zetten in op beginnende carrières van zowel jong als niet meer zo jong talent. We zijn vooral opzoek naar talent met een professionele ambitie in de beeldende kunsten. Bekijk hier de informatiebrochure voor kunstenaars.
Denk jij dat je in aanmerking komt voor een samenwerking met Kunst in Huis? Mail dan je digitale dossier (portfolio, cv en een voorstel van werken die voor uitleen in aanmerking komen) op uiterlijk 1 maart 2024 naar artistiek@kunstinhuis.be.
info aan Kunstpoort medegedeeld door Kunst in Huis
Ze studeerde cum laude af aan St Lucas in 2018. Tussen bachelor en master in Gent volgde ze 2 jaar les aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. St Lucas koos ze voor de artistieke begeleiding, Leipzig meer om het ambacht onder de knie te krijgen. Ruth straalt warmte en passie uit, passie voor haar vak. Zij zou best zonder dat kacheltje in haar atelier kunnen, zo hoog laait het vuur in haar. Ze leeft voor haar kunst. Geen dag zonder creëren, geen dag zonder haar atelier. Haar kunst is eigenzinnig, niet voor een breed publiek, zeker niet voor de aanhangers van het realisme. Nochtans kan zij dat, realistisch tekenen en schilderen. Zij bezit de kunde en de techniek daartoe, maar het is niet haar ding. Ze wil in de eerste plaats uiting geven aan haar gevoelens en gedachten, aan haar dromen en verlangens en doet dat op haar eigen compromisloze manier, vrij en gedurfd en op het moment dat ze zich aandienen.
Haar oeuvre is divers. Ze maakt tekeningen, schilderijen en constructies. Ondanks die visuele diversiteit gaat het altijd over de mensheid in relatie tot zijn omgeving. Ze verbeeldt de problematische verhouding van de mens tot zichzelf, de andere en het andere.
Haar werken zijn gelaagd op verschillende vlakken: In tijd en ruimte: soms wachten ze op een af- of herwerking, soms komt er op het doek iets bij of gaat er weer iets af. Eren wat was, vermengen met wat is, zorgt ook voor een laag. De doeken hebben een voor, een achterkant en een binnenwerk. Alle delen zijn belangrijk, net zoals dat in het echte organische leven het geval is
Om haar werken kleur en gestalte te geven zijn alle materialen goed: aarde, gruis, lappen stof, draad, alle soorten verf, zaken die anderen weggooien. Ze is tegen de consumptie- en wegwerpmaatschappij. Als stadsjutter gebruikt ze wat mensen niet meer waarderen en verwerkt dat tot de gelaagde en geleefde drager van haar werk.
In haar nog jonge carrière nam ze aan talrijke exposities deel. De expo waar ze het meest voldoening en de beste herinnering aan heeft is aan de recente groepstentoonstelling in de Black Swan Gallery in Brugge. Kristof Tillieu, de galerijhouder, wil vooral bezielde kunst brengen en mensen andere dingen laten zien dan wat ze gewoonlijk te zien krijgen. Hij is oprecht geïnteresseerd in de kunstenaar met wie hij samenwerkt, bezoekt meerdere malen diens atelier, geeft raad, een richting, volgt op, zonder dwang. Zijn expo’s hebben steeds een thema. Het thema waar Ruth aan deelnam was ‘Skin in the game’. Echt iets voor Ruth en dat had de galeriehouder goed gezien in haar.
Ik bezocht Ruth in haar atelier en bracht volgende fotografische impressie mee:
gelaagd: verknipt, aan elkaar genaaid, doorkliefd, geverfd
Joke van Leeuwen: auteur, tekenaar en performer leest voor in Boekhandel PARDOES in het teken van het Mechels Poëziefestival MAANDRANG
Joke van Leeuwen (1952) werd geboren in Den Haag. Ze woonde onder meer in Amsterdam, Brussel, Antwerpen, Amersfoort en Maastricht. Momenteel woont ze in het centrum van Antwerpen. Na het Koninklijk Atheneum Etterbeek (Brussel) studeerde ze Grafische Kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en het Hoger Sint Lucas Instituut in Brussel. Aan de VUB, eveneens in Brussel, studeerde ze Nieuwste Geschiedenis. In 1978 publiceerde ze haar eerste kinderboek en won ze met haar eerste cabaretprogramma alle prijzen op het Camerettenfestival, waarna ze zes jaar in het officiële circuit rondtoerde. Daarna trad ze vele jaren samen met pianiste Caroline Deutman op tijdens conferenties en studiedagen, om de inhoud van die bijeenkomsten op humoristische wijze van een andere kant te bekijken.
Ze schreef en tekende tientallen kinderboeken, die veelvuldig werden vertaald en bekroond. In de jaren negentig kwamen haar eerste dichtbundel (C.Buddingh’prijs) en roman voor volwassenen uit. Voor de roman ‘Feest van het begin’ kreeg ze de AKO Literatuurprijs. Met ‘Alles nieuw’ had ze al op de shortlist van die prijs gestaan. Met ‘De Onervarenen’ stond ze op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Haar laatste roman ‘Hier’ kwam uit in april 2018. Haar laatste proza voor kinderen en andere mensen is ‘Nu is later vroeger’ een boek over de tijd en ‘Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand’ (9plus). In 2019 verscheen de bundel nieuwe kindergedichten ‘Hee daar mijn twee voeten’ en het lange gedicht voor volwassenen ‘Levenslust, een gedicht’, in 2020 het kinderboek ‘Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand’, in maart 2021 haar roman ‘Mijn leven als mens’. In 2022 kwam haar lange gedicht met beelden ‘Aan Tafels’ uit, dat de spil vormde van Saint Amour 2023 van Behoud de Begeerte. Verder publiceerde ze de kinderboeken ‘Ik ben HIER!’ (2022), ‘Dát bedoel ik, zei de zalm(2023) en het beeldverhaal ‘De weg naar morgenochtend'(maart 2024). In 2023 kwam de roman ‘Ik dacht dat jij’ uit, die in het Parool en de NRC in de toptien van 2023 stond. Momenteel werkt ze aan weer een historische roman.
Joke van Leeuwen stelde haar werk tentoon, onder meer in Museum M in Leuven. Ze schreef ook meermaals voor theater. De laatste samenwerking was met Hoge Fronten, voor de voorstelling ‘Niet Vergeten’. Eerder regisseerde haar zus Marieke van Leeuwen ‘Iep!’ voor het RO-theater (Rotterdam) en ‘DagDag’ voor HetPaleis (Antwerpen). Vanaf 2004 bracht Joke van Leeuwen verschillende programma’s in theaters, zoals ‘Ozo Heppie’ met Caroline Deutman en het nog beschikbare ‘Toen mijn vader een struik werd’, waaraan ook celliste Anne Korff de Gidts meewerkt. Met gitarist en schrijver Mario Paric bracht ze ‘En/en’. En met cellist Ernst Reijseger bracht en brengt ze ‘Het moet nog ergens liggen’.
Na de voorstelling ‘Heb je mijn zusje gezien?’ van Hoge Fronten, reist ze in 2023-2025 rond met de zesplusvoorstelling ‘Hoeheettut’, samen met actrices Sarah Jonker en Jantien Fick.
In 2000 ontving ze de Theo Thijssenprijs voor haar kinderboekenoeuvre. In 2010 de Gouden Ganzenveer voor haar bijdrage aan het geschreven woord, in 2012 de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre en in 2013 de Duitse James Krüss Preis voor haar kinderboekenoeuvre. Ze kreeg onder meer de Gedichtendagprijs, vele Griffels en Penselen, stond op de shortlist van de VSB-poëzieprijs en werd en wordt genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. In 2008 en 2009 was ze stadsdichter van Antwerpen. In 2015 en 2016 was ze Dichter der Nederlanden, in het kader van de herdenking 1815-1830. Van 2014 tot 2018 was ze voorzitter van PEN Vlaanderen (PEN Belgium Flanders). In 2018 werd aan PEN Vlaanderen de ARKprijs voor het vrije woord toegekend. Vertalingen onder meer in het: Engels, Frans, Duits, Spaans, Catalaans, Italiaans, Sloveens, Litouws, Russisch, Deens, Zweeds, Turks, Japans, Papiaments, Pools, Vietnamees, Hebreeuws, Georgisch, Chinees, Koreaans, Armeens, Litouws, Taiwanees.
tekst Rik Guns I fotografie Bip Van de Velde – Lena Dewaegenaere
Ken je die van die Amerikaanse toerist op bezoek in Brugge die vroeg hoe laat het museum sloot? Hij bedoelde het stadscentrum. We waren onlangs ook op bezoek, maar dan in Brussel, dat is boeiender dan Brugge. Brussel is geen museum. Het is een installatie, aan het Brouckèreplein toch: 40.000 m2 beton, ijzer en staal van wat ooit gebouwen waren en waarvan alleen de gevels nog recht staan, want voor de façade doen we het in België. Het leek op Oekraïne of Gaza, maar met een positieve inslag: hier wordt ook heropgebouwd. We mochten tussen het strijdgewoel fotograferen en toen een van de bouwvakkers mij aansprak met: “Cinq euro!” dacht ik aan een performance. Maar het was dus een installatie. Achter de bouwwerf, in de Lakensestraat, botsten we op het Banksy museum, een instelling waarmee Banksy niets te maken wil hebben maar waarin zijn street-art gereproduceerd werd voor een permanente tentoonstelling. Pure fake, dus; een aanrader voor wie eens een boodschap met betekenis op een muur wil zien, een valse muur weliswaar, maar ’t is ’t gedacht dat telt. Je kunt er ook souveniertjes kopen, zoals verwacht in een toeristenval: een poster voor nog geen 7 euro, dat is tien- of honderdduizend keer minder dan een schilderijtje van Banksy op BRAFA, al dan niet gecertificeerd, voor mensen die vinden dat hij de grootste kunstenaar is van zijn tijd. Gelukkig gaat de tijd voorbij…
… En belden we precies op het afgesproken uur aan bij het tot-op-de-draad-versleten herenhuis van ‘Au Kalme’, het atelier van Lena Dewaegenaere en elf andere kunstenaars. Ze ontving ons hartelijk in een knus ingericht salon met spullen die dankbaar waren dat ze nog een bestemming hadden gekregen. Haar studio was de kamer ernaast. Binnenkort gaat de sloophamer in het huis om er een installatie van te maken, op zijn Brussels, tot op de grond dus, op de façade na. Je kunt het oude pand nog een laatste keer bewonderen voor de tentoonstelling van Lena van 15 tot 18 februari. Niet twijfelen. Daarna verhuist Au Kalme naar een nieuwe locatie, het beroemde Glazen Huis (het oud bondsgebouw) op de Houba de Strooperlaan in Laken. Banksy zou jaloers zijn.
Foto’s: Bip Van de Velde
Haar werk laat zich niet zo gemakkelijk vatten als dat van hem, het verschil tussen een gedicht en een slagroomtaart in je gezicht. Lena’s werk is poëzie. In “Are you where you want to be”, een reeks schilderijen uit 2018, stelt de kunstenares zich de vraag wat ‘thuishoren’ betekent. Is het een fysieke plek of een gemoedsrust, een gevoel van geluk en verbondenheid? Is zich thuisvoelen überhaupt bereikbaar en moeten we ernaar streven of het aan het toeval overlaten? Ze beeldt de vragen uit met mildheid en finesse. Schilderen is een keuze van licht en donker, van kleur en nuance. Lena doet dat subtiel, helder, met oog voor detail en geen spatje redundantie. Het is dromen in kleur. Je kunt ernaar blijven kijken. Kunst waar je naar wil blijven kijken maakt het leven mooier.
“I was waiting for the right time” (123 x 163 cm, acryl en olie op canvas), 2018
“Islands”, 32 kleine werkjes (14 x 20 cm) uit 2019, begon als een studie op canvas dat op hout was gelijmd. Na een aantal van die schilderijtjes raakte de kunstenares geïntrigeerd door de verlijming. Als ze het canvas van de drager stripte, kwamen resten mee van het hout en ontstond er een nieuw beeld op de achterkant van het canvas: eilandjes, verborgen plekken waar men zich thuis kan voelen?
In 2020 en 2021 sloeg corona toe, maar voor Lena was dat geen tijd van kommer en kwel, wel om het gemis van vrienden en geliefden om te zetten in positieve energie. “Take me out” uit 2020 zijn 61 kunstwerkjes van 14,8 x 21 cm, acryl op papier, één per dag, waarin ze haar gemoedstoestand van die dag van zich af schilderde. De beelden zijn een plezier voor het oog, grafisch mooi, om blij van te worden, ook al druipt het gevoel van eenzaamheid, opsluiting en afsluiting er in sommige beelden van af. Men zou er corona haast dankbaar voor moeten zijn. In “Take me out II” van 2021 gaat ze verder met nog eens 27 beelden. Gewoon prachtig, die vormen, dat licht, die kleuren. Heerlijk. Ik dacht even aan Folon, aan Magritte, maar Lena Dewaegenaere heeft een heel eigen verhaalstijl ontwikkeld, beheerst, spannend, assertief.
Uit “Take me out” en “Take me out II” (14,8 x 21 cm, acryl op papier), 2020 en 2021
In 2022 sloeg ze een totaal andere weg in met werk dat toch duidelijk haar stempel draagt. In From what I remember, 11 vierkante schilderijen, stelt de kunstenares zich de vraag hoe ons geheugen onze herinneringen filtert, hoe subjectief beeldvorming is en hoe die verandert in de tijd. Ze interpreteerde oude foto’s van een familiefeest. De toeschouwer wordt als het ware uitgenodigd op het feest om er een eigen verhaal over te maken. Ik geniet van de harmonische kleuren, de spannende vlakverdeling, de expressieve eenvoud.
Uit “From what I remember” (110 x 110 cm, acryl en olie op canvas), 2022
En nu presenteert de kunstenares dus haar nieuwste project: “If only we could see the shore”, waarvan we een beperkte ‘preview’ kregen. Het is weer totaal wat anders en toch zit er een evolutie in haar werk. De zoektocht van vroeger heeft plaats geruimd voor verlangen. De beelden worden nog stiller precies, warm maar gedempt, afstandelijk en toch speels, met die heldere lijn, de grafische vlakken die rust en spanning creëren, het zachte licht, de gestileerde schaduw, het verwrongen perspectief… Soms zijn ze heel concreet, soms abstract. Mijn oog valt op een paar kleine abstracte werkjes. Ik vraag haar of de witte vlakken iets betekenen. “Niets en daarom alles” zegt ze, “ze beelden niets tastbaars uit maar ze betekenen wel heel veel.” Ze schildert het ‘stiltepunt’: de gemoedstoestand die we ervaren als we ons niet meer naar de toekomst haasten, als we tot rust zijn gekomen in het huidige moment.
Foto’s: Bip Van de Velde
Toen ik de beelden op haar website voor het eerst snel bekeek dacht ik spontaan aan Spiliaert (‘de duizeling’, ‘de dijk’, ‘vuurtoren en dijk’…) en aan het onvertaalbare begrip ‘Sehnsucht’. Nu denk ik aan Lena De Waegenaere en aan het verlangen.
Doe jezelf een plezier en ga haar tentoonstelling bekijken. De wandeling van Brussel Centraal naar de Boudewijnlaan is een ontdekking op zich. Misschien moet ik er eens een fotoreeks over maken: “Het lot van Brussel. Achter de façade.” Boeiender dan Brugge. Zelfs zonder Banksy en BRAFA.
INFO
tentoonstelling
IF ONLY WE COULD SEE THE SHORE
Donderdag 15 februari, van 17 tot 22 uur (opening) Vrijdag 16 tot zondag 18 februari, van 11 tot 20 uur “Au Kalme” – Boudewijnlaan 19 – 1000 Brussel
TaLe Art Gallery in Vlierzele is stilaan een vaste waarde in de kunstwereld. Telkens opnieuw brengt galeriehoudster Tanja Leys verrassende groepsexpo’s. Deze zijn enorm divers wat thema, stijl, discipline en kunstenaars betreft. Op zeker spelen doet ze helemaal niet. Het siert de galeriehoudster dat ze zich niet wil vastpinnen op een genre. Vele kunstliefhebbers komen er graag terug.
Dit maal presenteert ze vrolijke, kleurrijke schilderkunst onder de toepasselijke titel ‘Kaleidoscoop’. De vier mannelijke kunstenaars tonen een persoonlijk, feeëriek universum waarbij je heerlijk kunt wegdromen en de fantasie laten werken. Ik ervaar een mengeling van Matisse, Kamagurka en, nu we toch in het Ensor jaar zijn, een vleugje Ensor. Door met grote namen te goochelen doe ik echter afbreuk aan de eigenheid van elk van de kunstenaars. Daarom zet ik ze hier graag op een rijtje.
Geert Koekoeckx °1983
Als natuurliefhebber bestudeer ik met grote belangstelling zijn fauna en flora op het doek. Of hij de natuur in zijn hart draagt, daar heb ik geen weet van, ik heb wel een vermoeden. De kunstenaar wilde archeologie studeren, heeft een passie voor alles wat verweerd is, dat verklaart volgens Geert Koekoeckx zijn basislaag die pasteus en oneffen is. Giraffen met een takken-gewei, lachende walvissen, vreemde wezens buitelen in hallucinante landschappen over een hobbelig canvas. Ik vermoed een cartoonist in de schilder maar ik sla de bal compleet mis. Tekenen doet de kunstenaar niet, zelfs geen voortekening op het doek. Met het penseel in de aanslag voert hij onmiddellijk kleurrijke gevechten met de beestjes op het doek.
@ Geert Koekoeckx
Laurent Dierckx °1976
Zijn werk lijkt één grote chaos, een chaos van kleuren en organische vormen die de kunstenaar weet te temmen op het canvas en tot orde te roepen. De onrust leidt tot introspectie. Schijnbaar onmogelijke kleurencombinaties weet hij om te toveren tot een wervelend kleurenpalet dat ons oog zeker geen geweld aan doet. En tussen al die rebelse kleuren, ontdek ik een man, een vrouw en exotische flora die me doen wegdromen en hopen op een revival van de natuur. Klimaatonrust lijkt plots ver af.
@ Laurent Dierckx
Wim Baes °1977
Misschien doe ik onrecht aan zijn totale oeuvre als ik schrijf dat zijn pink schilderijen me het meeste bijblijven. Na de Barbie revival is deze kleur hot en heb ik een excuus. Eenvoudige lijntekeningen sieren een met appelblauwzeegroene tinten doorspekte roze canvas. Heerlijk! La vie en rose! Het rijk der planten, eenvoudige bloempotten en vazen zijn voor deze kunstenaar een bron van inspiratie en tevens een eerbetoon aan grootvader en vader. Beide waren kunstzinnige bloemisten. Ze schilderden graag, het kunstvirus zit in de genen. Ik hou van de eenvoudige dikke donkere geabstraheerde bloemen en objecten die stil staan wezen op een blauwe, roze achtergrond met gekleurde vlekken (of zijn het vlakken?). De donkere dikke contouren komen telkens terug en doorklieven het canvas met een sprekende soberheid en stabiliteit. De cactussen zijn zachtaardig, prikken niet maar prikkelen en nodigen uit om deze kunst lief te hebben.
@ Wim Baes
Matthieu Claus °1977
Wat Matthieu gemeen heeft met de andere kunstenaars is het gebruik van uitbundige kleuren. Blauwen en groenen verraden dat de kunstenaar een landschap verbeeldt. Rasters en strakke lijnen doen me denken aan een stedelijk industrieel landschap. Matthieu Claus ploetert op het canvas, is niet tevreden met één enkele laag. Zijn werk vraagt om introspectie. De kunstenaar is niet alleen een schilder maar ook een bouwvakker die construeert, laag na laag, soms aarzelend en vaak trefzeker tot een doorwrocht resultaat uit de verf naar voor treedt en het canvas klaar is voor bewonderende en vragende blikken van de toeschouwer. Plots zie ik een wolk, is het wel een wolk? Mijn verbeelding slaat op hol. En dit is terug wat Matthieu Claus met de andere kunstenaars gemeen heeft, hij doet beroep op de creativiteit van de toeschouwer.
@ Matthieu Claus
Graag vermeld ik dit nog: de galerie biedt de bezoeker een brochure aan waarin kunstrecensent Yves Joris elke kunstenaar belicht. blog van Yves Joris https://kunstflaneur.be/
Haar atelier is niet groter dan 6 m2: een tafel in L-vorm met dozen ‘Rembrandt Soft Pastel’ krijt voor de heldere, felle kleuren, Faber-Castell potloden voor de zachtere nuances en een aantal gommen, “that’s it”. En papier, natuurlijk, of behang, want dat maakt van Leen Vereecken meer dan gewoon een goede tekenares.
Bij ons thuis hing er een Rembrandt aan de muur: een kleine ets, onmiskenbaar, want zijn handtekening stond er onder. (‘Stoefer’ zegt mijn vrouw als ik mijn openingszin voorlees – ik betrek ze bij alles – en ze heeft gelijk, maar intussen heb ik toch maar uw aandacht. Vasthouden nu). Vasthouden is ook wat ik zei tegen de donkere Christus die, zonder armen en zonder kruis, naast de kleine Rembrandt hing. Beide kwamen van mijn oom, een amateurantiquair die naast ons woonde. Christus had ik nog zien liggen in zijn atelier, een eiken beeldje van zo’n 70 cm, maar toen nog met één arm, de rechter, opgestoken aan dat denkbeeldig kruis. Het prachtig gebeeldhouwd hoofd met die doornenkroon keek omlaag, duidelijk lijdend, maar in het besef dat het nog een tijd zou duren voor het de geest zou geven, want het was van een atletisch gekruisigde, met fiere borst, last van een lordose en de billen van Tom Boonen. “Barok, 17e eeuw”, zei nonkel fier, niet blij met mijn goedbedoelde, kinderlijke reactie: “‘t Is precies een agent die ’t verkeer wil tegenhouden, nonkel. Wat is er met zijn linkerarm gebeurd?” Dat wist nonkel niet, maar toen ik een paar dagen later terug kwam kijken – ik zag hem graag bezig, lieve man – was Christus zijn linkerarm ook kwijt, afgebroken, onkundig geamputeerd en zag ik nonkel met een els gaatjes kloppen in de schouderholte. “Memelen” (houtworm) mompelde hij, waarna hij de barokke Christus, nu zonder armen en zonder kruis, in het donkerbruin beitste en voor een vriendenprijsje mijn vader aansmeerde, die hem, streng katholiek, aan de haak sloeg, naast de Rembrandt, zo ging dat in die dagen. Vasthouden, zei ik dus tegen Christus. Hij en Rembrandt moesten in hun buurt ook Rémy de Pillecyn tolereren, een kennis van mijn vader, een arme kunstenaar die, zoals Rik Wouters destijds, zijn vrouw en kinderen portretteerde met het weinige materiaal dat hij zich kon veroorloven. Het portret bij ons thuis was getekend in Soft Pastel. “Dat vind ik nu mooi” zei mijn vader over zijn de Pillecyn, zichtbaar aangedaan; over de twee andere werken zweeg hij vroom, maar hij was dan ook geen kenner, hij had het meer voor de kleine man.
Vóór we – Bip, de fotografe en ik – bij Leen Vereecken op bezoek gingen had ik haar website bekeken en ik moet toegeven dat ik twijfelde. “Not really my cup of tea” dacht ik, maar er zaten toch een paar sterke werken tussen, dus toch maar doen. Na het bezoek was ik blij: de twijfel had plaats geruimd voor respect. Leen is een gepassioneerde, gevoelige en bescheiden kunstenares. Ze evolueert nog in haar werk, het wordt vrijer, persoonlijker, assertiever. Ze tekent al haar leven lang, van toen ze zeven was, ganser dagen aan het kleuren; dan naar de academie en verschillende opleidingen van tekenen en schilderkunst; slechts korte tijd gestopt toen ze moeder werd om dan, een jaar of tien geleden, te herbeginnen: tekenen, op elk vrij moment, thuis, op vakantie … puur, uit liefde, uit passie.
“Ik teken voor mezelf”, zegt Leen. “Op die manier kan ik de dingen van me afzetten. Ik heb behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven, dat is privé, maar ik ben heel gevoelig voor stemmingswisselingen.” Ze ervaart momenten van grote eenzaamheid, zegt ze, soms diepe droefheid, ontgoocheling ook, afgewisseld met opwellingen van intense blijdschap. Tekenen is haar uitlaatklep, het geduld dat ze er moet voor opbrengen werkt kalmerend, het resultaat is emotie, beheerst, zacht en kwetsbaar. Ze toont een werk dat ze maakte tijdens de coronacrisis, een huilende vrouw gezeten in het hoekje van de douche. “Mensen spraken er mij op aan”, zegt ze, “vrouwen die misbruikt waren geweest, hoewel dat nooit de bedoeling was van mijn tekening. Maar emoties zijn nu eenmaal heel persoonlijk”.
Ze werkt ook veel in opdracht, wellicht door haar groot inlevingsvermogen. “Ik was eens op het strand bezig met het tekenen van een hond, toen er een mevrouw kwam vragen of ik er ook één wilde maken van die van haar. Dat doe ik dan, maar eerst nadat ik begrijp wie en hoe die persoon is. Bij een opdracht gaat het om de verwachting van een ander. De uitdaging dan is die verwachting juist in te schatten zonder dat ik mezelf verloochen. Ik kan vele stijlen aan, maar het moet wel een tekening blijven, met een eigen karakter en met iets van mezelf. Als ze het realistisch willen, dat ze dan een foto maken”.
Hyperrealistisch pastelwerk zoals van Francesco Ipsan of Clare Zhao moeten we van Leen Vereecken dus niet verwachten, hoewel ik er zeker van ben dat ze het zou kunnen. “Heb je een speciale affectie voor honden, katten of paarden?” wil ik weten, omdat veel van haar werk daarover gaat, “Neen” antwoordt ze, “dat zijn allemaal opdrachten”… Of toch bijna, er zitten twee honden bij die mijn sympathie wegdragen, door de manier waarop ze me aanstaren. De hond met de hoed op en een sigaret in de muil ziet er even vrolijk uit als Herman Brusselmans en de andere in clair-obscur spreekt Westvlaams: “Wuk?!” Dan valt mijn oog op een tekening van drie struisvogelkoppen. Ze doen me denken aan een confrontatie met die beesten in een natuurparkje twee jaar geleden. Daar stond een hok met een groot gat op een meter of 2 hoog. “Wat zou daar in zitten” hoor ik mezelf nog denken en een seconde later kwamen daar plots zo’n 3 domme koppen naar buiten piepen, net zoals op de tekening. Het zijn tekeningen die Leen uit zichzelf maakte, voor het plezier en dat is eraan te zien.
Totaal anders is het werk in zwartwit van vier mannen in gesprek. Ze tekende het snel, op basis van een kleurenfoto, op vraag van collega’s van een pas overleden man. Het lijkt wel een frame, geplukt uit een verhaal van Rinus Van de Velde. De verscheidenheid van haar werk is grenzeloos. ‘Meisje aan het raam’ en ‘Lonely bubble’ zijn heel subtiel, suggestief, breekbaar…vrouwelijk zou ik willen zeggen, als dat in tijden van woke-moraal en gendergelijkheid nog is toegelaten.
Hoe persoonlijker en hoe creatiever, hoe beter ze is. Haar beste werk tekent ze op een baan behangpapier. Dat doet ze meesterlijk. De twee portretten van Kasper, haar zoon en van Lea, haar lerares en mentor intrigeren door hun eenvoud, hun expressie, dat vleugje mystiek. De keuze van de achtergrond is telkens een schot in de roos. Het beeld krijgt iets bevreemdends moois. Leen Vereecken kan niet alleen goed tekenen, ze is empathisch, ze toont hoe ze zichzelf voelt en dat kan ze heel sereen overbrengen.
En hoe is het nu met de Rembrandt en de Christus afgelopen? De Rembrandt was voor mijn broer, als herinnering aan zijn peter, oom amateurantiquair. Rembrandtetsen zijn er overigens in overvloed. De grootmeester zelf maakte er 290 en van elk maakte hij slechts één afdruk, vooral als studiemateriaal. Maar omdat hij zo beroemd was, al in zijn tijd en meer nog in de eeuwen erna, hebben anderen zijn koperplaten zo veel hergebruikt en gekopieerd, dat je vandaag al Rembrandtetsen vindt voor een paar honderd tot een paar duizend euro. Vroeger moest je daar antiquair voor zijn, nu heb je het internet. Naar de donkere Christus heb ik het raden. Die zijn we kwijt en dat is geen verlies. Wie wil er vandaag de dag nog een verminkt, mismeesterd beeldje van een barokke Christus? Omdat het ‘antiek’ is en dus hopelijk waardevol? Een zielige gedachte. Geef mij dan maar de liefhebbers van Soft Pastel, van Rémy de Pillecyn, zoals mijn vader destijds, en van Leen Vereecken vandaag. Zij kopen kunst niet als belegging, niet als handelswaar of om er mee te pronken, maar omdat het werk hen raakt en uit bewondering, want diep van binnen benijden ze de kunstenaar. Die weet: de echte kunst is ze te maken, niet te bezitten.
Het aantal exporuimtes en initiatieven met kunstbeleving als doel, groeit gestaag in Gent. Naast gevestigde waarden zorgen uiteenlopende initiatieven voor vernieuwing in het Gentse kunstlandschap. Het aanbod is divers. Kunstroutes, toonruimtes, pop-up galeries, beginnende galeries… verwennen het Gentse kunstpubliek en kunstliefhebbers die afzakken naar Gent. Galerie drie, in het historische centrum van Gent, is één van de nieuwkomers. De galeriehouders Wendy en Guy, twee kunstenaars, wagen de stap en combineren het kunstenaarschap met een galerie. Hebben kunstenaars als galeriehouder een andere visie, kijken ze uit naar vernieuwende kunst, bekijken ze kunst anders, beklemtonen ze andere elementen? De toekomst zal het uitwijzen. Op uitnodiging van Wendy en Guy, bracht ik Galerie drie een bezoekje. Ik kon er een preview meemaken van de expo met werk van Evy Toye.
Kunstenaar Evy Toye is de opstelling van haar werk aan het wikken en wegen. De schilderijen staan netjes tegen de muur aangeleund, onder de spotlights, geduldig wachtend op een geschikt plaatsje aan de witte muur. Op 26 januari toont de galerie haar werk aan het grote publiek onder de titel ‘Box in the clouds’. Voor beide partijen hangt er spanning in de lucht. Welke reacties zal de tentoonstelling uitlokken? Bij een eerste oogopslag twijfel ik niet aan een positieve ontvangst. De werken zijn esthetisch, mooi om zien en toegankelijk omwille van het kleurenpalet. Alhoewel… wat duiding is welkom.
Through the darkness to find the light 70cm x 95cm olieverf op doek 2023
‘Box in the clouds’ Is de titel meer dan een verwijzing naar wat op het doek is afgebeeld? Evy Toye De schilderijen tonen een combinatie van organische vormen, natuur en architectuur. Ik zoek de begrenzing op. We leven in een tijd van heel veel prikkels. Verdwalen in het landschap van mijn doek, wandellust, bezorgt mij rust en evenwicht. Mijn expressieve luchten staan symbool voor de natuur, het architecturale vertegenwoordigt mens en maatschappij.
Sky frame 34cm x 48cm olieverf op doek 2023
De grote doeken ogen romantisch in de pure betekenis van het woord. Dramatische wolken, zintuigelijke landschappen geven het gemoed weer. Hier is een gevoelsmens aan het werk. Tot mijn verrassing ontdek ik ook sobere kleine bekoorlijke uitgepuurde werkjes, groots in hun eenvoud. Ze zijn rustig, evenwichtig en abstract. Gingen deze kleinere werken de grote vooraf? Evy Toye Helemaal niet. De kleine canvassen zijn details van groot formaat schilderijen.
Kleinere canvassen
Voorstudies die zijn er niet. Het verhaal rust in haar hoofd. Bij het werkproces horen foto’s. Deze gebruikt Evy Toye om digitale studies te maken. Bang om haar werk te overschilderen is ze niet. Ze houdt van ‘updaten’, schuwt het risico niet en gaat voluit voor dat ietsje meer dat het schilderij biezonder maakt. Pasteus en transparant, sober en felle kleuren, de kunstenares houdt van spelen met contrasten tot de canvas een zeker evenwicht en rust uitstraalt. Als je aandachtig kijkt merk je een overschildering, een laagje meer.
Witte handschoenen onachtzaam neergelegd naast een stijlvolle zwarte doos, nodigen uit de inhoud intenser te bekijken. Het kunstwerk in de doos, een olieverfschilderij op schilderspapier, is verwant aan de kleinere canvassen, eenvoud siert. Het ritueel aantrekken van de handschoenen, het openen van de ‘black box’, het voorzichtig vastnemen en bekijken van het werk plus het terug neerleggen zijn eenvoudige handelingen die me doen denken aan de kunst van performances. Evy Toye opteert voor het beleven van kunst.
Vele kunstenaars nummeren hun schilderijen, Evy Toye geeft ze melodieuze namen. Throug the darkness to find the light The Bright colors make me blind I didn’t know, did you? Take away my pen… Is het schilderij af, dan komt de naam. Deze is meestal intuïtief en gevoelsmatig. Met haar titels nodigt de kunstenaar haar publiek uit om in dialoog te gaan met het schilderij en haarzelf. Communicatie vindt ze als kunstenaar enorm belangrijk.
We all disappear when we play 63cm x 77cm olieverf op doek
Eenmaal in haar atelier valt de communicatie met de buitenwereld stil. Het is een plaats die ze koestert en verborgen houdt. Slechts enkele personen verleent ze toegang tot dit privédomein en laat ze kennis maken met haar scheppingsverhaal. Het is een persoonlijk verhaal van falen en de draad of de borstel terug opnemen. Niet iedereen laat ze toe in dat verhaal.
Evy Toye heeft ambitie, stelde tijdens haar zevenjaar schilderkunst vele malen tentoon. We zijn benieuwd wat de toekomst brengt, of de ‘box’ de bovenhand haalt? of de natuur? of zoekt ze totaal nieuwe thema’s op? Kunstpoort wenst haar zeker een mooie toekomst met haar schilderkunst.
Info expo
Galerie Drie Sint-Amelbergstraat 3a 9000 Gent
Box in the clouds Evy Toye vernissage vrijdag 26 januari 2024 19u open van 26 januari tot 11 februari vrijdag en zaterdag van 9u tot 18u zondag van 9u tot 14u
In deze tentoonstelling onderzoekt de Mechelse multimediale kunstenaar Jo Op de Beeck (°1955) zijn positie zowel als mens alsook als kunstenaar.
Op de Beeck, van opleiding graficus en fotograaf, werkt in deze expo deze vraagstelling uit via drie sleutelwerken/momenten.
Deze werken fungeren als rode draad doorheen de expo.
De andere werken flankeren de positie als hedendaags kunstenaar, met een 40-jarige achtergrond als beeldend kunstdocent.
De corona periode heeft voor Op de Beeck een contemplatieve bezinningsperiode gebracht waarvan deze 30 werken getuigen zijn.
In dit werk omhelst en gebruikt hij schilderkunst, fotografie en installaties als beeldend middel en boodschap drager.
Jo Op de Beeck focust in deze tentoonstelling op het creatieve wordings-en zijn-proces, met humor en respect voor de Kunst.
INFO
IKA Instituut voor Kunst en Ambacht Veemarkt 39 2800 Mechelen Tel: 015/20 14 44 Expo is open in het weekend, zat & zon, van 14 tot 18 u, in de week op afspraak.
Za: 13/01- 20/01 en 27/01 Zo: 14/01- 21/01 en 28/01