Ze studeerde cum laude af aan St Lucas in 2018. Tussen bachelor en master in Gent volgde ze 2 jaar les aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig. St Lucas koos ze voor de artistieke begeleiding, Leipzig meer om het ambacht onder de knie te krijgen. Ruth straalt warmte en passie uit, passie voor haar vak. Zij zou best zonder dat kacheltje in haar atelier kunnen, zo hoog laait het vuur in haar. Ze leeft voor haar kunst. Geen dag zonder creëren, geen dag zonder haar atelier. Haar kunst is eigenzinnig, niet voor een breed publiek, zeker niet voor de aanhangers van het realisme. Nochtans kan zij dat, realistisch tekenen en schilderen. Zij bezit de kunde en de techniek daartoe, maar het is niet haar ding. Ze wil in de eerste plaats uiting geven aan haar gevoelens en gedachten, aan haar dromen en verlangens en doet dat op haar eigen compromisloze manier, vrij en gedurfd en op het moment dat ze zich aandienen.
Haar oeuvre is divers. Ze maakt tekeningen, schilderijen en constructies. Ondanks die visuele diversiteit gaat het altijd over de mensheid in relatie tot zijn omgeving. Ze verbeeldt de problematische verhouding van de mens tot zichzelf, de andere en het andere.
Haar werken zijn gelaagd op verschillende vlakken: In tijd en ruimte: soms wachten ze op een af- of herwerking, soms komt er op het doek iets bij of gaat er weer iets af. Eren wat was, vermengen met wat is, zorgt ook voor een laag. De doeken hebben een voor, een achterkant en een binnenwerk. Alle delen zijn belangrijk, net zoals dat in het echte organische leven het geval is
Om haar werken kleur en gestalte te geven zijn alle materialen goed: aarde, gruis, lappen stof, draad, alle soorten verf, zaken die anderen weggooien. Ze is tegen de consumptie- en wegwerpmaatschappij. Als stadsjutter gebruikt ze wat mensen niet meer waarderen en verwerkt dat tot de gelaagde en geleefde drager van haar werk.
In haar nog jonge carrière nam ze aan talrijke exposities deel. De expo waar ze het meest voldoening en de beste herinnering aan heeft is aan de recente groepstentoonstelling in de Black Swan Gallery in Brugge. Kristof Tillieu, de galerijhouder, wil vooral bezielde kunst brengen en mensen andere dingen laten zien dan wat ze gewoonlijk te zien krijgen. Hij is oprecht geïnteresseerd in de kunstenaar met wie hij samenwerkt, bezoekt meerdere malen diens atelier, geeft raad, een richting, volgt op, zonder dwang. Zijn expo’s hebben steeds een thema. Het thema waar Ruth aan deelnam was ‘Skin in the game’. Echt iets voor Ruth en dat had de galeriehouder goed gezien in haar.
Ik bezocht Ruth in haar atelier en bracht volgende fotografische impressie mee:
gelaagd: verknipt, aan elkaar genaaid, doorkliefd, geverfd
tekst Rik Guns I fotografie Bip Van de Velde – Lena Dewaegenaere
Ken je die van die Amerikaanse toerist op bezoek in Brugge die vroeg hoe laat het museum sloot? Hij bedoelde het stadscentrum. We waren onlangs ook op bezoek, maar dan in Brussel, dat is boeiender dan Brugge. Brussel is geen museum. Het is een installatie, aan het Brouckèreplein toch: 40.000 m2 beton, ijzer en staal van wat ooit gebouwen waren en waarvan alleen de gevels nog recht staan, want voor de façade doen we het in België. Het leek op Oekraïne of Gaza, maar met een positieve inslag: hier wordt ook heropgebouwd. We mochten tussen het strijdgewoel fotograferen en toen een van de bouwvakkers mij aansprak met: “Cinq euro!” dacht ik aan een performance. Maar het was dus een installatie. Achter de bouwwerf, in de Lakensestraat, botsten we op het Banksy museum, een instelling waarmee Banksy niets te maken wil hebben maar waarin zijn street-art gereproduceerd werd voor een permanente tentoonstelling. Pure fake, dus; een aanrader voor wie eens een boodschap met betekenis op een muur wil zien, een valse muur weliswaar, maar ’t is ’t gedacht dat telt. Je kunt er ook souveniertjes kopen, zoals verwacht in een toeristenval: een poster voor nog geen 7 euro, dat is tien- of honderdduizend keer minder dan een schilderijtje van Banksy op BRAFA, al dan niet gecertificeerd, voor mensen die vinden dat hij de grootste kunstenaar is van zijn tijd. Gelukkig gaat de tijd voorbij…
… En belden we precies op het afgesproken uur aan bij het tot-op-de-draad-versleten herenhuis van ‘Au Kalme’, het atelier van Lena Dewaegenaere en elf andere kunstenaars. Ze ontving ons hartelijk in een knus ingericht salon met spullen die dankbaar waren dat ze nog een bestemming hadden gekregen. Haar studio was de kamer ernaast. Binnenkort gaat de sloophamer in het huis om er een installatie van te maken, op zijn Brussels, tot op de grond dus, op de façade na. Je kunt het oude pand nog een laatste keer bewonderen voor de tentoonstelling van Lena van 15 tot 18 februari. Niet twijfelen. Daarna verhuist Au Kalme naar een nieuwe locatie, het beroemde Glazen Huis (het oud bondsgebouw) op de Houba de Strooperlaan in Laken. Banksy zou jaloers zijn.
Foto’s: Bip Van de Velde
Haar werk laat zich niet zo gemakkelijk vatten als dat van hem, het verschil tussen een gedicht en een slagroomtaart in je gezicht. Lena’s werk is poëzie. In “Are you where you want to be”, een reeks schilderijen uit 2018, stelt de kunstenares zich de vraag wat ‘thuishoren’ betekent. Is het een fysieke plek of een gemoedsrust, een gevoel van geluk en verbondenheid? Is zich thuisvoelen überhaupt bereikbaar en moeten we ernaar streven of het aan het toeval overlaten? Ze beeldt de vragen uit met mildheid en finesse. Schilderen is een keuze van licht en donker, van kleur en nuance. Lena doet dat subtiel, helder, met oog voor detail en geen spatje redundantie. Het is dromen in kleur. Je kunt ernaar blijven kijken. Kunst waar je naar wil blijven kijken maakt het leven mooier.
“I was waiting for the right time” (123 x 163 cm, acryl en olie op canvas), 2018
“Islands”, 32 kleine werkjes (14 x 20 cm) uit 2019, begon als een studie op canvas dat op hout was gelijmd. Na een aantal van die schilderijtjes raakte de kunstenares geïntrigeerd door de verlijming. Als ze het canvas van de drager stripte, kwamen resten mee van het hout en ontstond er een nieuw beeld op de achterkant van het canvas: eilandjes, verborgen plekken waar men zich thuis kan voelen?
In 2020 en 2021 sloeg corona toe, maar voor Lena was dat geen tijd van kommer en kwel, wel om het gemis van vrienden en geliefden om te zetten in positieve energie. “Take me out” uit 2020 zijn 61 kunstwerkjes van 14,8 x 21 cm, acryl op papier, één per dag, waarin ze haar gemoedstoestand van die dag van zich af schilderde. De beelden zijn een plezier voor het oog, grafisch mooi, om blij van te worden, ook al druipt het gevoel van eenzaamheid, opsluiting en afsluiting er in sommige beelden van af. Men zou er corona haast dankbaar voor moeten zijn. In “Take me out II” van 2021 gaat ze verder met nog eens 27 beelden. Gewoon prachtig, die vormen, dat licht, die kleuren. Heerlijk. Ik dacht even aan Folon, aan Magritte, maar Lena Dewaegenaere heeft een heel eigen verhaalstijl ontwikkeld, beheerst, spannend, assertief.
Uit “Take me out” en “Take me out II” (14,8 x 21 cm, acryl op papier), 2020 en 2021
In 2022 sloeg ze een totaal andere weg in met werk dat toch duidelijk haar stempel draagt. In From what I remember, 11 vierkante schilderijen, stelt de kunstenares zich de vraag hoe ons geheugen onze herinneringen filtert, hoe subjectief beeldvorming is en hoe die verandert in de tijd. Ze interpreteerde oude foto’s van een familiefeest. De toeschouwer wordt als het ware uitgenodigd op het feest om er een eigen verhaal over te maken. Ik geniet van de harmonische kleuren, de spannende vlakverdeling, de expressieve eenvoud.
Uit “From what I remember” (110 x 110 cm, acryl en olie op canvas), 2022
En nu presenteert de kunstenares dus haar nieuwste project: “If only we could see the shore”, waarvan we een beperkte ‘preview’ kregen. Het is weer totaal wat anders en toch zit er een evolutie in haar werk. De zoektocht van vroeger heeft plaats geruimd voor verlangen. De beelden worden nog stiller precies, warm maar gedempt, afstandelijk en toch speels, met die heldere lijn, de grafische vlakken die rust en spanning creëren, het zachte licht, de gestileerde schaduw, het verwrongen perspectief… Soms zijn ze heel concreet, soms abstract. Mijn oog valt op een paar kleine abstracte werkjes. Ik vraag haar of de witte vlakken iets betekenen. “Niets en daarom alles” zegt ze, “ze beelden niets tastbaars uit maar ze betekenen wel heel veel.” Ze schildert het ‘stiltepunt’: de gemoedstoestand die we ervaren als we ons niet meer naar de toekomst haasten, als we tot rust zijn gekomen in het huidige moment.
Foto’s: Bip Van de Velde
Toen ik de beelden op haar website voor het eerst snel bekeek dacht ik spontaan aan Spiliaert (‘de duizeling’, ‘de dijk’, ‘vuurtoren en dijk’…) en aan het onvertaalbare begrip ‘Sehnsucht’. Nu denk ik aan Lena De Waegenaere en aan het verlangen.
Doe jezelf een plezier en ga haar tentoonstelling bekijken. De wandeling van Brussel Centraal naar de Boudewijnlaan is een ontdekking op zich. Misschien moet ik er eens een fotoreeks over maken: “Het lot van Brussel. Achter de façade.” Boeiender dan Brugge. Zelfs zonder Banksy en BRAFA.
INFO
tentoonstelling
IF ONLY WE COULD SEE THE SHORE
Donderdag 15 februari, van 17 tot 22 uur (opening) Vrijdag 16 tot zondag 18 februari, van 11 tot 20 uur “Au Kalme” – Boudewijnlaan 19 – 1000 Brussel
TaLe Art Gallery in Vlierzele is stilaan een vaste waarde in de kunstwereld. Telkens opnieuw brengt galeriehoudster Tanja Leys verrassende groepsexpo’s. Deze zijn enorm divers wat thema, stijl, discipline en kunstenaars betreft. Op zeker spelen doet ze helemaal niet. Het siert de galeriehoudster dat ze zich niet wil vastpinnen op een genre. Vele kunstliefhebbers komen er graag terug.
Dit maal presenteert ze vrolijke, kleurrijke schilderkunst onder de toepasselijke titel ‘Kaleidoscoop’. De vier mannelijke kunstenaars tonen een persoonlijk, feeëriek universum waarbij je heerlijk kunt wegdromen en de fantasie laten werken. Ik ervaar een mengeling van Matisse, Kamagurka en, nu we toch in het Ensor jaar zijn, een vleugje Ensor. Door met grote namen te goochelen doe ik echter afbreuk aan de eigenheid van elk van de kunstenaars. Daarom zet ik ze hier graag op een rijtje.
Geert Koekoeckx °1983
Als natuurliefhebber bestudeer ik met grote belangstelling zijn fauna en flora op het doek. Of hij de natuur in zijn hart draagt, daar heb ik geen weet van, ik heb wel een vermoeden. De kunstenaar wilde archeologie studeren, heeft een passie voor alles wat verweerd is, dat verklaart volgens Geert Koekoeckx zijn basislaag die pasteus en oneffen is. Giraffen met een takken-gewei, lachende walvissen, vreemde wezens buitelen in hallucinante landschappen over een hobbelig canvas. Ik vermoed een cartoonist in de schilder maar ik sla de bal compleet mis. Tekenen doet de kunstenaar niet, zelfs geen voortekening op het doek. Met het penseel in de aanslag voert hij onmiddellijk kleurrijke gevechten met de beestjes op het doek.
@ Geert Koekoeckx
Laurent Dierckx °1976
Zijn werk lijkt één grote chaos, een chaos van kleuren en organische vormen die de kunstenaar weet te temmen op het canvas en tot orde te roepen. De onrust leidt tot introspectie. Schijnbaar onmogelijke kleurencombinaties weet hij om te toveren tot een wervelend kleurenpalet dat ons oog zeker geen geweld aan doet. En tussen al die rebelse kleuren, ontdek ik een man, een vrouw en exotische flora die me doen wegdromen en hopen op een revival van de natuur. Klimaatonrust lijkt plots ver af.
@ Laurent Dierckx
Wim Baes °1977
Misschien doe ik onrecht aan zijn totale oeuvre als ik schrijf dat zijn pink schilderijen me het meeste bijblijven. Na de Barbie revival is deze kleur hot en heb ik een excuus. Eenvoudige lijntekeningen sieren een met appelblauwzeegroene tinten doorspekte roze canvas. Heerlijk! La vie en rose! Het rijk der planten, eenvoudige bloempotten en vazen zijn voor deze kunstenaar een bron van inspiratie en tevens een eerbetoon aan grootvader en vader. Beide waren kunstzinnige bloemisten. Ze schilderden graag, het kunstvirus zit in de genen. Ik hou van de eenvoudige dikke donkere geabstraheerde bloemen en objecten die stil staan wezen op een blauwe, roze achtergrond met gekleurde vlekken (of zijn het vlakken?). De donkere dikke contouren komen telkens terug en doorklieven het canvas met een sprekende soberheid en stabiliteit. De cactussen zijn zachtaardig, prikken niet maar prikkelen en nodigen uit om deze kunst lief te hebben.
@ Wim Baes
Matthieu Claus °1977
Wat Matthieu gemeen heeft met de andere kunstenaars is het gebruik van uitbundige kleuren. Blauwen en groenen verraden dat de kunstenaar een landschap verbeeldt. Rasters en strakke lijnen doen me denken aan een stedelijk industrieel landschap. Matthieu Claus ploetert op het canvas, is niet tevreden met één enkele laag. Zijn werk vraagt om introspectie. De kunstenaar is niet alleen een schilder maar ook een bouwvakker die construeert, laag na laag, soms aarzelend en vaak trefzeker tot een doorwrocht resultaat uit de verf naar voor treedt en het canvas klaar is voor bewonderende en vragende blikken van de toeschouwer. Plots zie ik een wolk, is het wel een wolk? Mijn verbeelding slaat op hol. En dit is terug wat Matthieu Claus met de andere kunstenaars gemeen heeft, hij doet beroep op de creativiteit van de toeschouwer.
@ Matthieu Claus
Graag vermeld ik dit nog: de galerie biedt de bezoeker een brochure aan waarin kunstrecensent Yves Joris elke kunstenaar belicht. blog van Yves Joris https://kunstflaneur.be/
Haar atelier is niet groter dan 6 m2: een tafel in L-vorm met dozen ‘Rembrandt Soft Pastel’ krijt voor de heldere, felle kleuren, Faber-Castell potloden voor de zachtere nuances en een aantal gommen, “that’s it”. En papier, natuurlijk, of behang, want dat maakt van Leen Vereecken meer dan gewoon een goede tekenares.
Bij ons thuis hing er een Rembrandt aan de muur: een kleine ets, onmiskenbaar, want zijn handtekening stond er onder. (‘Stoefer’ zegt mijn vrouw als ik mijn openingszin voorlees – ik betrek ze bij alles – en ze heeft gelijk, maar intussen heb ik toch maar uw aandacht. Vasthouden nu). Vasthouden is ook wat ik zei tegen de donkere Christus die, zonder armen en zonder kruis, naast de kleine Rembrandt hing. Beide kwamen van mijn oom, een amateurantiquair die naast ons woonde. Christus had ik nog zien liggen in zijn atelier, een eiken beeldje van zo’n 70 cm, maar toen nog met één arm, de rechter, opgestoken aan dat denkbeeldig kruis. Het prachtig gebeeldhouwd hoofd met die doornenkroon keek omlaag, duidelijk lijdend, maar in het besef dat het nog een tijd zou duren voor het de geest zou geven, want het was van een atletisch gekruisigde, met fiere borst, last van een lordose en de billen van Tom Boonen. “Barok, 17e eeuw”, zei nonkel fier, niet blij met mijn goedbedoelde, kinderlijke reactie: “‘t Is precies een agent die ’t verkeer wil tegenhouden, nonkel. Wat is er met zijn linkerarm gebeurd?” Dat wist nonkel niet, maar toen ik een paar dagen later terug kwam kijken – ik zag hem graag bezig, lieve man – was Christus zijn linkerarm ook kwijt, afgebroken, onkundig geamputeerd en zag ik nonkel met een els gaatjes kloppen in de schouderholte. “Memelen” (houtworm) mompelde hij, waarna hij de barokke Christus, nu zonder armen en zonder kruis, in het donkerbruin beitste en voor een vriendenprijsje mijn vader aansmeerde, die hem, streng katholiek, aan de haak sloeg, naast de Rembrandt, zo ging dat in die dagen. Vasthouden, zei ik dus tegen Christus. Hij en Rembrandt moesten in hun buurt ook Rémy de Pillecyn tolereren, een kennis van mijn vader, een arme kunstenaar die, zoals Rik Wouters destijds, zijn vrouw en kinderen portretteerde met het weinige materiaal dat hij zich kon veroorloven. Het portret bij ons thuis was getekend in Soft Pastel. “Dat vind ik nu mooi” zei mijn vader over zijn de Pillecyn, zichtbaar aangedaan; over de twee andere werken zweeg hij vroom, maar hij was dan ook geen kenner, hij had het meer voor de kleine man.
Vóór we – Bip, de fotografe en ik – bij Leen Vereecken op bezoek gingen had ik haar website bekeken en ik moet toegeven dat ik twijfelde. “Not really my cup of tea” dacht ik, maar er zaten toch een paar sterke werken tussen, dus toch maar doen. Na het bezoek was ik blij: de twijfel had plaats geruimd voor respect. Leen is een gepassioneerde, gevoelige en bescheiden kunstenares. Ze evolueert nog in haar werk, het wordt vrijer, persoonlijker, assertiever. Ze tekent al haar leven lang, van toen ze zeven was, ganser dagen aan het kleuren; dan naar de academie en verschillende opleidingen van tekenen en schilderkunst; slechts korte tijd gestopt toen ze moeder werd om dan, een jaar of tien geleden, te herbeginnen: tekenen, op elk vrij moment, thuis, op vakantie … puur, uit liefde, uit passie.
“Ik teken voor mezelf”, zegt Leen. “Op die manier kan ik de dingen van me afzetten. Ik heb behoorlijk wat meegemaakt in mijn leven, dat is privé, maar ik ben heel gevoelig voor stemmingswisselingen.” Ze ervaart momenten van grote eenzaamheid, zegt ze, soms diepe droefheid, ontgoocheling ook, afgewisseld met opwellingen van intense blijdschap. Tekenen is haar uitlaatklep, het geduld dat ze er moet voor opbrengen werkt kalmerend, het resultaat is emotie, beheerst, zacht en kwetsbaar. Ze toont een werk dat ze maakte tijdens de coronacrisis, een huilende vrouw gezeten in het hoekje van de douche. “Mensen spraken er mij op aan”, zegt ze, “vrouwen die misbruikt waren geweest, hoewel dat nooit de bedoeling was van mijn tekening. Maar emoties zijn nu eenmaal heel persoonlijk”.
Ze werkt ook veel in opdracht, wellicht door haar groot inlevingsvermogen. “Ik was eens op het strand bezig met het tekenen van een hond, toen er een mevrouw kwam vragen of ik er ook één wilde maken van die van haar. Dat doe ik dan, maar eerst nadat ik begrijp wie en hoe die persoon is. Bij een opdracht gaat het om de verwachting van een ander. De uitdaging dan is die verwachting juist in te schatten zonder dat ik mezelf verloochen. Ik kan vele stijlen aan, maar het moet wel een tekening blijven, met een eigen karakter en met iets van mezelf. Als ze het realistisch willen, dat ze dan een foto maken”.
Hyperrealistisch pastelwerk zoals van Francesco Ipsan of Clare Zhao moeten we van Leen Vereecken dus niet verwachten, hoewel ik er zeker van ben dat ze het zou kunnen. “Heb je een speciale affectie voor honden, katten of paarden?” wil ik weten, omdat veel van haar werk daarover gaat, “Neen” antwoordt ze, “dat zijn allemaal opdrachten”… Of toch bijna, er zitten twee honden bij die mijn sympathie wegdragen, door de manier waarop ze me aanstaren. De hond met de hoed op en een sigaret in de muil ziet er even vrolijk uit als Herman Brusselmans en de andere in clair-obscur spreekt Westvlaams: “Wuk?!” Dan valt mijn oog op een tekening van drie struisvogelkoppen. Ze doen me denken aan een confrontatie met die beesten in een natuurparkje twee jaar geleden. Daar stond een hok met een groot gat op een meter of 2 hoog. “Wat zou daar in zitten” hoor ik mezelf nog denken en een seconde later kwamen daar plots zo’n 3 domme koppen naar buiten piepen, net zoals op de tekening. Het zijn tekeningen die Leen uit zichzelf maakte, voor het plezier en dat is eraan te zien.
Totaal anders is het werk in zwartwit van vier mannen in gesprek. Ze tekende het snel, op basis van een kleurenfoto, op vraag van collega’s van een pas overleden man. Het lijkt wel een frame, geplukt uit een verhaal van Rinus Van de Velde. De verscheidenheid van haar werk is grenzeloos. ‘Meisje aan het raam’ en ‘Lonely bubble’ zijn heel subtiel, suggestief, breekbaar…vrouwelijk zou ik willen zeggen, als dat in tijden van woke-moraal en gendergelijkheid nog is toegelaten.
Hoe persoonlijker en hoe creatiever, hoe beter ze is. Haar beste werk tekent ze op een baan behangpapier. Dat doet ze meesterlijk. De twee portretten van Kasper, haar zoon en van Lea, haar lerares en mentor intrigeren door hun eenvoud, hun expressie, dat vleugje mystiek. De keuze van de achtergrond is telkens een schot in de roos. Het beeld krijgt iets bevreemdends moois. Leen Vereecken kan niet alleen goed tekenen, ze is empathisch, ze toont hoe ze zichzelf voelt en dat kan ze heel sereen overbrengen.
En hoe is het nu met de Rembrandt en de Christus afgelopen? De Rembrandt was voor mijn broer, als herinnering aan zijn peter, oom amateurantiquair. Rembrandtetsen zijn er overigens in overvloed. De grootmeester zelf maakte er 290 en van elk maakte hij slechts één afdruk, vooral als studiemateriaal. Maar omdat hij zo beroemd was, al in zijn tijd en meer nog in de eeuwen erna, hebben anderen zijn koperplaten zo veel hergebruikt en gekopieerd, dat je vandaag al Rembrandtetsen vindt voor een paar honderd tot een paar duizend euro. Vroeger moest je daar antiquair voor zijn, nu heb je het internet. Naar de donkere Christus heb ik het raden. Die zijn we kwijt en dat is geen verlies. Wie wil er vandaag de dag nog een verminkt, mismeesterd beeldje van een barokke Christus? Omdat het ‘antiek’ is en dus hopelijk waardevol? Een zielige gedachte. Geef mij dan maar de liefhebbers van Soft Pastel, van Rémy de Pillecyn, zoals mijn vader destijds, en van Leen Vereecken vandaag. Zij kopen kunst niet als belegging, niet als handelswaar of om er mee te pronken, maar omdat het werk hen raakt en uit bewondering, want diep van binnen benijden ze de kunstenaar. Die weet: de echte kunst is ze te maken, niet te bezitten.
Het aantal exporuimtes en initiatieven met kunstbeleving als doel, groeit gestaag in Gent. Naast gevestigde waarden zorgen uiteenlopende initiatieven voor vernieuwing in het Gentse kunstlandschap. Het aanbod is divers. Kunstroutes, toonruimtes, pop-up galeries, beginnende galeries… verwennen het Gentse kunstpubliek en kunstliefhebbers die afzakken naar Gent. Galerie drie, in het historische centrum van Gent, is één van de nieuwkomers. De galeriehouders Wendy en Guy, twee kunstenaars, wagen de stap en combineren het kunstenaarschap met een galerie. Hebben kunstenaars als galeriehouder een andere visie, kijken ze uit naar vernieuwende kunst, bekijken ze kunst anders, beklemtonen ze andere elementen? De toekomst zal het uitwijzen. Op uitnodiging van Wendy en Guy, bracht ik Galerie drie een bezoekje. Ik kon er een preview meemaken van de expo met werk van Evy Toye.
Kunstenaar Evy Toye is de opstelling van haar werk aan het wikken en wegen. De schilderijen staan netjes tegen de muur aangeleund, onder de spotlights, geduldig wachtend op een geschikt plaatsje aan de witte muur. Op 26 januari toont de galerie haar werk aan het grote publiek onder de titel ‘Box in the clouds’. Voor beide partijen hangt er spanning in de lucht. Welke reacties zal de tentoonstelling uitlokken? Bij een eerste oogopslag twijfel ik niet aan een positieve ontvangst. De werken zijn esthetisch, mooi om zien en toegankelijk omwille van het kleurenpalet. Alhoewel… wat duiding is welkom.
Through the darkness to find the light 70cm x 95cm olieverf op doek 2023
‘Box in the clouds’ Is de titel meer dan een verwijzing naar wat op het doek is afgebeeld? Evy Toye De schilderijen tonen een combinatie van organische vormen, natuur en architectuur. Ik zoek de begrenzing op. We leven in een tijd van heel veel prikkels. Verdwalen in het landschap van mijn doek, wandellust, bezorgt mij rust en evenwicht. Mijn expressieve luchten staan symbool voor de natuur, het architecturale vertegenwoordigt mens en maatschappij.
Sky frame 34cm x 48cm olieverf op doek 2023
De grote doeken ogen romantisch in de pure betekenis van het woord. Dramatische wolken, zintuigelijke landschappen geven het gemoed weer. Hier is een gevoelsmens aan het werk. Tot mijn verrassing ontdek ik ook sobere kleine bekoorlijke uitgepuurde werkjes, groots in hun eenvoud. Ze zijn rustig, evenwichtig en abstract. Gingen deze kleinere werken de grote vooraf? Evy Toye Helemaal niet. De kleine canvassen zijn details van groot formaat schilderijen.
Kleinere canvassen
Voorstudies die zijn er niet. Het verhaal rust in haar hoofd. Bij het werkproces horen foto’s. Deze gebruikt Evy Toye om digitale studies te maken. Bang om haar werk te overschilderen is ze niet. Ze houdt van ‘updaten’, schuwt het risico niet en gaat voluit voor dat ietsje meer dat het schilderij biezonder maakt. Pasteus en transparant, sober en felle kleuren, de kunstenares houdt van spelen met contrasten tot de canvas een zeker evenwicht en rust uitstraalt. Als je aandachtig kijkt merk je een overschildering, een laagje meer.
Witte handschoenen onachtzaam neergelegd naast een stijlvolle zwarte doos, nodigen uit de inhoud intenser te bekijken. Het kunstwerk in de doos, een olieverfschilderij op schilderspapier, is verwant aan de kleinere canvassen, eenvoud siert. Het ritueel aantrekken van de handschoenen, het openen van de ‘black box’, het voorzichtig vastnemen en bekijken van het werk plus het terug neerleggen zijn eenvoudige handelingen die me doen denken aan de kunst van performances. Evy Toye opteert voor het beleven van kunst.
Vele kunstenaars nummeren hun schilderijen, Evy Toye geeft ze melodieuze namen. Throug the darkness to find the light The Bright colors make me blind I didn’t know, did you? Take away my pen… Is het schilderij af, dan komt de naam. Deze is meestal intuïtief en gevoelsmatig. Met haar titels nodigt de kunstenaar haar publiek uit om in dialoog te gaan met het schilderij en haarzelf. Communicatie vindt ze als kunstenaar enorm belangrijk.
We all disappear when we play 63cm x 77cm olieverf op doek
Eenmaal in haar atelier valt de communicatie met de buitenwereld stil. Het is een plaats die ze koestert en verborgen houdt. Slechts enkele personen verleent ze toegang tot dit privédomein en laat ze kennis maken met haar scheppingsverhaal. Het is een persoonlijk verhaal van falen en de draad of de borstel terug opnemen. Niet iedereen laat ze toe in dat verhaal.
Evy Toye heeft ambitie, stelde tijdens haar zevenjaar schilderkunst vele malen tentoon. We zijn benieuwd wat de toekomst brengt, of de ‘box’ de bovenhand haalt? of de natuur? of zoekt ze totaal nieuwe thema’s op? Kunstpoort wenst haar zeker een mooie toekomst met haar schilderkunst.
Info expo
Galerie Drie Sint-Amelbergstraat 3a 9000 Gent
Box in the clouds Evy Toye vernissage vrijdag 26 januari 2024 19u open van 26 januari tot 11 februari vrijdag en zaterdag van 9u tot 18u zondag van 9u tot 14u
In deze tentoonstelling onderzoekt de Mechelse multimediale kunstenaar Jo Op de Beeck (°1955) zijn positie zowel als mens alsook als kunstenaar.
Op de Beeck, van opleiding graficus en fotograaf, werkt in deze expo deze vraagstelling uit via drie sleutelwerken/momenten.
Deze werken fungeren als rode draad doorheen de expo.
De andere werken flankeren de positie als hedendaags kunstenaar, met een 40-jarige achtergrond als beeldend kunstdocent.
De corona periode heeft voor Op de Beeck een contemplatieve bezinningsperiode gebracht waarvan deze 30 werken getuigen zijn.
In dit werk omhelst en gebruikt hij schilderkunst, fotografie en installaties als beeldend middel en boodschap drager.
Jo Op de Beeck focust in deze tentoonstelling op het creatieve wordings-en zijn-proces, met humor en respect voor de Kunst.
INFO
IKA Instituut voor Kunst en Ambacht Veemarkt 39 2800 Mechelen Tel: 015/20 14 44 Expo is open in het weekend, zat & zon, van 14 tot 18 u, in de week op afspraak.
Za: 13/01- 20/01 en 27/01 Zo: 14/01- 21/01 en 28/01
Artificiële intelligentie is voor Aykan Umut de tool bij uitstek om een bevreemdende ‘fantasy’ wereld op te roepen. AI lijkt hem op het lijf geschreven. Vergis je niet, makkelijk is het niet, achter die boeiende vreemde beelden gaan heel wat uren werk, ervaring en passie schuil. Niet alleen het werk van Aykan Umut heeft een futuristisch kantje, ook de kunstenaar is toekomst gericht. Dat werd me stilaan duidelijk tijdens het verloop van ons interview. Het is pittig als interviewer een nieuwe wereld te ontdekken, kennis op te doen, opgenomen te worden in het verhaal van een kunstenaar. Zijn artificiële wereld ervaarde ik als een nieuwe werkelijkheid. Ik mocht genieten van zijn scheppingsverhaal. Hoe boeiend kan een donderdagmorgen zijn!
Kunstpoort Hoe lang ben je al bezig met fotografie? Heb je nog analoog gewerkt? Aykan Umut Ik ben geen fotograaf. Ik volgde animatie aan het KASK te Gent. Film en animatie behoren tot mijn skills. Het begon kleinschalig. Ik volgde bij Pixar, het eerste bedrijf dat een volledige 3D-animatiefilm maakte, een workshop. Samen met drie ex mede studenten huurde ik een studio, kocht een computer en we gingen aan de slag. De laatste 10 jaar kon ik mijn creativiteit botvieren bij straat cultuur- en muziek gerelateerde merken.. Ik werkte als art director bij diverse firma’s. Partners waar ik mee samenwerkte waren onder meer Glenfiddich*, Moncler Genius, Swizz beatz, Nike en Samsung.
Na corona waren de budgetten kleiner. Om die reden focus ik me nu vooral op een carrière als kunstenaar. Mijn autonome AI beelden verraden mijn filmisch verleden. Ze zijn futuristisch, magisch realistisch en verwijzen naar vooral de zwarte muziek, afro, beat. Misschien zien mijn personages er wat futuristisch uit maar het zijn geen aliens wel mensen van vlees en bloed. Mijn autonoom werk lijkt vrolijk maar vergis je niet, er is ook een donker kantje. Ze baden in een duistere tristesse. Daaraan herken je mijn foto’s. Dat is mijn signatuur of waarmerk.
*Geïnspireerd door de wereld van Glenfiddich heeft Aykan Umut AI gebruikt om een kunstwerk te ontwerpen dat zichtbaar zal zijn in een fysieke en digitale postercampagne. Zijn poëtische werk siert nu de straten van Brussel en Antwerpen. Het is geïnspireerd door de wereld van Glenfiddich en werd digitaal gegenereerd met behulp van een systeem van trefwoorden (de technologie MidJourney). De campagne gaat nog een stapje verder door het werk te voorzien van een QR-code die nieuwsgierige voorbijgangers kunnen scannen om de poster tot leven te brengen. Dit originele evenement werd georganiseerd in samenwerking met twee kunstgalerijen: PLUS-ONE Gallery in Antwerpen en Gaggarin bij IndianDribble in Brussel. (Trends, november 2023)
Kunstpoort Ben je al geruime tijd gefascineerd door AI? Aykan Umut Ik gebruik nu een jaar AI als tool. Ik werk met het toegankelijke programma Midjourney.
Kunstpoort Ik merk dat je op een Apple computer werkt, is dat een vereiste? Aykan Umut Helemaal niet want ik werk via Google chrome.
Kunstpoort Doe je ook aan postproductie? Aykan Umut Voor de postproductie gebruik ik een ander programma dan Midjourney. Hiermee leg ik andere kleuraccenten, vergroot het contrast en maak de foto’s scherper.
Kunstpoort Een AI beeld verwerkt talrijke tags of prompts. Kan je die terugvinden? Aykan Umut Door een goede hacker zijn die ongetwijfeld te achterhalen.
Kunstpoort Het beeld dat je krijgt door PROMTOGRAFIE, prompts, tags, is onvoorspelbaar. Is dat niet vervelend en tijdrovend of vind je dat net boeiend? Trekt de spanning je aan? Aykan Umut Nu tovert AI vaak gekke resultaten op je scherm. Een hand met zeven vingers als resultaat behoort tot de mogelijkheden. De programma’s evolueren stilaan naar meer controleerbare beelden. Ik hou wel van die gekke verrassingen. Ze maken van het creëren van AI beelden een feest. Het is fun. Voor commerciële doeleinden zijn die vreemde resultaten natuurlijk een min punt.
Kunstpoort Volgens fotograaf Marseille zullen de beelden saaier worden naargelang de software verbetert. Juist? Aykan Umut Ongetwijfeld, maar je hebt toch de mogelijkheid om terug te keren naar een vroegere versie? Er is ook de knop waardoor je het percentage voorspelbaarheid kunt vastleggen. Er is een waaier van mogelijkheden, je kan alle kanten op.
Kunstpoort AI analyseert en verwerkt telkens opnieuw een databank van beelden op het net. Kan je auteursrechten claimen op je AI foto’s? Aykan Umut Officieel niet, wel op de tags.
Kunstpoort Boris Eldersen won een Sony World Award en weigerde die. De fotograaf had aangegeven dat zijn foto gecreëerd werd via AI. Persoonlijk is hij van mening dat Ai beelden in een wedstrijd niet mogen concurreren met gewone beelden. Met die weigering wilde Eldersen de discussie op gang brengen. Is er transparantie nodig. Is het wenselijk bij foto’s te vermelden dat de creatie tot stand kwam via artificiële intelligentie? Aykan Umut Neen, helemaal niet. AI is en blijft een creatieve tool. Vergelijk het met fotoshop. Je vermeldt toch ook niet dat je een beeld ‘gefotoshopt’ hebt of welke effecten je toepaste?
Kunstpoort Gebruik je ook je eigen foto’s of zelfs tekeningen bij AI? Aykan Umut Een doodgewone zelfs slechte foto, gefotografeerd met de camera van mijn smartphone, kan aan mijn AI beeld een andere twist geven. AI is magie. Een eenvoudige, simplistische tekening kan je beeld transporteren naar een ander tijdperk, universum of transformeren in een niet alledaags zelfs futuristisch beeld afhankelijk van welke sfeer je wil oproepen of welke uitstraling je op het oog hebt. AI is grenzeloos voor een creatief brein.
Kunstpoort AI productie van beelden hebben veel gemeen met schilderkunst. In de surrealistische schilderkunst laat men ook niet alleen de werkelijkheid zien maar zet men die om in droombeelden zie Dali. Beelden uit het collectief geheugen worden verwerkt, opnieuw samengesteld in nieuwe droombeelden. AI genereert beelden, maakt een collage van beelden, een droombeeld. (vrij naar het magzine Profesionele fotografie) Zie je ook die verwantschap? Mag je AI als kunst beschouwen? Aykan Umut Ai beelden zijn kunst. De kunstenaar creëert een eigen, persoonlijke wereld met AI als creatief werkinstrument. Het is een proces van trial en error, creëren en opnieuw creëren om zo artistiek, esthetisch aantrekkelijke werken in het leven te roepen. Stories die te complex zijn om in de fysieke wereld te realiseren, kunnen eindelijk tot leven worden gebracht met behulp van nieuwe open-source tools. Er is toch ook geen discussie over het kunstgehalte van de hyperrealistische schilderkunst, gestoeld op technische vaardigheden?
Kunstpoort Wat denk je over het te koop aanbieden van je beelden op de NFT marketplace? Aykan Umut Ik bekijk het positief. Je werk wordt voorzien van een echtheidscertificaat. NFT is volgens mij vooral geschikt voor foto’s, illustraties en film.
Kunstpoort Hoe zie je AI verder evolueren? Zal de traditionele fotografie verdwijnen? Digitale fotografen grijpen nu vaak terug naar analoge fotografie, polaroids. Er is een soort revival. Denk je dat er een mogelijkheid is dat ze alle takken van de fotografie naast elkaar zullen blijven bestaan? Aykan Umut Digitale fotografie zal zeker nog verder evolueren. Persoonlijk hoop ik dat ik in de toekomst met AI ook bewegende beelden zal kunnen regenereren. De verschillende disciplines zullen wel naast elkaar blijven voortbestaan.
Kunstpoort Welke zijn je toekomstplannen? Aykan Umut Mijn werk zou ik graag tonen in galeries onder andere via schermen. In de nabije toekomst ga ik tentoonstellen bij Inge Gelaude, een nieuwe toonruimte aan het Sint-Pietersstation te Gent. Nu focus ik me vooral op mijn tentoonstelling ‘100% polyester’ in de exporuimte van Het Objectief te Gent. Opening op 18 november. Het concept is drieledig. – Ik toon er een serie beelden voorzien van subtitels uit legendarische, iconische films. Zo wil ik een conversatie tot stand brengen tussen de figuranten op mijn beeld: een bevreemdend personage en een figuur met masker. De beelden brengen telkens opnieuw een zelfstandig verhaal. Een relatie tussen de diverse stories is er niet. De ondertiteling is een meerwaarde voor mijn beeld, De ondertitels brengen een zekere gelaagdheid teweeg. – Mijn AI creaties kan je in Het Objectief ook via schermen bekijken. – Mijn beelden lenen zich ook voor textielprojecten. Foulards en vlaggen met prints maken ook deel uit van de tentoonstelling.
Kunstpoort Kan je wat meer uitleg geven omtrent het thema ‘100% polyester’? Aykan Umut De expo geeft niet alleen een kijk op de toekomst maar keert ook terug naar het verleden. 100% polyester is 100% fake, geen katoen, geen zijde, geen linnen, geen natuurlijk product maar 100% artificieel. Kunstpoort We eindigen met een doordenkertje.
18 januari 2024 tot 3 februari 2024 donderdag, vrijdag, zaterdag van 14u tot 18u Het Objectief Oude houtlei 144 9000 Gent https://www.hetobjectief.com/
Opening donderdag 18 januari 19u tem 21u
Tekst Kathleen Ramboer Fotografie copyright Aykan Umut
Johan De Wit is een kunstenaar die op de radar staat van galerieën en musea. Francis Maere (Fine Arts) heeft hem opgenomen in zijn selectie voor BRAFA Art Fair 2024 in ‘Brussels Expo’ en Galerie Ramakers verkocht onlangs een werk van hem aan Museum Voorlinden in Nederland. Ik zocht Johan De Wit op in zijn atelier in Gent.
Ze zijn schaars, maar je hebt van die blije momenten, even onverwacht als onvergetelijk. Iedereen beleeft er zo, bij mij was dat bijvoorbeeld in 1986, toen ik voor mijn werk op het Filmfestival van Cannes mee mocht in de stoet op de Croisette voor de wereldpremière van “The Mission”, trots in smoking met vlinderdas, statig schrijdend en toevallig vlak achter Michel Piccoli, belicht door tientallen fotografen, de trappen op van ‘Le Palais des Festivals et des Congrès’, op de tonen van “taa-daa-ta-daa”, “Also sprach Zarathustra”, als prelude van een film die zo vers was, dat hij niet eens tijdig was afgeraakt. Bijna aan het eind ervan stokte het beeld abrupt, midden een close-up van kardinaal Altamirano; hij bevroor, bleef wezenloos staren naar een zaal die, met de monden open van de schok moest bekomen, om dan massaal uit te barsten in een staande ovatie voor de aanwezige crew en acteurs, minutenlang. Een onvergetelijke ervaring; en ik, blij als een kind.
Een zelfde gevoel overviel me toen ik, midden december, een bezoek bracht aan het kunstatelier van Johan De Wit, onaangekondigd, zoals hij mij op café een paar weken eerder, tussen twee Orvals, had gezegd: “Kom gerust eens langs als je in de buurt bent”. Ik was al fan van Johans werk maar besefte pas recent welke hoge ogen hij gooit toen ik toevallig, op een feest bij iemand thuis, werk van hem had herkend tussen schilderijen van Constant Permeke en Gustave van de Woestijne. Het abstract werk van Johan hangt er in de hal, ter verwelkoming en tot afscheid van de bezoekers. Het lijken drie monochrome ‘doeken’ of ‘platte, gedeukte kussens’ – hoe moet je het omschrijven? – in gebroken wit of eierschaal, bescheiden, sober, maar van een poëtische kracht die me aan Rothko doet denken.
The end of the world for dummies (foto: rik guns)
Hoge ogen, dus, en het was met grote nieuwsgierigheid dat ik binnen ging in Johans atelier: 100 m2, pal in het centrum van Gent, “a hidden gem”, zoals ze zeggen, want wat ik zag overtrof alle verwachting. Mijn mond viel open. In een hoek van zes bij zes, op een ruwe, betonnen vloer, waren roestige voorwerpen gestapeld tot 4 meter hoog, op het eerste gezicht lukraak, maar daarvoor zag het geheel er te goed uit. Johan verwelkomde me en hij moest tot drie keer toe vragen of ik een koffie wilde, want ik kon mijn ogen maar niet van die stapel afhouden, alsof mijn verstand de connectie kwijt was met mijn gevoel en ik kan het niet anders omschrijven, maar ik werd er blij van als een kind. Die kleur, die zachte tactiliteit, pure poëzie, de humor, de eenvoud, de kracht, de eerlijkheid, de liefde voor het detail… Ik kon en ik kan er blijven naar kijken.
Alles samen moet het een werk van jaren geweest zijn, van vele duizenden uren en alleen al daarom is het van onschatbare waarde, afgezien van de originele, creatieve, artistieke kracht die het ronduit uniek maakt. Het is een installatie die thuis hoort in een museum, liefst niet in zo een steriele, koude kamer van de hedendaagse kunst, maar in een gebouw met een groots verleden, een rijke geschiedenis en veel ruimte om te mijmeren, vrij en ongedwongen, de ‘Bourse de Commerce’ in Parijs bijvoorbeeld. Wat zou het daar prachtig staan. De impact zou enorm zijn. Een mens mag al eens dromen.
Het werk is toevallig ontstaan, toen de kunstenaar zijn kelder begon op te ruimen en het resultaat van al die jaren onverkochte arbeid begon te inventariseren en hij alles, stuk voor stuk, organisch liet groeien tot de installatie die het uiteindelijk geworden is. Elk voorwerp kreeg een eigen plaats, gekoesterd, want heel broos. Alles is van papier. Het begint met een eenvoudige vorm van aan elkaar gekleefde stukjes of soms hele stroken, binnenin verstevigd met vloeibaar polyurethaan en tot leven gewekt met een dispersie van acrylhars, al dan niet licht gepigmenteerd en vermengd met ijzerpoeder, dat na indroging met schuurpapier zacht wordt blootgelegd.
Door het schuren wordt het verharde hars mat en kunnen de ijzerpartikels beginnen aan hun taak van natuurlijke verkleuring en langzame afbraak. Roest rust, een ode aan de vergankelijkheid. Over een paar jaar zal het er anders uitzien dan nu, intussen leeft het mee met zijn creator en zijn bezitters, het zal met hen verouderen, heel langzaam, dankzij de beschermende harsen, maar uiteindelijk is het gedoemd om te vergaan, tenzij conserveringstechnieken het alsnog kunnen redden en tijdloos maken; de broze herinnering die alles overleeft, is dat niet de waarde van kunst?
Johan vertelt niet graag over zijn werk. Je moet het ondergaan, vindt hij. Zelf twijfelt hij of de installatie niet te zwaarmoedig is, te somber. “Het einde van de wereld voor beginners” wil hij ze noemen. Het klinkt beter in het Engels: “The end of the world for dummies”. Misschien kiest hij voor die titel ter relativering. Ik begreep zijn vrees voor zwaarmoedigheid alleszins niet, tot ik, geheel toevallig, in de krant een foto zag van een krater van een bominslag in Gaza. In de roestbruine aarde was een gat geslagen, met nog wat huisraad, verbrand, verweesd, verroest, verwoest, de laatste resten van wat kort ervoor nog tekens van leven waren.
En toch, ondanks de gelijkenis in kleur, in slijtage, ondanks de blutsen, de schrammen en de gaten, is Johans werk allesbehalve zwaarmoedig. Het is in tegendeel speels, spontaan, nostalgisch en filosofisch. De kunstenaar gaat niet gebukt onder het juk van een boodschapper, hij begint de dag niet vanuit een noodzaak om iets aan de kaak te stellen, hij wil zich niet laten leiden door de waan van zijn tijd. Maar hij is er wel gevoelig voor. Hij observeert en creëert, zonder model of tekening, zonder voorstudie, gewoon uit het hoofd, denkend aan een voorwerp dat hij wil laten herleven, met de associaties die enkel hij kent en waar de kijker achteraf het plezier van het raden naar heeft. Het zijn geen kopieën in papier, het zijn unieke creaties. Dat geeft verrassende resultaten, de vormen zijn buitenmaats, soms ironisch – de wereldbol is zwaar toegetakeld – maar wat altijd opvalt is de buitengewone finesse, de zin voor verhouding en, vooral, het plezier het object een eigen geschiedenis te geven, een diepere symboliek, waardoor het meer wordt dan wat je ziet.
Atelier Johan De Wit (foto: rik guns)
Mijn blik dwaalt af naar een rij gedeukte potten, vazen, gieters aan de muur, drie meter lang, het lijken wel letters, tekens, een schrift, middeleeuwse gregoriaanse muziek? Intrigerend, mooi, elegant, harmonieus. Dan toont Johan me vroeger werk, iets wat er uit ziet als een maxi Tetra Brik®, een sobere melkdoos van 70 cm, vooraan ingedeukt, de tuitjes treurig naar voor gebogen; hij maakte er 82 van, evenveel als Claus Sluters ‘De Treurenden’ op het praalgraf van Filips De Stoute, waar het werk op alludeert. Het valt overigens op hoe belezen Johan is in de kunst. Als ik hem over de foto van de krater in Gaza vertel, reageert hij spontaan met een verwijzing naar Urs Fischers werk “You” (2007, New York, Gavin Brown’s Enterprise). En dan, haast terloops, toont hij een schets van een recent werk, een allusie op de kunstkamers uit de barok (een muur van 12 bij 5 meter), dat recent werd aangekocht werd door Museum Voorlinden. “High Expectations” heet het. Benieuwd wanneer het tentoongesteld gaat worden.
De Treurenden
foto’s: rik guns
Het atelier van Johan De Wit is niet publiek toegankelijk. Ik hoop dat de installatie die ik er zag ook opgemerkt zal worden door een groot museum, de ‘Bourse de Commerce’ of zo. Of dat er een film over gemaakt wordt over het werk van Johan, zoals ‘Anselm’ (nu ook in Voorlinden) en met beelden zo mooi als die van ‘The Mission’.
Het orkest de Ledebirds gaf op 8 december 2023 een wervelend concert in HA Concerts (de vroegere Handelsbeurs te Gent) en dit ter gelegenheid van haar 15-jarig bestaan.
De Ledebirds zijn een bonte bende met binnen haar leden, een rijkdom aan culturen, met muzikanten en zangers uit Italië, Palestina en Iran tot zelfs helemaal uit Eritrea. Haar stichter is Mattias Laga, een Belgisch saxofoon-en klarinetspeler, met een stevige voorliefde voor wereldmuziek. Én tevens een gedegen jazz-improvisator. Hij speelt in verschillende formaties, die zijn veelzijdigheid nog verder uitdiepen, als Jaune Toujours en Mec Yek. Maar Ledebirds zijn zijn geesteskind. Hij richtte de groep 15 jaar geleden op met de bedoeling de Ledebergse buurt samen te brengen door muziek.
23 jaar geleden kwam Mattias in Ledeberg wonen. Toen hij er al een aantal jaren verbleef en zijn buren nog steeds niet goed kende, besloot hij muziek als bindmiddel te gebruiken. Mensen die hij met een muziekkoffer over straat zag lopen sprak hij aan met de uitnodiging om samen te musiceren . Hij kreeg op die manier een tiental muzikanten bij elkaar en het zaadje was geplant. Het zaadje werd al gauw een stevige plant. Het duurde niet lang of de groep werd gevraagd op podia als de Minard en de toenmalige Handelsbeurs en werd een hype bij de Ledebergenaars. Buurtbewoners begonnen zich spontaan aan te bieden om mee deel uit te maken van het orkest. Debutanten, zowel gevorderden als professionals, iedereen was welkom; ook mensen met vreemde roots voor wie de stap naar een autochtone groep minder evident is. Maar Mattias vond hen, overtuigde hen en deed er alles aan om hen er ten volle bij te betrekken. Mattias noemt de muziek die ze brengen ‘een soundtrack van wat er in de wijk leeft’. Dat gaat van klassiek over opera tot Arabische liederen. Wat toont hoe belangrijk diversiteit voor hem is.
Dick Van der Harst
Vijf jaar geleden al, voor hun 10de verjaardag en nu voor hun 15de werkte Laga samen met de bekende componist en muzikant Dick van de Harst. Van der Harst is een veelzijdig muzikant die verschillende instrumenten als gitaar, banjo, tible (= catalaanse hobo), percussie beheerst. Hij vermengt muzikale stijlen die hem aanspreken (klassiek, jazz, folk) en creëert er iets nieuws mee. Zo komt hij tot composities die zijn onmiskenbare stempel dragen. Dicks muziek is uiterst ‘menselijk’ en laat een grote vrijheid aan de muzikanten die ze uitvoeren. In 2001 kreeg Van der Harst de Louis Paul Boon prijs ‘voor zijn maatschappelijk engagement en de binding met de mens die in zijn hele oeuvre te vinden is’. Dick is dus de gedroomde man om mee samen te werken, een zielsgenoot, voor Mattias en zijn ploeg.
DEEL 1
Het concert in de HA gebeurde in 2 episodes, eerst het eigenlijke concert op het podium, het strikt geplande, het serene, meer statische:
Op het podium in de HA
met bijzondere muziekinstrumenten eigen aan diverse culturen als de bendir en de darbouka, en een nieuw eigenhandig gecreëerd percussie-instrument dat de naam ‘polli’ kreeg.
Vooraan van links naar rechts: Dick van der Harst (Nederland), Anika Boros (Hongarije) 2de rij: Kim Roman (Rusland) en Jacomo (Italië)Wim Ricour en Salem Laalilis met darbouka
met solo’s gebracht door gastmuzikanten en ook door vaste leden van de groep.
Soliste Anna Svetlakova bracht een middeleeuwse melodie
Elena Lebedeva bracht een zeer oud, Russisch lied, waarvoor ze tot haar eigen verbazing een daverend applaus kreeg zowel van Van der Harst, de orkestleden als het publiek.
Ook de zang van Nadiya Mehdizadeh was prachtig en doorleefd
Gastmuzikante Geertje Karpez bracht op haar snare drum ‘Machine drum’, wat uiterst subtiel begon als het zachte getik van regendruppels op een ruit om dan in volle geweld los te barsten en even zacht weer te eindigen.
Ook de andere solo-artiesten als Leander Vertriest, Francis Cromphout verdienden absoluut hun plaatsje in de spotlights
Leander VertriestFrancis Cromphout , saxofoon maar hier even in solo-zangAndrew Torney (Australië, vast-) en Jacomo (Italië, gastmuzikant) met een blues nummerKatrien van Laere
Elke Van Hevele
Deel 2
Na deel 1 trok de hele bende, met het publiek in haar zog, naar de foyer. Daar werd er gejamd, geïmproviseerd, met veel schwung en vrolijkheid én virtuositeit.
De Ledebirds tijdens deel 2 in de foyer
Mattias die zich bij deel 1, op het podium, bescheiden had opgesteld en de eer aan Dick liet, nam zijn taak als aanvoerder bij deel 2 in de foyer weer op en vuurde zijn muzikanten heel gedreven, met vuur en passie aan. Het publiek ging uit de bol.
Fotografie B. Van de Velde Tekst B. Van de Velde geïnspireerd op de tekst van Lotte Ruysschaert in Het Nieuwsblad dat. 24/11/2023
De Ledebirds repeteren op maandag om 20u in Theaterzaal Ledebergplein
Voor de Ledebergse kinderen creëerde Mattias een afzonderlijke groep: het Takkenorkest. Kinderen zijn welkom om te musiceren en op te treden zonder druk en verwachtingen. Hun kunsten kunnen ze tonen, los en ontspannen, op buurtfeesten, stoeten en ludieke evenementen als de Gentse Feesten.
een expo met schilderijen van kunstenaar Walter Dermul
Na een drukke stresserende treinrit en een overvolle verstikkende tram is het een verademing binnen te stappen in de wereld van Walter Dermul ‘Introspection-Retrospection’, Galerij Martin Van Blerk te Antwerpen. De kunstenaar Walter Dermul is toevallig geanimeerd aan het praten (over kunst?) met kunstrecensent Kunstflaneur.be. Wat een fijne verrassing Yves Joris de man achter de boeiende kunstenaarsinterviews hier te ontmoeten.
links op de foto Yves Joris, rechts Walter Dermul
De ophanging is heerlijk overladen, doet denken aan de Parijse Salons van de 19de eeuw, geen plekje is onbenut gelaten. De enige discrepantie is deze: de ophanging blijkt niet chaotisch noch beklemmend druk maar is stijlvol en rustgevend. Daar zitten ook de schilderijen van de kunstenaar voor iets tussen: zijn taferelen baden in onverzadigde ingetogen kleuren en de personages zorgen voor vervreemding. Ze doorkruisen het canvas in een decorum van vroegere tijden, de jaren 60? Walter Dermul brengt deze wandelende, springende, zwemmende personen tot stilstand, bevriest de beweging waardoor een zekere melancholie de kijker overvalt. Bij de aanblik, droom ik eventjes weg in het verleden, Ik word er zowaar lyrisch van. Of zit de tijd van het jaar er voor iets tussen?
De meeste van de canvassen zijn bevolkt. Slechts enkele lijken verlaten. En net die kunnen me mateloos bekoren: een blauwige (ziekte)kamer, een leeg (school?)lokaal… Ze zijn puur en geschilderd in een teder blauw kleurpalet. De suggestie van een verhaal ontbreekt, een betekenisvolle leegte overheerst. Alle macht aan de verbeelding.
Walter Dermul vertrouwt me eerlijk toe: ‘ik ben geen goede tekenaar’. Dat verwondert me, de anatomie zit goed. Het gebruik van foto’s verklaart veel. De kunstenaar knipt en plakt tot hij een geschikte collage bekomt, klaar om aan de slag te gaan. Mag ik Walter Dermul een suggestie doen? Verwissel voor één maal penseel met potlood en wie weet verrast dat potlood je en ontdek je nieuwe horizonten en maak je een verrassende creatieve reis door het kunstlandschap. Ik geloof dat in de kunstenaar/schilder een tekenaar zich schuilhoudt.
Als toemaatje hangen naast de schilderijen gedichten van zijn partner Marjan De Boeck
Ik herkauw mijn gedachten, ze zitten in een loop.
Ik letterschrijf mijn woorden, zoek zuurstof in de poel.
Het doolhof blijft gesloten, ’t is lopen zonder doel.
‘Nooit minder mens’ copyright Marjan De Boeck 2022, uitgeverij Boekscout
Het oeuvre van Walter Dermul zullen kunstliefhebbers meestal smaken. Hij werpt geen heilige huisjes omver, is geen wereldverbeteraar maar schept wel een nostalgische poëtische wereld waar het fijn vertoeven is. Deze expo is nog toegankelijk tot 7 januari. Een mooie afsluiter of begin van een nieuw jaar voor de kunstenaar, galeriehouder en hopelijk het grote publiek.
Tekst en foto Kathleen Ramboer
INFO
21 december 2023 tot 7 januari 2024 Vrijdag, zaterdag, zondag van 14u tot 18u
Galerij Martin Van Blerk Mechelse steenweg 28 2018 Antwerpen