Tekst en fotografie Rik Guns
Twee van zijn vijf broers kookten graag en goed en dus begonnen ze elk hun een eigen restaurant, hartje Antwerpen, hoewel geen van beiden een koksopleiding had genoten. Binnen de kortste keren haalden zowel De Matelote (later Gin Fish) als Zeste een Michelinster. Het zegt veel over de genen van de familie Garnich.
Jef was geen geboren kok. Hij studeerde lang geleden ‘publiciteit’ – nu zou dat grafisch ontwerp heten – daarna werd hij boekhouder, ‘om den brode’. Hij werkte nagenoeg zijn hele leven voor Cobelfret, een groot maritiem familiebedrijf dat vrachtvervoer in bulk organiseert, maar hij bleef tekenen en schilderen voor het plezier. Jef werd een vertrouwenspersoon van de eigenaars en vóór zijn pensioen mocht hij nog even zijn creativiteit de vrije loop laten. Hij maakte een wandschilderij van een containerdeur. Omdat hij niet over een atelier beschikt, schilderde hij het in een aanpalend magazijn, onverwarmd, dagelijks 4 uur, twee maanden lang. Van hyperrealisten wordt gezegd dat ze bewust elke expressie vermijden, enkel koele precisie nastreven zonder emotie. Dat gaat niet op voor dit werk, dat slechts kon ontstaan door de passie en de innige band tussen de kunstenaar en zijn werkgever. Ook de locatie doet ertoe: een vergaderruimte, niet publiek toegankelijk, waar je hooguit een flip-chart, een scherm en een magneetbord verwacht, maar geen op maat gemaakt kunstwerk. Mij grijpt het aan. Ik vind het mooi, een kwinkslag ook van de nuchtere boekhouder die hiermee letterlijk zijn stempel heeft gedrukt op zijn bedrijf.
Jef Garnich – “Containerdeur” – 2,6m x 2,3 m – olieverf op canvas (2014) – privécollectie
Jef noemt zichzelf een ‘fijnschilder’. Dat is in oorsprong een benaming voor Hollandse kunstschilders uit de gouden (late 17e) eeuw, die een zo natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid nastreefden. De extreme zin voor detail deelden ze nog met meesters als Rembrandt, maar fijnschilders als Gerrit Dou, een leerling van Rembrandt, gingen nog verder: bij hem is het een hopeloos zoeken naar borstelstreken. Wat dat betreft leunt zijn techniek dichter aan bij Van Eyck dan bij zijn leermeester. Vandaag liggen fijnschilders niet goed in de markt van het Grote Kunstmilieu, met uitzondering misschien voor de paar ‘hyperrealisten’ uit de jaren ‘60 en ‘70, maar zij lijken meer een modeverschijnsel dan een nieuwe richting.
Het zal Jef worst wezen. Hij schildert voor het plezier en voor de pure uitdaging, al heel zijn leven lang, zonder eigen atelier, zonder projectie, zonder gesofisticeerde hulpmiddelen, zonder airbrush, gewoon met potlood, kwasten en olieverf op MDF of canvas, maar met de precisie van de boekhouder voor wie slechts één regel geldt: het moet juist zijn. Voor de containerdeur begon hij met een grondlaag blauw. Op basis van een fotootje bracht hij alle contouren nauwgezet op schaal aan, de letters tekende hij uit met een witte stift. Hij geniet van de trompe-l’oeil. De bezoeker die het werk voor het eerst ziet is verwonderd dat de kamer rechtstreeks toegang verschaft tot een container. “Dit is wat we doen, neem eens een kijkje binnen”.
Een tweede werk voor Cobelfret valt op door de combinatie monochroom-kleur in twee panelen. Het is beschrijvend van aard, haast een striptekening in de klare stijl van Edgar P. Jacobs. Ik zag er slechts een kleine afbeelding van, in het echt moet het behoorlijk indrukwekkend zijn.
Jef Garnich – “Vroeger en nu” – 2 x 1,10m x 0,90m – olieverf op canvas (1998) – privécollectie
Jef schildert meestal uit eigen initiatief, als het technische uitdagend genoeg is, sporadisch in opdracht. Hij mijdt geen enkel onderwerp. Veel van zijn werk valt op door de (bedrieglijk) kinderlijke eenvoud, de compositie, de aandacht voor licht, contrast, kleur en vooral de grafische lijn. In drie kleinere werken valt me op hoe gefascineerd hij is door de materie van zijn onderwerpen. Rode pepers zien eruit zoals ze zijn, blikken dozen zijn van echt metaal, een draagtas uit Latijns-Amerika wil je zo meenemen. Reflecties, absorptie, schaduwen, booglichten, contrasten, glans- en mateffecten, hij beheerst het allemaal. En de kwinkslag is ook niet ver weg: het rechthoekig blikje links onderaan is van het merk J. Garnich. Klasse!



Jef Garnich – 3 werken:
“Pepers” – 0,90m x 0,60m – olieverf op canvas (2016) – privécollectie
“Draagtas” – 0,60m x 0,40m – olieverf op MDF (2018) – privécollectie
“Blikken” – 0,80m x 0,80m – olieverf op canvas (2012) – privécollectie
Vooral de manier waarop hij textiel schildert is buitengewoon. Het is een beetje jammer van de te lage fotoresolutie, maar ik heb de drie portretten van “Before they pass away” van dichtbij kunnen bekijken; de textuur van de kledij deed me bijna denken aan die van het tapijt op het van der Paele schilderij van Jan Van Eyck in het Groeningemuseum: je kan de stof bijna voelen, gewoon door ernaar te kijken. Onderwerp en stijl zijn een kwestie van smaak, maar dat Jef Garnich kan schilderen staat buiten kijf. De titel van het werk komt overigens van een fotoboek van Jimmy Nelson, waaruit Jef drie foto’s heeft nageschilderd, weliswaar met een eigen coloriet, zodat de drie portretten een eenheid vormen.
Jef schilderde ze op een ongewone manier, van donker naar licht, met veel gradatie. Daardoor bereikt hij zowel de uitgesproken contrasten als de finesse in de plooien, slierten en schaduwen. De gezichten zijn daarom ook vlakker en tonen harder, duidelijk geschilderd maar daardoor wordt het geheel suggestiever. Dit is geen foto van exotische mannen. Het zijn zij die jou in de ogen kijken, fier en zelfbewust.
Jef Garnich – “Before they pass away”, naar J. Nelson – 0,80m x 0,65m – olieverf op canvas (2015) – privécollectie
Soms heeft zijn werk iets bevreemdends naïef. Een kat met een muts op en een meesje dat er naar kijkt met dezelfde muts: banaal, ‘tongue-in-cheek’, maar erg goed gedaan, hoe die pels, de sjaal en muts, en vooral hoe de reflecties in de ogen zijn geschilderd. “Het verweerde tuinhek van mijn vader” is er nog zo een. Jef had een heel diepe band met zijn vader, die zelf een begenadigd landschapsschilder was. Hij borstelt vaders tuinhek lijntje per lijntje, amuseert zich met de minuscule amuletten van de honden en beleeft plezier aan de oude affiche van de ‘Ford Truck in goede staat’. Ook hier weer duikt het geliefde meesje op, terwijl de schaduwen en de geschilderde kram in de denkbeeldige muur de trompe l’oeil verzekeren.


“Het tuinhek van mijn vader” – olieverf op canvas (2015) – privécollectie
Jef Garnich – “Kat met muts”- 0,55m x 0,55m – olieverf op MDF (2019) – privécollectie
Van de tientallen werken die ik samen met Jef overliep wens ik er nog eentje te belichten, omdat het zich van de rest onderscheidt. “Zicht op zee” wenst geen fotorealistische afbeelding te zijn maar een schilderij. Het doet me aan Hopper denken. Het heeft diezelfde dromerige sfeer, maar het is veel zachter, met prachtig pastel, heerlijke schaduwen vol kleur en een schitterende diepgang, dankzij die open ramen en vooral de geschilderde lijst met bovenaan zelfs de donkere schaduw van een denkbeeldige verlichting. Dit is knap werk.
Jef Garnich – “Zicht op zee” – 1,10m x 0,80m – olieverf op canvas (2017) – privécollectie
In een tijd waarin kunstenaars uit alle macht proberen om het realisme te vermijden en het te vervangen door andere -ismes, waarin zelfs fotoclubs uitblinken in het toch maar niet tonen van de werkelijkheid, waarin vakmanschap de plaats moet ruimen voor kunstig doen, zijn er nog uitzonderingen die hun eigen weg blijven gaan. Jef Garnich is zo iemand. Vele tientallen schilderijen heeft hij gemaakt, van alle mogelijke onderwerpen. De meeste vonden vanzelf een afnemer, via een paar succesvolle tentoonstellingen en mond-tot-mondreclame. Jef heeft zichzelf nooit de markt in moeten prijzen. Soms maakt hij een werk op vraag van familie of vrienden om hen een plezier te doen en met zijn 82 lentes is hij nog lang niet uitgezongen. Het was een voorrecht deze charmante, typische Antwerpenaar te mogen interviewen over zijn leven en zijn werk. In galerieën zal je het niet tegenkomen. Het meeste hangt ergens in kamers of kantoren. Jef heeft er alleen foto’s van gemaakt. Misschien komt het ooit tot een overzichtstentoonstelling, intussen is er Kunstpoort.
Tentoonstellingen
1995 Cercle Munster – Luxemburg stad
1996 Salons Centenaire – Antwerpen
Groepstentoonstellingen in Huis Hellemans – Edegem
Tekst en fotografie Rik Guns



