KUNSTENAARS VAN MECHELEN Indy Vertommen, fotograaf
Indy Vertommen is een professioneel fotograaf, model en een voormalig basketballer. Hij vervult nu zijn dromen in een knusse studio in het hart van Mechelen. Indy werd op elfjarige leeftijd verliefd op fotografie. ‘Het begon allemaal toen ik met mijn vader op vakantie ging naar de bergen van Oostenrijk. Hij liet me nauwelijks zijn Nikon-camera aanraken, maar voor mij was de sluiter van de camera het meest geweldige geluid.’ Het omarmen van zijn carrière als beeldend kunstenaar werd bijna tien jaar op pauze gezet. Van zijn negende tot zijn negentiende speelde Indy professioneel basketbal. Het sluiten van de deur voor basketbal wekte nieuwe interesse in het uiten van creativiteit via fotografie. In 2019 begon Indy fotografie te studeren aan de Sint Lucas School of Arts in Antwerpen, en werkte als model bij Dominic Models, evenals als professioneel fotograaf.
Laat mij misschien starten met een uitleg wat aan de basis van deze tentoonstelling ligt. Ik ben een fervent verzamelaar van kunstwerken of kunstuitingen van in de eerste plaats Mechelse kunstenaars of kunstenaars die iets over Mechelen hebben gemaakt. Ik heb zo mijn favorieten, met op de eerste plaats Ray Gilles. Van deze kunstenaar wist ik dat hij voor Eufoda, indertijd het platenlabel van het Davidsfonds, 3 hoezen heeft ontworpen. Hij heeft ook voor een schoolkoor uit Brugge twee singels van een tekening voorzien. Uiteraard kan je nagenoeg alles op Discogs terugvinden, een gigantische databank én wereldwijde verkooplaats, maar rommelmarkten en kringwinkels afschuimen is wat mij betreft veel leuker. Het moet een zoektocht en een jacht blijven. Uiteraard zijn de kringwinkels niet zo goed georganiseerd als platenwinkels en dien ik mij elke keer door tientallen tot honderden platen te wrochten op zoek naar die ‘Ray Gilles’ hoezen. Ik kan de accordeonmuziek, muzette, Neil Diamonds en Nana Mouskouris niet meer aanzien … Maar toch, om de zoveel keer kom ik een ‘Ray Gilles’ tegen. Maar door deze zoektocht kwam en kom ik ook andere platenhoezen tegen die mij kunnen bekoren. Soms voor de muziek, maar veelal voor “The Artwork” zoals dat dan mooi omschreven wordt. Want op zich is een grappig en bijzonder gegeven dat je in platenbakken gaat snuisteren en het visuele beeld je al dan niet doet besluiten een album te kopen, zonder die ook maar beluisterd te hebben.
Beetje bij beetje vond ik platen die een “Mechels” tintje hebben. de Sint-Romboutstoren of de beiaard, jeugdnostalgie met het stadspoppentheater, … zolang het maar een link met Mechelen heeft op één of andere manier … en dat vat ik ruim op. Als ik ergens niet zeker over was, of wat meer duiding wou, dan kon en kan ik beroep doen op Bart Pepermans, wat Vlaamse muziek en wat specifiek de Mechelse scène betreft een wandelende encyclopedie, getuige ook zijn vlogs op youtube en zijn medewerking aan verschillende lokale radioprogramma’s.
Zo begon ook het plan te rijpen of er misschien niet een bescheiden tentoonstelling in zat rond “Mechelse” platenhoezen. Marc Van Camp, het Paradijs en het VOC waren bereid logistiek te ondersteunen, Bart en ik konden inhoudelijk onze gangen gaan ….
Albumhoezen, die we tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen, gaan terug tot de jaren dertig. Tot eind jaren ‘30 werden platen aangeboden en verkocht zonder gedrukte omslag, in een typische bruine hoes. In het midden was een cirkel uitgesneden, waardoor men het label op de plaat kon zien. In een volgende stadium werden de bruine hoezen bedrukt met louter de informatie van de platenmaatschappij. His Master’s Voice, Decca, enz. Als je een plaat ging kopen vroeg je in de winkel naar een bepaalde uitvoering, je ging niet zoals nu snuisteren in platenbakken.
Als we aan Mechelse plaatjes denken dan kunnen we alvast niet buiten de Sint-Romboutstoren.
Een voorbeeld vinden we in de getekende toren door een onbekende kunstenaar op de hoes van het Angelakoor. Dit koor werd opgericht in 1954 in de Ursulinen Mechelen onde leiding van Madeleine Jacobs. Wat begin als een gelegenheidskoor groeide uit tot succeskoor dat in 1960 onder meer de hoofdprijs won in de prestigieuse wedstrijd “Radioschoolkoor”. Ze wonnen een vleugelpianio die nog steeds in de school staat.
Bij Eufoda, het platenlabel van het Davidsfonds werd begin jaren ’70 een beiaardplaat uitgebracht. Volgens de info op de plaat werd de tekening verzorgd door “Grafiek Whaest”, maar we konden hierover geen info vinden. Piet Van den Broek daarentegen, was de enige Nederlander die zich ooit stadsbeiaardier mocht noemen. Afgestudeerd aan het Lemmensinstituut en de Beiaardschool, werd hij in 1965 de opvolger van Staf Nees als stafsbeiaardier en directeur van de beiaardschool. Hij overleed in 2008 op 92-jarige leeftijd.
Als we over de beiaard spreken kunnen we bijna niet anders dan Jo Haazen vernoemen met één van zijn platen “Jo Haazen bespeelt de beiaard van Mechelen”. De plaat dateert uit begin jaren ’80, is duidelijk ook bestemd voor de Japanse markt én is voorzien van een beiaard van de hand van de Nederlander Anton Pieck. Die is vooral bekend geworden om zijn romantische tekeningen met levendige taferelen uit een geïdealiseerd nostalgisch verleden. Maar vooral ook om zijn sprookjesbos in de Efteling.
Bij de Maneblussers is zo’n Mechels hebbeding. 12 liedjes voor liefhebbers van voetbal, basketbal, volkse leute en eigen schoon. De tekenaar van de toren is ons niet bekend, de uitvoerders onder leiding van Mechelaar Marcel Sterckx uiteraard wel.
Van het Angelakoor van daarnet naar het O-L-Vrouwkoor. Dit koor werd opgericht in 1955 door pastoor Bob Peeraer en in de loop der tijd brachten ze een vijtigtal platen uit. Eentje ervan sprong in het oog met een tekening van Rik Daze. Rik had zijn studies genoten aan het Gentse Sint Lucasinstituut en heeft vooral als zelfstandig fotigraaf en vormgever gewerkt, onder meer voor Chiro, Broederlijk Delen etc. Medewerker aan deze plaat is ook Francis Bay met zijn orkest. Het is exact 20 jaar geleden dat Francis Bay, of Frans Bayetz bij geboorte, overleden is. Hij studeerde aan het Mechelse muziekconservatorium en maakte deel uit van verschillende dansorkesten en timmerde aan een eigen orkest dat begin jaren ‘50 aan de BRT verbonden was. Freddy Sunder en Jo Leemans waren bekende medewerkers. Vanaf de Expo van 1958 gaat het Francis Bay voor de wind: hij sloot een platencontract met het Omega-label die zijn elpees in Engeland en Amerika ging verdelen. Vooral zijn Latijns-Amerikaans getinte elpees deden het in het buitenland ontzettend goed en hij durfde zich gerust te meten met orkesten als die van Edmundo Ros en vooral Perez Prado. In 1958 produceerde Francis Bay zo maar liefst 22 elpees, waaronder de allereerste stereo-opname in Europa. Vanaf 1959 duikt Francis Bay op als dirigent van de BRT-deelnames aan het Eurovisiesongfestival. Hij zal trouwens vanaf 1961 ook de Cansonissima-preselecties begeleiden. Bay blijft dat volhouden tot aan zijn pensioen wanneer hij in 1979 samen met Micha Marah naar Jeruzalem gaat.
Hula Hoop: Francis Bay and his orchestra (Philips) Charleston: Francis Bay and the Boone City Blowers Vlaamse Kermis: Francis Bay Trekkersliederen: Francis Bay
Jan De Winter, schilder uit de Hanswijkenhoek, verleende zijn medewerking aan een plaat van de Kadullen, een volksmuziekgroep, dat uit de startblokken schiet eind jaren ’60. Jan De Winter is niet de enige Mechelse link, Sjarel Van den Bergh en Bobo Van de Voorde waren dat ook.
Bobo Van de Voorde verzorgde voor een van de 4 LP’s die ze uitbrachten het ontwerp.
Een kunstenaar die mijn persoonlijke voorkeur wegdraagt is Ray Gilles. Een begaafd schilder, maar die door zijn grafisch werk en cartoon in zeer specifieke stijl erg bekend werd vanaf de jaren ’60 tot midden jaren ’80. Van zijn hand zijn – voor zover ik weet – 3 vinylplaten en 2 singles. 1 ervan is nochtans met een foto, maar in een typische Ray Gilles lay-out. Theo Mertens is in Mechelen ook geen onbekende. Hij was verbonden aan het conservatorium.
Mechelaar Ray maakte er ook de prachtige tekening voor liefdespoëzie door Tine Ruysschaert. Die liet me inderijd per mail weten dat ze het een prachtige cover vond, maar dat het de keuze van het label was en ze er niets in de pap te brokken had.
Om bij koren te blijven… Ray verzorgde ook twee singels voor ‘Ons Dorado’, een jeugdkoor verbonden aan het Sint Lodewijkscollege in Brugge. Ray Gilles had verschillende boeken geillustreerd, waardonder pedagogische muziekboekjes voor de lagere school bij een ondertussen teloorgegane uitgeverij in Brugge. Waarschijnlijk is hij zo in contact gebracht met Ons Dorado.
Een tweede single Ons Dorado.
Zoals ik aanhaalde is Ray Gilles vanaf de jaren ’60 een bekende cartoonist geworden. Hij is evenwel niet de enige cartoonist/graficus die zijn medewerking verleende aan albumhoezen. Wies Peleman, geboren Mechelaar, maar overleden in Willebroek, heeft naast zijn boekillustraties, cartoons en later keramiek en juweelontwerp ook enkele mooie platen gemaakt. In de jaren ’50 maakte hij enkele mooie exemplaren voor Buck Clayton en Francis Bay. Hij liet zich inspireren door anderen die vooral in de Jazzplaten hun artistiek kunnen wensten te etaleren. Hij heeft ook ontwerpen gemaakt die niet zijn uitgegeven.
In de jaren ’70 versierde hij nog een plaat van Concordia Tisselt in zijn typische cartoonstijl.
Nu we toch even buiten Mechelen zijn. Gommar Timmermans, zoon van, maar als cartoonist beter bekend als GOTT heeft ook een pareltje gemaakt. ‘Vertellingen voor de jeugd”. Het is de enige plaat die we zowel laten zien in de tentoonstelling aan de voor- en achterkant. Het platenlabel is de Nederlandse pocketplaat. In tegenstelling wat je zou denken betreft het wel degelijk een Belgisch label gesticht in 1960 door Jo Van Eetvelde met vooral aandacht voor Nederlandstalige kleinkunst en poëzie. Jo Van Eetvelde spreekt zelf de teksten in.
Datzelfde label wist ook Marc Sleen te strikken voor Jef Burm en Denise De Weerdt zingen liedjes uit Allo Sjoe. De Mechelse link is Denise De Weerdt, geboren Mecheles en oud-leerling van Pitzemburg.
Een laatste cartoonist die we vanavond aanhalen is Hugoké, pseudoniem voor Hugo De Kempeneer, geboren in Vilvoorde, gestorven in Oostende. Hij heeft op alle grote cartoonfestivals tentoongesteld, boeken geïllustreerd en hij wordt beschouwd als één van de grote cartoonisten die België heeft gekend. Wat minder bekend was is dat hij ook albumhoezen heeft ontworpen. 1 exposeren we hier, één van de Mechelse sjansonié, Kor Van der Goten. Toeval of niet, maar het betreft hier ook weer een album van de Nederlandse pocketplaat. Jo Van Eetvelde wist naast Kor Van der Goten ook Hugo Raspoet te strikken. Beiden gaven meerdere LP’s uit. Het kleine label had daarmee ook de verdienste grote platenlaatschappijen tegen de schenen te stampen en de aandacht voor Nederladstalige muziek aan te scherpen.
Als we Kor Van der Goten vernoemen, kunnen we niet anders dan Louis Neefs erbij nemen. Een waar stadsicoon. Drie bijzondere plaatjes presenteren we. Bij Eufoda verscheen een album rond Tijl Uilenspiegel, waar Louis Neefs 13 luisterliedjes voor inzong. De expressieve tekening is van Frans Ivo Vandamme uit Merksem. Hij studeerde af aan de Antwerpse Academie en specialiseerde zich in allerlei druktechnieken: ets, lino, houtsnede en in het bijzonder ex-librissen.
Louis Neefs verleende ook zijn medewerking aan de sportbienale 70. De singel heeft vooraan en achteraan een cartooneske tekening. De ontwerper hebben we jammer genoeg niet kunnen achterhalen.
Een laatste singeltje van Louis Neefs is in combinatie met een speech van Jos De Saegher, minister van openbare werken begin jaren 70. Een leuke cover maar de tekenaar hebben we niet kunnen achtehalen.
In het rijtje “ik verleen mijn stem aan een plaat …” komen we uit bij de Voetbalplaat van Zjef Vanuytsel. Niet direct een link met Mechelen, ware het niet dat Mechelaar en Pitzemburger Rik De Saedeleer erop te horen is. De mooie sleef van de hand van de voor mij illustere onbekende Jan Van den Bergh. Zijn stijl doet evenwel wel heel erg denken aan de Klare Lijn zoals ze gehanteerd wordt door Ever Meulen en de Nederlander Joost Swarte.
Onder het moto “nodig ook eens een onbekende uit” presenteren we hier Expo58, een plaat uit midden jaren ’80 van de Mechelaar Luc Vanlaere. Theo Mertens heeft er ook trompet op gespeeld. De pasteltekening is van Wim de Bruyne, voor mij ook een nobele onbekende.
Als we dan toch kleinkunst aanboren, dan komen we uit bij Bert De Coninck. Mechelaar die de laatste 30 jaar zich terugtrok in Portugal en exact 1 jaar geleden overleed. Bekend van het prachtige nummer Evelyn, wat eigenlijk een lied is over … overspel. Zijn tweede plaat is getiteld Carpule De Luxe uitgebracht samen met de Brugse zangeres Fran. Gitarist Jean Marie Aerts en toestenist Serge Feys, beiden later doorgebroken met TC Matic van Arno speelden mee. De zus van Fran, Lieve De Geyter, een artieste afgestudeerd aan de academie van Breda maakte de hoes. Voor ik het vergeet, Bert was oud-leerling van Pitzemburg. Binnen twee weken op 13 december wordt er hulde aan hem gebracht in de stadsschouwburg …
Wie ongetwijfeld ook daar veel op het podium heeft gestaan met de warmste stem van Vlaanderen is Francis Verdoodt. Ook hij heeft talloze platen uitgegeven. Twee presenteren we hier: “Pa er zit een dichter in mijn boom”
4 platen en x aantal singels
Hiermee zijn we aanbeland bij het einde van onze albumhoezen. Jeroen Van der Auwera
Videograaf: Bert VANNOTEN
INFO
MECHELSE PLATENHOEZEN-TENTOONSTELLING VC De Schakel Steenweg 32 Mechelen Gratis te bezoeken: iedere zaterdag van 10u00 tot 14u00 tot en met 13 december 2025
ALBATROS Solotentoonstelling Jesse Willems in Huis Cabuy, Mechelen.
De Belgische kunstenaar Jesse Willems (°1984), woonachtig en werkend in Antwerpen, ontwikkelt een beeldtaal die laveert tussen fotografie, collage en assemblage. Zijn werk vertrekt vaak vanuit kleine, alledaagse fragmenten die gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Door die banale details los te weken uit hun oorspronkelijke context, geeft Willems ze een nieuwe betekenis en nodigt hij de toeschouwer uit tot verstilling en contemplatie. Zijn oeuvre vormt zo een tegengewicht voor de drukte en chaos van de hedendaagse wereld.
Hoewel Willems zijn composities zorgvuldig opbouwt, laat hij altijd ruimte voor toeval. Zijn collages bestaan uit fotografische fragmenten die hij met de hand snijdt, plakt en verpakt in lagen van papier. Vaak gebruikt hij hiervoor vergeten archiefmateriaal of oud papier uit kantoorboekhandels, waardoor zijn werk een gelaagde textuur en een zekere tactiliteit krijgt. Iconografie, letters of duidelijke symbolen worden bewust vermeden: de kunstenaar wil geen eenduidige lezing opleggen, maar de blik van de kijker vrij laten dwalen.
Stilaan evolueerde zijn werk naar een meer abstracte en ingetogen stijl, waarin zachte kleuren en geometrische ritmes de boventoon voeren. Fotografie blijft het vertrekpunt: hij vindt abstracties in de werkelijkheid en transformeert die via collage tot composities die balanceren tussen orde en toeval, tussen controle en verrassing.
Willems stelde de afgelopen jaren tentoon in binnen- en buitenland, onder meer in België, Frankrijk en Oostenrijk. Zijn werk werd opgenomen in publieke en privécollecties, waaronder die van het Belgische Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Verbeke Foundation. Zo bouwt hij gestaag verder aan een oeuvre dat niet luidruchtig, maar eerder verstild en geconcentreerd aanwezig is in de hedendaagse kunstwereld. De keuze voor de schaduw
Elk werk heeft een naam. Ottavia. Chiringuito. Achilles. Calavera. Namen zorgen voor uniciteit. Namen zorgen voor nieuwe mogelijkheden.
Er is geen albatros bij, zoek er niet naar. Niet naar de titel, niet naar de vorm. De vorm bepaalt zichzelf, Jesse Willems werkt er niet naartoe. De titels geven kansen, maar laten alles open. Het is de schaduw van een lijmstift die de vorm bepaalt Een omgevallen stoel. De verkeerd gelegde stoeptegel in Barcelona. Het blad van de plataan. De schilfer op de huid van diezelfde boom. Waar de passant achteloos aan voorbij loopt, stopt het oog van de kunstenaar.
Je kan de stoel zien of je kan zijn schaduw zien.
Allitererend bestaat de neiging om naast die albatros het woord abstract te gebruiken, maar laat niemand dat doen. Over elke lijn is nagedacht omdat juist weerhaken interessant zijn. Zijn collages leven van weerhaken. Zijn foto’s leven van zijn collages. Alles heeft alles nodig. Hoe het licht valt op plooien, formaten, voorwerpen, flora, hoeken, zonder zoeken, enkel door aandacht, door twijfelen, door stilstaan, achterover leunen, herbekijken, door binnen te halen, op te slaan, te herdenken, zo ontstaan zijn nieuwe vormen. Uitgesneden kaders, ingepakt in lagen van oud papier, gevonden op het Vossenplein, al betekend door architecten of ontworpen door behangpapierontwerpers. Dan volgt de titel. Moonshine I. Moonshine II. Moonshine III.
Zoek dus geen albatros in het werk, die staat al in dit Huis Cabuy dat architect Jos Chabot tekende en dat oprees aan de Mechelse Auwegemvaart. Deze villa, modernistisch, waar de zon doorluchtig zijn weg zoek via glas-in-lood, hoeken, muren en de trap met de gesculpteerde vogel, past uitstekend bij het werk van Jesse Willems. Huis en werk versterken elkaar omdat zijn fragmenten van de werkelijkheid, ooit vertrokken (en soms nog vertrekkend) van uitvergrote foto’s, baat hebben bij diezelfde zonneslagen. Wat het daglicht in het huis aan schaduwen schenkt, kan de basis zijn van nieuwe ideeën. Maar nu staan ze zij aan zij. De dialoog is vanzelfsprekend, maar het contrast met de albatros zelf is groot. Steeds verder weg vliegt die, recht door zee. ‘Ik cirkel veel meer rond’, zegt de kunstenaar. ‘Ik twijfel meer dan de vogel. Hij is vastberaden. Er is wel een grote liefde. Mijn opa was gids in Het Verdronken Land van Saeftinghe. Hij leerde me de vogels kennen.’
Wie leerde hem kijken? Het is een belangrijke vraag, want alles draait rond kijken. ‘De manier waarop ik kijk, is hoe ik iets met andere mensen kan delen’, zegt hij. Kijken is zijn connectie. Als kind al een buitenbeentje, liever zocht hij de rand op dan het middelpunt. Je zou kunnen schrijven: de schaduw van het sociale. Aan die buitenzijde is er ruimte voor kijken, voor beschouwing, voor associëren.
Kijken, voelen en de wereld monsteren, hebben met genetica te maken. Een moeder die van kunst houdt en die liefde doorgeeft. Een vader die van gesprekken houdt. Een bompa die naar de vogels in de lucht wijst en ze benoemt. Maar kijken, voelen en de wereld monsteren, hebben ook met invloeden te maken. Het werk van Saul Leiter, bijvoorbeeld. Zeker in de beginjaren van Jesse Willems van grote indruk. Het werk van Richard Diebenkorn. Het werk van Luigi Ghirri. Hun blik op de werkelijkheid was herkenbaar. Was, want zij zijn dood. Teju Cole, de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver, kunsthistoricus en ook fotograaf, leeft nog. In ‘Pharmakon’, zijn jongste boek, staat een foto die Jesse Willems lang voordien zelf maakte. Een exact beeld. Allebei op andere momenten gezien in Parijs, door vier verschillende ogen. Die van Cole en die van Willems. Los van elkaar, maar dus in elkaar gehaakt door eenzelfde manier van kijken. Zo communiceren ze met elkaar. In de taal van het kijken zit het wederzijds begrip. In die taal zit tijdloosheid. Je ziet iets in de tijd, maar die taal geeft het een eeuwigheid.
In Huis Cabuy zijn vijftien werken te zien. Nieuwe werken, ingepakt en uitgepakt, ontstaan dus door dat kijken en door die schaduwen, maar vooral organisch. Hij noemt het Darwinistisch. Wat van papier, ooit 80 jaar opgerold, overbleef gebruikte hij voor nieuw werk. Het sterkste overleefde. Zijn werk vloeit voort uit vroegere manieren van werken. Eerst waren er echte foto’s. Van mensen, van gebouwen, zelfs van frietkoten. Later bleken de lijnen steeds interessanter dan de mensen. Stilaan kwamen de weerslagen. Dan het plooien. Nu dit werk. ‘Het is evolutie, geen revolutie.’
Zo ontstaat identiteit, maar wie zegt wat de volgende stap wordt? Evolutie staat niet stil. Evolutie rijmt niet toevallig op entropie. Daarrond draait alles. Het gaat om nooit stoppen. ‘If you are disappearing from yourself, but you’re still writing, then there is a kind of activity of thinking going on, which in my world is similar to what’s going on in music’, schreef Karl Ove Knausgård. Vervang schrijven en muziek door kijken en vormen en de taal wordt weer dezelfde. Niet toevallig ligt Knausgård dit jaar op Jesse Willems’ nachtkastje. Waar ooit Kerouac lag en vorig jaar Camus, zal volgend jaar weer iemand anders liggen.
Het is evolutie. Geen revolutie.
Er is alleen de keuze voor het kijken de schaduw. Die blijft. De albatros vliegt weg. Bert Vannoten: Videograaf
Tentoonstelling Amazone in De Schakel – 31-10 t/m 16-11-2025
Op vrijdag 31 oktober 2025 19u30 opent Vrijzinnig Centrum De Schakel aan de grote Markt in Mechelen (Steenweg 32) zijn deuren voor een zeer bijzondere tentoonstelling. 15 kunstenaars uit het regenwoud van Peru tonen er hun geïnspireerde kunst waarin het regenwoud en de ‘kosmovisie’ van de stammen centraal staan. Het doel is om bewustzijn te creëren voor de kwetsbare ecosystemen in onze wereld via kunst en de schoonheid van de natuur. De opbrengst van de schilderijen gaat naar de kunstenaars in Peru en naar de projecten in de Amazone en Cerrado. De tentoonstelling is een co-creatie tussen Picaflores.org (organisator), De Schakel en vzw Het Paradijs uit Mechelen.
De schilders van de Neo-Amazonische stijl uit Peru combineren een exacte weergave van de natuur in het regenwoud met de rijke symboliek van de indianenstammen. De inheemse bevolking van de Amazone in Ecuador, Peru en het Oosten van Brazilië delen een ‘kosmovisie’: hun visie op de Aarde en het Heelal, die zeer rijk is aan symboliek. In die symboliek spelen de hemellichamen, hemelse sferen, planten en dieren van de Amazone, lichtwezens en hun traditionele medicijnman een rol. Naast deze visionaire kunst maken de kunstenaars realistische schilderijen van het regenwoud waarvan er een aantal te zien zijn. Deze realistische stijl is de oorspronkelijke stijl die op de academie in Peru werd onderwezen. Er zijn werken te zien van 15 vertegenwoordigers van de stijl waaronder van de filantropische oprichter van de kunstschool Amaringo die in 2009 is overleden.
De tentoonstelling wordt georganiseerd door Picaflores.org en de opbrengst komt ten goede aan de schilders (die zelf ook weer gratis les geven aan kinderen) en aan projecten in de Amazone en Cerrado.
Sinds het begin van 2019 werden zo’n 45 grotere en kleinere tentoonstellingen in 5 landen georganiseerd waarbij de Kempen steeds de thuisbasis zijn voor de exposities. De betrokkenheid van de EU-ambassade van Peru heeft geleid tot grotere exposities in Brussel en Den Haag waarbij regelmatig ambassadeurs aanwezig waren.
U kunt de tentoonstelling op zaterdagen van 10u00 tot 14u00 en op afspraak (015 21 24 71 of contact@vcdeschakel.be) bezoeken in de weken erna.
Info/rondleiding (o.a. met 3D-brillen en UV-lamp) na afspraak via Info@Tonkiry.org Met de aanwezige UV-lampen laten de mystieke schilderijen diepere lagen zien.
Mechelse kunstenares stelt veertig werken tentoon in Begijnhofkerk te Mechelen
In de Begijnhofkerk in Mechelen kan je nog een hele zomer lang naar de tentoonstelling ‘Kunst en Religie’. De expo vormt het sluitstuk van een zeven jaar durende opleiding die kunstenares Maryse Krutwage volgde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Mechelen. “Ik ben blij dat ik in mijn eigen stad kan exposeren”, zegt ze.
Maryse Krutwagen (73) is oorspronkelijk afkomstig uit Brussel maar woont inmiddels al 25 jaar in Mechelen. In de Dijlestad volgde ze ook al verschillende opleidingen aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Zeven jaar geleden ging ze van start met textielkunst. In die periode maakte ze heel wat werken die geïnspireerd zijn op kerken, Bijbelse verhalen en andere religieuze elementen. Die verzamelt ze in een overzichtstentoonstelling.
“Het idee om religie en kunst te combineren ontstond tijdens een les kunstgeschiedenis”, zegt Krutwage. “Ik leerde hoe Piet Mondriaan heel wat kerken schilderde, en dat deed me beslissen om ook die weg op te gaan. In eerste instantie kwam ik in Oostende terecht, de stad waar mijn kleinzoon geboren werd. Ik bezocht er de Sint-Petrus-en-Pauluskerk en liet me inspireren door de prachtige glasramen. Ze vormden de basis voor een eerste tentoonstellingen.”
Luchtballon
De kunstenares maakte onder meer het portaal van kerk met fietsbanden, gebruikte het zeil van een luchtballen en pagina’s uit misboekjes voor een replica van de glazen koepel en gaf ook een eigen draai aan het glasraam van Sint-Martinus op zijn paard. Dat deed ze met materialen zoals merinowol en plastic. Nadien, in 2022 maakte ze ook enkele werken specifiek voor een tentoonstelling in de Sint-Laurentiuskerk in Antwerpen.
Al die werken zijn nu ook te bezichtigen in de Begijnhofkerk in Mechelen. “Voor enkele nieuwe kunstwerken liet ik me inspireren door elementen uit de kerk”, zegt Krutwage. “Zo raakte ik geïntrigeerd door het beeld van de heilige Begga en maakte ik er een eigen versie van op een oud gordijn. Ook een installatie met oude communie- en doodsprentjes heeft veel bekijks. Het spreekt de mensen duidelijk
Voor haar kunst maakt de Mechelse zo veel mogelijk gebruik van afgedankte materialen. “Het is heel fijn om met die materialen aan de slag te gaan en ze een nieuwe waarde te geven”, zegt ze. “Ik heb bijvoorbeeld oude pianohamers gebruikt, maar ook zeefdoeken, restanten van puinzakken en een boomstam uit het Vrijbroekpark. Die materialen combineer ik dan met de verschillende technieken die ik leerde tijdens de opleidingen aan de academie.”
Afronden
“Ik ben heel blij dat ik in mijn eigen stad tentoon kan stellen”, zegt Krutwage. “Ik stel hier veertig werken tentoon, van kleine etsen tot grotere installaties. Dat vind ik een mooi aantal voor een overzichtstentoonstelling. Het vormt meteen ook het eindpunt van de opleiding textielkunst. Het is een mooie manier om dit af te ronden en door te gaan naar de opleiding grafiek, waar ik me de komende jaren verder wil in verdiepen.
De tentoonstelling Kunst en Religie is nog tot en 31 augustus gratis te bezoeken in de Begijnhofkerk in Mechelen.
Sinds zondag 8 juni heeft Mechelen er een nieuw literair baken bij. Aan de Plaisancebrug, gelegen aan de Leuvense Vaart en recht tegenover het ouderlijke huis van Herman de Coninck, werd een imposant bruggedicht van 12 meter hoog en 5 meter breed plechtig onthuld.
Thomas Eyskens, biograaf van Herman de Coninck, dichter en radiomaker Pat Donnez, de Antwerpse brugdichter Stijn Vranken, en Magda De Coninck, de zus van wijlen Herman de Coninck. In hun toespraken brachten zij een eerbetoon aan het werk en de blijvende impact van Herman de Coninck, die in zijn poëzie de grote gevoeligheid van het alledaagse wist te vatten. “Dat het gedicht hier hangt, op deze symbolische plek aan het water, tegenover zijn ouderlijke huis, maakt de cirkel op een bijzondere manier rond,” zegt Thomas Eyskens.
Om klokslag 11 uur werd de brug opgehaald en het nieuwe bruggedicht onthuld. Het massieve werk is niet alleen een ode aan de dichter, maar ook een krachtig visueel baken dat de band tussen literatuur, stad en herinnering onderstreept. Henk Van Nieuwenhove van de Mechelse vzw Het Paradijs,is een van de initiatiefnemers van het bruggedicht. “Dit is al het tweede gedicht van Herman de Coninck dat op deze brug hangt. Het idee kwam vrij logisch. Recht tegenover de Plaisancebrug staat het ouderlijke huis van de dichter. Hij werd in Mechelen geboren en is hier opgegroeid. We konden geen mooiere plaats bedenken om hem te eren.”
Samenspraak met familie
“De keuze van het gedicht is gebeurd in samenspraak met de familie. Uiteindelijk heeft Waterhet gehaald om de voor de hand liggende reden dat het gedicht boven het water hangt. Persoonlijk heb ik Herman niet gekend, maar het is een van de grootste dichters van ons land en dus is het maar normaal dat een stad als Mechelen hem eert.” Ook Magda de Coninck, de zus van Herman, was aanwezig op de plechtigheid. “Ik vind dit een geweldig initiatief. De mensen van de vzw Het Paradijs hebben dit mooi bedacht. Dit is een speciale plaats zo recht tegenover ons ouderlijke huis. Het gedicht Watergaat over een thema waar iedereen zich kan in vinden en wat ook mooi past bij een brug.”
Mechelaar Pat Donnez, ex-radiomaker en zelf ook dichter, werd geïnspireerd door Herman de Coninck. “Hij heeft mij geleerd dat poëzie niet saai en vervelend hoeft te zijn. Het mag verstaanbaar zijn en toch raadselachtig blijven. In die combinatie van bedrieglijke eenvoud was hij een meester.” Met dit project zet Mechelen opnieuw in op poëzie in de publieke ruimte en eren ze een van haar bekendste zonen. Het bruggedicht is permanent te bewonderen aan de Plaisancebrug en voegt zich bij de reeks literaire initiatieven die de stad de voorbije jaren opstartte. Een blijvend monument van taal en thuis.
WATER Soms loopt het rechtdoor als een ideologie, een vastberaden stoet van stilte, naar de zee, de grote internationale waar alle water zijn overtuiging haalt (om desnoods dijken te breken.) Soms hangt er nevel over: dromend water; het droomt dat het zweeft en dan zweeft het. En later, oud geworden, trekt het zich terug in een vijver met een rijk innerlijk leven. Water. Alle schijn draagt het met zich mee en blijft zichzelf, altijd anders en altijd water.
Galerie Artmut in de Pareipoelstraat in Mechelen exposeert vanaf afgelopen weekend schilderijen en tekeningen van muzikant en kunstenaar Chris Joris.
Chris Joris is wereldbekend als muzikant, maar is daarnaast ook beeldend kunstenaar.
“Zijn unieke stijl wordt gekenmerkt door een rijke, ‘percussieve’ benadering die zowel emotie als technische beheersing uitdrukt.
Hij is bovendien een getalenteerd schilder wiens werk doordrenkt is van dezelfde creativiteit en energie die hij in zijn muziek legt”, aldus de galerij. Afgelopen zaterdag 26 april 2025 om 14 uur vond de muzikale opening plaats met singer songwriter en dochter Naïma Joris.
De expo loopt tot en met zondag 18 mei. Artmut is geopend elke zaterdag en zondag van 13 tot 18 uur en op afspraak. Meer info: artmut.be.
FACES Galerie Duende opent zaterdag expo met werk van Tin Van den Eynde
Galerie Duende in de Sint-Katelijnestraat te Mechelen opent zaterdag Faces, een expo met werk van kunstenares Tin Van den Eynde.
Tin Van den Eynde exposeert portretten, maar niet ziet zomaar portretten. Ze nodigt haar jongvolwassen leerlingen uit om een zelfportret te schilderen. Dat brengt ze vervolgens aan op haar eigen gezicht met theaterschmink om vervolgens zichzelf te fotograferen of filmen. Op die manier ontstaat niet enkel een veelgelaagde mix van identiteiten, maar ook van verschillende media. Het resultaat is te zien tot en met 12 april in Sint-Katelijnestraat 3, elke zaterdag van 13 tot 17 uur.
Het Internationaal Comité (IC) viert op zaterdag 11 januari 2025 met trots zijn 35-jarig jubileum in het Cultureel Centrum van Mechelen
Tijdens dit feest ligt de focus op de schoonheid en waarde van amateurkunsten. Het IC werkt al 35 jaar nauw samen met zijn verenigingen en partnerorganisaties om deze diversiteit en gemeenschapszin te versterken.
De artiesten en groepen die optreden, weerspiegelen de verscheidenheid en rijkdom van het cultuurveld. Elk optreden draagt bij aan het behoud van culturele tradities en het samenbrengen van gemeenschappen.
In mijn jeugd volgde ik kunsthumaniora en ook nadien bleef ik altijd in contact met de artistieke wereld. Ik startte een eigen reclamebureau en ben ook actief als coach. Maar zo’n acht jaar geleden kreeg ik de kunstkriebels opnieuw helemaal te pakken en begon ik met schilderen.”
P/ART is Pascale De Snijder, zaakvoerder van branding communication agency BOX32 en opleidingsbureau Brand-Story. Pascale De Snijder volgde opleidingen schilderkunst in dag- en avondonderwijs. Zowel naaktmodellen als stillevens schilderen in de meest verschillende technieken? Pascale beheerst het allemaal. Maar sinds jaren legt ze zich volledig toe op minimalisme, een stijl die ze al in haar vrije werk aan de academie ontwikkelde.
Ton sur ton en zwart-op-wit in een natuurlijk tintenpalet, daar herken je P/ART aan. Vaak barst uit accenten in kleur of textuur een wervelende kracht los. Want als Pascale schildert, gutst de adrenaline door haar aders en stroomt haar hoofd leeg. Een ware explosie van creativiteit.
De werken van P/ART bieden meer dan het oog eerst ontdekt. Pascale: “Ik creëer met verf, plaaster, structuren, vernissen en lakken. Elke kijker moet één worden met het kunstwerk, dat is mijn doel. Hoe mooier je een kunstwerk vindt, hoe meer dopamine er in je hersenen vrijkomt. Daar word je diep in je binnenste gelukkig van.”
Elk werk is uniek en daarom schildert Pascale zelden of nooit op bestelling. Kunst moet je zien … En dan opeens denken of zeggen: “Die is van mij, dát zoek ik al lang.”
Met de opening van de galerij komt er een droom uit voor de Mechelse. “Mijn moeder, die enkele jaren geleden overleed, zei altijd dat mijn werken zo mooi waren en dat ik er iets mee moest doen. Ik heb mijn wens om een galerij te openen nooit echt uitgesproken. Ik dacht dat het toch niet mogelijk was. Maar met de woorden van mijn mama in gedachten heb ik de sprong gewaagd. Het past ook wel bij mijn karakter om zo veel mogelijk te proberen en te zien waar het schip strandt.”
“In het najaar zet ik mijn schouders onder een kunstroute die we organiseren samen met andere kunstenaars en de stad. Er heerst een toffe sfeer tussen de kunstenaars. We gunnen elkaar de kunst en het succes. Op die manier ontstaan er ook leuke samenwerkingen”
Toch hangen bij P/ART alleen de kunstwerken van Pascale. “Ik sluit niet uit dat er snel ook kunst van anderen in de zaak komt, zoals beeldhouwwerken”, zegt ze. “Maar ik heb ook niet oneindig veel ruimte ter beschikking en wil die plaats optimaal gebruiken om mijn eigen werken te tonen. Andere schilderkunst stel ik voorlopig dan ook niet tentoon. Maar je weet natuurlijk nooit wat de toekomst brengt. Ik ben alvast heel enthousiast om aan dit avontuur te beginnen.”