Eddy Toté… een artistiek Fenomeen?

Tekst Magda Verberckmoes Fotografie Eric Rottée

Van 9 juni tot 7 juli 2024 stelde Eddy Toté tentoon in de Zolderzaal van café Den Trol in Schoten. Sinds 10 juli en dit tot eind september is zijn werk nog te bezichtigen in de foyer van het CC Schoten. Hier volgt het verhaal van een atypisch kunstenaar en zijn bijzondere creaties.

Eddy ziet het levenslicht in een traditioneel arbeidersgezin waar hij als jongste opgroeit, samen met zijn broer Henri en zus Lydia. Op vijftienjarige leeftijd raakt hij in de ban van tekenen. Hij begint schetsen te maken op gewoon papier. De resultaten zijn geïnspireerd door Bijbelse mythen.

Van opleiding is Eddy technieker en zo kwam hij terecht in een groot energiebedrijf waar hij als piloot van een centrale een verantwoordelijke taak had. Door het shiftsysteem belandde hij hierdoor in een situatie die hem sociaal wat isoleerde. Op een gegeven ogenblik schreef hij zich in voor een cursus tekenen, maar snel moest hij vaststellen dat de helft van de lessen aan hem voorbij ging vanwege zijn professionele activiteit. Na een half jaar hield hij het voor bekeken op de tekenschool. Maar dit betekende niet het einde van zijn hobby. Hij tekende verder, voornamelijk met potlood en papier.

Tijdens een cafébezoek gebeurde het dat hij een bierviltje nam, een balpen tevoorschijn haalde en zijn inspiratie de vrije loop liet. Tot zijn eigen verbazing leidde dit tot bijzondere resultaten. Het werd uiteindelijk iets wat op een obsessie begon te lijken. Overal waar hij kwam, was er de behoefte om te tekenen, alles wat in zijn handen terechtkwam en geschikt was om ‘bewerkt’ te worden, kreeg de inspiratie van Eddy mee. Het ontging de andere klanten niet. Soms legde iemand een bierkaartje voor zijn neus en begon hij spontaan te tekenen. Naast het plezier van het creëren, begon Eddy ook het groeiende sociaal contact te ervaren en waarderen.

Zo ging het jaren verder, tot zijn broer, Henri, hem de vraag stelde of hij zijn werk niet wou veilig stellen voor de toekomst. Bierviltjes en andere dragers werden immers meegenomen door mensen die het mooi vonden, zonder dat er voor Eddy een spoor van overbleef. Het idee ontstond om een tentoonstelling te organiseren. Henri nam de taak van manager op zich en ruimde alle obstakels weg om het doel te bereiken.

Het werd een huzarenstuk om Eddy’s werken te verzamelen. Naast de stukken die hij zelf had bijgehouden, werden mensen die ooit een werk van Eddy hadden bekomen, benaderd met de vraag of ze het betreffende werk wilden uitlenen voor de tentoonstelling. Deze vraag kende een wisselend succes, vandaar dat sommige creaties enkel op foto’s te zien zijn.

Naast potlood en bic, waagt Eddy zich ook aan verf. Naast papier en bierviltjes, komen andere dragers aan bod. Alles wat in Eddy’s vizier komt maakt kans om een schilderij of tekening van hem ‘op te lopen’, werkelijk alles: sigarettenblaadjes, papieren tafellopers, meubelen, muren, zelfs handen en vingernagels, deze laatsten echter enkel op aanvraag van de eigenaar.

Bierviltjes en balpen hebben een bijzondere plek in het hart van Eddy en maken ongeveer 90% van zijn werk uit. De textuur van deze kaartjes – vooral die van Duvel – is heel fijn, indrukbaar maar ook sterk. Op de vraag waarom hij overwegend met balpen tekent, gaf hij het verrassende antwoord dat gommen hiermee niet mogelijk is. 

Het resultaat van zo’n tekening – meestal na een drietal uur – is onverwacht verwonderlijk, de details verbluffend.

Op enkele uitzonderingen na, is alles wat Eddy tekent of schildert het resultaat van zijn verbeelding. Maar één enkele keer stond een kennis als model voor een schets met kleurpotloden. 
De tekening met zicht op de stad Luxemburg kwam tot stand door ter plaatse de contouren van de stad en gebouwen te schetsen. De details werden thuis verder ingevuld en betreffen pure  improvisatie.

Vanwaar die rijke inspiratie? Die ligt, wat Eddy betreft, overal voor het rapen. Een vlek op de grond is genoeg om hem naar het potlood of bic te doen grijpen. In de foto van banale zaken ziet hij een rijkdom aan mogelijkheden om er iets origineels uit te puren.
Eddy heeft geen atelier waar hij zich terugtrekt om te werken. De wereld is bij wijze van spreken zijn werkplek. Hij hoeft geen schildersezel en een tafel waarop het materiaal is uitgespreid. Waar hij komt en getroffen wordt door wat zijn oog heeft opgemerkt, zet hij zich aan het werk met wat hij op dat ogenblik voorhanden heeft.

Als Eddy nu zijn leven overschouwt, geeft hij graag toe dat de tentoonstelling iets in gang heeft gezet. Daar waar hij vroeger veel op zijn eentje tekende om bezig te zijn, wordt hij nu in Schoten door vele mensen herkend en aangesproken. Er werden artikels over hem gepubliceerd en hij kwam op TV met zijn werk. Zijn broer Henri zorgde tevens voor een fotoboek “Ballpoint” met daarin een selectie bijzonder werken van Eddy. Globaal gezien een leuke ontwikkeling, alhoewel die overrompelende aandacht niet altijd gemakkelijk aanvoelt.

Vermoedelijk zal zijn leven en tevens zijn artistieke bezigheid niet veel veranderen. Eddy is en blijft Eddy. Hij is niet commercieel ingesteld en zal zelf geen actie ondernemen om zijn werken meer onder de aandacht te brengen. Een nieuwe tentoonstelling ligt dus volledig in handen van zijn broer Henri. Maar Eddy zelf, die blijft zich verder verwonderen over de vele dingen die ons omringen en gebruikt ze om zijn doel te bereiken: al tekenend scheppen.

Tekst Magda Verberckmoes
Fotografie Eric Rottée