videograaf Bert Vannoten
ALBATROS
Solotentoonstelling Jesse Willems in Huis Cabuy, Mechelen.
De Belgische kunstenaar Jesse Willems (°1984), woonachtig en werkend in Antwerpen, ontwikkelt een beeldtaal die laveert tussen fotografie, collage en assemblage. Zijn werk vertrekt vaak vanuit kleine, alledaagse fragmenten die gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Door die banale details los te weken uit hun oorspronkelijke context, geeft Willems ze een nieuwe betekenis en nodigt hij de toeschouwer uit tot verstilling en contemplatie. Zijn oeuvre vormt zo een tegengewicht voor de drukte en chaos van de hedendaagse wereld.
Hoewel Willems zijn composities zorgvuldig opbouwt, laat hij altijd ruimte voor toeval. Zijn collages bestaan uit fotografische fragmenten die hij met de hand snijdt, plakt en verpakt in lagen van papier. Vaak gebruikt hij hiervoor vergeten archiefmateriaal of oud papier uit kantoorboekhandels, waardoor zijn werk een gelaagde textuur en een zekere tactiliteit krijgt. Iconografie, letters of duidelijke symbolen worden bewust vermeden: de kunstenaar wil geen eenduidige lezing opleggen, maar de blik van de kijker vrij laten dwalen.
Stilaan evolueerde zijn werk naar een meer abstracte en ingetogen stijl, waarin zachte kleuren en geometrische ritmes de boventoon voeren. Fotografie blijft het vertrekpunt: hij vindt abstracties in de werkelijkheid en transformeert die via collage tot composities die balanceren tussen orde en toeval, tussen controle en verrassing.
Willems stelde de afgelopen jaren tentoon in binnen- en buitenland, onder meer in België, Frankrijk en Oostenrijk. Zijn werk werd opgenomen in publieke en privécollecties, waaronder die van het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Verbeke Foundation. Zo bouwt hij gestaag verder aan een oeuvre dat niet luidruchtig, maar eerder verstild en geconcentreerd aanwezig is in de hedendaagse kunstwereld.
De keuze voor de schaduw
Elk werk heeft een naam. Ottavia. Chiringuito. Achilles. Calavera. Namen zorgen voor uniciteit. Namen zorgen voor nieuwe mogelijkheden.
Er is geen albatros bij, zoek er niet naar. Niet naar de titel, niet naar de vorm. De vorm bepaalt zichzelf, Jesse Willems werkt er niet naartoe. De titels geven kansen, maar laten alles open. Het is de schaduw van een lijmstift die de vorm bepaalt Een omgevallen stoel. De verkeerd gelegde stoeptegel in Barcelona. Het blad van de plataan. De schilfer op de huid van diezelfde boom. Waar de passant achteloos aan voorbij loopt, stopt het oog van de kunstenaar.
Je kan de stoel zien of je kan zijn schaduw zien.
Allitererend bestaat de neiging om naast die albatros het woord abstract te gebruiken, maar laat niemand dat doen. Over elke lijn is nagedacht omdat juist weerhaken interessant zijn. Zijn collages leven van weerhaken. Zijn foto’s leven van zijn collages. Alles heeft alles nodig. Hoe het licht valt op plooien, formaten, voorwerpen, flora, hoeken, zonder zoeken, enkel door aandacht, door twijfelen, door stilstaan, achterover leunen, herbekijken, door binnen te halen, op te slaan, te herdenken, zo ontstaan zijn nieuwe vormen. Uitgesneden kaders, ingepakt in lagen van oud papier, gevonden op het Vossenplein, al betekend door architecten of ontworpen door behangpapierontwerpers. Dan volgt de titel. Moonshine I. Moonshine II. Moonshine III.
Zoek dus geen albatros in het werk, die staat al in dit Huis Cabuy dat architect Jos Chabot tekende en dat oprees aan de Mechelse Auwegemvaart. Deze villa, modernistisch, waar de zon doorluchtig zijn weg zoek via glas-in-lood, hoeken, muren en de trap met de gesculpteerde vogel, past uitstekend bij het werk van Jesse Willems. Huis en werk versterken elkaar omdat zijn fragmenten van de werkelijkheid, ooit vertrokken (en soms nog vertrekkend) van uitvergrote foto’s, baat hebben bij diezelfde zonneslagen. Wat het daglicht in het huis aan schaduwen schenkt, kan de basis zijn van nieuwe ideeën. Maar nu staan ze zij aan zij. De dialoog is vanzelfsprekend, maar het contrast met de albatros zelf is groot. Steeds verder weg vliegt die, recht door zee. ‘Ik cirkel veel meer rond’, zegt de kunstenaar. ‘Ik twijfel meer dan de vogel. Hij is vastberaden. Er is wel een grote liefde. Mijn opa was gids in Het Verdronken Land van Saeftinghe. Hij leerde me de vogels kennen.’
Wie leerde hem kijken? Het is een belangrijke vraag, want alles draait rond kijken. ‘De manier waarop ik kijk, is hoe ik iets met andere mensen kan delen’, zegt hij. Kijken is zijn connectie. Als kind al een buitenbeentje, liever zocht hij de rand op dan het middelpunt. Je zou kunnen schrijven: de schaduw van het sociale. Aan die buitenzijde is er ruimte voor kijken, voor beschouwing, voor associëren.
Kijken, voelen en de wereld monsteren, hebben met genetica te maken. Een moeder die van kunst houdt en die liefde doorgeeft. Een vader die van gesprekken houdt. Een bompa die naar de vogels in de lucht wijst en ze benoemt. Maar kijken, voelen en de wereld monsteren, hebben ook met invloeden te maken. Het werk van Saul Leiter, bijvoorbeeld. Zeker in de beginjaren van Jesse Willems van grote indruk. Het werk van Richard Diebenkorn. Het werk van Luigi Ghirri. Hun blik op de werkelijkheid was herkenbaar. Was, want zij zijn dood. Teju Cole, de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver, kunsthistoricus en ook fotograaf, leeft nog. In ‘Pharmakon’, zijn jongste boek, staat een foto die Jesse Willems lang voordien zelf maakte. Een exact beeld. Allebei op andere momenten gezien in Parijs, door vier verschillende ogen. Die van Cole en die van Willems. Los van elkaar, maar dus in elkaar gehaakt door eenzelfde manier van kijken. Zo communiceren ze met elkaar. In de taal van het kijken zit het wederzijds begrip. In die taal zit tijdloosheid. Je ziet iets in de tijd, maar die taal geeft het een eeuwigheid.
In Huis Cabuy zijn vijftien werken te zien. Nieuwe werken, ingepakt en uitgepakt, ontstaan dus door dat kijken en door die schaduwen, maar vooral organisch. Hij noemt het Darwinistisch. Wat van papier, ooit 80 jaar opgerold, overbleef gebruikte hij voor nieuw werk. Het sterkste overleefde. Zijn werk vloeit voort uit vroegere manieren van werken. Eerst waren er echte foto’s. Van mensen, van gebouwen, zelfs van frietkoten. Later bleken de lijnen steeds interessanter dan de mensen. Stilaan kwamen de weerslagen. Dan het plooien. Nu dit werk. ‘Het is evolutie, geen revolutie.’
Zo ontstaat identiteit, maar wie zegt wat de volgende stap wordt? Evolutie staat niet stil. Evolutie rijmt niet toevallig op entropie. Daarrond draait alles. Het gaat om nooit stoppen. ‘If you are disappearing from yourself, but you’re still writing, then there is a kind of activity of thinking going on, which in my world is similar to what’s going on in music’, schreef Karl Ove Knausgård. Vervang schrijven en muziek door kijken en vormen en de taal wordt weer dezelfde. Niet toevallig ligt Knausgård dit jaar op Jesse Willems’ nachtkastje. Waar ooit Kerouac lag en vorig jaar Camus, zal volgend jaar weer iemand anders liggen.
Het is evolutie. Geen revolutie.
Er is alleen de keuze voor het kijken de schaduw. Die blijft. De albatros vliegt weg.
Bert Vannoten: Videograaf
INFO
Tentoonstelling Albatros
Jesse Willems
Huis Cabuy Mechelen
Auwegemvaart 70, 2800 Mechelen
8 tot 16 november 2025
Open: 08–09.11 • 11–18h
11.11 • 11–18h
14–16.11 • 11–18h
https://www.instagram.com/cabuy.be/
https://www.instagram.com/jessewillems/